Natuur en milieu

Artikelen arbeid en sociale zekerheid

De uitstoot van broeikasgassen in Nederland is 189,3 miljard CO2-equivalenten (2018). Dit is 2 procent lager dan in 2017 en 15 procent lager dan in 1990

Twee methodologische rapporten over trendanalyses binnen de Evaluatie Meststoffenwet.

Nederlandse overheidsinstellingen zoals gemeenten, ProRail, waterschappen, provincies, defensie en Rijkswaterstaat, hebben in 2018 bijna 5 duizend kilogram bestrijdingsmiddelen gebruikt.

Lagere fosfaatproductie en stikstofuitscheiding in 2018, op basis van deze cijfers voldoet Nederland aan derogatievoorwaarden

Nederlandse gemeenten zamelden in 2018 8,5 miljard kilogram huishoudelijk afval in, 494 kilo per inwoner. Daarvan was 206 kilogram gemengd restafval en 288 kilogram gescheiden ingezameld afval. De inzameling van hout en textiel neemt sinds de afloop van de economische crisis toe.

De brede welvaart van hoogopgeleiden is hoger dan die van laagopgeleiden.

De brede welvaart in Nederland stijgt trendmatig op veel fronten. Neerwaartse ontwikkelingen waren er vooral op het gebied van arbeid en wonen. De toekomstige brede welvaart laat ook een aantal verslechteringen zien, wederom op het terrein van natuur en milieu.

De gemiddelde broeikasgasvoetafdruk per Nederlander toe nam toe van 15,1 ton CO2-equivalenten per inwoner in 2017 naar 15,8 ton in 2018. Tussen 2008 en 2016 daalde deze nog. Het verbruik van grondstoffen (vooral metalen) nam licht toe, tot 9,7 duizend kilo per inwoner in 2017.

De CO<sub>2</sub>-uitstoot in Nederland was in het eerste kwartaal 0,8 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2018.

De uitstoot van broeikasgassen in Nederland is in 2018 met 2 procent gedaald.

In ruim honderd jaar tijd is het aantal vlinders in Nederland met ruim 80 procent gedaald, zo blijkt uit een nieuwe historische analyse van de vlinderstand en de verspreiding

In 2017 verwerkte het Wetterskip Fryslân 16 procent meer rioolwater dan in 2016, in het gebied van Waterschap de Dommel in Noord-Brabant werd 10 procent minder rioolwater verwerkt dan een jaar eerder.

In 2018 was het aandeel van China in de Nederlandse export van recyclebaar plastic afval 2,7 procent. In 2010 ging nog bijna de helft van het plastic afval van bedrijven en huishoudens met een buitenlandse bestemming naar China.

Om analyse van het bodemgebruik van een langere tijd mogelijk te maken, is de mutatiereeks bodemgebruik 1996&#8211;2008 gepubliceerd. Deze reeks bevat de gecorrigeerde digitale geometrie van het bodemgebruik in Nederland voor de jaren 1996, 2000, 2003, 2006 en 2008.

De materiaalmonitor geeft inzicht in de materiaalstromen (in kilo’s) van, naar en binnen Nederland in 2016. Informatie over afval, recycling, emissies en milieu zijn ook onderdeel van de monitor.

Vanaf 2007 neemt de trend in verspreiding van libellen in Nederland af, en gaan er iets meer libellensoorten in verspreiding achteruit (21) dan vooruit (16). De verspreiding van libellen van laagveen en moeras neemt nog toe, soorten van stromend water zijn stabiel, en libellen van hoogveen en vennen dalen vanaf 2008.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het vierde kwartaal 0,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2017. Huishoudens en de transportsector hebben meer CO2 uitgestoten, energiebedrijven daarentegen minder.

In dit rapport wordt de nieuw ontwikkelde methode besproken voor het meten van economische indicatoren over de circulaire economie, tevens worden de eerste resultaten voor de periode 2001-2016 gepresenteerd.

In 1990–2017 zijn de broedpopulaties van 13 van de 20 stadsvogels in stedelijk gebied in aantal afgenomen. Alleen van de huiszwaluw neemt sinds 1990 de populatie toe, zowel in de stad als landelijk. Vanaf 1990 zijn de populaties van deze 20 soorten in de stad gemiddeld met meer dan de helft afgenomen.

In 2012-2015 is er in Nederland 11 duizend hectare aan open natuurlijk terrein bij gekomen, vooral open nat natuurlijk terrein. Ook de bebouwde oppervlakte groeide, met 4,7 duizend hectare. Recreatiegebieden en binnenwateren namen ook toe in areaal. Het agrarisch gebied nam met 15 duizend hectare het meest af.

De toegevoegde waarde van de milieusector in 2016 was 15,8 miljard euro, oftewel 2,2 procent van het bruto binnenlands product. In 2001 was het aandeel van de milieusector in de Nederlandse economie in 2001 nog 1,7 procent.

De CO2-uitstoot was in het derde kwartaal 0,1 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2017.

Meningen over milieu en duurzame energie, en energiebewust gedrag.

Mensen die zeggen dat zij geven om het milieu zijn in hun gedrag energiebewust

In 2016 ontvingen provinciale natuurorganisaties 142 miljoen euro aan inkomsten, terwijl dat in 2010 nog 165 miljoen euro was. Het verlies aan subsidie-inkomsten na 2010 werd deels beperkt door extra inkomsten uit contributies en giften, de postcodeloterij, en overige inkomsten, waaronder projecten en beleggingen.

Van de volwassenen gaf 55% in 2017 aan dat lucht, bodem en water sterk verontreinigd zijn. Driekwart vindt dat er aan de natuur veel schade is toegebracht. Dit is hoger dan in 2012. Meer mensen zijn bereid om te betalen voor een beter milieu, de bezorgdheid is met 85% gelijk gebleven.

In 2017 werd in Nederland 163 miljard kilogram koolstofdioxide (CO2) uitgestoten.

De CO2-uitstoot was in het tweede kwartaal 3,8 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2017. Vooral de CO2-uitstoot door gasverbruik voor verwarming was lager.

Van de bedrijven die deelnemen aan het Europese systeem van emissiehandel, kortweg het EU ETS, worden CO2-emissies en emissiehandel gemonitord door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Een rapport met een statistische analyse van de relatie tussen gasdruk en gradienten in gasdruk binnen het Groningse reservoir voorafgaand aan aardbevingen, uitgevoerd in opdracht van het Staatstoezicht op de Mijnen.

Van drie beschermde slakkensoorten is met name de nauwe korfslak sinds 2007 sterk in aantal achteruitgegaan.

In 2017 werd 57 procent van het huishoudelijke afval gescheiden ingezameld, tegen 49 procent in 2007.

Methodologische beschrijving en toepassing van dertien ecosysteemdienstmodellen in fysieke aanbod- en gebruiktabellen.

Een rapport met een analyse van de tijdsintervallen tussen aardbevingen in Groningen, gerelateerd aan de gaswinning.

De broeikasgasvoetafdruk is, na een dalende trend sinds 2008, volgens de eerste berekening in 2017 weer toegenomen: van 14,2 ton CO2-equivalenten per inwoner in 2016 naar 15,4 ton in 2017. Dit is een van de indicatoren voor de invloed van de Nederlandse welvaart in het buitenland.

De CO2-uitstoot was in het eerste kwartaal 2,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2017. De toename komt vooral doordat huishoudens en de dienstverlening meer gas verbruikt hebben voor verwarming.

De 327 rioolwaterzuiveringsinstallaties in Nederland presteerden in 2016 beter dan in 2015.

De milieu-efficiëntie van de Nederlandse economie is verder verbeterd: bij een gelijke of hogere economische productie en groei is er relatief minder vervuiling. Het belastingstelsel is echter niet groener geworden.

In 2017 was het energieverbruik in Nederland 3 150 petajoule, nagenoeg gelijk aan 2016. In 2017 werd voor het eerst meer aardgas ingevoerd dan dat er uit de Nederlandse bodem gewonnen werd.

In 2016 werd in 7 op de 10 glasgroentekassen biologische bestrijding toe gepast, in 2000 nog in vrijwel alle kassen.

Van alle materialen die in de economie terechtkomen is ongeveer 9 procent gerecycled. Vergeleken met de totale Nederlandse consumptie is het aandeel gerecycled materiaal 22 procent, terwijl het recyclingpercentage (80 procent) één van de hoogste in Europa is.

Er zit minder fosfor en stikstof in rundveemest en er zitten ook steeds minder van deze mineralen in het voer

Op 1-1-2018 bood Flevopolder plaats aan 345000 inwoners, Noordoostpolder 47000 en Wieringermeer 12500

Tweede meting van hoe Nederland het doet wat betreft de Sustainable Development Goals

De CO2-uitstoot was 0,2 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Milieu input-output analyses van broeikasgassen in Nederland

CBS-hoogleraar onderzoekt brede welvaart

Voorstel voor monitoringsysteem om de beoogde transitie naar een circulaire economie te kunnen volgen.

Pilotstudie natuurlijk kapitaal rekeningen met aanbod en gebruik ecosysteemdiensten en waardebepaling

Informatie over het klimaat, onder meer over broeikasgassen en energie.

Ontwikkelingen op het gebied van Groene Groei

In dit document staat beschreven hoe Groene groei groei tot stand is gekomen

De CO2-uitstoot was 0,2 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

This document reports on the carbon account for the Netherlands, one of the thematic accounts of the SEEA EEA.

Bossen en bodems compenseren 2 procent van de jaarlijkse Nederlandse CO2-uitstoot.

In de Noordzee zijn in 1990-2015 populaties van zeedieren, met name bodemdieren, met meer dan 30 procent afgenomen.

Nieuw rapport presenteert Nederlandse vorderingen in duurzame energie en klimaat

Samenstelling waterrekeningen met aanbod, gebruik, onttrekking, resources en levering water en retourwater

In 2016 was de uitstoot van broeikasgassen 1 procent hoger dan een jaar eerder

De CO2-uitstoot was 0,9 procent lager in het tweede kwartaal.

De overheid heeft 25,3 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen ontvangen in 2016.

Uit nieuwe analyses blijkt dat sinds het midden van de jaren negentig bospaddenstoelen in aantal toenemen.

Factsheet met cijfers, grafieken en kaartjes over de regio Zwolle,

CBS Urban Data Center/Zwolle van start

Uitbreiding met 28 (beleidsrelevante) indicatoren voor groene groei.

Verbetering van de statistiek over grondwateronttrekkingen en gebruik van industriewater.

Rendementen en CO2-emissie elektriciteitsproductie 2015

De toerismesector is verantwoordelijk voor 7 procent van het netto binnenlands energieverbruik.

Een kleine 40 procent van de Nederlandse dier- en plantensoorten wordt bedreigd.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het eerste kwartaal van 2017 hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Rioolwater geloosd op stilstaand water bevat minder stikstof en fosfor dan rioolwater geloosd op stromend water.

Rapport over in 2016 doorgevoerde methodewijzigingen ter verbetering en uitbreiding van de Milieusector.

In dit document wordt onderzocht of het mogelijk is om een de monetaire milieurekeningen in een stelsel te integreren.

De ontwikkeling van het aantal boerenlandvogels in Nederland

Afbakeningen van het grondgebied van Nederland naar ecosysteem eenheden.

Energiebedrijf RWE Essent en Westermeerwind bouwen een windpark op land en in het water van het IJsselmeer.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het vierde kwartaal 7,3 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Studie die mogelijkheid toetst om informatie over zeggenschap van individuele ondernemingen aan Exiobase te koppelen.

Haalbaarheidsstudie naar samenstellen van tabellenset voor landbouw, bosbouw en visserij op basis van SEEA-AFF.

Urban Data Center voor regio Groningen

Haalbaarheidsstudie naar fysieke voorraden (urban mine) in onze economie

Invasieve uitheemse planten hebben zich de afgelopen decennia fors uitgebreid in Nederland, met name in het water.

Cijfers over gewasbestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw

Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor water – SDG 6.4 – drietrapsladderbenadering voor Nederland

De uitstoot van CO2 nam echter met bijna 13 procent toe.

Ondanks de economische groei was in het derde kwartaal van 2016 de CO2-uitstoot in Nederland 2,3 procent lager.

De transitie naar een circulaire economie beschreven op basis van data van CBS.

De Nederlandse economie wordt steeds meer een circulaire economie en verspilt minder grondstoffen.

Beschrijving hoe de energiegerelateerde activiteiten in hoofdstuk 6 van de NEV 2016 zijn afgebakend.

Wat is het economisch belang van de milieusector?

Nationale Energieverkenning 2016 laat zien: doel hernieuwbare energie in zicht

Mestproductie en uitscheiding van stikstof, fosfaat en kali door diercategorieën in de landbouw

De melkveestapel groeit, maar steeds minder koeien weten hoe gras onder hun hoeven aanvoelt.

Nederlandse windmolens hebben in 2015 met 7,6 miljard kWh ruim 30 procent meer elektriciteit opgewekt dan in 2014.

De ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie voor warmte, elektriciteit en vervoer.

De uitstoot van broeikasgassen in Nederland is vorig jaar met 5 procent toegenomen ten opzichte van 2014

In het tweede kwartaal van 2016 was de CO2-uitstoot in Nederland 0,3 procent lager.

Het principe dat de vervuiler betaalt, gaat niet altijd op.

Van de vlinders die veel voorkomen in onze tuinen is de typische bosvlinder het bont zandoogje toe genomen in de stad.

Nederlandse gemeenten zamelden in 2015 per inwoner gemiddeld 55 kilo papier in bij huishoudens.

Het aantal in Nederland geregistreerde oude dieselauto’s is sinds begin 2010 met 67 procent afgenomen.

De CO2-uitstoot in Nederland was in het eerste kwartaal 1,3 procent lager.

This is a methodological report on the extension of the Materials Monitor.

Rioolwaterzuiveringsinstallaties leveren sinds 1990 een belangrijke bijdrage aan schoner oppervlaktewater.

Grote verschillen in de omvang van de melkveestapel. In Lelystad en Menterwolde zitten de grootste melkveehouders.

In de factsheets worden alle 12 provincies op een 9-tal thema’s vergeleken met Nederland.

Feiten op een rij over de circulaire economie van Nederland.

Het gebruik van leidingwater is afgenomen.

Sinds 2006 gaan er iets meer vlindersoorten in aantal voor- dan achteruit: 20 tegenover 11. Onder de ‘stijgers’ zitten een aantal bedreigde soorten. Er zijn twee factoren die hierin een rol spelen; herstel van de leefomgeving van vlinders door natuurbescherming en klimaatverandering. De totale vlinderstand in Nederland is de laatste tien jaar stabiel gebleven.

Er is steeds minder agrarisch terrein in ons land. Landbouwgrond krijgt vaker een natuurbestemming of wordt ingericht voor recreatieve doelen. Ook neemt het bebouwd gebied verder toe, vooral de oppervlakte woon-, verkeers- en bedrijventerrein neemt toe ten koste van het agrarisch terrein

De CO2-uitstoot in Nederland was in het vierde kwartaal 0,4 procent hoger ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Belangrijke oorzaak van de lichte toename van de CO2-uitstoot is de hogere productie van de elektriciteitsbedrijven en de chemische industrie. Dit meldt CBS.

Het leefpatroon van planten en dieren verschuift steeds vaker als gevolg van klimaatverandering. Dat valt op te maken uit de indicatoren die CBS voor het Compendium voor Leefomgeving (CLO) beheert.

In 2012 is voor 73 miljoen euro aan grondstoffen verloren gegaan, waarvan 27 miljoen euro aan goud.

De Nederlandse economie is de afgelopen 15 jaar ‘groener’ geworden. Van zes verschillende thema’s rond vergroening van de economie lieten er vijf een verbetering zien. Zo wordt de Nederlandse economie steeds milieu-efficiënter. Ten opzichte van andere Europese landen scoort Nederland op dit thema echter relatief laag.

In deze factsheet is informatie te vinden over broeikasgassen. Zo zijn grafieken opgenomen met de uitstoot per sector en de uitstoot per inwoner. Verder is onder meer informatie opgenomen over hernieuwbare energie.

De Living Planet Index geeft aan dat de Nederlandse populaties zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, vissen, libellen en vlinders in de periode 1990-2014 met gemiddeld 15 procent zijn toegenomen. Dit is een voorzichtig herstel, maar het compenseert slechts een beperkt deel van het verlies in de vorige eeuw.

De populaties van acht soorten vleermuizen zijn in 30 jaar tijd flink gestegen. De stijging betreft de soorten die worden gevolgd via het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). De toename is het grootst bij de ingekorven vleermuis en de franjestaart en het kleinst bij de watervleermuis..

Het aantal paddenstoelen in de Nederlandse bossen neemt nog steeds af. Met name de mycorrhiza-vormende paddenstoelensoorten - waaronder de cantharel, vliegenzwam en eekhoorntjesbrood - doen het als groep slecht, dit blijkt uit de nieuwste analyses van CBS.

De uitstoot van fijnstof door het verkeer en vervoer is tussen 1990 en 2014 met 57 procent afgenomen. In dezelfde periode nam de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) met ruim 45 procent af. De uitstoot van kooldioxide (CO2) nam daarentegen met 24 procent toe

De overheid incasseerde in 2014 23,9 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Huishoudens betaalden van elke euro van deze belastinginkomsten 66 eurocent.

De CO<sub>2</sub>-uitstoot in Nederland was in het tweede kwartaal 4,1 procent hoger dan een jaar eerder. Belangrijke oorzaken van de hogere uitstoot zijn de groei van de economie met 1,6 procent, het hogere gasverbruik door huishoudens en de inzet van meer kolen in plaats van aardgas in energiecentrales.

Het gaat slecht met de meeste weidevogelsoorten in Nederland. Van veel soorten is het aantal sinds 1990 fors afgenomen. De grootste verliezers zijn de veldleeuwerik en de scholekster. Maar ook andere tot voor kort veel voorkomende weidevogelsoorten doen het slecht. Alleen de populatie kuifeenden is wel toegenomen.

Rioolwaterzuiveringsinstallaties presteren steeds beter. Verontreinigingen worden steeds vollediger uit het afvalwater verwijderd, terwijl het elektriciteitsverbruik van het zuiveringsproces daalde. Het vrijkomende zuiveringsslib wordt vrijwel geheel verbrand.

De fosfaatproductie in dierlijke mest is in 2013 met 5 miljoen kg gestegen tot 166 miljoen kg. In de voorgaande 3 jaar daalde deze productie. De toename komt vooral voor rekening van de melkveehouderij.

De Nederlandse economie heeft 0,4 procent meer CO2 uitgestoten in het derde kwartaal van 2014 dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer steeg de CO2-uitstoot met 1,0 procent. De economie groeide met 1,1 procent op jaarbasis in het derde kwartaal van 2014. Dit maakt het CBS vandaag bekend. De CO2-uitstoot is berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

De populaties van de meest stadsvogels zijn de laatste jaren stabiel. De achteruitgang van de huismus is de afgelopen vijftien jaar tot staan gekomen. De achteruitgang van de spreeuw blijkt nog steeds door te gaan.

In dit achtergronddocument wordt beschreven hoe de energiesector is afgebakend en welke activiteiten hiertoe behoren.

This publication presents the objective of this study and some background information on the relevance of the sustainable energy sector for the Dutch economy.

Het Wereld Natuur Fonds meldt een forse daling van de mondiale biodiversiteit. Dit staat in schril contrast met de trend in Nederland.

Veel planten- en diersoorten in Nederland zijn sinds 1950 sterk achteruitgegaan. Maar nieuwe gegevens van bijna 1800 soorten duiden op een omslag in deze trend. Veel inheemse soorten gingen vanaf 1995 namelijk niet verder achteruit of zelfs iets vooruit. In zeven soortgroepen samen is per saldo het aantal bedreigde soorten iets afgenomen. Dat blijkt uit een analyse van het CBS.

De Nederlandse economie heeft 0,9 procent minder CO2 uitgestoten in het tweede kwartaal van 2014 dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer steeg de CO2-uitstoot wel met 3,7 procent. De economie groeide met 0,9 procent op jaarbasis in het tweede kwartaal van 2014. Dit blijkt uit de&nbsp;flashraming van het CBS. De CO2-emissies zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

In het eerste kwartaal van 2014 is 10,1 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer daalde de CO2-uitstoot met slechts 0,4 procent. De economie kromp in het eerste kwartaal van 2014 met 0,5 procent op jaarbasis. Dit blijkt uit de eerste voorlopige raming van het CBS. De CO2-emissies zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

Verantwoording van het terugleggen van de tijdreeks met gegevens van het waterverbruik (2003-2011) tot 1976. Door het combineren van diverse databronnen is het mogelijk om een samenhangend beeld te geven van het gebruik van leidingwater en de onttrekking van grond-, en oppervlaktewater voor een groot aantal bedrijfstakken.

In dit onderzoek wordt verslag gedaan van de reparatie van een reeksbreuk (2006/ 2007) in de tijdreeks drinkwater, uitgesplitst naar huishoudelijk en zakelijk gebruik. De schatting van de breuk heeft tot gevolg dat de tijdreeksen van 1970–2006 gerepareerd kan worden zodat een consistente reeksen ontstaan van 1970–2010.

Dit rapport beschrijft de economieën van de KRW1 deelstroomgebieden en geeft daarnaast een onderlinge vergelijking van deze gebieden.

In this study an economic valuation of activities related to the Dutch Continental Shelf (DCS) is presented for the years 2005, 2008, 2010 and 2011.

In het vierde kwartaal van 2013 is 2,4 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Rekening houdend met de wisselende weersomstandigheden is de CO2-uitstoot stabiel gebleven. De economie groeide in het vierde kwartaal van 2013 wel met 0,7 procent op jaarbasis. Dit blijkt uit de eerste voorlopige raming van het CBS. De CO2-emissies zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2011 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 335 mln kg stikstof, 17 mln kg fosfor en 37 mln kg kalium. Ten opzichte van 2010 zijn de fosfor- en kaliumoverschotten in 2011 fors gedaald met bijna 30 procent respectievelijk 50 procent. Dit is vooral het gevolg van een flinke afname in het gebruik van fosfaat- en kalikunstmest. In 2012 (voorlopige cijfers) daalt het fosforoverschot weer sterk maar blijven de stikstof- en kaliumoverschotten nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2011.

Het Groene Hart is een groot, open veenweidegebied midden in de Randstad, dat is aangewezen als nationaal landschap. In het Groene Hart zijn landbouw, natuur en recreatie de belangrijkste functies. Door de ligging en de aanwezigheid van steden als Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden staan deze functies onder druk. In het gebied is tussen 1996 en 2010 ruim 8,5 duizend ha van het bodemgebruik gewijzigd. De bebouwing is met ruim 14 procent toegenomen, meestal ten koste van agrarisch terrein. Dat is maar iets minder dan landelijk.

In de Internationalisation Monitor 2013 wordt o.a. een alternatieve methode besproken om CO2-uitstoot toe te wijzen aan landen. Deze studie gaat eerst in op een toedeling van de binnenlandse CO2-uitstoot, naar bedrijven met Nederlandse zeggenschap en bedrijven met buitenlandse zeggenschap. Vervolgens bespreekt het de CO2-uitstoot door Nederlandse dochterbedrijven in het buitenland.

In het derde kwartaal van 2013 is 1,2 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Gecorrigeerd voor het verschil in weer komt deze daling in CO2-uitstoot uit op 0,4 procent. De economie kromp in het derde kwartaal met 0,6 procent op jaarbasis.

Vandaag verschijnt de publicatie ‘Green growth in the Netherlands 2012’. Hierin wordt een samenhangend overzicht gepresenteerd van de staat van groene groei in Nederland aan de hand van 33 indicatoren

In het bedrijvenbeleid van de overheid spelen de topsectoren een centrale rol om innovatie en concurrentiekracht te bevorderen. In dit rapport worden bovenstaande belangrijke beleidsthema’s bij elkaar gebracht door een nulmeting van groene groei voor topsectoren uit te voeren. Het monitoren van groene groei gebeurt op basis van ontwikkelingen in de tijd. In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van slechts één jaar, 2010.

Op het congres van de European Bird Census Council in het Roemeense Cluj in september van dit jaar hield Arco van Strien (CBS) een lezing over de manier waarop vogeltellingen gedaan kunnen worden en de mogelijkheden om uit niet-gestandaardiseerde vogelwaarnemingen trends voor heel Europa af te leiden. Van Strien en zijn collega’s van het CBS ontwikkelden een statistische procedure om de resultaten van vogeltellingen in afzonderlijke landen te combineren tot één Europees geheel.

De biodiversiteit in ons land is sinds 2006 licht hersteld. Zoogdieren worden minder bedreigd, de bedreiging van vogels en dagvlinders is niet verder toegenomen.

In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek in 2013 de economische radar doorontwikkeld voor de duurzame energiesector. In dit rapport wordt uiteengezet op welke manier een economisch monitoringsysteem is opgezet voor de duurzame energiesector. De economische trends voor de periode 2008-2011 staan centraal.De werkgelegenheid, de toegevoegde waarde, de productie en de investeringen in de sector worden gepresenteerd.Aan de internationale handel eninnovatie aspecten wordt ook aandacht besteed.De publicatie is geschreven in het Engels (Nederlandstalige samenvatting is toegevoegd).Het algemenebeeld dat uit het onderzoek naar voren komt is één van een sector die groeit in de periode 2008-2011. Over de periode 2008 – 2011 heeft een gestage en stabiele groei in werkgelegenheid plaatsgevonden in de duurzame energiesector. Ondanks economische crisis in deze periode, is het aantal VTE (voltijds equivalent) in de sector toegenomen van 16.9 duizend in 2008 naar 19.1 duizend in 2011.

In 2012 was de uitstoot van broeikasgassen in Nederland bijna 1 procent lager dan een jaar eerder. De koude winter zorgde voor een hoger aardgasverbruik voor verwarming. Dit werd gecompenseerd door een lagere elektriciteitsproductie en een lager verbruik van motorbrandstoffen.

In het tweede kwartaal van 2013 is 1,6 procent meer CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De economie kromp in het tweede kwartaal met 1,8 procent op jaarbasis.

Nederland staat er volgens de Monitor Duurzaam Nederland medio 2013 economisch nog altijd redelijk voor in vergelijking met andere Europese landen. De kwaliteit van leven is hoog, maar er zijn zorgen over de dreigende uitputting van ons natuurlijk en menselijk kapitaal. Ons land legt nog altijd een groot beslag op natuurlijke hulpbronnen elders in de wereld, en dan vooral in de ontwikkelingslanden.

This interim report summarises the first results of the study on the sustainable energy sector (SES) 2013. The SES covers economic activities related to renewable energy, energy saving and new energy technologies like smart grids and electric transport.

The consumption of goods affects the environment in many ways. First of all, natural resources are needed as input for the production process. Their extraction may cause their depletion. Secondly, environmentally harmful substances may be released into the environment during the production process. Eventually goods are discarded and become waste that requires further treatment. This development puts pressure on the security of supply of some materials. Material flow accounts describe the inputs, throughputs and outputs of goods in the economy in material terms. They include all goods that enter or leave the economy ranging from raw materials, semi-finished products and final products.

This report provides a conceptual comparison as well as an assessment of the overlap in the indicators between sustainable development and green growth. This is done with the frameworks that are currently in use at Statistics Netherlands. The measurement of sustainable development and green growth can be presented in a single conceptual framework. They are part of the overarching concept of “areas of sustainable development.

Different ways exist of attributing greenhouse gas emissions to individual countries. Well-known are the territory based approach which underlies Kyoto Reporting and the production based approach which is followed in Environmental Accounts . Also well-known is the consumption based approach using environmentally-extended input-output analysis. In this research project we have explored a new approach to account for responsibility for emissions based on the criterion ‘span of control’ (ultimate controlling institute, UCI). We allocated total Dutch production emissions to Dutch span of control and foreign control. Subsequently we compiled figures for emissions related to Dutch span of control production activities abroad. Due to the advancement of globalisation, these different perspectives yield increasingly different estimates.

In 2012 is het aantal vlinders in Nederland opnieuw sterk afgenomen. De vlinderstand staat op het laagste niveau van de laatste twintig jaar.

In 2010 was over twee derde van de lengte van de A2 landelijk uitzicht. In 1996 was de directe omgeving van de A2 nog voor bijna driekwart landelijk. Sinds dat jaar ging ruim vijf duizend hectare op de schop en veranderde van bestemming.

Ondanks de groei van de bevolking en de economie stijgt het gebruik van leidingwater niet meer. Door efficiencymaatregelen daalde het gebruik van leidingwater per persoon sinds 1990 met gemiddeld 0,7 procent per jaar.

De afgelopen jaren zijn er meer brandnetels bijgekomen in natuurgraslanden, moerassen en bermen. In de meeste bostypen en slootkanten is geen sprake van een toename. Het vóórkomen van brandnetels duidt op de aanwezigheid van grote voedselrijkdom en verstoring van de bodem.

In Nederland worden en werden diverse subsidies verstrekt aan bedrijven en kennisinstellingen om duurzame innovaties te bevorderen. In deze studie analyseert het CBS, in opdracht van AgentschapNL, van enkele milieu- en innovatieregelingen, voor zover die worden uitgevoerd door Agentschap NL, het effect op de economische ontwikkeling van de bedrijven in de milieutechnologiesector. Het onderzoek is bedoeld voor beleidsmakers die zich met milieu en leefomgeving bezighouden en voor intern gebruik door Agentschap NL. Het onderzoek spitst zich toe op de aanbodkant van de milieumarkt. Het effect van (milieu)innovatiesubsidies wordt in deze studie alleen gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de werkgelegenheid van de bedrijven in de onderzoekspopulatie. Het effect op het milieu wordt in deze studie buiten beschouwing gelaten. De studie bevindt zich nog in de groeifase en geeft diverse aanbevelingen voor mogelijk vervolgonderzoek.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2010 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 350 mln kg stikstof, 23 mln kg fosfor en 70 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van circa 55 procent stikstof, 75 procent fosfor en 65 procent kalium. Ten opzichte van 2009 is het stikstofoverschot met circa 5 procent gedaald, maar zijn de fosfor- en kaliumoverschotten in 2010 flink gestegen met circa 75 procent respectievelijk 80 procent als gevolg van een flinke toename in het gebruik van fosfaat- en kalikunstmest vergeleken bij het historisch zeer lage gebruik in 2009. In 2011 (voorlopige cijfers) daalt het fosforoverschot weer en blijven de stikstof- en kaliumoverschotten nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2010.

In de bodembalansen worden de mineralenoverschotten berekend op basis van de aan- en afvoer van mineralen naar en van landbouwgrond (‘overschot-2’).

Dit addendum is een aanvulling op de Radar duurzame-energiesector. Er wordt specifiek gerapporteerd over de internationale relaties en de afschrijvingen van de bedrijven in de duurzame energiesector.

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van 2012 gekrompen met 1,6 procent op jaarbasis. Daarnaast is er 0,7 procent minder CO2 uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Nederland haalt 68 procent van haar grondstoffen uit het buitenland. Deze grondstoffen komen voor twee derde uit Europese landen.

Bij de industrie kwam in 2010 14,4 miljoen ton niet-gevaarlijk afval vrij. Er zou 6,8 miljoen ton meer afval zijn vrijgekomen als de hoeveelheid afval even hard was gegroeid als de toegevoegde waarde.

Na de introductie van de eerste beleidsmaatregelen om de mestoverschotten terug te dringen (1984) zijn de overschotten van stikstof en fosfor gaan dalen. Dit ging gepaard met een toenemende benutting. Tussen 1970 en 2010 is de benutting van fosfor daardoor toegenomen van 20 procent tot ruim 80 procent. Voor stikstof nam de benutting toe van 20 tot 50 procent.

Climate change is high on the political agenda at all levels. In the scientific world there is general consensus that economic and social pressures are contributing to climate change. This report is the result of an assessment done in the Netherlands to determine mitigation and adaptation expenditures of the government related to climate change.

In 2011 was de uitstoot van broeikasgassen in Nederland ruim 6,5 procent lager dan in 2010. De daling van het energieverbruik met bijna 7 procent is hiervan de oorzaak.

De Nederlandse economie kromp in het tweede kwartaal met 0,5 procent op jaarbasis. Toch is 2,8 procent meer CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Co-vergisting van dierlijke mest is sterk gegroeid in de periode 2006-2010. Momenteel zijn ongeveer 90 bedrijven actief die één of meer vergisters exploiteren. De input van de vergisters bestaat voor meer dan 50 procent uit rundvee- en varkensmest met daarnaast een breed scala aan co-substraten. De hoeveelheid stikstof en fosfaat die via co-substraten wordt toegevoegd, is ongeveer even groot als de hoeveelheid die via export van digestaat wordt afgevoerd.

In 2006, Statistics Netherlands carried out a pilot study on the EGSS (CBS, 2006). In this particularpilot study Statistics Netherlands focused mainly on activities belonging to the EnvironmentalProtection group. In 2008, in another project (CBS, 2008a), Statistics Netherlands explored theactivities that belong to the Resource Management group, which is also an important section of theEnvironmental Goods and Services sector. Statistics Netherlands, commissioned by the EuropeanCommunity, continued the research on the EGSS in 2009. The 2009 project bundles the two formerstudies and makes use of the methods and concepts developed in these two former studies. The goal ofthe 2009 assignment was to present consistent and over time comparable data for all activitiesbelonging to the Dutch EGSS in the period 1995-2007. This report is once more an update of the 2009 project. Data is available for the years 1995 until 2009 for the economic variables employment, value added and production. Data presented in this paper can also be downloaded via the website of Statistics Netherlands (statline)

Sinds het begin van de jaren negentig worden standaardfactoren voor mestproductie en mineralenuitscheiding per diercategorie vastgesteld door de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en Mineralencijfers (WUM). Deze standaardfactoren zijn invoer voor andere berekeningen zoals de berekening van de ammoniakemissie en de emissie van broeikasgassen uit de landbouw. Gegevens over de ammoniakemissie en de emissie van broeikasgassen worden door de Emissieregistratie gebruikt in internationale rapportages. Ten behoeve van deze rapportages is inzicht in de onzekerheden gewenst. De Emissieregistratie heeft daarom de WUM gevraagd om de onzekerheden in de mestproductie en mineralenexcreties vast te stellen.

Rapport in opdracht van Eurostat over de milieukosten van huishoudens in verband met milieu- en energieaanpassingen aan woningen.

Rapport in opdracht van Eurostat over de milieukosten in de sector Bouw.

In het eerste kwartaal van 2012 is 0.4 procent meer CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De economie kromp in het eerste kwartaal met 1.1 procent op jaarbasis.

In het vierde kwartaal van 2011 is 10 procent minder CO2 uitgestoten door de Nederlandse economie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Het terrein voor glastuinbouw groeide tussen 1996 en 2008 sneller dan het bebouwd terrein. Er is in die twaalf jaar een glazen stad ter grootte van Haarlem bijgebouwd. Ruim de helft van het terrein voor glastuinbouw ligt in Zuid-Holland, maar het breidt zich daar nauwelijks uit. De grootste toename van de glastuinbouw was er in Noord-Brabant.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2009 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 365 mln kg stikstof, 13 mln kg fosfor en 40 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van circa 55 procent stikstof, 85 procent fosfor en 80 procent kalium. Ten opzichte van 2008 is dit een daling van circa 4 procent stikstof, 35 procent fosfor en 25 procent kalium. Na een onafgebroken daling sinds 2006 stijgen de overschotten in 2010 (voorlopige cijfers) weer door een iets hogere aanvoer met dierlijke mest en iets lagere gewasopbrengsten.

In 2010 beschikte 95 procent van de melkvee- en varkensbedrijven in ons land over een opslagcapaciteit voor op het bedrijf geproduceerde drijfmest van 6 maanden of langer. Daarmee voldoen ze aan het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet dat een opslagcapaciteit voorschrijft voor geproduceerde mest in de periode september tot en met februari.

De productie van windenergie is nog altijd verliesgevend. Door financiële ondersteuning van de overheid worden deze verliezen echter gecompenseerd.

In het derde kwartaal van 2011 is 1,0 procent minder CO2 uitgestoten door Nederlandse economische activiteiten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De economie groeide in het derde kwartaal daarentegen met 1,1 procent. Dit blijkt uit de eerste voorlopige raming van het CBS. De CO2-emissies van Nederlandse economische activiteiten zijn berekend volgens de definities van de Milieurekeningen

This explorative study addresses the impact of critical materials on the Dutch economy. It is based on 41 critical materials identified by a specialist EU working group, plus 3 critical materials identified by the Dutch Ministry of Economic Affairs. This provides a first glance at which industries and product groups use which critical materials.

In dit Engelstalige rapport worden concepten en methodieken gepresenteerd die leiden tot cijfers voor de economie achter wind energie productie. Ook de waarde van wind wordt in dit rapport conceptueel toegelicht. In het rapport worden de eerste voorlopige resultaten gepresenteerd.

De kwaliteit van leven in Nederland is hoog in vergelijking met andere Europese landen. Maar onze welvaart lijkt op termijn niet zonder meer houdbaar te zijn

In 2010 was de uitstoot van broeikasgassen 6 procent hoger dan in 2009. Hiermee neemt voor het eerst in zeven jaar de uitstoot van broeikasgassen weer toe. De uitstoot ligt slechts 1 procent onder het niveau van 1990, het basisjaar van het Kyotoprotocol.

In het tweede kwartaal van 2011 is 2,5 procent minder CO2 uitgestoten door Nederlandse economische activiteiten dan in het hetzelfde kwartaal in 2010. De economie groeide juist met 1,5 procent. Dit blijkt uit een eerste voorlopige raming van het CBS.

Met de vleermuizenpopulaties in ons land gaat het goed. Van de 8 soorten die worden geteld, nemen de aantallen allemaal toe.

Al meer dan dertig jaar berekent en publiceert het CBS voor Nederland de emissies naar lucht van een aantal zogenaamde macrostoffen.

Het CBS inventariseert jaarlijks de emissies naar lucht van een groot aantal bronnen.

Bij de teelt van bloemen en sierplanten maken tuinders steeds meer gebruik van biologische bestrijders.

Economische groei gaat vaak ten koste van het milieu.

In de periode 1990-2009 is het gebruik van leidingwater door huishoudens in Nederland vrijwel onveranderd gebleven, ondanks de groei van de bevolking.

Dit artikel geeft een overzicht van de rekenmethodiek en de uitgangspunten die voor de berekening van de mestproductie en mineralenuitscheiding in 2009 zijn toegepast.

Door een toename van de elektriciteitsproductie hebben energiebedrijven in 2009 meer CO2 uitgestoten dan in 2008. Om de emissies af te dekken, moesten de energiebedrijven emissierechten bijkopen.

Bij de productie van goederen en diensten die huishoudens kopen komen broeikasgassen vrij. Gemiddeld veroorzaakt een huishouden in Nederland ruim 22 ton CO2-equivalenten aan emissies.

De overwinteringsgebieden van watervogels schuiven steeds verder naar het noorden.

In 2009 was de uitstoot van broeikasgassen door de Nederlandse economie bijna 6 procent lager dan in 1996. De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen door Nederlandse consumptie, de carbon footprint, is echter gelijk gebleven.

De heide is de laatste jaren van kleur veranderd. De soorten die de heide paars kleuren, zoals de struikheide, nemen iets toe, vergrassers als de bochtige smele, die de heide zijn gele kleur geven, nemen iets af.

In 2009 is voor het vijfde opeenvolgende jaar de uitstoot van broeikasgassen in ons land verminderd.

In dit artikel wordt de ontwikkeling van hernieuwbare energie in Nederland beschreven. Aandacht wordt geschonken aan verschillende vormen van hernieuwbare energie, zoals windenergie, zonne-energie en biomassa. De rol van de overheid wordt belicht en vergelijkingen worden gemaakt met andere EU-landen, met name Duitsland. Ook de economische aspecten van hernieuwbare energie komen aan de orde.

In 2009 is 16,6 miljoen ton bedrijfsafval vrijgekomen. Dit is 2,1 miljoen ton (ruim 10 procent) minder dan in 2008.

De afgelopen twintig jaar zijn boeren erin geslaagd met steeds minder fosfaatbemesting minstens dezelfde, maar vaak ook hogere gewasopbrengsten te behalen. De benutting van fosfaatmeststoffen is daardoor met 60 procent verbeterd.

De overheid heeft in de periode 2005-2008 de uitgaven aan afvalverwijdering en -verwerking door gemeenschappelijke regelingen gehalveerd. In 2005 waren deze uitgaven 367 miljoen euro en in 2008 nog bijna 186 miljoen euro.

In 2009 hebben de Nederlandse gemeenten per inwoner 556 kilogram huishoudelijk afval ingezameld. Dat is 1 procent minder dan in 2008.

In 2008 werd ruim 261 miljoen kilogram elekronische en elektrische apparatuur afgedankt, 4 procent meer dan een jaar eerder. De afgedankte hoeveelheid IT- en telecommunicatie-apparatuur steeg zelfs met 18 procent tot ruim 51 miljoen kilogram.

Bedrijven hebben de laatste jaren flink ge&#239;nvesteerd in de verbetering van de lucht-, water- en bodemkwaliteit. Dankzij milieusubsidies waren de milieulasten van bedrijven de laatste jaren niet gestegen.

In 2008 is 18,8 miljoen ton bedrijfsafval vrijgekomen. Bijna 17 miljoen ton, 90 procent, wordt hergebruikt of verbrand om energie te winnen.

Nederland heeft 334 vierkante kilometer aan sportterrein. Dat is ongeveer 1 procent van het landoppervlak, ofwel ongeveer 20 vierkante meter per inwoner.

In 2008 is 83 procent van de aangevoerde hoeveelheid fosfaat en 81 procent van de aangevoerde hoeveelheid stikstof uit het afvalwater verwijderd. Daarmee voldoet ons land ruimschoots aan de normen van de Europese Unie.

Tussen 2000 en 2008 is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de groenteteelt, in de open grond en onder glas, sterk gedaald.

Milieumagazine, mei 2010

In het zojuist verschenen nummer van het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science laat een internationale groep onderzoekers zien dat het wereldwijde verlies aan biodiversiteit onverminderd doorgaat. De internationale afspraak dat deze afname in 2010 zou zijn afgeremd wordt dus niet gehaald. Vanuit Nederland werkte CBS-medewerker Arco van Strien aan de publicatie mee.

In 2008 is vrijwel al het zuiveringsslib van Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties verbrand.

Al doet de naam anders vermoeden: de ijsvogel houdt niet van ijzige omstandigheden. Sterker, in strenge winters overleven maar weinig ijsvogels.

De hoeveelheid kunststofafval die gescheiden wordt ingezameld is toegenomen van 6 miljoen kilogram in 2006 tot 13 miljoen kilogram in 2008 Dat is meer dan een verdubbeling.

In de eerste acht maanden van 2009 is ruim 4 procent minder energie verbruikt dan in dezelfde periode van 2008. Hierdoor is ook de uitstoot van koolstofdioxide gedaald.

In 2007 telde de milieusector 109 duizend voltijdbanen. Dat is 25 procent meer dan in 1995.

De uitstoot van broeikasgassen door Nederlandse transportbedrijven is sinds 1990 met bijna 80 procent toegenomen. Dat is voor een belangrijk deel te wijten aan de groei van het internationaal transport door Nederlandse bedrijven en aan de toegenomen reislust van Nederlanders.

In 2007 is 653 miljoen euro ge&#239;nvesteerd in het verkeer ten gunste van het milieu. Dat is 60&nbsp;procent meer dan in 2005.

In 2006 had Nederland bijna 85 duizend hectare aan open droog natuurlijk terrein. Dit wordt gevormd door stuifzanden, duinen, strand en heide. Tussen 1996 en 2006 is de oppervlakte aan droge natuur vrijwel gelijk gebleven: per saldo is er 200 hectare verdwenen

In 2006 had Nederland 3 906 hectare aan volkstuinen. Dat is ruim 200 hectare minder dan tien jaar eerder.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende methoden ontwikkeld om welvaart en duurzaamheid beter in beeld te krijgen. In dit artikel wordt de internationaal aanbevolen kapitaalbenadering besproken en geïllustreerd.

In 2008 is voor het vierde opeenvolgende jaar de uitstoot van broeikasgassen in ons land verminderd.

In 2008 werd twee derde van de legkippen in zogeheten emissiearme stallen gehouden. De meeste vleeskuikens, vleesvarkens en zeugen zaten in 2008 nog in stallen die te veel ammoniak uitstoten.

In de landbouwtelling van 2008 is een groot aantal vragen opgenomen over de huisvesting van rundvee, varkens en pluimvee. In dit artikel zijn de resultaten weergegeven, waarbij een vergelijking wordt gemaakt met toekomstige eisen op het gebied van de ammoniakemissie uit dierenverblijven. Ook komen enkele aspecten aan de orde op het gebied van dierenwelzijn die ook van invloed zijn op de ammoniakemissie.

In 2008 hebben Nederlandse bedrijven 765 miljoen euro geïnvesteerd in milieuvoorzieningen. Dat is 75 procent meer dan in 2007. De energiesector was met 535 miljoen euro de grootste investeerder in het milieu. Andere grotere milieu-investeerders waren de aardolie-industrie (50 miljoen euro) en de chemische industrie (45 miljoen euro).

Het gaat de laatste jaren goed met de libellen in ons land. De meeste soorten nemen toe of blijven stabiel. Vooral de soorten van beken en vennen doen het goed.

In de periode 1997-2008 steeg het aandeel personen dat geluidshinder van het wegverkeer ervaart van 27 naar 31 procent.

Een waterrijk land als Nederland is relatief rijk aan wetlands. Ons land heeft 43 van deze waterrijke gebieden met een totale oppervlakte van 817 duizend ha.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2006 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 450 mln kg stikstof, 45 mln kg fosfor en 105 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van stikstof met circa 45 procent, van fosfor met 55 procent en van kalium met 45 procent. Ten opzichte van 1990 is dit een daling van circa 30 procent stikstof, 45 procent fosfor en 35 procent kalium. Na een stijging van de overschotten gedurende 2 opeenvolgende jaren (2005 en 2006) zet de dalende trend zich voort in 2007 (voorlopige cijfers).

De uitstoot van broeikasgassen volgens het Kyoto-protocol is in de periode 1990-2007 gedaald met 4 procent. De Kyoto-doelstelling lijkt hiermee voor Nederland haalbaar.

In 2007 beschikte 95 procent van de melkvee- en varkensbedrijven in ons land over een opslagcapaciteit voor drijfmest van zes maanden of langer.

Tussen 2003 en 2006 is het gebruik van leidingwater in Nederland licht afgenomen. Hoewel de bevolking groeide, nam het verbruik van water niet toe. Het bedrijfsleven wist in die vier jaar 2 procent leidingwater per jaar te besparen.

Het uitzetten van diersoorten die geheel of voor een deel uit Nederland waren verdwenen, is voor de meeste soorten succesvol verlopen.

In 2007 bestond 2,8 procent van de in Nederland verkochte benzine en autodiesel uit biobrandstoffen. Dit is fors meer dan de 0,4 procent in 2006.

Eén op de veertig inwoners van Nederland woonde in 2006 op een plaats waar te veel fijn stof in de lucht voorkwam.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2005 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 440 mln kg stikstof, 35 mln kg fosfor en 90 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van stikstof met circa 45 procent, van fosfor met 60 procent en van kalium met 55 procent.

Steeds meer Nederlandse auto’s beginnen een volgend leven in het buitenland in plaats van te eindigen op de sloop.

De neerslag van stikstof en zwavel uit de lucht is de laatste jaren afgenomen. Toch komen er in de Nederlandse bossen sinds 2000 steeds minder paddenstoelen voor.

De productencatalogus geeft een overzicht van de meetnetten en de informatieproducten van het Netwerk Ecologische Monitoring. Hiermee laat deze publicatie zien wat het Netwerk voor gebruikers kan betekenen.

De rioolwaterzuiveringsinstallaties in Nederland zijn steeds beter in staat om het rioolwater van stikstof te ontdoen.

De overheid heeft in 2005 bijna 54 duizend kg chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt bij het onderhoud van openbare terreinen. Dit is 12 duizend kg (28 procent) meer dan in 2001.

De negen vogelsoorten die het meest voorkomen in de stad, nemen als geheel in aantal af.

Het Milieu- en NatuurCompendium is een zeer complete, online bron van feiten en cijfers over milieu en natuur in Nederland. Op 2 september 2007 is de website geheel vernieuwd.

Het aantal openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) met voorzieningen voor extra fosfaat- en stikstofverwijdering is de laatste jaren sterk toegenomen. Hierdoor is in 2005 in totaal 82 procent van de aangevoerde hoeveelheid fosfaat verwijderd en 74 procent van de aangevoerde hoeveelheid stikstofverbindingen.

Tussen 2000 en 2003 veranderde in Nederland ruim 66 000 hectare terrein van bestemming. Agrarisch terrein is de grootste leverancier van ruimte voor andere bodemgebruikfuncties. Dit blijkt uit het onderzoek naar het bodemgebruik in Nederland.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's.

De statistiek Zuivering van afvalwater bestaat dit jaar 25 jaar. Dit artikel staat stil bij de ontwikkelingen in zuiveringstechnologie, rendementen, emissies, slibverwerking, energieverbruik, en de kosten en investeringen in deze 25 jaar.

Gewasbescherming 37-4, juli 2006, p.125-129.

De publicatie geeft informatie over de natuurmeetnetten die diverse organisaties in 2005 hebben uitgevoerd binnen het Netwerk Ecologische Monitoring. Het CBS rapporteert jaarlijks over de kwaliteit van de meetnetten, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Ook bevat de publicatie van alle soorten de landelijke ontwikkelingen.

Het aantal openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties met voorzieningen voor extra fosfaat- en stikstofverwijdering neemt sterk toe. Dit leidt tot betere zuivering van het afvalwater.

In het artikel komt de mest- en mineralenproductie in 2004 aan bod. Tevens worden de voorlopige uitkomsten over 2005 gepresenteerd.

Het artikel gaat in op de mestproductie en de mineralenuitscheiding van de Nederlandse veestapel in 2004. Hierbij komen verschillen tussen bedrijfstypes en regio's aan bod. Verder wordt de productie van dierlijke mest in 2004 op bedrijfsniveau vergeleken met gebruiksnormen die in 2006 van kracht worden.

Hoeveel fosfaat en stikstof worden uit stedelijk afvalwater verwijderd voor het wordt geloosd op open water? Welke methoden gebruiken de openbare rioolwaterzuiveringsinrichtingen bij de zuivering van het afvalwater? In welke mate voldoen de waterbeheerders aan de Nederlandse en Europese doelstellingen? Deze en andere vragen komen in het artikel aan de orde.

In een artikel komt de mest- en mineralenproductie in 2003 aan bod. Tevens worden de voorlopige uitkomsten over 2004 gepresenteerd.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's.

Het artikel bespreekt de opzet van het CBS-onderzoek naar de ingezamelde hoeveelheden gemeentelijk afval in de periode vanaf 1993. Aan bod komen de toegepaste definities, de methode van gegevensinzameling, de berekening van de cijfers, hoe de de resultaten worden gepubliceerd en wie ze gebruiken.

Dit artikel bespreekt enkele kerngegevens over de uitvoering en resultaten van het mest- en ammoniakbeleid in Nederland. Het gaat in op ontwikkelingen bij de mestproductie- en dierrechten, mineralenaangiften, mestafzetovereenkomsten en overheidsuitgaven.

Het artikel gaat in op de hoeveelheid dierlijke mest en mineralen die landbouwbedrijven produceren, transporteren en gebruiken. Daarnaast is gekeken in welke mate de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat wordt benut. De resultaten zijn onder andere beschikbaar per gemeente en per landbouwgebied. Verder wordt de berekeningsmethode uitgebreid toegelicht.

In het artikel komen de berekeningsmethodiek, de mestproductie- en uitscheidingsfactoren per diercategorie en de totale mest- en mineralenproductie in 2002 aan de orde. Verder worden de voorlopige uitkomsten over 2003 gepresenteerd.

Definitieve cijfers over de productie van dierlijke mest en de uitscheiding van stikstof, fosfor en kalium door de Nederlandse veestapel in 2001.

De opzet van de statistiek van het bodemgebruik is met ingang van 2000 gewijzigd. Er wordt nu gebruik gemaakt van TOP10Vector, het digitale basisbestand van de Topografische Dienst Nederland. In dit artikel komen de nieuwe werkwijze en de gevolgen voor het uitkomsten over het bodemgebruik in 1996 aan bod.

Dit artikel geeft een kort overzicht van de veranderingen in het bodemgebruik in Nederland tussen 1996 en 2000.

Jaarlijks berekent het CBS de productie van dierlijke mest en de uitscheiding van de mineralen stikstof, fosfor en kalium door de Nederlandse veestapel. Dit artikel beschrijft de situatie van 1998 tot 2001.

Het artikel gaat in op de lawaai- en stankoverlast zoals die door de Nederlandse bevolking is ervaren in 2001 en 2002. Het accent ligt daarbij op verschillen tussen provincies. De doelstellingen van de overheid zijn ook opgenomen.

Hierin wordt dieper ingegaan op de StatLinepublicatie 'Transport en gebruik van mest en mineralen'.