Begrippen

Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. Door overal dezelfde definities te gebruiken, kunnen cijfers beter met elkaar vergeleken worden.

Lijst van begrippen

Voertuig voor goederenvervoer over de weg, ontworpen om te worden getrokken door een motorvoertuig voor het wegverkeer.

Toelichting
Landbouwaanhangers en caravans vallen hier niet onder.
Met ingang van september 2003 dienen aanhangwagens en opleggers te zijn voorzien van een geldig kenteken. Vanaf 2004 zijn deze categorieën opgenomen in de overzichten van de statistiek motorvoertuigen.

Uitkeringen van pensioenfondsen en lijfrente-uitkeringen van levensverzekeringsmaatschappijen als aanvulling op de eventuele AOW-uitkering.

Zie ook: Pensioen

Bepaalt waar het museum wordt ingedeeld.

Toelichting
Bijvoorbeeld beeldende kunst, geschiedenis, natuurlijke historie, bedrijf & techniek, volkenkunde en gemengd. Bij musea waar de collectie uit delen van verschillende aard bestaat en waar geen duidelijk zwaartepunt kan worden bepaald, spreekt men van een "gemengde" collectie.

Gas van natuurlijke oorsprong dat vooral bestaat uit methaan.

Toelichting
Het ontstaat bij hetzelfde proces dat tot de vorming van aardolie leidt. Voor vervoer over lange afstanden per schip wordt aardgas vloeibaar gemaakt.

Lichte koolwaterstoffen die als bijproduct vrijkomen bij de winning van aardgas of aardolie. Het zijn onder andere ethaan, propaan, butaan en pentaan.

Toelichting
Aardgascondensaat dat bij normale temperatuur en druk gasvormig is, wordt voor transport vloeibaar gemaakt.

Goederen die als grondstof dienen in raffinaderijen.

Toelichting
Dit zijn vooral ruwe aardolie en aardgascondensaat. Verder vallen de additieven inclusief de biobrandstoffen voor het wegverkeer hieronder. Deze worden toegevoegd aan motorbrandstoffen om de eigenschappen bij verbranding te verbeteren en/of om de CO2-uitstoot te verminderen.

Een vloeibare, fossiele brandstof bestaande uit ketens van koolwaterstoffen.

Toelichting
Ruwe aardolie wordt gewonnen uit de natuur. In raffinaderijen wordt ruwe aardolie omgezet in diverse aardolieproducten.

Medisch-specialistisch centrum voor behandeling en verpleging met overnachting met nadruk op zeer gespecialiseerde zorg voor patiënten met zeldzame of complexe ziektebeelden, wetenschappelijk onderzoek en opleiding.

Zie ook: Algemeen ziekenhuis

Leerling in het reguliere basisonderwijs die volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap behoort tot een achterstandscategorie. Op grond daarvan krijgen basisscholen extra financiële middelen toegewezen. Tot en met het schooljaar 2005/'06 betreft het de volgende categorieën: - Nederlandse leerlingen van ouders met een laag opleidingsniveau. - schipperskinderen; - woonwagen- en zigeunerkinderen; - leerlingen die behoren tot een culturele minderheid (cumi-leerlingen) en waarvan de ouders een laag opleidings- en beroepsniveau hebben; Vanaf het schooljaar 2009/'10 gaat het uitsluitend om kinderen van ouders die een laag opleidingsniveau hebben. In de tussenliggende schooljaren (2006/'07-2008/'09) was er een overgangssituatie, waarbij afhankelijk van de leeftijd van de leerling de oude of nieuwe indeling van toepassing was.

Toelichting
Het begrip achterstandsleerling is gedefinieerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bij het vaststellen van de financiële vergoeding van een basisschool houdt de overheid rekening met de achtergrond van de leerlingen. Om de hoogte van de vergoeding te bepalen wordt eerst aan alle leerlingen in het basisonderwijs een gewicht van 1 toegekend. Vervolgens krijgen achterstandsleerlingen een extra gewicht. Voor hen is de vergoeding dus hoger.

Tot en met het schooljaar 2005/'06 waren de criteria voor de extra gewichten:
- 0.25 voor Nederlandse (d.w.z. autochtone) kinderen met ouders die volgens het Ministerie van OCW een laag opleidingsniveau hebben;
- 0.40 voor schipperskinderen;
- 0.70 voor woonwagen- en zigeunerkinderen. Bij woonwagenkinderen gaat het onder meer om een deel van de kinderen van kermisexploitanten, circusartiesten en autohandelaren;
- 0.90 voor cumi-leerlingen met ouders die volgens het Ministerie van OCW een laag opleidings- en beroepsniveau hebben.

Vanaf het schooljaar 2006/'07 is stapsgewijs een nieuwe gewichtenregeling ingevoerd. Het criterium om een basisschool al of niet extra middelen toe te wijzen, is sindsdien het opleidingsniveau van de ouder(s). Hiermee vervielen de 'oude' criteria van etniciteit en beroep. In de nieuwe regeling van het Ministerie van OCW wordt gewerkt met twee andere gewichten: 0.30 en 1.20:
- 0.30 voor leerlingen waarvan beide ouders maximaal lbo/vbo, praktijkonderwijs of de vmbo basis- of kaderberoepsgerichte leerweg hebben gedaan óf waarvan beide ouders maximaal twee jaar onderwijs in een andere schoolopleiding in het voortgezet onderwijs aansluitend op het basisonderwijs hebben gevolgd, bijvoorbeeld lts, ambachtsschool of huishoudschool;
- 1.20 voor leerlingen van wie één van de ouders maximaal basisonderwijs of (v)so-zmlk heeft gehad en de ander maximaal dezelfde opleiding heeft gevolgd óf het lbo/vbo, praktijkonderwijs of de vmbo basis- of kaderberoepsgerichte leerweg heeft doorlopen óf maximaal twee jaar onderwijs in een andere schoolopleiding in het voortgezet onderwijs aansluitend op het basisonderwijs heeft gevolgd, bijvoorbeeld lts, ambachtsschool of huishoudschool.

De nieuwe regeling is in vier jaar ingevoerd. Elk jaar is naast de nieuwe instroom ook een nieuwe leeftijdsgroep van de zittende leerlingen volgens de nieuwe systematiek geteld. Tot en met het schooljaar 2008/'09 bestonden de oude en nieuwe gewichtenregeling daardoor naast elkaar. In het schooljaar 2006/'07 zijn de nieuwe leerlingen van 4 jaar en de zittende leerlingen van 5 jaar volgens de nieuwe gewichtenregeling geteld. In schooljaar 2007/'08 vielen de nieuwe 4-jarigen en de zittende leerlingen van 5-7 jaar onder de nieuwe regeling. In het schooljaar 2008/'09 gold dit voor de nieuwe 4-jarigen en de zittende leerlingen van 5-9 jaar. Vanaf het schooljaar 2009/'10 vallen alle leerlingen onder de nieuwe regeling.

Het toekennen van gewichten aan leerlingen gebeurt alleen in het reguliere basisonderwijs. In het speciaal basisonderwijs komt dit onderscheid naar achterstandscategorie niet voor.

Zie ook: Cumi-leerling

Posten op de debetzijde van een balans, vaak betrekking hebbend op bezittingen en te ontvangen vorderingen.

Letsel dat is ontstaan als een acuut gevolg van een recent ongeval.

Toevoegingen aan olieproducten om de eigenschappen bij verbranding te verbeteren.

Toelichting
Het zijn chemische producten die gemaakt zijn van aardgas, aardolie of plantaardig materiaal.

Personeel van een penitentiaire inrichting dat zich bezighoudt met personeelsadministratie, gedetineerdenadministratie en financiële administratie.

Zie ook: Gevangenis, Huis van bewaring, Penitentiaire inrichting

Verwijdering van een persoon uit de bevolkingsregisters van een gemeente nadat de gemeente heeft vastgesteld dat de verblijfplaats van deze persoon niet bekend is, deze persoon niet bereikbaar is en waarschijnlijk geen inwoner meer is van een Nederlandse gemeente.

Toelichting
Een administratieve afvoering is meestal het gevolg van het vertrek van een persoon naar het buitenland zonder dat deze de gemeente hiervan op de hoogte heeft gesteld.

Zie ook: Administratieve correctie

Opneming in of afvoering uit het gemeentelijke bevolkingsregister van een persoon, die niet het gevolg is van geboorte, sterfte, vestiging, vertrek of gemeentegrenswijziging.

Toelichting
Administratieve correcties zijn meestal het gevolg van niet aan de gemeente gemelde emigratie.

Zie ook: Administratieve afvoering, Administratieve opneming, Emigratie (inclusief administratieve correcties)

Opneming van een persoon in de bevolkingsregisters van een gemeente op verzoek van de betrokkene. Deze opneming is niet het gevolg van geboorte, immigratie of vestiging van die persoon vanuit een andere gemeente in Nederland.

Toelichting
Een administratieve opneming is meestal een hervestiging van een persoon die eerder administratief is afgevoerd en die verklaart nooit uit Nederland te zijn weggeweest.

Zie ook: Administratieve correctie

Verandering van een familierechtelijke betrekking: er komt een nieuwe band tot stand tussen een kind en (adoptie)ouder(s).

Toelichting
Er zijn twee soorten adoptie: gewone en stiefouderadoptie.

Zie ook: Gewone adoptie, Stiefouderadoptie

Een door een Nederlandse rechtbank toegewezen adoptieverzoek.

Zie ook: Adoptie

De op jaarbasis overeengekomen (rooster)vrije dagen die op grond van een arbeidsduurverkortingsregeling worden verleend.

Zie ook: Arbeidsduurverkorting (ADV)

Prijs die door de producent of de groothandel geadviseerd wordt aan hun wederverkopers.

Toelichting
De gemiddelde adviesprijs wordt gewogen met het aantal dagen dat een bepaalde adviesprijs van kracht was.

Einduitspraak van een rechter in een rechtszaak in de vorm van een eindarrest, eindbeschikking of eindbeslissing.

Zie ook: Eindarrest, Eindbeschikking, Eindbeslissing

Beslissing over een bij het parket ingeschreven proces-verbaal door sepot, voeging ad informandum, voeging ter berechting, transactie of overdracht aan de afdeling rechtbankzaken van een ander parket.

Zie ook: Openbaar Ministerie (OM), Overdracht (juridisch), Proces-verbaal, Sepot, Transactie (juridisch), Voeging ad informandum, Voeging ter berechting

Het bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde (btw) dat producenten moeten afdragen aan de overheid.

Consumentenprijsindex (CPI) waarin het effect van veranderingen in de tarieven van productgebonden belastingen (bijvoorbeeld BTW en accijns op alcohol en tabak) en subsidies en van consumptiegebonden belastingen (bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting) is verwijderd.

Toelichting
De afgeleide CPI geeft antwoord op de vraag wat de prijsontwikkeling is als de belastingtarieven niet veranderen en wordt bijvoorbeeld gebruikt bij loonaanpassingen.

Van de zee afgesloten inham, te weten het Haringvliet en Hollands Diep (tot aan de Moerdijkspoorbrug), Volkerak, Krammer, Grevelingenmeer, Veerse meer en Lauwersmeer.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Het deel van de beroepsbevolking dat betrekking heeft op in loondienst werkzame personen.

Toelichting
Voor de Nederlandse situatie worden meestal gegevens gepresenteerd over de (beroeps)bevolking van 15 tot 65 jaar.

Zie ook: Beroepsbevolking (12-uursgrens), Werknemer

Kredietvorm waarbij het bedrag van de lening in zijn geheel ter beschikking komt van de kredietnemer en, vermeerderd met de kredietvergoeding (rente en kosten), in een vast aantal termijnen moet worden afgelost terwijl de afgeloste bedragen niet opnieuw kunnen worden opgenomen.

Toelichting
Persoonlijke leningen, financieringskredieten, huurkoop en afbetaling vallen onder aflopend krediet.

Geweldsmisdrijf, omschreven in art. 317 Wetboek van Strafrecht.

De waardevermindering van duurzame productiemiddelen, zoals machines, gebouwen, vervoermiddelen en software, als gevolg van normale slijtage en voorzienbare economische veroudering.

Het gemiddelde aantal kilometers dat een persoon op een dag aflegt.

Toelichting
De afstand naar vervoerwijze is op basis van de ritvervoerwijze zodat ook voor- en natransport apart gemeten zijn. Bijvoorbeeld bij een verplaatsing van huis naar het werk met achtereenvolgens de fiets naar het station, de trein en te voet naar kantoor worden de kilometers voor de drie vervoerwijzen apart geteld.

Een heffing op de afvalstoffen die bij een stortplaats zijn afgegeven ter verwijdering en op de afvalstoffen die binnen een stortplaats zijn ontstaan en daar verwijderd worden.

Toelichting
De heffing wordt opgelegd aan afvalverwerkende bedrijven met een stortplaats.

Een dag, niet zijnde de ontslagdag, voorafgaand aan een nacht waarop de patiënt niet in het ziekenhuis verblijft.

Toelichting
Het betreft een meestal geplande afwezigheid van ten hoogste drie dagen. Dergelijke dagen kunnen niet tegen het geldende verpleegtarief worden gedeclareerd. Afwezigheidsdagen volgend op een pre-operatieve screening worden niet als verpleegdag aangemerkt en kunnen op generlei wijze worden gedeclareerd.

Zie ook: Verpleegdag in de intramurale gezondheidszorg

Afzetprijzen van de industrie bestaan uit twee componenten, prijzen die de Nederlandse Industrie in rekening brengt aan binnenlandse klanten en prijzen die de Nederlandse industrie in rekening brengt bij export.

Terrein in gebruik voor land- en tuinbouw, inclusief glastuinbouw.

Toelichting
Indien omsloten door agrarisch terrein worden ook tot agrarisch terrein gerekend: water smaller dan zes meter, bosstroken, alle niet-openbare wegen, alle openbare wegen van zeer plaatselijk belang en verspreide bebouwing met bijbehorende erven en tuinen.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Het ABR is een combinatie van registers waarin de populatie bedrijven en instellingen wordt vastgelegd. Dit vormt de ruggengraat van het statistisch proces. Er worden in het ABR identificatie- en structuurgegevens vastgesteld en geregistreerd over statistische eenheden (bedrijfseenheid, ondernemingengroep en lokale bedrijfseenheid).

Ambulante, concrete dienstverlening, advisering, bemiddeling en psychosociale hulpverlening aan personen die kampen met problemen van maatschappelijke en/of individuele aard. Daarnaast vindt signalering en preventie plaats.

Toelichting
Het begrip "algemeen" betekent in deze context: laagdrempelig, toegankelijk zonder verwijzing en niet specifiek/exclusief gericht op bepaalde groepen in de samenleving of op specifieke problemen.

Verzamelterm voor mavo (theoretische en gemengde leerweg vmbo), havo en vwo.

Het aantal levendgeborenen per duizend van het gemiddeld aantal vrouwen van 15 tot 50 jaar in een bepaalde periode (meestal een kalenderjaar).

Medisch-specialistisch centrum voor behandeling en verpleging met overnachting, niet gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten of ziektebeelden van psychische aard.

Zie ook: Academisch ziekenhuis

Een algemeen verplichte verzekering voor de gehele bevolking tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.

Toelichting
Deze wet is per 1 juli 1998 ingetrokken. In plaats hiervan zijn WAZ en Wajong gekomen

Zie ook: Arbeidsongeschikt, WAZ

Tot 1 januari 2004 bestaande wettelijke sociale voorziening die als doel heeft om financiële bijstand te verlenen aan personen die niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. De ABW is per 1 januari 2004 vervangen door de Wet werk en bijstand (WWB). In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel gaat het om een laatste (aanvullende) voorziening.

De kinderbijslag biedt een financiële tegemoetkoming in de kosten van het onderhoud van kinderen.

Toelichting
Voor kinderen geboren voor 1 januari 1995, is de kinderbijslag afhankelijk van zowel de gezinsgrootte als van de leeftijd van de kinderen. Voor kinderen die geboren zijn op of na 1 januari 1995 krijgen de ouders een vast bedrag, afhankelijk van de leeftijd. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.

Zie ook: Telkind

Een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die nabestaanden van een verzekerde een inkomen garandeert.

Toelichting
Vanaf 1 juli 2013 kent de ANW twee soorten uitkeringen: de nabestaandenuitkering en de wezenuitkering. De halfwezenuitkering is per deze datum vervallen. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.

Een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.

Toelichting
De AOW-leeftijd was tot 1 januari 2013 65 jaar. Vanaf 2013 wordt de AOW-leeftijd geleidelijk verhoogd tot 67 jaar. Een verdere stijging is afhankelijk van de stijging van de gemiddelde levensverwachting. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.

Wettelijke sociale verzekering die tot doel heeft om de hele bevolking te verzekeren tegen het risico van bijzondere ziektekosten. Het gaat om zware geneeskundige risico’s die niet via het ziekenfonds of de normale ziektekostenverzekering verzekerd zijn. Ook voorzieningen van de preventieve gezondheidszorg vallen hieronder.

Financiële bijdrage van een gescheiden persoon aan het levensonderhoud van zijn/haar kind(eren) (kinderalimentatie) of aan dat van de ex-partner (partneralimentatie).

Persoon die alléén zichzelf particulier, dus niet-bedrijfsmatig, voorziet van huisvesting en in dagelijkse levensbehoeften.

Toelichting
Een alleenstaande vormt een eenpersoonshuishouden.
Tot eenpersoonshuishoudens worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.

Zie ook: Eenpersoonshuishouden

Minderjarige persoon die een aanvraag om toelating als vluchteling heeft ingediend en bij binnenkomst niet wordt begeleid en/of verzorgd door ouders en/of meerderjarige bloed- of aanverwanten.

Zie ook: Asielverzoek, Asielzoeker, Vluchteling

Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

Toelichting
Er wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). Ook wordt onderscheid gemaakt tussen westerse en niet-westerse allochtonen.

Zie ook: Autochtoon, Herkomstgroepering, Inwoner, Niet-westerse allochtoon, Westerse allochtoon

Informatie door archieven verstrekt aan ministeries en andere overheidsinstellingen.

Werknemer die werkzaam is in een bedrijf dat valt onder de CAO-sector overheid.

Zie ook: CAO-sector overheid, Trendvolger, Werknemer

Proces-verbaal dat op initiatief van een opsporingsambtenaar is opgemaakt.

Toelichting
Hiervan is bijvoorbeeld sprake als iemand wordt aangehouden wegens rijden onder invloed.

Zie ook: Opgespoorde criminaliteit, Proces-verbaal

De periode, dat iemand werkzaam is bij de huidige werkgever of in het eigen bedrijf.

Mengsels van propaan en butaan niet gebruikt als autogas.

Soort steenkool geschikt voor verwarming, vroeger ook wel magerkool genoemd.

Toelichting
Door de sterkere mate van verkoling heeft antraciet een hogere kwaliteit dan andere soorten steenkool. De verbrandingswaarde van het asvrije en natte product is groter dan 24 megajoule per kilogram. Het gehalte aan vluchtige stoffen van het asvrij en droge product is minder dan 14 procent.

Bruto-uitkering die wordt ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet.

Een persoon die opgeleid, gediplomeerd en bevoegd is om geneesmiddelen te bereiden en te verkopen.

De inzet van menselijke capaciteit voor het produceren van goederen en diensten, zoals gedefinieerd in de Nationale rekeningen van het CBS.

Toelichting
De arbeid kan ten behoeve van zichzelf of ten behoeve van anderen ingezet worden, en al dan niet via de markt plaatsvinden.

Zie ook: Onbetaalde arbeid (NR), Onbetaalde arbeid (TBO), Productie (activiteit, ESR 1995)

De verkorting van de arbeidsduur op week- of jaarbasis op grond van arbeidsduurverkortingsregelingen.

Zie ook: ADV-dagen

Het aandeel van de beloning voor arbeid in de netto toegevoegde waarde.

Toelichting
De beloning voor arbeid is de loonsom van werknemers plus de toegerekende beloning voor zelfstandigen en meewerkende gezinsleden.

Zie ook: Inkomen uit arbeid (NR)

Een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd.

Toelichting
Zo leveren twee halve banen (elk 0,5 vte) samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar op.

Zie ook: Arbeidsvolume, Voltijdbaan

Arbeidskosten zijn alle kosten die samenhangen met het in dienst hebben van personeel door werkgevers.

Toelichting
Deze arbeidskosten omvatten de beloningen van werknemers, wettelijke-, contractuele-, en toegerekende sociale premies, opleidingskosten en een aantal overige kosten.
Op de arbeidskosten zijn afdrachtverminderingen en loonkostensubsidies in mindering gebracht. De overige kosten in verband met werknemers omvatten: opleidingskosten, werkgeversbijdragen in exploitatiekosten van kantines en van sociale, culturele en medische voorzieningen, kosten van werving en selectie van personeel, eindheffingen van de Belastingdienst op bepaalde loonbestanddelen.

In de productiestatistieken (PS) van het CBS wordt hieronder verstaan: de brutolonen en -salarissen van werknemers en de ten laste van de werkgevers komende sociale premies.

Toelichting
Tot de arbeidskosten worden niet gerekend de overige personeelskosten, t.w. betalingen i.v.m. uitzendkrachten en ingeleend personeel, opleidingskosten, kosten van werving en selectie van personeel, kosten van kantine, arbodiensten, bedrijfskleding, jubilea e.d. Op de arbeidskosten (PS) zijn subsidies niet in mindering gebracht.

In de Landbouwtellingen gehanteerde benaming voor een persoon die werkzaam is op een agrarisch bedrijf.

Toelichting
Afhankelijk van relatie tot het bedrijfshoofd, rechtsvorm en aard arbeidsovereenkomst wordt onderscheid gemaakt in:
- gezinsarbeidskrachten,
- niet-gezinsarbeidskrachten,
- regelmatige arbeidskrachten,
- niet-regelmatige arbeidskrachten.

Verandering van baan of van positie op de arbeidsmarkt.

Situatie waarin iemand verkeert als hij of zij door ziekte of gebrek een belemmering ondervindt bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.

Toelichting
Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, is hij of zij die te maken heeft met 'verlies aan verdiencapaciteit', als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken. Hij of zij is dan niet in staat is om met arbeid evenveel te verdienen als gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring.

Hiertoe worden gerekend de Ongevallenwetten 1901 en 1921 (1901-1967), de Land- en Tuinbouwongevallenwet (1922-1967), de Invaliditeitswet (1919-1967), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (vanaf 1967), en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (1976-1998), de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering Zelfstandigen (vanaf 1998), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (vanaf 1998), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (vanaf 2006), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (vanaf 2010).

Periodieke uitkering op grond van arbeidsongeschiktheidswetten.

Zie ook: Arbeidsongeschiktheidswetten

Wettelijke regelingen tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.

Toelichting
Bijvoorbeeld WIA, WAO, WAZ, Wajong en Wet Wajong.

Overeenkomst, waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.

Toelichting
Men maakt onderscheid tussen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Zie ook: Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Een arbeidsovereenkomst waarvan de duur door overeenkomst tussen werkgever en werknemer, door de wet of door het gebruik is aangegeven.

Toelichting
Na het verstrijken van de overeengekomen periode eindigt de overeenkomst van rechtswege, dat wil zeggen zonder opzegging of andere handeling.

Zie ook: Arbeidsovereenkomst, Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Een arbeidsovereenkomst waarvan de einddatum niet is vastgelegd, tenzij door de pensioendatum.

Toelichting
Voor beëindiging daarvan moet men een ontslagvergunning aanvragen bij de directeur van het CWI, tenzij de overeenkomst wordt beëindigd op grond van:
- overlijden werknemer,
- gewichtige reden (ontbinding door kantonrechter),
- dringende reden (op staande voet),
- met wederzijds goedvinden.

Zie ook: Arbeidsovereenkomst, Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Een plaats waar arbeid kan worden verricht door één werkzame persoon.

Toelichting
De te verrichten arbeid kan soms in brokstukken worden verdeeld over meerdere personen. Er ontstaan dan meerdere arbeidsplaatsen.

Zie ook: Baan

Indeling van de bevolking in: - werkzame beroepsbevolking, - werkloze beroepsbevolking, - niet-beroepsbevolking.

Toelichting
Deze indeling heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.

Een maat voor de efficiëntie waarmee wordt gewerkt. Voor de economie als geheel is dit het bruto binnenlands product (in marktprijzen) gedeeld door het arbeidsvolume. Voor de arbeidsproductiviteit van bedrijfstakken wordt in plaats van het bruto binnenlands product de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen gebruikt. Als maat voor het arbeidsvolume kan het beste het aantal gewerkte uren worden genomen. Is dit niet beschikbaar dan kan het aantal arbeidsjaren worden gebruikt of (het minst nauwkeurig) het aantal werkzame personen.

Toelichting
De arbeidsproductiviteit is een belangrijke economische indicator: een groeiende arbeidsproductiviteit verhoogt de welvaart van een land en de winst van ondernemingen. De arbeidsproductiviteit kan bijvoorbeeld verhoogd worden door meer of beter gebruik te maken van machines. Sommige beroepen zoals dat van kapper of violist zijn van nature arbeidsintensief. Hier valt dan ook maar weinig arbeidsproductiviteitswinst te halen. Dit verklaart voor een belangrijk deel de grote verschillen in arbeidsproductiviteit tussen bedrijfstakken.

De netto toegevoegde waarde per arbeidskracht als indicator van de economische prestatie in de agrarische sector.

Zie ook: Arbeidskracht (landbouw), Netto toegevoegde waarde (landbouw)

De volumeverandering van de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen per eenheid van arbeidsvolume.

Deelgebied van het burgerlijk recht, dat de verhouding tussen werkgever en werknemer regelt.

Toelichting
Het gaat bijvoorbeeld om het aanvechten van ontslag of over een conflict over de betaling van het loon.

Indeling van banen op basis van de afspraken die in de arbeidsovereenkomst zijn gemaakt over het al dan niet flexibel zijn van de arbeidstijd.

Toelichting
Er zijn twee hoofdgroepen te onderscheiden namelijk reguliere banen en flexibele banen.
Tot de hoofdgroep reguliere banen behoren de banen waarbij in de arbeidsovereenkomst een vaste arbeidsduur is opgenomen.
Tot de hoofdgroep flexibele banen behoren de banen van oproep- en uitzendkrachten en andere werknemers met wie geen vaste arbeidsduur is overeengekomen.

Zie ook: Baan, Flexibele baan, Reguliere baan

Het samenstel van materiële en immateriële arbeidsvoorwaarden en van arbeidsomstandigheden: aard van het werk, sociale zekerheid, status van het werk, gezagsverhoudingen, werkklimaat, informatie en communicatie.

De hoeveelheid arbeid die is ingezet in het productieproces, uitgedrukt in arbeidsjaren of gewerkte uren.

Zie ook: Arbeidsjaar, Gewerkte uren

Arbeidsvoorwaarden zijn de voorwaarden waarop u werkt. De meest bekende arbeidsvoorwaarden zijn arbeidsduur, salaris en vakantiedagen. Arbeidsvoorwaarden worden met uw werkgever afgesproken en vastgelegd in een arbeidsovereenkomst. Vaak zijn er ook arbeidsvoorwaarden vastgelegd in een cao. Bovendien staan in sommige wetten regels op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

Toelichting
Er worden primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden onderscheiden.
Primaire arbeidsvoorwaarden hebben betrekking op primaire eisen waaraan bij de arbeid wettelijk moet worden voldaan, zoals loon en vakantie, en de hoofdverplichtingen van de werknemer.
Secundaire arbeidsvoorwaarden worden gewoonlijk per CAO vastgesteld en hebben betrekking op zaken als pensioenen, functiewaarderingsstelsels, bijkomende beloningen van niet essentiële aard, en nadere detaillering van werktijden en vakantiedagen.
Tertiaire arbeidsvoorwaarden gelden niet voor een gehele bedrijfstak en kunnen daarom ook moeilijk in een collectieve regeling worden neergelegd. Ze worden per onderneming, bijvoorbeeld in een reglement, vastgesteld.
Niet tot de arbeidsvoorwaarden behoren emolumenten, d.w.z. ongeregeld bijkomend voordeel boven de aan de functie verbonden beloning.

Zie ook: Arbeidsovereenkomst, Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)

Geschil tussen werkgevers en werknemers.

Toelichting
Arbeidszaken via een dagvaarding zijn doorgaans het initiatief van de werknemer. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanvechten van ontslag of over een conflict over de betaling van het loon. Als een werkgever een werknemer wil ontslaan, dan gaat dit niet via een dagvaardingsprocedure, maar door middel van een verzoekschrift.

Zie ook: Ontslagzaak

Instelling die activiteiten verricht op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers zoals genoemd in de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet).

Toelichting
Binnen een arbodienst zijn deskundigen werkzaam op het terrein van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, de arbeidshygiëne, de veiligheidskunde en de arbeids- en organisatiekunde. Zo'n dienst kan zelfstandig georganiseerd zijn (externe arbodienst), of onderdeel van het bedrijf (interne arbodienst).

Wetenschappelijke verzameling van aangeplante boomsoorten.

Instelling of onderdeel daarvan met een bewaarfunctie voor archiefstukken, waaronder documenten, kaarten, tekeningen, charters, verzamelingen en gegevensbestanden.

Indeling van archieven naar het soort beheerder: rijksarchieven, gemeentearchieven, streekarchieven, streekarchivariaten, waterschapsarchiefdiensten, secretarieën van gemeenten en waterschappen.

Een bezoek van een persoon aan de studiezaal van een bepaald archief op één dag. Bezoekt iemand meer dan één keer op dezelfde dag hetzelfde archief dan wordt dit geteld als één bezoek.

Persoon die in het verslagjaar de studiezaal van een bepaald archief bezoekt. Per verslagjaar wordt een persoon maar één keer geteld, ook als deze in een verslagjaar hetzelfde archief meerdere keren bezocht.

Functie van een (secretarie van) een instelling/organisatie tot het bewaren van archiefstukken van de eigen instelling/organisatie.

Archiefstukken die van zodanige kwaliteit zijn, dat het materiaal (zonder verdere behandeling) nu en in de toekomst geraadpleegd kan worden.

Wet die het beheer van overheidsarchieven regelt, onder meer de termijn waarna stukken naar een overheidsarchief moeten worden overgebracht.

Toelichting
De Archiefwet 1962 is in 1995 vervangen door de Archiefwet 1995. De Archiefwet spreekt van archiefbescheiden; in de CBS-statistiek wordt de term archiefstukken gebruikt. Met de Archiefwet 1995 is de wettelijke overbrengingstermijn met ingang van 1 januari 1996 gewijzigd van 50 jaar naar 20 jaar.

Opleiding in de archiefwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de Archiefschool Amsterdam.

Toelichting
Opvolger van de voormalige opleiding tot Hoger Archiefambtenaar.

Opleiding tot informatiemanager/ archivaris aan de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de Archiefschool Amsterdam.

Toelichting
Opvolger van de voormalige opleiding tot Middelbaar Archiefambtenaar.

Een huishouden beschikt over onvoldoende middelen om een bepaald minimaal consumptieniveau te kunnen bereiken.

Toelichting
Voor de afbakening van armoede gebruikt het CBS de lage-inkomensgrens. Naast het inkomen worden aanvullende indicatoren gebruikt om de kans op armoede te beschrijven. Het betreft de verblijfsduur onder de inkomensgrens, de vermogenspositie, de omvang van de vaste lasten en het oordeel over de eigen financiële positie.

Zie ook: Lage-inkomensgrens, Sociaal minimum

Lichte olie met hoge gehaltes aromaten bestemd als grondstof voor de petrochemische industrie.

Toelichting
Aromaten zijn koolwaterstoffen met een gesloten
koolstofatoomketen (cyclisch), zoals benzeen, tolueen en xyleen.

Einduitspraak van de Hoge Raad of van een gerechtshof.

Rechtsgebied van één van de rechtbanken in Nederland.

Zie ook: Rechtbank

Asielzoeker, statushouder of uitgenodigde vluchteling die is opgenomen in het gemeentelijk bevolkingsregister.

Toelichting
Niet iedereen die een asielverzoek indient wordt tot Nederland toegelaten en als immigrant in de gemeentelijke bevolkingsregisters ingeschreven. Asielmigranten die mogen blijven worden meestal pas enige tijd na indiening van hun asielverzoek ingeschreven in de gemeentelijke bevolkingsregisters. Inschrijving in het gemeentelijke bevolkingsregister vindt plaats op het moment dat de asielzoeker een verblijfstitel krijgt en de centrale opvang verlaat. Ook asielzoekers die langer dan een half jaar in een centrale opvangvoorziening verblijven komen in aanmerking voor inschrijving in de gemeentelijke bevolkingsregisters. Degenen die buiten de centrale opvang wonen, worden ingeschreven als zij legaal in Nederland verblijven.

Zie ook: Asielzoeker, Statushouder, Uitgenodigde vluchteling

Aanvraag voor toelating als vluchteling door een persoon uit een ander land.

Toelichting
Asielaanvragen worden ingediend door personen die om uiteenlopende redenen hun land hebben verlaten om elders bescherming of asiel te zoeken.

Zie ook: Vluchteling

Persoon die een aanvraag om toelating als vluchteling heeft ingediend.

Zie ook: Asielverzoek, Vluchteling

Situatie waarbij van een persoon de nationaliteit niet kan worden vastgesteld omdat hij niet de officiële documenten kan overleggen waaruit zijn nationaliteit blijkt.

Zie ook: Asielzoeker

Het atheneum is één van de twee onderwijssoorten van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Bij deze zesjarige opleiding wordt soms Grieks of Latijn als keuzevak aangeboden.

Toelichting
De andere onderwijssoort in het vwo is het gymnasium. Tot de invoering van de profielen mochten de leerlingen op het atheneum voor het eindexamen zelf een pakket van ten minste zeven vakken samenstellen. Vanaf het schooljaar 1998/’99 moeten zij, evenals de leerlingen op het gymnasium, kiezen uit vier profielen.

Zie ook: Gymnasium, Profielen (onderwijs), Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)

Het kunnen beschikken over een auto gelet op rijbewijsbezit en beschikbaarheid van een auto in het huishouden.

Toelichting
De volgende situaties worden onderscheiden:
- Geen auto beschikbaar, d.w.z. er is geen auto binnen huishouden en/of de persoon heeft geen rijbewijs.
- Soms auto beschikbaar, d.w.z. er is wel een auto binnen het huishouden en de persoon is rijbewijsbezitter, maar geen autobezitter.
- Wel auto beschikbaar, d.w.z. de persoon is rijbewijsbezitter en autobezitter.

Motorvoertuig ingericht voor het vervoer van negen of meer passagiers (excl. de bestuurder).

Persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren.

Zie ook: Herkomstgroepering, Inwoner

Brandstof voor dieselmotoren in het wegverkeer (auto’s en vrachtwagens). Bij de benzinepomp heet dit kortweg diesel.

Toelichting
Bij de benzinepomp heet dit kortweg diesel.

Brandstof voor dieselmotoren in het wegverkeer (auto’s en vrachtwagens) met meer dan 0,005 procent zwavel.

Toelichting
Ook bekend als diesel, autogasolie of autodieselolie (ADO).

Brandstof voor dieselmotoren in het wegverkeer (auto’s en vrachtwagens) met minder dan 0,005 procent zwavel.

Toelichting
Vanaf juli 2006 is het zwavelgehalte niet hoger dan 0,001 procent. Ook bekend als diesel, autogasolie of autodieselolie (ADO).

Motorbrandstof bestaande uit propaan en butaan.

Toelichting
Vaak wordt dit ook lpg (liquefied petroleum gas) genoemd. In de zomer is de verhouding propaan/butaan ongeveer 60:40, in de winter 70:30.

Persoon van achttien jaar of ouder die hoofdgebruiker is (geweest) van een personenauto.

Toelichting
Hoofdgebruiker is degene die de meeste kilometers aflegt in die auto.

Aan derden betaalde bedragen voor automatisering en ook de niet-geactiveerde aanschafkosten van automatiseringsapparatuur en software.

Toelichting
Niet-geactiveerd wil zeggen niet op de balans opgenomen.