Begrippen

Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. Door overal dezelfde definities te gebruiken, kunnen cijfers beter met elkaar vergeleken worden.

Lijst van begrippen

Een overeenkomst waarbij een persoon tegen een financiële vergoeding arbeid verricht voor een bedrijf of instelling. Dit kan als werknemer of als zelfstandige.

Toelichting
Een persoon kan meerdere banen hebben. Bij werknemersbanen wordt een mondelinge of schriftelijke arbeidsovereenkomst afgesloten, waarin salaris en andere arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd.

Zie ook: Arbeidsplaats, Bijbaan, Hoofdbaan, Werknemer, Zelfstandige

Diploma van een wettelijk erkende bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo) na invoering van het bachelor-masterstelsel.

Toelichting
Met ingang van het studiejaar 2002/’03 is in het hoger onderwijs het bachelor-masterstelsel ingevoerd. Als gevolg daarvan zijn de meeste reguliere hbo-opleidingen omgezet in bacheloropleidingen van 4 jaar. Bij een beperkt aantal studies is daar een masteropleiding aan toegevoegd. Bij de invoering van het bachelor-masterstelsel zijn de wetenschappelijke opleidingen van meet af aan opgedeeld in een bacheloropleiding van 3 jaar en een daarop aansluitende masteropleiding van 1, 2 of 3 jaar. Zowel de bachelor- als masteropleiding worden afgesloten met een diploma.

Een bachelordiploma geeft toegang tot een masteropleiding in het hbo of wo. De bacheloropleidingen van het hbo en wo zijn in de praktijk niet gelijkwaardig. Voor toelating tot een masteropleiding aan de universiteit moet een gediplomeerde hbo’er vrijwel altijd eerst een schakelprogramma volgen. Het niveau van het bachelordiploma in het wo is gelijk aan dat van het diploma van het vroegere kandidaatsexamen.

De wettelijk erkende opleidingen voor een bachelor- of masterdiploma zijn opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO). In het hoger beroepsonderwijs mogen zowel de geslaagden van vóór als na de invoering van het bachelor-masterstelsel de titel bachelor gebruiken.

Zie ook: Beroepsdiploma, Doctoraaldiploma, Masterdiploma

Een overzicht van de activa en de passiva van een sector of land op een bepaald moment. De activa bestaan onder meer uit machines, gebouwen, niet-geproduceerde activa (zoals grond en minerale reserves), vorderingen en aandelenbezit. De passiva kunnen worden onderscheiden in schulden en eigen vermogen.

Overtreding, omschreven in artikel 424 en 461 Wetboek van Strafrecht. Het gaat om gedrag op een openbare plaats, dat gevaar of nadeel kan toebrengen aan personen of goederen, en om het overtreden van een toegangsverbod.

Zie ook: Overtreding (algemeen), Wetboek van Strafrecht

Een baan is een expliciete of impliciete arbeidsovereenkomst tussen een persoon en een economische eenheid waarin is vastgelegd dat arbeid zal worden verricht waar een (financiële) beloning tegenover staat.

Toelichting
Banen kunnen worden onderscheiden in banen van werknemers en banen van zelfstandigen.

Geldscheppende instellingen en ondernemingen die als hoofdtaak het verlenen van financiële diensten hebben.

Onderwijsvorm bestemd voor autochtone en allochtone volwassenen die niet leerplichtig zijn en een onderwijsachterstand hebben. Het onderwijs is gericht op het aanleren van sociale vaardigheden en basisvaardigheden in lezen, schrijven en rekenen.

Toelichting
De basiseducatie ging in 1987 van start en vervult een belangrijke rol bij de integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving.

Bij de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) op 1 januari 1996 ging de basiseducatie op in de Kwalificatiestructuur Educatie (KSE). In het schooljaar 1997/’98 is de landelijke kwalificatiestructuur ingevoerd en viel de basiseducatie uiteen in de KSE-niveaus 1-3. KSE 1 kwam daarbij overeen met het redzaamheidniveau, KSE 2 met het drempelniveau en KSE 3 met het basisniveau.
Met ingang van het schooljaar 2004/’05 is de Kwalificatiestructuur Educatie door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) vervangen door de Basisstructuur Educatie (BSE). Daarbij zijn de KSE-niveaus 1-3 opgegaan in de educatietypen met een zeer laag startcompetentieniveau (niveau 1 van de BSE), respectievelijke een laag startcompetentieniveau (niveau 2 van de BSE). Deze educatietypen betreffen het perspectief van sociale redzaamheid op de twee laagste niveaus (SR 1 en SR 2), respectievelijk professionele redzaamheid ongekwalificeerd (PRO 1 en PRO 2) en professionele redzaamheid gekwalificeerd (PRG 1 en PRG 2).

Startcompetentieniveaus:
Startniveau 1, zeer laag, omvat de groep Nederlands- en anderstalige analfabeten en semi-analfabeten. Startniveau 2, laag, komt ongeveer overeen met het niveau van de basisvorming-basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo met een beperkt aantal algemene vakken;

Sociale redzaamheid:
Hierbij kan het gaan om het leren van Nederlands, hoe een bank werkt, hoe men met het openbaar vervoer kan reizen, kennis over de opvoeding van kinderen en vaardigheden die men bijvoorbeeld nodig heeft in het vrijwilligerswerk en bij medische consumptie.

Professionele redzaamheid ongekwalificeerd:
Deelnemers aan dit educatietype ontbreekt het aan een aantal vaardigheden en kennis om goed op de arbeidsmarkt te kunnen functioneren. Zij hebben vaak leemten op het gebied van Nederlands, rekenen, vreemde talen, digitale vaardigheden, sleutelvaardigheden (zoals organiseren, plannen, samenwerken, overleggen, leren, beslissen, problemen oplossen, voor zichzelf zorgen) en kennis van de wereld. Het gaat hierbij zowel om mensen aan wie ‘trajecten’ worden aangeboden om snel aan het werk te kunnen gaan als om mensen die beter willen leren functioneren in het beroep dat zij hebben.

Professionele redzaamheid gekwalificeerd:
Deelnemers aan dit educatietype zijn bezig met (een deelkwalificatie van) een mbo-opleiding op kwalificatieniveau 1 of 2, omdat zij ongekwalificeerd zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt of omdat zij een hogere kwalificatie willen behalen. Zij ervaren daar problemen bij, omdat het hen ontbreekt aan vaardigheden als Nederlands (als tweede taal), rekenen en sleutelvaardigheden die behoren bij het beroep dat men wil uitoefenen. We kunnen deze vorm van educatie typeren als hulp om het diploma te kunnen behalen.

Zie ook: Allochtoon, Autochtoon, Volwasseneneducatie

Het basisonderwijs is per 1 augustus 1985 ingevoerd door het samenvoegen van het kleuteronderwijs en het gewoon lager onderwijs volgens de Wet op het Basisonderwijs (WBO)..

Toelichting
Op 1 augustus 1998 werd deze wet vervangen door de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). De WPO regelt zowel het basisonderwijs zoals opgenomen in de WBO als het speciaal basisonderwijs, dat bestaat uit het voormalige so-lom (speciaal onderwijs (basis) voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden) en so-mlk (speciaal onderwijs (basis) voor moeilijk lerende kinderen). Het basisonderwijs is bedoeld voor kinderen vanaf 4 jaar.

Het bedrag dat een producent daadwerkelijk overhoudt. Dit is de verkoopprijs van een goed of dienst exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief productgebonden belastingen en subsidies.

Zie ook: Marktprijs, Productgebonden belastingen, Productgebonden subsidies, Productie (basisprijzen)

Het minimum aantal vakantiedagen. Extra toegekende vakantiedagen in verband met leeftijd, anciënniteit etc. zijn hierin niet begrepen.

Terrein in gebruik voor wonen, werken, winkelen, uitgaan, cultuur en openbare voorzieningen.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Alles wat gebouwd is en bestaat uit muren en een overkapping met een permanent karakter, bedoeld voor verblijf, handel, verkeer en/of arbeid. Kassen en opslagtanks zijn hierbij niet inbegrepen.

Toelichting
Afbakening van bebouwing gebeurt volgens opnamespecificaties van de digitale topografische kaart, schaal 1:10.000, van de Topografische Dienst Kadaster en bestaat uit de objecten 'gebouwen', 'bebouwd gebied' en 'hoogbouw'. De oppervlakte van bebouwing wordt berekend in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw).

Zie ook: Oppervlakte bebouwing

Oppervlakte bebouwing uitgedrukt in aandeel van het landoppervlak.

Geweldsmisdrijf, omschreven in art. 285 Wetboek van Strafrecht.

De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden.

Toelichting
Een bedrijf bestaat uit een of meer juridische eenheden. Een juridische eenheid kan zelf weer uit een of meer vestigingen bestaan. Kenmerkend is dat er autonomie is over beslissingen met betrekking tot de productie die binnen de (samengestelde) entiteit die 'bedrijf' wordt genoemd. Wanneer deze eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt omwille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als bedrijf beschouwd. In de officiële CBS-terminologie wordt het bedrijf zoals hier gedefinieerd bedrijfseenheid (BE) genoemd. Zo kan geen verwarring ontstaan met de term bedrijf uit het gangbare spraakgebruik. De statistische eenheid bedrijf is een benadering van de kind-of-activity unit, zoals gedefinieerd door Eurostat. Deze definitie combineert twee eisen die strijdig kunnen zijn: bijdragen aan één activiteit versus het overeenkomen met één of meer operationele eenheden. Nederland geeft bij het operationaliseren naar de statistische eenheid bedrijf prioriteit aan de tweede eis.

Zie ook: Juridische eenheid, Kind-of-activity unit, Onderneming, Ondernemingengroep

De in een bedrijf vrijkomende stoffen (materialen), die voor de houder nauwelijks of geen waarde hebben en waarvan deze zich wil ontdoen.

Toelichting
(Wet Milieubeheer, Hfdst. 1, art. 1.1)

Gebouw bestemd voor bedrijfsmatig gebruik.

Toelichting
Bedrijfsgebouwen worden verder onderverdeeld naar hallen en loodsen, kantoren, combinatie hallen met kantoor, kassen, schuren en stallen, winkels, scholen en overige gebouwen.

Zorg gericht op het voorkomen van beroepsziekten, bedrijfsongevallen, ziekte en verzuim van werknemers.

Aanduiding voor het 5-cijferig niveau van de Standaard Bedrijfsindeling.

Toelichting
Op grond van de SBI worden bedrijven ingedeeld naar hun voornaamste economische activiteit.

De kosten die zijn gemaakt om de bedrijfsopbrengsten te realiseren, te weten de inkoopwaarde van de omzet, de arbeidskosten (Productiestatistieken), de afschrijvingen op vaste activa en de zgn. overige bedrijfskosten.

Zie ook: Bedrijfsopbrengsten, Bedrijfsresultaat, Overige bedrijfskosten

Motorvoertuig ingericht voor het vervoer van goederen of personen, voor het uitvoeren van bijzondere doeleinden of voor het trekken van opleggers.

Toelichting
Hieronder vallen bestelauto's, vrachtauto's, trekkers, speciale voertuigen en bussen. Aanhangwagens en opleggers vallen hier niet onder.

Een ongeval dat door of tijdens de uitoefening van betaalde arbeid (in loondienst of zelfstandig) plaatsvindt, met uitzondering van een ongeval dat plaatsvindt onderweg van of naar het werk.

Toelichting
Het gaat hierbij zowel om ongevallen die leiden tot arbeidsverzuim als om ongevallen zonder verzuim op het werk.

Zie ook: Betaalde arbeid

De opbrengsten uit de eigenlijke bedrijfsvoering, i.c. de verkopen van goederen en diensten, alsmede de waarde van voorraadmutaties, geactiveerde productie voor het eigen bedrijf, subsidies en schade-uitkeringen.

Zie ook: Bedrijfsresultaat, Overige bedrijfsopbrengsten

Elke opleiding of cursus die de werkgever initieert, faciliteert en geheel of gedeeltelijk financiert. De opleidingen van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) en stagiaires worden niet tot de bedrijfsopleidingen gerekend.

Toelichting
De financiering kan ook indirect plaatsvinden, bijvoorbeeld door het geven van betaald studieverlof. De opleiding of cursus moet gericht zijn op de verbetering of de ontwikkeling van bestaande dan wel nieuwe kennis of vaardigheden. Hierbuiten vallen routinematige activiteiten die vallen onder training of opleiding, zoals het inwerken in nieuwe werkzaamheden, overdracht van werk of geregeld werkoverleg.

De bedrijfsopbrengsten minus de bedrijfskosten.

Toelichting
Het resultaat behaald uit de productieactiviteiten, i.c. de verkopen van goederen en diensten, alsmede de waarde van voorraadmutaties, geactiveerde productie voor het eigen bedrijf, subsidies en schade-uitkeringen.

Zie ook: Bedrijfskosten, Bedrijfsopbrengsten

Wettelijke, fiscaal aantrekkelijke regeling die het sparen onder werknemers beoogt te bevorderen.

Toelichting
Op 1 januari 1994 trad de Wet bedrijfsspaarregelingen (Staatsblad 1994, nummer 936) in werking. De bedrijfsspaarregeling is met ingang van 2003 aangepast: de winstdelingsregeling en de premiespaarregeling zijn afgeschaft en de spaarloonregeling is aangepast.

De bedrijfsspaarregeling kent met ingang van 2003 dus twee componenten.
1. Spaarloonregeling.
Periodiek of eenmalig houdt de werkgever een bedrag in van het brutoloon dat gestort wordt op een aparte spaarloonrekening (of effectenrekening) van de werknemer. Elk jaar kent een maximaal spaarbedrag dat na vier jaar geblokkeerd te zijn, belastingvrij kan worden opgenomen. Tussentijds opnemen is mogelijk:
- voor het voldoen van premies van bepaalde levensverzekeringen;
- bij aankoop van een eigen huis;
- bij huwelijk;
- bij ontslag;
- voor financiering van kinderopvang (vanaf 1 januari 2005).
De rente is vrij opneembaar tot een bepaald bedrag (belastingvrij) en wordt niet verrekend met de algemene belastingvrijstelling. In 2003 heeft een wetswijziging vervroegd deblokkeren van de spaarlooninleg uit 2000 en de premiespaarinleg uit 2000 en 2001 mogelijk gemaakt. In 2005 heeft een wetswijziging vervroegd deblokkeren van de spaarlooninleg uit 2002 tot en met 2004 mogelijk gemaakt vanaf 1 september 2005.

2. Aandelenoptieregeling.
De werkgever kan de werknemer een optie geven op een of meer aandelen van zijn NV of BV. De optie wordt gewaardeerd tegen de koers van het aandeel op het moment van toekenning.

In vergelijking met de Wet van 1 januari 1994 zijn daarmee de volgende twee componenten vervallen:
1. Winstdelingsregeling.
De werknemer kan een winstuitkering ontvangen. Hij betaalt hierover geen belasting, maar de werkgever wel, tenzij het bedrag niet in contant wordt uitbetaald maar op een geblokkeerde rekening wordt gezet. In dat geval wordt de uitkering gezien als een spaarloonregeling. Over deze regeling bestaat Op 1 januari 1994 trad de Wet bedrijfsspaarregelingen (Staatsblad 1994, nummer 936) in werking. De bedrijfsspaarregeling is met ingang van 2003 aangepast: de winstdelingsregeling en de premiespaarregeling zijn afgeschaft en de spaarloonregeling is aangepast.

De bedrijfsspaarregeling kent met ingang van 2003 dus twee componenten.
1. Spaarloonregeling.
Periodiek of eenmalig houdt de werkgever een bedrag in van het brutoloon dat gestort wordt op een aparte spaarloonrekening (of effectenrekening) van de werknemer. Elk jaar kent een maximaal spaarbedrag dat na vier jaar geblokkeerd te zijn, belastingvrij kan worden opgenomen. Tussentijds opnemen is mogelijk:
- voor het voldoen van premies van bepaalde levensverzekeringen;
- bij aankoop van een eigen huis;
- bij huwelijk;
- bij ontslag;
- voor financiering van kinderopvang (vanaf 1 januari 2005).
De rente is vrij opneembaar tot een bepaald bedrag (belastingvrij) en wordt niet verrekend met de algemene belastingvrijstelling. In 2003 heeft een wetswijziging vervroegd deblokkeren van de spaarlooninleg uit 2000 en de premiespaarinleg uit 2000 en 2001 mogelijk gemaakt. In 2005 heeft een wetswijziging vervroegd deblokkeren van de spaarlooninleg uit 2002 tot en met 2004 mogelijk gemaakt vanaf 1 september 2005.

2. Aandelenoptieregeling.
De werkgever kan de werknemer een optie geven op een of meer aandelen van zijn NV of BV. De optie wordt gewaardeerd tegen de koers van het aandeel op het moment van toekenning.
In vergelijking met de Wet van 1 januari 1994 zijn daarmee de volgende twee componenten vervallen:
1. Winstdelingsregeling.
De werknemer kan een winstuitkering ontvangen. Hij betaalt hierover geen belasting, maar de werkgever wel, tenzij het bedrag niet in contant wordt uitbetaald maar op een geblokkeerde rekening wordt gezet. In dat geval wordt de uitkering gezien als een spaarloonregeling. Over deze regeling bestaat enige verwarring, de een ziet dit als een winstdelingsregeling de ander als een spaarloonregeling.
2. Premiespaarregeling.
De werknemer spaart een bedrag van zijn nettoloon. Nadat het spaargeld vier jaar heeft vastgestaan mag de werkgever een premie toekennen van maximaal 100% over het gespaarde bedrag. Onder de besparingen vallen ook premies van levensverzekeringen, aflossingen op hypothecaire leningen en premies voor een spaarhypotheek.

Zie ook: Spaarloon

Een in een bedrijfstak werkend fonds waarin gelden bijeengebracht worden ter verzekering van de pensioenen van personen die in die bedrijfstak werkzaam zijn (de fondsen vallende onder art. 1, punt b van de Pensioen- en spaarfondsenwet (1952, Stb. 275)).

Voertuig uitsluitend of hoofdzakelijk ingericht voor het vervoer van goederen of personen, voor bijzondere doeleinden of voor het trekken van opleggers.

Toelichting
Hieronder vallen bestelauto's, vrachtauto's, trekkers, speciale voertuigen, bussen, aanhangwagens en opleggers.
Met ingang van september 2003 dienen aanhangwagens en opleggers te zijn voorzien van een geldig kenteken. Vanaf 2004 zijn deze categorieën opgenomen in de overzichten van de statistiek motorvoertuigen.

Terrein in gebruik voor nijverheid, handel en zakelijke dienstverlening.

Toelichting
Tot bedrijventerrein wordt gerekend:
- fabrieksterrein;
- haventerrein;
- veilingterrein;
- tentoonstellingsterrein;
- veemarkt (al dan niet overdekt);
- groothandelscomplex;
- terrein met banken en verzekeringsmaatschappijen e.d.;
- bijbehorend opslagterrein en parkeergelegenheid;
- garage (incl. parkeergarage);
- garage van busmaatschappij;
- kantoorgebouw;
- bijbehorende parkeerterreinen.
Niet tot deze categorie behoren inliggende braak-, en/of niet bouwrijpe terreinen.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Vermogensmisdrijf, omschreven in art. 326 t/m 334, 336 en 337 Wetboek van Strafrecht.

Toelichting
Bijvoorbeeld oplichting, flessentrekkerij, bouw- en verzekeringsfraude.

Verbreken van de relatie van niet gehuwde partners die is geregistreerd in de Gemeentelijke Basisadministratie.

Toelichting
Beëindiging van een geregistreerd partnerschap kan op twee manieren plaatsvinden:
- door tussenkomst van een rechter ('ontbinding'),
- door middel van een verklaring van beide partners dat zij het partnerschap willen beëindigen vanwege duurzame ontwrichting. Deze verklaring moet door een advocaat of een notaris worden ondertekend.
De beëindiging van het geregistreerd partnerschap wordt definitief door inschrijving bij de burgerlijke stand.

Zie ook: Geregistreerd partnerschap, Ontbinding geregistreerd partnerschap

Beginvoorraad grond- en hulpstoffen en verpakkingsmiddelen.

Toelichting
De op de balans vermelde waarde voor grond- en hulpstoffen (inclusief ingekochte halffabricaten) en verpakkingsmiddelen aan het begin van de periode.

De waarde op de balans van de handelsgoederen aan het begin van de periode.

Terrein in gebruik voor begraven en cremeren.

Toelichting
Tot begraafplaats wordt gerekend:
- terrein voor het begraven van mensen of dieren;
- crematorium;
- bijbehorende gebouwen, parken, tuinen, parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Het niveau van de hoogste met succes gevolgde opleiding.

Toelichting
Ook opleidingen die zijn gevolgd zonder het diploma te hebben behaald, tellen mee bij de bepaling van het behaald onderwijsniveau. In dat geval wordt het niveau toegekend van het diploma dat nodig is om toegelaten te worden tot de opleiding.
Voor het classificeren van opleidingen naar niveau en richting wordt gebruik gemaakt van de Standaard Onderwijs Indeling (SOI) en de International Standard Classification of Education (ISCED). Zie ook: Standaard Onderwijs Indeling (SOI) en International Standard Classification of Education (ISCED).

Zie ook: Standaard Onderwijsindeling 1998 (SOI 1998)

De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het museum en de conservering en samenstelling van de collectie. Dit is niet vanzelfsprekend dezelfde persoon of instantie die de eigenaar van de collectie is.

De verhouding tussen de benutte ladingcapaciteit en de totaal beschikbare ladingcapaciteit van een vervoermiddel.

Toelichting
Afhankelijk van de gekozen toepassing wordt de beladingsgraad uitgedrukt als een verhoudingsgetal voor het benutte laadvermogen (gewicht), volume (m3) of oppervlakte (m2) van een voertuig.

Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers.

Toelichting
Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.

Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid, door de instellingen van de Europese Unie of door buitenlandse overheden worden opgelegd, in verband met (1) de productie van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend, of (2) het inkomen en vermogen van ingezetenen.

Belastingen die rechtstreeks bij de betaler worden geheven over het inkomen en vermogen van personen, de winsten van bedrijven en aan het buitenland betaalde dividenden.

Toelichting
Bij vennootschappen omvatten de belastingen op inkomen en vermogen met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen.
Bij huishoudens worden als belastingen op inkomen en vermogen alle belastingen beschouwd, die periodiek worden geheven op het inkomen of het vermogen, zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en vermogensbelasting. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als kapitaaloverdrachten aangemerkt.
Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de brutoregistratie van dividend, d.w.z. inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.

Belastingen opgenomen in de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Sinds 1 januari 2000 zijn dit de grondwaterbelasting (afgeschaft in januari 2012), de leidingwaterbelasting, de vliegbelasting, de verpakkingenbelasting (afgeschaft in januari 2013), de afvalstoffenbelasting, de brandstoffenbelasting en de energiebelasting.

Toelichting
Mede als gevolg van de wens om een verschuiving aan te brengen van de belasting op inkomen uit arbeid naar belastingen op milieu is per 1 januari 1995 de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) van kracht geworden. Bij de inwerkingtreding zijn, behalve een brandstoffenbelasting, ook een grondwaterbelasting (afgeschaft januari 2012), een afvalstoffenbelasting en een belasting op uranium-235 opgenomen (afgeschaft). De uitbreiding van het aantal belastingen werd mede uit oogpunt van een evenwichtige spreiding van lasten over bedrijfsleven en huishoudens wenselijk geacht. In 1996 werd de Wbm uitgebreid met een nieuwe energiebelasting, (ook wel 'ecotax' genoemd). De volgende uitbreiding van de Wbm vond plaats per 1 januari 2000 door de toevoeging van een belasting op leidingwater ('watertax'). Later werden ook de vliegbelasting en de verpakkingenbelasting toegevoegd. Deze zijn beide ook alweer afgeschaft. De vliegbelasting begin 2011 en de verpakkingenbelasting in januari 2013.

Zie ook: Afvalstoffenbelasting, Brandstoffenbelasting, Energiebelasting, Grondwaterbelasting, Leidingwaterbelasting

Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Deze belastingen zijn verschuldigd ongeacht of er winst wordt gemaakt.

Toelichting
De belastingen op productie en invoer hebben betrekking op alle door producenten aan de overheid en de EU betaalde belastingen, met uitzondering van de belastingen over de winst. Alle belastingen die huishoudens afdragen in hun hoedanigheid van consument worden echter gerekend tot belastingen op inkomen en vermogen. Zo wordt het deel van de onroerende zaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen huiseigenaren behoren, wordt beschouwd als belasting op productie. Afhankelijk van de belastingplichtige kan eenzelfde belastingsoort dus tot beide belastingen zijn gerekend. De invoerrechten aan de EU zijn gerekend tot de belastingen op invoer. De invoerrechten die (via de overheid) door niet-ingezetenen aan de EU worden betaald, worden niet geregistreerd. De belastingen op productie en invoer worden geregistreerd volgens het bestemmingscriterium. Belastingen die door de centrale overheid worden geïnd ten behoeve van de lokale overheid of de EU worden dus niet geboekt bij de centrale overheid.

Afdeling van een gerechtshof die zich uitsluitend bezighoudt met belastingzaken in hoger beroep.

Toelichting
Tot 2005 oordeelde het hof in eerste aanleg over belastingzaken. Er was toen nog geen hoger beroep mogelijk in dit soort zaken.

Zie ook: Gerechtshof, In eerste aanleg

Afdeling van de Hoge Raad die zich uitsluitend bezig houdt met belastingzaken.

Zie ook: Hoge Raad

CBS-lijst van BELangrijke primaire DOodsoorzaken. De indeling komt vrijwel overeen met de Europese Shortlist, zoals gebruikt door Eurostat.

Toelichting
Deze lijst wordt zowel gebruikt bij de publicatie van doodsoorzaakgegevens als gegevens over ziekenhuisopnamen.

Financiële instelling die middelen aantrekt bij een breed publiek door uitgifte van aandelen en andere deelhebbersbewijzen, waarbij aan deelname slechts formele, in principe door iedereen te vervullen, voorwaarden zijn verbonden.

Toelichting
Betreft beleggingsinstellingen vallende onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen (1990, Stb. 380) met uitzondering van de beleggingsinstellingen die geheel of vrijwel geheel in bezit zijn van verzekeraars.

Bij besluit vastgestelde algemene regel over de afweging van belangen, de vaststelling van feiten, of de uitleg van wettelijke voorschriften, bij het gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan. Een algemeen verbindend voorschrift valt hier niet onder.

Zie ook: Besluit (juridisch), Bestuursorgaan

Beslissing van het Openbaar Ministerie (OM), waarbij het afziet van vervolging van een strafbaar feit op grond van het algemeen belang.

Zie ook: Openbaar Ministerie (OM), Strafbaar feit

Brandstof voor benzinemotoren. Dit is een samentelling van motorbenzine, vliegtuigbenzine en jetfuel op benzinebasis

Klasse uit de indeling Vaarwegen recreatievaart (BRTN). De vaarweg is geschikt voor motorboten met een maximale diepgang van 1,40 meter en een maximale opbouwhoogte van 2,75 meter.

Zie ook: Vaarwegen, recreatievaart (BRTN)

Klasse uit de indeling Vaarwegen recreatievaart (BRTN). De vaarweg is geschikt voor motorboten met een maximale diepgang van 1,10 meter en een maximale opbouwhoogte van 2,40 meter.

Zie ook: Vaarwegen, recreatievaart (BRTN)

Klasse uit de indeling Vaarwegen recreatievaart (BRTN). De vaarweg is een ontsluitingswater met doorvaartbeperkingen.

Zie ook: Vaarwegen, recreatievaart (BRTN)

De verzameling van werkzaamheden en taken, die behoren tot een baan van een persoon.

Toelichting
Op het meest gedetailleerde niveau van de Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992) wordt een verzameling van gelijksoortige takenpakketten een “beroep” genoemd.

De ISCO hanteert 2 indelingscriteria, ‘skill level’ en ‘skill specialisation’, ofwel het niveau en de richting van de benodigde bekwaamheden om de takenpaketten van elkaar te onderscheiden. De SBC-92 hanteert in aanvulling hierop de 3 belangrijkste werksoorten die kenmerkend zijn voor verschillen tussen takenpakketten.

Het CBS gebruikt vanaf verslagjaar 2012 alleen nog de ISCO 2008 als standaard om over beroep te publiceren. Ten behoeve van de codering van het beroep wordt gebruik gemaakt van een deels open deels gesloten vraagstelling die de volgende informatie dient te verschaffen:
- de beroeps- of functiebenaming;
- het al dan niet leidinggeven;
- indien leiding wordt gegeven: het aantal personen waarover direct of indirect leiding wordt gegeven;
- indien leiding wordt gegeven: het soort leidinggevende werkzaamheden
- de voornaamste werkzaamheden;

Zie ook: Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992)

Verzoek van een belanghebbende aan een rechter om een bestuursorgaan op te dragen een beslissing te herzien.

Toelichting
Dit kan pas als het bestuursorgaan een beslissing heeft genomen nadat er bezwaar was ingediend tegen de oorspronkelijke beslissing. Zowel de belanghebbende als het bestuursorgaan kan beroep instellen bij de rechter.

Zie ook: Bestuursorgaan, Bezwaar (juridisch)

Een van de twee leerwegen waarop een mbo-opleiding in het kader van de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) kan worden gevolgd. Bij deze leerweg wordt meer dan 60 procent van de totale opleidingsduur besteed aan werkend leren (stage) in de praktijk van een bedrijf of instelling.

Toelichting
De bbl is uitsluitend toegankelijk voor personen van 16 jaar en ouder. Opleidingen volgens deze leerweg zijn te vergelijken met de opleidingen van het vroegere leerlingwezen. Naast het onderscheid in twee leerwegen worden de WEB-opleidingen ook onderscheiden naar vier kwalificatieniveaus.

Personen: - die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of - die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).

Toelichting
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

Zie ook: Beroepsbevolking (12-uursgrens)

Personen: - die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens)), of - die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens)).

Toelichting
Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.

Zie ook: Beroepsbevolking

Diploma van bepaalde wettelijk erkende vervolgopleidingen in het wetenschappelijk onderwijs na het behalen van een doctoraaldiploma.

Toelichting
Het gaat hier om het diploma van het afsluitend beroepsexamen van de opleiding geneeskunde, diergeneeskunde, tandheelkunde, farmacie of accountancy en om het diploma van alle universitaire lerarenopleidingen die opgenomen zijn in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).

Met ingang van het studiejaar 2002/’03 is in het hoger onderwijs het bachelor-masterstelsel ingevoerd. Als gevolg daarvan zijn genoemde beroeps- en lerarenopleidingen omgezet in masteropleidingen met een nominale duur van 2 of 3 jaar.
Om een trendbreuk in het aantal afgestudeerden voor een beroepsdiploma te voorkomen, zijn in de Onderwijsstatistieken van het CBS de afgestudeerden van een masteropleiding geneeskunde, diergeneeskunde, tandheelkunde, farmacie of accountancy en de afgestudeerden van alle universitaire masteropleidingen voor leraar ondergebracht bij de categorie beroepsdiploma’s. Ze tellen dus niet mee bij de masterdiploma’s in het wetenschappelijk onderwijs.

Zie ook: Bachelordiploma, Doctoraaldiploma, Masterdiploma

De plaats in de indeling van beroepen volgens de Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992) van het CBS. Beroepsgroep refereert aan de eerste drie cijfers van de classificatie.

Zie ook: Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992)

De plaats in de indeling van beroepen volgens de Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992) van het CBS. Beroepsklasse refereert aan de eerste twee cijfers van de classificatie.

Zie ook: Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992)

De plaats in de indeling van beroepen volgens de International Standard Classification of Occupations 2008 (ISCO 2008) van de International Labour Organisation (ILO).

Toelichting
De niveau-indeling is gevormd door beroepen die overeenkomen in niveau van de benodigde vaardigheden te combineren. Beroepsniveau geeft de complexiteit en omvang van taken weer die bij een beroep horen. De praktische uitwerking van het begrip vaardigheidsniveau gebeurt door toepassing van een of meer van de volgende criteria:
1) De aard van het werk in relatie tot de karakteristieke taken bij een beroepsniveau;
2) Het voor een goede beroepsuitoefening benodigde opleidingsniveau volgens ISCED;
3) De in een verwant beroep opgedane relevante werkervaring en/of on-the-job training.

De plaats in de indeling van beroepen volgens de Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992) van het CBS. Beroepsniveau refereert aan het eerste cijfer van de classificatie. Het niveau van een beroep is bepaald door het niveau van de meest geëigende opleiding om het beroep uit te oefenen.

Zie ook: Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992)

Onderwijs dat gericht is op directe toetreding tot een bepaalde groep beroepen in de arbeidsmarkt en onderwijs gericht op verbetering en/of uitbreiding van beroepsmatige kennis en vaardigheden.

Zie ook: Secundair beroepsonderwijs

Een van de twee manieren waarop een mbo-opleiding in het kader van de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) kan worden gevolgd. Hierbij wordt 20 tot 60% van de totale opleidingsduur besteed aan een stage in de praktijk van een bedrijf of instelling.

Toelichting
Opleidingen volgens deze leerweg zijn te vergelijken met de mbo-opleidingen voordat de WEB van kracht werd. Ze kunnen als voltijdonderwijs en/of als deeltijdonderwijs worden aangeboden.

Het vervoer van goederen en/of personen tegen betaling, voor rekening van derden.

Het inkomen na aftrek van belastingen plus uitkeringen, dat besteed wordt aan consumptie en besparingen.

Toelichting
Dit inkomen wordt ook wel secundair inkomen genoemd.

Het nationaal inkomen (inclusief de afschrijvingen) plus het saldo van de uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten.

Toelichting
Deze inkomensoverdrachten betreffen voor een belangrijk deel de overdrachten van en aan de EU, en overdrachten in het kader van ontwikkelingssamenwerking.

Het nationaal inkomen (exclusief de afschrijvingen) plus het saldo van de uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten.

Toelichting
Deze inkomensoverdrachten betreffen voor een belangrijk deel de overdrachten van en aan de EU, en overdrachten in het kader van ontwikkelingssamenwerking.

Besluit van een bestuursorgaan, dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van de aanvraag daarvan.

Toelichting
Een beschikking kan worden gegeven op verzoek van een belanghebbende, of op eigen initiatief van een bestuursorgaan.

Zie ook: Besluit (juridisch), Bestuursorgaan

Beschikking op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Afdoening Verkeersovertredingen, ook wel de Wet Mulder genoemd. Op grond daarvan kan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) lichte verkeersovertredingen afdoen.

Toelichting
Deze werkwijze valt formeel niet onder het strafrecht, maar onder het bestuursrecht.

Zie ook: Bestuursrecht, Strafrecht

Rechtspersoon met een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. De aandelen staan op naam en zijn niet vrij overdraagbaar. De aansprakelijkheid van de aandeelhouders is beperkt tot het bedrag waarmee zij in de vennootschap deelnemen.

Toelichting
Directeuren en degenen die het beleid van de vennootschap hebben bepaald kunnen onder bepaalde omstandigheden met hun privévermogen wel aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de vennootschap. De beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders kan verdwijnen wanneer banken hen privé laten meetekenen voor leningen.

Zie ook: Rechtspersoon

Schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, waarmee een wijziging van rechten of plichten tot stand wordt gebracht.

Zie ook: Bestuursorgaan, Bezwaar (juridisch)

Het saldo van het beschikbaar inkomen en de consumptieve bestedingen.

Toelichting
Indien dit saldo negatief is, spreekt men wel van ontsparingen.

Het deel van het beschikbaar inkomen van een sector dat niet gebruikt wordt voor de consumptieve bestedingen.

Het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.

Toelichting
Betaalde inkomensoverdrachten bestaan uit overdrachten tussen huishoudens zoals alimentatie betaald aan de ex-echtgeno(o)t(e).


Premies inkomensverzekeringen betreffen premies betaald voor sociale
verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband
met werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden.

Een bedrijfsvoertuig, ingericht voor het vervoer van goederen, waarvan het leeg gewicht vermeerderd met het laadvermogen (toegestane maximum massa) ten hoogste 3500 kg bedraagt.

Toelichting
Bestelwagens ontworpen en voornamelijk gebruikt voor goederenvervoer, pick-ups en kleine vrachtwagens met een brutogewicht van niet meer dan 3500 kg vallen hieronder.

De plaats waar men is geweest of, wanneer meerdere plaatsen zijn aangedaan, de plaats die het verst van het vertrekadres ligt.

Het deelnemen aan woon-werkverkeer als bestuurder van een auto.

Het deelnemen aan woon-werkverkeer als bestuurder van een auto zonder passagiers.

Bestuurder van een auto met passagiers, waarbij de bestuurder deelneemt aan woon-werkverkeer (wwv), maar de passagier(s) niet.

Bestuurder van een auto met passagiers, waarvan de bestuurder en een of meerdere passagiers deelnemen aan woon-werkverkeer.

Instantie die de bevoegdheid heeft om beslissingen namens de overheid te nemen.

Zie ook: Bestuursrecht

Onderdeel van het recht dat de verhouding regelt tussen burgers en overheid en tussen overheden onderling. Hierbij kan een belanghebbende een beslissing van het bestuur aanvechten bij de rechter.

Rechtspraak op het gebied van het bestuursrecht. Hierbij kan een persoon of een instantie een beslissing van een bestuursorgaan aanvechten.

Zie ook: Bestuursorgaan, Bestuursrecht

Een baan, verricht als werknemer of als zelfstandige.

Zie ook: Werknemer, Zelfstandige

Arbeid waar een beloning in geld of natura tegenover staat.

Zie ook: Arbeid

In het Arbeidskostenonderzoek (ako) van het CBS wordt hieronder verstaan: de som van overeengekomen arbeidsuren (ako), verminderd met adv-uren, niet-doorbetaalde ziekte-uren en vanwege stakingen of werkduurverkorting niet-betaalde uren en vermeerderd met betaalde overwerkuren.

Toelichting
Deze omschrijving is in overeenstemming met de Eurostat-definitie van
betaalde uren, maar wijkt af van de omschrijving die door de Nationale rekeningen (NR) van het CBS wordt gehanteerd. Anders dan in de Nationale rekeningen worden verlof- en feestdagen in het arbeidskostenonderzoek wel aangemerkt als betaalde arbeidsuren.

Zie ook: Betaalde arbeidsduur (NR), Overeengekomen arbeidsduur

In de Nationale rekeningen (NR) van het CBS wordt hieronder verstaan: de som van overeengekomen arbeidsuren (NR) en betaalde overwerkuren.

Toelichting
Doorbetaalde ziekte- en vorstverleturen behoren tot de betaalde arbeidsduur (NR). Verlof- en feestdagen worden daar echter niet toe gerekend. anders dan in de juridische terminologie en in het arbeidskostenonderzoek (ako) van het CBS, niet tot de betaalde arbeidsduur (NR) gerekend. De (door)betaling over deze dagen wordt toegerekend aan de overige dagen.

Zie ook: Betaalde arbeidsduur (ako), Overeengekomen uren (NR)

Systematisch overzicht van alle economische transacties in een bepaalde periode van Nederlandse ingezetenen met niet-ingezetenen.

Zie ook: Ingezetene

CBS-graadmeters voor de aandelen- en obligatiemarkt.

Toelichting
Voor aandelen en beleggingsfondsen worden een koers- en herbeleggingsindex samengesteld. De deelmarkt obligaties kent hiernaast als extra indicatoren het effectief rendement en de duration.

Zie ook: Duration, Effectief rendement

De waardering van effecten op de beurs in geld.

Toelichting
De totale beurswaarde van aandelen is te berekenen als het product van het aantal genoteerde aandelen en de koers van het aandeel op een bepaald moment. De beurswaarde van obligaties is te berekenen als het product van het nominale genoteerde bedrag van de obligaties en de koers van de obligatie op een bepaald moment.

Oordeel van de rechter dat een hoger beroep onterecht is ingesteld (ongegrond is). Hij bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank waartegen in beroep werd gegaan.

Zie ook: Ongegrondverklaring, Rechtbank, Rechtsmiddel, Uitspraak (juridisch), Vernietiging aangevallen uitspraak

De bewoners van een bepaald gebied.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Zie ook: Inwoner

Bevolking per km² land.

De toe- of afname van de bevolking.

Toelichting
Levendgeborenen minus overledenen plus gevestigde personen minus vertrokken personen plus saldo correcties.
Exclusief grenswijzigingen en correcties ten gevolge van persoonskaartentellingen (persoonskaartentellingen waren mogelijk tot 1 januari 1995).

Verandering van de omvang en de samenstelling van de bevolking en / of de verdeling van de bevolking over het land.

Verwachte ontwikkeling van de bevolking in de toekomst.

Toelichting
De bevolking wordt onderscheiden naar geslacht en leeftijd.

De mate waarin de productiemiddelen door de ondernemingen worden benut.

Mate waarin personen een kerkdienst of levensbeschouwelijke bijeenkomst bijwonen.

Verzoek van een belanghebbende aan een bestuursorgaan om een beslissing van dat bestuursorgaan te herzien.

Zie ook: Beroep (juridisch), Bestuursorgaan

Een baan van iemand met meerdere banen die niet de hoofdbaan is.

Toelichting
De baan waaraan de meeste tijd wordt besteed is de hoofdbaan; de andere zijn bijbanen.

Zie ook: Baan

Persoon die een schuld heeft bij een gemeente in het kader van WWB (voorheen ABW), IOAW, IOAZ of (W)WIK.

Aanspraak van een gemeente op (ex)-bijstandsontvangers die een schuld hebben bij de gemeente, ontstaan ten tijde van de bijstandsverlening.

Een gebouwencomplex, gebouw of deel van een gebouw, dat volgens de bouw of verbouw blijvend is bestemd voor permanente bewoning door een institutioneel huishouden.

Toelichting
Om als bijzonder woongebouw geclassificeerd te worden moet een tot bewoning bestemd gebouw aan de volgende criteria voldoen:
1 - Het gebouw of gebouwencomplex heeft één adres.
2 - Het gebouw of gebouwencomplex is bestemd voor permanente bewoning.
3 - Het gebouw of gebouwencomplex is in gebruik door één rechtspersoon.
4 - Deze rechtspersoon valt binnen één van de volgende bedrijfsgroepen:
- penitentiaire inrichtingen,
- kloosters e.d.,
- opleidingsinternaten,
- gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (psychiatrische inrichtingen, bejaardenoorden, verpleeghuizen, e.d.).
5 - De rechtspersoon gebruikt het gebouw(encomplex) voor permanente huisvestingen en bedrijfsmatige huishoudelijke verzorging van een verzameling personen.

De niet regelmatig betaalde beloningen die tot het brutoloon behoren, zoals vakantiegeld, eindejaarsuitkeringen, prestatiebeloningen, gratificaties en winstuitkeringen.

Toelichting
Tot de bijzondere beloningen worden niet gerekend: bijdragen spaarregelingen, ontslagvergoedingen, tegemoetkomingen in de ziektekosten en loon voor overwerk.

Bijstand die alleen wordt verstrekt als iemand in bijzondere omstandigheden verkeert en daardoor hogere kosten heeft dan de kosten waarin de algemene bijstandsuitkering voorziet.

Toelichting
Het betreft alle bijstand die wordt verstrekt boven op de algemene bijstandsuitkering (basisnorm plus toeslagen) óf boven op een ander inkomen of uitkering (arbeid, AOW, WAZ, Wajong, etc.).

Een in Nederland gevestigd onderdeel van een buitenlandse ondernemingengroep, waarin vanuit het buitenland financiële middelen bijeen worden gebracht en die, voor eigen rekening, in het buitenland gelden uitzet. De in Nederland gevestigde BFI’s beheren deelnemingen, royalty’s of filmrechten voor de moedermaatschappijen en/of vormen belangrijke schakels bij de financieringsactiviteiten van de moeders in het kader van fusies, overnames en kapitaalverhogingen. BFI’s kenmerken zich door het verrichten van zeer omvangrijke inkomens- en vermogenstransacties die in geen verhouding staan tot hun productieve activiteit in Nederland. BFI’s zijn doorgaans in Nederland gevestigd om fiscale voordelen te behalen, hetzij in Nederland, hetzij in het land van de moedermaatschappij.

Toelichting
De omvang van de geldstromen die BFI’s uit het buitenland ontvangen, zijn van eenzelfde orde van grootte als de omvang van de gelden die BFI’s aan het buitenland betalen. Hierdoor is de invloed van de sector op belangrijke economische variabelen in Nederland, zoals het bruto nationaal inkomen, beperkt. Een belangrijke uitzondering hierop is de invloed van de BFI’s op de nettowinst van de financiële instellingen. Alle inkomende stromen van BFI’s (ontvangen rente, dividenden en ingehouden winsten) zijn namelijk in de nettowinst inbegrepen, terwijl van de uitgaande stromen alleen de betaalde rente wordt meegeteld. In het geval dat buitenlandse concerns besluiten meer financiële stromen door Nederlandse BFI’s te laten lopen zullen de door de nationale rekeningen gerapporteerde winsten van BFI’s dan ook sterk toenemen, en daarmee ook de winsten van alle financiële instellingen tezamen. Om een juist beeld te schetsen van de winstgevendheid van de financiële instellingen in Nederland publiceert het CBS de nettowinst van de financiële instellingen daarom zowel inclusief als exclusief de BFI’s.

De bijzondere opsporingsdiensten (BOD-en) vallen onder verschillende ministeries en hebben een specifieke opsporingstaak op het beleidsterrein waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is. Er zijn vier bijzondere opsporingsdiensten: de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (AID), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst/Economische Controledienst van het Ministerie van Financiën (FIOD-ECD), de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SIOD) en de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van het Ministerie van VROM (VROM-IOD).

De door het Internationale Monetaire Fonds gecreëerde reserves die kunnen dienen als betaalmiddel tussen de leden van het Fonds.

Toelichting
De waarde van de bijzondere trekkingsrechten is gekoppeld aan de meest gebruikte handelsvaluta.

Internationaal vervoer van goederen met een Nederlandse laad- of losplaats en met een buitenlandse los- of laadplaats.

Persoon die verhuisd is waarbij het oude en het nieuwe adres in dezelfde gemeente liggen.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsstatistieken zijn uitsluitend die verhuizingen opgenomen die door de burger zijn gemeld bij het bevolkingsregister van zijn of haar woongemeente. Wijzigingen van adres door wijziging van straatnaam, huisnummer, gemeentelijke herindeling of iets dergelijks worden niet als verhuizing beschouwd.

Persoon die verhuisd is naar een ander adres binnen Nederland.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsstatistieken zijn uitsluitend die verhuizingen opgenomen die door de burger zijn gemeld bij het bevolkingsregister van zijn of haar woongemeente. Wijzigingen van adres door wijziging van straatnaam, huisnummer, gemeentelijke herindeling of iets dergelijks worden niet als verhuizing beschouwd.

Persoon die verhuisd is waarbij het oude en het nieuwe adres in dezelfde provincie liggen.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsstatistieken zijn uitsluitend die verhuizingen opgenomen die door de burger zijn gemeld bij het bevolkingsregister van zijn of haar woongemeente. Wijzigingen van adres door wijziging van straatnaam, huisnummer, gemeentelijke herindeling of iets dergelijks worden niet als verhuizing beschouwd.

Brand in een (min of meer) gesloten ruimte, bijvoorbeeld in gebouwen.

Zie ook: Brand (juridisch), Buitenbrand, Schoorsteenbrand

Een zeeschip dat een Nederlandse haven aandoet om te laden en/of te lossen.

Een verhuizing waarbij het oude en het nieuwe adres in dezelfde gemeente liggen.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsstatistieken zijn uitsluitend die verhuizingen opgenomen die door de burger zijn gemeld bij het bevolkingsregister van zijn of haar woongemeente. Bovendien gaat het om de verhuizing van een persoon en niet, zoals de term misschien doet vermoeden, om de verhuizing van een huishouden. Wijzigingen van adres door wijziging van straatnaam, huisnummer, gemeentelijke herindeling of iets dergelijks worden niet als verhuizing beschouwd.

Goederenvervoer waarbij zowel de plaats van lading als de plaats van lossing in Nederland ligt.

Toelichting
Hieronder valt ook het binnenlands goederenvervoer door buitenlandse voertuigen (cabotage door buitenlanders).

Elke verhuizing binnen Nederland.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsstatistieken zijn uitsluitend die verhuizingen opgenomen die door de burger zijn gemeld bij het bevolkingsregister van zijn of haar woongemeente. Bovendien gaat het om de verhuizing van een persoon en niet, zoals de term misschien doet vermoeden, om de verhuizing van een huishouden.
Wijzigingen van adres door wijziging van straatnaam, huisnummer, gemeentelijke herindeling of iets dergelijks worden niet als verhuizing beschouwd.

Alle schepen die in de loop van het desbetreffende verslagjaar hebben deelgenomen aan het binnenlandse en/of internationale vervoer via de binnenvaart.

Alle schepen die opgenomen zijn in het officiële bestand van de Centrale Registratie Binnenschepen.

Inlandig water in gebruik als vaarweg, recreatiewater, delfstofwinplaats, vloei en/of slibveld, of als spaarbekken, inclusief het IJsselmeer.

Toelichting
Tot het binnenwater behoren die delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde die liggen tussen havenhoofden en strekdammen. Bij vrij in zee uitmondende rivieren zonder strekdammen of havenhoofden wordt de grens tussen binnen- en buitenwater gevormd door de denkbeeldige lijn ter hoogte van de hoogwaterlijn langs de kust.
Water smaller dan zes meter wordt niet meegerekend.

Zie ook: Binnenwater (Gf, Fvw), Bodemgebruik, Classificatie

Inlandig water in gebruik als vaarweg, recreatiewater, delfstofwinplaats, vloei en/of slibveld, of als spaarbekken, echter met uitzondering van het IJsselmeer.

Toelichting
De Financiële verhoudingswet (Fvw) regelt vanaf 1 januari 1997 de algemene uitkering uit het gemeentefonds (Gf). Binnen- en buitenwater zijn in het kader van de Fvw anders afgebakend dan in de classificatie bodemgebruik. Het IJsselmeer wordt in de Fvw als buitenwater aangemerkt en in de statistiek bodemgebruik als binnenwater.

Daarnaast behoren tot het binnenwater (Gf, FVW) die delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde en het IJsselmeer die liggen tussen havenhoofden en strekdammen. Bij vrij in zee uitmondende rivieren zonder strekdammen of havenhoofden wordt de grens tussen binnen- en buitenwater gevormd door de denkbeeldige lijn ter hoogte van de hoogwaterlijn langs de kust.

Zie ook: Binnenwater (bodemgebruik)

Binnenwater in gebruik voor de winning van delfstoffen.

Toelichting
Binnenwater blijft tot deze categorie van bodemgebruik gerekend zolang er zuigers voor de delfstofwinning aanwezig zijn.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Biobrandstoffen die geschikt zijn om te gebruiken in benzinemotoren, meestal na bijmenging in gewone benzine.

Toelichting
Voorbeelden zijn bio-ethanol en bio-ETBE (ethyltertiairbutylether).

Diesel gemaakt uit plantaardig of dierlijk materiaal gebruikt voor vervoer. Hieronder valt ook pure plantaardige olie (PPO).

Gas ontstaan door actieve vergisting van organisch materiaal van afvalwaterzuivering (fermentatiegas), rioolwaterzuivering (rioolgas), stortgas, GFT en mestvergisting.

Toelichting
Voorheen bekend als fermentatiegas

Gas ontstaan uit slib van rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Gas ontstaan uit het organische deel van gestort afval (stortgas).

Productiewijze in de land- en tuinbouw waarbij geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen worden toegepast.

Toelichting
Biologische bedrijven maken gebruik van organische mest en biologische gewasbeschermingsmiddelen. Ook houden ze zich aan bepaalde voorschriften bij het gebruik van krachtvoer en diergeneesmiddelen.

Stoffen die afkomstig zijn van plantaardig of dierlijk materiaal van recente oorsprong en die worden gebruikt voor de productie van energie.

Toelichting
Voorbeelden zijn hout, mest en afval uit de voedselverwerkende industrie.

Een vaste, bijna vaste of stroperige koolwaterstof dat als residu uit aardolieverwerking overblijft.

Toelichting
Het is vooral bekend als asfalt en wordt gebruikt in de wegenbouw en als dakbedekking.

Energie die afkomstig is van onder het vaste aardoppervlak.

Bodemenergie die afkomstig is van een diepte van meer dan 500 m.

Toelichting
Bodemenergie beneden deze diepte is afkomstig is van processen in het binnenste van de aarde. Diepe bodemenergie staat ook bekend als aardwarmte of geothermische energie.

Bodemenergie die afkomstig is van een diepte van minder dan 500 m.

Toelichting
Bodemwarmte boven deze diepte is grotendeels afkomstig van uitwisseling van energie met de atmosfeer op seizoensbasis. Ondiepe bodemwarmte is een onderdeel van warmte/koudeopslag.

Functionele indeling van het Nederlandse grondgebied met vastgestelde categorieën die elkaar wederzijds uitsluiten en die tezamen de totale oppervlakte van Nederland omvatten.

Toelichting
De Classificatie Bodemgebruik is een indeling van de objecten in het Bestand Bodemgebruik naar hun gebruiksfunctie, zoals deze bij de meest recente statistiek van het Bodemgebruik wordt toegepast. De classificatie bestaat uit een aantal hoofdcategorieën, die elk weer zijn onderverdeeld in een aantal subcategorieën. Een beschrijving van de 37 verschillende categorieën vindt u bij de classificaties op webpagina http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/methoden/classificaties/overzicht/default.htm.

Nuttig gebruik van koude uit de bodem.

Toelichting
Het gaat hierbij vaak om het oppompen van koud water voor de koeling van gebouwen. Bij gebruik van koude uit de bodem wordt geen gebruik gemaakt van een (omkeerbare) warmtepomp.

Normale dagvaardingsprocedure bij de rechtbank, te onderscheiden van het kort geding.

Zie ook: Dagvaardingsprocedure, Kort geding, Rechtbank

Bodemwarmte die afkomstig is van een diepte van minder dan 500 m.

Toelichting
Bodemwarmte boven deze diepte is grotendeels afkomstig van uitwisseling van energie met de atmosfeer op seizoensbasis. Ondiepe bodemwarmte is een onderdeel van warmte/koudeopslag.

Bonaire is sinds 10 oktober 2010 een "bijzondere" gemeenten van Nederland.

Toelichting
Met deze nieuwe status als "bijzondere gemeente" is Bonaire officieel erkend als openbaar lichaam van Nederland. Dit is geregeld in de Wet Openbare lichamen BES

Terrein begroeid met bomen bestemd voor houtproductie en/of natuurbeheer.

Toelichting
Tot bos wordt gerekend:
- terrein zodanig begroeid met bomen, dat de kruinen een min of meer gesloten geheel vormen dan wel zullen gaan vormen;
- kapvlakte;
- brandgang;
- bospad;
- boomkwekerij;
- houtopslagplaats;
- verspreide bebouwing, voor zover die in het bos ligt;
- populierenweide.
Niet tot bos worden gerekend:
- beboste delen van parken;
- niet in het bos gelegen boomkwekerijen;
- woongebieden (met stratenpatroon) en terreinen voor verblijfsrecreatie die in bos gelegen zijn;
- in het bos gelegen campings.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Terrein in gebruik als bos, als droog of als nat open natuurlijk terrein.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Plantentuin, ingericht voor studie of proefnemingen.

Terrein in gebruik als bouwlocatie.

Toelichting
Tot bouwterrein wordt gerekend:
- terrein waarop wordt of zal worden gebouwd;
- braakliggende grond in bedrijventerrein.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Vergunning, ingevolge de woningwet nodig voor het bouwen of verbouwen van een gebouw.

Toelichting
In de Woningwet is vastgelegd voor welke bouwwerken (ook 'niet voor bewoning bestemde gebouwen' of 'bouwwerken geen gebouw zijnde' zoals bruggen etc) een vergunning is vereist. De vergunning wordt afgegeven door de gemeente, die eerst toetst of het bouwplan voldoet aan: het bestemmingsplan; het Bouwbesluit; de lokale Bouwverordening, en de redelijke eisen van welstand. In Nederland is de bouwvergunning per 1 oktober 2010 vervangen door een meeromvattende omgevingsvergunning. Een vergunning kan voor één of meer gebouwen tegelijk afgegeven worden.

Rook- of vuurontwikkeling waarvan een brandmelding bij de brandweer binnenkomt.

Toelichting
Er wordt onderscheid gemaakt tussen schoorsteenbranden, binnenbranden en buitenbranden.

Zie ook: Binnenbrand, Brandweer, Buitenbrand, Schoorsteenbrand

Melding voor brandbestrijding die bij de brandweer wordt gedaan; inclusief loosalarmmeldingen.

Zie ook: Brandweer, Loosalarmmelding

Directe financiële schade door brand.

Toelichting
Ingeval er wel sprake is van schade maar het schadebedrag is niet bekend, dan wordt het schadebedrag geschat.

Zie ook: Brand (juridisch)

Een heffing voor de uitslag en invoer van als minerale oliën aangemerkte brandstoffen (loodvrije benzine, gelode benzine, petroleum, diesel etc.), voor de aflevering of het gebruik van kolen en niet als minerale oliën aangemerkt gas en voor het gebruik van petroleumcokes. De belasting wordt geheven per eenheid brandstof, uitgedrukt in liters, kilogrammen, normaal kubieke meters of gigajoules.

Toelichting
Met uitzondering van de accijns is de brandstoffenbelasting de oudste heffing op energiedragers, maar niet onder deze naam. Het begon met de instelling van de heffing luchtverontreiniging brandstoffen op 1 juli 1972 (Stb. 72-307/308). Op 1 december 1980 werd de heffing geluidhinder wegverkeer ingesteld (Stb. 80-562) die, zoals de naam aangeeft, alleen van toepassing was op de motorbrandstoffen (alleen op benzines en dieselolie). Op 1 maart 1984 werd een heffing luchtverontreiniging ingesteld op LPG (Stb. 84-021). Met de instelling van de bestemmingsheffing brandstoffen op 1 april 1988 (Stb. 88-113/114) werden de heffingen luchtverontreiniging en geluidhinder wegverkeer gecombineerd. Met de instelling van de verbruiksbelastingen van brandstoffen op 1 juli 1992, geheven naar een milieugrondslag (Stb. 92-317/318), werd een nieuwe naam geïntroduceerd, gevolgd door de instelling van de brandstoffenbelasting op 1 januari 1995 (Stb. 94-923/924/925/949/96-543. Op 1 januari 1998 is de brandstoffenbelasting op KV-gas (gas uit kolenvergassing) ingevoerd (Stb. 1997-732). De brandstoffenbelasting op brandstof voor de aardolie- en de chemische industrie is in de loop van 2000 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2000 vervallen (Stb. 99-579, Stb. 00-269).

Indien bepaalde brandstoffen, waaronder steenkool en aardgas, worden ingezet voor de opwekking van elektriciteit of in een wkk-installatie, zijn deze met ingang van 1 januari 2001 vrijgesteld van brandstoffenbelasting. De brandstoffenbelasting op uranium-235 is met ingang van 1 januari 2001 vervallen (Stb. 2000-568). In de plaats van deze twee wijzigingen met betrekking tot de heffing op brandstof ten behoeve van elektriciteitsopwekking is per 1 januari 2001 de REB op elektriciteit sterker verhoogd dan in het kader van de zogenaamde 3e tranche de bedoeling was (verschuiving van inputbelasting naar outputbelasting).

Overheidsorganisatie die in het bijzonder belast is met brandpreventie, brandbestrijding en technische hulpverlening. De organisatie omvat zowel de gemeentelijke als de regionale brandweerkorpsen. De bedrijfsbrandweer valt hierbuiten.

Zie ook: Brand (juridisch)

Een regionale indeling waarin verschillende brandweerkorpsen zijn georganiseerd.

Zie ook: Brandweer

Strafbaar feit met een (direct aanwijsbaar) slachtoffer dat na aangifte, of bij uitzondering ambtshalve, wordt geregistreerd. Dit zijn voornamelijk de strafbare feiten (misdrijven) uit het Wetboek van Strafrecht.

Zie ook: Ambtshalve aangifte, Delict, Haaldelict, Strafbaar feit, Wetboek van Strafrecht

Voertuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/uur, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm³ (volgens de Nederlandse wet) of een elektromotor met een vermogen van niet meer dan 4 kW.

Toelichting
Het betreft voertuigen in scooter- dan wel brommeruitvoering. De scooter heeft kleine, brede wielen; de voeten worden tussen stuur en zadel naast elkaar geplaatst.
Gehandicapten-voertuigen vallen hier nt onder.

Voertuig op vier wielen, met een maximumsnelheid van 45 km/uur en een gewicht van minder dan 350 kg.

Toelichting
De term brommobiel is voor de wet onbekend. Wettelijk vallen alle brommobielen onder de classificatie bromfiets.
Gehandicapten-voertuigen vallen hier niet onder.

De brugklas is een algemeen leerjaar in het voortgezet onderwijs waarin de leerling nog geen keuze heeft gemaakt voor een bepaalde onderwijssoort.

Toelichting
De meeste instellingen voor voortgezet onderwijs met meer dan één onderwijssoort kennen een brugperiode van één of twee jaar. Die brugklas of brugperiode is onder andere bedoeld om de keuze tussen de verschillende leerwegen van het vmbo, of de keuze tussen havo en de theoretische leerweg van het vmbo, of de keuze tussen vwo en havo nog een tijdje uit te stellen en beter te kunnen onderbouwen. Bij een klein aantal instellingen is ook leerjaar 3 nog een gemeenschappelijk leerjaar.
Veel scholen stellen brugklassen samen waarin leerlingen zitten met ongeveer hetzelfde schooladvies, bijvoorbeeld combinaties van vmbo theoretisch en havo of havo en vwo. De samenstelling van de brugklassen is dikwijls gebaseerd op een eindtoets van het basisonderwijs en het advies van de leerkracht in groep 8. Een veel gebruikte eindtoets is die van het Cito.

Soort kool met een verbrandingswaarde kleiner dan 20 megajoule per kilogram van het asvrije en natte product en een gehalte aan vluchtige stoffen van meer dan 31 procent (op asvrij drooggewicht).

Tot blokken geperste bruinkool.

Een maat voor de omvang van de economie. Deze wordt berekend uit de som van de waarde die door ondernemingen, huishoudens en overheden wordt toegevoegd aan de goederen en diensten die zij hebben moeten verbruiken om hun producten te kunnen maken. Deze som staat bekend als de toegevoegde waarde ‘in basisprijzen’. Om tot het bbp ‘in marktprijzen’ te komen, wordt hierbij het saldo van productgebonden belastingen en subsidies èn het verschil tussen toegerekende en afgedragen btw opgeteld.

Toelichting
Vanwege het kringloopkarakter van de economie is het bruto binnenlands product gelijk aan de som van de consumptie door huishoudens, de consumptie door de overheid, de investeringen en de uitvoer, minus de invoer. Tevens is het bruto binnenlands product gelijk aan het totaal van alle inkomsten uit loonarbeid (de ‘beloning van werknemers’) en ondernemerschap (het exploitatie-overschot). Hierbij moet het saldo van ‘belastingen op productie en invoer’ en subsidies worden opgeteld.

Zie ook: Afgedragen btw, Intermediair verbruik (excl. aftrekbare btw), Productgebonden belastingen, Productgebonden subsidies, Productie (basisprijzen), Toegerekende btw, Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen)

Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

Toelichting
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.

Zie ook: Potentiële beroepsbevolking, Werkloze beroepsbevolking, Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens)

Het totale gewicht van de vervoerde goederen, alle verpakking, maar exclusief het leeggewicht van de transporteenheid

Toelichting
O.a. luchttransport)containers, wissellaadbakken en goederenpallets, alsook wegvoertuigen voor goederenvervoer, goederenwagens of binnenschepen die op of in het voertuig, vaartuig of luchtvaartuig vervoerd worden.

Zie ook: Ladinggewicht

Het primair inkomen vermeerderd met uitkeringen inkomensverzekeringen, uitkeringen socialvoorzieninggebonden overdrachten en ontvangen inkomensoverdrachten.

Toelichting
Uitkeringen inkomensverzekering betreffen uitkeringen van sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden.

Uitkeringen sociale voorziening betreffen diverse uitkeringen gefinancierd uit de algemene middelen zoals de bijstandsuitkering, de wajonguitkering en het oorlogs- en verzetpensioen.
Gebonden overdrachten betreffen tegemoetkomingen die gebonden zijn aan bepaalde uitgaven zoals de huursubsidie/huurtoeslag en de tegemoetkoming studiekosten.
Ontvangen inkomensoverdrachten bestaan uit overdrachten tussen huishoudens zoals alimentatie ontvangen van de ex-echtgeno(o)t(e).

Uitgaven voor goederen die worden aangeschaft (of in eigen beheer voortgebracht) met het doel deze als kapitaalgoed in het productieproces aan te wenden. Algemeen worden als zodanig beschouwd goederen met een levensduur van meer dan een jaar (zoals gebouwen, woningen, machines, vervoermiddelen en dergelijke).

Toelichting
Kleine gereedschappen, kantoorbehoeften en dergelijke kunnen een levensduur hebben die langer is dan een jaar. Deze goederen worden echter min of meer geregeld aangeschaft en worden niet tot de investeringen gerekend. Ook normale onderhoudskosten en, meer algemeen, zaken die nodig zijn om de productiecapaciteit van de kapitaalgoederen in stand te houden, worden in de nationale rekeningen beschouwd als normaal verbruik. Groot onderhoud en verbeteringen die bijdragen aan de levensduur of productiecapaciteit van kapitaalgoederen zijn wel investeringen. De bruto investeringen omvatten zowel de uitbreidingsinvesteringen als de vervangingsinvesteringen.

De bruto investeringen in vaste activa kunnen ingedeeld worden naar de bedrijfsklassen waarvoor de investeringen bestemd zijn. De investeringen zijn geregistreerd naar eigendom. De bedrijfstak van bestemming is dus de bedrijfstak van het bedrijf of de instelling die het actief in eigendom heeft gekregen.

Zie ook: Investeringen in vaste activa (NR)

Uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen gedaan door de sector overheid.

Toelichting
De investeringen zijn geregistreerd naar eigendom. Dat wil zeggen dat de investeringen zijn beschreven bij de economische eigenaar van het investeringsgoed. De overheid omvat de subsectoren centrale overheid, lokale overheid en de wettelijke sociale verzekeringsinstellingen. De marktbedrijven van de overheid zoals de openbare nutsbedrijven, openbaar vervoerbedrijven en dergelijke, worden gerekend tot de sector vennootschappen.

Zie ook: Investeringen in vaste activa (NR)

De som van het brutoloon jaarloon sociale verzekering (blsv), de werknemerspremies voor pensioen en vut en het spaarloon.

Het loon voor aftrek van de loonheffing, de werknemerspremies voor pensioen en vut, het spaarloon en de premies voor werknemersverzekeringen.

Het loon voor aftrek van de loonheffing, de werknemerspremies voor pensioen en vut, het spaarloon en de premies voor werknemersverzekeringen.

Het loon waarover de premies voor werknemersverzekeringen, zoals de Werkloosheidswet (WW) en Ziekenfondswet (ZFW), worden berekend.

Toelichting
Het gaat hierbij om loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat door de werkgever aan de werknemer wordt betaald. Tot het blsv worden naast loon in geld ook fooien en niet in geld uitgekeerd loon (loon in natura, zoals verstrekking van kleding, gebruik woning, opties en kinderopvang) gerekend. De bijdragen van werknemers voor pensioen- en VUT-regelingen alsmede beloningscomponenten die uitsluitend bij de bepaling van de loonbelasting/premies volksverzekeringen een rol spelen (o.a. werkgeversdeel ZFW) behoren niet tot het blsv.

Het regelmatig betaalde maandloon exclusief bijzondere beloningen, vóór aftrek van de werknemerspremies voor pensioen en vut.

Het totale gewicht van de vervoerde goederen plus het gewicht van de verpakking en (in geval van roro- of containervervoer) het leeg gewicht van de transporteenheid.

Zie ook: Ladinggewicht

De in geldswaarde uitgedrukte totaalopbrengst van een diersoort of gewas minus bepaalde bijbehorende specifieke kosten.

Toelichting
Het bss is een economische maatstaf en wordt uitgedrukt in euro. De bss-normen worden berekend voor de rubrieken uit de Landbouwtelling, die betrekking hebben op dieren en gewassen. De normen worden om de twee jaar herzien.

De (inhouds)maat voor de totale grootte van een schip, bepaald overeenkomstig het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen uit 1969.

Toelichting
Het brutotonnage wordt berekend met een formule waarin is opgenomen het scheepsvolume onder het bovendek en de ingesloten ruimten boven het bovendek. Het verkregen volume wordt vermenigvuldigd met een factor waarna het gevonden getal onbenoemd is. Er staat dus geen T of m3 achter het getal.

Het bruto-maandloon gedeeld door 1/12 van de jaarlijkse arbeidsduur. Dit is het uurloon dat zou gelden als per maand een evenredig deel van adv-, vakantie- en feestdagen, waarop werknemers recht hebben, zou worden opgenomen.

Het gemiddeld aantal levendgeboren dochters dat een groep vrouwen zou krijgen als voor hen de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers zouden gelden die in een bepaald jaar zijn waargenomen.

Toelichting
De brutovervangingsfactor geeft aan of het aantal dochters van een generatie vrouwen groot genoeg is om die generatie getalsmatig te vervangen. Daarbij wordt de invloed van de buitenlandse migratie buiten beschouwing gelaten. Een bevolking waarvoor de brutovervangingsfactor groter is dan 1, zal op den duur groeien. Bij een factor kleiner dan 1 zal de bevolking op den duur dalen.

Zie ook: Leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer

Het regelmatig betaalde weekloon exclusief bijzondere beloningen, vóór aftrek van de werknemerspremies voor pensioen en vut.

Brand in de open lucht, waarbij in het algemeen geen gebouwen zijn betrokken.

Zie ook: Binnenbrand, Brand (juridisch), Schoorsteenbrand

Het deel van een gemeente dat niet tot een woonkern (Gf-Fvw) behoort.

Toelichting
Woonkernen zijn afgebakend in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw) die vanaf 1 januari 1997 de algemene uitkering uit het gemeentefonds (Gf) regelt.
Buitengebied is in de Fvw het gebied dat bestaat uit het totaal van alle rastervierkanten van 500 x 500 meter (volgens de Rijksdriehoeksmeting) met minder dan 25 adressen.

Zie ook: Landelijk gebied, Woonkern (Gf, Fvw)

De winsten die niet uit de eigenlijke bedrijfsvoering voortvloeien.

Toelichting
Als buitengewone baten worden o.a. beschouwd koerswinsten, positieve resultaten uit deelnemingen, buitenlandse vestigingen, beleggingen en termijnhandel. Voorts ook de vrijgevallen bedragen van de egalisatierekening voor de WIR-premies, de boekwinsten bij verkoop of tenietgaan van vaste activa en ontvangsten voor goodwill e.d.

Zie ook: Buitengewoon resultaat

De verliezen die niet uit de eigenlijke bedrijfsvoering voortvloeien.

Toelichting
Als buitengewone lasten worden o.a. beschouwd verliezen op vorderingen, koersverliezen, negatieve resultaten uit deelnemingen, buitenlandse vestigingen, beleggingen en termijnhandel. Voorts ook de boekverliezen bij verkoop of tenietgaan van vaste activa, reorganisatiekosten e.d.

Zie ook: Buitengewoon resultaat

De buitengewone baten minus de buitengewone lasten.

Toelichting
Het saldo van winsten en verliezen die niet uit de eigenlijke bedrijfsvoering voortvloeien, zoals o.a. koersverschillen, resultaten uit deelnemingen, buitenlandse vestigingen, beleggingen en termijnhandel.

Zie ook: Buitengewone baten, Buitengewone lasten

Collectieve aanduiding van personen en bedrijven die niet tot de Nederlandse economie behoren.

Toelichting
In de Nationale rekeningen vormt het buitenland als zodanig geen institutionele sector. De transacties van het buitenland met Nederland worden geregistreerd tussen ingezeten en niet-ingezeten eenheden.

Zie ook: Niet-ingezetene

Systematisch overzicht van alle economische transacties in een bepaalde periode van niet-ingezetenen met Nederlandse ingezetenen, bezien vanuit het raamwerk van de Nationale Rekeningen.

Zie ook: Ingezetene, Niet-ingezetene

In Nederland gevestigde onderneming waarvan de beslissende zeggenschap in buitenlandse handen is en die en die zelf groepsmaatschappij(en) in het buitenland heeft. Het betreft hier directe, op boekhoudkundige basis bepaalde zeggenschapsrelaties

Toelichting
Gemakshalve wordt hier de term “onderneming” gebruikt; feitelijk correct is echter “ondernemingengroep” zoals door het CBS gedefinieerd.
Van “buitenlandse” is sprake als de beslissende zeggenschap in een ander land wordt uitgeoefend. Van een “international” is sprake als de in Nederland gevestigde onderneming buitenlandse groepsmaatschappijen bezit.
Er zijn twee omstandigheden waarin een rechtspersoon een andere rechtspersoon als dochtermaatschappij moet beschouwen:
• Beschikken over meer dan de helft van de stemrechten (al dan niet met andere stemgerechtigden);
• Als hij als lid of als aandeelhouder meer dan de helft van de bestuurders kan benoemen of ontslaan.
Als er over de dochtermaatschappij feitelijk beleidsbepalende invloed wordt uitgeoefend, dan is er sprake van een groepsmaatschappij; men spreekt dan ook van beslissende zeggenschap. In de Verenigde Staten heet dat een “subsidiary”.

Zie ook: Globalisering onderneming, Ondernemingengroep

Het zich vestigen in Nederland van personen vanuit het buitenland (immigratie) of het vertrek van inwoners uit Nederland om zich in het buitenland te vestigen (emigratie).

Toelichting
Niet-gemelde buitenlandse migratie wordt verantwoord in de statistiek van de administratieve correcties.

Zie ook: Emigratie, Immigratie

In Nederland gevestigde onderneming waarvan de beslissende zeggenschap in buitenlandse handen is en die zelf geen groepsmaatschappij(en) in het buitenland heeft. Het betreft hier directe, op boekhoudkundige basis bepaalde zeggenschapsrelaties

Toelichting
Gemakshalve wordt hier de term “onderneming” gebruikt; feitelijk correct is echter “ondernemingengroep” zoals door het CBS gedefinieerd.
Van “buitenlandse” is sprake als de beslissende zeggenschap in een ander land wordt uitgeoefend.
Er zijn twee omstandigheden waarin een rechtspersoon een andere rechtspersoon als dochtermaatschappij moet beschouwen:
• Beschikken over meer dan de helft van de stemrechten (al dan niet met andere stemgerechtigden);
• Als hij als lid of als aandeelhouder meer dan de helft van de bestuurders kan benoemen of ontslaan.
Als er over de dochtermaatschappij feitelijk beleidsbepalende invloed wordt uitgeoefend, dan is er sprake van een groepsmaatschappij; men spreekt dan ook van beslissende zeggenschap. In de Verenigde Staten heet dat een “subsidiary”.

Zie ook: Globalisering onderneming, Ondernemingengroep

Rechtspersoon die in het buitenland is opgericht volgens het daar geldende recht.

Zie: Rechtspersoon

Werknemer in Nederland die niet de Nederlandse nationaliteit heeft.

Toelichting
Uitgezonderd zijn diplomaten en personen in dienst bij internationale organisaties.

Warmte uit de buitenlucht die wordt benut voor verwarming van woningen en utiliteitsgebouwen door gebruik te maken van een warmtepomp.

Toelichting
Een warmtepomp is een apparaat waarmee warmte op een lage temperatuur door toevoer van hulpenergie (vaak elektriciteit) wordt omgezet in warmte bij hoge temperatuur. De werking komt overeen met die van een koelkast. Ook daar wordt warmte van lage temperatuur (in de koelkast) omgezet naar warmte van hoge temperatuur (buiten de koelkast).

Voorzieningen die bestemd zijn voor schoolgaande kinderen van vier tot en met twaalf jaar en die alleen geopend zijn voor en/of na schooltijd en eventueel tussen de middag. Vaak ook op woensdagmiddag en tijdens de schoolvakanties.

Water buiten de gemiddelde hoogwaterlijn.

Toelichting
Bij vrij in zee uitmondende rivieren zonder strekdammen of havenhoofden wordt de grens tussen binnen- en buitenwater gevormd door de denkbeeldige lijn ter hoogte van de hoogwaterlijn langs de kust. Niet tot het buitenwater behoren de delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde die liggen tussen havenhoofden en strekdammen. Binnen- en buitenwater zijn in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw, regelt algemene uitkering uit het Gemeentefonds) anders afgebakend dan in de classificatie bodemgebruik. Het Ijsselmeer wordt in de Fvw als buitenwater aangemerkt en in de statistiek bodemgebruik als binnenwater.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie, Buitenwater (Gf, Fvw)

Water buiten de gemiddelde hoogwaterlijn en het IJsselmeer.

Toelichting
De Financiële verhoudingswet (Fvw) regelt vanaf 1 januari 1997 de algemene uitkering uit het gemeentefonds (Gf). Binnen- en buitenwater zijn in het kader van de Fvw anders afgebakend dan in de classificatie bodemgebruik. Het IJsselmeer wordt in de Fvw als buitenwater aangemerkt en in de statistiek bodemgebruik als binnenwater.

De oppervlakte water op basis van de meest recente topografische kaartbladen van de Basisregistratie Topografie volgens de omschrijving van het buitenwater in de bodemstatistiek aangevuld met het Ijsselmeer, met uitzondering van delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde en het Ijsselmeer die liggen tussen havenhoofden en strekdammen. Bij vrij in zee uitmondende rivieren zonder strekdammen of havenhoofden wordt de grens tussen binnen- en buitenwater gevormd door de denkbeeldige lijn ter hoogte van de hoogwaterlijn langs de kust.

Zie ook: Buitenwater (bodemgebruik)

De levering van brandstof voor de internationale scheepvaart en voor de internationale luchtvaart.

Toelichting
Dit betreft schepen of vliegtuigen die vertrekken uit Nederlandse havens en aankomen in/op buitenlandse (lucht) havens.

Onderdeel van het recht dat de rechten regelt tussen personen (natuurlijke en rechtspersonen) onderling.

Toelichting
In CBS-statistieken hebben de over burgerlijk recht gepubliceerde uitkomsten betrekking op eindvonnissen in dagvaardingsprocedures en eindbeschikkingen in verzoekschriftprocedures.

Zie ook: Dagvaardingsprocedure, Eindbeschikking, Eindvonnis, burgerlijk recht, Natuurlijk persoon, Rechtspersoon, Verzoekschriftprocedure

Rechtspraak op het gebied van het burgerlijk recht.

Zie ook: Burgerlijk recht

Formele positie van een persoon waarbij wordt verwezen naar het huwelijk en het geregistreerd partnerschap.

Toelichting
Per 1 januari 1998 is het geregistreerd partnerschap ingevoerd. Doorgaans worden het geregistreerd partnerschap en het huwelijk op dezelfde wijze behandeld.

Zie ook: Extraneï, Gehuwd, Gescheiden, Gescheiden na partnerschap, Gescheiden na wettig huwelijk, Ongehuwd, Partnerschap, Verweduwd, Verweduwd na partnerschap, Verweduwd na wettig huwelijk, Verweduwing, Wettig gehuwd

Zich opgebrand voelen door het werk. Dit wordt gekenmerkt door gevoelens van vermoeidheid en uitputting.

Toelichting
De klachten worden gemeten aan de hand van vijf uitspraken:
• Ik voel me emotioneel uitgeput door mijn werk.
• Aan het einde van een werkdag voel ik me leeg.
• Ik voel me moe als ik ’s morgens opsta en geconfronteerd word met mijn werk.
• Het vergt heel veel van mij om de hele dag met mensen te werken.
• Ik voel me compleet uitgeput door mijn werk.
De antwoordmogelijkheden hierbij zijn: nooit, enkele keren per jaar, maandelijks, enkele keren per maand, wekelijks, enkele keren per week of elke dag. Als iemand gemiddeld over de vijf uitspraken enkele keren per maand of vaker antwoordt, dan worden deze gevoelens van vermoeidheid en uitputting aangemerkt als burn-outklachten.
'.

Een koolwaterstof bestaande uit vier koolstof- en tien waterstofatomen (C4H10).

Onderdeel van een gemeente, dat op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen is afgebakend.

Toelichting
Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.

De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Zie ook: Wijk