Begrippen

Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. Door overal dezelfde definities te gebruiken, kunnen cijfers beter met elkaar vergeleken worden.

Lijst van begrippen

Het maximaal toegestane ladinggewicht dat met één bepaald vervoermiddel mag worden vervoerd, uitgedrukt in tonnen van 1000 kg.

Meeteenheid voor de vervoerscapaciteit, overeenkomend met de verplaatsing van een ton (1000 kg) laadvermogen over een afstand van één kilometer.

Inkomen onder de lage-inkomensgrens.

Toelichting
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het besteedbaar inkomen van een huishouden (exclusief gebonden overdrachten zoals huursubsidie/huurtoeslag) omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was.

Zie ook: Gestandaardiseerd inkomen, Lage-inkomensgrens

Een onderdeel van een artsenlaboratorium of een klinisch chemisch laboratorium gericht op specifieke tromboseactiviteiten.

De totale hoeveelheid goederen in een vervoermiddel, ingeladen voor commercieel transport naar een (of meerdere) losplaatsen.

Kan betrekking hebben op het brutogewicht of op het bruto-plus gewicht van goederen.

Zie ook: Brutogewicht van goederen, Bruto-plus gewicht (goederenvervoer)

Meeteenheid voor de vervoersprestatie, overeenkomend met de verplaatsing van een ton (1000 kg) lading over een afstand van één kilometer.

De inkomensgrens die het CBS gebruikt voor de afbakening van armoede.

Toelichting
De lage-inkomensgrens betreft een vast bedrag dat voor alle jaren en alle typen huishoudens een gelijke koopkracht vertegenwoordigt. De hoogte ervan is geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande in 1979, toen deze op een hoog niveau lag. In prijzen van 2000 gaat het om een bedrag van 9250 euro.

Zie ook: Armoede, Laag inkomen

Brandweerpersoneel met de rangniveaus Aspirant brandwacht, Brandwacht tot en met Hoofdbrandwacht.

Zie ook: Hoger brandweerpersoneel, Middelbaar brandweerpersoneel

Land waar een emigrant zich na vertrek uit Nederland vestigt.

Het op het moment van uitvoer bekende land waarheen de goederen worden verzonden of waaraan de diensten worden geleverd.

Land, vanwaar de goederen met bestemming Nederland zijn verzonden of waarvandaan de diensten zijn geleverd.

Land waar een immigrant woonde voordat deze zich in Nederland vestigde.

Groep van aangrenzende gemeenten voor informatie over landbouw.

Toelichting
De indeling is in 1991 door de Adviescommissie Landbouwstatistieken vastgesteld; sindsdien zijn er 66 landbouwgebieden.

Zie ook: Groep van landbouwgebieden

Gebied met een omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000 adressen per vierkante kilometer.

Toelichting
In het verdeelstelsel van het provinciefonds zijn stedelijke en landelijke gebieden gedefinieerd op het niveau van rastervierkanten van 500 x 500 meter. Als criterium hierbij geldt de omgevingsadressendichtheid (oad) van het betrokken rastervierkant. Is de oad 1500 of meer adressen per vierkante kilometer, dan behoort dat vierkant tot het stedelijk gebied. Telt de oad minder dan 1000 adressen per vierkante kilometer, dan is er sprake van landelijk gebied.
Jaarlijks berekent het CBS op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor iedere provincie cijfers over het aantal inwoners in landelijke gebieden voor het verdeelstelsel van het provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Zie ook: Buitengebied (Gf, Fvw)

Totale oppervlakte land, inclusief binnenwater smaller dan zes meter.

Toelichting
Het landoppervlak in het Bestand Bodemgebruik wordt berekend aan de hand van de land-watergrenzen uit de topografische kaartbladen van de Topografische Dienst Kadaster. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de interpretatie van luchtfoto’s van één peiljaar.

Deze cijfers kunnen marginaal afwijken van het landoppervlak uit de statistiek van de “Ruimtelijke maatstaven Financiële VerhoudingsWet”. De statistiek van de “Ruimtelijke maatstaven Financiële VerhoudingsWet” is te vinden in het dossier “Nederland regionaal”.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie, Landoppervlak (Fvw)

De totale oppervlakte van het Nederlands grondgebied dat conform de richtlijnen van de Financiële verhoudingswet (Fvw) als land wordt beschouwd.

Toelichting
De Financiële verhoudingswet (Fvw) regelt vanaf 1 januari 1997 de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor berekening van de oppervlakte land en water in de publicatie "Ruimtelijke maatstaven Fvw" wordt gebruik gemaakt van de meest recente gepubliceerde topografische kaartbladen van de Basisregistratie Topografie van het Kadaster. Deze cijfers kunnen marginaal afwijken van de oppervlaktecijfers uit de statistiek van het bodemgebruik. De statistiek van het bodemgebruik is te vinden bij het thema Natuur en Milieu.

Zie ook: Landoppervlak (bodemgebruik)

Regionale groepering van provincies. De indeling in landsdelen vormt niveau 1 van de Europese NUTS-indeling.

Verblijf buiten de eigen woning voor ontspanning of plezier met tenminste vier opeenvolgende overnachtingen.

Toelichting
Ook het logeren bij familie, vrienden of kennissen in het buitenland valt onder het begrip vakantie. Een verblijf bij familie, vrienden of kennissen in Nederland telt echter niet mee, tenzij de bewoners de hele tijd of de meeste dagen afwezig waren.

Het aantal gehele jaren dat is verstreken sinds de geboortedatum van de persoon.

Toelichting
Er worden twee standaardomschrijvingen onderscheiden, nl. de leeftijd op 31 december en de exacte leeftijd.

Het aantal gehele jaren dat op 31 december van het referentiejaar is verstreken sinds de geboortedatum van de persoon.

Toelichting
Te berekenen als referentiejaar min geboortejaar.

In principe kan de leeftijd worden bepaald voor ieder nader te specificeren tijdstip. Dat tijdstip kan bijvoorbeeld zijn 1 januari of 30 juni van een bepaald kalenderjaar. Als standaardbegrip leeftijd wordt gekozen voor 31 december op grond van het feit dat bij een belangrijk deel van de CBS-statistieken (demografie, onderwijs, inkomen) deze datum sinds lang al geldt als eerste voorkeur. Die voorkeur hangt samen met een bijzonder voordeel van de keuze van 31 december als referentiedatum: alleen op 31 december hebben mensen die in hetzelfde jaar geboren zijn ook dezelfde leeftijd (in jaren). Vooral bij de beschrijving van de dynamiek op allerlei onderwerpsterreinen (bevolking, onderwijs, arbeidsmarkt) heeft dit diverse technische voordelen. Omdat om diverse redenen ook andere referentiedata voor leeftijd in gebruik zijn, is het gewenst om ook bij gebruik van deze standaard van leeftijd expliciet te vermelden dat de referentiedatum 31 december is.

Het aantal levendgeboren kinderen dat uit vrouwen in een bepaalde leeftijdsgroep in een bepaald jaar wordt geboren gedeeld door het gemiddeld aantal vrouwen in die leeftijdsgroep in dat jaar.

Een persoon die zich heeft ingeschreven voor een cursus kunstzinnige vorming van meer dan twintig weken.

Onderwijsvorm waarin leerlingen een deel van de week werkzaam zijn in een bedrijf (op basis van een leerovereenkomst) of praktijkleerplaats en één of twee dagen per week naar school gaan.

Toelichting
Het leerlingwezen werd ook wel beroepsbegeleidend onderwijs (bbo) genoemd en is vergelijkbaar met het beroepsonderwijs dat binnen de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB; vanaf 1997/'98) onder de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) valt.

Zie ook: Beroepsbegeleidende leerweg (bbl)

Onderwijs bestemd voor vmbo-leerlingen met achterstanden of gedrags- en motivatieproblemen, die met extra begeleiding wel een diploma kunnen behalen. Hierin kunnen dezelfde vier leerwegen worden gevolgd en dezelfde diploma's worden gehaald als in het normale vmbo-onderwijs: de theoretische leerweg, de gemengde leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg en de basisberoepsgerichte leerweg.

Toelichting
Het lwoo heette tot en met schooljaar 1991/'92 individueel beroepsonderwijs (ibo). Vanaf schooljaar 1992/'93 tot en met schooljaar 1997/'98 heette het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (ivbo).

De theoretische leerweg is te beschouwen als de opvolger van de mavo en geeft toegang tot de middenkaderopleiding, niveau 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo. Het is na diplomering tevens mogelijk door te stromen naar het vierde leerjaar havo.
De gemengde leerweg is te beschouwen als een tussenvorm van de theoretische leerweg en de beroepsgerichte leerwegen, heeft hetzelfde niveau als de theoretische leerweg, maar heeft ook een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg geeft toegang tot de middenkaderopleiding, niveau 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
De kaderberoepsgerichte leerweg is te beschouwen als de opvolger van de hoogste niveaus van het vbo en is de minimale vooropleiding voor de vakopleiding en de middenkaderopleiding, resp. op niveau 3 en 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
De basisberoepsgerichte leerweg is te beschouwen als de opvolger van de laagste niveaus van het vbo en is bedoeld als vooropleiding voor de basisberoepsopleiding, niveau 2 van de kwalificatiestructuur van het mbo.

Een heffing op de levering van leidingwater via een aansluiting aan een afnemer.

Toelichting
Per 1 januari 2000 is de Waterbelasting ingevoerd (Stb 1999-579).
De belasting is gebaseerd op de Wet belastingen op milieugrondslag en wordt geheven op de hoeveelheid leidingwater, al dan niet van drinkwaterkwaliteit, die een waterleidingbedrijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden ter beschikking stelt. Bij invoering bedroeg het tarief 12,93 euroct per m3 leidingwater, voor een verbruik van maximaal 300 m3 per jaar. Per 1 januari 2001 bedroeg het tarief 13,16 euroct per m3 .

Maart tot en met mei.

Deel van het verbintenissenrecht, dat regelt hoe moet worden omgegaan met lichamelijk en geestelijk (immaterieel) letsel dat een mens ondervindt als hij of zij bij een ongeluk betrokken is of anderszins door schuld van derden letsel ondervindt.

Toelichting
Dit recht is een onderdeel van het vermogensrecht binnen het burgerlijk recht. Het regelt bijvoorbeeld verkeersongevallen, bedrijfsongevallen, een ongeval tijdens het sporten, tijdens het klussen in of rondom het huis of de gevolgen van een medische fout. Ook in geval van mishandeling kan er sprake zijn van letselschade.

Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.

Toelichting
Een levendgeborene wordt door het CBS geteld als het kind is geregistreerd als inwoner van een Nederlandse gemeente.

Medische beslissing over levensbeëindiging-handelwijze waarbij de arts heeft aangegeven dat: - het overlijden van de patiënt het gevolg is geweest van het gebruik van een middel dat door hem/haar of door een collega is voorgeschreven, verstrekt of toegediend met het uitdrukkelijke doel het levenseinde te bespoedigen, én - tevens is aangegeven dat deze beslissing niet is genomen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.

Het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting nog zal leven, berekend uit een overlevingstafel.

Zie ook: Overlevingstafel

Het aantal te verwachten levensjaren bij de geboorte, berekend uit een overlevingstafel.

Zie ook: Overlevingstafel

Een overeenkomst tussen een verzekeraar en een verzekeringsnemer. De verzekeraar verplicht zich tot het doen van geldelijke uitkeringen, periodiek of ineens, op een bepaalde datum of bij het bereiken van een bepaalde leeftijd of bij overlijden. De verzekeringsnemer verplicht zich tot het betalen van premie.

Arts die het lichaam van een overledene geneeskundig onderzoekt om de oorzaak van de dood vast te stellen.

De vaart volgens een dienstregeling langs een vaste route, met openbare aanbieding van de vervoercapaciteit (c.q. lijndiensten).

Brede geldhoeveelheid die bestaat uit chartaal en giraal geld, deposito’s en substituten van deposito’s.

Toelichting
Deposito’s met een looptijd tot en met twee jaar en met een opzegtermijn tot en met drie maanden. Substituten van deposito’s zijn aandelen/participaties in geldmarktfondsen, schuldbewijzen met een looptijd tot en met twee jaar en repo’s.

Liquefied natural gas: aardgas in vloeibare vorm.

Toelichting
Het gas wordt vloeibaar gemaakt door koeling tot circa min 160 graden Celsius. Zo is het gemakkelijker te vervoeren over lange afstanden in schepen.

Een deel van een kind-of-activity unit dat zijn activiteiten op of vanuit één plaats uitvoert.

Zie: Kind-of-activity unit

Een ruimte, zowel overdekt als in de open lucht, die bestemd, ingericht en tegen betaling in gebruik is voor overnachten door gasten.

Toelichting
Een accommodatie kan meerdere logiesvormen aanbieden. Als logiesaccommodatie worden aangemerkt: hotels en pensions, jeugdaccommodaties (jeugdhotels en jeugdherbergen), groepsaccommodaties, huisjescomplexen, kampeerterreinen en mengvormen van deze accommodaties.

Aantal potentiële lokale klanten van de woonkernen in een gemeente zoals die afgebakend zijn in de Financiële verhoudingswet.

Toelichting
Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern is gedefinieerd als het aantal klanten dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van twintig kilometer. Verondersteld is dat de lokale aantrekkingskracht van een kern recht evenredig toeneemt met het aantal inwoners en recht evenredig afneemt met het kwadraat van de afstand tot die kern. De som van het aantal potentiële lokale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari.


Het regionaal klantenpotentieel wordt berekend in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw).

Een (deel van een) vestiging die tot één bedrijfseenheid behoort.

Toelichting
Deze eenheid heeft met de bedrijfseenheid de typering naar activiteit gemeen, waardoor de beoogde samenhang tussen deze twee eenheden bereikt wordt.
Binnen een vestiging die tot één bedrijfseenheid behoort, kan nooit sprake zijn van twee lokale bedrijfseenheden. Een vestiging wordt alleen gesplitst wanneer deze (delen van) meerdere bedrijfseenheden omvat.

Zie ook: Vestiging (economische statistiek)

Opbrengst van de door decentrale overheden geheven belastingen en retributies.

De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. Definitie volgens de Nationale rekeningen (NR).

Toelichting
Naast het periodieke, direct aan werknemers betaalde loon bevatten de lonen en salarissen ook aanvullingen hierop (zoals gratificaties, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel en voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De loonbetaling over uren die een werknemer wegens ziekteverzuim niet werkt wordt overgeheveld naar de 'sociale premies ten laste van werkgevers'.

Zie ook: Loonkosten

Alle betalingen in geld of natura aan werknemers met uitzondering van het loon bij ziekte, de ontslagvergoedingen en de tegemoetkomingen in de ziektekosten.

De waarde van alle goederen en diensten die door de werkgever aan werknemers worden verstrekt.

Toelichting
Voorbeelden van loon in natura zijn: waarde privégebruik auto van de zaak, voordelig reizen met het openbaar vervoer, laagrentende leningen, maaltijdvergoedingen met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter, optieregelingen en kerstpakketten.

Loon dat voor verlofuren, uren van feestdagen, partnerverlof, bij bevallingen en kort verzuim wordt betaald.

Loon voor de uren die boven de voor de werknemer geldende arbeidsduur werkelijk zijn gewerkt en volledig zijn uitbetaald.

Subsidie op de totale loonsom of het aantal werknemers, dan wel op het in dienst hebben van bepaalde categorieën personen, zoals lichamelijk gehandicapten of langdurig werklozen. Ook subsidies op de kosten van opleidingsprogramma's die door ondernemingen worden georganiseerd behoren hiertoe.

Regeling die een werkgever de mogelijkheid biedt een ontheffing te krijgen van de verplichting om het wettelijk minimumloon of het normale CAO-loon te betalen aan werknemers die ten gevolge van ziekte of gebreken duidelijk minder presteren.

Toelichting
Deze mogelijkheid is te vinden in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

Wijzigingen van het loon als gevolg van bijvoorbeeld extra periodieken, toeslagen voor bijzondere prestaties, schaarste op de arbeidsmarkt en dergelijke.

Toelichting
Doordat de loonontwikkeling van werknemers zonder CAO of andere collectieve arbeidsvoorwaardenregelingen niet in de index CAO-lonen is verdisconteerd, terwijl die loonontwikkeling wel in de verdiende lonen tot uitdrukking komt, omvat loondrift ook het effect van een afwijkende loonontwikkeling van werknemers zonder CAO.

Loondrift wordt tegenwoordig niet meer apart getoond maar is onderdeel van de term “overige effecten"; zie Incidentele loonontwikkeling.

De inkomstenbelasting en de premies voor de volksverzekeringen.

Toelichting
De volksverzekeringen betreffen:
- algemene kinderbijslagwet (AKW, tot 1.1.1989);
- algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW, tot 1.7.1998);
- algemene ouderdomswet (AOW)
- algemene weduwen en wezenwet (AWW, tot 1.7.1996)
- algemene nieuwe nabestaandenwet (Anw);
- algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ).

De werkgeverslasten die direct samenhangen met het inzetten van individuele werknemers in het productieproces. Ze bestaan uit twee hoofdcomponenten: lonen en salarissen enerzijds en de sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds.

Toelichting
De loonkosten bestaan uit de volgende elementen: lonen en salarissen (inclusief de ingehouden loonbelasting en sociale premies), bijzondere beloningen (zoals vakantietoeslag), loon in natura, onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals kosten woon-werkverkeer) en sociale premies ten laste van de werkgever (betalingen en afdrachten in het kader van de wettelijke en contractuele sociale zekerheid, zoals pensioenbijdrage).

Zie ook: Lonen en salarissen (NR), Sociale premies ten laste van werkgevers

Tegemoetkoming van de overheid in de loonkosten van een bedrijf, gebaseerd op de Wet terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume (TAV).

Toelichting
In feite bestaan er twee onderdelen en wel een subsidie in de directe loonkosten en een subsidie voor kosten in verband met training en begeleiding van de arbeidsongeschikte werkzoekenden.
Voorwaarden:
- de arbeidsongeschikte werkzoekende wordt te werk gesteld door bemiddeling van het ABP of de GMD.
- de werkgever sluit een privaat- of publiekrechtelijke arbeidsovereenkomst met de arbeidsongeschikte werkzoekende.
- het uurloon is tenminste gelijk aan het wettelijke minimumloon.
- ter zake van dezelfde dienstbetrekking bestaat geen recht op de vrijstelling voor het werkgeversgedeelte van de premie werknemersverzekeringen.

Een beperking van de stijging van de contractlonen. Het hoofddoel is het gebruik van de resterende ‘loonruimte’ voor het creëren van nieuwe banen of voor het beperken van afname van de werkgelegenheid.

De beloning van werknemers in verhouding tot het (bruto) binnenlands product.

Het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.

Toelichting
Bestaat uit het periodieke, direct aan werknemers betaalde loon (incl. gratificatie, overwerkgeld, fooien, provisie, loon in natura, vakantiegeld, reiskostenvergoeding) plus de sociale premies ten laste van werkgevers.

Al dan niet opzettelijke brandmelding of hulpverleningsmelding bij de brandweer, waarbij naderhand geen sprake blijkt van brand of benodigde hulpverlening.

Zie ook: Brandmelding, Brandweer, Hulpverlening (brandweer)

Rekening die betrekking heeft op de inkomensvorming, de inkomensverdeling, de inkomensherverdeling of de inkomensbesteding. Met behulp van deze rekeningen kunnen de besparingen worden berekend.

Het deel van de betalingsbalans, waarop de transacties in het zogenaamde lopende verkeer met het buitenland zijn verantwoord, dat wil zeggen het goederen- en dienstenverkeer benevens de inkomenstransacties. Tot de laatste behoren behalve de primaire inkomens (kapitaalopbrengsten, arbeidsloon, enz.) ook de overgedragen inkomens (ontwikkelingshulp met een consumptieve bestemming, transacties met de EU in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, uitkeringen sociale fondsen e.d.).

Zie ook: Saldo lopende transacties met het buitenland

Liquefied petroleum gas: lichte, eenvoudige koolwaterstoffen verkregen uit raffinage van aardolie.

Toelichting
Dit zijn propaan en butaan of mengsels hiervan en ethaan. Bij kamertemperatuur en normale luchtdruk is lpg gasvormig. Het wordt vloeibaar gemaakt voor opslag en transport. De motorbrandstof autogas, aan de benzinepomp bekend als lpg, valt ook in deze groep.

Het lyceum is een school voor voortgezet onderwijs waar leerlingen het atheneum of het gymnasium kunnen volgen.

Toelichting
Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) kent twee onderwijssoorten: het gymnasium en het atheneum. Op het gymnasium zijn Grieks en Latijn in de onderbouw verplichte vakken. In de bovenbouw moeten de leerlingen minimaal één van deze klassieke talen volgen. Op het atheneum zijn Grieks en Latijn geen verplichte vakken, maar kunnen ze als keuzevak worden gevolgd

Zie ook: Atheneum, Gymnasium, Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)