Bevolking

Artikelen bedrijven

De brede welvaart van hoogopgeleiden is hoger dan die van laagopgeleiden.

Twintigers in 2018 settelen later dan de jongeren uit 2008. Jongvolwassenen gaan later uit huis, beginnen later aan samenwonen of baby’s. Ze hebben ook later vast werk of een eigen huis.

Nieuwe moeders zijn gemiddeld bijna 30 jaar als hun baby geboren wordt. In 2018 is de leeftijd van vrouwen die hun eerste kind kregen opnieuw gestegen, tot 29,9 jaar. Nederland staat daarmee op de vijfde plek in Europa.

Corrigeren voor koppelfouten binnen de multipele vangst – hervangst methode bij het schatten van de populatieomvang.

De bevolking is in het eerste kwartaal van 2019 gegroeid door migratie. De sterfte was lager dan een jaar eerder, het aantal geboorten was gelijk

Hoeveel statushouders hebben binnen inburgeringstermijn het examen gehaald? Van het cohort 2014 had 58% het examen gehaald per oktober 2018, 2% was te laat, de rest heeft vrijstelling, ontheffing of uitstel

Verkennend onderzoek naar de mogelijkheden van het gebruik van sociale media voor statistiek voor bedrijven.

In 2017 werden ruim 838 duizend banen vervuld door buitenlandse werknemers. Werknemers van Poolse herkomst vormen hiervan de grootste groep. Zij bezetten bijna 180 duizend banen en behoren tot de laagst betaalden.

De afgelopen drie jaar vertrokken steeds minder geboren Nederlanders naar het Verenigd Koninkrijk.

Bijna 13 miljoen inwoners van Nederland mogen stemmen tijdens de komende Provinciale Statenverkiezingen. Iets meer dan de helft, bijna 52 procent, van de kiesgerechtigden is 50 jaar of ouder.

In 2018 verhuisden 1,79 miljoen inwoners van Nederland, 5 procent minder dan in 2017. Alleen 65-plussers verhuisden meer.

Vrouwen zijn meestal jonger dan hun man. Een huwelijk tussen een vrouw en een veel jongere man komt niet veel voor.

Het aantal asielverzoeken is in 2018 weer toegenomen. Opmerkelijk is de toename van het aantal Turken dat in ons land asiel aanvraagt

De helft van de eerste samenwoners is 15 jaar later uit elkaar. Hoger opgeleide stellen hadden bij de scheiding minder vaak een kind dan paren met een lager onderwijsniveau.

Hoe verschilt de samenhang tussen trouwen, kinderen krijgen en (echt)scheiden naar opleidingsniveau?

In 2017 waren jongeren gemiddeld 23,5 jaar, in 2012 was dat nog 22,8 jaar. De verschuiving was het sterkst bij studenten, die in 2016 gemiddeld 1 jaar later zelfstandig gingen wonen dan in 2012.

Discussion Paper about now casting monthly unemployment figures using auxiliary series derived from big data sources.

Amsterdam kreeg er in 2018 10 duizend inwoners bij, Den Haag ruim 6 duizend, Rotterdam 5,5 duizend en Utrecht 5 duizend

De bevolking groeide in 2018 met 104 duizend inwoners. Net als in 2016 en 2017 kwamen er vooral mensen bij door migratie

In 2017 werden 15 duizend baby’s geboren bij een alleenstaande moeder, 9 procent van alle levendgeboren kinderen. In 2010 was dat nog dat ruim 7,5 procent. In 2010 kwam 58 procent van de pasgeboren baby’s terecht in een huishouden van een gehuwd paar en dat is in 2017 gedaald naar 55 procent.

Daklozen: laagopgeleide, niet-westerse, alleenstaande mannen in relatieve armoede; meesten niet dakloos na echtscheiding

Volgens de Huishoudensprognose neemt het aantal huishoudens toe tot 8,8 miljoen in 2060. Deze groei komt grotendeels voor rekening van eenpersoonshuishoudens.

Prognose van de bevolking voor de periode 2018-2060.

In 2030 zal Nederland ruim 18 miljoen inwoners tellen, zo is de prognose. Bijna een kwart zal dan 65-plus zijn. De bevolking in 2060 ligt waarschijnlijk tussen 17,3 miljoen en 19,9 miljoen inwoners

In 2030 zullen er 8,5 miljoen huishoudens zijn, zo blijkt uit de prognose van het CBS. Vooral het aantal 1-persoonshuishoudens neemt toe, voor een groot deel zijn het ouderen.

Welk deel van de bevolking heeft in 2060 een migratieachtergrond? Volgens de laatste CBS-prognose zal dat ruim een derde zijn.

Uit de Emancipatiemonitor van het CBS en SCP blijkt dat de economische positie van vrouwen na de crisisjaren weer is verbeterd. Tussen 2015 en 2017 groeide het aandeel vrouwen met werk, de gemiddelde arbeidsduur nam toe van 27 naar 28 uur per week. De economische zelfstandigheid van vrouwen steeg van 58% naar 60%.

Gemiddeld woonden inwoners van Nederland in 2017 0,9 kilometer van een supermarkt en 0,8 kilometer van een restaurant. Nergens zijn de afstanden groter dan 2,6 kilometer (supermarkt) en 3,6 kilometer (restaurant). Wie naar de bioscoop wil, moet vanuit sommige gemeenten soms echter meer dan 20 kilometer reizen.

De tweede generatie van Turkse en Marokkaanse herkomst gaat meer op de groep met Nederlandse achtergrond lijken: ze trouwen later en krijgen later kinderen. De bruid of bruidegom is vaker niet in het buitenland geboren.

Bijna 3/4 van de stellen met een Turkse, Marokkaanse of Nederlandse achtergrond is na 12 jaar nog bij elkaar

Mensen met Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond halen hun inkomstenbron minder vaak uit werk dan migranten uit nieuwe EU-landen.

Personen met een Nederlandse achtergrond zijn vaker actief als vrijwilliger personen met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond.

Sinds 2005 daalt het percentage geregistreerde verdachten van misdrijven vrij consistent onder alle herkomstgroepen.

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, zowel in het voortgezet onderwijs als in het middelbaar onderwijs

Inmiddels heeft 23 procent van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. De afgelopen drie jaar groeide de bevolking vooral door immigratie

De gezondheid van personen met een Nederlandse achtergrond is doorgaans beter dan die van personen met een niet-westerse migratieachtergrond.

Jongeren Nederland en EU wonen vaker bij ouders. De verschuiving was het grootst in Ierland en België. Meeste thuiswonende jongemannen in Kroatië.

Nederland is één van de 19 lidstaten van de Europese Unie (EU) waar de bevolking groeit. De bevolking groeit vooral door migratie.

Hoelang kunnen 65-jarigen nog verwachten te leven in de toekomst? De prognose van het CBS voor de levensverwachting op 65 jaar is 20,63 jaar voor 2024.

De Nederlandse bevolking groeide in de eerste 9 maanden van 2018 met 81 duizend inwoners. Er kwamen 69 dzd meer immigranten dan dat er mensen emigreerden, en de geboorte was 11 duizend hoger dan de sterfte

In het derde kwartaal van 2018 kwamen 6 235 asielzoekers en 1 260 nareizende gezinsleden naar Nederland. Het aantal asielzoekers was ruim 40 procent hoger dan in het derde kwartaal van 2017, het aantal nareizigers was ruim 40 procent lager.

Nederland vergrijst. Er wonen steeds meer ouderen in Nederland en het aantal kinderen dat geboren wordt is de laatste jaren gedaald. Dat betekent dat de demografische druk toeneemt. Hierin zijn regionaal echter aanzienlijke verschillen.

Nederland vergrijst. Er wonen steeds meer ouderen in Nederland en het aantal kinderen dat geboren wordt is de laatste jaren gedaald. Dat betekent dat de demografische druk toeneemt. Hierin zijn regionaal echter aanzienlijke verschillen.

Nederland vergrijst. Er wonen steeds meer ouderen in Nederland en het aantal kinderen dat geboren wordt is de laatste jaren gedaald. Dat betekent dat de demografische druk toeneemt. Hierin zijn regionaal echter aanzienlijke verschillen

Recordaantal immigranten (235 duizend) en emigranten (154 duizend) in 2017, hoogste migratiesaldo (81 duizend)

Veronderstellingen over immigratie en emigratie die gebruikt worden bij het opstellen van de bevolkingsprognose.

Bijna 1 op de 5 volwassenen (geboren 1971-1991) woonde tijdens hun jeugd niet met beide ouders. Van hen maakte drie kwart een scheiding mee. Ruim 4 op de 10 zien hun stiefvader als vader, 2 op de 10 hebben geen contact meer met hun vader.

Nederland tien jaar na het begin van de kredietcrisis. De vergelijking van werkloosheid, bbp, arbeidsparticipatie, huizenmarkt, bijstandsuitkeringen, schulden en andere indicatoren geeft een beeld van de stand van zaken voor, tijdens en na de crisis.

De levensverwachting neemt zowel in Nederland als in de EU langzamer toe dan in voorgaande periodes. De grootste toename deed zich voor tussen 2003 en 2008. De levensverwachting in Nederland minder gestegen dan in de meeste andere EU-landen

In welke gemeente wonen meer vrouwen dan mannen? De geslachtsratio op 1 januari 2018, voor het inwonertal op 1 januari 2018.

In 2015 ruim 60 duizend gezinsmigranten, waarvan de helft uit EU-landen. 40% van de 20 plussers was een jaar later aan het werk. In 2005 was dat nog 37%. Onder gezinsmigranten uit EU-landen in 2015 was het ruim 60%, van daarbuiten 30%

In veel studentensteden en grote steden wonen meer jonge vrouwen dan jonge mannen. In de meeste gemeenten is er in de bevolking van 20 tot 25 jaar juist een (klein) mannenoverschot.

Tijdens de hittegolven in de zomer van 2018 zijn meer mensen overleden dan in een gemiddelde zomerweek. De extra sterfte is echter veel lager dan in 2006, toen er ook langere hittegolven waren. Er zijn vooral meer 80-plussers overleden.

Ouderen dachten in 2015 vaker over een verhuizing na dan in voorgaande jaren.

Nederland telt nu 17,2 miljoen inwoners, eind juni 2018. In het eerste halfjaar van 2018 werden 82 duizend baby’s geboren en stierven 81 duizend mensen. Er kwamen 100 duizend immigranten en 69 duizend emigranten vertrokken. Vooral in het eerste kwartaal was de sterfte hoog.

We presenteren en testen een aanpak voor automatische foutlocalisatie gebaseerd op algemene aanpassingsacties.

Aantal asielzoekers en nareizigers tweede kwartaal 2018, stabiel. Turkije, Syrië, Eritrea, minderjarigen, vrouwen

National statistical institutes should adopt formal quality certification, e.g. ISO or EFQM.

In 2017 maakten 1 917 mensen een einde aan hun leven, 23 meer dan in 2016.

In 2017 verhuisde een recordaantal personen. Aan de stijging van het aantal personen dat verhuist lijkt in december 2017 een eind te zijn gekomen.

Tussen 1947 en 2017 groeide het percentage alleenstaanden van 5 naar 22%. In 2047 zal bijna 1 op de 4 volwassen inwoners alleenstaand zijn.

Inwoners met een migratieachtergrond uit landen die meedoen aan het WK voetbal, wonen relatief vaak in gemeenten aan de rand van Nederland. Marokko en Duitsland hebben de meeste supporters in Nederland, Servië het minst.

Topografische kaarten van gemiddelde woonoppervlaktes van verschillende soorten huishoudens in Nederland.

Amsterdamse huishoudens hebben minder woonoppervlak dan Nederlandse huishoudens gemiddeld. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het CBS naar woonruimte van verschillende typen huishoudens.

In 2017 nam Nederland 2 265 uitgenodigde vluchtelingen op. Veel van deze vluchtelingen konden zich in Nederland vestigen in het kader van de EU-Turkije-verklaring uit maart 2016.

Verschillen in geboorte, vruchtbaarheid, kinderen krijgen per gemeenten in 2017

Transitivity of price indices is advocated and various ways to construct these are shown.

Dit position paper geeft aan hoe het CBS de inzichten van de Complexiteitstheorie kan toepassen in officiële statistieken.

In 2017 trouwden 37 op de duizend niet-gehuwde 25- tot 30-jarige vrouwen, in 1997 waren dat er nog 83 op de duizend. Ook 30- tot 35-jarigen trouwen minder. De gemiddelde huwelijksleeftijd is gestegen.

Connecting correction methods for linkage error in capture-recapture.

Tussen 1997 en 2017 is het percentage vijftienjarigen dat niet gezamenlijk met beide ouders op hetzelfde adres woont, gestegen van 20 naar 30. Kinderen van ongehuwde ouders lopen een groter risico dat hun ouders uit elkaar gaan dan kinderen van gehuwde ouders.

Het inwonertal van Nederland is in het eerste kwartaal van 2018 met 12,5 duizend toegenomen. De natuurlijke aanwas (saldo geboorte en sterfte) was negatief, het migratiesaldo positief.

Op 1 januari 2017 telde de bevolking van Bonaire 19,2 duizend inwoners, onder hen 7 duizend geboren Bonairianen

In 2017 verongelukten voor het eerst meer mensen op de fiets dan in een auto. Een kwart verongelukte op een e-bike

In het eerste kwartaal van 2018 zijn 4,2 duizend asielzoekers en 2,1 duizend nareizende gezinsleden geregistreerd

Van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, had na 30 maanden 11 procent werk. 84 procent van de statushouders had een uitkering.

In 2017 is 77% van de volwassenen van mening dat Nederland oorlogsvluchtelingen moet opvangen

Houding en opvattingen van de Nederlandse bevolking ten aanzien van vluchtelingen

Op 1-1-2018 bood Flevopolder plaats aan 345000 inwoners, Noordoostpolder 47000 en Wieringermeer 12500

De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen en in goede gezondheid zal tot 2040 verder toenemen

De projecties voor de gezonde levensverwachting in 2040 komen in 2018 lager uit dan in 2014

Sociaal in de marge; weinig participatie en vertrouwen

Vijftigplussers, niet-westerse migratieachtergrond onder kiesgerechtigden en raadszetels voor gemeenteraadsverkiezing

Cijfers over wonen, jeugdhulp en criminaliteit in de Kempen.

Tweede meting van hoe Nederland het doet wat betreft de Sustainable Development Goals

In de afgelopen twintig jaar groeide Almere zowel qua economie, als werkgelegenheid en aantal inwoners het snelst.

Welke naoorlogse stadswijken onttrekken zich aan het algemene beeld van achterstand?

Dit artikel gaat dieper in op de verschillen tussen naoorlogse wijken.

In de eerste 7 weken van 2018 overleed een kwart meer 80-plussers dan in een gemiddelde week van 2017

21 gemeenten krijgen na de verkiezingen op 21 maart meer zetels in de raad. 3 gemeenten moeten zetels inleveren.

In de winter van 2017 op 2018 zijn tot nu toe minder mensen overleden dan in dezelfde periode vorig jaar

Op Valentijnsdag trouwen meer mensen dan anders in februari, maar de populairste huwelijksdagen zijn rond de zomer

Hoeveel 80 plussers zijn er in Nederland en in welke gemeente wonen de meeste.

Vooral jonge vrouwen stellen het moederschap uit. Het aantal geboorten was in 2017 opnieuw laag

Samenhang sociaal leenstelsel en welvaart van ouders met studie- en woonbeslissingen van havo- en vwo-gediplomeerden.

In 2017 werden 16145 eerste asielverzoeken ingediend en arriveerden 14490 nareizigers

Samenhang tussen tevredenheid met de woning en de woonomgeving en tevredenheid met het leven.

De bevolking van Nederland is in 2017 opnieuw relatief sterk gegroeid.

In 91 van de 388 gemeenten is het aantal inwoners in 2017 gedaald.

Kanker is al jaren de belangrijkste doodsoorzaak van mannen, en sinds 2016 ook van vrouwen

Het CBS heeft onderzocht of de individualisering zich heeft voortgezet.

De gemeente Leiden is gestart met een samenwerking met het CBS

Volgens de bevolkingsprognose 2017-2060 groeit het aantal inwoners naar 18,4 miljoen

Uitkomsten van de Bevolkingsprognose 2017-2060

Veronderstellingen voor de Bevolkingsprognose 2017-2060

Ontwikkelingen in het aantal kinderen dat jaarlijks geboren wordt en in de vruchtbaarheid aan het begin van de 21e eeuw.

Co-ouders zijn vaker hoogopgeleid en hadden weinig conflicten tijdens de scheiding

Van 42500 inwoners begin 2016 met Britss paspoort verdiende 43% inkomen vooral als werknemer, 9% als zelfstandige

In dit artikel wordt een methode gepresenteerd waarmee standaardfouten berekend kunnen worden voor schattingen die gebaseerd zijn op een structureel tijdreeksmodel.

Kwaliteit van leven van bevolkingsgroepen in termen van inkomen, gezondheid en tevredenheid met het leven

In het Rural Data Center Kempengemeenten gaan gemeenten samenwerken met CBS om tot meer datagedreven beleid te komen.

In 2016 verkaste 56% Van verhuizende Kempenaren naar andere woning in gemeente, 12% naar andere gemeenten in de streek

Onzekerheidsmarges rond regionale bevolkings- en huishoudensprognose van PBL/CBS en de methode die daarvoor is gebruikt

Het aantal tienermoeders is gedaald tot 3 per duizend meisjes, dat is ook internationaal gezien laag

Beschrijving van methode voor schatten onzekerheidsintervallen rond de uitkomsten van de PBL/CBS regionale prognose.

Factsheet met cijfers, grafieken en kaartjes over de regio Groningen-Assen.

Het inwonertal van Amsterdam groeit, vooral door buitenlandse migratie

Gezinnen verhuizen vaak voordat hun oudste kind naar school gaat, vooral vanuit de grote stad

In een steeds groter deel van samenwonende stellen zijn beide partners hoogopgeleid.

De levensverwachting van 65-jarigen neemt toe. In 2023 zal deze 20,5 jaar zijn, volgens de CBS-prognose.

De bevolking groeide in de eerste drie kwartalen 2017 met ruim 80 duizend inwoners, vooral door buitenlandse migratie

In 2016 overleden 3 884 inwoners van Nederland door een val, bijna 400 (11 procent) meer dan in 2015.

Er kwamen 4,4 duizend asielzoekers en 2,3 duizend nareizigers naar Nederland in het derde kwartaal van 2017

Vangst-hervangst methoden en schending van de aannames van perfecte koppeling en geen foutieve vangsten

De kans om moeder te worden hangt samen met soort arbeidscontract en het opleidingsniveau

Onderzoek naar de relatie tussen flexibele arbeid en relatie- en gezinsvorming.

Nieuwsbericht start CBS Urban Data Center/Den Haag

De Basisregistratie Personen vormt de basis voor de bevolkingsstatistieken van Nederland.

Factsheet met informatie over de bevolking, jongeren en zzp’ers in de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Het geregistreerd partnerschap wint aan populariteit, maar 80 procent van de verbintenissen in 2016 was een huwelijk.

Er worden steeds minder zondagskinderen geboren. In het weekend is ook de sterfte wat lager dan doordeweek.

In 2016 kwamen 76 mannen en 34 vrouwen om door moord of doodslag, 1 man en 9 vrouwen minder dan in 2015

Regionale verdeling van vergunninghouders die in 2014, 2015 en de eerste helft van 2016 naar Nederland zijn gekomen.

Nederland, 1e helft 2017: 100 duizend immigranten, 69 duizend emigranten, 82 duizend geboorten, 78 duizend overlijdens

In 2017 zijn meer nareizigers dan asielzoekers uit Eritrea in Nederland aangekomen. Dat geldt ook voor het totaal

Op welke manier worden woningbouwveronderstellingen meegenomen in de regionale prognose

verschillen in levensverwachting en doodsoorzaken tussen verschillende etnische groepen Surinamers in Nederland

Artikel Sociaal Bestek: Regionale variatie in de mate van vergrijzing

Gezin is nog steeds belangrijkste reden voor migratie, maar werk en asiel nemen toe

Verstedelijking heeft niet alleen invloed op de stad. Wat zijn de regionale verschillen tussen stad en land?

Factsheet met cijfers, grafieken en kaartjes over de regio Zwolle,

In Zwolle wonen relatief veel jonge gezinnen. Een deel verhuist naar omliggende gemeenten.

CBS Urban Data Center/Zwolle van start

Aantal zelfdodingen stijgt al enkele jaren, gerelateerd aan bevolkingsopbouw blijft zelfdodingscijfer sinds 2013 gelijk

Veel Syrische en Eritrese asielzoekers hebben verblijfsvergunning en woonruimte, maar vaak nog afhankelijk van uitkering

Nederland telt in 2017 ongeveer 4,1 miljoen vaders en 4,8 miljoen moeders.

Welke factoren leiden tot regionale verschillen in de vruchtbaarheid?

Het aantal Nederlanders dat in 2016 verhuisde is in jaren niet zo groot geweest

Op 1 januari 2017 woonden in Nederland 2 225 honderdplussers, ruim tweemaal zoveel als twintig jaar geleden

In 2016 was 83 procent van de 695 door de VN uitgenodigde vluchtelingen Syriër

Nederland telt bijna 5 miljoen moeders. De helft van hen heeft twee kinderen, een vijfde heeft er één of juist drie.

De bevolking van Nederland is in het eerste kwartaal van 2017 met 19 duizend inwoners gegroeid

Van januari tot en met maart 2017 kwamen 4 duizend asielzoekers en 5,3 duizend nareizigers naar Nederland.

In 2016 reisde een op de vijf minderjarige asielzoekers alleen. De meerderheid kwam uit Eritrea.

Feiten en cijfers over logistiek en grensoverschrijdende arbeid in Venlo en Noord-Limburg.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de gemeente Venlo gaan gezamenlijk regionale en lokale data verzamelen

Achtergrondartikel in Bevolkinsgtrends over “Gerapporteerde spanningen in de samenleving en eigen ervaringen daarmee”

De leerlingendaling in het basisonderwijs zet de komende jaren door in het voortgezet onderwijs

De periode-levensverwachting als maat voor de sterfte, de cohort-levensverwachting als maat voor de levensduur.

In 2016 waren 970 duizend vrouwen hoger opgeleid dan hun partner.

Hoger opgeleiden tellen het laagste aandeel alleenstaande moeders. Het verschil met lager opgeleide vrouwen groeit.

Relatief meer mannen dan vrouwen blijven kinderloos. Mannen met een lagere opleiding hebben vaker geen kinderen

Schatten van hoogst behaalde opleiding voor de Nederlandse virtuele volkstelling.

De arbeidsmarkten van Nederland en Vlaanderen zijn deels met elkaar vervlochten.

In de winter 2016/’2017 zijn tot nu toe meer mensen overleden dan in dezelfde periode vorig jaar, vooral 80-plussers

Factsheet Arbeidsmarkt grensregio Nederland-Vlaanderen

Cijfers over de bevolkingssamenstelling, de arbeidsdeelname, het soort werk en banenstructuur in de grensregio’s.

Van de jonge asielmigranten uit 1995-1999, zat 39% in het 3e schooljaar van het voortgezet onderwijs in havo of vwo

In januari 2017 kwamen er vooral minder nareizende gezinsleden, het aantal asielzoekers was ook lager dan in december.

Is er sprake van een tweedeling tussen Nederlanders met een Nederlandse en een migratieachtergrond?

In dit artikel wordt een schatting gegeven van de gewoonlijk in Nederland verblijvende bevolking.

Het electoraat vergrijst. Een kwart van de stemgerechtigden bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 is 65-plus.

Hoe verschilt het stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 naar leeftijd, opleiding en achtergrond

De Nederlandse bevolking heeft meer auto’s en legt meer kilometers af dan tien jaar geleden.

Bijna alle volwassenen met de Nederlandse nationaliteit mogen stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Hoe beïnvloedt de arbeidsmarkt de verschillen tussen stad en platteland?

De relatie tussen het hebben van betaald werk en de snelheid van naturalisatie voor verschillende migrantengroepen.

Is er sprake van een tweedeling tussen jong en oud? En was dat vroeger ook al zo?

In 2014 en 2015 zijn meer mensen uit Bulgarije en Roemenië in Nederland komen werken

Ruim de helft van de kinderen die in 2016 als asielzoeker of nareiziger naar Nederland kwam, was Syriër.

Urban Data Center voor regio Groningen

Feiten en cijfers over Groningen, overhandigd tijdens de openingen van het UDC/Groningen regio.

Terwijl de bevolking in omliggende gemeenten krimpt, groeit deze in Groningen (stad). Vooral meer jongeren.

Nederland telt per 1 januari 2017 bijna 17,1 miljoen inwoners, ruim 110 duizend inwoners meer dan een jaar geleden.

Gemengd samenwonen verschilt sterk per migratieachtergrond

Inwoners met een migratieachtergrond bouwen hogere aanspraken op de AOW op.

De vier grote steden kregen er in 2016 de meeste inwoners bij, vooral door veel baby’s en immigratie

Vorig jaar groeide de Nederlandse bevolking relatief hard.

Van juli tot en met oktober 2016 verhuisden 46 duizend 17- tot 22-jarigen naar een andere gemeente in Nederland.

Nederland telde in 2016 ongeveer 31 duizend daklozen (18 tot 65 jaar). Er waren meer jongere en niet-westerse daklozen.

artikel gastanalist hoe gaat het met de integratie in Nederland?

Nog altijd willen de meeste twintigers trouwen. Een belangrijke reden die mannen noemen: omdat hun partners dat willen

De bevolking van Bonaire is tussen begin 2011 en 2016 met ruim 20 procent gegroeid tot 19,4 duizend inwoners.

Op Saba groeide de bevolking tussen begin 2011 en begin 2016 met 6 procent tot 1,9 duizend inwoners.

Sint-Eustatius telde 3,2 duizend inwoners aan het begin van 2016.

De verwachte ontwikkeling van de Nederlandse bevolking tussen 2016 en 2060

In 2040 zal Nederland naar verwachting 3,9 miljoen inwoners in de AOW-gerechtigde leeftijd tellen.

CBS-jaaroverzicht 2016

In 2015 was 40 procent van de 450 door de VN uitgenodigde vluchtelingen Syriër.

In november 2016 kwamen er meer nareizende gezinsleden, vooral Syriërs, en iets minder asielzoekers dan in oktober.

95 procent van de inwoners heeft de Nederlandse nationaliteit. In 2015 zijn 22 duizend mensen genaturaliseerd.

Sinds 1995 is het percentage werkenden en de woningwaarde in de Bijlmer gestegen, maar minder snel dan in Amsterdam.

Mannen die in 2015 vader werden waren gemiddeld 34,1 jaar oud. Meer baby’s hebben een oudere vader.

Vrouwen maken op steeds jongere leeftijd een relatiebreuk mee, na ongehuwd of gehuwd met hun partner te hebben gewoond

Factsheet Heerlen voor de opening van het Urban Data Center Heerlen (UDC)

Nieuwsbericht CBS en Gemeente Heerlen starten Urban Data Center

Wie maken er deel uit van de derde generatie en hoeveel zijn het er?

Afbakening van eerste en tweede generatie, en niet-westers en westers van inwoners met migratieachtergrond

Inwoners met verschillende migratieachtergronden wonen ongelijk verdeeld over Nederland

Inwoners met migratie- en Nederlandse achtergrond: verschillen en overeenkomsten in het Jaarrapport Integratie 2016

Er zijn grote verschillen in arbeidsparticipatie tussen buurten in Eindhoven.

Onderzoek naar de arbeidsmarkten in de grensregio Nederland-Nedersaksen

De belangrijkste feiten over de arbeidsmarkt in de grensregio staan bij elkaar in deze factsheet.

De grens tussen Nederland en Duitsland ook wat arbeidsmarkt betreft een duidelijke scheiding.

In oktober 2016 kwamen 3,5 duizend asielzoekers en nareizigers, van wie 390 uit Marokko en 270 uit Algerije

In Nederland woonden op 1 januari 2016 ruim 46 duizend Britten.

Al 88 duizend inwoners erbij in eerste 9 maanden

Verschillen de Europese landen in de mate van sociaal kapitaal?

Het aantal emigranten van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk is gestegen naar 10,5 duizend in 2015.

In september 2016 kwamen er 3 duizend asielzoekers, iets meer dan in augustus en 5,4 duizend minder dan een jaar eerder

Baby’s hebben steeds vaker een moeder van 35 jaar of ouder.

Syriërs die inwoner van Nederland zijn wonen verspreid over het land. De immigratie volgt op de asielverzoeken.

In 2015 werden 2,7 duizend tweelingen en 43 drielingen geboren, steeds minder na ivf

Factsheet met informatie over de demografische en sociaal-economische situatie van Eindhoven.

Aantal leerlingen op de basisschool blijft dalen, maar niet overal.

De koopkracht van de Nederlandse bevolking is in 2015 met 1,1 procent toegenomen.

Zowel de ochtend- als de avondspits bestond in 2014 voor ruim de helft uit werkenden

In augustus 2016 zijn 2 385 asielzoekers en nareizigers geregistreerd. Tot nu toe kwamen er dit jaar 16,2 duizend

Video over verstedelijking en de regionale verschillen hierin

De Regionale prognose geeft een beeld van de ontwikkeling van bevolking en huishoudens per gemeente.

Tot 2040 nemen de verschillen in Nederland toe: verdere groei in de steden, krimp in de kleine gemeenten aan de randen

In 2015 kwamen er 56 duizend nieuwe huishoudens bij. Hiervan kwamen er 23 duizend bij in en rond de vier grote steden.

In bijna 28 procent van de particulieren huishoudens op Urk wonen 5 personen of meer.

De meeste mensen in Nederland zijn gelukkig en tevreden met het leven dat zij leiden.

In Friesland zijn er relatief veel krimpgemeenten (15 van de 24).

Vinex-stellen gaan minder vaak uit elkaar dan gemiddeld.

Wat vonden Nederlanders in 2010 en 2014 de belangrijkste problemen in ons land?

De bevolkingsgroei in de 1e helft van 2016 was relatief hoog. Migratie droeg vooral bij aan de groei van het inwonertal.

Sint-Eustatius telde op 1 januari 2016 minder inwoners dan in 2015, Bonaire en Saba meer

Debat over de gevolgen van verstedelijking en toenemende contrasten

Nederland telt vanaf 1-1-2016 390 gemeenten, drie minder dan vorig jaar.

De gemiddelde leeftijd waarop jongeren het ouderlijk huis verlaten is gestegen tot 24,6 jaar in 2016.

Nederland is de afgelopen jaren aan de randen sterk vergrijsd terwijl stedelijke regio’s relatief jong zijn gebleven.

Tussen 1995 en 2016 zijn stedelijke regio’s relatief jong gebleven terwijl de randen van Nederland sterk vergrijsden.

In 2015 overleden 8 duizend meer mensen dan in 2014. Grootste bijdrage leveren dementie en COPD.

In Vinex-wijken wonen veel gezinnen met kinderen en mensen met een hoog inkomen en hebben de huizen een hoge WOZ-waarde.

In 2015 woonde 18% van de kinderen niet bij hun vader, in 1996 13%. Weinig kinderen wonen alleen met hun vader.

Huishoudensprognose CBS: het aantal huishoudens neemt toe van de huidige 7,7 miljoen tot 8,6 miljoen in 2060.

Het aantal huishoudens groeit volgens de huishoudensprognose van 7,7 miljoen in 2015 naar 8 miljoen in 2020.

Sinds begin mei 2016 telt Nederland ruim 150 duizend inwoners van Poolse herkomst. Dat aantal stijgt al sinds 1996.

In 2015 werden bijna 13 duizend geregistreerd partnerschap gesloten, 2,5 duizend meer dan een jaar eerder.

Interactieve kaart die de bevolkingsontwikkeling per gemeente laat zien.

Podcast over verstedelijking, in het bijzonder over de bevolkingskrimp in Heerlen.

Interactieve kaart die het aandeel hoge en lage inkomens per gemeente laat zien.

Jonge gezinnen verhuizen weer vaker uit de grote stad. Waar gaan deze gezinnen wonen?

65-jarigen leven gemiddeld nog 19,7 jaar, deze levensverwachting in 2015 is 5 jaar hoger dan in 1956, toen de AOW inging

Meningen van jongeren over taakverdelingen tussen mannen en vrouwen

In een toekomstig gezin met jonge kinderen wil 3 procent van de meisjes en 34 procent van de jongens fulltime werken.

Baby’s hebben steeds vaker ongehuwde ouders, in 2015 was dat 44%. Meestal heeft de vader het kind erkend.

De immigratie van Syriërs loopt sinds eind 2015 op, en volgt op de toestroom van asielzoekers en nareizigers in 2015.

Er komen meer boemerangkinderen. Kwart van kinderen die in 2009 uit huis gingen keerde tijdelijk terug binnen 5 jaar.

Vergeleken met andere EU-landen komt een groot deel de Nederlandse bevolkingsgroei door natuurlijke aanwas.

58% van de alleenstaande jonge ouders woont binnen 5 km van hun moeder. Vier op de tien wonen dicht bij oudere moeder.

Mening van jongeren over alcoholgebruik en leeftijdsgrens alcoholgebruik

In maart waren er meer eerste asielverzoeken van Albanezen dan van Syriërs.

De gemeente Laren heeft met 31 procent, het grootste aandeel 65-plus inwoners.

Nederland telt relatief weinig tienermoeders.

In 2015 registreerde Nederland 2,5 eerste asielverzoeken per 1 000 inwoners, gelijk aan het gemiddelde voor de hele EU.

Het Bulletin van deze week bevat gegevens over: Bevolking en Prijzen.

Op 1 april is het vijftien jaar geleden dat het eerste homohuwelijk in Nederland werd gesloten.

Naar verwachting zal rond 21 maart 2016 het inwonertal van Nederland boven de 17 miljoen uitkomen.

Het aantal daklozen met een niet-westerse herkomst is tussen 2009 en 2015 verdubbeld. De toename van het aantal autochtone daklozen was in die periode minder groot. De meeste daklozen verblijven in de grote steden.

Op 29 februari 2016 zijn bijna 11 duizend mensen jarig. Op deze schrikkeldag kunnen 473 kinderen die vier jaar geleden werden geboren, voor het eerst hun verjaardag vieren. Vier van hen worden 100 jaar. In een schrikkeljaar worden er op de 29e iets minder kinderen geboren dan op een vergelijkbare weekdag in februari. Schrikkeldag blijkt ook een populaire trouwdag in februari te zijn. Op schrikkeldag worden tweeënhalf keer zoveel huwelijken gesloten als gemiddeld op die weekdag in februari.

Vanaf de eerste week van december 2015 tot en met de tweede week van februari van 2016 zijn 32,5 duizend personen overleden. Dat zijn minder sterfgevallen dan in dezelfde periode in de winter van vorig jaar. Vooral onder 80-plussers was de sterfte lager.

In 2015 verhuisden meer mensen uit de grote steden naar elders in Nederland. Vaak naar dichtbijgelegen gemeenten. Grote steden groeiden vooral door immigratie.

Dit artikel is een eerste verkenning van de relaties van Poolse migranten in Nederland met hun ouders die in Polen wonen. Om de familierelaties in kaart te brengen is gebruik gemaakt van een grootschalige enquête onder Polen in Nederland: Families van Polen in Nederland (FPN). Naast het beschrijven van de achtergrondkenmerken van de populatie, beschrijft dit artikel verschillende types familierelaties die Poolse migranten met hun in Polen wonende moeders hebben.(Auteurs: Kasia Karpinska en Jeroen Ooijevaar)

In 2014 en 2015 zijn 29 duizend Syriërs ingeschreven bij een Nederlandse gemeente. Vergeleken met andere recent ingeschreven immigranten vormen zij een jonge bevolkingsgroep, die vaak in gezinsverband woont. Bijna 40 procent van de recent ingeschreven Syriërs is jonger dan 18 jaar. Bij alle allochtone immigranten in deze periode is dat gemiddeld maar 17 procent. Van de Eritreërs is bijna een kwart minderjarig, van de Ethiopiërs slechts 5 procent.

In 2015 daalde in ruim een kwart van de gemeenten het inwonertal. In 2014 gold dat nog voor bijna 4 op de 10 gemeenten. Vooral in gemeenten in de meer landelijke gebieden aan de randen van ons land daalde het aantal inwoners. In bijna de helft van de gemeenten overleden er meer mensen dan dat er kinderen werden geboren. De krimp door natuurlijke aanwas wordt in veel gemeenten ten dele gecompenseerd door de 203 duizend immigranten die in 2015 naar Nederland kwamen. Dit effect is met name opvallend in de minder stedelijke gemeenten, waar zonder migratie sprake zou zijn geweest van krimp.

De Nederlandse bevolking is in 2015 met 79 duizend personen toegenomen tot 16,9 miljoen inwoners. De groei kwam vooral door het migratiesaldo van 56 duizend. Door een combinatie van hoge sterfte en weinig geboorten was het geboorteoverschot met 23 duizend juist laag.

De levensverwachting van jongetjes in Nederland is 79,9 jaar (2014). In de EU hebben alleen de mannen in Zweden, Italië en Spanje een betere verwachting. Nederlandse meisjes kunnen 83,3 jaren tegemoet zien. Zij bereiken daarmee nog niet de verwachte ouderdom van het gemiddelde Europese meisje.

De helft van de Nederlanders vindt dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg voor hun ouders. Vooral jongeren zijn van mening dat volwassen kinderen voor hun ouders moeten zorgen als dat nodig is. Het zijn echter vooral 45-plussers die daadwerkelijk te maken krijgen met ouders of schoonouders die hulp nodig hebben.

Voor de meeste mensen is hulp en steun tussen ouders en kinderen niet altijd vanzelfsprekend. Vooral als de hulp die gegeven moet worden sterk ingrijpt in het leven van de gever, is een kleiner aandeel het ermee eens dat ouders en kinderen deze hulp voor elkaar over moeten hebben. Van degenen die hun ouders nog hebben, geeft zo'n 40 procent hulp. Ruim de helft van de mensen met volwassen kinderen ondersteunt hun kinderen. Vaak is dit bij de opvang en verzorging van de kleinkinderen.

De bevolkingsopbouw van de jongste provincie Flevoland gaat steeds meer op die van de overige provincies lijken. Nog steeds wonen er relatief meer kinderen en minder ouderen, maar de verschillen met de rest van Nederland zijn kleiner geworden.

Tussen 2010 en 2014 verhuisden 3,4 duizend inwoners van het Europese deel van Nederland naar een van de drie eilanden van Caribisch Nederland. Andersom verruilden 2,5 duizend mensen Caribisch Nederland voor het vaste land van het Nederlands Koninkrijk. Per saldo vestigden meer mensen zich vanuit Europees Nederland op Bonaire, Saba of Sint-Eustatius dan omgekeerd.

Allochtonen uit EU-landen vormen vooral langs de grenzen en in de grote steden een aanzienlijk deel van de bevolking. De gemeente Vaals telde het hoogste aandeel (41 procent), Urk het laagste (1 procent).

De kernprognose 2015–2060 beschrijft de verwachte ontwikkeling van de Nederlandse bevolking tussen 2015 en 2060. Deze prognose is een update van de Bevolkingsprognose 2014–2060, die in december 2014 werd gepubliceerd. In de kernprognose zijn de veronderstellingen voor kindertal, migratie en sterfte geactualiseerd. Voor de korte termijn is er in elk van deze componenten een aanzienlijke bijstelling, omdat de immigratie, de geboorten en de sterfte zich in 2015 beduidend anders ontwikkelden dan was voorzien. Door de sterk gestegen asielmigratie wordt in de eerste prognosejaren een aanzienlijk sterkere bevolkingsgroei verwacht. (Auteurs: Coen van Duin, Lenny Stoeldraijer, Han Nicolaas, Jeroen Ooijevaar, Arno Sprangers)

Volgens de huishoudensprognose 2016-2060 zal het aantal alleenwonende 80-plussers over 25 jaar zijn verdubbeld tot 750 duizend. Er komen ook meer andere huishoudens bij, maar de sterkste groei zit in het aantal eenpersoonshuishoudens van ouderen. Ook al vlakt de groei af, toch telt Nederland in 2040 met 8,5 miljoen bijna 870 duizend huishoudens meer dan begin 2015.

Volgens de bevolkingsprognose zal de Nederlandse bevolking in 2016 naar verwachting met ruim 110 duizend inwoners toenemen. De groei komt vooral door migratie. Er worden volgend jaar 240 duizend immigranten verwacht, van wie 70 duizend asielmigranten. Ook de komende jaren zal de immigratie hoog blijven.

Hoewel de bevolking van Nederland in de afgelopen twintig jaar gegroeid is, kregen gedurende deze periode steeds meer deelgebieden te maken met bevolkingskrimp.Veel stedelijke gebieden blijven groeien, terwijl in de landelijke gebieden de bevolkingsaantallen vaker teruglopen. Verhuispatronen van jongvolwassenen spelen daarbij een belangrijke rol.(Auteur: Niels Kooiman)

Nederland telde in 2014 bijna anderhalf keer zoveel migranten uit de EU-landen als in 2007. De meesten kwamen uit Polen, gevolgd door Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Dit beeld is sinds 2010 niet veranderd.

Tussen juli en oktober zijn er 15 procent minder jongeren verhuisd dan in dezelfde periode in 2014. In overige leeftijdsgroepen gingen er juist meer mensen naar een andere woonplaats. Alle universiteitssteden kregen er minder jonge inwoners bij. De daling bij 18- jarigen was het sterkst.

Sinds 2010 is het aantal huwelijken gedaald. In 2014 trouwden ruim 65 duizend paren, iets meer dan in 2013. Het aantal geregistreerde partnerschappen schommelt al sinds 2010 rond de 10 duizend. Onder alle leeftijdsgroepen is het aantal huwelijken sinds 2009 afgenomen, behalve onder 50-plussers. De gemiddelde leeftijd op het moment van trouwen is in tien jaar tijd met anderhalf jaar toe genomen.

Bijna de helft van alle personen van Surinaamse herkomst in Nederland is ook hier geboren. Meestal zijn dit kinderen van Surinamers die in de jaren ’70 naar Nederland migreerden.

Het aantal kinderen tot 12 jaar is de laatste tien jaar gedaald naar 2,2 miljoen in 2015. In Urk wonen relatief de meeste kinderen.

In de eerste negen maanden van 2015 zijn er minder kinderen geboren dan in dezelfde periode vorig jaar. Na een kortstondige opleving in 2014 daalt het geboortecijfer daarmee opnieuw.

In 2015 vierden 43,6 duizend echtparen hun vijftigjarige (gouden) huwelijksjubileum. 9,6 duizend paren bereikten met zestig jaar de status van diamant, en 170 bereikten zelfs het platina na zeventig jaar huwelijk.

Het schoolniveau van 15-jarige kinderen is lager wanneer ze opgroeien in een gezin waar niet beide ouders deel van uitmaken. Dit verband is sterker wanneer de scheiding of het overlijden van een ouder op jongere leeftijd van het kind plaatsvindt.

Van de in Nederland aanwezige Syriërs maakten er op 1 oktober 37 duizend officieel deel uit van de Nederlandse bevolking, omdat ze ingeschreven zijn als inwoner van een gemeente. In 2015 groeide het aantal ingeschreven Syriërs met 14,2 duizend, tegenover een groei van 8,6 duizend in 2014. Dat meldt CBS.

In bijna twintig jaar tijd is het aandeel 15-jarigen dat bij beide ouders woont gedaald van 80 tot 71 procent. Het aandeel 15-jarigen van Surinaamse herkomst dat bij beide ouders woont is tussen 1996 en 2015 juist met een kwart gestegen.

De taakverdeling in de opvoeding is In meer dan de helft van de gezinnen evenwichtig. Maar in de gevallen waar slechts één van de ouders zo'n taak op zich neemt, is het vaak de moeder die dat doet. Dat gebeurt ook als vader én moeder evenveel betaald werken.

Ruben van Gaalen is per 1 oktober 2015 benoemd tot bijzonder hoogleraar Registeranalyses van Levensloopdynamiek aan de UvA.

Het aantal echtscheidingen is in 2014 gestegen naar ruim 35 duizend, 5 procent meer dan in 2013. De in 2014 ontbonden huwelijken hadden gemiddeld bijna 15 jaar geduurd, een jaar langer dan tien jaar eerder. Ook de gemiddelde leeftijd waarop mensen uit elkaar gaan is gestegen.

Er komen nog steeds veel immigranten uit Polen. Meer Turken verlaten het land dan dat er Turken naar Nederland komen. De migratie vanuit Syrië is het sterkst gegroeid.

Niet iedereen die een partner heeft, woont daar ook mee samen. Van de volwassen Nederlanders heeft ongeveer 7 procent een dergelijke latrelatie. Dit aandeel is in de afgelopen tien jaar vrijwel gelijk gebleven. Ongeveer driekwart van de latters wil in de toekomst met de huidige partner samenwonen of trouwen, een kwart wil dat niet. (Auteurs: Kasper Otten, Saskia te Riele)

8 procent van de Nederlanders met een relatie woont niet samen. Een kwart hiervan wil ook in de toekomst een latrelatie. Waarom willen ze dat?

De Nederlandse bevolking is in de eerste helft van 2015 minder sterk gegroeid dan in dezelfde periode vorig jaar.

Van alle inwoners met de Nederlandse nationaliteit hebben er 1,3 miljoen ook een andere nationaliteit. Dat bleek bij de laatste meting op 1 januari 2014. Sindsdien wordt een tweede nationaliteit niet meer vastgelegd. In 2014 zijn 27 duizend mensen door naturalisatie Nederlander geworden.

Naturalisatie biedt bepaalde voordelen, zoals een permanente verblijfsstatus en de toegangtot banen. Echter, niet alle migranten naturaliseren vanaf het moment dat zij hiertoe in staat zijn, en sommige migranten kiezen nooit voor naturalisatie. Dit artikel beschrijft welke immigranten vooral naturaliseren en hun motivering. Zo blijkt dat een groter deel van de jonge immigranten naturaliseert dan ouderen. Tevens speelt de partner een belangrijke rol in de keuze om al dan niet te naturaliseren. Migranten met een Nederlandse partner hebben een grotere kans zelf ook te naturaliseren, terwijl dit voor migranten met een niet-Nederlandse partner juist omgekeerd is. Ook het herkomstland is relevant: migranten uit economisch minder ontwikkelde en politiek instabielere landen zijn meer geneigd te naturaliseren.(Auteurs: Floris Peters, Hans Schmeets, Maarten Vink)

Hoe wordt in ons land gedacht over het betalen van een eigen bijdrage voor een aantal uiteenlopende zorgkosten? Dit onderzoek laat zien dat volwassenen eerder voorstander zijn van een eigen bijdrage wanneer de zorgkosten het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl, zoals ziekenhuisbehandeling van jongeren bij overmatig alcoholgebruik en hulp bij het stoppen met roken. Andere zorgkosten, zoals psychische hulp, een totale bodyscan en een second opinion zouden daarentegen volgens de meerderheid volledig vergoed moeten worden.Mensen die gebruikmaken van bepaalde zorg of dit in de toekomst mogelijk gaan doen, zijn vaker voor het volledig vergoeden van de kosten van deze zorg. (Auteurs: Judit Arends en Rianne Kloosterman)

Het aantal mensen dat is verhuisd, lag in 2014 hoger dan in de vijf jaren hiervoor. In de eerste maanden van dit jaar zette deze stijgende lijn door. Eerst waren het de ongehuwde stellen, meestal twintigers en dertigers, die vaker verhuisden. Vervolgens namen gezinnen het stokje over.

Negen regio’s hadden in 2014 te maken met bevolkingskrimp. Dat zijn er zeven minder dan een jaar eerder. De omslag van krimp naar groei in die regio’s komt door de toegenomen immigratie van asielzoekers. Dit ondanks dat veel jongeren de krimpregio’s blijven inruilen voor steden.

Het aantal inwoners afkomstig uit een van de Midden- en Oost-Europese landen is in 2014 toegenomen van 160 duizend naar 177 duizend. Daarnaast zijn er naar schatting nog 75 duizend tijdelijke werknemers uit de MOE-landen in Nederland.

In ruim een op de tien huishoudens in Caribisch Nederland wonen naast het gezin ook andere familieleden. In Nederland komt dat nauwelijks voor. Bijna de helft van de huishoudens in Caribisch Nederland bestaat uit een persoon. Dat blijkt uit de huishoudensstatistiek over Caribisch Nederland.

Geboortes, sterfte, huwelijken en verhuizingen. Demografisch gezien staat Nederland allesbehalve stil. Elke dag is vol van demografische bedrijvigheid. CBS zet vandaag wat zaken op een rijtje, in een poging om een doodgewone dag in Nederland in cijfers te vatten.

Afgelopen winter zijn er meer mensen overleden dan in de winter van 2013/’14. Vooral de sterfte onder 80-plussers was hoger, ook in vergelijking met eerdere winters.

De religieuze betrokkenheid in Nederland is tussen 2010 en 2014 verder afgenomen. Nog maar een krappe meerderheid noemt zichzelf godsdienstig, en minder dan een op de vijf gaat regelmatig naar een religieuze dienst. Er zijn duidelijke verschillen tussen de provincieste zien, en de ontwikkelingen in religieuze betrokkenheid variëren naar geslacht, leeftijd, opleiding en herkomst.(Auteurs: Hans Schmeets en Carly van Mensvoort)

Het aandeel religieuzen in Nederland is in 2014 opnieuw gedaald, tot 51 procent. Onder niet-westerse allochtonen en ouderen is dit echter stabiel gebleven. In deze groepen is de meerderheid godsdienstig.

Vanaf de jaren 1980 heeft het CBS bijgehouden welke geboorteregelende middelen er in Nederland werden en worden gebruikt. Gegevens daarover kwamen vooral beschikbaar via het vijfjaarlijkse Onderzoek Gezinsvorming. Aan die reeks is inmiddels de nieuwe momentopname van 2013 toegevoegd. Dit artikel geeft in vogelvlucht een overzicht van de ontwikkelingen sinds 1988 en enkele achtergronden daarbij: wie gebruikt welke methode en hoelang maakt men daarvan gebruik? Verder komt aan de orde of Nederland, internationaal gezien, nog steeds behoort tot de groep van ‘perfect geboorteregelende landen’. (Auteurs: Arie de Graaf [CBS] en Gijs Beets [NIDI])

Van de risicofactoren die bijdragen aan de ziektelast in Nederland zijn roken en ernstig overgewicht de belangrijkste. De meeste mensen zijn het erover eens dat de overheid een taak heeft bij het voorlichten van de bevolking over de schadelijkheid van roken en overgewicht en het bevorderen van een gezonde leefstijl. Zij zijn bijvoorbeeld voor het nemen van maatregelen om roken duurder te maken en het roken in cafés te verbieden. Betalen voor hulp aan mensen die willen stoppen met roken of voor begeleiding van mensen met overgewicht vinden de meesten daarentegen geen taak van de overheid. (Auteurs: Kim Knoops en Linda Moonen)

15 jaar na de vuurwerkramp in de Enschedese wijk Roombeek-Roomveldje op 13 mei 2000 wordt deze buurt vooral bewoond door mensen die er voor de ramp nog niet woonden. Vier op de vijf bewoners zijn er pas na de ramp komen wonen.

Er is emigratie over relatief lange afstand, en emigratie die nauwelijks meer behelst dan een binnenlandse verhuizing. Dergelijke semigraties vinden plaats over korte afstand en hebben dan ook weinig impact op het dagelijkse leven van de betrokkenen. Dat de grens tussen verhuizen en emigreren zeer dun kan zijn, is goed te illustreren met het voorbeeld van Eurode, een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse gemeente Kerkrade en de Duitse stad Herzogenrath. (Auteurs: Jeroen Ooijevaar [CBS] en Roel Jennissen [WODC])

Veel Nederlanders maken gebruik van vrij verkeer van personen in Europa: begin 2011 woonden bijna een half miljoen Nederlanders in andere Europese landen.

Van de huidige bevolking heeft bijna 12 procent de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Bijna twee derde van deze groep was destijds vijf jaar of ouder. Het aandeel 70-plussers per gemeente loopt uiteen van 6 tot 20 procent.

Bijna vier op de tien kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwamen terecht in een eenouderhuishouden, doorgaans bij een alleenstaande moeder. Dat geldt ook voor de levendgeborenen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst.

Ondanks de toegenomen zorguitgaven en hogere zorgpremie is de solidariteit in de gezondheidszorg sinds 2010 niet veranderd. Ouderen, mensen met een niet zo goede gezondheid en mensen die erfelijk belast zijn, kunnen nog altijd op een grote solidariteit vanuit de samenleving rekenen. Daarentegen vindt ruim de helft van de volwassenen dat rokers en mensen die veel alcohol drinken een hogere zorgpremie zouden moeten betalen. Ook is de meerderheid voorstander van een hogere premie voor hoge inkomens, en een lagere premie voor lage inkomens. (Auteur: Rianne Kloosterman)

Ruim de helft van de volwassen Nederlanders vindt dat mensen met een hoog inkomen meer zorgpremie zouden moeten betalen. Solidariteit met kwetsbare groepen is er ook: groepen met een hoger gezondheidsrisico, zoals ouderen en mensen met een minder goede gezondheid, zouden volgens een groot deel van de bevolking geen hogere zorgpremie moeten betalen.

Ongeveer negen op de tien Nederlanders zijn gelukkig. Dat geluksgevoel hangt onder andere samen met het hebben van veel vrienden en kennissen, de inzet als vrijwilliger en met vertrouwen in de medemens, de politie en de politiek. In dit artikel wordt nagegaan welke rol het sociaal kapitaal speelt bij de verklaring van ervaren geluk in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. (auteurs: Hans Schmeets en Willem Gielen)

De tot 2060 voorziene aantallen buitenlandse migranten zijn in de CBS Bevolkingsprognose 2014–2060 hoger dan in de vorige prognose, uit 2012. Voor de korte termijn wordt een aanmerkelijk hoger vestigingsoverschot verwacht, voor de lange termijn een iets lager overschot. Gemiddeld wordt over de hele periode tot 2060 een vestigingsoverschot van 20 duizend migranten voorzien, duizend hoger dan volgens de vorige prognose. Dit artikel beschrijft in detail de gebruikte veronderstellingen voor de buitenlandse migratie.(Auteurs: Coen van Duin, Lenny Stoeldraijer en Jeroen Ooijevaar)

Bijna 15 procent van alle minderjarigen woonde in 2014 in een eenoudergezin. De gezinnen waarin kinderen opgroeien zijn de afgelopen 15 jaar veranderd. Er wonen meer 0- tot 18-jarigen in een eenoudergezin en ook hebben kinderen steeds vaker ouders die niet getrouwd zijn.

De mate waarin mensen meedoen met de samenleving en vertrouwen hebben in de samenleving verschilt tussen de provincies. Hoe verhouden deze bevindingen zich ten opzichte ten opzichte van onze buurlanden? Zijn in België en Duitsland ook regionale verschillen te zien? En wat gebeurt er in de grensregio’s? Met cijfers uit het European Social Survey 2012 (ESS 2012) is dit onderzocht. (Auteurs: Hans Schmeets en Willem Gielen)

Tegenwoordig settelen twintigers zich op latere leeftijd dan tien jaar geleden. Deze "flexgeneratie" volgt langer onderwijs, komt op latere leeftijd op de arbeidsmarkt en kiest ook later voor vastigheid in hun liefdesleven. De minst gesettelde groep twintigers, die onderwijs volgt en geen vaste relatie heeft, is in 2014 meer dan twee keer zo groot als de meest gesettelde groep met een vaste baan en een vaste relatie. Tien jaar geleden waren beide groepen bijna even groot. Dit presenteert het CBS vandaag in de publicatie over twintigers oftewel Generatie Flex.

Begin 2013 waren ruim 25 duizend mensen dakloos. Van de daklozen verblijft 39 procent in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Een op de vijf daklozen is een vrouw. Dakloze vrouwen zijn relatief vaak tussen 18 en 30 jaar en leven relatief vaak in een van de 4 grote steden.

Het krijgen van kinderen wordt steeds nauwkeuriger gepland. Hoewel kinderen de wens zijn van velen, lukt het niet iedereen om ze te krijgen, om diverse redenen. Onvrijwillige onvruchtbaarheid hindert meer dan 10 procent van de vrouwen tussen 35 en 42 jaar. Veel laagopgeleiden hebben moeite om een geschikte partner te vinden, of hebben te weinig geld om aan kinderen te beginnen. Vrouwen verwachten dat het moederschap hun kansen op de arbeidsmarkt zal verminderen. (Auteurs: Niels Kooiman, Lenny Stoeldraijer)

Vooral vrouwen, jongeren en hoogopgeleiden verwachten dat hun kansen op de arbeidsmarkt nadelig zullen veranderen als zij een kind zouden krijgen. Ook mannen denken dat het ouderschap veel meer effect heeft op de arbeidskansen van vrouwen dan van henzelf.

In Nederland worden jaarlijks per 100 meisjes 105 jongetjes geboren. Dit `mannenoverschot` is bij jongvolwassenen nog steeds terug te zien: in Nederland zijn meer 20- tot 25-jarige mannen dan vrouwen. In de vier grootste steden van het land daarentegen is het anders. Daar wonen anno 2014 meer jonge vrouwen dan jonge mannen. In Utrecht wonen zelfs 138 jonge vrouwen op 100 jonge mannen.

Sinds 2008 is niet alleen het aantal autochtone emigranten gedaald, ook het aandeel autochtonen dat plannen heeft om te emigreren is afgenomen. Degenen die weg willen uit Nederland noemen vaker werk als belangrijkste reden.

Iedereen die in Nederland woont en 12 jaar of ouder is, kan zich laten registreren in het donorregister. Hiermee wordt diens besluit met betrekking tot orgaan- en weefseldonatie vastgelegd voor nabestaanden, artsen en verpleegkundigen. Registratie is echter niet verplicht. Wie heeft zich (ooit) laten registreren en wat was het besluit? In welke mate verschillen bevolkingsgroepen in deze registratie? En wat zijn de redenen om zich niet in te schrijven in het donorregister?

In 2014 is het groeitempo van de Nederlandse bevolking weer toegenomen. Vorig jaar kwamen er bijna 73 duizend personen bij. De immigratie is verder opgelopen tot 181 duizend, een record. Het aantal mensen dat Nederland verliet is ongeveer gelijk gebleven. Daarnaast nam het aantal geboorten voor het eerst in vijf jaar weer toe.

In 2014 vroegen bijna 24 duizend mensen asiel aan in Nederland. Dit is 66 procent meer dan in 2013 en het hoogste aantal sinds 2002. Het aantal van 2014 ligt echter nog ruim onder het niveau van de jaren 90.

Niet alle alleenstaanden zijn ook single: ruim twintig procent van de volwassen alleenstaanden of alleenstaande ouders woont niet samen, maar heeft wel een partner. Jongeren hebben vaker zo’n lat-relatie dan ouderen. Zij willen in de toekomst meestal met deze partner gaan samenwonen of trouwen. Oudere alleenstaanden, vooral vrouwen, willen dat veel minder vaak.

In 2012 en 2013 heeft 58 procent vertrouwen in de medemens. Bijna zeven op de tien burgers hebben in beide jaren vertrouwen in rechters en politie. Het vertrouwen in het leger is tussen 2012 en 2013 met drie procentpunt gestegen naar 62 procent. Het vertrouwen in andere instituties is minder groot en gedaald, bijvoorbeeld het vertrouwen in kerken, ambtenaren, de Tweede Kamer, de Europese Unie, banken en grote bedrijven. Vooral opleidingsniveau en leeftijd zijn relevant voor de mate van vertrouwen. (Auteurs: Judit Arends en Hans Schmeets)

Op de achtste editie van de Big Improvement Day, op de derde dinsdag van januari, presenteert CBS een samenhangend beeld van de situatie in Nederland op basis van CBS-cijfers en toegespitst op het thema vertrouwen. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen en hoofddemograaf Jan Latten presenteren samen de ‘Stand van het land’ waarbij ze economische en sociaal-demografische trends in kaart brengen.

De Nederlandse bevolking zal de komende decennia blijven groeien, tot 18,1 miljoen inwoners in 2060.

Volgens de nieuwe bevolkingsprognose van het CBS groeit de Nederlandse bevolking nog door tot 18 miljoen inwoners rond 2044, waarna de groei sterk vertraagt. Internationale migratie speelt een belangrijke rol bij de toekomstige bevolkingsgroei. Nederland telt in de toekomst meer ouderen en allochtonen. (Auteurs: Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer)

Volgens het regeerakkoord wordt de ontwikkeling van de AOW-leeftijd vanaf 2022 gekoppeld aan de toename van de levensduur.

De bevolking van Nederland groeide in 2013 met 0,3 procent tot 16 779 575 inwoners. Niet elke gemeente groeide. In bijna de helft van de gemeenten daalde het inwonertal.

In 2013 hebben 1 854 inwoners van Nederland een einde aan hun leven gemaakt, 101 meer dan in 2012. Het aantal zelfdodingen steeg voor het zesde achtereenvolgende jaar. Desondanks ligt het zelfdodingscijfer in ons land een stuk lager dan in de landen om ons heen. Dit maakt het CBS vandaag bekend.

Nederland kent een hoge mate van participatie en vertrouwen in de samenleving. Er zijn wel verschillen tussen de provincies. Zo is in Limburg het vertrouwen in instituten en in de medemens over het algemeen lager dan in andere provincies, vooral vergeleken met Utrecht, Friesland en Zeeland. Dat ligt niet aan de verschillen in bevolkingssamenstelling. (Auteur: Hans Schmeets)

Rapportage en tabellenset over de kwaliteit van Basisregistraties aan de hand van 19 indicatoren. De rapportage beschrijft de belangrijkste resultaten per indicator. De tabellenset bevat gedetailleerde informatie over de 19 indicatoren, uitgesplitst naar een aantal duidingsvariabelen. Opdrachtgever: STelsel Oplossingen en UitvoeringsTraject (STOUT) van de stichting ICTU (ICT uitvoeringsorganisatie).

In Nederland geboren jongeren van niet-westerse herkomst lopen sociaaleconomisch nog steeds achter op autochtone jongeren.

De traditionele tellingen eindigden voor Nederland in 1971, toen voor de laatste keer geteld werd op basis van vragenlijsten ingevuld door alle huishoudens.

Per 1 oktober 2014 telde Nederland bijna 2,2 duizend inwoners van 100 jaar of ouder, ruim tweemaal zoveel als op 1 januari 2000. Tot 2025 is opnieuw een verdubbeling van het aantal eeuwelingen te verwachten.

In dit artikel zal voor de vier grootste niet-westerse minderheidsgroepen in Nederland, te weten personen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst, nagegaan worden welke factoren bijdragen aan hun geluk. (Auteurs: Karolijne van der Houwen en Linda Moonen)

Met nieuwe, regionaal gedetailleerde, cijfers die in de periode 2010–2013 zijn verzameld, wordt een begin gemaakt om de witte vlekken in de religieuze kaart in te kleuren. Ingegaan wordt op de kerkelijke gezindte en het bijwonen van religieuze diensten in provincies en gemeenten. In sommige regionale gebieden is de religieuze betrokkenheid sterker verminderd dan in andere. (Auteur Hans Schmeets)

Het aantal tieners in Nederland zal de komende tien jaar naar verwachting met 160 duizend afnemen. Dat signaleert het CBS in de bevolkingsprognose. In 2025 zouden er dan bijna 1,9 miljoen 10- tot 20-jarigen in ons land wonen.

Nederlanders leven steeds langer, maar niet langer in een volledig goede gezondheid. Het aantal jaren met beperkingen neemt toe. Dat zijn vooral lichte beperkingen in horen, zien en mobiliteit. Het aantal jaren met ernstiger beperkingen neemt niet toe.

In de meeste gevallen volgen kinderen drie jaar na de basisschool het onderwijstype dat past bij de Cito-eindtoets. Maar relatief veel jongens volgen drie jaar later een lager onderwijstype, meisjes juist een hoger. Vooral jongens met laagopgeleide ouders doen het minder goed dan verwacht.

Van de verschillen in schoolprestaties tussen kinderen wordt 42 procent verklaard door verschillen tussen ouderlijk milieus. Bijna één derde hiervan wordt verklaard door de opleidingsniveaus van beide ouders. Daarnaast spelen het gezinsinkomen, echtscheiding van de ouders en de herkomstgroepering van het kind een kleine rol. (Auteurs: Ruben van Gaalen, Bart Bakker, Jan van der Laan, Sue Westerman en Sander Scholtus)

In 2019 is voor het eerst de helft van de volwassen bevolking van Nederland ouder dan 50 jaar. In vele gemeenten is nu al de helft van de bevolking de 50 gepasseerd.

Artikel in Demos, 30 juni 2014

Sinds de jaren ’50 is er veel veranderd in de verhouding tussen vrouwen en mannen in Nederland. Hoe verdelen vrouw en man werk, zorg en invloed?

In deze studie is een meetlat sociaal kapitaal ontwikkeld op basis van de gegevens uit het onderzoek Sociale samenhang en Welzijn dat in 2012 is uitgevoerd. De meetlat is gebaseerd op zeventien indicatoren over het ‘meedoen met’ en het ‘vertrouwen hebben in’ de samenleving. (Auteurs: Hans Schmeets en Jacqueline van Beuningen)

In de eerste helft van het jaar hebben zich meer mensen in Nederland gevestigd dan een jaar eerder.

Dit is een herziene versie van het artikel van 7 juli j.l. Daarin zaten enkele foutjes. In bijgaande herziene versie staan de correcte cijfers.

In dit artikel zijn combinaties van demografische gedragingen (samenwonen, huwen, scheiden, kinderen krijgen) van drie opeenvolgende geboortecohorten (1970, 1975 en 1980) 30-jarigen met elkaar vergeleken. Een algemene conclusie is dat er een verschuiving plaatsvindt van meer traditionelere leefsituaties naar steeds lossere partnerrelaties en gezinsverbanden. Maar dit geldt niet voor iedereen en hangt af van opleiding, het hebben van een baan en een inkomen. (Auteur: Ruben van Gaalen)

De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen is de afgelopen decennia sterk toegenomen. De gezinssituatie waarin meisjes opgroeiden is van invloed op de timing van het moederschap.

Rooms-katholieken en de protestantse groeperingen zijn gelukkiger dan onkerkelijken. En degenen die éénmaal per week of vaker naar de kerk gaan zijn gelukkiger dan mensen die zelden of nooit gaan. (Auteur: Moniek Coumans)

In 2013 zijn er 144 duizend huishoudens waarin een of meer volwassen kinderen samenwonen met een of beide ouders van 65 jaar of ouder. Samen een woning delen kan worden gezien als de uiterste vorm van zorgen voor elkaar. De meerderheid woont al lange tijd samen. Verder gaat het veel vaker om een zoon dan een dochter die de woning deelt met ouders en ligt het aandeel arbeidsongeschikten iets hoger dan gemiddeld.

Het aantal 40-plussers van wie één of beide ouders nog leven nam enorm toe de afgelopen tien jaar. Ondanks deze toename bleef het aantal huishoudens waarin volwassen kinderen met hun ouders op leeftijd samenwonen nagenoeg gelijk.

In 2012 waren jongeren gemiddeld 22,8 jaar oud bij het verlaten van het ouderlijk huis. Tien jaar daarvoor lag dat rond 22,4 jaar. De tendens om langer thuis te blijven wonen is vooral de laatste jaren versterkt: in twee jaar tijd steeg de gemiddelde leeftijd bij uit huisgaan met ruim 0,3 jaar. Dit patroon is sterker bij jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst. Het leeftijdspatroon bij uit huis gaan van jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst is meer op dat van autochtonen gaan lijken. (Auteur: Lenny Stoeldraijer)

Mensen die regelmatig sociale contacten hebben of deelnemen aan verenigingsactiviteiten, zijn vaker gelukkig dan anderen. Geen geïsoleerd gevoel, een vriendengroep en iemand in je leven die je echt begrijpt, zijn het sterkst gerelateerd aan geluk. Hoe sociale context en welzijn precies samenhangen, verschilt tussen mannen en vrouwen, tussen jongeren en ouderen en tussen hoog- en laagopgeleiden. (Auteurs: Jacqueline van Beuningen en Linda Moonen)

Als de ontwikkelingen rond sterfte en gezondheid van de afgelopen 30 jaar doorzetten, zullen Nederlanders tot steeds hogere leeftijd vrij zijn van lichamelijke beperkingen in horen, zien en bewegen. Ze zullen zich ook langer gezond blijven voelen.

Uit nieuwe berekeningen blijkt dat, als de waargenomen trends doorzetten, de levensverwachting zonder fysieke beperkingen tot 2030 stijgt met bijna vijf jaar voor mannen en ruim vier jaar voor vrouwen. Dat is meer dan de voorziene stijging van de totale levensverwachting. De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid stijgt in dat geval met drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen, iets minder dan de toename van de levensverwachting.

Internet wordt steeds meer een middel om een vaste partner te ontmoeten. Van de stellen die in de afgelopen vijf jaar zijn gaan samenwonen, heeft ruim 13 procent elkaar gevonden via internet. Vooral voor ouderen en gescheiden mensen loopt de zoektocht frequent via internet .

Net als tien jaar geleden gebruikte in 2013 twee derde van de vrouwen tussen de 18 en de 45 jaar een methode om een zwangerschap te voorkomen. De meeste zijn aan de pil. Het gebruik daarvan is echter afgenomen, het spiraaltje daarentegen wint terrein.

Tot eind jaren zeventig werden vrijwel alle kinderen binnen het huwelijk geboren. Sindsdien komt het steeds vaker voor dat ouders bij de geboorte van hun kind niet getrouwd zijn, namelijk bij vier op de tien kinderen. Van de eerstgeborenen wordt zelfs iets meer dan de helft buiten het huwelijk geboren. Wanneer een kind wordt geboren bij een ongehuwde moeder, hoe ziet het huishouden er dan uit? Maakt de vader ook deel uit van het huishouden of woont hij elders? Auteurs: Suzanne Loozen, Marina Pool, Carel Harmsen.

In het eerste kwartaal van 2014 overleden 35 duizend personen. Dat zijn er 4,6 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2013 en 2,6 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2012.

Door de komst van mensen uit het buitenland is de bevolkingsdaling in krimpregio’s in ons land in 2013 opnieuw minder sterk uitgevallen. Deze gebieden verloren in het afgelopen jaar 3 duizend mensen door verhuizingen binnen Nederland. Dit verlies werd deels gecompenseerd door vestiging van ruim 2 duizend nieuwe inwoners uit het buitenland. Dat waren vooral mensen uit België, Duitsland en uit Midden- en Oost-Europa.

Buurten verschillen van elkaar, onder andere in inkomensniveau. Maar ook binnen een buurt zijn niet alle inkomens gelijk. Bewoners met een inkomen dat sterk afwijkt van het mediane buurtinkomen verhuizen vaker, en gaan dan vaak in buurten wonen waar zij qua inkomen beter tussen de andere bewoners passen. Met andere woorden: het verhuisgedrag van burgers zorgt er ook voor dat zij de sociale afstand tot hun buurtgenoten reduceren. (Auteurs: Jan Latten, Marjolijn Das, Sako Musterd, Wouter van Gent)

In 2013 zijn 570 mensen omgekomen door verkeersongevallen in Nederland. Dat zijn er 80 minder dan het jaar ervoor, een daling van ruim 12 procent.

In 2013 groeide de bevolking van Nederland met 50 duizend inwoners.

Dit artikel beschrijft de berekeningswijze en de uitkomsten van de levensverwachting voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die sinds 2010 als drie bijzondere gemeenten deel zijn van Nederland. Vanwege het relatief kleine aantal inwoners van Caribisch Nederland is de methodiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de berekening van de levensverwachting van het Europese deel van Nederland aangepast. Auteur: Lenny Stoeldraijer

De afgelopen jaren is het aandeel hoogopgeleide vrouwen dat op hun 30e moeder was gestegen. Het aandeel moeders onder laagopgeleide vrouwen van 30 is juist gedaald.

Van de 133 duizend emigranten die Nederland in 2011 verlieten hadden er 32 duizend 90 dagen voor vertrek een baan. Deze geëmigreerde werknemers waren veelal 25 tot 35 jaar oud, vaker dan gemiddeld alleenstaand en relatief vaak werkzaam in de zakelijke dienstverlening.

Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft frequent contact met familieleden, vrienden en – in iets mindere mate – buren. Degenen met frequent contact zijn vooral jongeren, niet-westerse allochtonen, laagopgeleiden en mensen met een laag inkomen. De contactfrequentie hangt samen met de contactbehoefte. Naarmate mensen familieleden, vrienden of buren minder vaak zien of spreken, geven ze vaker aan meer contact te willen. Verder hebben mensen met frequente contacten ook vaker hechte relaties. Mannen, ouderen, niet-westerse allochtonen, laagopgeleiden, mensen met een laag inkomen en alleenstaanden hebben doorgaans minder hechte relaties. Auteurs: Rianne Kloosterman en Karolijne van der Houwen

In 2013 werden nog geen 74 duizend huwelijken en geregistreerd partnerschappen gesloten. Dat zijn er 6 duizend minder dan in 2012.

De kernprognose 2013–2060 beschrijft de verwachte ontwikkeling van de Nederlandse bevolking tussen 2013 en 2060. De kernprognose is een update van de Bevolkingsprognose 2012–2060, die in december 2012 werd gepubliceerd. In de kernprognose zijn de veronderstellingen voor geboorten, migratie en sterfte voor de eerste prognosejaren geactualiseerd. Auteurs: Coen van Duijn en Lenny Stoeldraijer

Eind september 2011 verbleven 683,5 duizend in het buitenland geboren werknemers van 18 tot 75 jaar in Nederland. Het gaat hierbij om personen die 18 jaar of ouder waren bij hun komst naar Nederland. Bijna 28 procent van hen stond niet ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens omdat ze verwachtten maximaal vier maanden in Nederland te blijven.

Dit onderzoek combineert twee perspectieven van het ouder worden, namelijk subjectieve leeftijd (afstand vanaf de geboorte) en subjectieve resterende levensverwachting (afstand tot de dood). Beide perspectieven duiden op een discrepantie tussen waargenomen en werkelijke veroudering. Vanuit het eerste perspectief, afstand vanaf de geboorte, zagen mensen zich gemiddeld dichter bij hun geboorte dan hun werkelijke leeftijd.In het tweede perspectief, afstand tot de dood, schatten mensen zich verder verwijderd van de dood in dan hun actuariële resterende levensverwachting. (Auteurs: A. Thijsen, S.B. Wiegersma, D.J.H. Deeg en F. Janssen.)

Begin 2012 waren ruim 27 duizend mensen dakloos. De helft is allochtoon, 40 procent is van niet-westerse herkomst. Bijna de helft van de daklozen verblijft in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam.

Religieuze binding wordt van belang geacht voor de sociale cohesie in de samenleving. In 2012 rekende 54 procent van de volwassen bevolking zich tot een godsdienstige groepering, maar ging slechts een op de zeven nog regelmatig naar een religieuze dienst. De participatie, en in mindere mate het vertrouwen, in de samenleving verschilt tussen geloofsgroepen. (Auteur: Hans Schmeets)

Een op de tien Nederlanders kampte in 2012 met depressieve gevoelens, bijna 6 procent van de Nederlanders kreeg in 2011 een antidepressivum. Vrouwen voelen zich vaker depressief en krijgen vaker antidepressiva dan mannen. Nederlanders van Turkse herkomst krijgen relatief vaak een antidepressivum, Nederlanders van Antilliaanse/Arubaanse herkomst juist weinig. (Auteurs: Gerard Verweij, Marieke Houben-van Herten)

Vrij verkeer van personen in de Europese Unie heeft geleid tot veel migratie, al dan niet van tijdelijke aard. Dit artikel geeft een overzicht van het aantal migranten dat zich in Nederland wel of niet heeft ingeschreven. Niet-ingeschreven werknemers zijn vooral seizoenswerkers afkomstig uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten, of Duitse en Belgische grensarbeiders. Let op: dit artikel is gebaseerd op de cijfers van februari 2013. Er is inmiddels een data-update beschikbaar met de meest recente cijfers over 2011 en 2012. (Auteurs: Jeroen Ooijevaar, Nicol Sluiter, Stephan Verschuren)

In Nederland wonen 3,5 miljoen minderjarige jongeren. Een op de zeven van hen woont bij een van de ouders. Dit aandeel varieert sterk per gemeente.

De kernprognose 2013–2060 beschrijft de verwachte ontwikkeling van de Nederlandse bevolking tussen 2013 en 2060. De kernprognose is een update van de Bevolkingsprognose 2012–2060, die in december 2012 werd gepubliceerd. In de kernprognose zijn de veronderstellingen voor geboorten, migratie en sterfte voor de eerste prognosejaren geactualiseerd.

Eind dit jaar telt Nederland 1,52 miljoen kinderen in de basisschoolleeftijd van 4 tot 12 jaar. Dat zijn er 75 duizend minder dan vijf jaar geleden. Voor de komende acht jaar wordt een daling met nog eens 96 duizend kinderen verwacht.

Voor de nieuwe Bevolkingsprognose van het CBS, die op 13 december 2012 is gepubliceerd, is de wijze waarop de veronderstellingen over de migratie worden opgesteld aangepast ten opzichte van eerdere prognoses. Voor de immigratie worden de veronderstellingen nu per migratiemotief opgesteld en pas in een tweede stap uitgesplitst naar herkomstgroep. Ook is voor een meer modelmatige aanpak gekozen, waardoor het aantal parameters waarvoor expliciete veronderstellingen moeten worden gemaakt kleiner is. (Auteurs: Coen van Duin, Han Nicolaas en Nicole van der Gaag)

In 2012 verwacht 4 procent van de huizenbezitters dat zij hun woning binnen drie maanden zullen verkopen. Ongeveer 45 procent verwacht een verkooptijd van minstens een jaar, een vijfde zelfs van twee jaar of langer. Ook over het vinden van een passende en betaalbare koopwoning zijn de meesten niet zo positief. Ruim de helft van de mensen gaat ervan uit dat het (heel) moeilijk zal zijn om een passende en betaalbare koopwoning te vinden. (Auteur: Moniek Coumans)

Van de vier grootste gemeenten in ons land is het aantal inwoners in Utrecht de afgelopen tien jaar het sterkst gegroeid. Dit komt vooral door de groei van de Vinexwijken Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn. In Rotterdam nam het aantal inwoners buiten de Vinex-wijk Nesselande zelfs af. (Auteur: Frank Bloot)

Mobiliteit van mensen over lange afstanden heeft tussen 2005 en 2011 niet geleid tot kleinere sociaal-economische verschillen tussen regio’s. Integendeel, de verschillen zijn groter geworden. In vertrekregio’s blijven de lonen verder achter bij de lonen in vestigingsregio’s, het aandeel hoogopgeleiden blijft er duidelijk lager, de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden is er ongunstiger en de arbeidsdeelname van vrouwen is er geringer. (Auteurs: Niels Kooiman, Jan Latten, Andrea Annema)

Volgens de nieuwe prognose zet de stijging van de levensverwachting op de lange termijn sterker door dan in 2010 werd verondersteld. De periode-levensverwachting bij geboorte stijgt daardoor voor mannen van 79,2 jaar in 2011 naar 87,1 jaar in 2060 en bij vrouwen van 82,9 naar 89,9 jaar. Daarmee valt de levensverwachting voor mannen 2,6 jaar hoger uit dan volgens de prognose van 2010 en voor vrouwen 2,5 jaar hoger. (Auteurs: Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer)

Sociaaleconomische trends. Themanummer Levensloop en generatie. In dit artikel wordt beschreven hoe individuele levenslopen zijn veranderd sinds 1945. Opeenvolgende geboortegeneraties gingen vaker ongehuwd samenwonen en stelden het ouderschap langer uit. Ook gingen ze vaker (echt)scheiden en hadden ze een hogere levensverwachting. Zowel onder mannen als vrouwen nam het gemiddelde onderwijsniveau toe, wel was de stijging bij vrouwen sterker dan bij mannen. Daarnaast steeg door de generaties heen ook de arbeidsdeelname van vrouwen fors.

De grote steden zijn de laatste jaren weer gegroeid, vooral door een vestigingsoverschot. Het afgelopen decennium zijn er per saldo meer autochtonen en westerse allochtonen in de vier grote steden gaan wonen. De veranderingen in de verhuisstromen dragen bij aan een verbetering van het waargenomen ‘economische’ saldo, in termen van fiscale jaarlonen. (Auteurs: Jan Latten en Ingeborg Deerenberg)

In de afgelopen vijf jaar is het aantal zelfdodingen sterk toegenomen. Vooral onder westerse allochtonen en autochtonen is zelfdoding gestegen. Bij niet-westerse allochtonen bleef zelfdoding op een laag niveau stabiel. Zelfdoding komt het minst voor onder personen van Turkse en Marokkaanse herkomst.

Sinds 1 januari 2010 is de bevolking van Caribisch Nederland toegenomen met 2,4 duizend tot ruim 23 duizend (2013). Deze toename kan vrijwel geheel worden toegeschreven aan immigratie.

In 2012 kregen in ons land 2,2 duizend meisjes jonger dan 20 jaar een kind, minder dan anderhalf procent van alle geboorten. Het aantal tienergeboorten is nog nooit zo laag geweest. Tienermoeders komen nog steeds vaak voor onder Antilliaanse en Surinaamse meisjes.

Dit onderzoek benadrukt het belang van sociaal kapitaal voor de samenleving.Verschillende achtergrondkenmerken van de bevolking in een gebied zijn gerelateerd aan criminaliteit en sociaal kapitaal. Meer etnische diversiteit in een buurt gaat samen met meer criminaliteit. Deze relatie hangt samen met een gebrek aan sociaal kapitaal, in de vorm van lage buurtcohesie en minder vrijwilligers. (Auteurs: Jacqueline van Beuningen, Hans Schmeets, Koos Arts, Saskia te Riele)

In de laatste bevolkingsprognose van het CBS, die in december 2012 uitkwam, wordt verondersteld dat jonge generaties vrouwen gemiddeld 1,75 kind per vrouw zullen krijgen. Al ruim een decennium zijn er geen aanwijzingen gevonden om het toekomstig kindertal bij te stellen. Dat heeft vooral te maken met de waarneming dat het uitstelgedrag van het eerste kind nagenoeg voltooid is en ‘uitgestelde kinderen’ zijn ‘ingehaald’. De leeftijd- en rangnummerspecifieke vruchtbaarheidscijfers worden dus constant verondersteld. (Auteurs: Gijs Beets, Arie de Graaf, Coen van Duin)

Ongeveer zeven op de tien Nederlandse internetgebruikers van 12 jaar en ouder maakten in 2012 gebruik van sociale media. Vooral sociale netwerken als Facebook, Hyves en Twitter zijn populair. Het gebruik van deze sociale netwerken en ook van professionele netwerken zoals LinkedIn is tussen 2011 en 2012 toegenomen. (Auteurs: Simon van den Bighelaar en Math Akkermans)

Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen inwoners. Bijna driekwart van deze groei vindt plaats in de 27 grote gemeenten die in 2012 100 duizend of meer inwoners telden.

De regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2013–2040 geeft een toekomstbeeld van de ontwikkeling van de bevolking en het aantal huishoudens op regionaal niveau. Dit artikel beschrijft de belangrijkste uitkomsten.

Kinderen uit eenoudergezinnen en kinderen uit stiefgezinnen gaan eerder uit huis dan kinderen die bij de eigen ouders wonen. De regio waar het ouderlijk huis staat en de inkomstenbron van de ouders spelen een rol, maar ook het opleidingsniveau van de kinderen zelf is een factor: hoger opgeleiden gaan vaker eerder uit huis en op zichzelf wonen. (Auteurs: Anette Roest, Carel Harmsen)

De sterfte door melanoom, een veel voorkomende vorm van huidkanker, is fors toegenomen in ons land. Vooral onder 60-plussers. Nederland behoort tot de landen met de hoogste sterfte door melanoom in de Europese Unie.

Bijna zes op de tien overlijdens heeft kanker of hart- en vaatziekten als doodsoorzaak. Bij mannen zorgt kanker al een aantal jaren voor de meeste sterfte, bij vrouwen de hart- en vaatziekten.

De nieuwe CBS-huishoudensprognose voorziet een toename van het aantal huishoudens van de huidige 7,6 miljoen tot 8,6 miljoen in 2060. Deze groei komt grotendeels voor rekening van de eenpersoonshuishoudens. Momenteel maken deze kleinste huishoudens 37 procent uit van alle huishoudens. In 2060 zal dit 44 procent zijn. Vooral het aantal oudere alleenstaanden neemt sterk toe. (Auteurs: Coen van Duin, Lenny Stoeldraijer, Joop Garssen)

Rond 2002 begon de bevolking van Limburg af te nemen. De bevolkingskrimp is na 2007 echter vrijwel gestopt. Dit komt doordat meer immigranten zich in Limburg vestigden.

De Nederlandse bevolking is de afgelopen zes maanden iets minder gegroeid dan in dezelfde periode vorig jaar.

Eind 2011 waren er 34 duizend minderjarigen die één van hun ouders verloren hadden en 330 van wie beide ouders overleden zijn. Jaarlijks worden ruim 6 duizend minderjarigen (half)wees.

In dit artikel is nagegaan in hoeverre het ruimtelijk interactiemodel dat in de vorige regionale prognose is gebruikt voor de schatting van korteafstandsmigratie verder kan worden verbeterd. Op basis van dit onderzoek is het ruimtelijk interactiemodel aangepast door het toevoegen van extra verklarende variabelen in de regressievergelijking. Met de toevoegingen kunnen de schattingen worden verbeterd. Auteurs: Rob Loke en Andries de Jong (PBL)

Nederland telt 22 buurten met woningen met een woningwaarde van gemiddeld meer dan een miljoen euro. Een aantal daarvan ligt in Wassenaar, Huizen en Laren. In deze buurten is de WOZ-waarde sterker dan gemiddeld gedaald sinds 2009. Auteur: Bert Raets

Tussen juni 2012 en mei 2013 is het aantal geboorten opnieuw gedaald, tot 172 duizend. Dat is 6,4 duizend lager dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Het CBS heeft de prognose van de levensverwachting voor de lange termijn onlangs omhoog bijgesteld. In de nieuwe prognose verwacht het CBS dat de levensverwachting voor mannen in 2060 zal toenemen tot bijna 87 jaar en voor vrouwen tot bijna 90 jaar. Dit is 2,5 jaar hoger dan de prognose die het CBS twee jaar geleden uitbracht. Enkele jaren terug had het CBS de prognoses ook al enkele keren bijgesteld. Dergelijke aanpassingen hebben invloed op de pensioneringleeftijd en de dekkingsgraad van pensioenfondsen. Auteur: Joop de Beer (NIDI)

Volgens de nieuwe CBS-prognose stijgt de periode-levensverwachting bij geboorte tussen 2012 en 2060 voor mannen met 7,8 jaar, voor vrouwen met 7,0 jaar. De levensverwachting komt uit op respectievelijk 87,1 jaar (mannen) en 89,9 jaar (vrouwen). Auteurs: Lenny Stoeldraijer, Coen van Duin en Fanny Janssen

Op 1 juli 2013 treedt Kroatië als 28e land toe tot de Europese Unie. In Nederland wonen ongeveer 5 900 Kroaten. De meesten zijn tussen 1990 en 2001 naar Nederland gekomen toen Joegoslavië uiteenviel en de regio door een burgeroorlog werd getroffen.

Bevolkingskrimp wordt in de toekomst een belangrijk fenomeen. Bij aanhoudende economische tegenwind zal de bevolking in Europa tot 2050 op de huidige omvang blijven staan. Bij duurzame economische groei waarbij milieuproblemen worden overwonnen, kan de bevolking in Europa met zo’n 20 procent stijgen. Bevolkingsgroei zal regionaal sterk variëren. Afhankelijk van het beleid kunnen de demografische verschillen tussen regio’s toenemen of afnemen. Auteurs: Andries de Jong, Mark ter Veer, en Gijs Beets

De levensverwachting was in 2012 voor zowel mannen als vrouwen nagenoeg gelijk aan de levensverwachting in 2011. Naar verwachting zal de levensverwachting de komende jaren echter weer verder stijgen.

De vruchtbaarheid van vrouwen van niet-westerse herkomst blijft convergeren naar het niveau van autochtone vrouwen. Het kindertal van de tweede generatie Turkse en Marokkaanse vrouwen is lager dan dat van de eerste generatie, maar nog steeds hoger dan dat van autochtone vrouwen. Vrouwen van Surinaamse en Antilliaanse herkomst van de tweede generatie krijgen gemiddeld evenveel of zelfs minder kinderen dan autochtonen. Auteur: Mila van Huis.

De gezinsfase speelt bij de verhuisgeneigde huurders een belangrijke rol in de huur- of koopplannen. Zo hebben jonge kinderloze paren een veel sterkere intentie om te kopen dan paren met kinderen. Ook huurders die nog alleen wonen, verwachten relatief vaak een woning te kopen, vooral als ze jonger zijn dan 40. Huurders die willen verhuizen om te gaan samenwonen hebben een duidelijke voorkeur voor een koopwoning, terwijl degenen die willen verhuizen vanwege de gezondheid of zorgbehoefte vrijwel allemaal willen huren. Auteurs: Ingrid Esveldt en Andries de Jong.

Geluk blijkt sterker samen te hangen met gezondheid dan met leefstijl: ten opzichte van de gezondheidsfactoren dragen leefstijl- en leefstijlgerelateerde factoren weinig bij aan geluk. Voor mannen, vrouwen, jongeren en ouderen zijn er wel verschillen in het verband tussen BMI (de verhouding tussen lichaamsgewicht en -lengte) en geluk. Voor jongeren en ouderen is er ook een verschil in het verband tussen een aantal gezondheidsindicatoren en geluk. Auteurs: Jacqueline van Beuningen en Linda Moonen

Tot 2025 zal het aantal huishoudens in Nederland met 630 duizend toenemen tot 8,2 miljoen, zo blijkt uit de huishoudensprognose van het CBS. Deze groei van 50 duizend per jaar is iets minder dan die over de afgelopen twaalf jaar.

Kinderen van ouders die jong zijn getrouwd, gaan vaak op jonge leeftijd samenwonen. Ook een scheiding van de ouders zorgt ervoor dat zij eerder gaan samenwonen.

In 2012 werden ruim 78 duizend huwelijken en partnerschappen gesloten. Na 2010 is zowel het aantal huwelijken als het aantal partnerregistraties gedaald. Vrijdag is nog steeds de populairste trouwdag, maar steeds vaker wordt getrouwd op maandag.

Nederland heeft 1 940 inwoners van honderd jaar of ouder. Dit zijn overwegend vrouwen.

De leeftijd bij eerste samenwonen is gerelateerd aan de huwelijksleeftijd van de ouders. Ook andere factoren spelen een rol bij de timing van het samenwonen. Zo gaan kinderen na een scheiding van de ouders eerder samenwonen. Zij huwen wel later en blijven vaker ongehuwd dan kinderen van ouders die niet scheidden. Hoger opgeleide vrouwen gaan later samenwonen dan lager opgeleide vrouwen. Voor mannen is qua opleidingsniveau juist vrijwel geen verschil in leeftijd waarop ze voor het eerst gaan samenwonen. Auteurs: Carel Harmsen, Elma Wobma en Ruben van Gaalen.

In de periode rond het krijgen van een kind zijn mensen tijdelijk gelukkiger. Het gelukkigst zijn mensen tijdens de zwangerschap. Na de geboorte daalt het geluksgevoel langzaam tot het na 1 tot 2 jaar na de geboorte terug is op het niveau van voor de zwangerschap. Dit effect is er alleen voor de geboorte van het eerste kind. Auteurs: Karolijne van der Houwen en Linda Moonen

In de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) neemt het aantal kinderen van 0 tot en met 5 jaar toe. In de rest van Nederland daalt het aantal jonge kinderen juist.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het CBS hebben in 2011 voor de vierde keer de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose met het model PEARL uitgebracht. In deze prognose spelen veronderstellingen over de gemeentelijke sterfte een belangrijke rol. In dit kader is een analyse uitgevoerd naar de verklaring van gemeentelijke verschillen in de levensverwachting aan de hand van een multivariaat regressiemodel. Auteurs: Rob Loke (PBL tot november 2011) en Andries de Jong (PBL)

Op 1 januari 2013 telde Nederland bijna 16,8 miljoen inwoners. Dat zijn er 48 duizend meer dan een jaar eerder.

In Den Haag zijn er op buurtniveau grote verschillen in de aandelen zogenoemde scheefwoners. In de nieuwbouwwijken wordt bijna de helft van alle corporatiewoningen bewoond door scheefwoners. De oude stadswijken tellen amper 15 procent scheefwoners. Auteur: Bert Raets

Op 1 januari 2012 woonden 65 duizend personen van Sovjet-origine in Nederland. Onder hen bevonden zich 16 duizend kinderen die in Nederland zijn geboren. Daarnaast zijn er 49 duizend Sovjetburgers die als immigrant naar Nederland zijn gekomen. Twee derde van de immigranten heeft zich in 2000 of later in Nederland gevestigd.

In de periode 2001-2011 maakte gemiddeld 95 procent van de vrouwen van 15 tot 50 jaar die in de voorgaande twee jaar waren bevallen gebruik van kraamzorg. Dit percentage is behoorlijk stabiel gebleven in de periode 2001-2011. Wel zijn vrouwen steeds minder vaak hele dagen zorg gaan gebruiken. Vrouwen van niet-westerse afkomst gebruikten minder vaak kraamzorg dan autochtone en westers allochtone vrouwen, en namen ook minder dagen of uren en minder vaak hele dagen kraamzorg af. Het aandeel niet-westers allochtone vrouwen dat gebruik maakt van kraamhulp is door de jaren heen wel gestegen. De ondervraagde vrouwen zijn over het algemeen heel tevreden over de ontvangen kraamzorg. Auteur: Marieke Houben - van Herten

De bevolking in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zal tot 2040 toenemen met 333 duizend inwoners. Dit blijkt uit de regionale bevolkingsprognose uit 2011 van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving. Als gevolg van de vergrijzing neemt ook het aantal personen van 65 jaar of ouder fors toe.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010. De kredietcrisis die zich in de tweede helft van 2008 openbaarde, had ook haar weerslag op demografische ontwikkelingen. Dit blijkt het duidelijkst uit de ontwikkeling van het aantal verhuizingen. Vanaf het laatste kwartaal van 2008 liep het aantal verhuizingen in Nederland fors terug. In het voorjaar van 2009 werd een dieptepunt bereikt. Het aantal verhuizingen lag toen meer dan 10 procent lager dan in het voorjaar van 2008. Auteur: Carel Harmsen

Door de combinatie van economische en sociaal-demografische ontwikkelingen vormt de publicatie een actueel en integraal beeld van de Nederlandse samenleving.

Als onderdeel van de bevolkingsprognose publiceert het CBS om het jaar een langetermijnprognose voor de sterftekansen en de levensverwachting in Nederland. De nieuwste update van deze prognose is op 13 december 2012 verschenen. Het model voor de sterfteprognose is daarin aangepast. De afgelopen jaren waren regelmatig grote bijstellingen in de prognose noodzakelijk. Om tot een betrouwbaardere en meer robuuste prognose te komen, wordt in de nieuwe methode ook rekening gehouden met de sterfteontwikkelingen in andere West-Europese landen. Bovendien wordt informatie over ontwikkelingen in het rookgedrag op een systematische wijze in de prognose betrokken, wat in het oude model op beperktere schaal gebeurde.

Met de voorgenomen stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd zal het aantal 65-plussers in de potentiële beroepsbevolking oplopen naar 0,8 miljoen in 2040.

De nieuwe bevolkingsprognose van het CBS wijkt op enkele punten af van de vorige prognose uit 2010. Hieraan liggen recente demografische ontwikkelingen en aanpassingen in het prognosemodel ten grondslag. Voor de eerste decennia is het beeld niet kwalitatief anders. Tot 2040 groeit de bevolking naar 17,8 miljoen inwoners, evenveel als volgens de vorige prognose, maar door de recent opgelopen emigratie valt deze groei voor een kleiner deel in de jaren ‘10. Het aandeel 65-plussers loopt op tot een kwart van de bevolking.Volgens de nieuwe prognose zet de stijging van de levensverwachting op de lange termijn sterker door dan in 2010 werd verondersteld. De periode-levensverwachting bij geboorte stijgt daardoor voor mannen van 79,2 jaar in 2011 naar 87,1 jaar in 2060 en bij vrouwen van 82,9 naar 89,9 jaar.

Mensen die plannen hebben om naar een koopwoning te verhuizen, slagen daar lang niet altijd in. Onvoorziene gebeurtenissen in de privésfeer geven soms een extra push om toch te verhuizen. Mensen met koopplannen die uit elkaar zijn gegaan of zijn gaan samenwonen verhuizen vaker, maar hebben ook vaker water bij de wijn gedaan: velen verhuisden naar een huurwoning in plaats van naar een (andere) koopwoning. Onvoorziene gebeurtenissen kunnen ook koopplannen doorkruisen. Mensen met koopplannen die veranderingen meemaakten in hun arbeidsloopbaan zijn juist minder vaak verhuisd dan anderen, en al helemaal weinig naar een koopwoning. Auteurs: Marjolijn Das (Centraal Bureau voor de Statistiek) en Carola de Groot (Planbureau voor de Leefomgeving)

Als het economisch goed gaat, besluiten mensen eerder te trouwen en kinderen te krijgen dan als er een recessie is. De relatie tussen echtscheidingen en de economie is minder duidelijk. Als mensen uit elkaar gaan omdat ze financiële problemen hebben, kan een recessie leiden tot meer echtscheidingen. Maar omdat scheiden duur is, kan economische teruggang ook leiden tot een daling van het aantal scheidingen. In dit artikel wordt getoond hoe huwelijkssluitingen, geboorten en echtscheidingen de afgelopen veertig jaar samenhangen met de economische conjunctuur. Auteur: Joop de Beer (NIDI)

De discussie over het vermeende verlies van normen en waarden heeft betrekking op zaken als overlast, diefstal en agressie op straat en de taak van de (grensstellende) overheid, maar gaat ook over het verlies van gemeenschappelijke waarden in onze moderne, multiculturele samenleving. In dit verband wordt Nederland wel eens afgeschilderd als een verdeelde natie zonder overkoepelende nationale identiteit. Dat blijkt erg mee te vallen. Van een radicale omwenteling van centrale levenswaarden is geen sprake. Wel verschuiven de laatste dertig jaar de waarden van de Nederlandse bevolking langzaam in de richting van meer calculerende, economische burgerlijkheid en een toegenomen hang naar consumptief hedonisme, zonder diepgang. Auteurs: Rob Eisinga, Peer Schepers en Per Bles (Radboud Universiteit Nijmegen)

Bij ruim 8 procent van de huwelijken van allochtonen in 2011 kwam één van de partners naar Nederland om te trouwen. Dat is iets minder dan in de twee jaren daarvoor en flink minder dan in 2002.

De gebruikte terminologie in de berichtgeving over migranten is niet altijd even duidelijk en consequent. Regelmatig verschijnen er berichten over asielzoekers, migranten, vreemdelingen, vluchtelingen en allochtonen. Vaak worden deze begrippen door elkaar gebruikt en is niet altijd duidelijk wat de boodschapper bedoelt. Wat betekenen deze begrippen nu precies en wat zijn de verschillen tussen deze termen? In dit artikel wordt één en ander op een rij gezet. Auteurs: Arno Sprangers en Han Nicolaas.

Flevoland, de jongste provincie van Nederland, is hard op weg naar de 400 duizend inwoners. Van de personen die van buiten de provincie naar Flevoland verhuisden, kwam een kwart uit Amsterdam. Daarnaast is op dit moment bijna één op de vijf inwoners van Flevoland in de hoofdstad geboren.

In 2011 was de gemiddelde leeftijd bij echtscheiding van mannen bijna 46 jaar. In 1991 lag de gemiddelde leeftijd nog op 40 jaar.

Begrippen op het terrein van migratie en asiel

In dit artikel wordt nagegaan hoe de Nederlandse bevolking denkt over de eigen bijdrage voor een aantal zorgkosten. De resultaten laten zien dat veel mensen voorstander zijn van een eigen bijdrage wanneer de zorgkosten het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl, zoals roken en overmatig alcoholgebruik. Wanneer het gaat om de kosten van loophulpmiddelen of de anticonceptiepil, vindt meer dan de helft dat deze volledig moeten worden vergoed. Auteurs: Rianne Kloosterman en Saskia te Riele

De leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, het aandeel kinderlozen en de totale vruchtbaarheid zijn sterk aan het opleidingsniveau gerelateerd. Hoger opgeleide vrouwen stellen het moederschap het meest uit en zijn het vaakst kinderloos. Bij mannen doet de relatie tussen vruchtbaarheid en opleidingsniveau zich alleen voor bij de leeftijd van het eerste kind. Het vruchtbaarheidsgedrag van verschillende generaties mannen en vrouwen naar opleidingsniveau heeft zich in verschillend tempo ontwikkeld. Auteurs: Elma Wobma en Mila van Huis.

In 2011 was de levensverwachting bij geboorte voor vrouwen 82,9 jaar, tegen 79,2 jaar voor mannen. Vooral door een snellere stijging bij mannen is het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen sterk afgenomen.

In de kernprognose voor de periode 2011-2060, die december 2011 uitkwam, zijn, sinds de publicatie van de bevolkingsprognose 2010-2060 een jaar eerder, de veronderstellingen voor de korte termijn geactualiseerd. De nu gepresenteerde bijstelling leidt slechts tot kleine aanpassingen ten opzichte van de prognose uit 2010. Auteurs: Coen van Duin en Han Nicolaas

In de periode 2001- 2011 is het aantal buurten in Nederland gestegen, terwijl het aantal gemeenten juist afnam. Door de bevolkingstoename van Nederland is het gemiddeld aantal inwoners per buurt in diezelfde periode echter nauwelijks veranderd. Auteur: Hilde Keuning-Van Oirschot

In 2011 hebben 1 647 inwoners van Nederland een einde aan hun leven gemaakt. Dat zijn er 47 meer dan een jaar eerder.

In 2011 kregen 2 365 meisjes onder de 20 jaar een kind. In deze leeftijdsgroep zijn in 2011 op elke duizend meisjes minder dan 5 moeder geworden. Dit is het laagste cijfer dat ooit door het CBS is waargenomen.

Het eerste halfjaar van 2012 is de bevolking in Nederland met 14,7 duizend personen toegenomen. Dat is de helft minder dan in het eerste halfjaar van 2011.

Delen van de provincie Zeeland zijn door de Rijksoverheid aangewezen als krimpgebieden. Toch krimpen niet alle gemeenten, er is in de periode tussen 2005 en 2012 ook groei waar te nemen. Kleinere kernen hebben het echter moeilijker. Auteur: Hilde Keuning–van Oirschot

Meer dan de helft van de gemeenten ziet, volgens de bevolkingsprognose tot 2040, zijn inwonertal toenemen. Hierdoor zal ook het aantal 65-plussers per gemeente verder oplopen. Auteur: Bert Raets

De meeste Nederlanders hebben familie, vrienden of kennissen met praktische vaardigheden die zij eventueel kunnen gebruiken, zoals computerkennis of kunnen klussen in huis. Ook voor persoonlijke steun, zoals advies bij familieconflicten of boodschappen doen bij ziekte, verwachten de meeste mensen op hun sociale netwerk te kunnen terugvallen. Minder vaak is er iemand in de kring van bekenden met financiële of juridische kennis. Vooral politiek actieve bekenden zijn relatief schaars. Ouderen, niet-westerse allochtonen en laagopgeleiden kennen doorgaans minder vaak mensen met vaardigheden die van pas kunnen komen dan jongeren, autochtonen en hoogopgeleiden. Auteurs: Rianne Kloosterman en Saskia te Riele

In 2025 telt Nederland naar verwachting ruim 3,8 miljoen 65-plussers. Bij ongewijzigd beleid zou daarmee het aantal in Nederland woonachtige AOW'ers met 1,1 miljoen groeien ten opzichte van 1 januari 2012. De op 10 juli door de Eerste Kamer aangenomen wetswijziging vermindert de groei van deze groep met ruim een half miljoen.

In de PBL/CBS regionale bevolkings- en huishoudensprognose wordt op gemeentelijk niveau de geboorte naar herkomstgroepering voorspeld. Voor het opstellen van veronderstellingen is een analyse uitgevoerd naar de vruchtbaarheid naar herkomstgroepering. In Nederland zijn er duidelijke verschillen tussen regio’s en tussen herkomstgroepen in vruchtbaarheid. Ook regionaal verschilt de vruchtbaarheid en deze regionale verschillen zijn niet voor alle herkomstgroepen hetzelfde. Auteur: Sanne Boschman

In Nederland hebben drie regio’s al enige jaren te maken met een teruglopende bevolkingsomvang. Dit zijn Delfzijl en Omstreken, Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.

In 2011 bestond een gemiddeld huishouden in Nederland uit 2,2 personen. Binnen gemeenten, bijvoorbeeld in de vier grote steden, bestaan er echter flinke verschillen op buurtniveau. Nieuwbouwbuurten, zoals Vinex-locaties, trekken meer gezinnen, terwijl in binnensteden veel eenpersoonshuishoudens wonen. Auteur: Ingeborg Deerenberg

Voor de meeste niet-westerse allochtone groepen geldt, net als voor autochtonen, dat kinderen van gescheiden ouders minder vaak een diploma in het hoger onderwijs halen dan kinderen van niet-gescheiden ouders. Zo ook wanneer rekening wordt gehouden met factoren die de kans op een hoge opleiding kunnen beïnvloeden. Auteurs: Marjolijn Das en Ruben van Gaalen

Emotionele gebeurtenissen, ook wel aangeduid als life events, beïnvloeden geluk en tevredenheid in iemands leven. Dit is vaak al zichtbaar in de aanloop naar de emotionele gebeurtenis. Veel personen zijn al ruim voor een echtscheiding ongelukkig en minder tevreden. Rond een huwelijk zijn de meeste mensen juist het gelukkigst. Mensen die arbeidsongeschikt worden, hun baan verliezen of in de bijstand komen, zijn vooraf al minder gelukkig en tevreden dan mensen die geen verandering in hun werksituatie meemaken. Wanneer mensen weer aan het werk gaan, neemt hun gevoel van geluk en tevredenheid weer toe. Auteurs: Marleen Wingen, Tineke de Jonge en Koos Arts.

De immigratie van het aantal Oost-Europeanen blijft hoog. In 2011 kwamen bijvoorbeeld bijna 19 duizend Poolse immigranten naar Nederland. Dat zijn er twee keer zoveel als in 2007. Ook historisch gezien is deze migratiestroom hoog.

Al enkele decennia loopt de bevolkingsgroei in Europa terug. Dit is een gevolg van de daling van het gemiddeld aantal kinderen per vrouw in de jaren zestig van de vorige eeuw. Aanvankelijk kwam dit tot uiting in een daling van het aantal jongeren. Later werd dit gevolgd door een afname van de groei van de potentiële beroepsbevolking (de bevolking van 20-64 jaar). Nu de naoorlogse geboortecohorten de pensioengerechtigde leeftijd bereiken gaat de groei van de potentiële beroepsbevolking omslaan in krimp. Auteur: Nicole van der Gaag

Op basis van het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) is de gezinssituatie beschreven van alle 15-jarigen die tussen 1999 en 2008 in Nederland woonden. Nagegaan wordt of deze kinderen bij beide ouders, bij de vader of de moeder, bij de vader of de moeder en een stiefouder of zonder beide ouders woonden. Daarnaast wordt de samenhang onderzocht tussen de gezinsstructuur en hulpbronnen enerzijds en het schoolniveau van het kind anderzijds. Hebben kinderen van ouders uit de hogere sociale klassen gemiddeld meer of juist minder hinder van een scheiding? Auteurs: Ruben van Gaalen en Lenny Stoeldraijer

Último dies añanan e poblashon di Boneiru a oumentá ku kasi 50 porshentu. Den e periodo promé ku esaki riba 30 aña e kresementu tabata muchu mas abou, esta 10 porshento kada 10 aña. E kresementu di e poblashon ta debí na imigrashon. E imigrantenan tin preferensia pa sierto barionan.

De afgelopen tien jaar is de bevolking van Bonaire met bijna 50 procent gegroeid. In de hieraan voorafgaande periode van dertig jaar was de toename met 10 procent per tien jaar veel kleiner. De groei van de bevolking komt vooral door immigratie. De immigranten hebben voorkeuren voor bepaalde wijken. In 2011 woonden er 15 666 personen op Bonaire. In dit artikel wordt ingegaan op de bevolkingssamenstelling per wijk en buurt. Daarbij komen omvang, groei en geboorteland aan de orde. Daarnaast wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van de wijken.

Experimenteren met roken, alcohol en drugs hoort bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Daarnaast is onvoldoende lichaamsbeweging en overgewicht een toenemend probleem bij Nederlandse jongeren. De vraag is welke invloed deze ongezonde leefgewoonten hebben op de verdere levensloop van jongeren. Dit artikel geeft een indicatie dat dagelijks roken en onvoldoende beweging gepaard gaan met een minder succesvolle onderwijsloopbaan. Auteurs: Henk-Jan Dirven en Francis van der Mooren

De samenstelling van gezinnen is in de afgelopen tien jaar veranderd. Ouders zijn vaker niet-gehuwd en er zijn minder grote gezinnen.

In de periode 1946–1955 zijn in ons land 2,4 miljoen kinderen geboren. Ook in andere West-Europese landen piekten de geboorten na de oorlog, maar tot het midden van de jaren vijftig bleef het Nederlandse geboortecijfer het hoogste van alle West-Europese landen.

Op 1 januari 2011 woonden in Nederland 265 duizend paren die bestaan uit een autochtoon en een buitenlandse partner. Hun aantal is het afgelopen decennium toegenomen met 22 duizend. De meest in het oog springende stijging was de verdubbeling van het aantal samenwoonrelaties tussen een autochtone man en een Thaise of Russische vrouw.

Ruim de helft van de Nederlandse bevolking geeft aan bij overlijden organen te willen afstaan. Ruim 60 procent zou een orgaan willen ontvangen indien zij dit nodig zouden hebben. Opvattingen over het afstaan van organen worden vooral bepaald door kerkelijke gezindte, opleiding en ervaren gezondheid. Vooral jongeren staan open voor het ontvangen van een donororgaan. Auteurs: Rianne Kloosterman en Karolijne van der Houwen

Of mensen ergens graag wonen is voor een deel afhankelijk van de aanwezigheid van voorzieningen als scholen, winkels en gezondheidszorg. In de Nabijheidsstatistiek publiceert het CBS sinds 2009 de afstand tot diverse voorzieningen en het aantal voorzieningen binnen een bepaalde afstand. Deze gegevens zijn bruikbaar voor onder meer onderzoekers en beleidsmedewerkers. Auteurs: Ingeborg Deerenberg en Chantal Melser

Op 1 januari 2011 telde Nederland 1,2 miljoen personen met de Nederlandse en minimaal één andere nationaliteit. Dat is per saldo 40 duizend meer dan een jaar eerder.

Op woensdag 29 februari 2012 trouwen naar verwachting ongeveer 250 paren. Dat is het dubbele van het aantal huwelijken dat op een willekeurige woensdag in februari wordt gesloten.

Op 1 januari 2012 telde Nederland ruim 16,7 miljoen inwoners. Dat zijn er 70 duizend meer dan een jaar eerder.

Het aandeel kinderen van 0 tot 15 jaar dat bij alle twee de eigen ouders woont, is gedaald van 86 procent in 1996 tot 82 procent in 2010.

In 2010 kwamen er 41 duizend migranten naar Nederland om te werken, 3 duizend meer dan in 2009. Daarnaast weten steeds meer buitenlandse studenten de weg naar Nederland te vinden.

Het merendeel van de bewoners van Caribisch Nederland is op een van de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen geboren. In het overgrote deel van de gevallen is dat het eiland waar ze nu wonen of een naastgelegen eiland. De verdeling naar geboorteland van de inwoners van Sint-Eustatius en Saba (de Bovenwindse Eilanden) wijkt af van die van Bonaire. Opvallend bij de eerstgenoemde twee eilanden is het grotere aandeel inwoners die niet op de voormalige Nederlandse Antillen zijn geboren.

Nederlanders die tussen hun 50e en 70e emigreren hebben gemiddeld meer vermogen dan hun leeftijdsgenoten die in Nederland blijven wonen.

De meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft vertrouwen in elkaar, in de politiek, in de politie en in het rechtsstelsel. Dat vertrouwen is in de periode 2002-2010 toegenomen.

Per 1 januari 2012 telt Nederland ruim 16,7 miljoen inwoners. In 2011 kwamen er per saldo 72 duizend inwoners bij. Dat waren er 9 duizend minder dan in 2010. In 2011 waren er meer immigranten en emigranten dan in 2010, maar minder geboorten.

In Caribisch Nederland wonen ruim 21 duizend personen.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Terwijl vrouwen het moederschap de afgelopen 40 jaar steeds meer uitstelden, is het interval tussen de geboorte van het eerste kind en het tweede kind opvallend stabiel gebleven op een gemiddelde van 3 jaar. Oudere moeders (35-plus) krijgen hun tweede kind relatief kort na de geboorte van hun eerste kind. Jonge moeders stellen de komst van het tweede kind langer uit. Deze verschillen in geboorteinvallen zijn sinds 1970 groter geworden. Auteur: Lenny Stoeldraijer

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. In demografisch opzicht is de naoorlogse geboortegolf een opvallend verschijnsel in de dalende reeks geboortecijfers vanaf 1870. Deze daling is een kenmerk van de Eerste Demografische Transitie. Rond 1965 vond een Tweede Demografische Transitie plaats waarbij het gangbare standaardlevensloopmodel (als jonge man/vrouw thuis wonen tot het huwelijk, trouwen en kinderen krijgen) wordt vervangen door het keuzelevensloopmodel (jong zelfstandig wonen, ongehuwd of gehuwd samenwonen met partner en op latere leeftijd kinderen krijgen of kinderloos blijven). Toch is deze cesuur rond 1965 minder scherp als de levensloop van de babyboomgeneratie (1945–1954) nader wordt onderzocht. Eerder is sprake van een vloeiende overgang waarbij het keuzelevensloopmodel eerst bij de generatie van de jaren zestig volledig tot ontwikkeling komt. Auteurs: Jacques van Maarseveen en Carel Harmsen

De 17 miljoenste inwoner van Nederland wordt naar verwachting in 2016 in het bevolkingsregister bijgeschreven.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Op 1 januari 2011 telde Nederland ruim 7,7 miljoen personenauto’s. Dat betekent dat er per duizend inwoners van 18 jaar of ouder 588 auto’s waren. In 2001 bedroeg dit aantal nog 525.

Artikelen in dit nummer: Demografische levensloop van babyboomers: terugblik en perspectief - Jonge moeders stellen tweede kind langer uit - Chinezen in Nederland in het eerste decennium van de 21ste eeuw - De maatschappelijke situatie van Surinaamse bevolkingsgroepen in Nederland - Sociaal-culturele verschillen tussen Turken, Marokkanen en autochtonen:eerste resultaten van de Nederlandse LevensLoop Studie (NELLS) - Dynamiek in stadswijken: sociale stijging en verhuizingen - Voorkeur huren boven kopen varieert sterk onder huizenbezitters - Subjectief welzijn: welke factoren spelen een rol? - Zorg zonder verblijf naar welvaart bij ouderen

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. In dit artikel wordt op basis van het Woon Onderzoek Nederland 2009 gekeken naar de mate waarin huizenbezitters met verhuisplannen een huurwoning verkiezen boven een koopwoning. Hoewel veruit de meeste eigenaar-bewoners op zoek zijn naar een koopwoning wil toch 16 procent een huurwoning. Dit percentage ligt nog veel hoger onder eenpersoonshuishoudens en paren van 75 jaar of ouder. Ook eigenaar-bewoners die vanwege een scheiding of een slechte gezondheid willen verhuizen, hebben een grotere voorkeur voor een huurwoning. Daarnaast prefereren vooral huishoudens in koopwoningen die geen baan hebben of een inkomen hebben beneden het minimumloon een huurwoning. In het algemeen bepalen de gezinsfase, verhuismotief en de financiële situatie van het huishouden de voorkeur voor huren onder eigenaar-bewoners het sterkst. Auteurs: Ingrid Esveldt en Andries de Jong

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Het afgelopen decennium is het aantal Chinezen in Nederland bijna verdubbeld. De groei hangt deels samen met de geboorte van tweede generatie Chinezen. Belangrijker nog is dat in de loop van het eerste decennium bijna 25 duizend Chinezen voor werk en/of studie naar Nederland zijn gekomen. Hiermee is de Chinese bevolkingsgroep qua omvang de vijfde groep niet-westerse allochtonen in Nederland geworden. Auteurs: Frank Linder, Lotte van Oostrom, Frank van der Linden en Carel Harmsen

In regio’s waar per saldo geen of weinig mensen naartoe verhuizen is de bevolking in de periode 2005-2008 sociaaleconomisch zwakker geworden.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Subjectief welzijn, in termen van geluk en tevredenheid met het leven, is gerelateerd aan verschillende factoren die betrekking hebben op de kwaliteit van leven. De ervaren gezondheid is het meest van belang. Maar ook regelmatig op vakantie gaan, een partner, contact met familieleden en het wonen in een buurt waar mensen prettig met elkaar omgaan, gaan gepaard met meer welzijn. Onveiligheidsgevoelens hangen negatief samen met geluk en de tevredenheid met het leven. Auteurs: Jacqueline van Beuningen en Rianne Kloosterman

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Op 1 januari 2010 was bij 44 procent van alle Nederlandse woningen sprake van een huurwoning. Het aandeel huurwoningen van een corporatie bedroeg bijna een derde van de gehele woningvoorraad.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Gemiddeld over alle 27 landen van de Europese Unie in 2010 was de groene druk 35 procent en de grijze druk 28 procent. Dat betekent dat er op elke 65-plusser 3,5 werkenden zijn. Deze aandelen lopen echterflink uiteen tussen de lidstaten.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. In 1971 telde Nederland 3,3 miljoen meerpersoonshuishoudens en iets minder dan 0,7 miljoen eenpersoonshuishoudens. Tussen 1971 en 2011 is het aantal meerpersoonshuishoudens gestegen naar 4,7 miljoen, een stijging van ruim 40 procent.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. De 40 aandachtswijken die in 2007 door minister Vogelaar zijn aangewezen, zijn in de periode 1999–2008 in vergelijking met de sociaaleconomische positie van de andere stadswijken tamelijk stabiel gebleven. Ook de sociaaleconomische ontwikkeling van de bewoners was gelijk aan die van andere stadsbewoners. Net als andere stadswijken kunnen aandachtswijken als springplank fungeren: onder personen die zich nieuw vestigden waren lage-inkomstengroepen oververtegenwoordigd, terwijl de mensen die in de wijk bleven wonen vaker sociaal stegen dan daalden, en ook de vertrekkers vaker sociale stijgers waren. Auteurs: Matthieu Permentier, Marjolijn Das en Karin Wittebrood

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. In 2010 zijn ruim 184 duizend kinderen in Nederland geboren. De gemiddelde leeftijd van de vader was met 34 jaar drie jaar hoger dan die van de moeder. De meeste vaders (80 procent) en moeders (85 procent) van deze kinderen waren tussen de 25 en 40 jaar oud.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Met data uit de eerste wave van de Nederlandse LevensLoop Studie (NELLS) vergelijken we Marokkanen, Turken en autochtonen (in de leeftijd 15–45 jaar) op een breed scala van sociale en culturele uitkomsten. De resultaten laten zien dat de gemiddelde Marokkaan/Turk traditioneler is dan de gemiddelde autochtone Nederlander. Dat uit zich zowel op sociaal gebied (meer familiaal) als op cultureel gebied (meer conservatief). De verschillen tussen eerste en tweede generatie immigranten zijn aanzienlijk op het gebied van waarden en normen, maar veel kleiner op het gebied van sociale kenmerken. Alle gepresenteerde verschillen zijn gecorrigeerd voor verschillen in opleidingsniveau, regio, urbanisatiegraad, leeftijd en sekse. Het NELLS werd mogelijk gemaakt door subsidie van NWO (via het Investeringen Middelgroot programma) en bijdragen van de universiteiten van Tilburg en Nijmegen. De tweede wave is voorzien voor 2012/2013. Auteurs: Paul M. de Graaf, Matthijs Kalmijn, Gerbert Kraaykamp en Christiaan W.S. Monden

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Hoe lager het inkomen of het vermogen, hoe meer mensen zorg zonder verblijf (voorheen thuiszorg) krijgen. Dat geldt met name voor het ontvangen van huishoudelijke hulp. Inkomen en vermogen zijn onafhankelijk van elkaar gerelateerd aan zorg zonder verblijf. Tevens is er sprake van een interactie tussen inkomen en vermogen ten aanzien van zorg zonder verblijf. De combinatie resulteert in effecten die op onderdelen fors groter zijn dan de som van de effecten van inkomen en vermogen afzonderlijk. Zo is er een verhoogde kans op zorg zonder verblijf bij ouderen met een laag inkomen én een laag vermogen. In de beschrijving van verschillen in het krijgen van zorg zonder verblijf heeft de samenvoeging van inkomen en vermogen tot één welvaartsindicator daarom zeker een toegevoegde waarde naast het gebruik van inkomen of vermogen als aparte indicatoren. Auteurs: Marleen Wingen, Mirthe Bronsveld-de Groot, Anton Kunst en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. In het dagelijks leven bestaan allerlei noties over verschillen en overeenkomsten tussen groepen Surinamers in Nederland: Hindostanen met relatief weinig gemengde relaties; Creolen en Marrons met veel alleenstaande ouders; Chinese Surinamers met veel hoogopgeleiden, relatief veel zelfstandigen en relatief hoge inkomsten, vooral uit arbeid; en Javaanse Surinamers die relatief vaak werknemer zijn. Wordt rekening gehouden met opleidingsniveau, dan worden de verschillen tussen de Surinaamse bevolkingsgroepen veel kleiner. Auteurs: Ko Oudhof en Carel Harmsen

Op 31 december 2009 waren er 900 transseksuelen in Nederland die een geslachtsverandering hebben ondergaan en deze in de periode 1995-2009 bij de rechtbank hebben vastgelegd. Van hen maakten er 850 deel uit van de bevolking van 15 tot 65 jaar (potentiële beroepsbevolking).

Tussen 2000 en 2010 is de levensverwachting van pasgeborenen sterk toegenomen. Deze steeg voor mannen van 75,5 tot 78,8 jaar en voor vrouwen van 80,6 tot 82,7 jaar.

Gemeenten in Nederland stellen jaarlijks van 65 duizend personen vast dat ze zowel uit de gemeente zijn vertrokken zonder dat te melden als na vertrek in geen enkele andere gemeente staan ingeschreven.

In 2010 zijn in Nederland 34,5 duizend allochtonen getrouwd. Een kwart van de huwende allochtonen was van Turkse of Marokkaanse herkomst.

De bevolking van de Randstadprovincies groeit onverminderd door. Tussen 2010 en 2025 groeit de bevolking in de Randstadprovincies naar verwachting met 700 duizend, het aantal huishoudens met ruim 400 duizend.

Partners vinden elkaar steeds vaker via internet of op het werk.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Van de 7,4 miljoen huishoudens in Nederland betreft een derde een huishouden met een of meer kind(eren). In bijna zeven op de tien gezinnen met een of meer kind(eren) gaat het om een gehuwd ouderpaar en bij 13 procent om een niet-gehuwd ouderpaar.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. De integratie van immigranten vergt doorgaans enkele generaties. Dit artikel vergelijkt de sociaaleconomische positie van allochtone en autochtone ouders en hun 25- tot 35-jarige kinderen. Allochtone ouders en hun kinderen blijken minder vaak werk en een lager inkomen te hebben dan hun autochtone generatiegenoten. Niet-westers allochtone zoons overtreffen vooral hun vader wat betreft inkomsten vaker dan autochtone zoons. De ten opzichte van autochtonen slechtere sociaaleconomische positie van niet-westerse allochtone ouders speelt hierbij een belangrijke rol. Auteurs: Ruben van Gaalen en Annemarie de Vos

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Sociale samenhang gaat samen met geluk en tevredenheid. Vooral mensen die meer contact hebben met familie, maandelijks deelnemen aan verenigingsactiviteiten en in een buurt wonen waar de sfeer goed is, geven relatief vaak aan dat ze gelukkig zijn. Ook frequent contact met vrienden of buren en vrienden in de buurt zijn van belang voor het ervaren van geluk en tevredenheid met het eigen leven. Tot slot blijken mensen die zich inzetten als vrijwilliger doorgaans gelukkiger en tevredener met hun leven dan mensen die dit niet doen. Auteurs: Godelief Mars en Hans Schmeets

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit. De meeste Nederlanders ondersteunen dit principe. Zij zijn van mening dat ouderen, mensen met een niet zo goede gezondheid en mensen die erfelijk belast zijn geen hogere zorgpremie zouden moeten betalen. Mensen met een ongezonde leefstijl kunnen op minder solidariteit rekenen: hun premie zou volgens ruim de helft hoger moeten zijn. Daarnaast zouden lage inkomens minder en hoge inkomens meer zorgpremie moeten betalen. Mensen blijken vooral solidair met groepen waartoe zij zelf behoren. Zo vinden vooral niet-rokers dat mensen die roken meer premiezouden moeten betalen. Auteur: Rianne Kloosterman

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. In 2010 woonden Nederlanders op gemiddeld 1,1 kilometer van het dichtstbijzijnde kinderdagverblijf. In Noord-Holland was de afstand met 800 meter het kleinst en in Friesland met gemiddeld 2,1 kilometer het grootst. Inwoners van het Friese eiland Schiermonnikoog woonden gemiddeld het verst van een kinderdagverblijf, met een gemiddelde afstand van meer dan 30 kilometer.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking kan bij buurtgenoten terecht voor praktische hulp. Minder vaak is er een steun en toeverlaat in de buurt: ruim de helft kan na een droevige gebeurtenis bij buren terecht. Een vergelijkbaar deel is van de partij als er een buurtactiviteit plaatsvindt. Het aandeel dat dergelijke activiteiten helpt organiseren is met een kleine 20 procent een stuk kleiner. Verder is ruim een vijfde wel eens als vrijwilliger actief geweest in de buurt. De oudere en middelbare leeftijdsgroepen, autochtonen en mensen in niet-stedelijke buurten hebben naar verhouding de meeste binding met hun buurt en buurtgenoten. Auteurs: Rianne Kloosterman, Karolijne van der Houwen en Saskia te Riele

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. In Utrecht wonen kinderen vooral in de Vinex-wijken Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn, hebben zich in de omgeving van opleidingen veel studenten gevestigd en blijven mensen van middelbare leeftijd wonen waar zij zijn opgegroeid of op de comfortabele plek die ze later hebben verworven.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. In de afgelopen halve eeuw is de bevolking van Nederland naar verhouding veel sterker gegroeid dan die van de meeste andere Europese landen. In deze periode groeide de Nederlandse bevolking met 45 procent, van 11,4 naar 16,6 miljoen inwoners.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. In Nederland beschikken 1,1 miljoen personen over meerdere nationaliteiten. Ruim 60 procent van de Nederlanders vindt dat bij het verkrijgen van een Nederlands paspoort het andere paspoort moet worden afgestaan. Een kwart is van mening dat het andere paspoort niet hoeft worden afgestaan. Over de stelling ‘Ministers mogen geen dubbele nationaliteit hebben’ zijn de opvattingen nog meer uitgesproken: 70 procent vindt dat dit niet mag worden toegestaan, tegenover 18 procent voor wie dit geen probleem is. Vooral opvattingen over minderheden spelen een rol bij de mening over dubbele nationaliteiten. Iets minder belangrijk is de mening over de Europese eenwording en over Turkije als toekomstige EU-lidstaat. Auteurs: Hans Schmeets en Maarten Vink

Artikelen in dit nummer: Vaders gemiddeld 3 jaar ouder dan moeders - Sociaaleconomische positie van ouders en kinderen naar herkomst - Opvattingen over dubbele nationaliteit: wie is tegen en wie niet? - Solidariteit in de gezondheidszorg - Meer sociale samenhang, meer geluk? - Binding met buurt en buurtgenoten

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Thuiswonende kinderen die op zichzelf gaan wonen verhuizen verreweg het vaakst in augustus of september. In die twee maanden vindt bijna een kwart van de verhuizingen plaats van thuiswonende kinderen die als alleenstaande gaan wonen.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Omdat de belangstelling voor vruchtbaarheidscijfers van mannen is toegenomen, publiceert het CBS nu ook de (gemiddelde) leeftijd van vaders en het totale vruchtbaarheidscijfer van mannen vanaf 1996. In 2010 waren vaders gemiddeld 32,4 jaar bij de geboorte van het eerste kind. Dat is 3 jaar ouder dan de gemiddelde moeder. Het totaal vruchtbaarheidscijfer van mannen lag met 1,72 iets onder dat van vrouwen. Auteurs: Elma Wobma en Mila van Huis

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Op 1 januari 2011 woonden er 1,9 miljoen niet-westerse allochtonen in Nederland. Daarmee vormden ze 11,4 procent van de totale bevolking. De afgelopen decennia is dit aandeel fors toegenomen.

In het voorontwerp voor de nieuwe pensioenwet wordt voorgesteld de richtleeftijd voor AOW en pensioen, na een eerste verhoging tot 66 jaar, te koppelen aan de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Hiertoe wordt elke vijf jaar aan de hand van de dan geldende CBS-prognose vastgesteld of een verdere verhoging met ten hoogste één jaar gerechtvaardigd is. Op basis van de huidige stochastische sterfteprognose van het CBS is doorgerekend wat, gegeven iemands geboortejaar, diens meest waarschijnlijk toekomstige pensioengerechtigde leeftijd is als de wet van kracht wordt. Omdat de ontwikkeling van de levensverwachting grote onzekerhedenkent is ook de toekomstige pensioenleeftijd onzeker. Daarom wordt een kansverdeling gepresenteerd.

In september 2011 passeert Den Haag de grens van 500 duizend inwoners. Sinds de eeuwwisseling is de Haagse bevolking met bijna 60 duizend personen gegroeid. Wat opvalt, is dat het aandeel jongeren tot 20 jaar is toegenomen en het aandeel 65-plussers is gedaald.

In 2010 hebben 1600 inwoners van Nederland een einde aan hun leven gemaakt. Hiermee steeg het aantal zelfdodingen voor het derde achtereenvolgende jaar. Zelfdoding concentreert zich in toenemende mate in de middelbare leeftijdsgroep. Voor 15- tot 30-jarigen is het echter de belangrijkste doodsoorzaak.

In 2010 zijn 672 kinderen geadopteerd. Dit zijn er ongeveer evenveel als in het voorafgaande jaar, maar veel minder dan in het piekjaar 2004. In dat jaar werden 1 378 kinderen geadopteerd.

In de eerste helft van 2011 verlieten ruim 58 duizend personen ons land. Dat zijn er bijna 5 duizend meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

Begin 2011 waren er bijna 200 duizend Midden- en Oost-Europeanen in Nederland geregistreerd als inwoner of werknemer. Dit aantal is in de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld.

Op 1 januari 2011 stonden er 117 duizend Midden- en Oost-Europeanen (MOE-landers) van de eerste generatie ingeschreven als inwoner van Nederland. Dat is 0,7 procent van de totale bevolking. De Noord-Brabantse gemeente Zundert heeft met 3,0 procent relatief het grootste aandeel MOE-landers in haar bevolking.

Het aantal ouderen groeit snel, maar het aantal ouderen in een verzorgings- of verpleeghuis daalt.

Het aantal inwoners van Nederlandse steden is de laatste jaren opvallend snel gestegen. Vooral de drie grootste laten een bovengemiddelde stijging zien.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Op 1 januari 2010 telde Rotterdam 593 duizend inwoners. Van hen was bijna 37 procent (219 duizend) niet-westers allochtoon. In heel Nederland is ruim één op de tien inwoners van niet-westerse herkomst. Rotterdam heeft dus ruim drie keer zoveel niet-westerse inwoners als gemiddeld.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Hedendaagse gezinnen kenmerken zich door een grote diversiteit in samenstelling. Veranderingen in demografisch gedrag, zoals uitstel en afstel van trouwen, uit elkaar gaan en het vormen van nieuwe gezinnen, hebben geleid tot meer variatie in gezinstypen. Gezien de demografische ontwikkelingen van de afgelopen tien à vijftien jaar lijkt het erop dat de Tweede Demografische Transitie wat betreft een aantal transities in de eindfase zit of deze eindfase heeft bereikt. Auteur: Arie de Graaf

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Onder personen met een lager vermogen of inkomen is het aandeel dat naar de huisarts gaat groter dan onder personen met een hoger vermogen of inkomen. Hoe lager het inkomen of het vermogen, hoe groter bovendien de kans op de diagnose psychische problemen, problemen met de luchtwegen of diabetes mellitus. De combinatie van inkomen en vermogen tot een welvaartsindicator laat eenzelfde beeld zien als vermogen en inkomen afzonderlijk. Bij de diagnose psychische problemen is er bovendien een sterke interactie tussen inkomen en vermogen. Auteurs: Marleen Wingen, Marije Berger-Van Sijl, Anton Kunst en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Eind september 2008 woonden er 338 duizend Surinamers van uiteenlopende etnische achtergrond in Nederland. Aan de hand van een nieuwe indelingsmethode op basis van de familienaam, kunnen de omvang, samenstelling en regionale spreiding van de diverse etnische groepen worden berekend. In dit artikel wordt deze methode beschreven en worden de aantallen Hindostanen, Creolen, Javanen, Chinezen en Marrons gepresenteerd. Auteurs: Ko Oudhof, Carel Harmsen, Suzanne Loozen en Chan Choenn

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. In veel landen, vooral in het noordelijke deel van de Europese Unie (EU), is niet-gehuwd samenwonen voor jonge mensen zonder kinderen inmiddels de norm geworden. Het aandeel niet-gehuwd samenwonenden is het hoogst bij paren waarin de vrouw een twintiger is, en neemt af met de leeftijd.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. De emigratieveronderstellingen voor de bevolkingsprognose zijn voor een groot deel gebaseerd op retourpercentages: het aandeel immigranten dat weer uit Nederland vertrekt. De retourpercentages liggen relatief hoog voor arbeids- en studiemigranten en laag voor asiel- en gezinsmigranten. Het toegenomen belang van arbeidsmigratie betekent dat de retourpercentages voor veel herkomstgroepen naar verwachting ook in de toekomst rond het hoge niveau van het afgelopen tien jaar zullen liggen. De emigratiegeneigdheid van in Nederland geboren personen is in 2009 scherp gedaald, maar in 2010 weer iets hersteld. Verondersteld wordt dat deze in de toekomst gemiddeld genomen rond het niveau uit de jaren 2002–2003 zal liggen, nog iets boven het huidige niveau. Auteurs: Han Nicolaas, Coen van Duin, Stephan Verschuren en Elma Wobma

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. De uitkomsten van de nieuwe bevolkingsprognose voor de periode 2010–2060 zijn mede gebaseerd op veronderstellingen over de immigratie. Op grond van analyses van migratiepatronen en migratiemotieven naar herkomstgroepen wordt verwacht dat op termijn jaarlijks 144 duizend immigranten naar Nederland komen. De meesten van hen zijn afkomstig uit de Europese Unie, gevolgd door Azië. In toenemende mate zijn arbeid en studie belangrijke motieven voor migratie. Auteurs: Han Nicolaas, Coen van Duin, Stephan Verschuren en Elma Wobma

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Het karakter van arbeidsmigratie is sterk veranderd. Gastarbeiders uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw vestigden zich vaker permanent in Nederland dan de ‘nieuwe’ arbeidsmigranten. Dit artikel is gericht op de populatie immigranten die zich in de periode 2000-2006 inschrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie en binnen een jaar een baan als werknemer hebben. Een deel is afkomstig uit westerse landen, goed geïntegreerd op de arbeidsmarkt en wordt op basis van hun toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie geselecteerd. Tegelijkertijd lijkt er nog steeds een meer klassieke groep arbeidsmigranten te bestaan, met een relatief laag inkomen en opleidingsniveau. Het hebben van een partner of kind zorgt voor meer binding met Nederland dan de sociaaleconomische situatie. Auteurs: Stephan Verschuren, Ruben van Gaalen en Han Nicolaas

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Voor bevolkingsprognoses maakt het CBS onder meer gebruik van gegevens over de sterfte naar doodsoorzaak. In de voorgaande prognoses werden vanaf 80-jarige leeftijd geen doodsoorzaken meer onderscheiden, omdat de codering ervan weinig valide werd geacht. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de leeftijd waarboven het onderscheiden van (specifieke) doodsoorzaken voor bevolkingsprognoses niet meer zinvol is. Daartoe zijn tijdreeksen opgesteld voor onvoldoende specifieke codes (‘verlegenheidscodes’) bij de groepen overledenen tot en vanaf 80 jaar. De hiervoor gebruikte lijst met verlegenheidscodes volgens Mathers et al. bevat code I50.9 (decompensatio cordis), waarvan we menen dat deze in Nederland niet als verlegenheidscode hoeft te worden aangemerkt. De resultaten worden daarom met en zonder I50.9 als verlegenheidscode gepresenteerd. Aan de hand van WHO-kwaliteitscriteria wordt geconcludeerd dat het optrekken van de leeftijdsgrens voor het onderscheiden van doodsoorzaken voor bevolkingsprognoses naar 85 jaar, en mogelijk zelfs tot 90 jaar, verantwoord is. Auteurs: Peter Harteloh en Kim de Bruin

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Uit een analyse van de relatie tussen sterfte en temperatuur in week 22 tot en met 30, de periode van de zomer waarin een hittegolf viel, blijkt dat voor Nederland als geheel de extra sterfte als gevolg van de hitte uitkwam op 22 personen per week per graad temperatuurstijging.

De afgelopen drie jaar is het aantal jonge gezinnen in Nederland toegenomen. Het aantal vrouwen dat voor het eerst moeder werd is gestegen van 82 duizend in 2008 tot bijna 86 duizend in 2010.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Vooral door een naar Europese maatstaven langdurig hoog geboortecijfer is Nederland nu nog minder sterk vergrijsd dan zijn buurlanden en de meeste andere Europese landen. Binnen ons land bestaan echter wel zeer grote verschillen in vergrijzing. In perifere en welvarende gemeenten is de grijze druk tot bijna vijf keer zo hoog als in de jongste gemeenten. De toename van het aantal 65-plussers is in het afgelopen decennium onder mannen twee keer zo groot geweest als onder vrouwen. Deze ontwikkeling hangt sterk samen met de historische seksespecifieke trends in de sterfterisico’s. In absolute zin hebben de dalende sterftecijfers voor hart- en vaatziekten in de afgelopen vier decennia het meest bijgedragen aan de stijging van de levensverwachting. Sinds 2002 neemt de levensverwachting – en daarmee de vergrijzing – sneller toe dan voorheen en loopt ons land weer in de pas met andere West-Europese landen. Vanaf 2011 vergrijst Nederland in versneld tempo. De omvangrijke babyboomgeneratie en het snel gegroeide aantal niet-westerse allochtonen leveren in de komende decennia een grote bijdrage aan de vergrijzing. Auteurs: Joop Garssen

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Als onderdeel van de bevolkingsprognose publiceert het CBS om het jaar een langetermijnprognose voor de sterftekansen en de levensverwachting. De nieuwste update van deze prognose is 17 december 2010 verschenen. Het model voor de sterfteprognose maakt onderscheid tussen sterfte aan een aantal belangrijke doodsoorzaken. Ten opzichte van de prognose uit 2008 zijn er een aantal veranderingen in het model doorgevoerd. Er wordt in meer detail naar doodsoorzaken onderscheiden en dit onderscheid wordt tot hogere leeftijden gebruikt. Volgens de nieuwe prognose stijgt de periode-levensverwachting bij geboorte voor mannen tot 84,5 jaar in 2060 en voor vrouwen tot 87,4 jaar. De vorige prognose keek vooruit tot 2050. Voor dat jaar geeft de nieuwe prognose een bijstelling van de levensverwachting voor mannen met 0,5 jaar en voor vrouwen met 1,0 jaar. Volgens de nieuwe prognose zullen de mannen die in 1960 geboren werden een (cohort-)levensverwachting van 79 jaar hebben en zullen de vrouwen met dat geboortejaar gemiddeld 83 worden. Auteurs: Coen van Duin, Gwen de Jong, Lenny Stoeldraaijer en Joop Garssen

Artikelen in dit nummer: Demografie van de vergrijzing - Bevolkingsprognose 2010–2060: model en veronderstellingen betreffendede sterfte - Bevolkingsprognose 2010–2060: veronderstellingen over immigratie - Bevolkingsprognose 2010–2060: veronderstellingen over emigratie - Huishoudensprognose 2011–2060: meer en kleinere huishoudens - Arbeidsmigratie, volgmigratie en retourmigratie in de periode 2000–2006 - Minder asielzoekers in 2010 - Gezinnen in beweging - Omvang en spreiding van Surinaamse bevolkingsgroepen in NederlandAantrekkingskracht van regio’s en demografi sche gevolgen - Kwaliteit van registratie van doodsoorzaken op oudere leeftijd - Geregistreerde contacten met de huisarts en materiële welvaart

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Tussen nu en 2040 zal meer dan een derde van alle Nederlandse gemeenten te maken krijgen met een afname van de bevolking. In ongeveer een tiende van de gemeenten zal ook het aantal huishoudens dalen. Bevolkingsgroei en -krimp raken tal van maatschappelijke aspecten, waaronder lokale voorzieningen, arbeids- en woningmarkt en onderwijs. Uitstroom van kenniskapitaal, vermogenden en jongeren, leegstand en dalende vastgoedwaarden kunnen zich voordoen. Op snel groeiende plaatsen gebeurt vaak het tegenovergestelde. Dit artikel laat zien welke regio’s in de periode 2005 tot 2010 zijn gegroeid of gekrompen, en hoe de aantrekkingskracht van regio’s samenhangt met hun sociaaldemografische ontwikkeling. Regio’s die per saldo zowel buitenlandse nieuwkomers als binnenlandse toestromers aantrekken ‘vertwintigen’ en vergrijzen daarmee beduidend minder snel dan gemiddeld. De grijze druk neemt er zelfs af. Regio’s die relatief minder aantrekkend zijn, kennen meestal geen binnenlandse toestroom van jongeren, en de minst aantrekkende per saldo ook geen toestroom van andere leeftijdscategorieën. Frappant is ook dat in gebieden zonder aantrekkende werking onder twintigers vooral mannen overblijven. Auteurs: Jan Latten en Niels

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. In 2010 kwamen 13,3 duizend asielzoekers naar Nederland. Dit is een daling van 11 procent ten opzichte van 2009, toen 14,9 duizend mensen een asielverzoek indienden. Bijna de helft van de asielzoekers was afkomstig uit Irak, Somalië of Afghanistan. De aantallen asielzoekers uit Irak en Somalië zijn ten opzichte van 2009 sterk afgenomen, terwijl het aantal asielzoekers uit Afghanistan juist licht is toegenomen. Auteurs: Arno Sprangers en John de Winter

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. In 2009 was de levensverwachting van pasgeboren jongens 78,5 jaar (grafi ek 1). In 1950 was dit nog 70,3 jaar. Deze stijging in de levensverwachting van jongens vond grotendeels plaats vanaf het midden van de jaren zeventig.

In het eerste decennium van deze eeuw is de Nederlandse bevolking naar verhouding sneller gegroeid dan die van de Europese Unie als geheel. In geen enkel ander land van de EU-27 was de bijdrage van migratie echter zo klein als in Nederland.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Volgens de nieuwe huishoudensprognose groeit het aantal huishoudens in Nederland nog met een miljoen, tot een maximum van 8,5 miljoen rond 2045. Daarna is een beperkte krimp voorzien. De toename betreft bijna geheel eenpersoonshuishoudens, voornamelijk van ouderen. Ten opzichte van de vorige prognose zijn de verwachtingen wat betreft de relatieve verdeling van de verschillende huishoudenstypen bijna ongewijzigd. De aantallen liggen hoger door de bijgestelde verwachtingen voor de migratie en de levensverwachting in de bevolkingsprognose. Auteurs: Coen van Duin en Lenny Stoeldraijer

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Op 1 januari 2010 telde Nederland ruim 2,5 miljoen 65-plussers. Daarmee behoorde 15 procent van de totale bevolking tot deze leeftijdscategorie. De verschillen in het aandeel ouderen per provincie zijn groot: in Zeeland zijn ongeveer twee op de tien personen 65 jaar of ouder, terwijl dat in Flevoland slechts een op de tien is.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Op 1 januari 2010 woonden er in Nederland 342 duizend Surinamers. Dat was ruim 2 procent van de totale bevolking. In 1972 bedroeg het aantal Surinamers nog slechts 53 duizend.

Vooral door een naar Europese maatstaven langdurig hoog geboortecijfer is Nederland minder sterk vergrijsd dan zijn buurlanden en de meeste andere Europese landen. Er bestaan wel zeer grote regionale verschillen in vergrijzing. In perifere en welvarende gemeenten is de grijze druk tot bijna vijf keer zo hoog als in de jongste gemeenten.

In 2010 woonde een op de vijf 18- tot 65-jarige mannen alleen. Bij vrouwen was dit ruim een op de zes.

In 2010 was één op de tien vrouwen die voor het eerst trouwden boven de 40. In 1980 gold dit voor één op de honderd ‘jonge’ bruiden.

Sinds 2003 daalt het aantal meerlinggeboorten in Nederland. Doordat er de laatste jaren vaak maar 1 eicel wordt teruggeplaatst bij in-vitrofertilisatie is het aantal tweelingen fors afgenomen.

De uitkomsten van de nieuwe bevolkingsprognose voor de periode 2010-2060 zijn mede gebaseerd op veronderstellingen over de immigratie. Op grond van analyses van migratiepatronen en migratiemotieven naar herkomstgroepen wordt verwacht dat op termijn jaarlijks 144 duizend immigranten naar Nederland komen. De meesten van hen zijn afkomstig uit de Europese Unie, gevolgd door Azië. In toenemende mate zijn arbeid en studie belangrijke motieven voor migratie.

De emigratieveronderstellingen voor de bevolkingsprognose zijn voor een groot deel gebaseerd op retourpercentages: het aandeel immigranten dat weer uit Nederland vertrekt. De retourpercentages liggen relatief hoog voor arbeids- en studiemigranten en laag voor asiel- en gezinsmigranten. Het toegenomen belang van arbeidsmigratie betekent naar verwachting dat de retourpercentages voor veel herkomstgroepen ook in de toekomst rond het hoge niveau van het afgelopen tien jaar zullen liggen. De emigratiegeneigdheid van in Nederland geboren personen is in 2009 scherp gedaald, maar in 2010 weer iets hersteld. Verondersteld wordt dat deze in de toekomst gemiddeld genomen rond het niveau uit de jaren 2002-2003 zal liggen, nog iets boven het huidige niveau.

Honderd jaar geleden vestigden zich de eerste Chinezen in Nederland. Het aantal eerstegeneratie-Chinezen is sindsdien opgelopen tot ruim 51 duizend per 1 januari 2011. Vooral de afgelopen twintig jaar is het aantal Chinezen snel toegenomen.

Nederland krijgt de komende decennia te maken met een forse groei van het aantal huishoudens.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. In 2009 vonden er 3 153 geboorten plaats van tweelingen en 44 geboorten van drie- of meerlingen. Het aandeel van de tweelinggeboorten ligt sinds 2007 rond de 17 per duizend geboorten. In de jaren daarvoor, sinds 1998, waren dat er ruim 18.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. De behaalde opleiding bepaalt in hoge mate of iemand werkt en wat het niveau is van zijn of haar beroep. Dit artikel gaat in op de verschillen tussen provincies in het aandeel hoogopgeleiden en hun arbeidsparticipatie. In de Randstedelijke provincies van Nederland blijken relatief veel hoogopgeleide mensen te wonen. De arbeidsparticipatie van hoogopgeleiden is hoog en laat weinig provinciale verschillen zien. Zeeuwse vrouwen met een hoge opleiding maken relatief vaak geen deel uit van de werkzame beroepsbevolking. Een op de drie hoogopgeleiden heeft een beroep dat beneden zijn of haar opleidingsniveau ligt. Auteurs: Kasper Leufkens en Martijn Souren.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 201. Bijna 80 procent van de volwassen Nederlandse bevolking geeft aan de meeste mensen in hun buurt te vertrouwen. Het overgrote deel heeft contact met directe buren en overige buurtgenoten. Het contact met directe buren is vaak hecht, het contact met overige buurtgenoten blijft eerder wat oppervlakkig. Ouderen, mensen met een hoog inkomen, autochtonen en degenen die al wat langer in een buurtwonen hebben meestal veel vertrouwen en een hecht burencontact. In buurten met een groot aandeel niet-westerse allochtonen, lage inkomens, een hoge stedelijkheidsgraaden /of veel verhuizingen is het vertrouwen relatief laag en hebben mensen minder (hecht) contact met elkaar. Auteurs: Karolijne van der Houwen en Rianne Kloosterman.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Bij een naar verhouding slechte arbeidsmarkt met een stijgend aantal werklozen daalde in 2009 toch de langdurige werkloosheid. Dit is echter een naijleffect van een gunstige periode met minder kortdurige werklozen. Daardoor is de langdurige werkloosheid minder gevoed. In 2005, eveneens een slecht arbeidsmarktjaar, deed zich het omgekeerde voor. Toen steeg de langdurige werkloosheid als gevolg van de toename van de kortdurige werkloosheid een jaar eerder. Jongeren waren het minst vaak langdurig werkloos. Zij zijn ook beter in staat dan ouderen om langdurige werkloosheid te voorkomen, zelfs als de situatie op de arbeidmarkt verbetert. Verder waren allochtonen relatief vaker langdurig werkloos dan autochtonen. Auterus: Harry Bierings, Léander Kuijvenhoven, Jan van der Laan en Robert de Vries

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Inwoners van Nederland gingen in 2008 gemiddeld 2,8 keer naar de huisarts. Degenen die de dichtstbijzijnde huisarts kozen, hoefden voor dit doktersbezoek meestal geen grote afstand af te leggen: de gemiddelde afstand bedroeg 0,9 kilometer.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. De inkomstenontwikkeling van een persoon wordt vooral bepaald door zijn persoonlijke kenmerken en hangt veel minder sterk samen met de kenmerken van zijn woonbuurt. Bovendien is het niet zeker dat de samenhangen tussen buurtkenmerken en inkomstenontwikkeling echte buurteffecten zijn. Mogelijk verschillen inwoners van verschillende buurten van elkaar op ongemeten persoonlijke kenmerken, en daarnaast is de vraag met wie ze daadwerkelijk omgaan. Auterus: Marjolijn Das, Sako Musterd, Sjoerd de Vos en Jan Latten

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. In 2060 zal Nederland ruim 17,7 miljoen inwoners tellen, 1,1 miljoen meer dan op dit moment. De samenstelling van de bevolking zal naar verhouding sterker veranderen dan de omvang. Het aandeel van de niet-westerse allochtonen in de bevolking groeit van 11,4 naar 18,5 procent. Over een halve eeuw zullen naar verwachting 5,4 miljoen inwoners (westers of niet-westers) allochtoon zijn. Zij maken dan31 procent uit van de Nederlandse bevolking. Het aantal autochtonen neemt vanaf medio jaren twintig af, van 13,3 naar 12,3 miljoen. In 2060 bedraagt hun aandeel in de bevolking 69 procent, tegen 79 procent op dit moment. De niet-westerse bevolkingsgroep is nu nog aanzienlijk jonger dan de autochtone bevolking, maar zal in snel tempo vergrijzen. Met 22 procent 65-plussers zijn de niet-westerse allochtonen in 2060 bijna even sterk vergrijsd als de autochtonen. Auteur: Lenny Stoeldraijer en Joop Garssen

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. In de periode 2007/2009 hield één op de vijf jongeren er een ongezonde leefstijl op na. Onvoldoende bewegen, overgewicht en het gebruik van tabak, alcohol en cannabis maken daar deel van uit. In de periode 2007/2009 rookte een op de vijf jongeren dagelijks, was een op de vijf een zware drinkeren had een op de tien in de maand voorafgaand aan het onderzoek cannabis gebruikt. De helft van de jongeren bewoog onvoldoende en een op de zes kampte met overgewicht. Het zijn vooral de jongens die meerdere genotmiddelen gebruiken en te weinig bewegen. De leefstijl van jongeren met overgewicht verschilt weinig van die van jongeren zonder overgewicht. Auteurs: Doreen Ewalds en Francis van der Mooren.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Echtscheidingen waren vroeger nog uitzonderlijk, maar in de decennia die volgden veranderde dit snel. Sinds het begin van de vorige eeuw nam het aantal scheidingen toe van circa 600 naar 34 duizend per jaar.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Recente demografische ontwikkelingen en enkele aanpassingen in het prognosemodel liggen ten grondslag aan een nieuwe CBS-bevolkingsprognose die op enkele punten afwijkt van de vorige prognose uit 2008. Het meest opvallend is een snellere vergrijzing en hogere levensverwachting dan eerder werd aangenomen. Het aantal 65-plussers groeit tussen nu en 2040 van 2,4 naar 4,6 miljoen, 143 duizend meer dan volgens de vorige prognose. De levensverwachting bij geboorte stijgt in de komende halve eeuw voor mannen van 78,8 naar 84,5 jaar. Bij vrouwen neemt deze levensverwachting toe van 82,7 naar 87,4 jaar. Met 17,8 miljoenmensen is het maximale inwonertal van ons land, in 2040, ongeveer 360 duizend hoger dan twee jaar geleden werd verwacht. Auteurs: Coen van Duin en Joop Garssen

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Ondanks de voortdurend veranderende samenstelling vande Nederlandse bevolking en huishoudens zijn vrouwen in de hoogste leeftijdsgroepen nog steeds fors oververtegenwoordigd. Voorts maken vrouwen vaker dan mannen deel uit van een eenoudergezin en wonen ze op hogere leeftijden vaker alleen. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste demografische ontwikkelingen in de afgelopen jaren, waarbij de nadruk ligt op de verschillen tussen mannenen vrouwen. Auteur: Elma Wobma

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Op 1 januari 2010 woonden er 138 duizend Nederlands Antillianen en Arubanen in Nederland. Dat is iets minder dan 1 procent van de totale bevolking.

Artikelen in dit nummer: Bevolkingsprognose 2010–2060: sterkere vergrijzing, langere levensduur - Prognose van de bevolking naar herkomst, 2010–2060 - Ruim helft Poolse immigranten vertrekt weer - Mannen en vrouwen in Nederland -Levensverwachting zonder chronische ziektes - Een op de vijf jongeren heeft ongezonde leefstijl - Meer dan 55 duizend kinderen geadopteerd sinds invoering adoptiewet - Regionale verschillen in aandeel hoogopgeleiden en arbeidsparticipatie - Maakt het uit waar je woont? Sociale stijging en invloed van de buurt - Vertrouwen in en contacten met buurtgenoten - Langdurige werkloosheid, 2002–2009

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Van de Poolse immigranten die in de jaren 2000–2009 naar Nederland kwamen, is inmiddels bijna 60 procent weer vertrokken. Dit aandeel is iets kleiner dan onder de Spaanse en Italiaanse immigranten uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar beduidend groter dan onder Turken en Marokkanen die in die tijd naar Nederland kwamen. Anders dan destijds onder Turken en Marokkanen is van grootschalige gezinshereniging onder Poolse immigranten (vooralsnog) geen sprake. Auteur: Han Nicolaas

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Van alle lidstaten van de Europese Unie is Malta het dichtstbevolkt. In 2008 telde dit land 1 304 inwoners per vierkante kilometer. Geen enkele andere lidstaat komt ook maar in de buurt van dit aantal. Op de tweede plek staat Nederland, met 487 inwoners per vierkante kilometer in 2008.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Op 1 januari 2009 was een op de tien Nederlandse woningen gebouwd na 2000. Op gemeenteniveau waren er echter grote verschillen in het aandeel van de woningvoorraad dat na 2000 is gebouwd.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. De levensverwachting zonder chronische ziektes geeft een indicatie van de kwaliteit van het (resterende) leven. Deze maat is gebaseerd op het vóórkomen van een selectie van ziektes. De ziektes in deze selectie hebben verschillende invloeden op de gezonde levensverwachting. Ze komen niet allemaal evenveel voor en treffen groepen met verschillende sociaaleconomische en demografische kenmerken in verschillende mate. Laagopgeleiden hebben vooral op jongvolwassen en middelbare leeftijd vaker te kampen met bepaalde chronische ziektes. De ziektevrije levensverwachting van lager opgeleiden is hierdoor lager dan die van hoger opgeleiden. Auteur: Jan-Willem Bruggink

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2011. Sinds de invoering van de adoptiewet in 1956 zijn in Nederland ruim 55 duizend kinderen geadopteerd. Tot midden jarenzeventig waren dit vooral Nederlandse kinderen, daarna hoofdzakelijk buitenlandse. Het totaal aantal geadopteerde buitenlandse kinderen is met 39 duizend meer dan twee keer zo groot als het aantal geadopteerde Nederlandse kinderen. Het aantal geadopteerde meisjes is iets groter dan het aantal geadopteerde jongens. De laatste jaren is China het belangrijkste herkomstland van adoptiekinderen. Auteurs: John de Winter, Arie Eilbracht en Arno Sprangers.

Dit artikel beschrijft het model dat voor de sterfteprognose wordt gebruikt. Verder worden veronderstellingen met betrekking tot geselecteerde doodsoorzaken en de uitkomsten van de prognose voor de levensverwachting besproken.

In 2010 zijn bijna 10 duizend partnerschappen geregistreerd. Dat waren er in 2001 nog ruim 2 duizend.

Op 27 februari 2011 is het veertig jaar geleden dat in ons land de eerste abortuskliniek werd geopend. Jaarlijks laten ongeveer 28 duizend in Nederland wonende vrouwen een abortus verrichten.

Arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid van vrouwen verder toegenomen ondanks crisis.

Op 1 januari 2011 telde Nederland 16,7 miljoen inwoners, 80 duizend meer dan een jaar eerder. In 2010 werd het immigratierecord van het jaar ervoor licht overschreden.

In de periode 2001-2008 groeide de Nederlandse bevolking met bijna 420 duizend personen. Deze groei is niet gelijk verdeeld over steden en dorpen. In bijna 60 procent van de kernen tot 2 duizend inwoners in Limburg en Noord- en Zuid-Holland kromp de bevolking.

Het risico om door kanker te overlijden daalt. Mannen hadden in 2010 circa 14 procent minder kans om door kanker te sterven dan in 2000; bij vrouwen daalt het sterfterisico met circa 5 procent minder snel.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010. In de prognose 2010–2060, die het CBS in december 2010 publiceert, wordt een nieuwe methode gebruikt om het aantal geboorten van tweede generatie kinderen te schatten. Deze nieuwe methode is gebaseerd op veronderstellingen over het gedrag van eerste generatie allochtonen, van autochtonen en van tweede generatie allochtonen op het gebied van partnerkeuze en vruchtbaarheid. Om na te gaan hoe de nieuwe aanpak de uitkomsten beïnvloedt, is de prognose van 2008 herberekend. De westerse tweede generatie groeit volgens de nieuwe schatting minder snel, de niet-westerse tweede generatie sneller. Volgens de nieuwemethode zijn er in de toekomst meer niet-westerse tweede generatie allochtonen met één in Nederland geboren ouder dan eerder gedacht. Bij de westerse allochtonen komt dit aantal lager uit dan volgens de prognose uit 2008. Auteurs: Coen van Duin en Elma Wobma

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010. Dit artikel doet verslag van een onderzoek naar de omvang en het profiel van de populatie feitelijk daklozen in Nederland. Hoewel er op lokaal niveau diverse betrouwbare schattingen zijn gedaan, ontbreken actuele en betrouwbare cijfers op nationaal niveau. In dit onderzoek wordt hierin voorzien door gebruik te maken van de zogeheten vangsthervangst methode. De resultaten laten zien dat nog een aanzienlijke groep mensen geen dak boven het hoofd heeft. Daarnaast blijkt dat het profiel van de daklozen nogal afwijkt van dat van de algemene bevolking. Mannen, ongehuwden en personen tussen de 30 en 50 jaar zijn bij de daklozen fors oververtegenwoordigd. Auteurs: Moniek Coumans, Maarten Cruyff, Peter van der Heijden, Hans Schmeets en Judith Wolf

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010. Tegenwoordig worden ruim vier op de tien kinderen buiten het huwelijk geboren. Van de eerstgeborenen wordt zelfs iets meer dan de helft buiten het huwelijk geboren. In veel gevallen betreft het geboorten bij samenwonende paren. Dit is echter niet op te maken uit de huidige CBS-cijfers naar burgerlijke staat van de moeder. In dit artikel wordt een nieuwe indeling naar samenleefvorm van de moeder beschreven, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen moeders die gehuwd samenwonen, niet-gehuwd samenwonen en zonder partner wonen ten tijde van de geboorte van hun kind. Auteurs: Mila van Huis en Suzanne Loozen

Artikelen in dit nummer: Het effect van de economische crisis op demografische ontwikkelingen - Demografie van (niet-westerse) allochtonen in Nederland - Samenleefvorm van de moeder bij geboorte van het kind - Schatting van de toekomstige omvang van de tweede generatie - Vergelijking van migratiestromen tussen Nederland en Zweden - Dakloos in Nederland.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010. Statistieken over emigratie en immigratie tussen twee landen komen vaak slecht met elkaar overeen. Dit heeft te maken met verschillen in registratie en definities. Internationaal is er veel aandacht voor het verbeteren van de vergelijkbaarheid van migratiestromen. In dit kader hebben het CBS en het Zweedse statistiekbureau hun registraties van de migratie tussen beide landen met elkaar vergeleken. Op jaarbasis blijken aanzienlijke verschillen te bestaan, die niet door definitieverschillen verklaard kunnen worden. Auteurs: Elma Wobma, Han Nicolaas en Annika Klintefelt

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010. Op 1 januari 2010 telde Nederland 16,6 miljoen inwoners. Een op de vijf inwoners behoort tot de allochtone bevolking. Dit artikel biedt een overzicht van de huidige omvang en samenstelling van de allochtone bevolking in Nederland waarbij de nadruk ligt op de niet-westerse groepen. Verder komen de ontwikkelingen in de immigratie en emigratie aan bod, met speciale aandacht voor kenmerken van niet-westerse emigranten. Daarna beschrijft dit artikel de kenmerken van allochtone huishoudens, met daarbij aandacht voor relatievorming en moederschap. Ten slotte komt de spreiding van de niet-westerse allochtonen in Nederland aan de orde. Auteurs: Han Nicolaas, Elma Wobma en Jeroen Ooijevaar

Van 2005 tot 2010 is de Nederlandse bevolking gegroeid met 269 duizend personen, ofwel met ruim 1,6 procent. Die groei concentreerde zich in de noordelijke Randstad en in regio’s met de steden Zwolle, Arnhem, Nijmegen, Amersfoort, Assen en Groningen.

In 2009 had bijna één op de tien levendgeborenen een alleenstaande moeder. Negen op de tien kinderen werden geboren bij een samenwonend paar.

In 2009 vestigden zich 13 duizend Polen in Nederland. Dat waren er duizend minder dan in 2008.

Uit de nieuwe bevolkingsprognose van het CBS blijkt dat het aantal ouderen nog iets sterker zal stijgen dan eerder werd aangenomen.

De nieuwe tweejaarlijkse CBS-bevolkingsprognose voor de lange termijn is gebaseerd op de meest recente ontwikkelingen rond geboorte, sterfte en migratie. Het meest opvallend is een snellere vergrijzing en hogere levensverwachting dan eerder werd aangenomen.

Nederland gaat de komende jaren in verdubbeld tempo vergrijzen. In de periode 2011-2015 komen er een half miljoen 65-plussers bij

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2010

In 2009 zijn bijna 23 duizend personen door naturalisatie Nederlander geworden.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010

In 2009 werden 2 636 kinderen geboren bij een moeder die jonger was dan 20 jaar. Het Nederlands geboortecijfer voor tieners behoort daarmee tot de laagste ter wereld.

Begin 2009 telde Nederland ruim 17,5 duizend daklozen van 18 tot 65 jaar. Dat komt overeen met 17 per 10 duizend inwoners in deze leeftijdsgroep.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010

In 2009 zijn in Nederland 30 duizend allochtonen gehuwd. Bij 9 procent van deze huwelijken kwam de partner naar Nederland om te trouwen.

In 2009 maakten 1 525 inwoners van Nederland een eind aan hun leven.

De in Nederland geboren niet-westerse allochtonen bepalen meer en meer het beeld van deze groep in onze samenleving. Al bijna de helft van de vier grootste niet-westerse herkomstgroepen (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) is in Nederland geboren.

In 2010 bereikt het aantal echtparen dat hun 40-jarige bruiloft viert een hoogtepunt. Dit hangt vooral samen met de piek in huwelijken rond 1970.

Een op de zes stellen die rond 1970 trouwden was na 20 jaar gescheiden. Van de bruidsparen uit begin jaren negentig zal binnen 20 jaar een kwart uit elkaar zijn.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010. Na een verandering in burgerlijke staat zijn er duidelijke verschillen in welzijnsbeleving. Pasgetrouwden zijn gelukkiger dan personen van wie de burgerlijke staat niet is gewijzigd, terwijl pasverweduwden en pas gescheiden personen minder gelukkig zijn. Voor tevredenheid worden vergelijkbare resultaten gevonden. Naarmate de tijd vordert beoordelen getrouwden hun welzijn minder positief, terwijl verweduwde of gescheiden personen dit juist positiever gaan beoordelen. Dit onderschrijft de setpointtheorie, die stelt dat mensen zich aanpassen aan veranderende situaties en zich na verloop van tijd weer net zo tevreden en gelukkig voelen als voorheen. Auteurs: Marleen Wingen, Tineke de Jonge en Koos Arts

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010. De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is een maat die aangeeft hoeveel jaren iemand naar verwachting nog kan leven zonder beperkingen op het gebied van horen, zien en bewegen. Deze maat zegt daarmee iets over de kwaliteit van iemands (resterende) leven. Het is echter ook een tamelijk grove maat. De mate waarin iemand beperkt is, is immers ook van belang bij de bepaling van de kwaliteit van leven. Betekent een beperking op het gebied van horen, zien of bewegen ook dat iemand belemmerd is in zijn mogelijkheden tot het verrichten van alledaagse handelingen? Auteur: Jan-Willem Bruggink

Artikelen in dit nummer: Steeds meer niet-westerse arbeidsmigranten en studenten naar Nederland - Immigratie en emigratie van werknemers - Gezonde levensverwachting korter bij de lage inkomens - De verschillende dimensies van de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen - Inkomen en vermogen als indicatoren van gezondheidsverschillen - Veranderingen in burgerlijke staat en de beleving van welzijn - Limburg blijft in sociaal kapitaal achter bij rest van Nederland.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010. In de periode 2000–2006 vestigden zich jaarlijks gemiddeld 40 duizend werknemers in Nederland en vertrokken jaarlijks gemiddeld 36 duizend werknemers uit Nederland. Zeven van de tien geïmmigreerde werknemers waren Nederlander of burger van een ander EU-land. Van de geëmigreerde werknemers was zelfs bijna 90 procent EU-burger. De nationaliteiten, banen en persoonlijke kenmerken van migrerende werknemers lopen sterk uiteen. Veel werknemers die in Nederland komen wonen gaan in een uitzend- of deeltijdbaan aan de slag. Hoogbetaalde voltijdbanen komen relatief het meest voor bij Amerikaanse, Britse en Japanse werknemers. Auteur: André Corpeleijn

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010. Inkomen en vermogen zijn onafhankelijk van elkaar sterk gerelateerd aan gezondheid. Hoe hoger het inkomen, maar ook hoe hoger het vermogen, hoe meer mensen hun gezondheid als goed ervaren en hoe minder gezondheidsbeperkingen ze hebben. Los van deze hoofdeffecten heeft de combinatie van inkomen en vermogen een aanvullend effect op gezondheid. Van de diverse hier uitgewerkte varianten levert een combinatie gebaseerd op percentielen van inkomen en vermogen de meest praktische welvaartsmaat. Voor ouderen heeft deze bovendien de grootste onderscheidende waarde in gezondheidsverschillen. Auteurs: Marleen Wingen, Marije Berger-Van Sijl, Anton Kunst en Ferdy Otten

Sinds 10 oktober 2010 zijn Bonaire, Saba en St. Eustatius staatkundig onderdeel van Nederland. Daardoor telt Nederland per die datum 18 duizend inwoners meer.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2010. Limburg staat bekend als een sociaal-economisch achterstandsgebied met een hoge werkloosheid en veel laagopgeleiden. Daarnaast kampt Limburg met bevolkingskrimp en vergrijzing. Ook blijkt er minder sociale samenhang te zijn. In vergelijking met andere provincies kenmerkt Limburg zich door relatief weinig burencontacten, weinig vrijwilligers, een lage opkomst bij verkiezingen en minder vertrouwen in zowel de medemens als politici, het parlement en politieke partijen. Auteurs: Hans Schmeets en Koos Arts

Begin dit jaar telde Nederland 1 743 inwoners van 100 jaar of ouder. Dat waren er 115 meer dan een jaar eerder.

Een meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft vertrouwen in anderen en in diverse nationale en internationale instituties. Daarmee bevindt Nederland zich in de Europese voorhoede.

Van midden 2009 tot midden 2010 groeide de bevolking met 83 duizend personen.

In de recente warme periode die op 23 juni begon en met een kleine onderbreking doorliep tot maandag 12 juli zijn naar schatting 500 mensen meer overleden dan normaal.

Een steeds groter aandeel jongeren komt na het verlaten van het ouderlijk huis weer een tijdje thuis wonen. De belangrijkste redenen voor de groei van het aantal boemerangkinderen zijn het stuklopen van de relatie of het beëindigen van een opleiding.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. De meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft vertrouwen in elkaar en in veel nationale en internationale instellingen en organisaties. Vooral hoogopgeleiden, frequente kerkbezoekers, studenten en mensen met een betaalde baan hebben over het algemeen veel sociaal en institutioneel vertrouwen. In de periode 2002–2008 is het vertrouwen in instellingen en organisaties toegenomen; voor het onderlinge vertrouwen geldt dit minder sterk. Auteurs: Rianne Kloosterman en Hans Schmeets

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen combineren beide ouders deze taken. Als een van hen niet kan of wil werken, speelt de zorg voor het gezin echter vooral bij moeders een rol in de afweging, en bijna niet bij vaders. Ook ligt het aandeel dat ouderschapsverlof opneemt om voor de kinderen te zorgen onder werkende vaders een stuk lager dan onder moeders. Wel is de periode waarin ouders verlof opnemen de afgelopen jaren ook onder vaders iets toegenomen. Auteurs: Marjolein Korvorst en Tanja Traag

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. De vruchtbaarheid van mannen verschilt van die van vrouwen. Het aandeel kinderlozen ligt hoger onder mannen, maar mannen die vader zijn hebben gemiddeld meer kinderen dan moeders. Evenals vrouwen hebben opeenvolgende generaties mannen het ouderschap steeds verder uitgesteld. Auteurs: Elma Wobma en Mila van Huis

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. Om gebruikers inzicht te geven in de verwachte trefzekerheid publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek onzekerheidsmarges voor zijn sterfteprognose. Deze worden berekend met een stochastisch prognosemodel. Als input daarvoor zijn veronderstellingen nodig over de levensverwachting. Voor de prognose van 2008 zijn verschillende analyses uitgevoerd om tot een herschatting van de onzekerheid in de levensverwachting te komen. Daarbij is gekeken naar fouten in sterfteprognoses uit het verleden en de variabiliteit in de in het verleden waargenomen trend voor de levensverwachting. Op basis van deze analyses en soortgelijke analyses uit de literatuur is gekozen voor een symmetrisch 95%-onzekerheidsinterval met een breedte van 10 jaar in 2050. Voor mannen en vrouwen wordt hetzelfde interval aangehouden. Auteurs: Nathaly Carolina en Coen van Duin

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. In 2009 zijn in Nederland bijna 15 duizend eerste asielverzoeken ingediend. Dit is 11 procent meer dan in 2008. Ruim de helft van de asielzoekers was afkomstig uit Irak of Somalië. In de 27 landen van de Europese Unie nam het aantal asielverzoeken in 2009 met 1,5 procent toe tot 261 duizend. Auteurs: Arno Sprangers en Han Nicolaas

Artikelen in dit nummer: Boemerangkinderen: weer terug naar het ouderlijk huis - Cohortvruchtbaarheid van mannen - Stijging aantal asielzoekers in Nederland iets groter dan in EU - Aantal adoptiekinderen afgenomen - Onzekerheidsmarges voor de sterfteprognose van het CBS - Geslachtsvoorkeuren bij het krijgen van kinderen: veranderingen over geboortecohorten - Vertrouwen in medemens en instituties toegenomen aan het begin van de 21e eeuw - De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders - Risicofactoren voor voortijdig schoolverlaten en jeugdcriminaliteit.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. Nederlandse ouders hebben een duidelijke voorkeur voor een gezin met tenminste één zoon en tenminste één dochter. Voorkeuren voor jongens of meisjes zijn niet duidelijk aanwezig; alleen ouders met één kind hebben een lichte voorkeur voor meisjes. De voorkeur voor een gemengde gezinssamenstelling is in jongere cohorten zwakker dan in oudere. Auteurs: Matthijs Kalmijn en Anouk van Steensel

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. Voortijdig schoolverlaters hebben ruim zes keer zo veel kans om in aanraking te komen met de politie dan jongeren die het onderwijs met een startkwalifi catie verlaten. In dit onderzoek is nagegaan welke factoren van invloed zijn op de kans dat jongeren in aanraking komen met de politie en in welke mate dit verloopt via voortijdig schoolverlaten, zowel direct als via niet waargenomen kenmerken. De regressie-analyses in dit onderzoek laten zien dat jongeren zonder diploma of startkwalifi catie een grotere kans hebben om in aanraking te komen met de politie, ook in vergelijking met jongeren die gelijk zijn op alle gemeten achtergrondkenmerken behalve het hoogst behaalde onderwijsniveau. Schoolverlaten houdt dus een substantieel effect. Auteurs: Tanja Traag, Olivier Marie en Rolf van der Velden

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. De laatste jaren worden in Nederland minder kinderen geadopteerd dan begin deze eeuw. Tussen 2004 en 2008 is het aantal adoptiekinderen bijna gehalveerd. Vooral het aantal adoptiekinderen uit China is afgenomen. Auteurs: Arno Sprangers, Arie Eilbracht en Han Nicolaas

Mannen die in de periode 1945-1964 zijn geboren, hebben vaker geen kinderen dan vrouwen van dezelfde generatie. Ze zijn bovendien drie jaar ouder dan vrouwen wanneer ze hun eerste kind krijgen.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2010. Van de kinderen die sinds de jaren negentig uit huis gingen is ongeveer 15 procent een boemerangkind: zij keerden na verloop van tijd voor een poosje terug naar het ouderlijk huis. Het aandeel boemerangkinderen ligt onder kinderen die sinds de jaren negentig uit huis gingen bijna twee keer zo hoog als onder nestverlaters in de jaren zeventig. De belangrijkste verklaring voor deze toename is het feit dat de laatste decennia steeds minder kinderen direct gaan samenwonen of trouwen en meer kinderen om een andere reden uit huis gaan, bijvoorbeeld om te gaan studeren. Deze laatsten komen vaker weer even bij de ouders terug dan de samenwoners en de gehuwden. Auteurs: Elma Wobma en Arie de Graaf

Het 2e kwartaalrapport 2010 van de Landelijke Jeugdmonitor beschrijft een aantal vrijetijdsbestedingen en vormen van maatschappelijke participatie van jongeren.

Babyboomers zijn relatief welvarend. Niet alleen zijn huishoudens met een 50- tot 65-jarige hoofdkostwinner naar verhouding dikwijls te vinden in de hoogste inkomensregionen, bovendien hebben ze vaker dan gemiddeld een groot vermogen.

Het aandeel autobestuurders onder de verkeersdoden is bij 18- tot 25-jarigen hoger dan bij 25-plussers. Bovendien volgt de sterfte onder de jonge bestuurder vaak op een botsing tegen een boom, vangrail of paal.

De deelname van 55-plussers aan sociale en maatschappelijke activiteiten ligt over het algemeen vrij hoog. Alleen 75-plussers hebben minder frequent contact met vrienden en kennissen, doen minder vaak vrijwilligerswerk en geven minder vaak informele hulp dan gemiddeld.

In de afgelopen jaren zijn in Nederland minder kinderen geadopteerd. Het aantal adopties is tussen 2004 en 2008 bijna gehalveerd.

Deze kwartaalrapportage van de Landelijke Jeugdmonitor gaat in de op deelname van jongeren aan het hoger onderwijs en beschrijft de situatie van hoogopgeleiden van 25 tot 35 jaar op de arbeidsmarkt.

Bevolkingstrends bevat artikelen en korte bijdragen die betrekking hebben op de demografie van Nederland.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Op 1 januari 2009 woonden er in Nederland 378 duizend Turken. Daarmee is ruim 2 procent van de Nederlandse bevolking van Turkse herkomst. In de leeftijdsgroep van 12 tot en met 17 jaar bedroeg het aantal Turken 43 duizend. Dat is 3,6 procent van alle 12–17-jarigen in Nederland.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Christenen hebben vaker een groot vermogen dan personen met een andere of zonder kerkelijke gezindte. Binnen de christelijke bevolking hebben trouwe protestantse kerkgangers het vaakst een groot vermogen. Bij katholieken is er geen onderscheid naar kerkgang. Zowel katholieken als protestanten sparen meer dan de rest van de bevolking en katholieken bezitten vaker een duur huis. In tegenstelling tot het vermogen is het inkomen geen onderscheidend kenmerk bij protestanten en katholieken. Auteurs: ReinderLok, Marleen Wingen en Ferdy Otten.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Van de ruim 38 duizend vluchtelingen met een verblijfsstatus die zich voor 2000 in Nederland vestigden, woonden op 1 januari 2008 nog bijna zeven op de tien in Nederland. De spreiding van deze vluchtelingen over Nederland wijkt af van die van de totale bevolking. Bijna de helft woonde in de stad, maar er zijn grote verschillen tussen de herkomstlanden. Auteurs: Nicol Sluiter en Frank van der Linden

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Amsterdammers woonden in 2007 gemiddeld een halve kilometer van de dichtstbijzijnde huisarts vandaan. Van de 90 buurten waarover informatie bekend was, was in 60 procent de dichtstbijzijnde huisarts binnen een halve kilometer aanwezig.

In 2009 verlieten 28 duizend autochtonen Nederland. Dat waren er 9 duizend minder dan in het emigratietopjaar 2006.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. De meeste Nederlanders gaan vaak om met anderen in hun omgeving. Deze sociale contacten zijn de laatste jaren eerder toegenomen dan afgenomen. Wel lijkt het aandeel mensen dat vrijwilligerswerk doet, informele hulp verleent of maandelijks meedoet aan activiteiten van verenigingen, licht te dalen. Vooral niet-westerse allochtonen zijn minder actief in organisaties dan autochtonen, als vrijwilliger of als deelnemer aan verenigingsactiviteiten. Zij geven daarentegen net zo vaak als autochtonen informele hulp. Eenzelfde beeld komt naar voren bij laagopgeleiden. Ook ouderen participeren doorgaans wat minder en hebben met name minder frequent contact met vrienden. Auteurs: Moniek Coumans en Saskia te Riele

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Naast inkomen is ook vermogen een belangrijke welvaartsindicator om gezondheidsverschillen te onderzoeken. Meer ouderen met een laag vermogen hebben gezondheidsproblemen dan ouderen met een hoger vermogen. Ouderen met zowel een laag vermogen als een laag inkomen hebben de grootste kans op gezondheidsproblemen. Vermogen maakt bij personen ouder dan 50 jaar een beter onderscheid in gezondheidsverschillen dan bij personen jonger dan 50 jaar. Auteurs: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Vrouwen in Nederland worden steeds later moeder. Dit is echter geen typisch Nederlands verschijnsel, maar doet zich in de gehele westerse wereld voor. Het steeds later kinderen krijgen is een van de belangrijkste kenmerken van het hedendaagse vruchtbaarheidspatroon.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Niet-westerse allochtonen verhuizen naar wijken waar bijna 19 procent minder autochtonen wonen dan in wijken waar autochtonen naartoe verhuizen. Er is dus sprake van selectief verhuisgedrag. Circa twee derde van het verschil in verhuisresultaat kan statistisch worden toegerekend aan verschillen in achtergrondkenmerken als leeftijd, inkomen of gezinssituatie. Het resterend deel kan worden gezien als maximale schatting van voorkeuren voor wonen in wijken met een gewenste bevolkingssamenstelling. Het kan dan gaan om de wens te wonen dichtbij familie, vrienden of anderen van gelijke herkomst. Auteurs: Aslan Zorlu en Jan Latten

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. In 1913 wijdde CBS-directeur Henri Methorst een onderzoek aan het probleem van de arbeidersvoeding. Arbeiders aten te eenzijdig: teveel aardappelstamppotten, te weinig eiwitten. In de verspreiding van kennis omtrent de voedzame, smakelijke én goedkope maaltijd zag hij een voortrekkersrol voor de huishoudscholen.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Op landelijk niveau is er een daling van bijna 20 procent van het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen over de eerste drie kwartalen van 2009 vergeleken met dezelfde periode in 2008. Opgesplitst in huur- en koopwoningen vertoont de huursector nog een lichte stijging van 4 procent.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. In 2007 en 2008 liep de bevolkingsgroei van Nederland sterk op, mede onder invloed van de economische bloei in de voorafgaande periode. In 2009 begonnen de effecten van de economische crisis op de bevolkingsgroei zichtbaar te worden. De (arbeids)immigratie uit andere EU-lidstaten nam af en de stijging van het aantal geboorten sloeg om in een daling. Toch was er nog een beperkte verdere toename van de bevolkingsgroei. In 2010 daalt de groei naar verwachting tot 60 duizend personen. Daarna wordt een geleidelijke verdere afname voorzien, tot iets meer dan 40 duizend personen in 2015. Volgens de nieuwe bevolkingsprognose voor de korte termijn waarover dit artikel rapporteert, telt Nederland in 2016 16,9 miljoen inwoners; 40 duizend meer dan volgens de laatste langetermijnprognose. Auteurs: Coen van Duin en Han Nicolaas

Artikelen in dit nummer: Bevolkingsprognose 2009-2016: omslag naar lagere groei - Verhuisgedrag van jongeren - Verhuisgedrag van vluchtelingen - Selectieve verhuispatronen van autochtonen en allochtonen en de rol van voorkeur - Verschillen in sociale en maatschappelijke participatie - Gezondheid en welvaart van ouderen - Religie en verschillen in vermogen en inkomen

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Jaarlijks verhuizen ongeveer 650 duizend personen naar een andere gemeente, onder wie 96 duizend 18- tot en met 21-jarigen. Het verhuisgedrag van deze jongeren wijkt af van het gemiddelde. De verschillen zitten in de verhuisredenen, de afstand waarover wordt verhuisd en de bestemmingsgemeenten. De meerderheid van de jongeren verhuist voor studie en/of om zelfstandig te gaan wonen. Daarmee hangt samen dat ze vaker over een lange afstand verhuizen. Hun bestemmingsgemeenten zijn vaak de grote(re) gemeenten en gemeenten met een universiteit of HBO-instelling. Auteurs: Mila van Huis en Elma Wobma

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Per 1 januari 2010 woonden er in Nederland ongeveer 75 duizend Chinezen. Van deze groep zijn er 50 duizend in China, Hongkong, Macau of Taiwan geboren. De tweede generatie Chinezen telt 25 duizend personen.

Begin 2010 rekende het CBS de kortetermijnprognose 2009-2016 op verzoek van het Centraal Planbureau door tot 2060. Dit rapport beschrijft de gebruikte methode en de belangrijkste uitkomsten van deze doorrekening.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Het totaal aantal echtscheidingen en flitsscheidingen was de laatste zeven jaar vrij stabiel. In 2008 lag dit aantal op 35 duizend. Zeven op de tien paren die rond de eeuwwisseling zijn getrouwd, hebben daaraan voorafgaand samengewoond. Deze huwelijken houden minder vaak stand dan huwelijken zonder voorafgaand samenwonen. Om inzicht te krijgen in wat er na de scheiding met ex-partners gebeurt, richt dit artikel zich op het verhuisgedrag van ex-partners, op het contact tussen de ex-partners en op de vraag of mannen en vrouwen na een (echt)scheiding opnieuw gaan samenwonen. Auteurs: Elma Wobma en Arie de Graaf

Op 1 januari 2009 woonden 820 duizend paren niet-gehuwd samen. Ruim de helft daarvan had een samenlevingscontract afgesloten.

In 2009 daalde de emigratie en steeg de immigratie. Mede daardoor heeft Nederland per saldo 92 duizend inwoners erbij gekregen, ruim 10 duizend meer dan in 2008.

In 2008 werden niet-westerse vrouwen van de eerste generatie gemiddeld ruim een jaar later moeder dan in 1996. De gemiddelde leeftijd waarop autochtone vrouwen hun eerste kind kregen, steeg in die periode met bijna een half jaar.

De levensverwachting van in Nederland geboren meisjes in 2008 bedroeg 82,3 jaar. Dat is 4 jaar hoger dan die van jongens (78,3 jaar).

TSG (Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen), uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten. Jaargang 88 2010, nummer 1, pp. 17-24.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Een echtscheiding kan niet alleen gepaard gaan met veel emoties, maar ook met ingrijpende financiële gevolgen. Aangezien vrouwen vaak de minst verdienende partner zijn, gaan zij er na de echtscheiding in financiële zin veelal op achteruit. Niet zelden houdt dit tevens in dat vrouwen de lasten van de voormalig echtelijke woning niet alleen kunnen dragen en gedwongen zijn de woning te verlaten. Huidige trends op het gebied van emancipatie zouden dit patroon echter wel eens kunnen afzwakken of doorbreken. Vrouwen zijn immers steeds beter opgeleid en vaker actief op de arbeidsmarkt. Als gevolg hiervan zijn de inkomsten van vrouwen een steeds belangrijker deel gaan uitmaken van de totale huishoudinkomsten, waarmee de zogenaamde bargaining power, oftewel onderhandelingsmacht, van vrouwen binnen et huwelijk is toegenomen. Voor dit artikel is onderzocht welke rol de verhouding tussen de inkomsten van man en vrouw, aangeduid met Gender Balance, speelt in het behouden van de woning na de echtscheiding. Auteurs: Barbara ten Hengel en Jan Latten

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Veronderstellingen over vruchtbaarheid op regionaal niveau worden gedaan door het PBL en het CBS. Demografische, culturele, sociaaleconomische en woningmarktvariabelen spelen een belangrijke rol bij de verklaring van regionale verschillen in vruchtbaarheid. Voor de woningmarktvariabelen geldt dat zowel het aandeel eengezinswoningen als de uitbreiding van de woningvoorraad in de vijf jaar voorafgaand aan de meting van de gemeentelijke vruchtbaarheid een verhogend effect hebben. Daarnaast bieden regionale variabelen een verdere verklaring van gemeentelijke verschillen in vruchtbaarheid. Auteurs: Manon van Middelkoop en Andries de Jong

Bevolkingstrends bevat artikelen en korte bijdragen die betrekking hebben op de demografie van Nederland.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Hoogopgeleide mensen leven bijna 7 jaar langer dan laagopgeleiden. Dit verschil is in de periode 1997/2000–2005/2008 even groot gebleven. Ook leven hoogopgeleiden langer in goede gezondheid. De verschillen in gezonde levensverwachting tussen mensen met verschillende opleidingsniveaus zijn groter dan de verschillen in de totale levensverwachting. In de periode 1997/2000– 2005/2008 zijn de gezonde levensverwachtingen voor de verschillende opleidingsniveaus nauwelijks veranderd. Ook zijn de verschillen tussen de hoog- en laagopgeleiden ongeveer gelijk gebleven. Auteur: Jan-Willem Bruggink

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Van 1 april 2001 tot 1 maart 2009 was het mogelijk om een huwelijk om te zetten in een partnerschap. Vervolgens kon dit partnerschap worden ontbonden zonder gang naar de rechter: een zogenaamde flitsscheiding. In de periode 2001–2009 hebben 30 duizend flitsscheidingen plaatsgevonden. Hiermee was de flitsscheiding de afgelopen jaren een serieus alternatief voor een echtscheiding. Auteurs: Mila van Huis en Suzanne Loozen

Vier jaar na een echtscheiding woont de helft van de mannen opnieuw samen. Vrouwen zijn dan nog beduidend vaker alleenstaand.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. De regionale prognose 2009–2040 geeft een toekomstbeeld van de ontwikkeling van de bevolking en het aantal huishoudens per gemeente. Begin oktober 2009 kwam de update van de prognose gereed. Het aandeel ouderen zal de komende jaren naar verwachting in alle gemeenten sterk stijgen. De regio’s aan de randen van Nederland zullen in 2040 het hoogste aandeel hebben, net als nu het geval is. De nu nog jonge provincie Flevoland zal echter het snelst vergrijzen. Na 2025 zal de bevolkingskrimp, die nu al aan de randen van Nederland zichtbaar is, zich gaan uitbreiden naar de meer centrale regio’s. De Randstad blijft echter doorgroeien. De komende jaren is de groei van het aantal huishoudens relatief sterker dan die van het aantal inwoners. Na 2025 zal ook krimp van het aantal huishoudens een wijdverbreid fenomeen worden. Auteurs: Andries de Jong (PBL) en Coen van Duin (CBS)

In dit nummer: Scheiden en weer samenwonen - Wie krijgt na echtscheiding de woning? Het effect van Gender Balance op het behouden van de woning na een echtscheiding - Dertigduizend flitsscheidingen, 2001-2009 - Regionale prognose 2009-2040: vergrijzing en omslag van groei naar krimp - Gezinshereniging en gezinsvorming na immigratie - Kwart asielzoekers is kind - Regionale verschillen in vruchtbaarheid verklaard - Onwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau - Ziekenhuisopnamen gedurende de adolescentie en voortijdig schoolverlaten.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Sinds 1996 hebben zich ruim 1,3 miljoen eerste generatie allochtonen in Nederland gevestigd. Van hen bleef lang niet iedereen in Nederland wonen. Na zes jaar was 35 à 45 procent weer vertrokken. Een kwart van de immigranten die in 1996 als alleenstaande naar Nederland kwamen, woonde zes jaar later samen. Voor immigranten die zich zes jaar later in Nederland vestigden was dit aandeel gedaald naar een zesde. Van degenen die in 1996 of 2002 als paar zonder kinderen arriveerden, had een derde na zes jaar één of meer kinderen. Tussen de herkomstgroepen bestaan wat betreft samenwonen en kinderenkrijgen aanzienlijke verschillen. Auteurs: Kim de Bruin en Han Nicolaas

In de periode 2001-2009 zijn 30 duizend stellen uit elkaar gegaan met een flitsscheiding. Het hoogst was het aantal flitsscheidingen in de jaren 2003 tot en met 2005.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Gezondheid hangt samen met de positie die mensen innemen op de sociale ladder. Ongezonde mensen hebben een lagere sociaaleconomische status dan gezonde mensen. In dit artikel gaan we na of ziekenhuisopnamegedurende de schoolloopbaan de kans op voortijdig schoolverlaten vergroot. Hiervoor koppelen we de schoolloopbaangegevens van het VOCL’93 aan registratieve data over ziekenhuisopnamen uit de LMR. Uit de analyses blijkt dat er alleen bij vwo-leerlingen sprake is van een vergrote kans op voortijdig schoolverlaten ten gevolge van een ziekenhuisopname. Auteurs: Tanja Traag, Mirjam van Heesch, Hans Bosma en Ferdy Otten

Mensen uit een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens leven gemiddeld ongeveer 5 jaar korter dan mensen met een hoger inkomen. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs 14 jaar.

Bij de uitwerking van het voorstel tot flexibilisering van de ingang van de AOW bestaatbehoefte aan betrouwbare en publiek toegankelijke statistische informatie over de gemiddelderesterende levensverwachting van mannen en vrouwen bij het bereiken van de65-jarige leeftijd. In een eerdere rapportage van het CBS (A. van der Meulen en C. van Duin, maart 2009) zijn de resultaten van een eerste verkennende studie gepresenteerd. In de voorliggende rapportage worden enkele aanvullende scenario’s gepresenteerd.

In deze 3e kwartaalrapportage 2009 van de Landelijke Jeugdmonitor staan de niet-werkende jongeren centraal. Het gaat in op de werkloosheid onder jongeren die niet meer naar school gaan en hoeveel van hen niet actief zijn op de arbeidsmarkt. Daarnaast komt het aantal jongeren met een Wajonguitkering aan bod.

De bevolking van Nederland is in 2009 naar verwachting met 86 duizend personen gegroeid. Daarmee zijn er 5,5 duizend personen meer bij gekomen dan in 2008.

Op 1 januari 2009 telde Nederland ruim 1,1 miljoen personen met de Nederlandse en minimaal één andere nationaliteit. Dat is bijna drie keer zo veel als op 1 januari 1995.

Op 1 januari 2008 woonden er ruim 70 duizend vluchtelingen in Nederland.

In de eerste negen maanden van 2009 zijn er minder huwelijken gesloten dan een jaar eerder.

Op 1 januari 2009 woonden er een kwart miljoen mensen van Oost-Europese herkomst in Nederland. Dat is bijna vier keer zo veel als tijdens de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989, vandaag precies twintig jaar geleden.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2009. Het model waarmee het CBS zijn huishoudensprognose maakt, is aangepast. De nieuwe prognose wordt berekend met een macrosimulatiemodel waarin overgangen tussen huishoudensposities en burgerlijke staten worden gesimuleerd. Het model is geïmplementeerd in het softwarepakket LIPRO, dat door het NIDI werd ontwikkeld. De veronderstellingen zijn kwalitatief gelijk aan die van de laatste prognose, maar laten zich nu beter kwantificeren. Auteurs: Coen van Duin en Carel Harmsen

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2009. Het verhuispatroon van en naar studentensteden wijkt af van het landelijke patroon, zowel wat betreft vestiging als vertrek. Het ‘studentenpatroon’ kenmerkt zich aan de instroomkant door een relatief groot aantal 18- en 19-jarige vestigers. Bij de uitstroom zijn de vertrekkansen van 19-jarigen lager en die van 25-jarigen veel hoger dan in de landelijke verhuispatronen te zien is. Auteurs: Mila van Huis en Elma van Agtmaal-Wobma

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2009. De eerste generatie Marokkanen kwam in de jaren zestig en zeventig als ‘gastarbeider’ en als gevolg van de daaropvolgende gezinshereniging en gezinsvorming naar Nederland. Een groot deel van hen woont nog steeds in Nederland. Uit welke delen van Marokko kwamen zij oorspronkelijk en in welke Nederlandse gemeenten wonen zij nu? Recent zijn de geboorteplaatsen van de eerste generatie Marokkanen ingedeeld naar regio en provincie. Koppeling met de huidige woonplaats biedt een meer gedifferentieerde kijk op netwerkgestuurde migratie. Auteurs: Tineke Fokkema, Carel Harmsen en Han Nicolaas

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2009. Sinds de toetreding van Tsjechië en Slowakije tot de EU is het aantal Tsjechen en Slowaken in Nederland sterk toegenomen. De toename van de afgelopen jaren is vooral veroorzaakt door arbeidsmigranten. Eind jaren negentig kwam de helft van de immigranten nog voor gezinsvorming naar Nederland. Dat waren vooral vrouwen. In 2006–2007 hing meer dan de helft van de instroom samen met arbeidsmigratie. Mannen waren daarin oververtegenwoordigd. Auteurs: Lada Mulalic, Carel Harmsen en Ko Oudhof

In dit nummer: Huishoudensprognose 2008-2050: uitkomsten - Een nieuw model voor de CBS huishoudensprognose - Verhuizen vanuit studentensteden - Herkomst en vestiging van de eerste generatie Marokkanen in Nederland - Demografische kenmerken van Tsjechen en Slowaken in Nederland.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2009. Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 2008 tot 8,3 miljoen in 2039. Daarna zal het aantal weer afnemen tot 8,2 miljoen in 2050. De groei van het aantal huishoudens wordt gedeeltelijk verklaard door de bevolkingsgroei. De huishoudenstoename is echter sterker, omdat het aandeel eenpersoonshuishoudens zal groeien. Dit heeft deels te maken met de vergrijzing, deels met een toename van scheidingen. Auteurs: Coen van Duin en Suzanne Loozen

Bevolkingstrends bevat artikelen en korte bijdragen die betrekking hebben op de demografie van Nederland.

De komende dertig jaar treedt in delen van Nederland, vooral in de periferie, een omvangrijke bevolkingskrimp op. In ruim een kwart van de Nederlandse gemeenten daalt het aantal bewoners tot 2040 met meer dan 2,5%; in totaal een kwart miljoen inwoners.

Dit kwartaalrapport van de Landelijke Jeugdmonitor beschrijft de jeugd in Nederland in vergelijking met de jeugd in andere Europese landen.

In juni 2009 woonde een op de tien AOW’ers in het buitenland. Tien jaar geleden was dit nog een op de twintig.

Circa 700 duizend inwoners van Nederland hebben plannen om minimaal acht maanden in het buitenland te gaan wonen.

In het tweede kwartaal van 2009 daalde het aantal verhuisde personen met ruim 10 procent vergeleken met een jaar eerder.

Ouderen wonen vaak niet meer in de regio waar ze zijn geboren. Vooral 55-plussers uit delen van het zuiden en het oosten van Nederland verhuizen op latere leeftijd terug.

In 2008 zijn 176 personen door moord of doodslag om het leven gekomen. Dat zijn er 12 meer dan in 2007. De toename betreft alleen mannen. Het aantal omgebrachte vrouwen is de afgelopen drie jaar juist gedaald.

In 2050 zal Nederland 3,6 miljoen eenpersoonshuishoudens tellen. Dat zijn er 1 miljoen meer dan nu.

In dit rapport staan de verschillen en overeenkomsten tussen de allochtone en autochtone jeugd in ons land beschreven, aan de hand van de indicatoren die op de website Landelijke Jeugdmonitor staan.

Vier op de tien 55-plussers wonen buiten hun geboorteregio. De komende jaren zullen veel gemeenten vergrijzen en krimpen. Het absolute aantal ouderen zal fors toenemen en een sterker stempel drukken op het leven van alledag, ook op wonen en verhuisgedrag.

De niet-westerse allochtonen in Nederland zullen de komende decennia sterk gaan vergrijzen. Volgens de nieuwste allochtonenprognose van het CBS groeit het aantal niet-westerse 65-plussers tussen nu en 2050 van krap 70 duizend naar ruim 520 duizend.

In dit nummer: Allochtonenprognose 2008-2050: naar 5 miljoen allochtonen - Toename asielverzoeken in Nederland sterker dan in EU - Terugkeer van ouderen naar hun geboorteregio - Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen - Geregistreerd zorggebruik van 50-plussers naar sociaaleconomische status.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2009. In dit artikel wordt verslag gedaan over onderzoek naar twee vormen van geregistreerd zorggebruik (zorg zonder verblijf en ziekenhuisopnamen) in relatie tot de sociaaleconomische status bij ouderen. Naast opleiding zijn twee operationalisaties van inkomen uit fiscale bronnen onderzocht als indicatoren van sociaaleconomische status. Auteurs: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2009. Allochtonen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen en Surinamers in de drie grootste Nederlandse steden verschillen zelden in hun opvattingen. De opvattingen van Turkse allochtonen verschillen echter vaak tussen de drie steden. Amsterdamse Turken zijn het meest positief, Haagse Turken het minst. In een aantal gevallen verklaren generatie, gezinsinkomen en leeftijd deze verschillen. Toch blijft ook de stad zelf in sommige gevallen een verklarende factor. Auteur: Jeroen Nieuweboer

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2009. Volgens de nieuwe allochtonenprognose zal Nederland in 2050 bijna 5,0 miljoen allochtonen tellen, 1,8 miljoen meer dan op dit moment. Niet-westerse allochtonen nemen het grootste deel van de toekomstige bevolkingsgroei voor hun rekening. In 2050 zal hun aantal 3,0 miljoen bedragen, tegen 1,8 miljoen in 2009. Het aandeel van de nietwesterse allochtonen in de totale bevolking groeit daarmee van 10,8 naar 17,2 procent. Niettemin daalt het aandeel van de niet-westerse allochtonen in het totaal van de geboorten. Auteurs: Joop Garssen en Coen van Duin

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2009. Het aantal asielverzoeken in Nederland is in 2008 bijna verdubbeld ten opzichte van het jaar ervoor. Deze toename was veel sterker dan die in de gehele Europese Unie, waar het aantal asielverzoeken met 6 procent steeg. De meeste asielzoekers die naar de EU en naar Nederland kwamen, waren afkomstig uit Irak. Auteurs: Arno Sprangers, Han Nicolaas en Joke Korpel

In de eerste vier maanden van 2009 verhuisden er binnen Nederland 45 duizend mensen minder dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Het aantal asielverzoeken in Nederland is in 2008 bijna verdubbeld ten opzichte van het jaar ervoor. Deze toename is veel groter dan in de hele Europese Unie, waar het aantal asielverzoeken met 6 procent steeg.

Het aantal 65-plussers stijgt naar verwachting de komende jaren flink, van 2,5 miljoen in 2009 naar 4,2 miljoen in 2050.

Bij de flexibilisering van de ingang van de AOW bestaat behoefte aan statistische informatie over de gemiddelde resterende levensverwachting bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Aan het CBS is gevraagd om deze gemiddelde resterende levensverwachting te berekenen. In deze rapportage worden de resultaten van een eerste verkennende studie gepresenteerd.

Bijna 7 van de 10 vrouwen tussen 18 en 45 jaar gebruikten in 2008 een voorbehoedmiddel.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. In 2008 gebruikte 70 procent van de 18–45-jarige vrouwen in Nederland een methode om een zwangerschap te voorkomen, was 7 procent zwanger of wilde zwanger worden, was 9 procent onvruchtbaar en gebruikte 15 procent geen methode. Van de vrouwen die geen vaste partner hadden, paste de helft van de vrouwen een geboorteregelende methode toe. Het aandeel vrouwen dat een spiraaltje heeft laten plaatsen is de laatste jaren verdubbeld. In vergelijking met andere Europese landen was en is Nederland een perfect geboorteregelend land. Auteur: Arie de Graaf

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. Dit artikel gaat in op de samenhang tussen burgerlijke staat en verschillende gezondheidsindicatoren bij ouderen. Er bestaan duidelijke verbanden, ook als rekening wordt gehouden met verschillen in leeftijd, geslacht, opleiding en chronische ziekten. Ouderen met een levenspartner rapporteren vaker een goede gezondheid en minder gezondheidsgerelateerde klachten dan gescheiden, verweduwde en nooit gehuwde ouderen. Recent verweduwden hebben bovendien een extra verhoogde kans op een slechte psychische gezondheid. Auteurs: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. De langetermijn-bevolkingsprognose van het CBS is gebaseerd op veronderstellingen over het aantal immigranten, de emigratiegeneigdheid, de geboortecijfers en de sterfterisico’s. Bijstelling van deze veronderstellingen is regelmatig nodig. De afgelopen twee jaar is de Nederlandse bevolking veel sneller gegroeid dan in de prognose van 2006 was verwacht. De ontwikkelingen in alle componenten droegen bij aan de extra groei, maar het effect van de gestegen immigratie was het grootst. In de nieuwe prognose zijn de verwachtingen voor de immigratie en de levensverwachting naar boven bijgesteld. Volgens deze prognose groeit de Nederlandse bevolking tot een maximale omvang van 17,5 miljoen in 2038, om daarna te gaan krimpen. Het aantal 65-plussers stijgt van 2,4 miljoen in 2008 naar maximaal 4,5 miljoen in 2040. De potentiële beroepsbevolking krimpt in dezelfde periode van 10,1 naar 9,2 miljoen. Auteur: Coen van Duin

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. Evenals in de twee voorgaande prognoses is in het sterftemodel van de CBS-bevolkingsprognose 2008–2050 onderscheid gemaakt tussen voortijdige sterfte en ouderdomssterfte. Auteurs: Anouschka van der Meulen, Coen van Duin en Joop Garssen

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. Parkstad-Limburg kampt met een dalend bevolkingsaantal, mede doordat velen uit de regio vertrekken. In vergelijking met het gemiddelde patroon voor de Nederlandse bevolking wonen relatief veel oorspronkelijke ‘Parkstadters’ elders in het land. De uittocht genereert echter ook retourmigratie. Tussen 1999 en 2005 is circa 4 procent van de oorspronkelijke inwoners van Parkstad-Limburg terugverhuisd naar één van de gemeenten van Parkstad-Limburg. Dat is meer dan kan worden waargenomen voor overige inwoners van Nederland. Dit kan een interessante insteek zijn voor regionale beleidsvragen inzake bevolkingsontwikkeling en woningbouw. Auteurs: Elien Smeulders en Jan Latten

In dit nummer: Bevolkingsprognose 2008-2050: naar 17,5 miljoen inwoners - Bevolkingsprognose 2008-2050: veronderstellingen over immigratie - Bevolkingsprognose 2008-2050: veronderstellingen over emigratie - Bevolkingsprognose 2008-2050: model en veronderstellingen betreffende sterfte - Geboorteregeling in 2008 - Trends in gezonde levensverwachting - Burgerlijke staat, recente verweduwing en gezondheidsindicatoren van ouderen - De verborgen aantrekkingskracht van Parkstad Limburg.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. De uitkomsten van de nieuwe bevolkings- en allochtonenprognose, voor de periode 2008–2050, zijn mede gebaseerd op veronderstellingen over het toekomstige aantal immigranten. Op basis van diverse analyses wordt verondersteld dat op termijn jaarlijks 127 duizend immigranten naar Nederland zullen komen, 10 duizend meer dan in de vorige prognose werd verondersteld. Op termijn zullen jaarlijks 46 duizend niet-westerse immigranten naar Nederland komen, veelal gezinsherenigers en gezinsvormers. Ook het aantal arbeidsmigranten zal toenemen. Uit westerse landen worden op termijn jaarlijks 55 duizend immigranten verwacht, voor een groot deel arbeidsmigranten. De grootste groep, 39 duizend personen, betreft immigranten uit de landen van de Europese Unie. Daarnaast zullen jaarlijks 27 duizend in Nederland geboren personen (inclusief tweede generatie allochtonen) naar Nederland terugkeren. Auteur: Han Nicolaas

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2009. De uitkomsten van de nieuwe bevolkings- en allochtonenprognose, voor de periode 2008–2050, zijn mede gebaseerd op veronderstellingen over het toekomstige aantal immigranten. Op basis van diverse analyses wordt verondersteld dat op termijn jaarlijks 127 duizend immigranten naar Nederland zullen komen, 10 duizend meer dan in de vorige prognose werd verondersteld. Op termijn zullen jaarlijks 46 duizend niet-westerse immigranten naar Nederland komen, veelal gezinsherenigers en gezinsvormers. Ook het aantal arbeidsmigranten zal toenemen. Uit westerse landen worden op termijn jaarlijks 55 duizend immigranten verwacht, voor een groot deel arbeidsmigranten. De grootste groep, 39 duizend personen, betreft immigranten uit de landen van de Europese Unie. Daarnaast zullen jaarlijks 27 duizend in Nederland geboren personen (inclusief tweede generatie allochtonen) naar Nederland terugkeren. Auteur: Han Nicolaas

Op dit moment heeft ons land nog drie inwoners die in de negentiende eeuw zijn geboren. Zij maken deel uit van een snel groeiende groep 100-plussers.

Een vijfde van de mensen die tegenwoordig trouwen, is eerder getrouwd geweest.

In 2008 kreeg Nederland er per saldo ruim 81 duizend inwoners bij, 34 duizend meer dan in 2007.

De 4e kwartaalrapportage 2008 van de Landelijke Jeugdmonitor beschrijft het aantal kinderen dat naar het kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang of een andere vorm van kinderopvang gaat. Ook komen kenmerken aan bod van de gezinnen die gebruik maken van kinderopvang.

De meeste immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie komen uit de Kaukasus en Rusland.

In 2007 kwamen 80 duizend immigranten met een niet-Nederlandse nationaliteit naar Nederland.

In 2008 kreeg Nederland er per saldo 76 duizend inwoners bij, bijna 30 duizend meer dan in 2007.

In 2007 zijn 3 062 meerlingen geboren. Dat waren er in 2002 nog 3 762. Er worden vooral minder tweelingen geboren.

Over 30 jaar wonen er een miljoen mensen meer in Nederland.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. Voor het beleid wordt de lange termijn steeds belangrijker. De prognosehorizon van de vier bestaande langetermijnscenario’s, die loopt tot 2040/2050, is voor sommige beleidsvraagstukken eigenlijk te kort. Om deze reden zijn in dit artikel de vier scenario’s wat betreft de demografische toekomst doorgetrokken tot 2100. De marges van de verschillende elementen van de scenario’s worden daarmee vaak veel groter. Voor verschillende verschijnselen laat het ene scenario groei zien, en het andere krimp. Bij andere verschijnselen gaan alle scenario’s in dezelfde richting. Ondanks de grote onzekerheid die aan scenario’s voor de zeer lange termijn is verbonden, geven ze wel een indruk van de bandbreedte van bepaalde ontwikkelingen.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. In het Actieplan Krachtwijken dat minister Vogelaar medio 2007 naar de Tweede Kamer stuurde, zijn veertig wijken geïdentificeerd waarin de kwaliteit van de leefomgeving door een cumulatie van problemen achterblijft bij de anderewijken in de stad. In opdracht van het programmaministerie voor Wonen, Wijken en Integratie heeft het CBS een instrument ontwikkeld om de voortgang van het Krachtwijkenbeleid te volgen. De Outcomemonitor Krachtwijken brengt de veertig aandachtswijken in kaart en beantwoordt de vraag of de achterstanden worden ingelopen. Auteur: Luuk Schreven en Maartje Rienstra

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. In dit artikel wordt de relatie onderzocht tussen indicatoren van sociaaleconomische status en fysieke beperkingen van ouderen (55 tot 80 jaar). Naast opleiding zijn daarbij drie operationalisaties van inkomen gehanteerd: jaarinkomen, 4-jaarsinkomen en langdurig laag inkomen. Ouderen met een lage sociaaleconomische positie hebben vaker beperkingen dan ouderen met een hogere positie. Dit geldt zowel voor opleiding als voor de drie inkomensoperationalisaties. Auteur: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. Sinds 1993 zijn aan de rand van steden veel nieuwbouwwoningen gebouwd op zogenaamde Vinex-locaties. Deze Vinex-wijken blijken geen doorsnee wijken te zijn. De nieuwe inwoners zijn vooral jonge gezinnen uit aangrenzendesteden die in relatief dure huizen wonen. Auteur: Bert Raets

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. Dit artikel beschrijft allochtonen uit de voormalige Sovjet-Unie in Nederland op basis van een indeling naar de huidige herkomstlanden. Het gaat om een zeer gemengde groep wat betreft migratiemotieven, samenstelling en sociaaleconomische positie. Mensen uit de Kaukasische regio komen vaker als vluchteling en met hun gezin naar Nederland, enhebben een relatief zwakke sociaaleconomische positie. Deze immigranten zijn vaker afhankelijk van een uitkering en minder vaak actief op de arbeidsmarkt. Personen afkomstig uit Rusland en de westelijke republieken vormen een meer gevarieerde groep met uiteenlopende demografische en sociaaleconomische kenmerken. Deze groep heeft ten opzichte van andere herkomstcategorieën een hoger inkomenen een hogere arbeidsdeelname. Immigranten uit de Baltische staten zijn overwegend vrouwen met gezinsvorming als voornaamste migratiemotief. Auteurs: Katja Chkalova, Lada Mulalic, Rik van der Vliet, Ko Oudhof en Carel Harmsen

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. In vijf jaar tijd is het aantal geboorten onder meisjes jonger dan 20 jaar met ruim een kwart gedaald. In 2007 werden in deze jongste leeftijdsgroep 2,5 duizend kinderen geboren, tegen 3,5 duizend in 2002. De daling heeft grotendeels plaatsgevonden onder niet-westers allochtone tieners. Vooral de geboortecijfers van Turkse en Marokkaanse meisjes bewegen zich sterk in de richting van die van autochtone meisjes. Omdat ook het abortuscijfer daalde, is sprake van veel minder zwangerschappen onder tienermeisjes. Ondanks deze gunstige trends blijft preventie van groot belang, met Surinaamse en Antilliaanse meisjes als grootste aandachtsgroepen. Auteur: Joop Garssen

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. In juli 2008 is de actualisering van de regionale prognose met het model PEARL door het Planbureau voor de Leefomgeving en het CBS gepubliceerd. Hierin komt de prognose van het aantal huishoudens tot stand door het modelleren van processen in de levensloop. Dit artikel geeft een beeld van vier belangrijke processen, te weten: het uit huis gaan, het gaan samenwonen, het uit elkaar gaan en gaan wonen in een instelling. Deze processen worden vanuit drie invalshoeken geanalyseerd: patronen naar leeftijden geslacht, naar herkomstgroep en naar regio. De uitkomsten van deze analyses worden gebruikt als veronderstellingen voor het onderdeel huishoudens(positie) in de actualisering van de regionale prognose. Auteur: Andries de Jong

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. In juli 2008 is de actualisering van de regionale prognose met het model PEARL door het Bureau van de Leefomgeving en het CBS gepubliceerd. De prognose van het aantal huishoudens komt tot stand via de prognose van de bevolkingnaar huishoudenspositie. In dit artikel wordt ingegaan op de methodologie van dit onderdeel van de regionale prognose. Tevens wordt ingegaan op dimensies van huishoudensmodellen en worden PEARL en andere huishoudensmodellen getypeerd. Auteur: Andries de Jong

Op 1 januari 2008 telde Nederland 1,08 miljoen personen met de Nederlandse en ten minste één andere nationaliteit. Dit is bijna drie keer zoveel als op 1 januari 1995.

In de eerste negen maanden van 2008 zijn 140 duizend kinderen geboren, bijna 3 duizend meer dan in dezelfde periode van 2007.

In 2007 trouwden ruim 26 duizend allochtonen, van wie ongeveer een kwart afkomstig was uit Turkije en Marokko.

Bevolkingstrends 3e kwartaal 2008. In 2007 werden 32,6 duizend huwelijken door de Nederlandse rechter ontbonden. Dit is vrijwel gelijk aan het totaal voor 2006, toen 32,5 duizend echtscheidingen werden uitgesproken. Bij ruim zes op de tien echtscheidingen warenminderjarige kinderen betrokken. Het ging in totaal om 34,7 duizend kinderen. Ruim de helft van hen was op het moment van scheiding jonger dan tien jaar. Bij ruim een derde van de in 2007 afgedane scheidingszaken zijn afspraken vastgelegd over kinderalimentatie. In iets meer dan de helft van deze zaken is een maandelijks bedrag van 300 euro of meer vastgesteld. In één op de vijf echtscheidingsbeschikkingen is bepaald dat de man alimentatie aan de vrouw moet betalen. Bij de helft van deze beschikkingen gaat het om een maandelijks bedrag van 600 euro of meer. Alimentatie van de vrouw aan de man komt weinig voor: bij 1 procent van de echtscheidingen is in 2007 deze verplichting opgelegd. Auteurs: Arno Sprangers en Nic Steenbrink

Bevolkingstrends 3e kwartaal 2008. De meeste mensen kiezen ‘ruimtelijk homogame’ partners: ze vinden een partner in hun omgeving. Dit artikel beschrijft in welke mate Nederlanders een samenwoonpartner kiezen die in de buurt woont. Mensen met een hoge sociaaleconomische status vinden hun partners verder weg dan mensen met een lage sociaaleconomische status. Andere kenmerken die samenhangen met een partner op grotere afstand zijn een hogere leeftijd, alleenwonen en gescheiden zijn. Regionale verschillen in ruimtelijke homogamie lijken te duiden op regionale culturele verschillen, waarbij de kortste afstanden worden gevonden in hechte gemeenschappen met een specifieke religie en/of dialect. Auteurs: Karen Haandrikman, Carel Harmsen, Leo van Wissen en Inge Hutter

Bevolkingstrends 3e kwartaal. Met gegevens uit het Onderzoek Gezinsvorming 2003 van het CBS en panelgegevens uit de Netherlands Kinship Panel Study kan worden aangetoond dat duurzame latrelaties vooral een optie zijn voor middelbare tot wat oudere personen die een echtscheiding hebben meegemaakt, in een stedelijke omgeving wonen en al enkele jaren ervaring hebben met een latrelatie. Een fors toenemend aantal ouderen, een toenemend aantal gescheidenen en meer mensen in een stedelijke omgeving zullen een positief effect hebben op het aantal latrelaties in Nederland. Alleenstaande moeders met thuiswonende kinderen die in eerste instantie voor een latrelatie kiezen, zien zo’n relatie vaker als overgangsfase. Auteurs: Jenny de Jong Gierveld en Jan Latten

Bevolkingstrends 3e kwartaal. Immigranten gaan bij aankomst in Nederland vaak wonen in buurten waar landgenoten wonen. Ze komen vaak terecht in de grote steden, waarbij vooral Marokkanen en westerse immigranten zich relatief vaak in Amsterdam vestigen. Niet-westerse immigranten verhuizen in de eerste vier jaar na aankomst eerder naar buurten met meer dan naar buurten met minder niet-westerse allochtonen. Auteurs: Clara H. Mulder en Aslan Zorlu

Bevolkingstrends 3e kwartaal 2008. In 2008 hebben het Planbureau voor de Leefomgeving en het CBS voor de tweede keer de regionale bevolkings- en huishoudensprognose uitgebracht. Deze prognose, met behulp van het model PEARL, geeft een beeld van regionaledemografische ontwikkelingen in de periode van 2007 tot 2025. Dit artikel beschrijft de belangrijkste uitkomsten op het niveau van provincies en gemeenten. Auteurs: Andries de Jong en Elma van Agtmaal-Wobma

Bevolkingstrends 3e kwartaal 2008. In 2006 hebben het RPB en het CBS voor het eerst een regionale demografische prognose uitgebracht. Deze prognose, met behulp van het model PEARL, geeft een beeld van regionale ontwikkelingen in de bevolking, allochtonenen huishoudens in de periode tot 2025. In 2008 is de actualisering van deze prognose gepresenteerd. In de prognose vormt de schatting van het aantal korte-afstandmigranten een belangrijk onderdeel. Deze schatting werd in de eerste prognose verricht met behulp van het ruimtelijk interactiemodel, waarbij het inwonertal van de vestigingsgemeente en de hemelsbrede afstand tussen vertrekenvestigingsgemeente de twee verklarende variabelen vormen. In dit artikel wordt nagegaan in hoeverre het gebruik van reisafstanden een verbetering van de schatting oplevert. Voor alle provincies blijkt sprake te zijn van een forse verbetering van de fit tussen geschatte en waargenomen migratiestromen. Deze is zodanig dat in de actualisering van de regionale prognose gewerkt wordt met reisafstanden in plaats van afstanden hemelsbreed. Auteurs: Pieter Wijngaarden en Andries de Jong

Bevolkingstrends 3e kwartaal. Dit artikel beschrijft de fysieke en psychische gezondheid van ouderen naar opleiding, jaarinkomen, 4-jaarsinkomen en langdurig laag inkomen. Voor de drie operationalisaties van inkomen geldt dat hoe lager het inkomen is, hoe meerouderen een slechte fysieke of psychische gezondheid hebben. Opleiding maakt een overeenkomstig onderscheid in fysieke gezondheid, maar nauwelijks of geen onderscheid in psychische gezondheid als deze wordt gemeten met de zogeheten Short Format-12. De verbanden blijven ook bestaan als rekening wordt gehouden met het vóórkomen van chronische ziekten. Auteurs: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Bevolkingstrends 3e kwartaal 2008. In diverse onderzoeken is getracht de subjectieve sociale onveiligheid te verklaren

Het aantal alleenstaande ouders blijft toenemen. Dat komt door het uit elkaar gaan van zowel gehuwde als niet-gehuwde paren met kinderen.

In de eerste helft van 2008 nam de bevolking met bijna 30 duizend mensen toe. Dit komt doordat er meer mensen naar Nederland zijn gekomen dan dat er vertrokken.

In 2007 bedroeg het verwachte aantal levensjaren van pasgeboren meisjes 82,3 jaar en die van jongens 78,0 jaar. Vooral sinds 2002 is de levensverwachting sterk gestegen.

In 2007 is 40 procent van alle kinderen door een niet-getrouwde moeder ter wereld gebracht.

In 2025 telt Nederland 8 miljoen huishoudens, 800 duizend meer dan begin 2007.

Hoe lager het inkomen, hoe meer ouderen de huisarts en specialist raadplegen.

Hoogopgeleide vrouwen worden op latere leeftijd moeder dan vrouwen met een middelbare of lage opleiding.

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Het is bekend dat een volwassene er nadelen van kan ondervinden als hij of zij in een gebroken of arm gezin is opgegroeid. Er is nog maar weinig bekend over de gevolgen die een kind op lange termijn ondervindt als een ouder tijdens de opvoeding van het kind met de politie in aanraking kwam. In het hier gepresenteerde onderzoek wordt met behulp van gegevens uit het Sociaal Statistisch Bestand de samenhang tussen het geregistreerd staan als verdachte van twee opeenvolgende generaties geanalyseerd, rekening houdend met de samenstelling en sociaaleconomische positie van het gezin waarin de kinderen opgroeiden. Auteurs: Gregory Besjes en Ruben van Gaalen

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Volwassen kinderen verhuizen niet vaak in de richting van hun ouders. Als ze het doen, is het eerder rondom een eigen relatiebreuk of als ze kinderen krijgen dan bij hoge leeftijd of scheiding van de ouders. Daarnaast is een effect te zien van verweduwing van de moeder, maar niet van de vader. Auteurs: Clara H. Mulder, Francesca Michielin en Jan Latten

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Onderzoek naar intergenerationele overdracht van vruchtbaarheidsgedrag heeft zich tot nu toe vooral gericht op het aantal kinderen. Het hier beschreven onderzoek richt zich op de overdracht van de leeftijd bij de geboorte van het eerstekind. Speciale aandacht wordt besteed aan veranderingen van de sterkte van deze overdracht over cohorten heen. Op basis van eerder onderzoek is het onduidelijk of verwacht kan worden dat deze overdracht in de tijd zal toe- of afnemen. Event history analyse op Nederlandse registergegevens toont een forse mate van intergenerationele overdracht van de leeftijd waarop het eerste kind wordt geboren. De overdracht van moeders op kinderen neemt over de cohorten heen toe. De intergenerationele overdracht wordt zwakker naarmate kinderen het ouderschap langer uitstellen. Op jonge leeftijden geldt dat de overdracht van moeders op kinderen sterker is dan die van vaders op kinderen. Auteurs: Liesbeth Steenhof en Aart C. Liefbroer

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Door koppeling van integrale registergegevens kan het CBS steeds meer ruimtelijke en laagregionale statistieken samenstellen. Dit artikel gaat in op de wijze waarop de gegevens worden berekend, en presenteert twee praktischetoepassingen: berekening van de afstand tussen woning en basisschool, en berekening van het aantal basisscholen dat (te) dicht bij een vervuilende weg ligt. Auteur: Bert Bunschoten

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. In het afgelopen decennium is het aantal gezinnen met vier of meer kinderen onder zowel allochtonen als autochtonen snel gedaald. Vooral het aandeel van de allochtonen in de zeer grote gezinnen (met acht of meer kinderen) is forsgeslonken. Momenteel zijn ruim vier op de vijf zeer grote gezinnen autochtoon. Onder Antillianen en Surinamers heeft ongeveer de helft van de grote gezinnen maar één ouder. Niet etnische herkomst, maar het orthodox protestantisme speelt een hoofdrol in de ruimtelijke spreiding van het grote gezin. Dit patroon verandert nauwelijks. Van een duidelijke convergentie in de richting van het landelijk gemiddelde is evenmin sprake. Auteurs: Joop Garssen en Hennie Roovers

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Hoogopgeleide vrouwen zijn gemiddeld ouder als ze voor het eerst moeder worden dan laagopgeleide vrouwen. Ook is het aandeel kinderloze vrouwen groter onder hoog opgeleiden. Dit artikel gaat in op de vraag of uitstel van moederschapeffect heeft op de totale vruchtbaarheid. Met behulp van integrale gegevens en de opleidingsvariabele uit het Sociaal Statistisch Bestand wordt voor verschillende generaties de relatie tussen opleidingsniveau en vruchtbaarheid onderzocht. Auteurs: Elma van Agtmaal-Wobma en Mila van Huis

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Door toepassing van nieuwe methodieken en de beschikbaarheid van nieuwe bestanden kunnen voorlopige cijfers over Nederlandse bevolkingskernen worden afgeleid. Voor het jaar 2006 zijn 2139 dorpen, steden en agglomeratiesafgebakend. Ruim 7,5 miljoen inwoners wonen in kernen met minimaal 50 duizend inwoners. In de periode 2001–2006 is in 55 procent van de kernen de bevolking toegenomen. In 77 procent van de kernen nam het woningaanbod toe. Stedelijke kerngroepen bevatten in 2006 relatief meer inwoners dan in 2001. Bij binnenlandse verhuizingen trekt 43 procent van het aantal personen weg uit eigen dorp ofstad. Vanuit landelijke kernen wordt daarbij de voorkeur gegeven aan een grotere, stedelijker kern. Auteurs: Niek van Leeuwen en Willem Regeer