Begrippen

Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. Door overal dezelfde definities te gebruiken, kunnen cijfers beter met elkaar vergeleken worden.

Lijst van begrippen

Geul (smal en diep water) die geschikt is als vaarweg.

Toelichting
Bij een rivier is de vaargeul de geul die als vaarweg wordt gebruikt. In het deltagebied kunnen meerdere geulen als vaargeul worden aangemerkt.

Zie ook: Vaarwegkarakter

Meeteenheid voor verkeersprestatie, die overeenkomt met de door een schip afgelegde afstand van één kilometer.

Elke bevaarbare waterweg voor de binnenvaart in Nederland. Het gaat om de binnenwateren inclusief Oosterschelde en Westerschelde. De Noordzee en Waddenzee zijn uitgesloten.

Toelichting
Opgenomen zijn alle vaarwegen (eventueel betond) met een minimale diepte van 1,10 meter en een minimale doorvaarthoogte van 2,40 meter.

De instantie die verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud van een vaarweg. Onderscheiden worden: Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten, havenbedrijven, particuliere beheerders.

Indeling van vaarwegen naar bevaarbaarheid, in 1992 vastgesteld door de Conferentie van Europese Ministers van Verkeer (C.E.M.T.), gebaseerd op de afmetingen van standaardschepen en duwstellen. De maatstaven voor het indelen van een vaarweg zijn de lengte, de breedte en het laadvermogen van het grootste vaartuig of duwstel dat op een vaarweg wordt toegelaten, of waarvoor de vaarweg geschikt wordt geacht.

Toelichting
De indeling kent de volgende klassen, waarvan de namen ontleend zijn het soort vaartuig waarvoor de vaarweg maximaal geschikt is:
- Kleine vaartuigen en recreatievaart,
- Spits,
- Kempenaar,
- Dortmund-Eemskanaalschip,
- Rijn-Hernekanaalschip, eenbaksduwstel,
- Groot Rijnschip, eenbaksduwstel,
- Tweebaksduwstel, lange formatie,
- Tweebaksduwstel, brede formatie,
- Vierbaksduwstel,
- Zesbaksduwstel.

Elke klasse is afzonderlijk in de begrippenlijst opgenomen en gedefinieerd.

Indeling van vaarwegen volgens de Beleidsvisie Recreatie Toervaart in Nederland (BRTN), gebaseerd op zowel het verbindende karakter van vaarwegen als de maximale diepgang en hoogte van de recreatievaartuigen waarvoor de vaarweg geschikt is.

Toelichting
De indeling kent de volgende klassen:
- Verbinding voor motorboten (AM),
- Verbinding voor zeil-/motorboten (AZM),
- Ontsluiting voor motorboten (BM),
- Ontsluiting voor zeil-/motorboten (BZM),
- Beperking voor motorboten (CM),
- Beperking voor zeil-/motorboten (CZM),
- Beperking voor motorboten (DM).

Elke klasse is afzonderlijk in de begrippenlijst opgenomen en gedefinieerd. De afkortingen achter de klassen zijn afkomstig uit het BRTN 2000. De eerste letter staat voor verbindingswater (A) of ontsluitingswater met toenemende beperkingen (B,C,D). De tweede en eventuele derde letter staat voor toegankelijk voor motorboten (M) of zeilboten (Z).

Indeling van vaarwegen naar type. Onderscheiden worden: rivier, gekanaliseerde rivier, vaargeul, kanaal, voorhaven, bevaarbaar meer of plas, haven.

Een arbeidsplaats waarvoor, binnen of buiten een onderneming of instelling, personeel wordt gezocht dat onmiddellijk of zo spoedig mogelijk geplaatst kan worden.

Toelichting
Tot de vacatures worden ook gerekend:
- Vacatures waarvoor zich reeds sollicitanten hebben gemeld. Ook wanneer al gesprekken worden gevoerd met deze sollicitanten.
- Vacatures waarvoor de sollicitatieprocedure zoveel tijd zal kosten dat de feitelijke indiensttreding niet op korte termijn valt te verwachten.
- Vacatures waarvoor uitzendkrachten of ander tijdelijk personeel worden gezocht.
- Open plaatsen voor leerlingen en personen in opleiding, mits het daarbij gaat om een arbeidsovereenkomst (dus geen onbetaalde stageplaatsen).
Open plaatsen bij reorganisaties of afslankingen die alleen mogen worden bezet door medewerkers waarvan een arbeidsplaats verdwijnt mogen niet als vacature worden opgevat
.
Bij uitzendbureaus, WSW-instellingen en banenpools (werkgelegenheidsprojecten) worden alleen de vacatures voor het vaste personeel meegeteld.
In het onderwijs dient kortdurende ziektevervanging niet als vacature te worden beschouwd.

Bij vacatures wordt onderscheid gemaakt tussen ontstane, openstaande en vervulde vacatures.

Het aantal openstaande vacatures per 1000 banen van werknemers.

Zie ook: Baan, Vacature, Werknemer

Een serie lessen over één onderwerp.

Het toeristengebied, de provincie of het land waar men tijdens de vakantie het grootste aantal overnachtingen heeft doorgebracht. Bij een gelijk aantal overnachtingen op meerdere plaatsen is die locatie genomen welke het verst verwijderd is van de woonplaats van de vakantieganger.

Toelichting
Bij binnenlandse vakanties is de bestemming gebaseerd op de gemeente van overnachting.

De op jaarbasis overeengekomen doorbetaalde vakantiedagen incl. extra vrije dagen toegekend op grond van leeftijd, functie, anciënniteit e.d.

De totale duur in dagen van een vakantie, inclusief de dag van vertrek en van terugkeer.

Een persoon die een vakantie doorbrengt. Achter iedere vakantie staat één vakantieganger

Het land waar men tijdens een vakantie het grootste aantal overnachtingen heeft doorgebracht.

Het aandeel van de bevolking (of een categorie daaruit) dat in de periode waarop de analyse betrekking heeft ten minste één maal een vakantie heeft doorgebracht.

Het geheel van de georganiseerde werknemers.

Overkoepelende organisatie van werknemersvakverenigingen die als sociale partner optreedt in het overleg op nationaal niveau in de Stichting van de Arbeid, de Sociaal-Economische Raad, de Sociale Verzekeringsraad, de Ziekenfondsraad e.d.

Vereniging van werknemers die zich ten doel stelt de collectieve en/of individuele belangen van de leden te behartigen bij hun werkgever of bij instanties die invloed op de arbeidsvoorwaarden uitoefenen.

Vermogensmisdrijf, omschreven in art. 208 t/m 234 Wetboek van Strafrecht. Bijvoorbeeld vals geld maken of in omloop brengen en valsheid in geschrifte.

Persoon van wie het huwelijk in het referentiejaar is ontbonden door een echtscheiding. De persoon moet tijdens het inschrijven van het echtscheidingsvonnis in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente staan ingeschreven.

Geproduceerde materiële of immateriële activa die langer dan een jaar in het productieproces worden gebruikt.

Toelichting
Materiële activa zijn bijv. gebouwen, woningen, machines, vervoermiddelen en dergelijke, immateriële activa betreft bijv. software.

Zie ook: Investeringen in vaste activa (NR)

Relatie tussen een werkgever en een werknemer waarbij sprake is van een arbeidscontract voor onbepaalde tijd.

Zie ook: Tijdelijke baan

Bezoeker die meer dan twee maanden in een hotel of pension verblijft.

Een (beursgenoteerde) onderneming die meer dan de helft van de vaste en financiële activa in onroerend goed heeft belegd en meer dan de helft van de omzet haalt uit ontwikkeling, exploitatie en handel in onroerend goed, met inbegrip van fondsen die in aandelen van andere vastgoedfondsen beleggen.

Minderjarige verdachte van misdrijven tegen wie meer dan 5 processen-verbaal van aanhouding zijn opgemaakt, of meerderjarige verdachte van misdrijven tegen wie meer dan 10 processen-verbaal van aanhouding zijn opgemaakt.

Zie ook: First offender, Meerderjarige verdachte, Meerpleger, Minderjarige verdachte, Pleegcarrière, Proces-verbaal

Openluchtvelden en -banen voor sportbeoefening.

Samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid waarin twee of meer partners, vennoten of firmanten genoemd, een bedrijf voeren.

Toelichting
De vennoten zijn doorgaans natuurlijke personen, maar kunnen ook niet-natuurlijke personen zijn.
Alleen zaakschuldeisers kunnen zich verhalen op het zakelijk vermogen. Als dit onvoldoende is om de schulden te voldoen, dan kunnen zij hun vordering verhalen op het privévermogen van elke vennoot. Privéschuldeisers kunnen echter privéschulden niet verhalen op het zakelijk vermogen van het samenwerkingsverband, of op het privévermogen van de andere vennoten.
Er is een zakelijk vermogen, ingebracht door de vennoten en afgescheiden van hun privévermogen (“afgescheiden vermogen”), dat alleen voor de bedrijfsuitoefening mag worden gebruikt. Elke vennoot is met zijn privévermogen volledig aansprakelijk voor de verplichtingen van het samenwerkingsverband, ook als die door een andere (bevoegde) vennoot zijn aangegaan.

Zie ook: Juridische eenheid, Natuurlijk persoon, Niet-natuurlijke persoon, Samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid

Klasse uit de indeling Vaarwegen recreatievaart (BRTN). De vaarweg is een verbindingswater tussen grootwatergebieden onderling, tussen grootwatergebieden en grote plassen/merengebieden, of met het buitenland. Tevens geldt dat de vaarweg geschikt is voor motorboten met een maximale diepgang van 1,50 meter en een maximale opbouwhoogte van 3,40 meter.

Zie ook: Vaarwegen, recreatievaart (BRTN)

Klasse uit de indeling Vaarwegen recreatievaart (BRTN). De vaarweg is een verbindingswater tussen grootwatergebieden onderling, tussen grootwatergebieden en grote plassen/merengebieden, of met het buitenland. Tevens geldt dat de vaarweg geschikt is voor boten met een maximale diepgang van 2,10 meter en een maximale masthoogte van 30 meter.

Zie ook: Vaarwegen, recreatievaart (BRTN)

Weggedeelte dat de verbinding vormt tussen ongelijkvloers samenkomende wegen, of tussen niet samenkomende wegen. Voorbeelden zijn op- en afritten, de lussen bij verkeersknooppunten en rotondebanen.

De verblijfsduur in Nederland geeft weer hoeveel hele jaren de persoon in Nederland is gevestigd.

Terrein in gebruik voor een meerdaags recreatief verblijf, zoals campings, bungalowparken en jeugdherbergen.

Toelichting
Tot verblijfsrecreatief terrein wordt gerekend:
- kampeer- en caravanterrein, kampeerboerderij;
- camping gelegen in bos;
- terrein met tweede woningen;
- bungalowpark en vakantiehuizen;
- jeugdherberg;
- bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.
Verblijfsrecreatieve terreinen worden in de topografische kaart soms met een afrastering afgebakend. Als begrenzing van een object wordt dan de afrastering aangehouden.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Aard van de detentie van gedetineerden in een penitentiaire inrichting, bepaald door de fase in het strafrechtelijk traject (bijvoorbeeld voorlopig gehecht, veroordeeld), de aard van de opgelegde vrijheidsstraf (bijvoorbeeld gevangenisstraf) en bijzondere kenmerken van de betrokkene (bijvoorbeeld niet-Nederlander).

Zie ook: Gedetineerde, Niet-Nederlander, Penitentiaire inrichting, Voorlopige hechtenis

Document waaruit blijkt dat een niet-Nederlander toestemming heeft om langer dan drie maanden in Nederland te verblijven.

Zie ook: Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

Document dat een voormalige asielzoeker na inwilliging van het asielverzoek het recht geeft in Nederland te verblijven.

Zie ook: Asielmigrant, Asielzoeker, Reguliere verblijfsvergunning, Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

Document waaruit blijkt dat een niet-Nederlander toestemming heeft om gedurende een bepaalde termijn van langer dan drie maanden in Nederland te verblijven.

Toelichting
Er is een vergunning voor bepaalde tijd regulier (vvr-bep) en een voor asiel (vva-bep). De asielvergunning wordt in beginsel voor een periode van 5 jaar verleend. De reguliere vergunning moet in beginsel jaarlijks worden verlengd.

Zie ook: Verblijfsvergunning, Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

Document waaruit blijkt dat een niet-Nederlander toestemming heeft om voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven.

Toelichting
Er is een vergunning voor onbepaalde tijd voor regulier (vvr-onbep) en een voor asiel (vva-onbep). In geval van asiel kan betrokkene na vijf jaar verblijf op grond van de vergunning voor bepaalde tijd in aanmerking komen voor de vergunning voor onbepaalde tijd, wanneer hij nog steeds bescherming in Nederland nodig heeft. De reguliere vergunning voor onbepaalde tijd kan na vijf jaar verblijf op grond van een vergunning voor bepaalde tijd worden verkregen, mits betrokkene duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. Deze eis vervalt na tien jaar verblijf. In alle gevallen geldt dat weigering mogelijk is in geval van inbreuk op de openbare orde.

Zie ook: Verblijfsvergunning, Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

Factor om een energiedrager om te kunnen rekenen van de fysieke eenheid naar de energie-eenheid joule. .

Toelichting
De verbrandingswaarde per energiedrager:
Steenkool en bruinkool: variabel
Antraciet: 29,3 TJ/mln kg
Cokeskool (cokesfabrieken): 28,631 TJ/mln kg
Ketelkool (elektriciteitscentrales) varieert tussen 23,5 en 25,3 TJ/mln kg, in 2016: 25,207 TJ/mln kg
Bruinkool: 20,0 TJ/mln kg
Cokesovencokes: 28,5 TJ/mln kg
Cokesovengas: 31,65 TJ/mln m3 ae
Hoogovengas: 31,65 TJ/mln m3 ae
Steenkoolteer: 41,9 TJ/mln kg
Ruwe aardolie: 42,7 TJ/mln kg
Aardgascondensaat: 44,0 TJ/mln kg
Overige aardoliegrondstoffen: 44,0 TJ/mln kg
Raffinaderijgas: 45,1962 TJ/mln kg
Chemisch restgas: 45,1962 TJ/mln kg
Lpg (incl. propaan en butaan): 45,1962 TJ/mln kg
Nafta: 44,0 TJ/mln kg
Aardoliearomaten: 44,0 TJ/mln kg
Petroleumcokes: 35,2 TJ/mln kg <- opnemen
Motorbenzine: varieert tussen de 41,2 en 42,1 TJ/mln kg
Vliegtuigbenzine: 44,0 TJ/mln kg
Vliegtuigkerosine*: 43,5 TJ/mln kg
Petroleum/Overige kerosine: 43,1 TJ/mln kg
Gas-, dieselolie (incl. dieselolie): varieert tussen de 42,9 en 43,2 TJ/mln kg
Zware stookolie: 41,0 TJ/mln kg
Smeermiddelen: 41,4 TJ/mln kg
Bitumen: 41,9 TJ/mln kg
Overige aardolieproducten: variabel
Aardgas: 31,65 TJ/mln m3
Elektriciteit: 3,6 TJ/mln kWh
Biogas: 31,65 TJ/mln m3 ae
*Vliegtuigkerosine wordt ook wel jet-fuel op petroleumbasis genoemd.

Meer uitleg over de verbrandingswaarde van motorbenzine en gas- en dieselolie is te vinden in:
‘Adjustment of heating values and CO2 emission factors of petrol and diesel’

Verbruiksprijzen (industrie) bestaan uit twee componenten: 1. importprijzen van industrieproducten betaald door de Nederlandse Industrie en handel. 2. de prijzen die de Nederlandse industriebedrijven rekenen aan binnenlandse klanten.

De som van de inkoopwaarde (exclusief BTW) van grond- en hulpstoffen en energie en de overige kosten die als verbruik zijn aan te merken.

Toelichting
Voorbeelden zijn huur, verzekeringspremies, reis- en verblijfskosten en accountantskosten.

Zie ook: Intermediair verbruik (excl. aftrekbare btw)

Vóór het begin van de vervolging is het degene van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit wordt aangenomen. Na aanvang van de vervolging is de verdachte degene tegen wie de vervolging is gericht.

Zie ook: Strafbaar feit

Het loon dat werknemers verdienen (ter onderscheiding van het CAO-loon).

De aan een bepaald boekjaar toe te rekenen verzekeringspremies.

Toelichting
Een deel van de premies die in een jaar wordt geïnd, kan namelijk dienen voor dekking van risico's in een ander (volgend) jaar.

Een persoon bij wie sprake is van inkomen uit arbeid dan wel inkomen uit eigen onderneming.

Toelichting
Binnen een huishouden kan het aantal verdieners vastgesteld worden. Een specifieke toepassing hiervan vindt plaats op huishoudens waarvan de kern gevormd wordt door een (echt)paar. Er is sprake van een eenverdiener(shuishouden) als van een (echt)paar slechts één partner verdiener is, en van een tweeverdiener(shuishouden) als beide partners verdiener zijn.

Zie ook: Eenverdiener(shuishouden), Tweeverdiener(shuishouden)

Vermogensmisdrijf, omschreven in artikel 321 t/m 323 Wetboek van Strafrecht. Hiervan is sprake wanneer iemand besluit om een goed dat eigenlijk van een ander is niet (meer) terug te geven.

Toelichting
Bijvoorbeeld het niet teruggeven van geleende of gehuurde spullen.

Verloop van een rechtsgang voor de bestuursrechter waarbij een uitspraak wordt gedaan zonder de partijen op een zitting te horen. De rechter kan daartoe besluiten op grond van de (schriftelijk) geleverde informatie.

Zie ook: Bestuursrecht, Gewone behandeling (juridisch), Versnelde behandeling (juridisch)

Rechtspersoon, opgericht als samenwerkingsverband tussen twee of meer personen (leden) om een bepaald doel te bereiken. Eventuele winst mag niet onder de leden worden verdeeld, maar moet ten goede komen aan het gekozen doel. De rechtspersoon heeft een democratische structuur. Hoogste macht heeft de Algemene Ledenvergadering die een bestuur benoemt voor de dagelijkse leiding.

Toelichting
Leden kunnen natuurlijke en/of niet-natuurlijke personen zijn.
Er zijn twee soorten verenigingen.
• Verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid. Deze hebben statuten, vastgelegd in een notariële akte, en moeten worden ingeschreven in het handelsregister. Zodra dit gebeurd is zijn bestuurders en leden in principe niet privé aansprakelijk voor verplichtingen van de vereniging.
• Verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid. Deze hebben geen statuten die zijn vastgelegd in een notariële akte. Ze mogen, maar hoeven niet in het handelsregister te worden ingeschreven. Bestuursleden van een dergelijke vereniging zijn hoofdelijk aansprakelijk, maar ze kunnen dit beperken door de vereniging in het handelsregister in te schrijven.

Zie ook: Natuurlijk persoon, Niet-natuurlijke persoon, Rechtspersoon

Cijfer dat de mobiliteit van binnenlandse verhuizingen in een bepaalde regio (gemeente, provincie, landsdeel) weergeeft.

Toelichting
De verhuismobiliteit van een regio wordt berekend als het totaal van de binnen gemeenten verhuisde personen in de regio plus de halve som van de tussen gemeenten verhuisde personen (vestigers plus vertrekkers) in de regio.
De verhuismobiliteit van Nederland is gelijk aan de som van alle binnen de gemeenten verhuisde personen en tussen gemeenten verhuisde personen.

Verandering van woonadres.

Toelichting
In de CBS-bevolkingsstatistieken zijn uitsluitend die verhuizingen opgenomen die door de burger zijn gemeld bij het bevolkingsregister van zijn of haar woongemeente.
Wijzigingen van adres door wijziging van straatnaam, huisnummer, gemeentelijke herindeling of iets dergelijks worden niet als verhuizing beschouwd.

Het aandeel personen dat zich op een bepaalde dag op de openbare weg begeeft.

Toelichting
Dit kan als voetganger of als gebruiker (bestuurder of passagier) van een vervoermiddel.

Deelnemer aan het verkeer op de openbare weg, als voetganger of als gebruiker (bestuurder of passagier) van een vervoermiddel.

Weggebruiker die is overleden ten gevolge van een plotseling optredende gebeurtenis op de openbare weg die verband hield met het verkeer, waarbij ten minste één rijdend voertuig was betrokken. Personen die dertig dagen of meer na de ongevalsdatum overlijden worden niet als verkeersdode geteld.

Een regionale gebiedsindeling, geënt op de Corop-gebieden, met een verdere uitsplitsing voor de statistieken van verkeer en vervoer naar belangrijke aanvoer- en afvoerregio’s in de internationale goederenstromen.

Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en luchtverkeer.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Gelegenheid waarbij leden in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten, het Europees Parlement of de Gemeenteraad door stemming van de kiesgerechtigde bevolking kunnen worden gekozen.

De kosten voor reclame, beurzen, advertenties, reizen, hotels, representatie, alsmede agentenprovisie en kosten van speur- en ontwikkelingswerk door derden.

Toelichting
Vanaf 2006 worden bij de Productiestatistieken de kosten van speur- en ontwikkelingswerk door derden gerekend tot de rubriek ‘Kosten van overige diensten’.

Geweldsmisdrijf, omschreven in artikel 242 Wetboek van Strafrecht.

In het bezit komen van de Nederlandse nationaliteit door erkenning, adoptie, optie en naturalisatie (zelfstandig of medenaturalisatie).

In het bezit komen van de Nederlandse nationaliteit door niet-Nederlandse kinderen van wie de adoptie door een Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse rechter wordt uitgesproken en waarbij minstens één van de adoptiefouders Nederlander is.

In het bezit komen van de Nederlandse nationaliteit door niet-Nederlandse kinderen die voor het bereiken van de meerderjarigheid door een Nederlandse vader worden erkend of door zijn huwelijk worden gewettigd.

In het bezit komen van de Nederlandse nationaliteit door personen die daarvoor kunnen kiezen op grond van artikel 6 van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2000, laatst gewijzigd op 1 april 2003.

Toelichting
De belangrijkste categorieën optiegerechtigden zijn:
- de toegelaten meerderjarige niet-Nederlander die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba is geboren en daar vanaf de geboorte heeft gewoond;
- de niet-Nederlander die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba is geboren, vanaf de geboorte staatloos is en daar gedurende een onafgebroken periode van tenminste drie jaar is toegelaten en heeft gewoond;
- de minderjarige niet-Nederlander, erkend door een Nederlander, of zonder erkenning door wettiging het kind van een Nederlander geworden, die gedurende een onafgebroken periode van tenminste drie jaar verzorging en opvoeding heeft genoten van deze Nederlander.
Met ingang van 1 april 2003 is de optieprocedure, geregeld in artikel 6 van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2000, ingrijpend gewijzigd. Voordien was de verkrijging van het Nederlanderschap door optie niet afhankelijk van een beslissing van een bestuursorgaan. De niet-Nederlander die bij een in deze wet aangewezen bestuursorgaan verklaarde Nederlander te willen worden en op dat moment voldeed aan alle voorwaarden, verkreeg daarmee onmiddellijk de Nederlandse nationaliteit. Indien achteraf bleek dat betrokkene bij het uitbrengen van de optieverklaring toch niet aan alle voorwaarden voldeed, werd de oude situatie hersteld alsof betrokkene nooit de Nederlandse nationaliteit had verkregen. Daarbij maakt het geen verschil of er sprake was van een fout van het bestuursorgaan of van het verstrekken van onjuiste gegevens door de niet-Nederlander zelf.
Met ingang van 1 april 2003 moet de optant in beginsel in persoon verschijnen en kan de optieverklaring alleen schriftelijk worden uitgebracht. Het Nederlanderschap wordt eerst verkregen na schriftelijke bevestiging door het daartoe bevoegde bestuursorgaan.
Minderjarige niet-Nederlandse kinderen delen voortaan onder bepaalde voorwaarden in de verkrijging van het Nederlanderschap door hun ouders. Dit wijkt sterk af van de situatie voor 1 april 2003, toen ze nooit in de optie van hun ouders deelden.

Intrekking of afstand doen van de Nederlandse nationaliteit.

Toelichting
Het Nederlanderschap gaat verloren wanneer de familierechtelijke betrekkingen waaraan het Nederlanderschap is ontleend (artikel 3, 4 en 5), vervalt. Hierbij geldt wel dat het Nederlanderschap in geen geval verloren gaat als daar van staatloosheid het gevolg zou zijn.
Meerderjarigen verliezen het Nederlanderschap door vrijwillig een andere nationaliteit te verkrijgen of door een verklaring van afstand af te leggen.
Voor een minderjarige gaat het Nederlanderschap onder meer verloren in geval van erkenning, wettiging of adoptie door een niet-Nederlander als de minderjarige daardoor diens nationaliteit verkrijgt of (bij meervoudige nationaliteit) die reeds bezat. Ook dit mag echter niet leiden tot staatloosheid.
Daarnaast kan het verlies van het Nederlanderschap niet optreden zolang één van de ouders nog Nederlander is.

Iemand die is opgeleid om een vrouw bij de bevalling bij te staan en die door regelmatige controle het verloop van de zwangerschap volgt.

Het saldo van bezittingen en schulden.

Toelichting
De bezittingen bestaan uit financiële bezittingen (banktegoeden en effecten), onroerend goed en ondernemingsvermogen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegeteld door gebrek aan gegevens. Zo kan het tegoed dat is opgebouwd bij spaar- en levenhypotheken, niet aan de bezittingen toegevoegd worden. Ontbrekende vormen van bezit zijn verder contant geld, duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek.
Aanspraken op pensioen of lijfrente zijn ook als een vorm van vermogen te beschouwen. Omdat een huishouden niet vrijelijk kan beschikken over deze aanspraken zijn deze echter niet in de vermogensdefinitie opgenomen.

Oude naam voor een belasting die per 1 januari 2001 is opgegaan in de inkomstenbelasting. De belasting wordt nu als vermogensrendementsheffing geheven via box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) van de inkomstenbelasting.

Verplichte, niet-periodieke betalingen aan de overheid, die gebaseerd zijn op het vermogen van de belastingplichtigen. In de praktijk gaat het hierbij altijd om successierechten.

Toelichting
De vermogensbelasting wordt niet tot de vermogensheffingen gerekend. Deze wordt namelijk periodiek geheven en wordt daarom gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.

Zie ook: Vermogensbelasting

Misdrijf, omschreven in artikel 208 t/m 214, 216 t/m 223, 225 t/m 232, 234, 311, 312, 321 t/m 323, 326 t/m 334, 336, 337, 416 en 417bis Wetboek van Strafrecht.

Toelichting
Het betreft alle valsheidmisdrijven, waaronder vals geld maken of in omloop brengen en valsheid in geschrifte. Daarnaast alle vormen van diefstal en inbraak, uitgezonderd diefstal met geweld (artikel 312 Wetboek van Strafrecht), dat in de categorie geweldsmisdrijven valt. Ook verduistering, bedrog en heling horen tot deze categorie.

Zie ook: Halt (Het Alternatief), Misdrijf, Wetboek van Strafrecht

Het deel van de betalingsbalans waarop de overdrachten van vermogen aan en uit het buitenland zijn verantwoord.

Misdrijf, omschreven in artikel 350 t/m 352 Wetboek van Strafrecht.

Toelichting
Ook vernieling van computergegevens valt hieronder.

Misdrijf, omschreven in artikel 141 lid 1, 157 en 350 Wetboek van Strafrecht. Het betreft openlijk geweld tegen goederen, opzettelijke brandstichting met gevaar goederen (niet personen) en vernieling of graffiti.

Toelichting
Het gaat hier om de lichtere misdrijven uit de categorie vernieling en misdrijven tegen de openbare orde.

Zie ook: Halt (Het Alternatief), Misdrijf, Vernieling en misdrijven tegen de openbare orde (Halt), Wetboek van Strafrecht

Oordeel van de rechter dat een hoger beroep terecht is ingesteld (gegrond is). Hij vernietigt daarmee de uitspraak van de rechtbank waartegen in beroep werd gegaan.

Zie ook: Bevestiging aangevallen uitspraak, Gegrondverklaring, Rechtbank, Rechtsmiddel, Uitspraak (juridisch)

Een reis of een gedeelte van een reis die is afgelegd met één motief ongeacht of hierbij één of meerdere vervoermiddelen worden gebruikt.

Toelichting
Bijvoorbeeld de afgelegde afstand van huis naar werk is één verplaatsing,

Een reis met eenzelfde vervoermiddel, waarbij het begin- en eindpunt worden gemarkeerd door laden en lossen.

Toelichting
De eerste plaats waar lading wordt ingenomen, vormt het beginpunt van een beladen verplaatsing, de laatste plaats van lossing is het eindpunt van een beladen verplaatsing en markeert tevens het beginpunt van een lege verplaatsing (zonder lading). De in- en uitrukritten naar en van de standplaats gelden als lege verplaatsingen.

Het gemiddelde aantal verplaatsingen van een persoon op een dag.

Toelichting
De verplaatsingen naar vervoerwijze betreffen de hoofdvervoerwijze van een verplaatsing, het voor- en natransport wordt hierbij genegeerd. Bijvoorbeeld bij een verplaatsing van huis naar het werk met achtereenvolgens de fiets naar het station, de trein en te voet naar kantoor wordt de verplaatsing als treinverplaatsing geteld.

Afgelegde afstand per verplaatsing.

De bezigheid op het bestemmingsadres van een verplaatsing. Indien deze bezigheid ‘wonen’ is, dan geldt de bezigheid op het herkomstadres.

Een kalenderdag, die deel uitmaakt van de periode dat de patiënt bij een zorgaanbieder is opgenomen.

Toelichting
Deze periode begint op de dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en eindigt op de dag van ontslag of overlijden. Bij overlijden of verhuizing van een bewoner wordt het werkelijke aantal mutatiedagen eveneens als verpleegdag in aanmerking genomen, met een maximum van dertien dagen per achtergelaten bed. (bron NZa, beleidsregel CA-308).

Zie ook: Afwezigheidsdag (ziekenhuis)

Een instelling voor mensen die intensieve verzorging, verpleging of revalidatie nodig hebben die zij thuis of in het verzorgingshuis niet (voldoende) kunnen krijgen.

De toegerekende BTW wijkt af van de aan de overheid afgedragen BTW door kwijtscheldingen, oninbaar gebleken bedragen, boetes, Regeling kleine ondernemers en ontwijking van (afdracht van) BTW.

Toelichting
Het verschil tussen toegerekende en afgedragen BTW wordt in de Nationale rekeningen niet verdeeld over de bedrijfsklassen. Dit verschil wordt op het niveau van de totale economie geteld bij de toegevoegde waarde (en het exploitatieoverschot / gemengd inkomen).

Verloop van een rechtsgang voor de bestuursrechter op dezelfde wijze als bij een gewone behandeling, maar met verkorte termijnen. In spoedeisende gevallen kan hiertoe met instemming van de partijen worden besloten.

Zie ook: Bestuursrecht, Gewone behandeling (juridisch), Vereenvoudigde behandeling (juridisch)

Afwezigheid van de verdachte en zijn vertegenwoordiger tijdens de rechtszitting.

Zie ook: Verdachte

Vonnis in een rechtszaak waarbij de gedaagde partij niet op de zitting is verschenen of geen verweer heeft gevoerd.

Zie ook: Contradictoir vonnis, Verstek

Het totale krediet dat gedurende een bepaalde periode aan particulieren is verstrekt voor consumptieve doeleinden. Hypothecaire leningen vallen hier niet onder.

Toelichting
Het gaat hierbij om kredieten met een looptijd van drie maanden of langer. Dit criterium geldt niet voor creditcard krediet.

Vertrek op eigen gelegenheid van een uitgeprocedeerde asielzoeker, waarbij - ter controle op vertrek - de reispapieren worden gezonden aan de doorlaatpost waarlangs de persoon Nederland zal verlaten.

Zie ook: Asielzoeker

Verhuizing van personen naar een andere gemeente in Nederland of naar het buitenland.

Zie ook: Administratieve afvoering

Vervoersinspanning gebaseerd op afgelegde afstand en vervoersvolume.

Toelichting
Deze wordt voor personenvervoer uitgedrukt in reizigerskilometers en voor goederenvervoer in ladingtonkilometers.

De wijze waarop personen deelnemen aan woon-werkverkeer.

Toelichting
Bij vervoerwijze woon-werkverkeer (wwv) worden de volgende categorieën onderscheiden:
Bestuurder auto woon-werkverkeer,
Bestuurder auto woon-werkverkeer, solo,
Bestuurder carpoolauto,
Bestuurder auto wwv, passagier niet-wwv,
Passagier auto woon-werkverkeer,
Passagier carpoolauto,
Passagier auto wwv, bestuurder niet-wwv,
Openbaar vervoerreiziger woon-werkverkeer,
Treinreiziger woon-werkverkeer,
Bus-/tram-/metroreiziger woon-werkverkeer,
Bromfietser/snorfietser woon-werkverkeer,
Fietser woon-werkverkeer,
Loper woon-werkverkeer,
Overige vervoerwijzen woon-werkverkeer

Bij gebruik van meerdere vervoerwijzen vindt toekenning plaats op basis van de grootste afgelegde afstand.

Burgerlijke staat die ontstaat na ontbinding van een wettig huwelijk of geregistreerd partnerschap door overlijden van de partner.

Zie ook: Burgerlijke staat

Burgerlijke staat die ontstaat na ontbinding van een geregistreerd partnerschap door overlijden van de partner.

Zie ook: Burgerlijke staat

Burgerlijke staat die ontstaat door ontbinding van een wettig huwelijk door overlijden.

Zie ook: Burgerlijke staat

Persoon van wie het huwelijk in het referentiejaar is ontbonden door het overlijden van de partner.

Toelichting
De persoon moet tijdens het overlijden van de partner in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente staan ingeschreven.

Beëindiging van een wettig huwelijk of geregistreerd partnerschap door het overlijden van één van de echtgenoten/partners.

Zie ook: Burgerlijke staat, Huwelijksontbinding

Handeling die plaats vindt na definitieve afwijzing van een verzoek om toelating in Nederland van een asielzoeker. Er zijn drie soorten verwijderingen, te weten: uitzetting, vertrek onder toezicht, controle adres na aanzegging.

Zie ook: Asielverzoek, Controle adres na aanzegging, Uitzetting, Vertrek onder toezicht

Besluit van de rechter dat de rechtszaak door een andere rechter moet worden beoordeeld. Hij stuurt de procespartijen naar die andere rechter.

Alle (quasi-)vennootschappen met als hoofdfunctie het omzetten van individuele risico's in collectieve risico's.

Toelichting
Hieronder vallen de pensioenfondsen, levens- en schadeverzekeringsmaatschappijen en spaar- en jaarkassen die onder toezicht van de Verzekeringskamer staan. Ook worden hiertoe gerekend de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die niet onder toezicht van de Verzekeringskamer staan, zoals VUT-fondsen, herverzekeringsmaatschappijen en particulier georganiseerde sociale verzekeringsinstellingen. Deze laatste voeren sociale verzekeringsregelingen uit die buiten de invloedssfeer van de overheid vallen, zoals het Risicofonds voor de bouwnijverheid en diverse ziektekostenregelingen voor specifieke beroepsgroepen (bijvoorbeeld voor gemeenteambtenaren en politiepersoneel).

Zie ook: Quasi-vennootschappen, Rechtsvorm van bedrijven, Sector verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen

De voorziening pensioen- en levensverzekering plus de overige verzekeringstechnische voorzieningen. De overige verzekeringstechnische voorzieningen zijn de premies die al zijn betaald maar die betrekking hebben op een volgende periode, en uitkeringen die betrekking hebben op de verslagperiode maar nog niet zijn betaald.

Het CBS onderscheidt de volgende verzekeringsvormen voor werkgevers: . Volledig eigenrisicodrager; . Gedeeltelijk herverzekerd (betalingen bij ziekte, die in een zekere periode boven een bepaalde vooraf gestelde grens uitkomen, zijn voor werkgever gedekt); . Volledig herverzekerd (doorbetaling bij ziekte is volledig verzekerd).

Toelichting
Wat voor verzekeringsvorm een werkgever heeft kan binnen de Nationale Verzuimstatistiek niet meer worden bepaald.

Bezwaar tegen een uitspraak die is gedaan zonder dat de procespartij daarbij aanwezig was. In het bestuursrecht kan dat alleen als er een uitspraak is gedaan in een vereenvoudigde behandeling. De rechter behandelt de zaak dan opnieuw.

Zie ook: Bestuursrecht, Vereenvoudigde behandeling (juridisch), Verzet (juridisch)

Bezwaar tegen een uitspraak dat iemand kan indienen die bij verstek (afwezigheid) veroordeeld is.

Bezwaar van een verdachte bij de strafrechter tegen een OM-afdoening (strafbeschikking), dus zonder tussenkomst van de rechter. Dan volgt een gewone volledige behandeling van de zaak op een rechtszitting.

Zie ook: OM-afdoening, Strafrecht

Rechtszaak waarbij een gedaagde die eerder bij verstek is veroordeeld alsnog voor de rechter verschijnt en zich daar kan verweren.

Zie ook: Verstekvonnis

Verzoek van een Europese lidstaat aan een andere Europese lidstaat om een persoon die verdacht wordt van een strafbaar feit uit te leveren.

Toelichting
Dergelijke verzoeken zijn gebaseerd op het Europees Arrestatiebevel (EAB).

Zie ook: Overlevering, Uitlevering

Verzoek door een ander land aan Nederland om uitlevering van een verdachte.

Zie ook: Uitlevering, verzoek om -, Verzoek om uitlevering door Nederland aan …

Verzoek door Nederland aan een ander land om uitlevering van een verdachte.

Zie ook: Uitlevering, verzoek om -, Verzoek om uitlevering aan Nederland door …

Schriftelijk verzoek aan een rechtbank om een beslissing in een burgerlijke rechtszaak te krijgen.

Zie ook: Burgerlijk recht, Rechtbank, Rechtbank, sector civiel, Rechtbank, sector kanton, Verzoekschriftprocedure

Procedure voor de rechtszaken die, volgens de wet, beginnen met een verzoekschrift aan de rechter om een bepaalde beslissing te nemen. Deze rechtszaken eindigen met een beschikking.

Zie ook: Verzoekschrift

Kalenderdag waarvoor een vaste bewoner een eigen bijdrage verschuldigd is voor duurzaam verblijf en verzorging bij een zorgaanbieder.

Toelichting
Deze bijdrage is verschuldigd met ingang van de eerste dag dat de kamer voor de bewoner beschikbaar is en eindigt op de dag van vertrek of overlijden. Bij overlijden of verhuizing van een bewoner van een tweepersoonskamer wordt voor iedere kalenderdag dat de overblijvende bewoner de kamer alleen heeft bewoond voor de achtergelaten plaats een mutatiedag als verzorgingsdag in aanmerking genomen. Vanaf het moment dat bij de zorgaanbieder een éénpersoonskamer beschikbaar is, wordt in de voornoemde situatie het werkelijke aantal mutatiedagen als verzorgingsdag in aanmerking genomen, tot uiterlijk dertien dagen na het beschikbaar komen van de éénpersoonskamer. Het maximum van dertien dagen geldt ook indien de overgebleven bewoner niet verhuist naar de eenpersoonskamer. (bron NZa, beleidsregel CA-308)

Woonvoorziening voor verzorging en begeleiding in een beschutte woonomgeving (24-uursverblijf) van ouderen met lichamelijke en geestelijke problemen en verminderde zelfredzaamheid.

Zie ook: Wooneenheid

De duur van een verzuimgeval betreft het aantal dagen verzuim, berekend vanaf de eerste verzuimkalenderdag tot en met de laatste (inclusief weekenden).

Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een onderneming voor de uitoefening van de activiteiten. Iedere onderneming bestaat uit tenminste één vestiging.

Zie ook: LBE, Lokale bedrijfseenheid (LBE), Onderneming

Het komen wonen van personen in een gemeente na verhuizing uit een andere gemeente in Nederland of uit het buitenland.

Zie ook: Administratieve opneming

Voorziening binnen de gemeentelijke bevolkingsregisters om dubbele inschrijving van personen te voorkomen.

Toelichting
Een gemeente mag voor een immigrant pas een persoonslijst aanleggen nadat bij het Vestigingsregister is nagegaan dat van deze persoon nog geen persoonslijst bestaat. Bij opschorting van de bijhouding van een persoonslijst ten gevolge van emigratie of administratieve afvoering stelt de gemeente het Vestigingsregister hiervan in kennis. Een dergelijke persoonslijst blijft bij de gemeente tot wiens bevolking de emigrant het laatst behoorde. Bij hervestiging in Nederland wordt de opschorting van de bijhouding van de persoonslijst ongedaan gemaakt.

Klasse uit de indeling Vaarwegen bevaarbaarheid (CEMT). Vaarweg uitsluitend geschikt voor vaartuigen met een maximale lengte van 194 meter, een maximale breedte van 22,80 meter en een maximale diepgang van 4,00 meter. Het laadvermogen van dergelijke schepen is over het algemeen maximaal 12 000 ton.

Zie ook: Vaarwegen, bevaarbaarheid (CEMT)

Indeling in gemeenten of groepen van gemeenten waar de woningbouw extra wordt gestimuleerd in het kader van de Vierde Nota ruimtelijke ordening Extra (VINEX).

Toelichting
In alle BON-gebieden (Besturen Op Niveau) en VINEX-stadsgebieden hebben een of meerdere gemeenten een VINEX-bouwtaak. Deze taak is op basis van de VINEX-nota in convenanten tussen Rijk en besturen van BON-gebieden en provincies vastgelegd. Deze convenanten bevatten onder andere de doelstellingen met betrekking tot de woningbouwproductie in de jaren 1995-2005. Deze gemeenten zijn de zogenoemde VINEX-prestatiegemeenten. In de BON-gebieden Regionaal Orgaan Amsterdam en Stadsregio Rotterdam zijn alle gemeenten VINEX-prestatiegemeenten.

Brandstof voor vliegtuigen met een zuigermotor. Dit zijn vaak sportvliegtuigen met een propeller.

Opstijging of landing van een luchtvaartuig op een luchthaven.

Brandstof voor vliegtuigen met een straalmotor.

Toelichting
Kerosine is een halfzware olie met een kookpunt tussen 150 en 300 graden Celsius. Bepaalde specificaties maken het geschikt voor gebruik in de luchtvaart. Vliegtuigkerosine stond voorheen bekend als jetfuel op petroleumbasis.

Terrein in gebruik voor verkeer en vervoer door de lucht.

Toelichting
Bijbehorende gebouwen en parkeerterreinen worden ook tot vliegveld gerekend.
Onverharde grond binnen de omheining van het vliegveld en terreinen met dienstverlenende bedrijven worden niet tot vliegveld gerekend, maar tot overig agrarisch terrein resp. bedrijventerrein.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Opslagterrein voor het scheiden van water en bezinksel, of voor opslag van (vervuild) havenslib.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

De bruto-oppervlakte van de vloer van de depotruimte, inclusief looppaden en oppervlakte bezet met andere materialen dan archieven, uitgedrukt in m2. Omliggende kantoorruimten worden niet meegeteld.

Toelichting
De depotruimte is een veelal geacclimatiseerde ruimte waar archiefbestanddelen worden bewaard.

Activa met een looptijd korter dan een jaar, zoals voorraden, kortlopende vorderingen, kortlopende beleggingen in effecten (niet bedoeld als deelneming om invloed uit te oefenen) en liquide middelen.

Niet-Nederlander die naar Nederland is gekomen en van wie op grond van het Vluchtelingenverdrag van Genève van 1951 is vastgesteld dat hij of zij in het herkomstland gegronde vrees heeft voor vervolging, vanwege een godsdienstige of politieke overtuiging, nationaliteit, ras of het behoren tot een bepaalde sociale groep.

Zie ook: Asielverzoek

Verblijfsvergunning die wordt verleend op grond van het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties.

Toelichting
Dit betreft de erkenning van een onderdaan van een derde land of een staatloze als vluchteling.

Zie ook: Asielmigrant, Asielzoeker, Verblijfsvergunning asiel

Het voegen, door het Openbaar Ministerie, van een strafzaak zonder tenlastelegging bij een andere zaak die aan de rechter wordt voorgelegd, met het doel de rechter bij de bepaling van de strafmaat rekening te laten houden met de gevoegde zaak.

Zie ook: Afdoening door het Openbaar Ministerie, Openbaar Ministerie (OM), Strafrecht

Het samenvoegen, door het Openbaar Ministerie, van ingeschreven strafzaken, met het doel de rechter bij één vonnis verschillende zaken tegelijk te laten afdoen.

Zie ook: Afdoening door het Openbaar Ministerie, Openbaar Ministerie (OM), Strafrecht, Vonnis

Het samenvoegen, door de rechter, van verschillende strafzaken tegen dezelfde verdachte, met het doel deze zaken als één strafzaak te behandelen.

Zie ook: Strafrecht, Verdachte

Voertuig met een geldig Nederlands bromfietskenteken en toegelaten tot deelname aan het verkeer op de openbare weg.

Toelichting
Het totaal van alle snorfietsen, bromfietsen, brommobielen en overige voertuigen met bromfietskenteken (zoals bromfiets-quads, bakbromfietsen en 3-wielige brommers).
Exclusief gehanicaptenvoertuigen.

Meeteenheid voor de verkeersprestatie, overeenkomend met de beweging van een voertuig over een afstand van één kilometer.

Immigratie waarbij een immigrant bij binnenkomst in Nederland gaat wonen op een adres waar al een familielid (ouder, echtgenoot, kind, oom of tante, neef of nicht) woont.

De positie van het kind in de rangorde van levendgeboren kinderen uit de moeder.

Toelichting
Eerder doodgeborenen uit de moeder tellen niet mee bij het bepalen van de rangorde.

Terrein voor niet-commerciële sier- en groenteteelt.

Toelichting
Tot volkstuin wordt gerekend:
- in complexen gelegen volkstuinen;
- veelal langgerekte complexen pal langs de spoorwegen;
- schooltuinen;
- bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Zie ook: Bodemgebruik, Classificatie

Een verzekering waarvoor in principe iedere inwoner verzekerd is.

Baan van een werknemer waarbij op een bepaald peilmoment/-periode het aantal overeengekomen te werken uren behoort bij een volledige dag- en weektaak.

Zie ook: Deeltijdbaan

Dagonderwijs, dat op doordeweekse dagen wordt gegeven.

Toelichting
Meestal is er een wettelijk minimum aantal lesuren. Zo moeten basisscholen in acht opeenvolgende jaren minstens 7 520 uur les geven. Per leerjaar komt dit neer op een gemiddelde van minstens 940 uur.
In het voortgezet onderwijs moeten de scholen in de onder- en bovenbouw minimaal 1 000 uur onderwijs per leerjaar aanbieden, met uitzondering van het examenjaar waarvoor een minimum van 700 uur les geldt.
In het middelbaar beroepsonderwijs moet bij voltijdopleidingen per leerjaar minstens 850 uur onderwijs (lessen, stages en begeleiding) worden aangeboden.
In het hoger onderwijs (hbo en wo) vallen de opleidingen die als dagonderwijs worden aangeboden onder het voltijdonderwijs.

Zie ook: Opleidingsvorm

Werknemer met een volledige dag- en weektaak, uitgezonderd uitzend-, oproep-, en invalkrachten.

Het gewogen gemiddelde van de veranderingen in de hoeveelheid en de kwaliteit van de onderdelen van een bepaalde goederen- of dienstentransactie of salditransactie.

Toelichting
De volumemutatie bepaalt samen met de prijsmutatie de waardemutatie.

Zie ook: Prijsmutatie, Reële ontwikkeling, Waardemutatie

Onderwijsvormen die worden aangeboden aan diegenen die het volgen van onderwijs niet (meer) als voornaamste bezigheid hebben.

Toelichting
Op 1 januari 1996 trad de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) in werking. Deze wet bracht de volwasseneneducatie en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) onder in één regeling.

Bij de educatie kunnen opleidingen worden gevolgd op vier niveaus. De laagste twee niveaus worden basiseducatie genoemd. Deze niveaus zijn gericht op het aanleren van sociale vaardigheden en basisvaardigheden in lezen, schrijven en rekenen. Niveau 3 komt overeen met het niveau van de theoretische leerweg van het vmbo of de vakopleiding van het mbo. Niveau 4 correspondeert met het niveau van de havo, het vwo of de middenkaderopleiding van het mbo.
Behalve naar niveau zijn de opleidingen van de educatie ook in te delen naar typen. Naast educatieve redzaamheid en sociale redzaamheid wordt professionele redzaamheid onderscheiden. Bij de educatieve redzaamheid zijn de opleidingen gericht op het bijspijkeren of aanvullen van leerstof voor de theoretische leerweg van het vmbo, de havo en het vwo. In cursussen voor sociale redzaamheid wordt aandacht besteed aan vaardigheden om zelfstandig te kunnen functioneren in regelmatig voorkomende situaties, zoals contact met buurtgenoten en leerkrachten op de basisschool of overleg met een huisarts of specialist. De cursussen voor professionele redzaamheid zijn gericht op re-integratie op de arbeidsmarkt en ondersteuning bij het volgen van opleidingen in het mbo en het behalen van diploma’s in deze onderwijssoort.
De educatieve redzaamheid wordt uitsluitend aangeboden op niveau 4, de twee andere typen op de niveaus 1 tot en met 4. De educatie wordt gecompleteerd door alfabetiseringscursussen voor allochtonen. Bij deze cursussen worden geen niveaus onderscheiden.

Het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) is bestemd voor personen die alsnog een diploma of deelcertificaat willen behalen van het vmbo (theoretische leerweg), de havo of het vwo. Het vavo is primair opgezet als tweedekansonderwijs, maar tegenwoordig kunnen ook leerlingen die in het reguliere voortgezet onderwijs voor hun examen zijn gezakt er terecht.

Zie ook: Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo), Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)

Gemotiveerde bindende uitspraak van de rechter in een voor hem gevoerd rechtsgeding.

Zie ook: Arrest

Situatie waarbij de wettelijke vertegenwoordiging en de verzorging van een minderjarige door de kinderrechter aan een ander dan de ouders is toegewezen.

Toelichting
De kinderrechter kan hiertoe besluiten als de ouders de verzorging en de opvoeding van hun kind niet aankunnen of het kind ernstig verwaarlozen of misbruiken. Ze kunnen dan van het ouderlijk gezag worden ontheven of uit het ouderlijk gezag worden ontzet. Het kind wordt uit huis geplaatst en de voogdij wordt aan een ander toegewezen.

Zie ook: Ontheffing van ouderlijk gezag of voogdij, Ouderlijk gezag, ontheffing van -, Ouderlijk gezag, ontzetting uit -, Voorlopige voogdij (justitiële kinderbescherming)

Wettelijke vertegenwoordiging en verzorging (voogdij) over alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Toelichting
Het ministerie van Justitie heeft het Nidos aangewezen als gespecialiseerde voogdij-instelling voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Zie ook: Alleenstaande minderjarige vreemdeling (AMV), Voogdij (justitiële kinderbescherming)

Minderjarige die onder (voorlopige) voogdij van een instelling is geplaatst, of onder toezicht van een instelling staat. Dat wil zeggen dat de wettelijke vertegenwoordiging en de verzorging van de minderjarige aan deze instelling is toegewezen.

Zie ook: Ondertoezichtstelling, Voogdij (justitiële kinderbescherming), Voorlopige voogdij (justitiële kinderbescherming)

Onderwijs dat voorbereidt op het middelbaar beroepsonderwijs. Het is bestemd voor leerlingen van 12 tot 17 jaar en heeft een duur van vier jaar. In het laatste jaar kon op verschillende niveaus examen worden gedaan.

Toelichting
Het vbo is m.i.v. 1992 de voortzetting van het lager beroepsonderwijs (lbo). Het vbo is m.i.v. de examens van het schooljaar 2002/'03 opgevolgd door het vmbo.

Voortzetting m.i.v. augustus 1999 van het mavo en vbo. Het bereidt voor op het middelbaar beroepsonderwijs, heeft een duur van vier jaar en kent vier onderwijsprogramma’s, leerwegen genoemd, die een voorgeschreven aantal vakken en relatief vaststaand eindexamenpakket hebben: de theoretische leerweg, de gemengde leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg en de basisberoepsgerichte leerweg.

Toelichting
De theoretische leerweg is te beschouwen als de opvolger van de mavo en geeft toegang tot de middenkaderopleiding, niveau 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo. Het is na diplomering tevens mogelijk door te stromen naar het vierde leerjaar havo.
De gemengde leerweg is te beschouwen als een tussenvorm van de theoretische leerweg en de beroepsgerichte leerwegen, heeft hetzelfde niveau als de theoretische leerweg, maar heeft ook een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg geeft toegang tot de middenkaderopleiding, niveau 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
De kaderberoepsgerichte leerweg is te beschouwen als de opvolger van de hoogste niveaus van het vbo en is de minimale vooropleiding voor de vakopleiding en de middenkaderopleiding, resp. op niveau 3 en 4 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
De basisberoepsgerichte leerweg is te beschouwen als de opvolger van de laagste niveaus van het vbo en is bedoeld als vooropleiding voor de basisberoepsopleiding, niveau 2 van de kwalificatiestructuur van het mbo.
Voor bepaalde probleemcategorieën vmbo-leerlingen is het leerwegondersteunend onderwijs ingesteld, waarin dezelfde leerwegen kunnen worden gevolgd en dezelfde diploma's kunnen worden gehaald als in het normale vmbo-onderwijs. Zie daarvoor de definitie van het lwoo.

Onderwijs bestemd voor leerlingen van 12-18 jaar met een duur van zes jaar. Hiertoe behoren de schooltypen gymnasium (klassieke talen verplicht), atheneum (zonder klassieke talen) en lyceum (klassieke talen als keuze). Het onderwijs geeft toegang tot het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo).

Toelichting
Vanaf 1 augustus 1998 zijn er in de hogere leerjaren van het havo en het vwo een aantal zaken veranderd. Een belangrijk onderdeel van de wijzigingen is de invoering van de zogenaamde profielen, waardoor de vrije keuze van examenvakken in het havo en het vwo grotendeels komt te vervallen. Er zijn vier profielen:
- natuur en techniek,
- natuur en gezondheid,
- economie en maatschappij,
- cultuur en maatschappij.

Zie ook: Wetenschappelijk onderwijs

Het vwo is een onderwijssoort in het voortgezet onderwijs, die vooral bedoeld is als voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs. Het vwo heeft zes leerjaren. In de bovenbouw (leerjaren 4, 5 en 6) kan gekozen worden uit vier profielen.

Toelichting
Vanaf het schooljaar 1998/’99 zijn er in de hogere leerjaren van het vwo een aantal zaken veranderd. Een belangrijk onderdeel van de wijzigingen is de invoering van de zogenaamde profielen, waardoor de vrije keuze van examenvakken grotendeels kwam te vervallen.
Vanaf 1998/’99 kunnen vwo-leerlingen kiezen uit onderstaande profielen, dat wil zeggen onderwijsprogramma’s die een relatief vaststaand vakkenpakket voor het eindexamen hebben:
- natuur en techniek;
- natuur en gezondheid;
- economie en maatschappij;
- cultuur en maatschappij.
Leerlingen kunnen ook twee profielen combineren, bijvoorbeeld ‘natuur en techniek’ en ‘natuur en gezondheid’ of ‘economie en maatschappij’ en ‘cultuur en maatschappij’

Het vwo kent twee onderwijssoorten: het atheneum en het gymnasium. Zij hebben bij de profielen een verschillend vakkenpakket. Dit verschil heeft betrekking op de klassieke talen (Grieks en Latijn). Op een lyceum kunnen leerlingen het atheneum of het gymnasium volgen.

Zie ook: Atheneum, Gymnasium, Lyceum, Profielen (onderwijs), Startkwalificatie (onderwijs)

Geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkregen kunnen worden.

Toelichting
'De pil' en geneesmiddelen tijdens ziekenhuisopnamen zijn buiten beschouwing gelaten.

Het toeleidingsgedeelte vanaf een rivier of een open water naar een sluis.

Zie ook: Vaarwegkarakter

Vrijheidsbeneming in een huis van bewaring voorafgaand aan behandeling ter terechtzitting, in het algemeen toegepast bij verdenking van een ernstig misdrijf (misdrijf waarop een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld), op grond van ernstig vluchtgevaar en/of een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, bij voorbeeld vrees voor herhaling.

Situatie waarbij de kinderrechter de wettelijke vertegenwoordiging en de verzorging van een minderjarige voorlopig overdraagt aan een Bureau Jeugdzorg of een landelijk werkende instelling voor (gezins)voogdij omdat er sprake is van een crisissituatie in het ouderlijk gezin. Dit ter voorkoming van ernstig gevaar voor de zedelijke of geestelijke belangen of voor de gezondheid van de minderjarige.

Zie ook: Ouderlijk gezag, ontheffing van -, Ouderlijk gezag, ontzetting uit -, Voogdij (justitiële kinderbescherming)

Voorlopige beslissing in spoedeisende zaken die gezien kan worden als voorschot op de eindbeslissing of als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is.

Zie ook: Eindbeslissing

Indeling van huishoudens naar het inkomensbestanddeel met het hoogste bedrag, waarin de inkomensbestanddelen van alle leden van het huishouden worden samengeteld.

Toelichting
De navolgende inkomensbestanddelen worden onderscheiden:

1 Inkomen uit arbeid

1.1 Loon werknemer

1.2 Loon ambtenaar

1.3 Overig inkomen uit arbeid

2 Inkomen uit eigen onderneming

3 Inkomen uit vermogen

4 Overdrachtsinkomen

4.1 Uitkering inkomensverzekering

4.1.1 Uitkering ivm werkloosheid

4.1.2 Uitkering ivm ziekte en arbeidsongeschiktheid

4.1.3 Uitkering ivm ouderdom en nabestaanden

4.2 Uitkering sociale voorziening

4.2.1 Uitkering algemene bijstandswet

4.2.2 Sociale voorzieningen, overig

4.3 Overig overdrachtsinkomen

Het hoogste bedrag van deze inkomensbestanddelen bepaalt de voornaamste inkomensbron, waarbij eerst de totalen per hoofdgroepering onderling worden vergeleken. Indien sprake is van inkomen uit eigen onderneming is dit bestanddeel steeds als voornaamste inkomensbron aangemerkt, ook al is er sprake van een gering of zelfs negatief inkomen.

In publicatietabellen wordt de categorie inkomen uit vermogen steeds samengevoegd met inkomen uit eigen onderneming.

Geproduceerde activa bestaande uit goederen en diensten die zijn ontstaan in de lopende of in een eerdere periode en die worden aangehouden voor verkoop, gebruik in het productieproces of voor ander gebruik in de toekomst.

Toelichting
De voorraden omvatten grondstoffen en halffabrikaten, onderhanden werk, gereed product en handelsgoederen.

Tweedekansonderwijs, waarbij volwassenen alsnog hun diploma of een deelcertificaat op het niveau van de theoretische leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo, voorheen mavo), hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) of het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) kunnen behalen.

Toelichting
Het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs is in 1993/’94 van start gegaan. Bij de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) op 1 januari 1996 ging het vavo op in de kwalificatiestructuur educatie (KSE). In het schooljaar 1997/’98 is de landelijke kwalificatiestructuur ingevoerd en viel het vavo uiteen in de KSE-niveaus 4-6. KSE 4 kwam daarbij overeen met de theoretische leerweg van het vmbo (voorheen mavo), KSE 5 met het niveau van de havo en KSE 6 met niveau van het vwo. Met ingang van het schooljaar 2004/’05 is het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) met de terminologie KSE 4-6 gestopt en wordt voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs weer de afkorting vavo gebruikt met de niveaus vmbo theoretische leerweg, havo en vwo.

Zie ook: Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), Volwasseneneducatie, Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)

Het voortgezet onderwijs omvat het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en het praktijkonderwijs.

Toelichting
Het vwo, havo, vmbo en praktijkonderwijs vallen onder de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).

Het vwo is vooral bedoeld als vooropleiding voor het wetenschappelijk onderwijs en omvat zes leerjaren. Tot het vwo behoren de onderwijssoorten gymnasium (klassieke talen verplicht) en atheneum (klassieke talen als keuzevak).

De havo bereidt voor op het hoger beroepsonderwijs en heeft vijf leerjaren. Gediplomeerde havisten kunnen ook doorstromen naar het vijfde leerjaar van het vwo. Zowel bij het vwo als havo kunnen de leerlingen in de hogere leerjaren kiezen uit vier profielen: natuur en techniek, natuur en gezondheid, economie en maatschappij en cultuur en maatschappij. Elk profiel bevat gemeenschappelijke (profielonafhankelijke) vakken, verplichte (profielspecifieke) vakken en vrije vakken. Leerlingen kunnen ook een combinatie van profielen kiezen.

Het vmbo bereidt voor op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), heeft een duur van vier jaar en kent vier onderwijsprogramma’s, leerwegen genoemd, die een voorgeschreven aantal vakken en een relatief vaststaand examenpakket hebben. Leerlingen kunnen kiezen uit de theoretische, de gemengde, de kaderberoepsgerichte en de basisberoepsgerichte leerweg.
● De theoretische leerweg geeft toegang tot een middenkaderopleiding (niveau 4) in het mbo. Geslaagden voor deze onderwijssoort kunnen ook doorstromen naar het vierde leerjaar havo.
● De gemengde leerweg is te beschouwen als een tussenvorm van de theoretische leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg, heeft hetzelfde niveau als de theoretische leerweg, maar heeft ook een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg geeft toegang tot een middenkaderopleiding (niveau 4) van het mbo en afhankelijk van de school tot het vierde leerjaar havo.
● De kaderberoepsgerichte leerweg is de beroepsgerichte vooropleiding voor de vakopleiding (niveau 3) en de middenkaderopleiding (niveau 4) van het mbo.
● De basisberoepsgerichte leerweg is bedoeld als vooropleiding voor de basisberoepsopleiding (niveau 2) van het mbo.

Binnen het vmbo is het in alle vier leerwegen mogelijk om een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) te krijgen. Dit onderwijs is bedoeld voor leerlingen met achterstanden of gedrags- en motivatieproblemen, die met extra begeleiding wel in staat zijn om een vmbo-diploma te behalen. In het vmbo (inclusief het lwoo) worden binnen elke leerweg vier sectoren onderscheiden: landbouw, techniek, economie en zorg en welzijn. Vanaf het schooljaar 2002/’03 is het op enkele scholen mogelijk om voor een combinatie van deze sectoren te kiezen.

Vanaf het schooljaar 2008/’09 kunnen vmbo-leerlingen in het kader van de experimentele ‘Leergang vmbo-mbo2’ in één leergang op dezelfde locatie de 2 hoogste leerjaren van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo combineren met 2 jaren voltijd mbo op niveau 2. Op deze manier wordt bevorderd dat meer leerlingen het onderwijs met een startkwalificatie op mbo 2 niveau verlaten.
Al eerder bestond binnen de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo de mogelijkheid om een leerwerktraject of een assistentopleiding te volgen. Het leerwerktraject geeft een leerling, die door zijn leerstijl niet in staat is het reguliere programma succesvol te doorlopen, de mogelijkheid om door middel van een passende leerroute toch een vmbo-diploma te behalen. Bij een leerwerktraject gaat het om combinatie van leren en werken, dat wil zeggen een opleiding met minder theorie, maar meer praktijk. Bij een assistentopleiding kan een vmbo-leerling in de hoogste leerjaren van de basisberoepsgerichte leerweg een mbo-opleiding op niveau 1 volgen. Bij een succesvolle afronding van dit traject ontvangt hij of zij in plaats van een vmbo-diploma dan een mbo-diploma op niveau 1.

Het praktijkonderwijs is onderwijs in praktische en sociale vaardigheden, aansluitend op het basisonderwijs, dat bestemd is voor leerlingen die niet in staat zijn om een vmbo-diploma te behalen. Het beoogt leerlingen op te leiden voor zeer eenvoudig werk op de arbeidsmarkt. Stages zijn een essentieel onderdeel van het onderwijsprogramma. Leerlingen die het praktijkonderwijs verlaten, krijgen een getuigschrift.

Zie ook: Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), Leerweg ondersteunend onderwijs (lwoo), Praktijkonderwijs, Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)

Tot 1998 voortgezet onderwijs voor kinderen die een speciale benadering nodig hadden wegens gedrags- of leerproblemen of wegens een lichamelijke handicap.

Toelichting
Tot 1998 was er de interimwet speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (ISOVSO) die al het onderwijs omvatte aan kinderen die, bijvoorbeeld als gevolg van een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, meer hulp nodig hadden bij de opvoeding en het leren dan het regulier basis- of voortgezet onderwijs kon bieden. Het ging om:
-kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom);
-moeilijk lerende kinderen (mlk);
-in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk);
-zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk);
-zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok);
-dove kinderen;
-slechthorende kinderen;
-visueel gehandicapte kinderen;
-lichamelijk gehandicapte kinderen;
-meervoudig gehandicapte kinderen;
-langdurig zieken;
-kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden;
-kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.

Vanaf 1 augustus 1998 is de wetgeving op dit gebied veranderd en zijn de voormalige onderwijssoorten lom, mlk en iobk (voor zover verbonden aan scholen voor so-lom en so-mlk) opgenomen in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Vanaf dat tijdstip wordt het basisonderwijs aan deze drie groepen gegeven op scholen voor speciaal basisonderwijs. Het voortgezet onderwijs werd in eerste instantie aangeboden op scholen voor speciaal voortgezet onderwijs (svo). In de periode augustus 1998 tot augustus 2002 is het svo-lom vooral overgegaan naar het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) op het vmbo en is het svo-mlk vooral omgezet in praktijkonderwijs.

Vanaf 1 augustus 1998 zijn alle overige onderwijssoorten die onder de ISOVSO vielen, ondergebracht in de Wet op de Expertisecentra (WEC). Bij deze zogenoemde speciale scholen wordt de opleiding aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden alleen aangeboden op het ‘niveau’ van het basisonderwijs. De andere opleidingen worden ook aangeboden als voortgezet onderwijs.

Daarnaast biedt de Wet op de Expertisecentra (WEC) de mogelijkheid om kinderen met een handicap op een school voor regulier basis- of voortgezet onderwijs te plaatsen. Dit gaat gepaard met een leerlinggebonden financiering om speciale voorzieningen in het onderwijs mogelijk te maken (het zogenaamde rugzakje).

Zie ook: Speciaal voortgezet onderwijs (svo)

Opleiding voor archiefbeheer gegeven door de Stichting Opleiding en examens voor Documentaire informatievoorziening en administratieve organisatie (SOD).

Iemand die het (bekostigd) onderwijs heeft verlaten en niet in het bezit is van een startkwalificatie. Het bezit van een startkwalificatie houdt in dat iemand ten minste een afgeronde havo- of vwo-opleiding, een basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) of een oude opleiding van vergelijkbaar niveau heeft.

Toelichting
Het aantal voortijdig schoolverlaters in Nederland kan op twee manieren worden benaderd, namelijk vanuit het totale volume of vanuit de nieuwe aanwas.

Het totale volume is het totaal aantal personen zonder startkwalificatie in Nederland. Dit aantal is ontleend aan de Enquête Beroepsbevolking (EBB). De uitkomsten van de EBB zijn gebaseerd op een steekproef van ongeveer 90 000 personen onder de Nederlandse bevolking van 15 tot 65 jaar.

De nieuwe aanwas is het aantal personen dat in een bepaald schooljaar het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie. Dit aantal is gebaseerd op onderwijsregistraties. Aan de hand van de directe door- en uitstroom tussen twee opeenvolgende schooljaren binnen het door de overheid bekostigde onderwijs en het bezit van startkwalificerende diploma's wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (de nieuwe aanwas) bepaald.

Bij het afbakenen van de groep voortijdig schoolverlaters wordt dikwijls een leeftijdsgrens aangehouden. Bij de Europese doelstelling om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen (m.b.t. het totale volume), wordt uitgegaan van jongeren van 18 tot 25 jaar. Bij de Nederlandse beleidsdoelstellingen (m.b.t. de nieuwe aanwas) wordt uitgegaan van de groep 12 tot 23 jaar.

Zie ook: Startkwalificatie (onderwijs)

Gratieverlening waarbij voorwaarden worden gesteld die het gedrag van de veroordeelde betreffen. Deze voorwaarden mogen niet de godsdienstvrijheid van de verdachte of zijn staatkundige vrijheid beperken. Meestal geldt een proeftijd van twee jaar, maar de minister van Justitie kan deze periode verlengen of verkorten.

Toelichting
Als voorwaarde kan worden gesteld dat de veroordeelde een boete betaalt, of een werk- of leerstraf uitvoert, of de schade herstelt die door het strafbare feit is aangericht, of de aangerichte schade geheel of gedeeltelijk vergoedt.

Zie ook: Gratieverlening, Onvoorwaardelijke gratieverlening

Vermogens die beheerd worden door pensioenfondsen of levensverzekeringsmaatschappijen ten einde hier pensioenen of levensverzekeringen mee uit te keren. Deze voorzieningen horen volgens de nationale rekeningen bij de bezittingen (vorderingen) van huishoudens. Zij vormen een deel van de totale verzekeringstechnische voorzieningen.

Toelichting
Voor meer informatie over de geldstromen van en naar de voorzieningen pensioen- en levensverzekering, zie Voorziening pensioen- en levensverzekering.pdf #\\Mspv1f\standaards1\Stat_Coord\StatCoord\bos\Documentatie\BegrippenInfo\Voorziening pensioen.doc#

De contante waarde van de verwachte toekomstige levensverzekeringsuitkeringen c.q. pensioenuitkeringen en administratiekosten verminderd met de contante waarde van verwachte toekomstige levensverzekeringspremies c.q. pensioenpremies. Bevat tevens de technische voorziening die wordt aangehouden omdat een deel van de in het boekjaar ontvangen premie betrekking heeft op het volgend boekjaar en tevens niet alle ontstane schaden vóór het afsluiten van de verslagperiode zijn afgewikkeld.

De lopende ontvangsten en kapitaalontvangsten van een sector of land verminderd met de lopende uitgaven en kapitaaluitgaven.

Toelichting
Een overschot betekent dat een sector of land per saldo financiële middelen aan andere sectoren of het buitenland verstrekt. Dit kan gebeuren in de vorm van kredietverlening, de aankoop van effecten of het doen van directe investeringen (zoals de overname van een buitenlandse onderneming). Een tekort betekent dat een sector of land per saldo financiële middelen ontvangt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in de vorm van leningen of de uitgifte van aandelen.

Zie ook: Vorderingensaldo

Bedrag dat aangeeft hoeveel een sector of land per saldo kan uitlenen dan wel moet lenen gegeven de lopende en de kapitaaltransacties.

Toelichting
Dit saldo wordt in de financiële rekeningen gespecificeerd naar veranderingen in de verschillende typen van vorderingen en schulden.

Zie ook: Vorderingenoverschot/tekort

Een niet-geleed zwaar wegvoertuig waarvan het leeg gewicht vermeerderd met het laadvermogen (toegestane maximum massa) meer dan 3500 kg bedraagt, uitsluitend of voornamelijk ontworpen voor het vervoer van goederen.

Maatregel voor niet-Nederlanders die er niet in zijn geslaagd een verblijfsvergunning te verwerven, voorafgaand aan een voorgenomen onvrijwillige terugkeer naar het land van herkomst. Teneinde te voorkomen dat zij zich aan uitzetting kunnen onttrekken. In een speciaal daartoe ingericht cellencomplex ondergaan zij daartoe een bijzondere vorm van detentie, die geen strafrechtelijk opgelegde gevangenisstraf betreft, doch beoogt vooruit te lopen op die terugkeer.

Toelichting
Doel is te voorkomen dat zij zich aan uitzetting kunnen onttrekken. In een speciaal daartoe ingericht cellencomplex ondergaan zij daartoe een bijzondere vorm van detentie, die geen strafrechtelijk opgelegde gevangenisstraf betreft, doch beoogt vooruit te lopen op die terugkeer.

Onderdeel van het bestuursrecht dat betrekking heeft op de toelating, het verblijf en de verwijdering van niet-Nederlanders.

Toelichting
Het vreemdelingenrecht bestaat uit twee peilers: het reguliere vreemdelingenrecht en het asielrecht.

Lid van een vereniging die doorlopend gratis toegang heeft tot de tuin.

Uitspraak, door de rechter, waarbij hij niet bewezen acht dat het door de officier van justitie ten laste gelegde feit door de verdachte is gepleegd.

Zie ook: Ontslag van (alle) rechtsvervolging, Schuldigverklaring

Brandweerpersoneel dat brandweerdienst als bijbaan heeft.

Toelichting
Dit deel van het brandweerpersoneel is oproepbaar bij calamiteiten en woont daarvoor ook trainingen bij. In ruil daarvoor krijgen zij een vergoeding en van deze vergoeding ook een jaaropgave.

Zie ook: Bijbaan, Brandweer, Operationeel personeel brandweer, Overig personeel brandweer, Totaal personeel brandweer

Werk dat in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.

In de demografie gebruikt begrip om de geboorte van kinderen door individuen, (echt)paren, bepaalde groepen of de gehele bevolking aan te duiden.

De leeftijdscategorie van 15 tot 50 jaar bij vrouwen.

Toelichting
De levensfase van de vrouw waarin zij, behoudens uitzonderingen, biologisch in staat is kinderen te baren.

Stichting die voor een bedrijfstak of onderneming VUT-uitkeringen verzorgt op basis van het omslagstelsel.

Toelichting
Het omslagstelsel houdt in dat de loonvervangende uitkeringen aan ex-werknemers worden betaald uit de premies die worden opgebracht door de actieve werknemers en door de werkgevers.

Strafbaar feit van de lichte soort, zoals omschreven in artikel 1.2.2, 1.2.4 en 2.3.6 Vuurwerkbesluit. Het betreft het afsteken van illegaal of ondeugdelijk vuurwerk, het afsteken of voorhanden hebben van vuurwerk buiten de toegestane tijd of het voorhanden hebben van meer dan 10kg vuurwerk in de verkoopperiode.

Zie ook: Halt (Het Alternatief), Overtreding (algemeen)