Begrippen

Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. Door overal dezelfde definities te gebruiken, kunnen cijfers beter met elkaar vergeleken worden.

Lijst van begrippen

Staat waarin de rechter een juridische eenheid die heeft opgehouden te betalen kan verklaren. Het vermogen en de inkomsten van die juridische eenheid (de schuldenaar) worden dan ingenomen om de schulden af te lossen.

Toelichting
Het faillissement kan worden uitgesproken op verzoek van een schuldeiser, de schuldenaar zelf of het Openbaar Ministerie. Nadat de inkomsten en het vermogen aan schuldeisers zijn uitgekeerd wordt het faillissement beëindigd maar is de schuldenaar vaak niet schuldenvrij. Restschulden blijven namelijk opeisbaar. Het failliet verklaren van een juridische eenheid op verzoek van een schuldeiser kan overigens alleen geschieden indien er ook sprake is van een schuld aan een andere schuldeiser.

Zie ook: Juridische eenheid, Openbaar Ministerie (OM)

Geweldsmisdrijf, omschreven in art. 246 Wetboek van Strafrecht.

Het door gebruik opmaken van energie waarna geen nuttig bruikbare energiedrager overblijft.

Finaal verbruik van energie als bron van kracht of warmte.

De waarde van de geproduceerde eindproducten.

Toelichting
Het totaal van de finale bestedingen wordt onderverdeeld naar uitvoer, consumptieve bestedingen en investeringen. De finale bestedingen vormen samen met het intermediair verbruik de totale bestedingen aan goederen en diensten.

Alle aankopen van nieuwe of tweedehands materiële vaste activa, die in het verslagjaar bedrijfsklaar ter beschikking kwamen en langer dan een jaar worden gebruikt en verkregen zijn door financial lease contracten.

Toelichting
Bij financial lease (en huurkoop) gaat het om een in principe onopzegbare overeenkomst tot financiering van een materieel vast actief gedurende een periode (nagenoeg) gelijk aan de economische levensduur van dat materieel vast actief, gedurende welke periode de aankoopsom van het vast actief vermeerderd met kosten en winst in termijnen wordt terugbetaald. De kredietnemer (lessee) wordt economisch eigenaar van het geleasde.

Situatie waarbij het persoonlijke inkomen uit arbeid of eigen onderneming alsmede uit sociale verzekeringen hoger is dan de door het CBS gehanteerde lage-inkomensgrens voor een eenpersoonshuishouden.

Toelichting
Het begrip ‘financiële onafhankelijkheid’ vertolkt het ‘kunnen rondkomen van een eigen inkomen’. Niet alleen inkomen uit arbeid en eigen onderneming, maar ook overdrachten van sociale verzekeringen (gebaseerd op eigen vroegere arbeid) dragen bij tot financiële onafhankelijkheid. Inkomen in de vorm van uitkeringen op grond van sociale voorzieningen (bijstandsuitkering e.d.) wordt niet beschouwd als bijdragend aan financiële onafhankelijkheid. De grens tussen wel of niet financieel onafhankelijk zijn, is gelegd bij de lage-inkomensgrens die het CBS in armoederapportages hanteert. De lage-inkomensgrens vertegenwoordigt een door de jaren heen vast koopkrachtbedrag.

De financiële baten minus de financiële lasten.

Zie ook: Financiële baten, Financiële lasten

De rentebaten, de winst uit deelnemingen, ontvangen dividenden, winst op beleggingen en overige financiële baten.

Zie ook: Financieel resultaat

Onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit financiële intermediatie en waarvan de aandelen of certificaten van aandelen zijn opgenomen in de officiële notering van de Amsterdamse effectenbeurs (Euronext).

Zie ook: Financiële intermediatie

Het voor eigen rekening bemiddelen tussen partijen die voor kortere of langere tijd financiële middelen ter beschikking hebben en partijen die behoefte hebben aan extra financiële middelen.

Zie ook: Financiële beurs-NV, Sector financiële instellingen

De rentelasten, het verlies op deelnemingen, de kosten van leningen, en het verlies op beleggingen.

Zie ook: Financieel resultaat

Gedetailleerd overzicht van de veranderingen in de financiële verhoudingen van een sector met de overige sectoren en met het buitenland. Zij vormt daarmee een logisch verlengstuk van de lopende en kapitaaltransacties in het rekeningenstelsel.

Toelichting
De financiële verhouding van een sector ten opzichte van de andere sectoren en het buitenland kan worden ontleed in vorderingen en in schulden met daarbinnen een verscheidenheid aan financiële titels. Veranderingen daarin worden aangeduid als financiële transacties. Het saldo van deze rekening is de verandering in financieel vermogen. In principe is dit saldo gelijk aan het vorderingensaldo. Omdat er om meerdere redenen niet is voldaan aan de budgetidentiteit van het stelsel verschillen beide saldi.
Met behulp van deze rekening is te zien op welke wijze in een eventueel financieringstekort is voorzien.

Veranderingen in diverse typen vorderingen op en schulden aan andere sectoren en het buitenland. In het algemeen worden veranderingen in vorderingen respectievelijk schulden gemeten als het verschil tussen de verstrekte respectievelijk aangetrokken financiële middelen en de aflossingen. De waarde van de transacties in effecten, zoals aandelen en obligaties, wordt evenwel bepaald als aankoopsaldo (aan de vorderingenkant) en verkoopsaldo (aan de schuldenkant). Herwaarderingen, bijvoorbeeld als gevolg van koersveranderingen, zijn niet begrepen in de financiële transacties.

Toelichting
Financiële transacties kunnen twee oorzaken hebben:
- een financiële transactie is het gevolg van een lopende of kapitaaltransactie. Beide transacties worden gelijktijdig geregistreerd tegen dezelfde waarde.
- een financiële transactie is het gevolg van een andere financiële transactie. Ook hierbij worden de beide transacties gelijktijdig geregistreerd tegen dezelfde waarde.
Bij de groepering van de financiële transacties is getracht een tweetal invalshoeken zoveel mogelijk te verenigen:
- de aard en vorm van de betrokken transacties. Hiermee ontstaat een beeld van de ontwikkelingen van een aantal deelmarkten van de geld- en kapitaalmarkt.
- de looptijd en eventuele overdraagbaarheid van vorderingen en schulden. Dit is van belang bij de beoordeling van de liquiditeit en solvabiliteit per sector.

Vaste activa die betrekking hebben op financiële kapitaalgoederen zoals deelnemingen in andere ondernemingen, beleggingen in vastgoed of effecten, hypotheken, leningen op schuldbekentenis, bancaire kredietverlening, en zaken als vorderingen die op lange termijn aan derden (anders dan uit hoofde van een kapitaaldeelneming) ter beschikking zijn gesteld.

Een instelling die de volgende activiteiten verricht: - verstrekken van kredieten onder meer door geldleningen, krediet bij huurkoop- en afbetalingstransacties, doorlopend geld- en goederenkrediet (via creditcards) en het daartoe opnemen van onderhandse leningen; - verstrekken van kortlopende leningen tegen afgifte van roerende goederen als onderpand; - factoring. De instelling onderscheidt zich van een bank doordat zij geen kortlopende passiva zoals deposito’s aantrekt.

Toelichting
Financieringsmaatschappijen verzorgen verschillende vormen van krediet. In het geval van consumentenkrediet geldt het volgende. Elke instelling die op grond van de Wet op het Consumentenkrediet een vergunning heeft tot het verstrekken van consumptief krediet en die zelf geen bank is, is een financieringsmaatschappij. De volgende subgroepen worden onderscheiden:
- Financieringsmaatschappijen zijnde een bankdochter;
- Financieringsmaatschappijen die verbonden zijn aan een autodealer of autofabrikant;
- Overige financieringsmaatschappijen, zijnde financieringsinstellingen die gekoppeld zijn aan een verzekeringsbedrijf of instellingen die voor eigen rekening en risico kredieten afsluiten. In deze groep vallen ook de maatschappijen die zich bezighouden met het verstrekken van krediet door middel van klantenkaarten, private label cards en winkelpassen.

Verdachte van een misdrijf tegen wie voor het eerst een proces-verbaal van aanhouding is opgemaakt.

Zie ook: Meerpleger, Pleegcarrière, Veelpleger, Verdachte

Een baan van een werknemer waarbij sprake is van een arbeidsovereenkomst waarin de afspraak over de arbeidsduur gewoonlijk varieert tussen een overeengekomen minimum en maximum aantal uren per week.

Toelichting
Tot de werknemers met een flexibele baan worden gerekend uitzendkrachten, oproepkrachten en overige contracten waarin de arbeidsduur gewoonlijk varieert tussen een minimum en een maximum aantal uren per week.

Zie ook: Reguliere baan

Een flexibele baan waarbij op een bepaald peilmoment/-periode het aantal overeengekomen te werken uren lager is dan het aantal uren dat behoort bij een volledige dag- en weektaak.

Toelichting
Tot de werknemers met een flexibele baan worden gerekend uitzendkrachten, oproepkrachten en overige contracten waarin de arbeidsduur gewoonlijk varieert tussen een minimum en een maximum aantal uren per week.

Zie ook: Flexibele baan

Een flexibele baan waarbij op een bepaald peilmoment/-periode het aantal overeengekomen te werken uren behoort bij een volledige dag- en weektaak.

Toelichting
Tot de werknemers met een flexibele baan worden gerekend uitzendkrachten, oproepkrachten en overige contracten waarin de arbeidsduur gewoonlijk varieert tussen een minimum en een maximum aantal uren per week.

Zie ook: Flexibele baan

Beëindiging van een huwelijk door het omzetten van het huwelijk in een geregistreerd partnerschap gevolgd door ontbinding van dat partnerschap.

Zie ook: Echtscheidingsprocedure, Ontbinding geregistreerd partnerschap

Overheidstaken.

Toelichting
De overheidstaken kunnen met behulp van verschillende classificaties worden gerubriceerd. Veel gebruikte classificaties zijn de functionele indeling in de Comptabiliteitsvoorschriften, de internationaal gehanteerde COFOG-indeling en de BNL-indeling.

Kubieke meters, liters, kilogrammen, kilowatturen of veelvouden daarvan voor het meten van hoeveelheden energiedragers.

Toelichting
Behalve in fysieke eenheden worden hoeveelheden energiedragers ook vaak gemeten in warmte-eenheden of joules.

Zie ook: Joule