Macro-economie

Artikelen arbeid en sociale zekerheid

In september was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 8,0 procent groter dan in september 2018.

Consumenten hebben in september 2,2 procent meer besteed dan in september 2018.

Een vergelijkend onderzoek naar het gebruik van machine learning-technieken voor het classificeren van producten voor de CPI.

Het volume van de goederenexport was in september 1,8 procent groter dan in september 2018.

Het bruto binnenlands product (bbp) is in het derde kwartaal van 2019 met 0,4 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in november opnieuw minder gunstig.

Het ondernemersvertrouwen, de stemmingsindicator van ondernemend Nederland, kwam aan het begin van het vierde kwartaal lager uit dan in het voorgaande kwartaal. Desondanks zijn ondernemers nog steeds bovengemiddeld positief gestemd.

Het hergebruik van materialen draagt bij aan de overheidsdoelstelling om een circulaire economie te realiseren voor 2050. De bouwsector produceerde in 2016 het meeste afval, maar is ook goed voor ruim de helft van het gebruik van alle gerecyclede materialen.

In augustus was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 0,2 procent groter dan in augustus 2018.

Consumenten hebben in augustus 1,4 procent meer besteed dan in augustus 2018.

In 2018 gebruikte 7 procent van de bedrijven robots. Vooral bedrijven in de industrie en researchinstellingen maakten gebruik van bijvoorbeeld lasrobots of zelfsturende voertuigen in magazijnen.

Het aantal werklozen is in het derde kwartaal van 2019 voor het eerst in 5,5 jaar hoger dan in het voorgaande kwartaal. Het aantal werklozen stijgt doordat meer mensen die niet actief waren op de arbeidsmarkt op zoek gaan naar werk en niet direct aan de slag raken.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in oktober opnieuw minder gunstig.

Het volume van de goederenexport was in augustus 2,5 procent groter dan in augustus 2018.

In 2015 gaven Nederlandse huishoudens 9,1 miljard euro uit aan sportgoederen en -diensten, 8 procent meer dan drie jaar eerder.

De CO<sub>2</sub>-uitstoot in Nederland was in het tweede kwartaal 2,9 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2018.

Het totale reëel beschikbaar inkomen van huishoudens steeg in het tweede kwartaal van 2019 met 2,2 procent. De hypotheekschuld nam toe met 4 miljard en bedroeg 719,7 miljard euro.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2019 met 0,4 procent gegroeid ten opzichte van het eerste kwartaal van 2019.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in september minder gunstig.

In juli was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 4,4 procent groter dan in juli 2018.

Consumenten hebben in juli 1,7 procent meer besteed dan in juli 2018.

Het volume van de goederenexport was in juli 1,0 procent groter dan in juli 2018.

In het tweede kwartaal van 2019 zijn 946 bedrijven, instellingen en eenmanszaken failliet verklaard. Bij die gefailleerde bedrijven waren op het moment van faillissement bijna 5,7 duizend personen werkzaam.

De toeristische bestedingen in Nederland bedroegen 87,5 miljard euro in 2018 en waren daarmee 6,4 procent hoger dan in 2017.

In juni was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 0,1 procent groter dan in juni 2018.

Consumenten hebben in juni 1,7 procent meer besteed dan in juni 2018.

Na 2008 is de volumegroei van de consumptie door huishoudens kleiner geweest dan die van het bbp.

De consumptie door huishoudens is tussen 2008 en 2018 achtergebleven bij de economische groei. Huishoudens losten meer af op hun hypotheken, en de consumptieprijzen stegen sterker dan de prijzen van het bruto binnenlands product.

Aan het begin van het derde kwartaal van 2019 ervaart nog steeds een kwart van de bedrijven belemmeringen bij het uitoefenen van de bedrijfsactiviteiten door een tekort aan arbeidskrachten.

Het volume van de goederenexport was in juni 1,6 procent groter dan in juni 2018.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in augustus een fractie minder gunstig.

Het bruto binnenlands product (bbp) is in het tweede kwartaal van 2019 met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

In mei was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 8,9 procent groter dan in mei 2018.

Consumenten hebben in mei 2,4 procent meer besteed dan in mei 2018. De groei is groter dan in de voorgaande vier maanden.

De bijdrage van cultuur en media aan de Nederlandse economie (bbp) bedraagt 3,7 procent.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in juli iets minder gunstig.

Het volume van de goederenexport was in mei 1,5 procent groter dan in mei 2018.

Zetelverplaatsingen en verplaatsing van intellectueel eigendom naar Nederland hebben een duidelijke invloed op de economie.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen

Ook volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2019 met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van het vierde kwartaal van 2018.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens steeg in het eerste kwartaal van 2019 met 2,4 procent.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in juni een fractie minder gunstig.

In april was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 6,7 procent groter dan in april 2018.

Consumenten hebben in april 1,8 procent meer besteed dan in april 2018. De groei is groter dan in de voorgaande drie maanden.

Het volume van de goederenexport was in april bijna 2 procent groter dan in april 2018.

Op 29 mei 1959 werd het grootste aardgasveld van Europa ontdekt bij Slochteren. Met deze vondst werd aardgas zeer belangrijk voor de Nederlandse energievoorziening.

In maart was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 3,8 procent groter dan in maart 2018.

Consumenten hebben in maart 1,1 procent meer besteed dan in maart 2018. De groei is vergelijkbaar met die in de voorgaande twee maanden.

Het ondernemersvertrouwen is in het tweede kwartaal van 2019 iets hoger dan een kwartaal eerder. Na twee kwartalen van afname nam het vertrouwen licht toe.

De brede welvaart van hoogopgeleiden is hoger dan die van laagopgeleiden.

De brede welvaart in Nederland stijgt trendmatig op veel fronten. Neerwaartse ontwikkelingen waren er vooral op het gebied van arbeid en wonen. De toekomstige brede welvaart laat ook een aantal verslechteringen zien, wederom op het terrein van natuur en milieu.

De gemiddelde broeikasgasvoetafdruk per Nederlander toe nam toe van 15,1 ton CO2-equivalenten per inwoner in 2017 naar 15,8 ton in 2018. Tussen 2008 en 2016 daalde deze nog. Het verbruik van grondstoffen (vooral metalen) nam licht toe, tot 9,7 duizend kilo per inwoner in 2017.

Toelichting op samenstelling Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals (SDG’s) 2019

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in mei hetzelfde als een maand eerder.

Het volume van de goederenexport was in maart bijna 2 procent groter dan in maart 2018.

De CO<sub>2</sub>-uitstoot in Nederland was in het eerste kwartaal 0,8 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2018.

Het bruto binnenlands product (bbp) is in het eerste kwartaal van 2019 met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

Primaire producten als huisvesting en voeding zijn na de kredietcrisis een groter deel van de werkelijke individuele consumptie gaan uitmaken.

Uitgaven aan eerste levensbehoeften, zoals huisvesting en voeding, zijn de afgelopen tien jaar een groter deel van de consumptie gaan uitmaken. In 2018 betrof ruim 32 procent van de werkelijke individuele consumptie bestedingen aan primaire producten. In 2008 ging het nog om ruim 29 procent.

In februari was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 7,5 procent groter dan in februari 2018.

Consumenten hebben in februari 0,9 procent meer besteed dan in februari 2018.

In maart 2019 stegen de consumentenprijzen in Nederland twee keer zo hard als gemiddeld in de eurozone. Het verschil in prijsstijging tussen Nederland (2,9 procent) en de eurozone (1,4 procent) is de afgelopen maanden sterk opgelopen.

In 2018 groeide de Nederlandse economie met 2,7 procent. Dit was een iets kleinere groei dan het jaar daarvoor. Deze lagere groei was bij nagenoeg alle provincies terug te zien. Flevoland kende, met dank aan Almere, de sterkste groei.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in april opnieuw wat minder positief dan een maand eerder.

De Nederlandse economie, afgemeten aan het bbp, groeide in 2018 met 2,7 procent. Dat is wat minder sterk dan in 2017, toen de hoogste groei sinds de crisis werd gerealiseerd.

Een macro-economisch overzicht van de Nederlandse economie op basis van de meest recente jaarcijfers over 2018.

Het volume van de goederenexport was in februari 2 procent groter dan in februari 2018.

De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven kwam in 2018 uit op 255,0 miljard euro.

In 2018 nam het totale reële beschikbare inkomen van huishoudens toe met 2,6 procent. Dit is de sterkste groei na 2001.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het vierde kwartaal van 2018 met 0,5 procent gegroeid ten opzichte van het derde kwartaal van 2018.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in maart opnieuw wat minder positief dan een maand eerder.

In januari was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 4,9 procent groter dan in januari 2018.

Consumenten hebben in januari 0,9 procent meer besteed dan in januari 2018.

Feiten en grafieken over milieubelastingen en -heffingen in Nederland

Het volume van de goederenexport was in januari 2,7 procent groter dan in januari 2018.

De materiaalmonitor geeft inzicht in de materiaalstromen (in kilo’s) van, naar en binnen Nederland in 2016. Informatie over afval, recycling, emissies en milieu zijn ook onderdeel van de monitor.

In december was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 2,6 procent groter dan in december 2017.

Consumenten hebben in december 2,3 procent meer besteed dan in december 2017

In 2018 was het bbp 2,5 procent groter dan in 2017 volgens de eerste berekening van het CBS.

Het volume van de goederenexport was in december 2,2 procent kleiner dan in december 2017.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in februari opnieuw wat minder positief dan een maand eerder.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het vierde kwartaal 0,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2017. Huishoudens en de transportsector hebben meer CO2 uitgestoten, energiebedrijven daarentegen minder.

Statistiekbureaus beveiligen tabeldata tegen onthulling van gevoelige informatie voordat ze worden gepubliceerd. Een bekende methode is celonderdrukking. In dit paper stellen we een nieuwe aanpak voor celonderdrukking voor.

Het meten van online platformen: definities, actoren en statistische uitdagingen

In november was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 5,8 procent groter dan in november 2017.

Consumenten hebben in november 2,0 procent meer besteed dan in november 2017

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in januari een fractie minder gunstig dan in december.

Het volume van de goederenexport was in november 0,6 procent groter dan in november 2017.

In dit rapport wordt de nieuw ontwikkelde methode besproken voor het meten van economische indicatoren over de circulaire economie, tevens worden de eerste resultaten voor de periode 2001-2016 gepresenteerd.

De totale uitstaande hypotheekschuld van huishoudens is in het derde kwartaal van 2018 met 1 miljard euro gestegen tot 702 miljard euro. Dit is het zevende kwartaal op rij dat de hypotheekschuld toenam.

De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven kwam in het derde kwartaal van 2018 uit op een recordwinst van 67,2 miljard euro. Dat was 4,7 miljard euro meer dan in hetzelfde kwartaal in 2017.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het derde kwartaal van 2018 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van het tweede kwartaal van 2018.

De overheidsinkomsten in de eerste drie kwartalen van 2018 overtroffen de uitgaven met bijna 12 miljard euro. Op jaarbasis betekent dit een begrotingsoverschot van 2,1 procent van het bruto binnenlands product.

In oktober was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 7,4 procent groter dan in oktober 2017.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in december nagenoeg hetzelfde als in de vier voorgaande maanden.

Consumenten hebben in oktober 1,7 procent meer besteed dan in oktober 2017.

In het vierde kwartaal van 2018 had een kwart van de bedrijven last van een tekort aan personeel. In het merendeel van de veertig COROP-gebieden ging dat op voor 20 tot 30 procent van de bedrijven.

Economische groei in Nederland volatieler dan in België

In de afgelopen twintig jaar is de groei van het bruto binnenlands product in perioden van hoogconjunctuur in Nederland groter geweest dan in België. In jaren van laagconjunctuur was de groei in België juist hoger. Dat meldt het CBS in het artikel Economische groei in Nederland volatieler dan in België.

Het volume van de goederenexport was in oktober 5 procent groter dan in oktober 2017.

Nederland had in 2016 een goederenhandelstekort van 12 miljard euro als het gaat om de handel met de VS. Nederland importeerde dus meer goederen dan het exporteerde. Het handelstekort is grotendeels toe te schrijven aan wederuitvoerstromen.

De omzetgroei is breedgedragen over alle deelbranches. De binnenvaart boekt de grootste omzetstijging in ruim zeven jaar. Koeriers hebben profijt van online winkelen.

Banen in hernieuwbare energie, conventionele energie (zoals fossiel) en energiebesparing

De invloed van de transitie van hernieuwbare energie op de werkgelegenheid in Nederland.

BNI cijfers 2018 voor de bepaling van de afdracht voor de eigen middelen van de EU.

De omzet van de detailhandel was in het derde kwartaal van 2018 3 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. De kwartaalomzet stijgt al sinds het eerste kwartaal van 2014 onafgebroken. De omzet van pure webshops steeg weer harder dan van fysieke winkels.

Dit artikel vergelijkt de economische prestatie en structuur in het grensgebied van Nederland en Duitsland.

In september was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 0,3 procent kleiner dan in september 2017.

Consumenten hebben in september ruim 2 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het volume van de goederenexport was in september 2 procent groter dan in september 2017.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is al vier maanden nagenoeg ongewijzigd.

De CO2-uitstoot was in het derde kwartaal 0,1 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2017.

Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, is het bruto binnenlands product (bbp) in het derde kwartaal van 2018 met 0,2 procent toegenomen ten opzichte van een kwartaal eerder.

Investeringen zijn in augustus 2018 ruim 6 procent hoger dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in augustus ruim 2 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in oktober hetzelfde als in september.

Multinationals genereerden 30 procent van de 635 miljard euro aan toegevoegde waarde in 2016.

Het volume van de goederenexport was in augustus ruim 3 procent groter dan in augustus 2017

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen

De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven kwam in het tweede kwartaal van 2018 uit op 56,8 miljard euro.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2018 met 0,6 procent gegroeid ten opzichte van het vierde kwartaal van 2017.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het in het tweede kwartaal van 2018 met 1,1 procent gestegen.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in september hetzelfde als in augustus.

Investeringen zijn in juli 2018 ruim 6 procent hoger dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in juli bijna 3 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het volume van het bruto binnenlands product van Caribisch Nederland is in 2016 gestegen met 1,4 procent. Niet op alle drie de eilanden was sprake van groei. Op Bonaire groeide het volume van het bbp met 2,2 procent, terwijl het op Sint Eustatius en Saba kromp met 1,0 en 0,5 procent.

Nederland tien jaar na het begin van de kredietcrisis. De vergelijking van werkloosheid, bbp, arbeidsparticipatie, huizenmarkt, bijstandsuitkeringen, schulden en andere indicatoren geeft een beeld van de stand van zaken voor, tijdens en na de crisis.

De koopkracht van de Nederlandse bevolking is is in 2017 met een half procent gegroeid. Werknemers gingen er het meest op vooruit, bij gepensioneerden daalde de koopkracht. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het volume van de goederenexport was in juli 3,0 procent groter dan in juli 2017.

De waarde van de toeristische bestedingen in de Nederlandse economie is in 2017 met 6,9 procent gestegen naar 82,1 miljard euro. Drie kwart van de groei van de toerismesector was te danken aan de bestedingen van buitenlandse toeristen in Nederland.

Investeringen zijn in juni 2018 ruim 6 procent hoger dan een jaar eerder.

De rol van verschillende typen bedrijven (MKB, grootbedrijf) in de Nederlandse economie, 2012, methode en resultaten.

Consumenten hebben in juni bijna 3 procent meer besteed dan een jaar eerder.

In dit artikel wordt onderzocht in welke leeftijdscategorieën deze huishoudens zich bevinden, en of zij in beide jaren negatieve besparingen hadden.

Het volume van de goederenexport was in juni voor het eerst in ruim vier jaar is de export iets gekrompen.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in augustus ongeveer hetzelfde als in juli.

De CO2-uitstoot was in het tweede kwartaal 3,8 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2017. Vooral de CO2-uitstoot door gasverbruik voor verwarming was lager.

Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, is het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2018 met 0,7 procent toegenomen ten opzichte van een kwartaal eerder.

Investeringen zijn in mei 2018 bijna 2 procent hoger dan een jaar eerder.

Van de bedrijven die deelnemen aan het Europese systeem van emissiehandel, kortweg het EU ETS, worden CO2-emissies en emissiehandel gemonitord door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Consumenten hebben in mei bijna 2 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in juli ongeveer hetzelfde als in juni.

Het volume van de goederenexport was in mei 5 procent groter dan in mei 2017. Vooral de export van chemische producten en transportmiddelen groeide.

Van de vijf grootste steden in Nederland had Eindhoven in 2017 de grootste economische groei met 4,6 procent.

Ruim 500 bedrijven met meer dan 50 medewerkers verplaatsen in de periode 2014-2016 activiteiten naar het buitenland.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2018 met 0,6 procent gegroeid ten opzichte van het vierde kwartaal van 2017.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in mei iets verbeterd. In de Conjunctuurklok van half april presteren alle indicatoren beter dan hun langjarige trend.

Investeringen zijn in april 2018 ruim 11 procent hoger dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in april 3 procent meer besteed dan een jaar eerder.

De arbeidsproductiviteit in de zakelijke dienstverlening stijgt sinds 2011, na een dalende trend vanaf 2004 tot en met 2010.

Productiviteitsgroei zakelijke dienstverlening in Nederland

Het volume van de goederenexport was in april 6,6 procent groter dan in april 2017. Vooral de export van transportmiddelen, machines en apparaten groeide.

Methodologische beschrijving en toepassing van dertien ecosysteemdienstmodellen in fysieke aanbod- en gebruiktabellen.

Investeringen zijn in maart 2018 bijna 5 procent hoger dan een jaar eerder.

Persbericht bij Revisie Nationale Rekeningen

Consumenten hebben in maart ruim 3 procent meer besteed dan een jaar eerder.

De brede welvaart gaat in Nederland in het algemeen omhoog. In de voorbije acht jaar waren maar drie van de 21 zogeheten brede-welvaartstrends neerwaarts: het aantal mensen met overgewicht, de tevredenheid met de vrije tijd en het oppervlak aan beschermde natuurgebieden.

Uitleg van het concept Milieuduurzaam Nationaal Inkomen(mDNI) en berekening voor 2015

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in april een fractie verbeterd. In de Conjunctuurklok van half april presteren alle indicatoren beter dan hun langjarige trend.

Het bbp groeide in het eerste kwartaal van 2018 met 0,5 procent.

Het volume van de goederenexport was in maart 3,0 procent groter dan in maart 2017. Vooral de export van transportmiddelen, machines en apparaten groeide.

De CO2-uitstoot was in het eerste kwartaal 2,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2017. De toename komt vooral doordat huishoudens en de dienstverlening meer gas verbruikt hebben voor verwarming.

Toelichting op de wijze waarop de Monitor Brede Welvaart 2018 is samengesteld.

In 2016 en 2017 is het aandeel van de Nederlandse export in de wereldhandel toegenomen.

Het aandeel in de export van Nederland in de wereldhandel nam in 2016 en 2017 toe, terwijl het in de jaren na de kredietcrisis afnam.

Een groeianalyse van de Nederlandse economie in 2017 en een schets van de ontwikkeling van de inkomens en de winsten.

De Nederlandse economie groeide in 2017 met 3,2 procent, de hoogste groei na 2007.

Het verschil in loon tussen de top en de doorsnee werknemers van de duizend grootste bedrijven in Nederland is iets toegenomen. Het bruto jaarsalaris van de vijf topverdieners per bedrijf was vorig jaar 6,2 keer zo hoog als de doorsnee voltijdlonen bij deze grote bedrijven. In 2010 was de loonkloof nog 5,5.

Zuidoost-Noord-Brabant (Eindhoven en omgeving) dankte zijn groei aan de industrie en de zakelijke dienstverlening. In Almere trok de economie aan door een sterke economische groei van de leasebedrijven.

Investeringen zijn in februari 2018 ruim 2 procent hoger dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in februari bijna 3 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in april een fractie verbeterd. In de Conjunctuurklok van half april presteren alle indicatoren beter dan hun langjarige trend.

Het volume van de goederenexport was in februari 4,2 procent groter dan in februari 2017.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bbp in het vierde kwartaal van 2017 met 0,8 procent gegroeid.

De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven kwam in 2017 uit op 218,1 miljard euro.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in februari een fractie verbeterd.

Dit jaar bestaat het systeem van nationale rekeningen precies 75 jaar.

75 jaar nationale rekeningen: geschiedenis, gebruik en uitdagingen

Investeringen zijn in januari 2018 ruim 12 procent hoger dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in januari bijna 1 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het volume van de goederenexport was in januari 5,5 procent groter dan een jaar eerder.

Tweede meting van hoe Nederland het doet wat betreft de Sustainable Development Goals

In de afgelopen twintig jaar groeide Almere zowel qua economie, als werkgelegenheid en aantal inwoners het snelst.

Investeringen zijn in december 2017 iets lager dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in december 1,2 procent meer besteed dan een jaar eerder.

De handelstekorten van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn in 2017 hoger dan in 2016.

De CO2-uitstoot was 0,2 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Het bbp groeide in het vierde kwartaal van 2017 met 0,8 procent, in 2017 met 3,1 procent.

Het volume van de goederenexport was in december 6,6 procent groter dan in december 2016.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in februari een fractie verbeterd.

CBS-hoogleraar onderzoekt brede welvaart

Het aandeel van de overheidsbestedingen in het bbp

De invloed die de overheid na de uitbraak van de kredietcrisis op het bbp heeft gehad.

Investeringen zijn in november 2017 8,8 procent hoger dan een jaar eerder.

Consumenten hebben in novmeber 2,6 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het volume van de goederenexport was in november 9,4 procent groter dan in november 2016.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in januari nauwelijks veranderd.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bbp in het derde kwartaal van 2017 met 0,4 procent gegroeid.

De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven lag in het derde kwartaal van 2017 op 58,9 miljard euro.

Ontwikkeling van het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens in het derde kwartaal van 2017

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in december wat verder verbeterd.

Consumenten hebben in oktober 1,7 procent meer besteed dan een jaar eerder.

In oktober was het volume van de investeringen ruim 8 procent groter dan in oktober 2016.

De conjunctuur van eind 2017 vergeleken met die van eind 2007.

De fase van hoogconjunctuur in 2007 en 2017 vergeleken

Het volume van de goederenexport was in oktober 5,2 procent groter.

BNI cijfers 2017 voor de bepaling van de afdracht voor de eigen middelen van de EU

Consumenten hebben in september 3,1 procent meer besteed.

In september was het volume van de investeringen 4,7 procent groter dan in september 2016.

Ontwikkelingen op het gebied van Groene Groei

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in november verbeterd.

De CO2-uitstoot was 0,2 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Het bruto binnenlands product is in het derde kwartaal van 2017 met 0,4 procent gegroeid.

Het volume van de goederenexport was in september 6,9 procent groter.

This document reports on the carbon account for the Netherlands, one of the thematic accounts of the SEEA EEA.

Bossen en bodems compenseren 2 procent van de jaarlijkse Nederlandse CO2-uitstoot.

De ontwikkeling van de uitzendbranche sinds 2005 op basis van onder meer de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid.

Consumenten hebben in augustus 2,3 procent meer besteed dan in augustus 2016.

In augustus was het volume van de investeringen 8,4 procent groter dan in augustus 2016.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in oktober verbeterd.

Het volume van de goederenexport was in augustus ruim 7 procent groter.

Artikel over het directe en indirecte belang van de industrie, haar ontwikkeling, structuur en regionale spreiding.

De regionale spreiding van de industrie

De stijging van het bbp was met 3,0 procent het grootst op Bonaire.

De ontwikkeling van de schulden van huishoudens en bedrijven.

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bbp in het tweede kwartaal met 1,5 procent gegroeid.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het tweede kwartaal met 2,1 procent gestegen.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in september nagenoeg hetzelfde als een maand eerder.

In juli was het volume van de investeringen 9,3 procent groter dan in juli 2016.

Consumenten hebben in juli 2,8 procent meer besteed dan in juli 2016.

becijfering van de bijdrage van de publieke exportkredietverzekering aan het bbp en de werkgelegenheid

Samenstelling waterrekeningen met aanbod, gebruik, onttrekking, resources en levering water en retourwater

Het volume van de goederenexport was in juli bijna 7 procent groter dan in juli 2016.

Consumenten hebben in juni ruim 2 procent meer besteed dan in juni 2016.

De investeringen in woningen en personenauto’s namen wel toe.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen

Het volume van de goederenexport was in juni 11 procent groter dan in juni 2016; de grootste stijging in 6,5 jaar.

De CO2-uitstoot was 0,9 procent lager in het tweede kwartaal.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in augustus beter dan een maand eerder.

Het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2017 met 1,5 procent gegroeid.

Na twee maanden met een een stijging, is het aantal faillissementen in juli weer gedaald.

De gemiddelde dagproductie van de industrie was in juni 3,3 procent hoger dan in juni 2016.

De stijging van de consumentenprijsindex was in juli 1,3 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Het consumentenvertrouwen komt in juli uit op 25, tegen 23 in juni.

In mei was het volume van de investeringen in materiële vaste activa bijna 17 procent groter dan in mei 2016.

Consumenten hebben in mei ruim 2 procent meer besteed dan in mei 2016.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in juli vrijwel hetzelfde als een maand eerder.

Het volume van de goederenexport was in mei 3,3 procent groter dan in mei 2016.

De gemiddelde dagproductie van de industrie was in mei 3,9 procent hoger dan in mei 2016.

De economische ontwikkelingen in Eindhoven in 2016

Voor het eerst sinds 1999 geven gemeenten minder uit dan ze ontvangen.

Het toegenomen belang van de dienstensector in de Nederlandse economie, 1969-2016.

Het toegenomen belang van de dienstverlening in de Nederlandse economie in de periode 1969-2016.

Cijfers over ICT, R&D, innovatie, sociale media

Het Rijk heeft in 2016 voor 2,4 miljard euro aan dividend ontvangen. Dat is ruim de helft minder dan in 2013.

Een overzicht van de overheidsfinanciën in het eerste kwartaal.

Geld dat in de marktsector verdiend wordt, komt de laatste jaren in mindere mate bij werkenden terecht.

Het is voor het eerst in zes jaar dat de schuld lager is dan 60 procent van het bbp.

Het economisch beeld in juni is weinig veranderd ten opzichte van mei.

Volgens de tweede berekening is het bbp in het eerste kwartaal van 2017 met 0,4 procent gegroeid.

Het totaal reëel beschikbaar inkomen van alle huishoudens samen steeg in het eerste kwartaal van 2017 met 2,1 procent.

De ontwikkeling van de winsten van bedrijven in het eerste kwartaal van 2017

Consumenten hebben in april 2,7 procent meer besteed dan in april 2016.

Het consumentenvertrouwen komt in juni net als in mei uit op 23.

In april was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 1,4 procent kleiner dan een jaar eerder.

Het volume van de goederenexport was in april 2,9 procent groter dan in april 2016.

Uitbreiding met 28 (beleidsrelevante) indicatoren voor groene groei.

Constistente multivariate seizoencorrectie, gebaseerd op een combinatie van een multivariaat structureel tijdreksmodel.

Een kleine 40 procent van de Nederlandse dier- en plantensoorten wordt bedreigd.

In maart was het volume van de investeringen 12,3 procent groter. Er werd aanzienlijk meer in woningen geïnvesteerd.

De Monitor Duurzaam Nederland 2017 is vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden in het kader van Verantwoordingsdag.

Het bbp in het eerste kwartaal van 2017 is met 0,4 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

Het volume van de goederenexport was in maart 6,5 procent groter dan in maart 2016.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het eerste kwartaal van 2017 hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Economisch beeld volgens de Conjunctuurklok verbetert verder.

Een economische vergelijking tussen Amsterdam en Rotterdam, en de regio’s waartoe deze steden behoren.

Een vergelijking tussen de economie van Groot-Amsterdam en Groot-Rijnmond.

Het overschot op de Nederlandse lopende rekening

Na 2013 is het spaaroverschot van Nederland afgenomen.

Met 3,3 procent groeide de economie van de Zaanstreek het sterkst in 2016.

Consumenten hebben in februari 0,8 procent meer besteed dan in februari 2016.

In februari was het volume van de investeringen 3,4 procent groter. De investeringen in woningen groeiden aanzienlijk.

Rapport over in 2016 doorgevoerde methodewijzigingen ter verbetering en uitbreiding van de Milieusector.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in april verder verbeterd.

De groei van de export in februari is de grootste na febuari 2011.

Industrie produceert meer in februari. De stijging is groter dan in januari.

In dit document wordt onderzocht of het mogelijk is om een de monetaire milieurekeningen in een stelsel te integreren.

Afbakeningen van het grondgebied van Nederland naar ecosysteem eenheden.

Voor het eerst sinds de financiële crisis heeft Nederland een begrotingsoverschot van bijna 3 miljard euro.

Economisch beeld opnieuw beter

Bbp groeit met 0,6 procent in vierde kwartaal 2016.

Consumptie gezinnen groeit 2,7 procent in januari.

In januari was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 6,4 procent groter dan in januari 2016.

Met 16 ligt het consumentenvertrouwen op het hoogste punt in bijna 10 jaar.

Hoe hangen onder meer arbeidsparticipatie, consumptie en consumentenvertrouwen samen met leeftijd?

Het volume van de goederenexport was in januari opnieuw hoger. De stijging is iets kleiner dan in de voorgaande maand.

De arbeidsmarkten van Nederland en Vlaanderen zijn deels met elkaar vervlochten.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in januari hoger en een jaar eerder.

Factsheet Arbeidsmarkt grensregio Nederland-Vlaanderen

Cijfers over de bevolkingssamenstelling, de arbeidsdeelname, het soort werk en banenstructuur in de grensregio’s.

De relatie tussen technologische ontwikkeling en werkgelegenheid.

In het vierde kwartaal heeft de uitzendbranche 3,5 procent meer omgezet dan in het kwartaal ervoor.

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie lagen in in januari opnieuw hoger. Het is de grootste stijging in 5 jaar.

Consumptie gezinnen groeit 2,5 procent in december.

Krimp investeringen in december.

Op verzoek van het kabinet gaat het CBS werken aan een Monitor Brede welvaart.

Het volume van de goederenexport groeide in december verder. De stijging is iets groter dan in de voorgaande maand.

Bbp groeit met 0,5 procent in het vierde kwartaal.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het vierde kwartaal 7,3 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Economisch beeld opnieuw beter.

Studie die mogelijkheid toetst om informatie over zeggenschap van individuele ondernemingen aan Exiobase te koppelen.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in december 4,7 procent hoger.

Het producentenvertrouwen steeg van 4,7 in december naar 6,0 in januari.

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk.

Haalbaarheidsstudie naar fysieke voorraden (urban mine) in onze economie

Consumenten zijn in januari 2017 iets positiever dan in december. Het consumentenvertrouwen komt uit op 13.

Consumenten hebben in november meer besteed een jaar eerder. Ze gaven vooral meer uit aan duurzame goederen en gas.

Ook in november lagere groei investeringen

Het conjunctuurbeeld is in januari iets gunstiger. In de Conjunctuurklok presteren alle indicatoren beter dan de trend.

Het volume van de goederenexport groeide in november 2016 verder.

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk

De brutowinst van niet-financiële bedrijven liep in het derde kwartaal op tot 53,2 miljard euro.

economische beeld verbetert

Het vorderingensaldo van huishoudens wordt steeds kleiner. Over het derde kwartaal van 2016 was dit negatief.

lagere groei investeringen

Consumenten geven meer uit

De stemming onder consumenten is in december met 12, net als in oktober en november, meldt CBS

Noord-Holland profiteerde van de positieve ontwikkeling in de groot- en detailhandel.

In de regio Eindhoven wordt 20 procent van de landelijke uitgaven aan R&D gedaan.

De uitstoot van CO2 nam echter met bijna 13 procent toe.

Het verschil tussen de emissies van de Nederlandse economie en de emissies volgens de IPCC-berekening wordt besproken

CBS-jaaroverzicht 2016

In oktober 2016 was het volume van de goederenexport was in 5,2 procent groter dan een jaar eerder.

De gemiddelde dagproductie van de industrie stijgt verder in oktober, sterkste groei bij transportmiddelen.

Onderzoek in eht kader van het ‘Anders omgaan met data programma’ van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

Onderzoek in het kader van het ‘Anders omgaan met data programma’ van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

De monitor geeft inzicht in de circulaire economie, efficiëntie in grondstoffengebruik en grondstoffenafhankelijkheid.

In het derde kwartaal van 2016 namen zowel de omzet als de uitzenduren opnieuw toe.

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in oktober voor het eerst in ruim 2 jaar hoger.

Intermediair verbruik is een steeds belangrijkere productiefactor geworden.

Consumenten hebben in september meer uitgegeven dan in september 2015. Ze gaven vooral meer uit aan diensten.

Het consumentenvertrouwen komt in november net als in oktober uit op 12.

Investeringen groeien verder

Het ondernemersvertrouwen aan het begin van het vierde kwartaal en de verwachtingen voor 2017

Economische groei (bbp) in eurozone, EU en andere landen in derde kwartaal 2016

Ondanks de economische groei was in het derde kwartaal van 2016 de CO2-uitstoot in Nederland 2,3 procent lager.

Het volume van de goederenexport was in september 4,6 procent groter dan een jaar eerder.

De transitie naar een circulaire economie beschreven op basis van data van CBS.

De Nederlandse economie wordt steeds meer een circulaire economie en verspilt minder grondstoffen.

Beschrijving hoe de energiegerelateerde activiteiten in hoofdstuk 6 van de NEV 2016 zijn afgebakend.

Op veel vlakken gaat het goed met de SDGs, maar er zijn ook zorgpunten.

BNI cijfers 2016 voor de bepaling van de afdracht voor de eigen middelen van de EU

BNI cijfers 2016 voor de bepaling van de afdracht voor de eigen middelen van de EU

Consumenten hebben in augustus 1,0 procent meer uitgegeven dan in augustus 2015. Ze gaven vooral meer uit aan diensten.

In oktober steeg het consumentenvertrouwen 4 punten en komt uit op 12. Dat is de hoogste waarde na augustus 2007.

Wat is het economisch belang van de milieusector?

Het exportvolume was in augustus 3,7 procent groter dan een jaar eerder, meldt CBS.

Grant agreement no. 05121.2014.001-2014.292

Grant agreement no. 50904.2012.004-2012.437

Grant agreement no. 05121.2014.001-2014.292

Grant agreement no. 05121.2013.003-2013.342

Grant agreement no. 05121.2013.003-2013.342

Grant agreement no. 05121.2013.003-2013.342

Het belang van de exportkredietverzekering van de Nederlandse overheid voor de Nederlandse export

De indicator van het producentenvertrouwen kwam in september uit op 3,4.

Bedrijven zagen hun aandeel in het beschikbaar inkomen afnemen door dalende dividenden uit het buitenland.

Economisch beeld verbetert

Het beschikbaar inkomen van huishoudens steeg met 2,1 procent vooral door hogere beloning van werknemers.

Het aandeel is vanaf 2012 voortdurend toegenomen, terwijl dat van niet-financiële bedrijven afnam.

Factsheet met informatie over de demografische en sociaal-economische situatie van Eindhoven.

Analyse resultaten grote ondernemingen

Bestaande koopwoningen waren in augustus 6,0 procent duurder dan in augustus 2015.

Consumenten besteden opnieuw meer

Investeringen groeien gestaag verder

DNE-artikel over de Conjunctuurklok en hoe deze de Nederlandse economie heeft beschreven tussen 2013 en 2016.

CBS herziet Conjunctuurklok

Als de productie niet verandert, zullen de huidige aardgasreserves nog ruim 17 jaar meegaan.

Rapport in opdracht van ministerie van Economische Zaken

In het tweede kwartaal van 2016 steeg het aantal uitzenduren met 2,9 procent.

De waarde van het bbp is op twee van de drie eilanden van Caribisch Nederland gestegen.

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in juli 5,8 procent lager dan in juli 2015.

Ondernemersvertrouwen in de bouw is hoog, naar verwachting groeit de werkgelegenheid

Bestaande koopwoningen waren in juli 4,9 procent duurder dan in juli 2015.

Investeringen groeien verder

In augustus 2016 steeg het consumentenvertrouwen 1 punt en komt uit op 2.

Het ondernemersvertrouwen in het derde kwartaal van 2016. Hoe denken ondernemers over de economische situatie?

Economische groei (bbp) in eurozone, EU en andere landen in tweede kwartaal 2016

In het tweede kwartaal van 2016 was de CO2-uitstoot in Nederland 0,3 procent lager.

Het volume van de goederenexport was in juni 1,9 procent groter dan in juni.

CBS hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen over inflatie en hoe CBS het meet.

Het principe dat de vervuiler betaalt, gaat niet altijd op.

In juli 2016 zijn er 16 faillissementen minder uitgesproken dan in juni.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in juni 1,6 procent hoger dan in juni 2015.

Consumentenvertrouwen Nederland en vertrouwen in de Europese Unie vergeleken.

Economisch beeld al een paar maanden stabiel

Gestage groei investeringen

Het vertrouwen onder Nederlandse consumenten nader geanalyseerd

Consumenten hebben in mei 1,4 procent meer uitgegeven dan in mei 2015.

Het verschil in consumentenvertrouwen tussen jongeren en ouderen is groter geworden.

Het consumentenvertrouwen daalde 4 punten in juli en komt uit op 1.

Export groeit opnieuw aanzienlijk

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk omdat na verloop van tijd de kwaliteit van de broninformatie verbetert, onder meer door een toename van de respons van de berichtgevers en het beschikbaar komen van nieuw bronmateriaal. Verder is in deze bijstelling rekening gehouden met de nieuwste set van Europese richtlijnen en methoden die in de Europese Unie verplicht zijn gesteld.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk

In dit document worden de belangrijkste macro-economische cijfers beschreven die CBS publiceert.

Economie groeit met 0,5 procent in eerste kwartaal 2016

De brutowinst van niet-financiële bedrijven was in het eerste kwartaal van 2016 49,2 miljard euro.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens steeg met 3,0 procent, vooral door hogere lonen.

Economisch beeld nagenoeg gelijk

Meer investeringen, vooral in woningen

Consumenten hebben in april per saldo evenveel uitgegeven als in april 2015.

De stemming onder consumenten is in juni verbeterd ten opzichte van mei.

Exportwaarde van agrosector bedroeg in 2014 ruim 45 miljard euro. Nederland verdiende hieraan bijna 29 miljard euro.

In 2015 bedroeg de landbouwexport 81,3 miljard euro, de hoogste waarde ooit en de hoogste waarde in de wereld na de VS.

Het landbouwoverschot op de handelsbalans is 26,1 miljard euro tegenover 47,5 miljard euro voor alle goederen.

In het eerste kwartaal van 2016 daalde het totaal aantal uitzenduren met 1,5 procent.

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in april 8,1 procent lager dan in april 2015.

Groei investeringen zwakt af

De economie in de eurozone is in het eerste kwartaal van 2016 met 0,5 procent gegroeid.

Eerste berekening economische groei 2016-I

Conjunctuurbeeld verbetert iets

De CO2-uitstoot in Nederland was in het eerste kwartaal 1,3 procent lager.

Het volume van de goederenexport was in maart 2,8 procent groter dan in maart 2015.

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in maart 7,4 procent lager

Het vertrouwen van de industriële ondernemers is in april opnieuw toegenomen

Presentatie van de verschillende indicatoren in de Conjunctuurklok

This is a methodological report on the extension of the Materials Monitor.

In vrijwel alle provincies was er in 2015 sprake van economische groei.

CBS-nota die ingaat op een aantal vragen van de parlementaire werkgroep op het gebied van “GDP and beyond”.

De stemming onder consumenten is in april weer positief

Consumenten hebben in februari 0,1 procent meer uitgegeven dan in februari 2015.

In februari 2016 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 16,7 procent groter dan in februari 2015.

De detailhandel heeft in februari 2,3 procent meer omgezet dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok is in april iets minder dan in maart

De Europese Unie heeft een zogenoemde macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgesteld.

De gemiddelde dagproductie Nederlandse industrie was in februari 1,7 procent hoger dan in februari 2015

De publicatie Nederland in 2015 geeft het eerste complete overzicht van de sociaaleconomische ontwikkelingen in 2015

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van CBS is in maart 2016 nagenoeg hetzelfde als in februari.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal 2015 met 0,3 procent gegroeid.

Het netto extern vermogen van Nederland is het hoogst van Europa. Geen enkel ander land heeft, in verhouding tot de grootte van de economie, een hoger saldo aan financiële bezittingen.

Het vermogen van Nederland is sinds het begin van de crisis gegroeid. Dat komt vooral doordat het vermogen van pensioenfondsen en verzekeraars sinds 2008 met ruim 615 miljard euro groeide tot 1,7 biljoen euro in het derde kwartaal van 2015.

De economieën van zowel de eurozone als de hele EU zijn in het vierde kwartaal van vorig jaar gegroeid met 0,3 procent. Dat meldt Eurostat. De economie van Nederland houdt daarmee dus gelijke tred met de eurozone.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2015 met 0,3 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder, meldt CBS. Dat is vooral te danken aan de investeringen en de uitvoer.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het vierde kwartaal 0,4 procent hoger ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Belangrijke oorzaak van de lichte toename van de CO2-uitstoot is de hogere productie van de elektriciteitsbedrijven en de chemische industrie. Dit meldt CBS.

Net als in de voorgaande maanden staan bijna alle bepalende seinen voor de stand van de Nederlandse economie op groen, meldt CBS. De meeste indicatoren in de CBS Conjunctuurklok van half februari 2016 doen het beter dan hun langjarige trend.

De economieën van de eilanden van Caribisch Nederland zijn in 2013 allemaal gegroeid. Dat meldt CBS.

Net als in de voorgaande maanden staan bijna alle bepalende seinen voor de stand van de Nederlandse economie op groen, meldt CBS. De meeste indicatoren in de CBS Conjunctuurklok van december 2015 doen het beter dan hun langjarige trend. Het beeld van de conjunctuur is weer iets beter dan in de vorige maand.

In dit artikel is geanalyseerd hoe de productiviteit in Nederland zich voor, tijdens en na de crisis van 2009 heeft ontwikkeld.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is in het derde kwartaal van 2015 met 1,5 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Vooral loonstijgingen en sociale uitkeringen hebben sterk bijgedragen aan de groei.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal 2015 met 0,1 procent gegroeid ten opzichte van het tweede kwartaal 2015. Dit blijkt uit de tweede berekening van de economische groei van CBS. Het groeicijfer is niet gewijzigd. Bij de eerste berekening gepubliceerd op 13 november, was de groei ook 0,1 procent. Ook het beeld van de economie blijft hetzelfde. Export, investeringen en consumptie leveren een positieve bijdrage.

De economie van de provincie Groningen is vorig jaar met 1,7 procent gegroeid, maar als de winning van aardgas wordt meegerekend, kromp de economie met 8,8 procent.

De totale zorglasten per Nederlander&nbsp;bedroegen in 2014 gemiddeld ruim 5 300 euro. In 2006, het jaar dat de Zorgverzekeringswet werd ingevoerd, was dit bijna 4 000 euro.

In dit artikel wordt geanalyseerd hoe de collectief gefinancierde zorguitgaven zich sinds de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet in 2006 hebben ontwikkeld. Verder wordt ingegaan op de financiering van de zorg, de totale zorglasten per Nederlander en zorggebruik door diverse groepen.

De omvang van de economie (het bbp) per hoofd van de bevolking lag vorig jaar in Nederland 31 procent boven het gemiddelde in de EU. Daarmee is Nederland van plaats 2 naar 3 gedaald op de ranglijst van EU-landen met het hoogste bbp per hoofd van de bevolking.

De Nederlandse economie is de afgelopen 15 jaar ‘groener’ geworden. Van zes verschillende thema’s rond vergroening van de economie lieten er vijf een verbetering zien. Zo wordt de Nederlandse economie steeds milieu-efficiënter. Ten opzichte van andere Europese landen scoort Nederland op dit thema echter relatief laag.

Sinds mei 2015 wordt per maand gemiddeld meer aardgas ingevoerd dan uitgevoerd. Het is voor het eerst sinds het begin van de gaswinning in Nederland dat er over een periode van meerdere maanden sprake is van een invoeroverschot. Met meer dan 3,5 miljard kuub was de invoer in september zelfs hoger dan ooit. De hogere invoer van voornamelijk Noors gas hangt samen met het productieplafond voor Gronings aardgas dat sinds begin 2014 van kracht is. Dit meldt CBS.

Overzicht van de invloed van de aardgaswinning op de Nederlandse economie.

Nederlandse ondernemers in de industrie zijn positiever dan veel van hun Europese collega’s. Producenten in Griekenland en Polen waren in november 2015 het negatiefst. Met 2 ligt het Nederlandse producentenvertrouwen ruim boven het tienjarig gemiddelde. De Nederlandse producent was in november 2015 vooral positiever over de verwachte bedrijvigheid dan gemiddeld in Europa.

Net als in de voorgaande maanden staan bijna alle bepalende seinen voor de stand van de Nederlandse economie op groen. De meeste indicatoren in de CBS Conjunctuurklok van november 2015 doen het beter dan hun langjarige trend. Het beeld van de conjunctuur is iets beter dan in de vorige maand.

Het aandeel van Nederland en de EU in de totale wereldeconomie in 35 jaar tijd bijna gehalveerd. Dat komt met name door de sterke groei van China en andere opkomende landen.

De inkomensverschillen zijn tijdens de kredietcrisis kleiner geworden. Na 2008 verdienden de 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens 2,5 keer zo veel als de 20 procent met de laagste inkomens. Daarvoor waren de inkomens van de meest verdienende huishoudens nog 2,8 keer zo hoog als die van de minst verdienende huishoudens.

Dit artikel laat zien dat economische verschillen tussen huishoudens samenhangen met de gekozen inkomens- en vermogensconcepten. Herverdeling vermindert de inkomensongelijkheid in Nederland drastisch. Daarnaast wordt in dit artikel getoond dat verschillen tussen huishoudens sterk afhangen van de verslagperiode en de levensfase van de kostwinner.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2015 met 0,1 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder, meldt CBS. Het groeicijfer is gebaseerd op een eerste berekening met de gegevens die nu beschikbaar zijn. Export, investeringen en consumptie leveren een positieve bijdrage.

De CO2-uitstoot in Nederland stijgt sneller dan de economische groei. In het derde kwartaal van 2015 lag de uitstoot 6,8 procent hoger dan een jaar eerder.

Het aantal landbouwbedrijven daalde in de periode 1995–2014 met 42 procent. In 1995 telde Nederland nog 113 duizend agrarische bedrijven, in 2014 is dit aantal gedaald tot 65 duizend. Tegelijkertijd daalde het arbeidsvolume met 22 procent. Toch steeg het productievolume met 22 procent in diezelfde periode. Dit hangt onder meer samen met nieuwe landbouwtechnologie en schaalvoordelen. De bedrijven zijn flink groter geworden. Een doorsnee bedrijf in 2014 had 62 procent meer grond dan in 1995.

Tijdens de kredietcrisis daalde niet alleen de waarde van onroerend goed, maar ook die van woninginboedels en auto’s, zij het minder fors.

Net als in de voorgaande maanden staan bijna alle seinen die bepalend zijn voor de stand van de Nederlandse economie op groen, meldt CBS. Bijna alle indicatoren in de CBS Conjunctuurklok van oktober 2015 doen het beter dan hun langjarige trend. Het beeld van de conjunctuur verschilt niet veel met dat van vorige maand.

In augustus 2015 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 13,2 procent groter dan in augustus 2014. Deze stijging is vooral te danken aan aanzienlijk hogere investeringen in woningen en infrastructuur.

CBS heeft als taak om de samenleving te voorzien van betrouwbare en samenhangende feiten en cijfers die inspelen op de behoefte van die samenleving. Objectieve informatie moet tijdig beschikbaar zijn op een toegankelijke en bruikbare manier voor iedereen.

De economieën van de eilanden van Caribisch Nederland zijn in 2013 allemaal gegroeid.

Het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 verenigde twee economisch hoog ontwikkelde gebieden. Na de scheiding van 1830 industrialiseerde en groeide België veel sterker dan Nederland. Sinds de Eerste Wereldoorlog groeiden de beide economieën weer naar elkaar toe. Wat betreft inkomen en economische structuur ontlopen ze elkaar niet veel meer.

De binnenlandse winst van niet-financiële vennootschappen is in de eerste twee kwartalen van 2015 sterk toegenomen. Aan het einde van het tweede kwartaal kwam de winst uit op 165 miljard euro. Hiermee is het niveau van voor de crisis bijna bereikt. Ook de investeringen zijn sterk gestegen.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is in het tweede kwartaal van 2015 met 1,0 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Vooral loonstijgingen hebben in het tweede kwartaal sterk bijgedragen aan de groei. Huishoudens hebben voor het eerst sinds ruim twee jaar weer meer hypotheken opgenomen dan afgelost.

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal 2015 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van het eerste kwartaal 2015. Dit blijkt uit de tweede berekening van de economische groei van CBS.

In juli 2015 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 10 procent groter dan in juli 2014. Deze stijging is vooral te danken aan aanzienlijk hogere investeringen in woningen en personenauto’s.

De uitgaven van Defensie bevonden zich in 2014 op het laagste niveau ooit. De dalende defensie-uitgaven van Nederland staan niet op zich.

In 2014 zijn de uitgaven aan defensie met 191 miljoen euro gedaald 7,4 miljard euro. De defensie-uitgaven vertonen al vijf jaar een dalende trend, al was er in 2013 een lichte stijging. Sinds 2009 zijn de uitgaven met 1,1 miljard euro afgenomen.

De overheid incasseerde in 2014 23,9 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Huishoudens betaalden van elke euro van deze belastinginkomsten 66 eurocent.

De AOW-aanspraken zijn tussen 2008 en 2014 bijna verdubbeld en overtreffen ruimschoots de aanspraken op het aanvullende werknemerspensioen.

Alle westerse landen worstelen vanwege de vergrijzing met de betaalbaarheid van hun pensioenen. Nederland neemt internationaal een bijzondere positie in vanwege het enorme pensioenvermogen dat is opgebouwd voor de aanspraken op het aanvullend werknemerspensioen. De AOW wordt in Nederland gefinancierd via een omslagstelsel en er worden geen reserves opgebouwd.Volgens nieuwe berekeningen is hiervoor echter meer geld nodig dan voor het aanvullend werknemerspensioen. De voor beide pensioenregelingen benodigde reserves worden sterk opgeblazen door de lage rente.

In dit artikel schetst CBS waar de bouwsector nu staat in vergelijking met voor en tijdens de crisis, zowel op het gebied van productie en financiën als qua aantallen bedrijven en banen. Er wordt bovendien niet alleen naar de bouwsector zelf gekeken, maar ook naar de woningmarkt, de utiliteitsmarkt en de infrastructuurmarkt.

Het aandeel van ingevoerde producten in de totale consumptie is vrijwel constant.

De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal van 2015 gegroeid met 0,3 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Dit blijkt uit eerste berekeningen die Eurostat vanochtend bekend heeft gemaakt. De Europese Unie als geheel noteerde een groei van 0,4 procent.

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 2015 met 0,1 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Export, investeringen en consumptie van gezinnen leveren een positieve bijdrage. De sterk gedaalde aardgaswinning drukt het groeicijfer echter.

De CO<sub>2</sub>-uitstoot in Nederland was in het tweede kwartaal 4,1 procent hoger dan een jaar eerder. Belangrijke oorzaken van de hogere uitstoot zijn de groei van de economie met 1,6 procent, het hogere gasverbruik door huishoudens en de inzet van meer kolen in plaats van aardgas in energiecentrales.

Wereldwijd heeft Nederland het op zes na grootste overschot in de goederenhandel. China en Duitsland hebben de grootste overschotten en de Verenigde Staten het grootste tekort. De eurolanden Frankrijk, Spanje en Griekenland hebben ook een groot handelstekort.

Eind maart 2015 bedroegen de schulden van de Nederlandse huishoudens ruim 742 miljard euro, 2 miljard meer dan een kwartaal eerder. Dit maakt CBS vandaag bekend. Van eind september 2012 tot medio 2014 namen de schulden nog af. De recente schuldtoename hangt mede samen met het aantrekken van de woningmarkt en een vermindering van de schenkingsvrijstelling. Ook staat de rente nog altijd op een historisch laag niveau.

Het netto buitenlands bezit van Nederland is in het eerste kwartaal van 2015 gestegen tot een recordhoogte van 659 miljard euro. Dit zogenaamde extern vermogen bestaat uit de buitenlandse bezittingen van Nederlandse huishoudens en organisaties minus de Nederlandse bezittingen van buitenlandse partijen. De afgelopen kwartalen pakten ontwikkelingen op de aandelenmarkt en valutaschommelingen positief uit voor de Nederlandse positie.

Overheidsschuld was na het eerste kwartaal van 2015 459 mld euro Dat is 68,9 procent van het bbp. De helft van de overheidsschuld is in handen van buitenlandse schuldeisers.

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk omdat na verloop van tijd de kwaliteit van de broninformatie verbetert, onder meer door een toename van de respons van de berichtgevers en het beschikbaar komen van nieuw bronmateriaal. Verder is in deze bijstelling rekening gehouden met de nieuwste set van Europese richtlijnen en methoden die in de Europese Unie verplicht zijn gesteld.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de jaren 2012 Definitief, 2013 Nader voorlopig en 2014 Voorlopig. Deze cijfers zijn gereviseerd volgens de nieuwste voorschriften (ESA 2010).

Overzicht van de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de kwartalen en jaren van 2011-2014. Deze cijfers zijn gereviseerd volgens de nieuwste voorschriften (ESA 2010).

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de jaren 2011 Definitief, 2012 Nader voorlopig en 2013 Voorlopig. Deze cijfers zijn gereviseerd volgens de nieuwste voorschriften (ESA 2010).

ICT heeft tussen 2000 en eind 2010 een positief effect op de economie gehad. In bedrijfstakken waar ICT intensief wordt gebruikt werden bedrijven productiever.

Nederlandstalige samenvatting van het rapport ICT and Economic Growth opgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken.

De directe bijdrage van het inkomend toerisme aan het bruto binnenlands product (bbp) van Bonaire bedraagt in 2012 ongeveer 16,4 procent.

In het eerste kwartaal van 2015 daalde de omzet van de industrie met 4,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De buitenlandse omzet nam licht toe (0,6 procent), de binnenlandse omzet daalde fors (12,1 procent) . Andere indicatoren laten een beter beeld zien: het producentenvertrouwen blijft groeien, de bezettingsgraad neemt toe en het aantal faillissementen blijft onveranderd laag.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie als geheel zijn in het eerste kwartaal van 2015 beide gegroeid met 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Dit blijkt uit eerste berekeningen die Eurostat vanochtend bekend heeft gemaakt. Eerder vandaag bracht het CBS al naar buiten dat de Nederlandse economie in dezelfde periode eveneens met 0,4 procent is gegroeid. Vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder groeide de Nederlandse economie in het eerste kwartaal met 2,4 procent. De economieën van de eurozone en de Europese Unie groeiden in dezelfde periode met respectievelijk 1,0 en 1,4 procent.

Eerste, nog voorlopige onderzoeksresultaten, laten zien dat het niveau van het bruto nationaal inkomen (bni) van Nederland in 2011 en 2012 respectievelijk 1,8 en 1,5 procent hoger was dan eerder berekend. Vooral aanvullende informatie over de omvangrijke financiële stromen van en naar het buitenland van met name multinationale ondernemingen hebben tot deze verhoging geleid. Dit blijkt uit de eerste uitkomsten van onderzoek dat het CBS en De Nederlandsche Bank (DNB) eind 2014 zijn gestart om de nationale rekeningen en de betalingsbalans beter op elkaar te laten aansluiten.

In vrijwel alle provincies was er in 2014 sprake van economische groei. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag bekend gemaakt

De Europese Unie heeft een zogenoemde macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgesteld. Met behulp van een scorebord beoordeelt de Europese Commissie de lidstaten op mogelijke zwakke schakels binnen de nationale economie. In deze Factsheet wordt een overzicht gegeven van de achtergronden en ontwikkelingenvan elke indicator.

Ruim 60 procent van de kleine en middelgrote bedrijven die van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) gebruikmaken, investeert of handelt in goederen in het buitenland.

Toespraak CBS directeur-generaal Tjark Tjin-A-Tsoi ter gelegenheid van het overhandigen van ‘Nederland in 2014’ aan Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg, d.d. 26 maart 2015

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is in 2014 met 0,4 procent gestegen. Hiermee steeg het huishoudinkomen (na inflatiecorrectie) voor het eerst sinds 2011. De inkomens liggen nu ongeveer 2,5 procent onder het niveau van 2008, het jaar waarin de crisis uitbrak. De consumptie door huishoudens steeg in 2014 licht, maar ligt nog wel 4,5 procent onder het niveau van 2008.

De publicatie Nederland in 2014 geeft een eerste compleet overzicht van de sociaaleconomische ontwikkelingen in 2014.

Het overheidstekort kwam in 2014 uit op 2,3 procent van het bbp. Het tekort zat vooral bij het Rijk en de sociale fondsen. Het tekort van gemeenten is sterk gedaald, van provincies sterk gestegen.

De Europese landen hebben samen 195 miljard euro uitgeleend aan de Griekse overheid. De Nederlandse bijdrage is 11,9 miljard, ofwel ruim 700 euro per Nederlander. De Griekse overheidsschuld bestaat tegenwoordig voornamelijk uit leningen van Europese landen in plaats van staatsobligaties.

De verkopen in de detailhandel zijn in 2014 voor het eerst sinds 2008 weer gegroeid. De omzet nam, na twee jaren met een omzetdaling, met 0,5 procent toe. Vooral het vierde kwartaal, met in december een omzetstijging van bijna 3 procent, droeg hieraan bij.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie als geheel zijn in het vierde kwartaal van 2014 gegroeid met respectievelijk 0,3 en 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Dit blijkt uit eerste berekeningen die Eurostat vanochtend bekend heeft gemaakt. Eerder vandaag bracht het CBS al naar buiten dat de Nederlandse economie in dezelfde periode met 0,5 procent is gegroeid. Vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder groeide de Nederlandse economie in het vierde kwartaal met 1,0 procent. De economieën van de eurozone en de Europese Unie groeiden in dezelfde periode met respectievelijk 0,9 en 1,3 procent.

Uit de eerste berekening van de economische groei, gebaseerd op de nu beschikbare gegevens, blijkt dat de Nederlandse economie in het vierde kwartaal van 2014 met 0,5 procent is gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze groei wordt breed gedragen. Gezinsconsumptie, export en investeringen leverden een positieve bijdrage. In 2014 zijn er nu drie kwartalen achter elkaar van groei gemeten.

Achtergronden bij het historisch lage rendement op staatsobligaties. Het artikel is het eerste in een nieuwe reeks getiteld "De Nederlandse economie", naar het gelijknamige boek dat in de zomer van 2014 voor het laatst verscheen. Met de reeks wil CBS continu achtergronden geven bij de economische actualiteit.

Het rendement op staatsobligaties ligt op een historisch laag niveau. Desondanks is de vraag naar Nederlandse staatsobligaties onverminderd hoog.

In het derde kwartaal van 2014 was het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 2,5 procent hoger dan een jaar eerder. Ook in de eerste twee kwartalen van dit jaar groeide het inkomen van huishoudens al. Vooral het inkomen van zelfstandigen heeft in alle drie kwartalen sterk bijgedragen aan de groei.

Uit de tweede raming van de economische groei, op basis van aanvullende informatie, blijkt dat de Nederlandse economie in het derde kwartaal van 2014 met 0,1 procent is gegroeid ten opzichte van het tweede kwartaal. Dit heeft het CBS vandaag bekendgemaakt.

Voor de periode van het vierde kwartaal van 2013 tot en met het derde kwartaal van 2014 kwam het overheidstekort uit op 2,7 procent van het bbp. Dit heeft het CBS vandaag gemeld. In deze periode gaf de overheid 17,7 miljard euro meer uit dan er binnenkwam. Er is nog een kwartaal te gaan voordat het CBS kan bepalen of het tekort over heel 2014 voldoet aan de EMU-norm van 3 procent van het bbp. Het Centraal Planbureau voorspelt in zijn decemberraming dat het tekort over heel 2014 uitkomt op 2,8 procent van het bbp.

Huishoudens hebben sinds 2009 een groot deel van hun obligaties verkocht. Eind september 2014 bezaten Nederlandse huishoudens in totaal 10,3 miljard euro aan obligaties plus kortlopende schuldbewijzen. Dit is 1,8 miljard euro minder dan aan het begin van 2014.

In oktober 2014 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 5 procent groter dan in oktober 2013. Deze stijging is vooral te danken aan de hogere investeringen in gebouwen, infrastructuur en machines.

Over de periode 2011-2013 heeft de economie van de provincie Drenthe het meest te lijden gehad onder de crisis. Het bbp kromp in deze provincie het sterkst met ruim 3 procent in drie jaar tijd. Drenthe had al het laagste bbp per hoofd van de bevolking.

De Europese Unie heeft een zogenoemde macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgesteld. Met behulp van een scorebord beoordeelt de Europese Commissie de lidstaten op mogelijke zwakke schakels binnen de nationale economie. In deze Factsheet wordt een overzicht gegeven van de achtergronden en ontwikkelingenvan elke indicator.

Van alle snoepgoed dat in 2013 Nederland binnenkwam, kwam slechts 3 procent uit Spanje. Dat waren vooral zuurtjes en keelpastilles. De meeste snoep komt uit de buurlanden, België en Duitsland.

De economieën van de eurozone en de EU zijn in het derde kwartaal van 2014 gegroeid met respectievelijk 0,2 en 0,3 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder groeide de economie van de eurozone met 0,8 procent en die van de EU met 1,3 procent. Dit blijkt uit cijfers die Eurostat vanochtend bekend maakte. Eerder vandaag maakte het CBS bekend dat de Nederlandse economie in het derde kwartaal groeide met 0,2 procent ten opzichte van een kwartaal eerder en 1,1 procent ten opzichte van een jaar eerder. De laatste jaren loopt de ontwikkeling van de Nederlandse economie gelijk op met die van de eurozone.

Uit de zogenoemde flashraming van de economische groei, gebaseerd op de nu beschikbare gegevens, blijkt dat de Nederlandse economie in het derde kwartaal van 2014 met 0,2 procent is gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

De Nederlandse economie heeft 0,4 procent meer CO2 uitgestoten in het derde kwartaal van 2014 dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer steeg de CO2-uitstoot met 1,0 procent. De economie groeide met 1,1 procent op jaarbasis in het derde kwartaal van 2014. Dit maakt het CBS vandaag bekend. De CO2-uitstoot is berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

CBS organiseert een persconferentie over zowel de economische groei in het derde kwartaal van 2014,

Het volume van de export van goederen was in augustus 1,2 procent groter dan in augustus 2013. Een maand eerder groeide de export ruim 4 procent. De groei van de export is toe te schrijven aan de wederuitvoer. De uitvoer van Nederlands product kromp.

Consumenten hebben in augustus 1,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in augustus 2013. Dit is de grootste consumptiegroei in bijna vier jaar tijd.

In augustus 2014 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 3,8 procent kleiner dan in augustus 2013. Deze daling is vooral te wijten aan de lagere investeringen in woningen, bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen.

Het meten van de economie is één van de kerntaken van het CBS. Dat gebeurt volgens een set van internationaal afgesproken richtlijnen en methoden, die ervoor zorgen dat de cijfers van verschillende landen onderling vergelijkbaar zijn.

Het volume van de export van goederen was in juli 4,7 procent groter dan in juli 2013. In juni groeide de uitvoer met 3,6 procent. De groei van de export is bijna helemaal toe te schrijven aan de wederuitvoer. Dit meldt het CBS vandaag. Het volume van de import was in juli 6,9 procent groter dan

Uit de tweede raming van de economische groei blijkt dat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal met 0,7 procent is gegroeid ten opzichte van het eerste kwartaal. Dit heeft het CBS vandaag bekend gemaakt. Bij de flashraming van 14 augustus is de groei geraamd op 0,5 procent. De opwaartse bijstelling van 0,2 procentpunt is onder meer toe te schrijven aan kleine opwaartse bijstellingen van de consumptie door huishoudens en de investeringen in vaste activa.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het tweede kwartaal van 2014 gelijk gebleven ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste kwartaal was er sprake van een krimp van 2,7 procent. In het tweede kwartaal krompen de delfstoffenwinning en de energiebedrijven. De meeste industrietakken, de landbouw en de bouw groeiden wél. In zowel het eerste als het tweede kwartaal had het relatief warme weer een negatieve invloed op de gasproductie.

De consumptie door huishoudens is in het tweede kwartaal van 2014 met 0,2 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste kwartaal was er nog sprake van een daling van 1 procent. De overheidsconsumptie bleef net als voorgaand kwartaal, hoegenaamd gelijk ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

In het tweede kwartaal van 2014 hebben Nederlandse niet-financiële vennootschappen 4,9 miljard euro meer leningen afgesloten dan afgelost. De leningen zijn vooral verstrekt door buitenlandse moeder- en dochtermaatschappijen en niet door Nederlandse financiële instellingen. Huishoudens hebben meer leningen afgelost dan afgesloten, net als in de voorgaande vijf kwartalen.

In het tweede kwartaal van 2014 kwam de brutowinst voor belastingen van niet-financiële bedrijven uit op 38,2 miljard euro. Dat is 4,3 miljard euro meer dan in het tweede kwartaal van 2013. Hoewel dit wijst op een klein herstel na drie jaren van jaarlijks afnemende winsten in het tweede kwartaal, lag de winst nog 4,5 miljard euro lager dan in het tweede kwartaal van 2010. De hogere brutowinst in het tweede kwartaal van 2014 was vooral het gevolg van hogere winsten bij buitenlandse dochterondernemingen en een licht verbeterd resultaat bij de binnenlandse activiteiten.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het tweede kwartaal van 2014 gestegen met 2,1 procent ten opzichte van een jaar eerder. De niet-commerciële dienstverlening bleef gelijk.

De overheidsinkomsten namen in het eerste halfjaar van 2014 met 0,6 miljard euro licht af ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De uitgaven stegen in het eerste halfjaar met 4,5 miljard euro. Het overheidstekort kwam daardoor in het eerste halfjaar van 2014 uit op 9,4 miljard euro. Dit is 5,1 miljard hoger dan het eerste halfjaar van 2013. Deze toename komt vooral doordat de opbrengsten van de telecomfrequentieveiling van begin 2013 nu wegvallen.

In het tweede kwartaal van 2014 lag het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 2,0 procent hoger dan een jaar eerder. Dit is de grootste stijging in de laatste vier jaar. Het reëel beschikbaar inkomen wordt bepaald op basis van voortschrijdende jaartotalen: de gegevens over vier kwartalen worden daarbij gecombineerd en toegekend aan het laatste kwartaal.

In het tweede kwartaal van 2014 is het handelssaldo van goederen en diensten met 1,3 miljard euro gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In totaal hebben Nederlandse ingezetenen voor 15,9 miljard euro meer aan goederen en diensten geëxporteerd dan dat ze importeerden. Daarmee leverde de buitenlandse handel een positieve bijdrage van 1,0 procentpunt aan de bbp-groei.

In het tweede kwartaal van 2014 zijn de bruto-investeringen in vaste activa met 1,7 procent gestegen ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Deze stijging was veel minder groot dan in de voorgaande twee kwartalen.

In juli 2014 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 5,2 procent groter dan in juli 2013. Deze stijging volgt op twee maanden met een kleine krimp. Het herstel is vooral te danken aan de investeringen in woningen, bedrijfsgebouwen en infrastructuur.

De bijdrage van de toerismesector aan het bbp van Nederland is gegroeid van 3,2 procent in 2010 tot 3,6 procent in 2013. Deze groei komt vooral omdat er meer buitenlandse toeristen naar Nederland komen en meer buitenlandse boekingen bij Nederlandse bedrijven worden gedaan.

Consumenten hebben in juli 0,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in juli 2013. In mei en juni lagen de bestedingen ongeveer op hetzelfde niveau als een jaar eerder. De stabilisatie en de lichte groei volgen op bijna drie jaar van vrijwel onafgebroken krimp.

Het volume van de export van goederen was in juli 4,1 procent groter dan in juli 2013. In juni groeide de uitvoer met 3,2 procent. De groei van de export is bijna helemaal toe te schrijven aan de wederuitvoer.

De arbeidsmarkt vertoonde in het tweede kwartaal van 2014 een voorzichtig herstel.

Ruim een op de tien Nederlanders denkt dat de kans (heel) groot is dat er bij hen wordt ingebroken. Dat aandeel is de afgelopen jaren toegenomen, vooral bij inwoners van weinig stedelijke gebieden en 65-plussers. Toch zijn deze groepen nog steeds het minst bang voor inbraak. De toename is opmerkelijk, omdat het aantal slachtoffers van (een poging tot) inbraak nauwelijks steeg.

Vandaag publiceert het CBS De Nederlandse economie 2013. In deze publicatie wordt een uitgebreid beeld geschetst van de economische structuur van Nederland en de ontwikkelingen daarin in 2013. Daarnaast staan er in de publicatie een vijftal achtergrondartikelen over uiteenlopende onderwerpen die allen verband houden met bijzondere ontwikkelingen in de Nederlandse economie van de laatste jaren.

De laatste jaren zijn de investeringen in Nederland sterk achtergebleven. Dit heeft onder meer te maken met de sterk verminderde bouwproductie. Wat echter ook speelt, is dat Nederlandse bedrijven via buitenlandse dochterondernemingen in verhouding steeds meer investeren in het buitenland. Deze trend speelt al langer dan de recente crisis

Nederland beschikt over relatief weinig eigen natuurlijke hulpbronnen, terwijl de economie zwaar leunt op de export en sectoren die veel energie en materialen gebruiken. Een goed inzicht in het gebruik en de afhankelijkheid van grondstoffen is van belang om de toekomstige voorziening van belangrijke materialen veilig te stellen. Dit artikel analyseert de materiaalstromen in de Nederlandse economie, de grondstofafhankelijkheid en de efficiëntie waarmee grondstoffen worden ingezet.

Een veel gehoorde bewering is dat de investeringen in Nederland achterblijven. De crisis heeft inderdaad met name de investeringen in onroerend goed in de afgelopen jaren ver teruggeworpen. Ook klopt het dat (niet-financiële) ondernemingen verhoudingsgewijs steeds meer investeren in het buitenland. De buitenlandse activiteiten vormen dan ook een steeds belangrijker bron van inkomsten voor bedrijven. Worden de buitenlandse investeringen meegenomen, dan blijkt er van het oppotten van winsten door Nederlandse ondernemingen echter geen sprake.

Hoewel de Nederlandse overheidsschuld de laatste jaren sterk is opgelopen, namen de rentelasten alleen maar af. Ook in vergelijking met andere Europese landen betaalde de Nederlandse overheid relatief weinig rente. Onder andere hierdoor voldeed Nederland in 2013 aan de drieprocentsnorm van het overheidstekort. Dit neemt niet weg dat andere indicatoren voor de gezondheid van de Nederlandse overheidsfinanciën een minder rooskleurig beeld van de situatie schetsen.

Binnen EU-verband is afgesproken dat illegale activiteiten vanaf september 2014 meegenomen moeten worden in de nationale rekeningenom de vergelijkbaarheid tussen landen te vergroten. Voor illegale activiteiten is het echter veel moeilijker om betrouwbare schattingen te maken dan voor legale activiteiten, waardoor de schattingen zijn omgeven door grote onzekerheidsmarges. Het doel van dit artikel is om inzicht te geven in hoe illegale activiteiten geschat worden en ingepast in de rest van de nationale rekeningen. Het aandeel van de illegale economie in het Nederlandse bbp is voor 2010 geraamd op 0,4 procent. In veel andere landen komt het aandeel van de illegale economie evenmin boven de 1 procent uit.

Hoofdstuk 10 uit de publicatie de Nederlandse economie die woensdag 10 september 2014 verschijnt.

Het aandeel van bedrijven in het nationaal inkomen is in dit millennium groter geworden, dat van huishoudens is gedaald. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS. Deze ontwikkeling komt onder meer door de belastingen: deze stegen voor huishoudens, maar daalden voor bedrijven.

Het volume van de uitvoer van goederen was in juni 1,9 procent groter dan in juni 2013. In mei daalde de uitvoer met 3,0 procent. Het volume van de invoer was in juni 1,9 procent kleiner dan een jaar eerder. In mei kromp de invoer van goederen ook, maar iets minder (0,9 procent).

Het bruto binnenlands product (bbp) van Bonaire in 2012 bedraagt 372 miljoen dollar (USD), zo blijkt uit berekeningen van het CBS. De consumptieve bestedingen (door gezinnen en overheid tezamen) dragen daar 310 miljoen USD aan bij.

Huishoudens hebben in juni evenveel besteed aan goederen en diensten als in juni 2013. Ook in april en mei lagen de bestedingen ongeveer op hetzelfde niveau als een jaar eerder. De stabilisatie volgt op bijna drie jaar van vrijwel onafgebroken krimp.

In juni 2014 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 4,3 procent kleiner dan in juni 2013. Vooral de investeringen in woningen, bedrijfsgebouwen en infrastructuur waren aanzienlijk lager.

De Nederlandse economie heeft 0,9 procent minder CO2 uitgestoten in het tweede kwartaal van 2014 dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer steeg de CO2-uitstoot wel met 3,7 procent. De economie groeide met 0,9 procent op jaarbasis in het tweede kwartaal van 2014. Dit blijkt uit de&nbsp;flashraming van het CBS. De CO2-emissies zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

Uit de zogenoemde flashraming van de economische groei, gebaseerd op de nu beschikbare gegevens, blijkt dat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal van 2014 met 0,5 procent is gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Die groei is vooral te danken aan de export.

Het volume van de uitvoer van goederen was in juni 2,4 procent groter dan in juni 2013. In mei daalde de uitvoer met 3,1 procent. Het volume van de invoer was in juni 2,3 procent kleiner dan een jaar eerder. In mei kromp de invoer van goederen ook, maar iets minder (0,7 procent).

Het volume van de uitvoer van goederen was in mei 3,1 procent kleiner dan in mei 2013. Zo’n grote afname is al vierenhalf jaar niet meer voorgekomen. De daling in mei volgt op een aantal maanden waarin de export matig groeide.

Huishoudens hebben in mei 0,1 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in mei 2013. Het is voor het eerst dit jaar dat consumenten meer besteden dan een jaar eerder, zij het nipt.

De Europese Unie heeft een zogenoemde macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgesteld. Met behulp van een scorebord beoordeelt de Europese Commissie de lidstaten op mogelijke zwakke schakels binnen de nationale economie. In deze Factsheet wordt een overzicht gegeven van de achtergronden en ontwikkelingenvan elke indicator.

Het volume van de uitvoer van goederen was in mei 2,8 procent kleiner dan in mei 2013. Zo’n grote afname is al vierenhalf jaar niet meer voorgekomen. De daling in mei volgt op een aantal maanden waarin de export matig groeide.

Het volume van de uitvoer van goederen was in april 1,2 procent groter dan een jaar eerder. Het volume van de invoer van goederen was 0,9 procent groter dan in april 2013.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het eerste kwartaal van 2014 met 2,7 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. In het derde en vierde kwartaal van 2013 was er nog sprake van een groei. De zachte winter veroorzaakte een krimp van de delfstoffenwinning en energiebedrijven. De meeste andere goederenproducerende bedrijfstakken noteerden wel een groei.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het eerste kwartaal van 2014 gegroeid met 1,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. De niet-commerciële dienstverlening groeide met 0,3 procent.

Beschrijving aanpassing registratie pensioenaanspraken huishoudens in verband met revisie Nationale Rekeningen

Let op: in de hieronder beschreven ontwikkelingen is de revisie van de nationale rekeningen nog niet verwerkt. De gereviseerde cijfers komen voor veel landen pas in september beschikbaar. Voor Nederland zijn deze op 25 juni beschikbaar gekomen. De in dit artikel getoonde ontwikkelingen zijn die zijn gepubliceerd bij de eerste raming over het eerste kwartaal van 2014, op 15 mei.

In het eerste kwartaal van 2014 zijn de bruto-investeringen in vaste activa met 5,1 procent gestegen ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Hiermee werd een positief vervolg gegeven aan het in het vierde kwartaal ingezette herstel.

De consumptie door huishoudens nam in het eerste kwartaal van 2014 af met 1,0 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dit komt mede doordat de Paas-inkopen vorig jaar in het eerste kwartaal werden gedaan. In 2014 viel Pasen echter in het tweede kwartaal. De overheidsconsumptie groeide met 0,1 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

De Nederlandse economie kromp in het eerste kwartaal van 2014 met 0,6 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder bleef de economie in het eerste kwartaal op hetzelfde niveau. Oorzaak van de terugval is een krimp van de consumptie door huishoudens. Door de zachte winter was het verbruik van aardgas erg laag voor de tijd van het jaar. Maar ook aan motorbrandstoffen en voedings- en genotmiddelen werd minder uitgegeven dan een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2014 leverde de buitenlandse handel in goederen en diensten een negatieve bijdrage van 0,4 procentpunt aan de economie. Het handelssaldo van goederen en diensten daalde met 3,5 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2013, omdat de invoer harder steeg dan de uitvoer. De uitvoer van goederen en diensten steeg met 2,7 procent. De uitvoer van goederen was 2,2 procent hoger en de uitvoer van diensten was 4,7 procent hoger. De invoer van goederen en diensten steeg met 3,7 procent. De invoer van goederen was 3,5 procent hoger en de invoer van diensten was 4,2 procent hoger.

In het eerste kwartaal van 2014 nam de overheidsschuld af met 2 miljard euro ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze afname wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het aflopen van de staatssteun aan de ING. Eind maart kwam de schuld uit op 439 miljard euro. Als percentage van het bbp is dit 68,1 procent en dus nog steeds boven de EMU-norm van 60 procent.

Vanaf vandaag voldoet Nederland als een van de eerste landen in de Europese Unie aan de nieuwe internationale richtlijnen voor de nationale rekeningen.

In het eerste kwartaal van 2014 was het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 0,2 procent hoger dan in het eerste kwartaal van 2013. Het is de eerste toename in twee jaar tijd. De schuld van huishoudens nam af met 2,4 miljard euro, waarvan 1,8 miljard euro aan uitstaande woninghypotheken.

Toelichting op de revisie van nationale rekeningen 2014. Met deze revisie voldoet Nederland als een van de eerste landen in de Europese Unie aan de nieuwste set van internationale richtlijnen en methoden voor de nationale rekeningen. Met ingang van september 2014 is dit wettelijk verplicht voor alle Europese lidstaten.

Het overheidstekort en de overheidsschuld over 2013 komen volgens de nieuwste berekeningen van het CBS lager uit dan in de eerste raming die in maart werd gepubliceerd. In de huidige berekening is de nationalisatie van SNS REAAL anders in het tekort verwerkt, zijn nieuwe internationale richtlijnen toegepast en zijn de recentste gegevens gebruikt.

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk......

Het CBS publiceert bij elke raming van de economische groei een duiding van de bijstellingen (bijstellingenrapportages).

In april 2014 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 5,8 procent groter dan in april 2013. Daarmee zet de groei van de bedrijfsinvesteringen door.

Nederlandse huishoudens hebben in april 0,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in april 2013. Net als in de eerste drie maanden van 2014 verstookten huishoudens in april minder gas dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in april 2,0 procent groter dan een jaar eerder. De stijging is wat groter dan in de voorgaande maanden, toen het relatief zachte weer de export negatief beïnvloedde.

Het volume van de uitvoer van goederen was in maart 0,7 procent groter dan een jaar eerder. In februari was de uitvoer 1,3 procent hoger. Door het relatief zachte weer in de eerste maanden van 2014 was er minder vraag vanuit het buitenland naar aardgas. Dit drukte de export.

Volgens een eerste, voorlopige raming van het CBS kwam het bruto binnenlands product (bbp) van Bonaire in 2012 uit op 364,2 miljoen Amerikaanse dollar. Aangezien Bonaire dat jaar 16 975 inwoners telde, was het bbp per hoofd van de bevolking ruim 21 duizend dollar.

In maart 2014 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 4,3 procent groter dan in maart 2013. De groei van de bedrijfsinvesteringen is wat kleiner dan in de vorige twee maanden.

Huishoudens besteedden in maart 2,3 procent minder aan goederen en diensten dan in maart 2013. De bestedingen in de eerste maanden van dit jaar werden gedrukt door het relatief zachte weer. Daardoor is er veel minder aardgas verbruikt dan een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2014 is 10,1 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer daalde de CO2-uitstoot met slechts 0,4 procent. De economie kromp in het eerste kwartaal van 2014 met 0,5 procent op jaarbasis. Dit blijkt uit de eerste voorlopige raming van het CBS. De CO2-emissies zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

De economie kromp in het eerste kwartaal van 2014 met 1,4 procent ten opzichte van het voorafgaande kwartaal. In De krimp komt door het relatief zachte weer. Hierdoor verbruikten huishoudens minder gas en is ook minder gas geëxporteerd.

Het volume van de uitvoer van goederen was in maart 1,3&nbsp;procent groter dan een jaar eerder. Dat is in dezelfde orde van grootte als in februari. Door het relatief zachte weer in de eerste maanden van 2014 was er minder vraag vanuit het buitenland naar aardgas. Dit drukte de export.

Het volume van de uitvoer van goederen was in februari 1,4&nbsp;procent groter dan een jaar eerder. In januari groeide de uitvoer met 0,2&nbsp;procent. Het volume van de invoer van goederen was in februari 0,3&nbsp;procent groter dan in februari 2013. Ook in januari was er een bescheiden invoergroei van 0,3&nbsp;procent.

Bijna alle provincies kampten ook in 2013 met economische teruggang. De Nederlandse economie als geheel kromp in het afgelopen jaar met 0,8 procent.

Huishoudens hebben in februari 1,2 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in februari 2013. In januari gaven ze 1,7 procent minder uit. Door het relatief zachte weer verbruikten de huishoudens in de eerste maanden van 2014 veel minder gas voor het verwarmen van hun woning dan een jaar eerder.

In februari 2014 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 9,2 procent groter dan in februari 2013. De groei van de bedrijfsinvesteringen is hoger dan in januari toen bedrijven 7,6 procent meer investeerden dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in februari 1,9 procent groter dan een jaar eerder. In januari kromp de uitvoer iets (0,4 procent).

De Europese Unie heeft een zogenoemde macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgesteld. Met behulp van een scorebord beoordeelt de Europese Commissie de lidstaten op mogelijke zwakke schakels binnen de nationale economie. In deze Factsheet wordt een overzicht gegeven van de achtergronden en ontwikkelingenvan elke indicator.

Beursgenoteerde Nederlandse bedrijven betaalden in het afgelopen jaar 700 miljoen euro minder dividend uit dan over 2012. Deze daling komt vooral doordat KPN geen dividend uitbetaalde. De uitbetaling bestond voor twee derde deel uit keuzedividend.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de kwartalen van 2013. Deze cijfers zijn berekend volgens de voorschriften van ESA 1995.

Overzicht van de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de kwartalen en jaren van 2005-2013. Deze cijfers zijn berekend volgens de voorschriften van ESA 1995.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het vierde kwartaal van 2013 met 2,3 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. In het derde kwartaal was er sprake van een groei van 0,4 procent. In 2013 is de toegevoegde waarde van de goederenproducenten in totaal met 0,2 procent gegroeid.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het vierde kwartaal van 2013 gegroeid met 0,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. De niet-commerciële dienstverlening kromp met 0,9 procent.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is in 2013 met 1,1 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder.

In het vierde kwartaal van 2013 zijn de bruto-investeringen in vaste activa met 6,7 procent gestegen ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. In het derde kwartaal van 2013 was er nog sprake van een daling van 4,2 procent. Dit is de eerste investeringsgroei sinds het laatste kwartaal van 2011.

Naar aanleiding van Kamervragen en recente publiciteit treft u hierbij een toelichting aan op de revisie van de macro-economische cijfers.

Het volume van de uitvoer van goederen was in januari 0,4 procent kleiner dan een jaar eerder. In december 2013 groeide de uitvoer licht (0,5 procent). Het volume van de invoer nam in januari met 0,3 procent toe na een groei van 1,7 procent in december.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2013 met 0,9 procent gegroeid ten opzichte van het derde kwartaal.

De Nederlandse economie groeide in het vierde kwartaal van 2013 met 0,9 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie in het vierde kwartaal met 0,8 procent gegroeid. In 2013 is de economie in totaal met 0,8 procent gekrompen.

In het vierde kwartaal van 2013 lag het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 1,1 procent lager dan een jaar eerder. Het reëel beschikbaar inkomen daalt al vanaf het derde kwartaal van 2011. Wel is de daling in het vierde kwartaal van 2013 minder sterk dan in de voorgaande zeven kwartalen. Deze ontwikkelingen betreffen voortschrijdende jaartotalen: de gegevens over vier kwartalen worden daarbij gecombineerd en toegekend aan het laatste kwartaal.

In het vierde kwartaal van 2013 was de uitvoer van goederen en diensten 1,0 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen steeg met 0,9 procent en de uitvoer van diensten steeg met 1,3 procent. De invoer van goederen en diensten was 0,2 procent hoger dan een jaar eerder. De invoer van goederen steeg met 0,5 procent, terwijl de invoer van diensten met 1,3 procent daalde. Het handelssaldo van goederen en diensten steeg met 8,6 procent.

In het vierde kwartaal van 2013 bedroeg het saldo van opgenomen en afgeloste kredieten door de private sector (huishoudens en niet-financiële ondernemingen) bij het bankwezen (banken en overige financiële intermediairs) -13,3 miljard euro. Dit betekent dat de private sector per saldo meer leningen heeft afgelost dan nieuwe leningen heeft opgenomen. Het totaal aan uitstaande leningen van het bankwezen aan de private sector lag aan het einde van het vierde kwartaal van 2013 met 965,2 miljard euro op het laagste niveau in vijf jaar.

De consumptie door huishoudens nam in het vierde kwartaal van 2013 af met 0,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. In het derde kwartaal kromp de consumptie nog met 2,8 procent. De consumptie krimpt nu al meer dan twee jaar. De overheidsconsumptie kromp met 0,5 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

Het overheidstekort kwam in 2013 uit op 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Hiermee is het tekort na vijf jaar weer onder de Europese norm van 3 procent gekomen.

De overheidsschuld bedroeg aan het eind van het vierde kwartaal 443 miljard euro. Dit is 0,8 miljard hoger dan een kwartaal eerder. De schuldquote bedroeg 73,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en voldeed daarmee niet aan de EMU-norm van 60 procent. Een storting van ruim 5 miljard euro van lokale overheden in de schatkist van het Rijk zorgde ervoor dat de toename van de overheidsschuld beperkt bleef.

Huishoudens besteedden in januari 1,5&nbsp;procent minder aan goederen en diensten dan een jaar eerder. In november en december 2013 groeiden binnenlandse consumptieve bestedingen weer iets, na bijna twee&#235;nhalf jaar van krimp.

In januari 2014 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 6,7 procent groter dan in januari 2013. Dat is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de investeringen in de bouw en in machines.

Het volume van de uitvoer van goederen was in december 0,2 procent groter dan een jaar eerder. In november was de groei 1,9 procent. Het volume van de invoer nam in december met 1,3 procent toe na een groei van 0,3 procent in november.

Huishoudens hebben in december 0,7 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in december 2012. In november waren de binnenlandse consumptieve bestedingen ook iets hoger dan een jaar eerder (0,3 procent). De bescheiden toename in de laatste maanden van 2013 volgt op bijna tweeënhalf jaar met krimp.

In december 2013 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 19,3 procent groter dan in december 2012. Dat is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de investeringen in personenauto’s, overige wegvervoer, machines en de burgerlijke en utiliteitsbouw.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie (EU) zijn in het vierde kwartaal van 2013 gegroeid met respectievelijk 0,3 en 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder groeide de economie van de eurozone met 0,5 procent en die van de EU met 1,0 procent.

In het vierde kwartaal van 2013 is 2,4 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Rekening houdend met de wisselende weersomstandigheden is de CO2-uitstoot stabiel gebleven. De economie groeide in het vierde kwartaal van 2013 wel met 0,7 procent op jaarbasis. Dit blijkt uit de eerste voorlopige raming van het CBS. De CO2-emissies zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

Volgens de eerste raming van het CBS is de Nederlandse economie in het vierde kwartaal van 2013 met 0,7 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in december 0,1 procent groter dan een jaar eerder. In november was de groei 1,1 procent. Het volume van de invoer nam in december met 0,8 procent toe na een lichte krimp in november.

In november 2013 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 2,6 procent groter dan in november 2012. Het is de tweede maand op rij dat de bedrijfsinvesteringen hoger lagen dan een jaar eerder. Dat is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de investeringen in personenauto’s.

Het volume van de uitvoer van goederen was in november 2,4 procent groter dan een jaar eerder. In september en oktober was er daarentegen een kleine krimp. Het volume van de invoer nam in november met 0,8 procent toe na een lichte krimp in oktober.

De Nederlandse economie groeide in het derde kwartaal van 2013 met 0,2 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie in het derde kwartaal met 0,4 procent gekrompen.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het derde kwartaal van 2013 gekrompen met 0,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. In het tweede kwartaal was er nog sprake van een krimp van 2,0 procent. De niet-commerciële dienstverlening groeide met 0,5 procent.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het derde kwartaal van 2013 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. In de voorafgaande kwartalen was er nog sprake van krimp.

In het derde kwartaal van 2013 zijn de bruto-investeringen in vaste activa met 3,7 procent gekrompen ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Deze krimp was een stuk minder groot dan in de voorafgaande kwartalen.

In het derde kwartaal van 2013 was de uitvoer van goederen en diensten 2,3 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen steeg met 2,1 procent. De uitvoer van diensten nam toe met 3,4 procent. De invoer van goederen en diensten was 0,2 procent lager dan een jaar eerder. De invoer van goederen steeg met 0,6 procent, terwijl de invoer van diensten met 2,9 procent daalde.

De overheidsschuld is aan het eind van het derde kwartaal van 2013 uitgekomen op 442,2 miljard euro. De schuld is licht gedaald ten opzichte van het voorafgaande kwartaal. De schuldquote daalde tot 73,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het overheidstekort is over het vierde kwartaal van 2012 tot en met het derde kwartaal van 2013 uitgekomen op 2,2 procent van het bbp.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het derde kwartaal van 2013 met 2,6 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder. De daling ligt in lijn met die van de afgelopen kwartalen en wordt vooral veroorzaakt doordat de lonen achterblijven bij de inflatie. Alle in dit artikel genoemde ontwikkelingen betreffen voortschrijdende jaartotalen: de gegevens over laatste vier kwartalen worden daarbij gecombineerd tot een jaartotaal.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2013 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder.

De consumptie door huishoudens nam in het derde kwartaal van 2013 af met 2,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. De consumptie krimpt nu al meer dan twee jaar. De overheidsconsumptie kromp met 0,9 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

Na de kredietcrisis zijn pensioenfondsen meer vermogen gaan uitzetten bij gespecialiseerde beleggingsinstellingen in zowel het binnen- als het buitenland. Sinds eind 2012 sluiten verzekeraars zich aan bij deze trend. Van het totale vermogen van pensioenfondsen en verzekeraars is inmiddels 35 procent bij beleggingsinstellingen ondergebracht.

De economie van Drenthe is in de ‘crisisjaren’ 2008-2012 het meest gekrompen, de economie van Noord-Brabant het minst. Een van de verklaringen hiervoor is de sterkere krimp van de Drentse industrie en het openbaar bestuur.

Huishoudens hebben in oktober 1,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in oktober 2012. De krimp is minder groot dan in de voorgaande maanden. Dit komt vooral doordat consumenten meer auto’s kochten.

In oktober 2013 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 4,6 procent groter dan in oktober 2012. Voor het eerst sinds juli 2012 liggen de bedrijfsinvesteringen hoger dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in oktober 0,6 procent groter dan een jaar eerder. In september was er een kleine krimp. Het volume van de invoer nam in oktober met 0,4 procent af na een lichte groei in september.

De Europese Unie heeft een zogenoemde macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgesteld. Met behulp van een scorebord beoordeelt de Europese Commissie de lidstaten op mogelijke zwakke schakels binnen de nationale economie. In deze Factsheet wordt een overzicht gegeven van de achtergronden en ontwikkelingenvan elke indicator.

Het volume van de uitvoer van goederen was in september 0,5 procent kleiner dan een jaar eerder. In de drie voorgaande maanden was er ongeveer 2 procent groei. Het volume van de invoer nam in september met 1,2 procent toe. In augustus was er nog sprake van een krimp van 1,6 procent.

Huishoudens hebben in september 2,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in september 2012. Hun bestedingen zijn al meer dan twee jaar onafgebroken lager dan in dezelfde maand een jaar eerder.

In september 2013 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 2,9 procent kleiner dan in september 2012. De krimp was daarmee kleiner dan in augustus, toen de bedrijfsinvesteringen 4,6 procent lager waren dan een jaar eerder.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie (EU) zijn in het derde kwartaal van 2013 gegroeid met respectievelijk 0,1 en 0,2 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder kromp de economie van de eurozone met 0,4 procent. Die van de EU groeide met 0,1 procent.

In het derde kwartaal van 2013 is 1,2 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer komt deze daling in CO2-uitstoot uit op 0,4 procent. De economie kromp in het derde kwartaal met 0,6 procent op jaarbasis.

De Nederlandse economie in het derde kwartaal van 2013 met 0,1 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Het is het eerste kwartaal met groei na het tweede kwartaal van 2012.

Vandaag verschijnt de publicatie ‘Green growth in the Netherlands 2012’. Hierin wordt een samenhangend overzicht gepresenteerd van de staat van groene groei in Nederland aan de hand van 33 indicatoren

Het volume van de uitvoer van goederen was in september 0,6 procent kleiner dan een jaar eerder. In de drie voorgaande maanden was er ongeveer 2 procent groei. Het volume van de invoer nam in september met 1,6 procent toe.

In het bedrijvenbeleid van de overheid spelen de topsectoren een centrale rol om innovatie en concurrentiekracht te bevorderen. In dit rapport worden bovenstaande belangrijke beleidsthema’s bij elkaar gebracht door een nulmeting van groene groei voor topsectoren uit te voeren. Het monitoren van groene groei gebeurt op basis van ontwikkelingen in de tijd. In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van slechts één jaar, 2010.

Het volume van de uitvoer van goederen was in augustus 2,2 procent groter dan een jaar eerder. De groei is vergelijkbaar met die in de twee voorgaande maanden. Het volume van de invoer kromp in augustus met 2,2 procent, in juli was de krimp 0,4 procent.

Huishoudens hebben in augustus 2,0 procent minder uitgegeven aan goederen en diensten dan in augustus 2012. De krimp is net zo groot als in juli.

In augustus 2013 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 7,0 procent kleiner dan in augustus 2012. De krimp was daarmee kleiner dan in juli, toen de bedrijfsinvesteringen 9,0 procent lager waren dan een jaar eerder. Augustus is de tweede maand op rij waarin de krimp van de bedrijfsinvesteringen kleiner werd.

Het volume van de uitvoer van goederen was in augustus 2,5 procent groter dan een jaar eerder. De groei is iets hoger dan in de drie voorgaande maanden. Het volume van de invoer kromp in augustus met 2,3 procent, vrijwel evenveel als in juli.

De schuld van huishoudens en niet-financiële bedrijven kwam eind juni uit op ruim 1,3 biljoen euro. Dit is 223,7 procent van het bbp. Deze zogenaamde particuliere schuldquote was daarmee een fractie lager dan een kwartaal eerder (224,0 procent).

Het volume van de uitvoer van goederen was in juli 1,9 procent groter dan een jaar eerder. De groei is iets hoger dan in mei en juni. Het volume van de invoer nam in juli met 2,4 procent af. In juni was er nog sprake van een toename van 1,2 procent.

In het tweede kwartaal van 2013 lag het reëel netto beschikbaar inkomen van huishoudens 2,6 procent lager dan een jaar eerder. Het beschikbaar inkomen daalt al twee jaar. Dit komt omdat de ontwikkeling van het inkomen in euro’s al een tijd lang op de nullijn ligt. Hierdoor daalt de reële ontwikkeling van het beschikbaar inkomen ongeveer met de inflatie. Alle in dit artikel genoemde ontwikkelingen betreffen voortschrijdende jaartotalen: de gegevens over vier kwartalen worden daarbij gecombineerd en toegekend aan het laatste kwartaal.

Aan het eind van het tweede kwartaal van 2013 bedroeg de waarde van de aandelen en overige deelnemingen in bezit van verzekeraars en pensioenfondsen 705 miljard euro. Dit is minder dan een kwartaal eerder, toen de waarde van de aandelen en overige deelnemingen 724 miljard euro bedroeg. De totale waarde van hun obligaties veranderde weinig en kwam uit op 450 miljard euro.

In het tweede kwartaal van 2013 is de kredietverlening door het bankwezen aan de private sector (huishoudens en niet-financiële ondernemingen) met 4,9 miljard euro afgenomen ten opzichte van een kwartaal eerder. Hiermee lag het totaal aan uitstaande leningen van het bankwezen aan de private sector aan het einde van het tweede kwartaal van 2013 met 998,1 miljard euro op het laagste punt in twee jaar.

De Nederlandse economie kromp in het tweede kwartaal van 2013 met 0,1 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie in het tweede kwartaal met 1,7 procent gekrompen.

In het tweede kwartaal van 2013 waren de bruto-investeringen in vaste activa 8,8 procent lager ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Hiermee krimpen de investeringen al zes kwartalen op een rij.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het tweede kwartaal van 2013 gekrompen met 2,0 procent ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste kwartaal was er ook sprake van een krimp van 2,4 procent. De niet-commerciële dienstverlening groeide met 0,5 procent.

De consumptie door huishoudens nam in het tweede kwartaal van 2013 af met 2,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De consumptie krimpt nu al ruim twee jaar. De overheidsconsumptie kromp met 0,7 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

In het tweede kwartaal van 2013 was de uitvoer van goederen en diensten 1,1 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen blijft ongewijzigd ten opzichte van een jaar eerder. De uitvoer van diensten nam toe met 5,2 procent. De invoer van goederen en diensten was 0,2 procent lager dan een jaar eerder. De invoer van goederen daalde met 1,3 procent en de invoer van diensten nam met 4,1 procent toe. Het handelssaldo is gestegen met 13,5 procent.

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 2013 met 0,1 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder. Bij de eerste raming, gepubliceerd op 14 augustus, kwam de krimp uit op 0,2 procent.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het tweede kwartaal van 2013 met 1,4 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. In de bouwnijverheid was de krimp het sterkst, maar de krimp was kleiner dan in het eerste kwartaal.

Huishoudens hebben in juli 2,2 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in juli 2012. De krimp is wat kleiner dan in juni (2,6 procent).

In juli 2013 was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 8,6 procent kleiner dan in juli 2012. De krimp was daarmee kleiner dan in juni, toen de bedrijfsinvesteringen 14,2 procent lager waren dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in juli 1,1 procent groter dan een jaar eerder. De groei is vrijwel even hoog als in mei en juni. Het volume van de invoer nam in juli met 1,4 procent af. In juni was er nog sprake van een toename van 1,2 procent.

De dynamiek op de huurwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 licht toegenomen, maar deze toename was veel kleiner dan de afname van de dynamiek op de koopwoningmarkt.

De Duitse exportsector presteert al jaren structureel beter dan die van Nederland. Bekend was al dat het economisch snel groeiende China steeds belangrijker werd als afnemer van Duitse producten. De verwachting was dat Nederland hier op een indirecte manier van kon meeprofiteren door de toelevering van grondstoffen en halffabricaten aan het Duitse bedrijfsleven. Hiervan blijkt echter nauwelijks sprake.

Vandaag verschijnt De Nederlandse economie 2012. In deze publicatie wordt een uitgebreid beeld geschetst van de economische structuur van Nederland en de ontwikkelingen daarin in 2012.

De huidige economische crisis duurt nu al langer dan die van de jaren tachtig. Die crisis was weliswaar dieper en heviger, maar het herstel zette al in na twee jaar van krimp. De huidige crisis is hardnekkiger.

In 2012 was de consumptie door huishoudens in Nederland 4,4 procent lager dan in 2008. In België en Duitsland daarentegen consumeerden de huishoudens in 2012 meer dan vier jaar eerder. Dit komt grotendeels doordat het reëel beschikbaar inkomen in Nederland is gedaald terwijl het in de buurlanden is gestegen.

Nederland had vóór de kredietcrisis een grote financiële sector. Door de kredietcrisis moest de staat bijspringen om de sector te ondersteunen. Gedurende de crisisjaren is de sector nog groter en belangrijker geworden: de bijdrage aan het bbp is niet gedaald, maar juist gestegen.

De voortdurende krimp van de consumptie door huishoudens heeft de afgelopen paar jaren een rem gezet op de economische groei van Nederland. Huishoudens geven minder geld uit, onder andere omdat zij minder te besteden hebben. In België en Duitsland is de situatie anders. Daar stijgen de inkomens en geven consumenten ook nog steeds meer uit.

Het volume van de uitvoer van goederen was in juni 0,9 procent groter dan een jaar eerder. De groei is iets kleiner dan in mei (1,1 procent). In april kromp de export nog met 2,0 procent. Het volume van de invoer nam in juni met 1,2 procent toe. In de drie voorgaande maanden nam de import af.

In juni was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 15,2 procent kleiner dan in juni 2012. Daarmee was de krimp groter dan in april en mei.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie (EU) zijn in het tweede kwartaal van 2013 met 0,3 procent gegroeid in vergelijking met een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder krompen de economieën van de eurozone en de EU met respectievelijk 0,7 en 0,2 procent.

Volgens de eerste raming van het CBS is de Nederlandse economie in het tweede kwartaal van 2013 met 0,2 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder.

In het tweede kwartaal van 2013 is 1,6 procent meer CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De economie kromp in het tweede kwartaal met 1,8 procent op jaarbasis.

Het volume van de uitvoer van goederen was in juni 1,7 procent groter dan een jaar eerder. De groei is iets groter dan in mei (1,4 procent). In april kromp de export nog met 1,8 procent.

Het volume van de uitvoer van goederen was in mei 0,8 procent groter dan een jaar eerder. In april kromp de export nog met 1,9 procent.

In mei was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 10,9 procent kleiner dan in mei 2012. Daarmee was de krimp iets groter dan in april, toen de bedrijfsinvesteringen 10,4 procent lager waren dan een jaar eerder.

Beursgenoteerde Nederlandse bedrijven betaalden in de eerste helft van 2013 ruim 7,5 miljard euro dividend uit. Dit is ruim 1 miljard euro minder dan in de eerste helft van 2012.

De ruilvoet van het goederenverkeer met het buitenland is in mei 2013 iets verbeterd ten opzichte van mei 2012.

Het volume van de uitvoer van goederen was in mei 0,7 procent groter dan een jaar eerder. In april kromp de export nog met 2,2 procent. Het volume van de invoer was in mei 1,0 procent kleiner.

Op 28 juni heeft het CBS cijfers gepubliceerd over de overheidsfinanciën in het eerste kwartaal van 2013. Een belangrijk aspect van deze publicatie was de boeking van de nationalisatie van SNS REAAL (SNS), die op 1 februari 2013 plaats vond. De onderhavige notitie licht een aantal aspecten van deze boeking toe en gaat in op de gevolgen voor het overheidstekort.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de jaren 2010 Definitief, 2011 Nader voorlopig en 2012 Voorlopig. Deze cijfers zijn berekend volgens de voorschriften van ESA 1995.

De overheid haalde het eerste kwartaal van dit jaar ruim 4,5 miljard euro meer aan inkomsten binnen dan zij uitgaf. De laatste keer dat de overheid in een kwartaal een overschot behaalde, was het vierde kwartaal van 2008.

Huishoudens hebben in het eerste kwartaal van 2013 hun reëel beschikbaar inkomen zien afnemen met 2,6 procent ten opzichte van een jaar geleden. Dit is vooral het gevolg van de sterke inflatie.

In het eerste kwartaal van 2013 heeft de overheid een overschot gerealiseerd, vooral dankzij een eenmalige opbrengst uit de veiling van telecomfrequenties. De nationalisatie van SNS REAAL heeft geen effect op het overheidssaldo. Het overheidstekort, over de laatste vier kwartalen, komt uit op 2,9 procent van het bbp.

In het eerste kwartaal van 2013 kwam de nettowinst voor belastingen van niet-financiële bedrijven uit op 30,7 miljard euro. Dat is 516 miljoen euro minder dan in het eerste kwartaal van 2012.

Het spaartegoed op levensloopregelingen is in 2012 opgelopen tot ruim 5 miljard euro. De inleggen zijn lager dan vorig jaar, de opnamen voor verlof hoger dan ooit.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het eerste kwartaal van 2013 met 1,0 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2013 met 0,4 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie (EU) krompen in het eerste kwartaal van 2013 met respectievelijk 0,2 en 0,1 procent in vergelijking met een kwartaal eerder.

In het eerste kwartaal van 2013 was de uitvoer van goederen en diensten 1,4 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen was 1,1 procent hoger.

In het eerste kwartaal van 2013 waren de bruto-investeringen in vaste activa 11,8 procent lager dan in het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Hiermee krimpen de investeringen al vijf kwartalen op een rij.

De consumptie door huishoudens kromp in het eerste kwartaal van 2013 af met 2,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie was 0,6 procent lager dan in het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

De Nederlandse economie kromp in het eerste kwartaal van 2013 met 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie met 1,8 procent gekrompen.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het eerste kwartaal van 2013 opnieuw gekrompen, met 2,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. De toegevoegde waarde van de niet-commerciële dienstverlening was 0,2 procent hoger dan een jaar eerder.

In april was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 9,9 procent kleiner dan in april 2012. Daarmee was de krimp kleiner dan in maart, toen de bedrijfsinvesteringen 14,1 procent lager waren dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in april 2,7 procent kleiner dan een jaar eerder. Een exportkrimp is na oktober 2011 niet meer voorgekomen. Het volume van de invoer nam in april met 0,2 procent af. In maart was er een vergelijkbare afname.

Het volume van de uitvoer van goederen was in maart 1,6 procent groter dan een jaar eerder. De exportgroei is na augustus 2012 niet meer zo laag geweest. Het volume van de invoer nam in maart met 0,1 procent af. Hiermee is het invoervolume voor het eerst sinds november 2011 kleiner dan een jaar eerder.

In maart was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa 14,1 procent kleiner dan in maart 2012. Daarmee was de krimp iets groter dan in februari, toen de bedrijfsinvesteringen 12,6 procent lager waren dan een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2013 is 3,0 procent meer CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De economie kromp in het eerste kwartaal met 1,7 procent op jaarbasis. De uitstoot is gestegen doordat het verbruik van aardgas voor ruimteverwarming sterk is toegenomen.

Het volume van de uitvoer van goederen was in maart 1,9 procent groter dan een jaar eerder. De exportgroei is na augustus 2012 niet meer zo laag geweest. Het volume van de invoer nam in maart met 0,5 procent toe, de laagste groei in ruim een jaar.

De Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2013 met 0,1 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder.

In de Europese Unie is Nederland in 2011 het op één na welvarendste land. Luxemburg is het meest welvarend, Bulgarije en Roemenië het minst. De verschillen in welvaart tussen de EU-landen zijn in vergelijking met 1995 minder geworden.

Het volume van de uitvoer van goederen was in februari 3 procent groter dan een jaar eerder. De laatste vijf maanden ligt de uitvoergroei tussen de 3 en 6 procent. Het volume van de invoer nam in februari met 1 procent toe. Dit is de laagste groei in ruim een jaar.

Vandaag neemt Wiebe Draijer, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), het eerste examplaar van Nederland in 2012 in ontvangst. In deze publicatie wordt aan de hand van vijftien thema’s een actueel en samenhangend beeld gegeven van de Nederlandse maatschappij in het afgelopen jaar.

In 2012 kromp de economie in vrijwel alle provincies. De Friese economie kromp met 1,5 procent het hardst. Ook in de provincies Overijssel, Drenthe en Noord-Brabant was de krimp groter dan het landelijk gemiddelde van 1,0 procent. Alleen Zeeland realiseerde een lichte groei ( 0,4 procent), zo blijkt uit cijfers van het CBS.

Toelichting bij de bijstellingen van de belangrijkste saldi uit de Sectorrekeningen in de kwartalen van 2012. Deze cijfers zijn berekend volgens de voorschriften van ESA 1995.

Het volume van de uitvoer van goederen was in februari 3 procent groter dan een jaar eerder. De laatste vijf maanden ligt de uitvoergroei tussen de 3 en 6 procent. Het volume van de invoer nam in februari met 1,5 procent toe. Dit is de laagste groei in bijna een jaar.

De economieën van de eurozone en de Europese Unie (EU) krompen in het vierde kwartaal van 2012 met respectievelijk 0,6 procent en 0,5 procent in vergelijking met een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder krompen de economieën van de eurozone en de EU met respectievelijk 0,9 procent en 0,6 procent.

In het vierde kwartaal van 2012 was de uitvoer van goederen en diensten 3,9 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen steeg met 4,4 procent. De uitvoer van diensten nam toe met 1,9 procent. De invoer van goederen en diensten was 4,4 procent hoger dan een jaar eerder. De invoer van goederen groeide met 4,8 procent, die van diensten nam met 2,7 procent toe.

In het vierde kwartaal van 2012 bedroeg het bruto nationaal inkomen (bni) 156 miljard euro. Daarmee komt het totaalcijfer van dat jaar op 607 miljard euro. Het bni is niet alleen een belangrijke (internationale) macro-economische maatstaf, het cijfer wordt door de Europese Unie ook gebruikt om het grootste deel van de bijdragen van de lidstaten aan ‘Brussel’ te bepalen. Het fungeert dus als een soort belastbaar inkomen van de lidstaten.

Sinds juli 2012 is de Wet bankenbelasting van kracht. In het vierde kwartaal van 2012 vond de eerste inning van de bankenbelasting door de Belastingdienst plaats. Deze inning heeft de overheid 536 miljoen euro opgeleverd. Dit is 64 miljoen euro minder dan de overheid verwachtte. Bij het aannemen van de Wet bankenbelasting ging zij uit van een opbrengst van 600 miljoen euro over 2012. Voor de banken had de invoering van de bankenbelasting een negatief effect op de nettowinst.

In het vierde kwartaal van 2012 waren de bruto-investeringen in vaste activa 5,1 procent lager ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. In 2012 zijn de investeringen in alle kwartalen gekrompen.

De Nederlandse economie kromp in het vierde kwartaal van 2012 met 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie in het vierde kwartaal met 1,2 procent gekrompen. In 2012 is de economie in totaal met 1,0 procent gekrompen.

Het tekort van de Nederlandse overheid in 2012 daalde tot 4,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De overheidsschuld steeg tot 71,2 procent van het bbp.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het vierde kwartaal van 2012 met 1,3 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Over heel 2012 kromp de goederenproductie met 2,0 procent.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is voor het vijfde jaar op rij gedaald. De daling in 2012 bedraagt 3,2 procent.

In het vierde kwartaal van 2012 lag het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 3,2 procent lager dan een jaar eerder. Nooit eerder registreerde het CBS een dergelijk grote daling. Daarnaast hebben huishoudens in het vierde kwartaal opnieuw minder geconsumeerd en de hypotheekschuld is gedaald.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het vierde kwartaal van 2012 wederom gekrompen, met 1,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. De niet-commerciële dienstverlening groeide wel, met 1,0 procent.

De consumptie door huishoudens nam in het vierde kwartaal van 2012 af met 2,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie groeide met 0,3 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2012 met 0,4 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder. Dit blijkt uit de tweede raming van de economische groei.

Het volume van de uitvoer van goederen was in januari bijna 5 procent groter dan een jaar eerder. De groei is even groot als in het vierde kwartaal van 2012. Het volume van de invoer nam in januari met ruim 4 procent toe, iets minder dan in de voorgaande drie maanden.

Het volume van de uitvoer van goederen was in januari ruim 5 procent groter dan een jaar eerder. De groei is iets hoger dan in het vierde kwartaal van 2012. Het volume van de invoer nam in januari met 4,5 procent toe, iets minder dan in de voorgaande drie maanden.

Het volume van de uitvoer van goederen was in december ruim 3 procent groter dan een jaar eerder. In oktober en november was dit circa 5 procent. Het volume van de invoer nam in december met 5 procent toe, ongeveer evenveel als in de voorgaande twee maanden.

In december was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa ruim 8 procent kleiner dan in december 2011. Daarmee was de krimp groter dan in oktober en november, toen de bedrijfsinvesteringen respectievelijk ruim 4 en bijna 7 procent lager waren dan een jaar eerder.

In het vierde kwartaal van 2012 is 3,2 procent minder CO2 uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De economie kromp in het vierde kwartaal met 0,9 procent op jaarbasis.

Het volume van de uitvoer van goederen was in december bijna 4 procent groter dan een jaar eerder. In oktober en november was dit circa 5 procent. Het volume van de invoer nam in december met bijna 5 procent toe, ongeveer evenveel als in de voorgaande twee maanden.

Volgens de eerste raming van het CBS is de economie in het vierde kwartaal van 2012 met 0,2 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in november ruim 4 procent groter dan een jaar eerder. In oktober was dit ruim 5 procent. Het volume van de invoer nam in november met bijna 5 procent toe, evenveel als in oktober.

Beursgenoteerde Nederlandse bedrijven keerden in 2012 bijna 17 miljard euro dividend uit aan hun aandeelhouders. De dividenduitkeringen zijn daarmee bijna terug op het niveau van voor de crisis.

In november was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa bijna 11 procent kleiner dan in november 2011. Daarmee was de krimp iets groter dan in oktober, toen de bedrijfsinvesteringen bijna 9 procent lager waren dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in november 5 procent groter dan een jaar eerder. In oktober was dit 6 procent. Het volume van de invoer nam in november met 4 procent toe, evenveel als in oktober.

Het volume van de uitvoer van goederen was in oktober 6 procent groter dan een jaar eerder. Daarmee is de groei van de uitvoer hoger dan in de voorgaande vier maanden. Het volume van de invoer nam in oktober met ruim 4 procent toe. Deze groei is iets hoger dan in de maanden juni tot en met september.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het derde kwartaal van 2012 gedaald met 2,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het was het vijfde achtereenvolgende kwartaal waarin het huishoudinkomen afnam. Dat het inkomen daalt, komt vooral doordat het ontvangen loon nauwelijks toeneemt, terwijl de prijzen gemiddeld met meer dan 2 procent stijgen.

De waarde van het Nederlandse deel van de niet-financiële ondernemingen was aan het eind van het derde kwartaal van 2012 opgelopen tot 847 miljard euro waard. Dit is 101 miljard meer dan in het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder en 28 miljard meer dan in het tweede kwartaal. De waarde van de niet-financiële vennootschappen, zoals afgeleid uit de waarde van de uitstaande aandelen, is al beduidend hoger dan voor de start van de kredietcrisis. De niet-financiële vennootschappen zijn ondanks de crisis winstgevend gebleven en de lage rente stuwt de waarde van hun beursgenoteerde aandelen op.

In de opeenvolgende vier kwartalen tot en met het derde kwartaal van 2012 kwam het overheidstekort uit op bijna 27 miljard euro. Het tekort stabiliseert zich sinds het tweede kwartaal van 2011. De schuld blijft echter doorgroeien.

De consumptie door huishoudens nam in het derde kwartaal van 2012 af met 1,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie groeide met 0,7 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

De toegevoegde waarde van de commerciële dienstverlening is in het derde kwartaal van 2012 wederom gekrompen, met 1,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De niet-commerciële dienstverlening groeide wel, met 1,0 procent.

In het derde kwartaal van 2012 was de uitvoer van goederen en diensten 2,1 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen steeg met 1,9 procent en de uitvoer van diensten met 3,0 procent.

De Nederlandse economie kromp in het derde kwartaal van 2012 met 0,9 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie in het derde kwartaal met 1,5 procent gekrompen.

De toegevoegde waarde van de goederenproducenten is in het derde kwartaal van 2012 met 3,0 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Het is het vierde kwartaal op rij waarin de goederenproductie krimpt.

In het derde kwartaal van 2012 waren de bruto-investeringen in vaste activa 5,7 procent lager ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Dit is het derde kwartaal op rij dat de investeringen zijn gekrompen.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2012 met 0,9 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder. Dit blijkt uit de tweede raming van de economische groei.

In oktober was het volume van de bedrijfsinvesteringen in materiële vaste activa ruim 4 procent kleiner dan in oktober 2011. In september waren de bedrijfsinvesteringen 10 procent lager dan een jaar eerder.

Het volume van de uitvoer van goederen was in oktober 6 procent groter dan een jaar eerder. Daarmee is de groei van de uitvoer hoger dan in de voorgaande vier maanden. Het volume van de invoer nam in oktober eveneens met 6 procent toe. Ook deze groei is hoger dan in de maanden juni tot en met september.

Het volume van de uitvoer van goederen was in september bijna 3 procent groter dan een jaar eerder. Daarmee is de groei van de uitvoer al drie maanden op rij laag. Het volume van de invoer nam in september met ruim 2 procent toe. Deze groei is iets lager dan die in de voorgaande drie maanden.

De Nederlandse overheid krijgt jaarlijks inkomsten uit het verkopen van in Nederland gewonnen aardgas. In 2011 bedroegen deze aardgasbaten 12,4 miljard euro. Zonder deze inkomsten zou het overheidstekort veel groter zijn.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2012 gekrompen met 1,6 procent op jaarbasis. Daarnaast is er 0,7 procent minder CO2 uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

De economie in het derde kwartaal van 2012 met 1,1 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder.

Nederland haalt 68 procent van haar grondstoffen uit het buitenland. Deze grondstoffen komen voor twee derde uit Europese landen.

Het volume van de uitvoer van goederen was in september 2 procent groter dan een jaar eerder. Daarmee is de groei van de uitvoer al drie maanden op rij laag. Het volume van de invoer nam in september met 3 procent toe. Deze groei is vrijwel even groot als die in de voorgaande drie maanden.

Het volume van de uitvoer van goederen was in augustus ruim 2 procent groter dan een jaar eerder. Daarmee is de groei wat hoger dan in juli, maar wel lager dan in juni. Het volume van de invoer nam in augustus met bijna 4 procent toe. Deze groei is vrijwel even groot als die in juni en juli.

De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal van 2012 met 0,5 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. De Europese Unie als geheel kromp in dezelfde periode met 0,3 procent. Van de drie grootste economieën in de Europese Unie presteerde het Verenigd Koninkrijk het slechtst: hier kromp de economie met 0,5 procent ten opzichte van een jaar eerder, terwijl de Duitse economie nog een groei van 1,0 procent boekte. Frankrijk noteerde een lichte groei van 0,3 procent.

Het volume van de uitvoer van goederen was in augustus 2,5 procent groter dan een jaar eerder. Daarmee is de groei wat hoger dan in juli, maar wel lager dan in juni. Het volume van de invoer nam in augustus met 3 procent toe. Deze groei is vrijwel even groot als die in juni en juli.

In het tweede kwartaal van 2012 is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens op jaarbasis met 2,8 procent gekrompen. Hiermee is de krimp nog sterker dan in het derde kwartaal van 2009.

In het tweede kwartaal van 2012 steeg de kredietverlening door het bankwezen aan de private sector (huishoudens en bedrijven) met 4,5 miljard euro. Zowel huishoudens als bedrijven namen per saldo meer nieuwe leningen op. In het eerste kwartaal van 2012 en het vierde kwartaal van 2011 losten de huishoudens per saldo juist nog af. De groei van de kredietverlening in het tweede kwartaal van 2012 is wel lager dan in overeenkomstige kwartalen van voorgaande jaren.

Het volume van de uitvoer van goederen was in juli ruim 1 procent groter dan een jaar eerder. In mei en juni bedroeg de groei nog respectievelijk 9 en 5 procent. Het volume van de invoer nam in juli met ruim 3 procent toe. Deze groei is vrijwel even groot als die in juni.

In het tweede kwartaal van 2012 is de toegevoegde waarde van het Nederlandse bankwezen met 11,1 procent gestegen ten opzichte van het tweede kwartaal van 2011. De toegevoegde waarde is het saldo van geproduceerde diensten en intermediair verbruik. In het tweede kwartaal van 2012 steeg de productiewaarde met 5,8 procent en het intermediair verbruik nam met 3,6 procent af.

Ruim 260 duizend bedrijven behoren tot een zogeheten topsector. Deze bedrijven zorgden in 2010 voor ruim een derde van de productiewaarde. Twee derde van de uitgaven aan innovatie door het Nederlandse bedrijfsleven is gedaan door deze topsectoren.

De consumptie door huishoudens nam in het tweede kwartaal van 2012 af met 1,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie groeide licht met 0,1 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

De productie van goederen is in het tweede kwartaal van 2012 met 0,9 procent gekrompen. In het eerste kwartaal was de krimp met 2,8 procent veel hoger.

De productie van de commerciële dienstverlening is in het tweede kwartaal van 2012 licht gekrompen. De productie van de niet- commerciële dienstverlening lag met 0,7 procent wel hoger dan een jaar eerder.

In het tweede kwartaal van 2012 was de uitvoer van goederen en diensten 4,4 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen steeg met 5,1 procent en de uitvoer van diensten met 1,9 procent. De invoer was 3,9 procent hoger dan een jaar eerder. De invoer van goederen en diensten stegen met respectievelijk 4,9 procent en 0,4 procent.

In het tweede kwartaal van 2012 waren de bruto-investeringen in vaste activa 3,1 procent lager ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Dit is het tweede kwartaal op rij dat de investeringen zijn gekrompen. In 2011 stegen de investeringen nog in alle kwartalen.

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 2012 met 0,4 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Deze tweede raming komt op jaarbasis 0,1 procentpunt hoger uit dan de eerste raming van 14 augustus.

De Nederlandse economie groeide in het tweede kwartaal van 2012 met 0,2 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van een jaar eerder is de economie in het tweede kwartaal met 0,4 procent gekrompen.

In het artikel wordt ingegaan op de ontwikkeling van het menselijk kapitaal in Nederland, zowel nominaal als reëel. Er wordt een analyse gemaakt van de investeringen in menselijk kapitaal. Tot slot wordt de verhouding tussen het bbp en het menselijk kapitaal besproken.

In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland vergeleken met die in andere lidstaten van de Europese Unie. Met het oog op een voorziene krapte op de arbeidsmarkt wanneer de conjunctuur weer aantrekt, wordt tevens de vraag beantwoord wat de omvang en samenstelling van het onbenut arbeidsaanbod in Nederland is en hoe ons land zich hierin verhoudt tot andere EU-lidstaten. Hierbij wordt gekeken naar iedereen die niet werkt, maar wel beschikbaar of op zoek is.

In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag wat de invloed van de euro tot dusverre is geweest op de handel tussen de landen die haar als munteenheid hebben ingevoerd. Toename van deze handel was naast verdere politieke integratie immers de voornaamste reden om de munt in te voeren.

Dit artikel geeft een analyse van de indicatoren waar Nederland volgens de Europese Commissie onvoldoende op heeft gescoord. Op deze manier wordt er een actueel overzicht verkregen van de risico’s waar de Nederlandse economie aan bloot staat.

Vandaag verschijnt de De Nederlandse economie 2011. Deze publicatie schetst een zo volledig mogelijk beeld van de economische ontwikkelingen in 2011.

In dit artikel wordt de geschiedenis en de huidige stand van de Nederlandse hypotheekschuld geanalyseerd. Dit gebeurt vanuit zowel de vraag naar woningen als het aanbod hiervan, met speciale aandacht voor fiscale maatregelen op het gebied van hypotheekverstrekking (zoals de hypotheekrenteaftrek).

In dit artikel wordt de Nederlandse economie geanalyseerd aan de hand van het nettovermogen, het saldo van de schulden en alle financiële en niet financiële bezittingen.

De totale Nederlandse hypotheekschuld bedroeg eind 2011 bijna 670 miljard euro. Dit is 111 procent van het bruto binnenlands product en daarmee het hoogste van de eurozone. Daar staat tegenover dat de waarde van alle koopwoningen tweemaal zo hoog is als de hypotheekschuld.

De Nederlandse economie kromp in het tweede kwartaal met 0,5 procent op jaarbasis. Toch is 2,8 procent meer CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Volgens de eerste, voorlopige raming is de economie in het tweede kwartaal van 2012 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2011 kromp de economie met 0,5 procent.

Eind 2011 hebben Nederlandse huishoudens bijna 11 miljard euro ingelegd in bankspaarproducten. Dat is bijna 5 miljard euro (ruim 80 procent) meer dan een jaar eerder en bijna vijf keer zoveel als in 2009.

In het eerste kwartaal van 2012 bedroeg de nettowinst voor belastingen van financiële instellingen (exclusief bijzonder financiële instellingen) 4,5 miljard euro. Dit is een daling van ruim 500 miljoen euro ten opzichte van het eerste kwartaal van 2011. Banken en verzekeraars zagen hun winsten nog licht stijgen, maar de winst van de overige financiële instellingen waaronder beleggingsinstellingen, financiële holdings en SPV’s daalde met 750 miljoen euro.

In het eerste kwartaal van 2012 is de nettowinst van niet-financiële ondernemingen licht gedaald ten opzichte van het eerste kwartaal van 2011. Het is voor het vierde achtereenvolgende kwartaal dat de winst lager ligt dan een jaar eerder. In alle kwartalen van 2010 en in het eerste kwartaal van 2011 nam de winst nog toe.

In het eerste kwartaal van 2012 groeide de kredietverlening door het bankwezen aan de private sector (huishoudens en bedrijven) met 1,7 miljard euro. De schulden van huishoudens aan het bankwezen namen af, die van bedrijven namen toe. In het vierde kwartaal van 2011 namen de schulden van zowel bedrijven als huishoudens af.

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2012 met 0,8 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Deze tweede raming van de economische groei komt hiermee 0,3 procentpunt hoger uit dan de eerste raming die gepubliceerd is op 15 mei j.l.

De productie van de commerciële dienstverlening is in het eerste kwartaal van 2012 licht gestegen. Zowel de handel en vervoer als de zakelijke dienstverlening noteerden wel een krimp. De productie van de niet-commerciële dienstverlening lag ook hoger dan een jaar eerder. Dit kwam voornamelijk door een nog altijd forse toename van de gezondheids- en welzijnszorg.

De consumptie door huishoudens nam in het eerste kwartaal van 2012 af met 0,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie groeide met 0,9 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2012 was de uitvoer van goederen en diensten 2,6 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoer van goederen steeg met 3,4 procent, maar de uitvoer van diensten daalde met 0,7 procent. De invoer was 1,6 procent hoger dan een jaar eerder. De invoer van goederen steeg met 2,4 procent en de invoer van diensten nam met 1,4 procent af.

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk omdat na verloop van tijd de kwaliteit van de broninformatie verbetert, onder meer door een toename van de respons van de berichtgevers en het beschikbaar komen van nieuw bronmateriaal.

In het eerste kwartaal van 2012 waren de bruto-investeringen in vaste activa 5,2 procent lager ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Dit is een omslag ten opzichte van 2011 waarin de investeringen in alle kwartalen hoger waren dan in de overeenkomstige kwartalen een jaar eerder. De investeringen in woningen daalden in het eerste kwartaal van 2012 met 9,3 procent en die in bedrijfsgebouwen met 11,5 procent. Ook de investeringen in gww namen af met 10,4 procent.

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2012 met 0,8 procent gekrompen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Vergeleken met het vierde kwartaal van 2011 groeide de economie met 0,3 procent. Hierdoor bevindt Nederland zich volgens de gangbare definitie niet meer in een recessie.

De productie van goederen is in het eerste kwartaal van 2012 met 2,8 procent gekrompen. Veel goederenproducerende bedrijfstakken zagen hun productie dalen. De poductie van de bouw kromp in het eerste kwartaal het hardst, met ruim 10 procent.

De economie van de eurozone is in het eerste kwartaal van 2012 stabiel gebleven ten opzichte van een jaar eerder. De Europese Unie als geheel groeide in dezelfde periode met 0,1 procent.

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2012 met 1,1 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder.

In het Nederlandse bedrijfsleven zijn de loonkosten de laatste tien jaar net zo sterk gestegen als gemiddeld in de gehele Europese Unie. Tussen 2001 en 2011 stegen in Nederland de loonkosten per gewerkt uur in de nijverheid en de commerciële dienstverlening met 36 procent.

Tussen 2001 en 2011 zijn de loonkosten per gewerkt uur in Nederland met 33 procent gestegen. In de financiële sector was de stijging met 50 procent het grootst.

In 2011 realiseerden bijna alle provincies economische groei. Het hardst groeiden de economieën van Noord-Brabant, Utrecht en Flevoland.

Het financieel vermogen van Nederlandse huishoudens nam in het vierde kwartaal van 2011 toe tot 1 027 miljard euro. Hiermee was de waarde aan het eind van het vierde kwartaal 49 miljard euro, 5,0 procent, hoger dan aan het eind van het derde kwartaal. Het is voor het eerst dat het financieel vermogen van huishoudens boven de 1 biljoen euro is uitgekomen.

Nederlandse banken hadden aan het eind van het vierde kwartaal van 2011 per saldo 178 miljard euro geparkeerd staan bij De Nederlandsche Bank (DNB). DNB had dit geld op haar beurt weer uitstaan bij de Europese Centrale Bank (ECB). Sinds half 2011 zijn zowel de tegoeden die banken bij DNB hebben als de tegoeden die DNB bij de ECB heeft, explosief gestegen.

De Nederlandse overheid had in 2011 een tekort van 4,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Een jaar eerder bedroeg het tekort 5,1 procent van het bbp.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is voor het vierde jaar op rij gedaald. De daling kwam in 2011 evenals in 2010 uit op 0,4 procent.

In het vierde kwartaal van 2011 is de nettowinst van niet-financiële ondernemingen met 5,1 procent gedaald ten opzichte van het vierde kwartaal van 2010. Het is voor het derde achtereenvolgende kwartaal dat de winst lager ligt dan een jaar eerder. In alle kwartalen van 2010 en in het eerste kwartaal van 2011 nam de winst nog toe. De winst (vóór belastingen) daalde in het vierde kwartaal met 1,5 miljard tot 28,7 miljard euro.

De consumptie door huishoudens nam in het vierde kwartaal van 2011 af met 2,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vooral de goederenconsumptie daalde flink. De consumptie van energie en water daalde door het zachte weer het hardst, maar ook de aankoop van producten als meubelen en auto’s daalde.

De commerciële dienstverlening is in het vierde kwartaal van 2011 met 0,3 procent gekrompen. Deze krimp werd breed gedragen; alleen de verhuur en handel in onroerend goed noteerde een positief groeicijfer. De productie van de niet-commerciële dienstverlening lag wel hoger dan een jaar eerder. Dit kwam voornamelijk door een forse toename van de gezondheids- en welzijnszorg.

De economie van de eurozone is in het vierde kwartaal van 2011 met 0,7 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. De Europese Unie als geheel groeide in dezelfde periode met 0,9 procent. Van krimp, zoals in Nederland, was maar in een beperkt aantal lidstaten sprake: Portugal, Italië, Slovenië en Cyprus. De drie grootste economieën in de Europese Unie groeiden matig tot redelijk: het Verenigd Koninkrijk met 0,7 procent, Frankrijk met 1,4 procent en Duitsland met 2,0 procent. De Belgische economie groeide met 1,0 procent.

Het groeitempo van de investeringen is in het vierde kwartaal van 2011 afgenomen. De bruto-investeringen in vaste activa groeiden met 3,6 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. De investeringen in woningen groeiden wel iets harder dan een kwartaal eerder.

De productie van goederen is in het vierde kwartaal van 2011 met 2,2 procent gekrompen. Vooral de delfstoffenwinning en de energiebedrijven zagen hun productie fors dalen door de verminderde vraag naar aardgas.

In het vierde kwartaal van 2011 was er geen groei van de uitvoer van goederen en diensten ten opzichte van een jaar eerder. De uitvoer van goederen daalde met 0,9 procent, terwijl die van diensten steeg met 3,5 procent. Ook de invoer kromp ten opzichte van een jaar eerder, met 0,1 procent. De goedereninvoer daalde met 0,3 procent, terwijl de diensteninvoer juist steeg met 0,8 procent.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2011 met 0,6 procent gekrompen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Ook vergeleken met het derde kwartaal van 2011 kromp de economie met 0,6 procent. Dit is de tweede kwartaal-op-kwartaalkrimp op rij, waarmee de Nederlandse economie volgens de gangbare definitie in een recessie is beland.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2011 met 0,6 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Deze tweede raming van de economische groei komt 0,1 procentpunt hoger uit dan de eerste raming van 15 februari.

Door de economische crisis investeerden Nederlandse bedrijven in 2009 minder in kennis dan een jaar eerder. Hoewel de economie in 2010 weer herstelde, gold dat niet voor de kennisinvesteringen.

Volgens de eerste, voorlopige raming is de Nederlandse economie in het vierde kwartaal van 2011 met 0,7 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder.

Beursgenoteerde Nederlandse bedrijven keerden in 2011 bijna 12 miljard euro aan dividend uit. Dat is 600 miljoen euro meer dan in 2010.

In het derde kwartaal van 2011 bedroeg de nettowinst voor belastingen van financiële instellingen 7,3 miljard euro (exclusief bijzondere financiële instellingen) . Dit is een stijging van circa 3 miljard euro ten opzichte van het derde kwartaal van 2010. Banken zagen hun winst toenemen met 1,2 miljard euro en bij overige financiële intermediairs nam de winst toe met bijna 1,5 miljard euro.

De economie van de eurozone is in het derde kwartaal van 2011 met 1,2 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. In vergelijking met het voorgaande kwartaal groeide de economie met 0,2 procent. De economie van de gehele Europese Unie van 27 landen groeide in het derde kwartaal een fractie sneller dan de eurozone (1,3 procent). In een aantal landen, waaronder Nederland, kromp de economie. De krimp van de Nederlandse economie bedroeg -0,2 procent ten opzichte van het voorafgaande kwartaal.

In het derde kwartaal van 2011 daalde de nettowinst van niet-financiële ondernemingen met 3 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal van 2010. Het is voor het tweede achtereenvolgende kwartaal dat de winst lager ligt dan een jaar eerder. In de vier kwartalen van 2010 en in het eerste kwartaal van 2011 nam de winst nog toe. De winst (vóór belastingen) daalde met 925 miljoen tot 30,3 miljard euro.

De groei van de Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2011 verder vertraagd. De jaar-op-jaargroei kwam dit kwartaal uit op 1,1 procent. In het tweede kwartaal bedroeg de groei nog 1,6 procent, tegenover 2,8 procent in het eerste kwartaal. Voor het eerst sinds het tweede kwartaal van 2009 is er weer sprake van een krimp ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Deze krimp kwam (bij de tweede raming) uit op 0,2 procent.

De consumptieve bestedingen door huishoudens zijn in het derde kwartaal van 2011 met 1,2 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie bleef in deze periode gelijk.

De investeringen zijn in het derde kwartaal van 2011 met 5,0 procent toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De groei was vergelijkbaar met die in het tweede kwartaal, maar veel lager dan die in het eerste kwartaal (10,1 procent).

De groei van zowel de commerciële als de niet-commerciële dienstverlening is in het derde kwartaal opnieuw afgenomen. In de zakelijke dienstverlening en bij de overheid was er sprake van krimp.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2011 met 1,1 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Deze tweede raming van de economische groei is gelijk aan de eerste raming van 15 november.

De goederenproductie is in het derde kwartaal van 2011 met 2,7 procent gegroeid ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. In het tweede kwartaal bedroeg deze groei nog 1,7 procent. De toegenomen groei hangt samen met de aardgasproductie, die geboekt wordt onder de delfstoffenwinning. In de eerste helft van dit jaar kromp de delfstoffenwinning, doordat het winterweer veel milder was dan een jaar eerder. Dit effect speelde niet in het derde kwartaal en groeide de delfstoffenwinning met 6,5 procent.

In het derde kwartaal van 2011 groeide de uitvoer van goederen en diensten met 2,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. De groei van de uitvoer is in 2011 steeds verder teruggelopen. In 2010 steeg de uitvoer nog met dubbele cijfers. Ook de invoer vertoont een afvlakkende groei. In het derde kwartaal steeg de invoer van goederen en diensten met 1,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. De invoer van diensten nam zelfs af, met bijna 2 procent.

In het derde kwartaal van 2011 waren er 28 duizend banen van werknemersmeer dan in hetzelfde kwartaal van 2010. Dit is een bescheiden stijging van 0,3 procent.

In 2010 had Nederland net als in 2009 het op een na hoogste welvaartsniveau binnen de EU.

De activiteiten van Nederlandse bedrijven op en rondom de Noordzee bieden direct of indirect werkgelegenheid aan bijna een kwart miljoen werknemers.

Volgens de eerste, voorlopige raming van het CBS is de Nederlandse economie in het derde kwartaal van 2011 met 1,1 procent gegroeid ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In vergelijking met het tweede kwartaal kromp de economie met 0,3 procent.

In het tweede kwartaal van 2011 is de hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens op woningen licht gestegen, met 5,3 miljard euro, tot 662 miljard euro. Vanaf het eerste kwartaal van 2009 tot en met het vierde kwartaal van 2010 nam de groei van de hypotheekschuld ten opzichte van een jaar eerder af. Sinds het eerste kwartaal van 2011 neemt de groei weer toe. In het tweede kwartaal van 2011 bedroeg de groei 10 procent.

In het tweede kwartaal van 2011 bedroeg de nettowinst voor belastingen van niet-financiële ondernemingen 19,1 miljard euro. Dit is een daling van 2,5 miljard euro oftewel 11,5 procent ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal van 2010. Het is voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2009 dat de nettowinst daalde.

Sinds 2007 groeit de kredietverlening door banken aan bedrijven en huishoudens steeds minder hard. Huishoudens en bedrijven zagen in het laatste kwartaal van 2006 hun kredietschuld met 33 miljard euro toenemen. In het tweede kwartaal van 2011 was dat nog 6,5 miljard euro.

De bijdrage van de commerciële dienstverlening aan de Nederlandse economie is de laatste tien jaar gestabiliseerd. In de jaren tachtig en negentig nam het belang van de diensten nog sterk toe.

Na de mooie groeicijfers over het eerste kwartaal, viel de economische groei in het tweede kwartaal sterk terug. Ten opzichte van een jaar eerder nam het volume van het bbp met 1,6 procent toe. In het eerste kwartaal bedroeg de toename 2,8 procent. Ten opzichte van het voorafgaande kwartaal kwam de groei in het tweede kwartaal uit op 0,2 procent. Een kwartaal eerder bedroeg de groei nog 0,8 procent.

In het tweede kwartaal van 2011 was de uitvoer van goederen en diensten 5,3 procent hoger dan een jaar eerder. De wederuitvoer groeide stevig, de groei van de uitvoer van diensten bleef op peil, maar de uitvoergroei uit Nederlandse productie viel sterk terug. De invoer van goederen en diensten steeg met 4,4 procent.

De investeringen zijn in het tweede kwartaal van 2011 met 4,8 procent toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder, maar de groei was aanzienlijk minder dan in het eerste kwartaal.

De consumptieve bestedingen door huishoudens zijn in het tweede kwartaal van 2011 met 0,6 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder. De overheidsconsumptie groeide in genoemde periode met 0,6 procent.

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 2011 met 1,6 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Deze tweede raming van de economische groei komt 0,1 procentpunt hoger uit dan de eerste raming van 16 augustus.

De groei van de dienstverlening is enigszins teruggevallen. Door de verminderde stijging van de export van Nederlandse producten, viel ook de groei van de handel wat terug. Ook vlakte de groei van de niet-commerciële dienstverlening licht af.

De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal van 2011 met 1,7 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder, na een groei van 2,5 procent in het eerste kwartaal. In vergelijking met het voorgaande kwartaal groeide de economie met 0,2 procent. De gehele Europese Unie van 27 landen liet in het tweede kwartaal een vergelijkbare economische groei zien als de eurozone.

In het tweede kwartaal van 2011 waren er 51 duizend banen van werknemers meer dan in dezelfde periode van 2010. Dit is een toename van 0,6 procent.

De groei van de goederenproductie is sterk teruggevallen. De delfstoffenwinning kromp met 12,1 procent, na in het eerste kwartaal al met 5,0 procent te zijn teruggevallen. Het veel mildere winterweer (inclusief april) is debet aan de terugval van het verbruik en de productie van aardgas. Bovendien werd in het tweede kwartaal veel minder aardgas uitgevoerd.

Hoewel de economische groei en de werkgelegenheid in veel landen weer aantrekken, doen zich, drie jaar nadat de financiële wereld op haar grondvesten schudde, nog steeds naschokken voor.

Door de centrale ligging en de beschikbaarheid van goede achterlandverbindingen via de weg, het water, het spoor en door de lucht is Nederland een gunstige springplank voor het mondiale vervoer.

De publicatie bevat actuele ontwikkelingen op het terrein van onder meer productie, investeringen, internationale handel, consumptie, inflatie en de arbeidsmarkt. Daarnaast komt een aantal economische thema’s aan bod.

Van alle cijfers die het CBS publiceert, is de inflatie een van de meest in het oog springende.

In dit artikel worden de economieën van beide landen vergeleken.

Aardgas werd onze belangrijkste energiebron, gaf een stevige impuls aan het bbp en voorzag de staat van vele miljarden aan inkomsten.

Dit artikel schetst een beeld van de Nederlandse diensteneconomie in de voorbije decennia.

De kwaliteit van leven in Nederland is hoog in vergelijking met andere Europese landen. Maar onze welvaart lijkt op termijn niet zonder meer houdbaar te zijn

In 2010 stegen de loonkosten per arbeidsjaar met 1,4 procent. Dat is de laagste stijging sinds 1989. De afgelopen tien jaar was de stijging gemiddeld 3,3 procent per jaar.

De economische groei is in het tweede kwartaal van 2011 sterk afgezwakt. Ten opzichte van het tweede kwartaal een jaar eerder groeide de Nederlandse economie met 1,5 procent.

In de afgelopen tien jaar groeide het aantal banen in de zorg met 385 duizend. Het totaal aantal banen in Nederland nam toe met 515 duizend.

Nederlandse beursgenoteerde bedrijven keerden in de eerste helft van 2011 ruim 7,6 miljard euro aan dividend uit. Dit is een half miljard euro meer dan in de eerste helft van 2010.

In het eerste kwartaal van 2011 is de nettowinst voor belasting van niet-financiële ondernemingen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2010 met 6,5 miljard toegenomen tot 36,7 miljard euro. Dit is een stijging van ruim 37 procent.

In het eerste kwartaal is het saldo van ontvangen en betaalde primaire inkomens van Nederland met het buitenland weer positief geworden. Na twee kwartalen op rij met een klein negatief saldo, was het dit kwartaal 4,8 miljard euro hoger dan in het vierde kwartaal van 2010. Primair inkomen is inkomen uit arbeid, onderneming of vermogen.

Het financieel vermogen van huishoudens, welke bestaan uit financiële vorderingen min schulden, nam in het eerste kwartaal van 2011 af met 17,7 miljard euro tot 944,1 miljard euro. Dit was het tweede kwartaal op rij dat het financieel vermogen daalde.

In het eerste kwartaal van 2011 was de uitvoer van goederen en diensten 7,0 procent hoger dan een jaar eerder. Dit is een flinke vermindering van de groei in vergelijking met de voorgaande kwartalen. Deze daling komt vooral door de minder snel stijgende wederuitvoer en door een minder spectaculaire groei in de internationale dienstenhandel. De groei van de goederenuitvoer uit Nederlandse productie blijft nog wel hoog. De invoer van goederen en diensten steeg met 7,2 procent.

In het eerste kwartaal van 2011 lag de productie van goederen 4,2 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Deze groei ligt boven het jaargemiddelde voor 2010 van 2,6 procent. Vooral de productie in de bouwnijverheid steeg sterk. Alleen de delfstoffenwinning en energie- en waterleidingbedrijven kenden in het eerste kwartaal een krimp.

Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde kwartaalramingen is noodzakelijk omdat na verloop van tijd de kwaliteit van de broninformatie verbetert, onder meer door een toename van de respons van de berichtgevers en het beschikbaar komen van nieuw bronmateriaal.

De bruto-investeringen zijn in het eerste kwartaal van 2011 met 10,1 procent toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In het laatste kwartaal van 2010 stegen de investeringen met 0,6 procent. De investeringen in de bouw sloegen in de eerste drie maanden van dit jaar om van sterk negatief naar fors positief.

De consumptie door huishoudens is in het eerste kwartaal van 2011 met 0,1 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. In het vierde kwartaal van 2010 groeide de consumptie nog met 1,4 procent. De groei in het vierde kwartaal was de hoogste sinds het tweede kwartaal van 2008. De overheidsconsumptie groeide in de eerste drie maanden van dit jaar met 1,3 procent.

De productie van de commerciële dienstverlening is in het eerste kwartaal van 2011 met 2,6 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Hiermee is een positief vervolg gegeven aan het in 2010 ingezette herstel. Bij de niet-commerciële dienstverlening groeide de productie in de eerste drie maanden van dit jaar met 2,2 procent.

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2011 met 2,8 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Deze tweede raming van de economische groei komt 0,4 procentpunt lager uit dan de eerste raming van 13 mei.

In het eerste kwartaal van 2011 waren er 34 duizend banen van werknemers meer dan in het eerste kwartaal van 2010.

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2011 gegroeid met 2,8 procent vergeleken met een jaar eerder. Dit is de hoogste groei in drie jaar. Ten opzichte van een kwartaal eerder groeide de economie met 0,9 procent. Hiermee is de economie zeven kwartalen op rij gestegen en is ongeveer tachtig procent van de historische krimp van 2009 ongedaan gemaakt.

Consumenten geven steeds minder geld uit aan nieuwe personenauto’s. Het totale wagenpark groeit weliswaar nog altijd, maar zowel nieuwe als tweedehands leasewagens maken hier een steeds groter deel van uit.

Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal 2011

Economische groei gaat vaak ten koste van het milieu.

De economie van de eurozone is in het eerste kwartaal van 2011 met 2,5 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. In vergelijking met het voorgaande kwartaal groeide de economie met 0,8 procent. De economie van de gehele Europese Unie van 27 landen groeide in het eerste kwartaal even snel als de eurozone.

Volgens de eerste, voorlopige raming is de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2011 met 3,2 procent gegroeid ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dit is de hoogste groei in drie jaar.