Begrippen

Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. Door overal dezelfde definities te gebruiken, kunnen cijfers beter met elkaar vergeleken worden.

Lijst van begrippen

Volume-indicator op maandbasis van economische variabelen die ook onderdeel uitmaken van de Kwartaalrekeningen.

Het maandelijks betaalde brutoloon vóór aftrek van werknemerspremies voor pensioen en vut.

Samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid waarin twee of meer partners, maten genoemd, een bedrijf voeren. Er is geen van het privévermogen afgescheiden zakelijk vermogen (“afgescheiden vermogen”). Over de bevoegdheden van elke maat zijn afspraken gemaakt, doorgaans in een maatschapscontract. Een daartoe bevoegde maat kan namens het samenwerkingsverband overeenkomsten afsluiten, waarna alle maten voor gelijke delen aansprakelijk zijn.

Toelichting
De maten zijn doorgaans natuurlijke personen, maar kunnen ook niet-natuurlijke personen zijn.
Een onbevoegd handelende maat bindt alleen zichzelf; de andere maten zijn daarvoor niet aansprakelijk. Schuldeisers van de maatschap hebben geen voorrang op privéschuldeisers.

Zie ook: Juridische eenheid, Natuurlijk persoon, Niet-natuurlijke persoon, Samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid

Een vaarweg die is ingericht voor het verkeer met zeeschepen, maar die niet tot de open zee kan worden gerekend.

Toelichting
Deze vaarwegen worden ook door binnenvaartschepen gebruikt.

De onderdelen van publiekrechtelijke lichamen die de voortgebrachte goederen of diensten in hoofdzaak verkopen tegen marktprijzen aan bijvoorbeeld andere overheden, huishoudens, ondernemingen of buitenland.

De prijs die de afnemer betaalt voor het gekochte product.

Toelichting
Het begrip marktprijzen worden vooral gebruikt bij de waardering van de toegevoegde waarde en het binnenlands product.

Zie ook: Basisprijs

De bedrijven in alle bedrijfstakken behalve overheid, gezondheids- en welzijnszorg, verhuur van en handel in onroerend goed en delfstoffenwinning.

Diploma van een wettelijk erkende masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo) na invoering van het bachelor-masterstelsel.

Toelichting
Met ingang van het studiejaar 2002/’03 is in het hoger onderwijs het bachelor-masterstelsel ingevoerd. Als gevolg daarvan zijn de meeste reguliere hbo-opleidingen omgezet in bacheloropleidingen van 4 jaar. Bij een beperkt aantal studies is daar een masteropleiding aan toegevoegd. Bij de invoering van het bachelor-masterstelsel zijn de wetenschappelijke opleidingen van meet af aan opgedeeld in een bacheloropleiding van 3 jaar en één of meer daarop aansluitende masteropleidingen van 1, 2 of 3 jaar. Zowel de bachelor- als masteropleiding worden afgesloten met een diploma.

De wettelijk erkende opleidingen voor een bachelor- of masterdiploma zijn opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).

In de Onderwijsstatistieken van het CBS zijn de geslaagden van een masteropleiding geneeskunde, diergeneeskunde, tandheelkunde, farmacie of accountancy en de geslaagden van alle universitaire masteropleidingen voor leraar niet bij de master- maar bij de beroepsdiploma’s geteld. Daardoor werd een trendbreuk bij het aantal geslaagden voor een beroepsdiploma voorkomen.

Zie ook: Bachelordiploma, Beroepsdiploma, Diploma vervolgopleiding hbo, Doctoraaldiploma

Het door het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vastgestelde percentage, dat aangeeft in hoeverre de persoon niet in staat is hetzelfde te verdienen als een vergelijkbaar gezond persoon.

Toelichting
Het percentage wordt bepaald aan de hand van zowel een verzekeringsgeneeskundig, als een arbeidskundigonderzoek bij het UWV.

Vaste activa die betrekking hebben op tastbare kapitaalgoederen.

Toelichting
Voorbeelden van materiële vaste activa zijn: grond, woningen en bedrijfsgebouwen, weg- en waterbouwkundige werken, vervoermiddelen, machines, installaties en apparatuur, in cultuur gebrachte flora en fauna (bomen, vee).

Medische beslissing rond het levenseinde.

Toelichting
Indien er sprake is van meerdere handelwijzen, dan wordt een sterfgeval getypeerd aan de hand van de meest ingrijpende handelwijze.

Situatie waarbij minderjarige kinderen delen in de naturalisatie van de ouder(s). Minderjarigen van twaalf jaar en ouder hebben daarbij inspraak. Wil het kind niet worden genaturaliseerd, dan zal dat ook niet gebeuren.

Natuurlijk meer of waterplas met zo nodig op diepte gebrachte of betonde vaargeulen.

Toelichting
Op meren en plassen zijn de vaarwegen bepaald door de daarop uitmondende andere vaarwegen zo logisch mogelijk met elkaar te verbinden. Daarbij is rekening gehouden met de eventuele aanwezigheid van op diepte gebrachte of betonde vaargeulen. Voor het IJsselmeer resulteert dit in een complex netwerk van vaarwegen.

Zie ook: Vaarwegkarakter

Achttien jaar of ouder. Vóór 1986: 21 jaar of ouder.

Verdachte natuurlijke persoon die ten tijde van het plegen van het delict 18 jaar of ouder was.

Zie ook: Natuurlijk persoon, Strafbaar feit, Verdachte

Elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.

Twee of meer kinderen die uit dezelfde zwangerschap zijn geboren.

Particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.

Particulier huishouden bestaande uit één of twee ouders met ten minste één thuiswonend kind (en mogelijk ook overige leden).

Zie ook: Samenstelling huishouden, Thuiswonend kind

Particulier huishouden bestaande uit een huishouden zonder thuiswonende kinderen, maar met mogelijk overige leden van het huishouden.

Zie ook: Samenstelling huishouden, Thuiswonend kind

Minderjarige verdachte van misdrijven tegen wie, in zijn of haar totale criminele carrière, 2 tot en met 5 processen-verbaal van aanhouding zijn opgemaakt, of meerderjarige verdachte van misdrijven tegen wie 2 tot en met 10 processen-verbaal van aanhouding zijn opgemaakt.

Zie ook: First offender, Meerderjarige verdachte, Minderjarige verdachte, Pleegcarrière, Proces-verbaal, Veelpleger

Verdachte die in het peiljaar misdrijven heeft gepleegd die tot meer dan twee verschillende categorieën horen.

Zie ook: Enkelsoortige verdachte, Misdrijf, Pleegprofiel, Tweesoortige verdachte, Verdachte

Rechterlijk college bestaande uit drie rechters, dat ingewikkelde of belangrijke economische strafzaken behandelt.

Zie ook: Economische politierechter, Wet op de economische delicten (WED)

Bevalling van twee of meer kinderen (meerling) uit dezelfde zwangerschap.

Toelichting
Een bevalling waarbij één kind wordt geboren, wordt enkelvoudige geboorte genoemd.

Rechterlijk college bestaande uit drie rechters, dat zware of ingewikkelde strafzaken behandelt.

Zie ook: Strafrecht

Een persoon die arbeid verricht, niet op basis van een expliciete arbeidsovereenkomst, in het bedrijf of de praktijk van de partner of de ouders.

Zie ook: Zelfstandige

Voortschrijdend jaargemiddelde van de meldingsfrequentie van het ziekteverzuim bij de rijksoverheid als indicatie voor de ontwikkeling op langere termijn.

Toelichting
Voortschrijdende jaargemiddelden worden elk kwartaal opnieuw berekend door aan de verslagperiode een nieuw kwartaal toe te voegen en het oudste kwartaal weg te laten. Hierdoor worden de seizoensinvloeden grotendeels uitgeschakeld. De lengte van de verslagperiode is van invloed op de hoogte van de meldingsfrequentie, waardoor de kwartaal- en jaarcijfers niet direct vergelijkbaar zijn. Het voortschrijdend jaargemiddelde van de meldingsfrequentie is aangegeven bij het laatste kwartaal in de periode.

De verhouding tussen het aantal verzuimgevallen en het aantal personeelsleden.

Toelichting
De meldingsfrequentie wordt omgerekend naar jaarbasis. Kwartaalcijfers worden dus gecorrigeerd voor de lengte van de periode.

Het aantal in de observatieperiode aangevangen verzuimgevallen bij de rijksoverheid gedeeld door het aantal personeelsleden. De lengte van de verslagperiode is van invloed op de hoogte van de meldingsfrequentie, waardoor de kwartaal- en jaarcijfers niet direct vergelijkbaar zijn.

Microkopieën op celluloid van in het depot bewaarde archiefstukken, gemaakt ter voorkoming van slijtage aan het oorspronkelijk archiefmateriaal.

Hiertoe behoren de beroepsopleidingen volgens de kwalificatiestructuur van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, die door ROC's, AOC's en vakscholen worden aangeboden. Tevens behoren hiertoe de vergelijkbare oudere opleidingen.

Toelichting
Het mbo is in zijn huidige vorm in de plaats gekomen van de vroegere korte en lange mbo-opleidingen (nu beroepsopleidende leerweg of bol) en het vroegere leerlingwezen (nu beroepsbegeleidende leerweg of bbl). Deze opleidingen zijn op 1 augustus 1997 gestart na het van kracht worden van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Het nieuwe mbo leidt op tot kwalificaties op vier niveaus.
Mbo niveau 1 (assistent) lijkt qua inhoud op de meest eenvoudige opleidingen van het vroegere leerlingwezen. Voor de assistentopleiding gelden geen toelatingseisen. Ze kan worden gevolgd door leerlingen van het vmbo die niet in staat zijn de normale basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo te volgen.
Mbo niveaus 2-4 (basisberoepsbeoefenaar, zelfstandig beroepsbeoefenaar, middenkaderfunctionaris/specialist) komen overeen met de hoger gekwalificeerde opleidingen van het vroegere leerlingwezen en de vroegere korte en lange mbo-opleidingen.
Mbo-opleidingen kunnen op alle niveaus worden gevolgd via de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl).

Vanaf het schooljaar 2008/’09 kunnen vmbo-leerlingen in het kader van de experimentele ‘Leergang vmbo-mbo2’ in één leergang op dezelfde locatie de 2 hoogste leerjaren van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo combineren met 2 jaren voltijd mbo op niveau 2. Op deze manier wordt bevorderd dat meer leerlingen het onderwijs met een startkwalificatie op mbo 2 niveau verlaten.

Brandweerpersoneel met de rangniveaus Aspirant Onderofficier, Onderbrandmeester en Brandmeester.

Zie ook: Hoger brandweerpersoneel, Lager brandweerpersoneel

Drugsmisdrijven, omschreven in artikel 2 Opiumwet. In de middelenlijst I, die behoort bij de Opiumwet, staan alle harddrugs vermeld, waarvan het verboden is om ze (over de grens) te vervoeren, te verhandelen, in bezit te hebben of te vervaardigen.

Zie ook: Middelenlijst II, Opiumwet

Drugsmisdrijven, omschreven in artikel 3 Opiumwet. In de middelenlijst II, die behoort bij de Opiumwet, staan alle softdrugs vermeld, waarvan het verboden is om ze (over de grens) te vervoeren, te verhandelen, in bezit te hebben of te vervaardigen.

Zie ook: Middelenlijst I, Opiumwet

Verhuizing van personen naar een ander woonadres in binnen- of buitenland.

Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf.

Toelichting
Een persoon met een eerste generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het land waar hij of zij is geboren.

Een persoon met een tweede generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het geboorteland van de moeder, tenzij dat ook Nederland is. In dat geval is de migratieachtergrond bepaald door het geboorteland van de vader.

Bij personen met en tweede generatie migratieachtergrond is er ook een onderscheid tussen personen met één of twee in het buitenland geboren ouders.

Zie ook: Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond, Persoon met een migratieachtergrond., Persoon met een Nederlandse achtergrond, Persoon met een niet-westerse migratieachtergrond, Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond, Persoon met een westerse migratieachtergrond

Reden waarom een persoon naar een ander land verhuist.

Toelichting
Bijvoorbeeld arbeid of gezinshereniging.

Het aantal personen dat zich in Nederland vestigt min het aantal inwoners dat Nederland verlaat om zich buiten Nederland te vestigen.

Het aantal gevestigde personen uit het buitenland min het aantal vertrokken personen naar het buitenland, inclusief het saldo van de administratieve correcties.

Toelichting
Aangezien het saldo administratieve correcties op nationaal niveau wordt gezien als niet gemelde emigratie, is het migratiesaldo inclusief het saldo administratieve correcties dus het saldo van de (gemelde én niet-gemelde) buitenlandse migratie.

Heffing of belasting die direct verband houdt met milieubelastende activiteiten.

Strafbaar feit, omschreven in milieuwetten die zijn genoemd in artikel 1A van de Wet op de economische Delicten (WED).

Toelichting
De meeste strafbepalingen uit de afzonderlijke milieuwetten zijn in 1994 overgebracht naar de WED. Daardoor worden de desbetreffende milieudelicten sindsdien aangemerkt als economische delicten. Voorbeelden van milieuwetten die in de WED worden genoemd zijn: de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Destructiewet, de Flora- en Faunawet, de Grondwaterwet, de Kernenergiewet, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet milieugevaarlijke stoffen, en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Zie ook: Strafbaar feit, Wet op de economische delicten (WED)

Investeringen in materiële vaste activa die gedaan worden met het primaire motief om bescherming, herstel of verbetering van het milieu te bewerkstelligen en die zichzelf niet binnen drie jaar terugverdienen.

Toelichting
Voor het bepalen van de milieu-investeringen vraagt het CBS naar de uitgaven voor milieuvoorzieningen die in de verslagperiode gebruiksklaar ter beschikking zijn gekomen. Tot en met 1998 werden alleen de niet rendabele milieuvoorzieningen waargenomen. Vanaf 1999 wordt ook een deel van de rendabele milieuvoorzieningen meegenomen. Uitgesloten blijven echter de zeer rendabele milieuvoorzieningen. Dat zijn de milieu-investeringen die zichzelf binnen drie jaar terugverdienen.

Onderscheiden worden toegevoegde en procesgeïntegreerde milieuvoorzieningen . Toegevoegde milieuvoorzieningen beïnvloeden productieprocessen of installaties niet of nauwelijks. Het gaat gewoonlijk om 'end-of-pipe'-maatregelen. De gehele aanschafwaarde van de voorziening telt mee als milieu-investering.

Procesgeïntegreerde voorzieningen beïnvloeden de productieprocessen of installaties wel. Het gaat gewoonlijk om preventieve maatregelen. Voor de milieu-investeringen telt alleen mee het verschil in aanschafwaarde met het beschikbare goedkopere alternatief waarvoor gekozen zou zijn als milieuoverwegingen geen rol spelen.

Alle jaarlijkse kosten van activiteiten die bescherming, herstel of verbetering van het milieu beogen.

Toelichting
Milieukosten zijn te verdelen in eigen kosten en betaalde overdrachten. De eigen kosten bestaan uit de berekende kapitaalslasten (rente en afschrijvingen van milieu-investeringen), de operationele kosten en overige kosten. De overdrachten bestaan vooral uit heffingen en uitbestede diensten.

Maatregel met het primaire motief om de belasting van het milieu te verminderen.

Onderdeel van het recht, dat tot doel heeft het leefmilieu te beschermen.

Toelichting
Het meeste milieurecht valt daarmee onder het bestuursrecht, hoewel een deel van de strafbaarstellingen in de Wet op de economische delicten is opgenomen, welke onder het strafrecht valt. Milieubescherming is verankerd in de grondwet en uitgewerkt in diverse specifieke wetten, zoals de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Destructiewet, de Flora- en Faunawet, de Grondwaterwet, de Kernenergiewet, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet milieugevaarlijke stoffen, en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Jonger dan achttien jaar. .

Toelichting
Vóór 1986: jonger dan 21 jaar.

Verdachte natuurlijke persoon die ten tijde van het plegen van het delict minimaal 12 jaar maar nog geen 18 jaar was.

Weke, vettige, kleur- en geurloze koolwaterstof. Het komt vrij bij het verwijderen van was uit smeermiddelen.

Toelichting
Het smeltpunt van deze verzadigde aliphatische koolwaterstoffen ligt boven de 45 graden Celsius.

Het wettelijk minimum per 1 januari voor het loon van een voltijdwerknemer met een leeftijd jonger dan 23 jaar.

Zie ook: Minimumloner

Werknemer die het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

Toelichting
De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid.

Zie ook: Minimumjeugdloon, Minimumloon

Het wettelijk minimum per 1 januari voor het loon van een voltijdwerknemer.

Toelichting
De minimale geldelijke inkomsten (=brutoloon) uit dienstbetrekking met uitzondering van overwerk, vakantiebijslagen, winstuitkering, uitkering bijzondere gelegenheid, vergoedingen, bijzondere vergoedingen, spaarloon en eindejaarsuitkeringen, als geregeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Zie ook: Minimumloner

Ministerie met onder andere als taken het waarborgen van de democratische rechtsstaat, de zorg voor een goed functionerend openbaar bestuur, het bewaken van de Grondwet, het bevorderen van de openbare orde en veiligheid en de zorg voor het constitutionele staatsrechtelijke bestel.

Ministerie dat verantwoordelijk is voor de volgende beleidsterreinen en diensten: rechtshandhaving (politie en criminaliteitsbestrijding), vreemdelingenzaken en asielzoekers, preventie, jeugdbescherming en reclassering, Dienst Justitiële Inrichtingen, wetgeving, rechtspleging en rechtsbijstand en het Centraal Justitieel Incassobureau.

Zie ook: Asielzoeker, Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Dienst Justitiële Inrichtingen, Politie

Strafbaar feit van de zware soort, als zodanig aangeduid in de strafwetten.

Zie ook: In eerste aanleg, Rechtbank, Strafbaar feit, Wetboek van Strafrecht

Misdrijf, omschreven in artikel 131 t/m 136 en 138 t/m 151a Wetboek van Strafrecht.

Toelichting
Onder andere opruiing, huis-, computer- en lokaalvredebreuk, deelneming aan een criminele of terroristische organisatie, openlijke geweldpleging, het afgeven van een vals alarm of een valse bommelding en godslastering horen tot deze categorie.

Zie ook: Wetboek van Strafrecht

Geweldsmisdrijf, omschreven in art. 287 t/m 291, 293, 294 en 296 Wetboek van Strafrecht. Moord en doodslag, hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging op verzoek, voor zover niet binnen de wet is toegestaan, en illegale abortus plegen vallen hieronder.

Zie ook: Wetboek van Strafrecht

Misdrijf, omschreven in artikel 177 t/m 182, 184 t/m 206 Wetboek van Strafrecht.

Toelichting
Voorbeelden zijn omkoping van een ambtenaar, niet voldoen aan een ambtelijk bevel, samenscholing, valse aangifte doen en mensensmokkel.

Zie ook: Wetboek van Strafrecht

Misdrijven zoals omschreven in artikel 131 t/m 136, 137c t/m 137g, 138 t/m 151a, 157, 158, 177 t/m 182, 184 t/m 206, 239, 350 t/m 352 Wetboek van Strafrecht

Toelichting
Het betreft vernieling, opruiing, huis-, computer- en lokaalvredebreuk, deelneming aan een criminele of terroristische organisatie, openlijke geweldpleging en godslastering. Daarnaast gaat het om misdrijven als discriminatie, brandstichting, schennis der eerbaarheid en vernieling. Ook het doen van een valse aangifte, mensensmokkel of het omkopen van een ambtenaar – alle misdrijven tegen het openbaar gezag - horen bij deze categorie.

Zie ook: Wetboek van Strafrecht

Geweldsmisdrijf, omschreven in artikel 300 t/m 304b en 306 Wetboek van Strafrecht.

Toelichting
Zowel gevallen van eenvoudige als zware mishandeling vallen in deze categorie.

Zie ook: Wetboek van Strafrecht

Sterfte van de moeder als gevolg van (complicaties van) de zwangerschap of geboorte.

Basis- en voortgezet onderwijs aan moeilijk lerende kinderen.

Toelichting
Vanaf het schooljaar 1991/'92 is het basisonderwijs aan moeilijk lerende kinderen overgegaan naar het speciaal basisonderwijs.

Zie ook: Speciaal onderwijs (so)

Brandstof voor benzinemotoren van auto's, bestaande uit een mengsel van lichte oliën en additieven.

Toelichting
De lichte olie in benzine bestaat uit moleculen met doorgaans vijf tot twaalf koolstofatomen. Het kookpunt ligt tussen de 35 en 215 graden Celsius. Additieven zijn toevoegingen om de eigenschappen bij verbranding te verbeteren en om de CO2-uitstoot van benzine te verminderen.

Voertuig voor het wegverkeer op twee, drie of vier wielen met een onbeladen gewicht van maximaal 400 kg. Dergelijke motorvoertuigen met een cilinderinhoud van meer dan 50 cm³ vallen hieronder, alsook motorvoertuigen met een cilinderinhoud van minder dan 50 cm³ die niet aan de definitie van bromfiets beantwoorden.

Het geïnstalleerde vermogen voor de voortbeweging van binnenvaartschepen.

Toelichting
Het motorvermogen wordt uit gedrukt in kilowatts (1 kW is 1,3596 pk of 1 pk is 0,7355 kW).

Gemotoriseerd voertuig voor het wegverkeer.

Toelichting
Hieronder vallen personenauto's, bedrijfsmotorvoertuigen (bestelauto's, vrachtauto's, trekkers, speciale voertuigen, bussen), motorfietsen en voertuigen met een bromfietskenteken.
Op rails rijdende voertuigen en fietsen met trapondersteuning vallen hier niet onder.

Het totaal van alle (gemotoriseerde) voertuigen met een Nederlands kenteken.

Toelichting
Hieronder vallen personenauto's, bedrijfsmotorvoertuigen, aanhangwagens, opleggers, motorfietsen en bromfietsen.

Een permanente instelling ten dienste van de samenleving en haar ontwikkeling, toegankelijk voor publiek, niet gericht op het maken van winst, die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.

Kaart die gratis of met korting op het entreegeld toegang geeft tot een groot aantal musea en ook enkele plantentuinen in ons land. De kaart kost een bepaald bedrag, is strikt persoonlijk en een jaar geldig. Hij wordt uitgegeven door de stichting met dezelfde naam.

Toelichting
De musea die de kaart accepteren krijgen van de stichting Museumkaart per museum een bedrag vergoed dat afhankelijk is van het aantal bezoekers dat van de kaart gebruik heeft gemaakt. Tot april 2002 heette deze kaart de Museumjaarkaart (MJK).

Register van musea die voldoen aan een aantal basiseisen van kwaliteit, met als doel het zichtbaar maken, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de Nederlandse musea, en daarmee het verantwoord beheer van het cultureel erfgoed.

Toelichting
Het register is opgezet door de Nederlandse Museumvereniging en de Stichting Landelijk contact van Museumconsulenten, en ondergebracht in de Stichting Het Nederlands Museumregister. Musea die op of boven de minimumstandaard functioneren, vervullen hun museale taak naar behoren en worden opgenomen in het Museumregister. Zij ontvangen het Certificaat Geregistreerd Museum. Musea die niet voldoen aan de standaard, maar wel de intentie uitspreken en aannemelijk kunnen maken deze binnen drie jaar door te voeren, worden voorlopig geregistreerd.

Instelling waar muzieklessen en soms ook danslessen gegeven worden.