Onderwijs

Artikelen arbeid en sociale zekerheid

De brede welvaart van hoogopgeleiden is hoger dan die van laagopgeleiden.

In 2017 nam het aantal werkzame verpleegkundigen toe tot ruim 186 duizend. Alleen in de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg daalde hun aantal. Meer mbo’ers en hbo’ers haalden in de periode 2016-2018 een diploma verpleegkunde. De werkdruk onder verpleegkundigen is bovengemiddeld hoog.

Profielen, vakken en cijfers van geslaagden in vwo, havo en vmbo-t

Naast de verplichte vakken Nederlands, Engels en maatschappijleer kozen vwo-leerlingen die in 2017 slaagden voor hun examen het vaakst voor scheikunde, de havo-geslaagden voor wiskunde A. De gekozen vakken hangen voor een groot deel samen met de keuze voor een profiel. Duits was de meest gekozen tweede vreemde taal.

Dit document bevat toelichtingen bij de AZW tabellen en gaat in op verschillen met de vorige uitvoerder.

Dit document bevat vragen en antwoorden over het project Arbeidsmarkt, zorg en welzijn (AZW).

Dit document bevat de vertaalslag van isced categorieën naar mbo, hbo en wo opleidingen, aan hand van crebo en croho codes.

In Nederland heeft bijna 31 procent van de mannen en vrouwen een hbo- of universitair diploma. Dit aandeel is de afgelopen jaren toegenomen. In 2008 was dit ruim 25 procent. Het aandeel 15- tot 75-jarige vrouwen met een hbo- of wo-diploma was in 2018 vrijwel even groot als onder mannen in deze leeftijd.

De uitgaven van huishoudens en buitenlandse overheden aan internationale scholen in basis- en voortgezet onderwijs en het aantal leerlingen en personeelsleden in de periode 2007-2017*.

Meisjes behalen vaker dan jongens een hogere score op eindtoets dan het voorlopige advies dat ze kregen en zitten in de derde klas vaker op hoger een niveau dan het definitieve basisschooladvies.

In 2017 volgden ruim 1,7 miljoen 25- tot 65-jarigen scholing. Het gaat zowel om formeel onderwijs, zoals een opleiding in het mbo of hoger onderwijs, als om cursussen en workshops. In vergelijking met andere EU-landen volgen in Nederland relatief veel volwassenen onderwijs: ruim 19 procent.

Een op de tien begint aan mbo vanuit werk of uitkering. Mbo zorg en welzijn populairst onder werkenden en uitkeringsontvangers. Een derde beroepsbevolking heeft onderwijsniveau mbo-2, -3 of -4.

Een kwart van de studenten die in het studiejaar 2016/’17 een diploma in het hoger onderwijs behaalden, zijn voor hun studie naar het buitenland geweest. Horecastudenten brachten het vaakst een deel van hun opleiding in het buitenland door.

Bijna 8 procent van de leerlingen in groep 8 (13 duizend) kreeg in 2016/’17, na de eindtoets, een hoger schooladvies dan het eerste advies van de leerkracht. Kinderen van ouders met een hoog huishoudensinkomen kregen minder vaak een bijstelling.

Vandaag de dag ligt de deelname aan het voorgezet onderwijs 17 procentpunt hoger dan kort na invoering van de Mammoetwet.

De invoer van het sociaal leenstelsel lijkt de gang van havo naar hbo te beïnvloeden, maar niet die van vwo naar wo.

Trends in leerkrachten in het basisonderwijs naar geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, werkdruk, ziekteverzuim

Zes procent van de buitenlandse afgestudeerden start een bedrijf in Nederland.

In 2016/’17 was het gemiddelde eindcijfer van geslaagden bij de meisjes hoger dan bij de jongens.

Het CBS onderzocht hoeveel kinderen die naar de basisschool gaan en in Leiden wonen een verhoogde kans hebben op onderwijsachterstand.

Het aantal Limburgse mbo-leerlingen was in het schooljaar 2016/’17 ruim 14 procent lager dan tien jaar eerder

Elk jaar studeren meer verpleegkundigen af. Ze volgen relatief vaak een duale opleiding. Het merendeel staat daarna in het BIG geregistreerd en is werkzaam in de zorg.

De basisschoolleraar vergrijst. In 2003/’04 was 11 procent van hen 55 jaar of ouder, in 2017/’18 was dat 21 procent

Jongeren die geen opleiding volgen en niet werken naar achtergrondkenmerken en binding met de arbeidsmarkt

Van de drie eilanden van Caribisch Nederland heeft Saba met 33 procent een relatief groot aandeel hoogopgeleiden. Dit hangt samen met de aanwezigheid van een universiteit op het eiland die gespecialiseerd is in geneeskunde.

Meisjes op havo, vwo en mbo kiezen vaker dan tien jaar geleden voor een technische richting. Op het vmbo en het hoger onderwijs steeg het percentage meisjes dat voor een technische richting koos licht. Technische opleidingen zijn nog steeds het meest populair bij jongens.

In de gemeente Súdwest-Fryslân zijn 37 vestigingen van basisscholen van minder dan 145 leerlingen.

Het aandeel mannelijke leerlingen in zorgopleidingen loopt op van 1 op 10 in mbo 1-3 tot 3 op 10 op de universiteit

In 2016 volgt 52 procent van de 25- tot 65-jarige werkenden scholing voor of naast het werk.

Participatie van personen met een chronische aandoening en/of langdurige psychische aandoening

Het praktijkonderwijs richt zich op leerlingen die waarschijnlijk geen diploma kunnen halen.

Verkenning van alternatieven voor de CUMI-regeling in het speciaal onderwijs

Sinds de invoering van het sociaal leenstelsel in 2015 gaan hbo- en wo-studenten minder op kamers.

Samenhang sociaal leenstelsel en welvaart van ouders met studie- en woonbeslissingen van havo- en vwo-gediplomeerden.

In 2005 stroomde 42 procent van de gediplomeerden van mbo-4 door naar het hbo.

Bijna een kwart van de studenten die in 2015/’16 een diploma behaalden, is voor hun studie naar het buitenland geweest.

Opleidingsactiviteiten van bedrijven naar bedrijfsomvang en bedrijfstak

Bedrijven besteden in doorsnee 1 000 euro per cursist per jaar.

Beschrijving Factsheet Basisschoolkeuze en geloofsovertuiging

Kaart met denominatie van basisscholen per gemeente.

In 2016 bleef 9,9 procent van de havo-jongens in de derde klas of hoger zitten, tegen 7,7 procent van de meisjes.

In een steeds groter deel van samenwonende stellen zijn beide partners hoogopgeleid.

61 procent van de mbo'erss zou voor dezelfde opleiding aan dezelfde school kiezen.

Ruim 70% leerlingen in primair en voortgezet onderwijs naar school met levensbeschouwelijke grondslag

Het aandeel hoogopgeleide werkenden in een aantal beroepsklassen is de laatste jaren toegenomen

In 2016 begon 8,6 procent van de geslaagde vwo’ers in hetzelfde jaar aan een hbo-opleiding

Nederlanders woonden in 2015 gemiddeld op 0,7 km van de dichtstbijzijnde basisschool in hun gemeente.

Schoolverlaters van onder de 18 behalen later vaker alsnog een startkwalificatie dan hun oudere lotgenoten.

In 2014 had ruim 38% van de internationale techniekafgestudeerden van 2007/’08 een baan in Nederland.

Havisten sluiten hun hbo-opleiding vaker met een diploma af dan medestudenten uit het mbo.

Kansenongelijkheid onder scholieren in samenhang met het opleidingsniveau van de ouders, 2005.

Het lerarenadvies op de basisschool wordt iets vaker bij meisjes dan bij jongens aangepast na de eindtoets.

De leerlingendaling in het basisonderwijs zet de komende jaren door in het voortgezet onderwijs

In 2016 waren 970 duizend vrouwen hoger opgeleid dan hun partner.

Ruim 200 duizend scholieren (15 tot 20 jaar) in het voorgezet onderwijs hadden in 2016 een bijbaan.

Schatten van hoogst behaalde opleiding voor de Nederlandse virtuele volkstelling.

Van de jonge asielmigranten uit 1995-1999, zat 39% in het 3e schooljaar van het voortgezet onderwijs in havo of vwo

Mbo-schoolverlaters zonder startkwalificatie hebben minder vaak een baan.

Is er sprake van een tweedeling tussen hoog en laag opgeleiden?

Mbo’ers kiezen vaak voor economische opleidingen als eerste keus en ze wisselen van opleiding.

Urban Data Center voor regio Groningen

Van juli tot en met oktober 2016 verhuisden 46 duizend 17- tot 22-jarigen naar een andere gemeente in Nederland.

De kosten voor een mbo-diploma op niveau 4 van de beroepsbegeleidende leerweg zijn het meest gestegen in 2015.

De helft van de bol-voltijd mbo’ers doet na ontvangst van hun diploma een andere opleiding.

In 2015 gaven ouders van een mbo’er 711 euro uit aan boeken, schoolbenodigdheden, materialen en gereedschappen.

21 procent van de vmbo’ers zit vijf jaar later, via de havo of het mbo, op het hbo.

Kinderen met niet-westerse achtergrond scoren lager op Centrale Eindtoets. Tussen en binnen generaties zijn verschillen

Leerlingen met een niet-westerse achtergrond gaan vaker naar vmbo dan kinderen met Nederlandse achtergrond

Inwoners met migratie- en Nederlandse achtergrond: verschillen en overeenkomsten in het Jaarrapport Integratie 2016

21 duizend jongeren verlieten het mbo zonder startkwalificatie. Jongens zijn vaker voortijdig schoolverlater dan meisjes

Werknemers in het onderwijs willen 1,5 jaar langer doorwerken dan gemiddeld. Mannen in het hoger onderwijs het langst

Het percentage kinderen die volgens ouders of verzorgers dyslexie hebben licht toegenomen

Mannen met lerarenopleiding basisonderwijs staan niet altijd voor de klas, maar hebben een management- of adviesfunctie.

Aandeel mannen en vrouwen in het basisonderwijs en op de lerarenopleiding basisonderwijs.

CBS start samenwerking op het gebied van big data met de lancering van het Center for Big Data Statistics (CBDS).

Aantal leerlingen op de basisschool blijft dalen, maar niet overal.

Met dezelfde citoscore hoger schooladvies, hoger brugklasniveau en hoger schoolniveau als ouders hoogopgeleid zijn

Uitnodiging kennismiddag met andere overheden over het beschikbaar stellen van Open Data.

Minstens 9 op de 10 leerplichtige kinderen die worden opgevangen door het COA volgen onderwijs.

In het schooljaar 2014/’15 behaalden bijna 180 duizend leerlingen een diploma in het voorgezet onderwijs (bekostigd

Onderwijsdoelen 2020-agenda: het doel voor hoogopgeleiden is gehaald, die van de voortijdig schoolverlaters bijna.

Hoeveel vrouwen kiezen voor een technische richting in het onderwijs? En kiezen ze dan ook voor een technisch beroep?

In het schooljaar 2014/’15 behaalden bijna 179 duizend leerlingen een diploma in het voortgezet onderwijs.

In de Stapelingsmonitor is te zien hoeveel huishoudens in Nederland één of meerdere overheidsregelingen ontvangen

Rozendaal en Bloemendaal staan aan kop met veel vwo-leerlingen in het voortgezet onderwijs

Mannen blijven een zeldzaamheid in zorgopleidingen.

Wie is vaker hoogopgeleid? Vrouwelijke of mannelijke dertigers?

Het aandeel achterstandsleerlingen in het basisonderwijs is tussen 2011 en 2015 met een kwart afgenomen. In schooljaar 2011-12 was 12 procent van de basisschoolleerlingen een achterstandsleerling, in het schooljaar 2015-16 was dat aandeel teruggelopen tot 9 procent. Dit meldt CBS.

Nederlanders zijn vergeleken met de rest van de EU relatief actief in een ‘leven lang leren’. Hoogopgeleiden en werknemers in de financiële dienstverlening, gezondheidszorg en onderwijs volgen vaker cursussen voor werk of in vrije tijd.

De afgelopen twee schooljaren gingen meer vwo’ers direct na hun eindexamen naar de universiteit. Steeds minder leerlingen gingen er een jaar ‘tussenuit’.

Sociaaleconomische trends 2015: Mbo-schoolverlaters die hun opleiding binnen de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) hebben gevolgd zijn één jaar, en ook vier jaar na schoolverlaten vaker aan het werk dan degenen met een beroepsopleidende leerweg (bol). De arbeidsparticipatie is het hoogst onder schoolverlaters met een opleiding in de techniek en procesindustrie of in transport, scheepvaart en logistiek.

Hoe meer praktijkervaring, hoe vaker schoolverlaters van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) na hun opleiding een baan hebben. Daarnaast spelen het niveau van het diploma, richting van de opleiding en herkomst van schoolverlaters een rol bij de arbeidsdeelname.

In de crisisjaren is het ook voor degenen die hoger onderwijs hebben genoten moeilijker geworden om een baan te vinden. Na het studiejaar 2012-2013 verlieten ruim 45 duizend universitaire en bijna 86 duizend hbo-studenten het onderwijs. Van hen had 73 procent direct een baan .Vijf jaar eerder was dat nog 82 procent.

Vrouwen die nu halverwege de dertig zijn, hebben met 43 procent een hogere opleiding dan de mannen van hun generatie met 38 procent. Vrouwen kozen steeds vaker voor een technische studie.

Het aantal jongeren tot 18 jaar dat lid is van een openbare bibliotheek is de afgelopen jaren gestegen terwijl het aantal volwassen leden is gedaald. In 2013 was meer dan twee miljoen van het aantal ingeschreven leden jonger dan 18 jaar. Dat is bijna 60 procent van het totaal aantal leden. In 2013 bedroeg het aantal leden dat 18 jaar of ouder is iets meer dan 1,6 miljoen.

Uit China geadopteerde kinderen doen het beter op school dan niet-geadopteerde kinderen; ze zitten op vijftienjarige leeftijd vaker op het vwo. Adoptiekinderen uit Zuid-Korea presteren in het onderwijs vergelijkbaar met niet-geadopteerde kinderen, maar kinderen uit andere landen zitten gemiddeld op een lager onderwijsniveau. Kinderen die na hun tweede verjaardag werden geadopteerd, hebben een lager onderwijsniveau dan kinderen die op jongere leeftijd werden geadopteerd. Dat maakt CBS vandaag bekend.

Voor het eerst bundelen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW), het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) hun belangrijkste cijfers op het gebied van onderwijs op één website.

Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs is sinds 1900 gestegen van 13 duizend tot bijna een miljoen leerlingen nu. Het aantal leerlingen nam vooral toe door het verlengen van de leerplicht, de toename van het aantal 12- tot 18-jarigen in de bevolking en de invoering van de Mammoetwet.

Wat betalen huishoudens aan het onderwijs voor hun kinderen en waaraan wordt dat geld besteed? Huishoudens geven het meeste geld uit aan onderwijsinstellingen en dan vooral aan les- en collegegelden. Daarnaast betalen ze nog voor schoolactiviteiten en de ouderbijdrage. In 2013 hebben huishoudens hiervoor bijna 2,9 miljard euro betaald aan onderwijsinstellingen.

De website CBS in de Klas biedt docenten gratis lesmateriaal. Tot voor kort was dit nog alleen voor het voortgezet onderwijs, nu ook voor het basisonderwijs. Het lesmateriaal voor het basisonderwijs richt zich op het lezen en maken van grafieken en tabellen.

De uitgaven per einddiploma zijn in 2013 voor alle onderwijsniveaus hoger dan in 2012. Sinds 2003 zijn die uitgaven, afhankelijk van het behaalde niveau, met maximaal 16 procent toegenomen.

De jaarlijkse groei van nieuwe gepromoveerden is in de afgelopen twee decennia verdubbeld. Daarbij maken vrouwen een inhaalslag; in het verleden behaalden veel meer mannen dan vrouwen een doctorstitel, maar voor de jonge generatie geldt dat niet. Wel promoveren mannen en vrouwen in andere richtingen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deed in 2014 onderzoek naar gepromoveerden in Nederland. Dit Gepromoveerdenonderzoek maakt onderdeel uit van een internationaal project dat geïnitieerd is door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het statistische instituut van Unesco (UIS) en Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie. Doel van het onderzoek is het vergroten van het inzicht in de loopbanen en de mate van internationale mobiliteit van gepromoveerden na het behalen van hun doctoraat. Aan het onderzoek hebben gepromoveerden (tot 70 jaar) deelgenomen die na 1990 zijn gepromoveerd aan één van de veertien Nederlandse universiteiten die samen de VSNU (vereniging van universiteiten) vormen.

Voor mbo’ers in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) waren in 2013, als gevolg van de economische omstandigheden, bijna 18 duizend minder leerbanen beschikbaar dan in 2012, een daling van bijna 10 procent. Bedrijven gaven 122 miljoen euro minder uit aan de begeleiding in leerbanen als onderdeel van mbo-opleidingen.

Sociaaleconomische trends 2014. Het aantal leerlingen op scholen voor voortgezet speciaal onderwijs is de afgelopen jaren sterk toegenomen, met name het aantal leerlingen met een ontwikkelingsstoornis. Waar komen de jongeren die het voortgezet speciaal onderwijs verlaten terecht? Gaan ze door in het regulier onderwijs, vinden ze een baan of krijgen ze een uitkering voor jonggehandicapten (Wajong)? Bijna de helft van de leerlingen van 15 jaar en ouder die in 2010/'11 het speciaal onderwijs verlieten, studeert verder in het regulier onderwijs. Dat maakt het CBS vandaag bekend. Ongeveer een kwart van de jongeren vindt een baan. Ruim twee derde van de jongeren van 18 jaar en ouder ontvangt een Wajong-uitkering.

Sociaaleconomische trends 2014. Dit artikel geeft een beeld van alle leeractiviteiten waaraan 25- tot 65-jarigen in Nederland gedurende het jaar 2011 hebben deelgenomen: formeel, niet-formeel en informeel leren. De gegevens zijn afkomstig uit de Adult Education Survey (AES), die werd uitgevoerd in opdracht van Eurostat in het eerste kwartaal van 2012.

In het schooljaar 2013/’14 zaten 70 duizend  leerlingen (5 procent) in het speciaal basisonderwijs of op een speciale school voor basisonderwijs. Op 1 augustus gaat de Wet Passend Onderwijs in. Scholen hebben vanaf dat moment zorgplicht om elk kind een goede onderwijsplek te bieden, bij voorkeur in het reguliere basisonderwijs. Hoeveel leerlingen extra ondersteuning nodig hebben, verschilt sterk per regio.

Ruim vier op de vijf studenten in het hoger onderwijs had in 2012 inkomen uit arbeid. Deze studenten verdienden gemiddeld 440 euro per maand.

Sociaaleconomische trends 2014. Werkenden volgden in 2011 vaker dan werklozen en mensen buiten de beroepsbevolking een korte opleiding. Ook was er meer opleidingsdeelname onder hoogopgeleiden en mensen met een hoger inkomen. Bij de werkloze en niet-beroepsbevolking waren de kosten vaak een belemmering tot deelname. Wel betaalde deze groep, met meestal weinig inkomen, de opleiding het vaakst (deels) zelf en investeerde zij financieel naar verhouding het meest.

In Nederland is het aandeel voortijdig schoolverlaters de afgelopen jaren afgenomen tot 8,8 procent in 2012. Ook in de EU nam dat aandeel geleidelijk aan af.

Na een dalende trend sinds 2009 is het totaal aantal leerlingen op internationale scholen in 2012 gestegen met 1,5 procent. Ook de schoolinkomsten zijn gestegen. De uitgaven per leerling zijn ruim tweemaal zo hoog als in het reguliere onderwijs.

De route die de meeste studenten afleggen naar een universitair masterdiploma kostte 148 duizend euro in 2012. Dit is de standaardroute waarbij zittenblijven en studievertragingen meetellen. De kortste weg die mogelijk is naar zo’n diploma, de zogenaamde nominale route , kost 13 duizend euro minder.

In 2012 gaven de erkende leerbedrijven 2,5 miljard euro euro uit aan beroepspraktijkvorming. Dat is 37 miljoen euro meer dan in 2011.

Sociaaleconomische trends. Themanummer Levensloop en generatie. Vanaf de jaren zestig is de onderwijsdeelname van de Nederlandse bevolking sterk gestegen. Omstandigheden waaronder jonge mannen en vrouwen hun onderwijsloopbaan starten en vervolgens de stap naar de arbeidsmarkt maken, verschillen voor opeenvolgende geboortegeneraties. In dit artikel wordt de onderwijs- en beroepsloopbaan van de huidige generatie jongeren vergeleken met die van de jongeren uit de jaren zestig en zeventig.

Bijna de helft van de werkenden volgde in 2011 één of meer korte, werkgerelateerde cursussen. In de meeste gevallen bleek de werkgever voor deze cursus(sen) te betalen. Werknemers met een korte werkweek en werknemers die maximaal twee jaar werkzaam zijn in de huidige baan, volgden het minst vaak een dergelijke cursus. De meeste cursussen werden gevolgd op het gebied van handel, administratie en juridische ondersteuning.

In 2012 telde Nederland 28 procent hoogopgeleiden, een cijfer dat sinds 2003 steeds verder is gestegen. Het aandeel laagopgeleiden daalde, het aandeel middelbaar opgeleiden bleef gelijk.

Vandaag is de eerste hoofdrapportage van het SCP verschenen over de samenwerking tussen ouders en scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Het rapport, getiteld Samen scholen, is samengesteld met medewerking van het CBS dat de steekproeftrekking verzorgde.In het rapport komen verschillende elementen van de samenwerking tussen ouders en scholen aan bod: steun van ouders thuis, activiteiten die zij doen op school, opvattingen over de afbakening van verantwoordelijkheden tussen school en ouders, en afspraken en communicatie tussen ouders en school. Daarnaast bespreekt het rapport de opvattingen van ouders over de doelen van opvoeding en onderwijs. Het rapport gaat onder andere na of er onder ouders draagvlak is voor onderwijsdoelstellingen als verhoging van het prestatieniveau, het terugdringen van het voortijdig schoolverlaten en het bevorderen van excellentie in het onderwijs.

De gemiddelde route van groep 1 in het basisonderwijs naar een universitair masterdiploma kostte in 2010 bijna 160 duizend euro. Een jaar later daalden die kosten, gecorrigeerd voor inflatie, naar 158 duizend euro. De uitgaven aan een hbo-diploma daalden van 152 duizend tot 149 duizend euro. De hoogte van die uitgaven zijn mede afhankelijk van het voortraject.

In 2011 hadden kinderen in groep acht van de basisschool gemiddeld een Cito-score van 536. Meisjes en jongens uit gezinnen met hogere inkomens scoorden hoger dan gemiddeld. Kinderen die wonen in een gezin met een stiefouder haalden in elke inkomensgroep een lagere score.

Het aandeel bachelorstudenten in het wetenschappelijk onderwijs dat binnen 5 jaar het diploma haalt, is sterk toegenomen. Vrouwen studeren nog steeds sneller af dan mannen, maar mannen zijn bezig met een inhaalslag.

In 2011/’12 waren er in ons land bijna 7 duizend vestigingen van basisscholen. Eén op de vijf vestigingen had minder dan 100 leerlingen. Het aantal kleine scholen is de laatste jaren weer iets toegenomen

Voor het tweede achtereenvolgende jaar komen scholen in het primair en het voortgezet onderwijs geld tekort. In 2011 was het tekort 171 miljoen euro, een jaar eerder 190 miljoen.

Op maandag 11 maart 2013 is op het CBS in Den Haag de prijs uitgereikt van de ConjunctuurBekerStrijd 2012/’13. Dit is een wedstrijd waarbij economieklassen in bovenbouw havo en vwo met hun docent proberen om zo goed mogelijk de economie van Nederland te voorspellen.

Eerstejaars studenten in het hbo in studiejaar 2011/’12 die kozen voor een verkort studieprogramma zijn veelal afkomstig uit het mbo. Ze zijn ouder en iets vaker man dan de eerstejaars in de vierjarige hbo-opleidingen en ze kiezen vaker voor een deeltijdopleiding.

Eerstejaars studenten in het hbo in studiejaar 2011/’12 die kozen voor een verkort studieprogramma zijn veelal afkomstig uit het mbo. Ze zijn ouder en vaker vrouw dan de eerstejaars in de vierjarige hbo-opleidingen en ze kiezen vaker voor een deeltijdopleiding.

In 2012 zijn de cijfers over de onderwijsuitgaven voor de gehele tijdreeks 1995-2011 herzien. In de herziene cijfers zijn ontbrekende uitgaven toegevoegd en enkele bestaande onderdelen verbeterd.

Dit zijn enkele belangrijke conclusies in het Jaarboek onderwijs in cijfers 2012 dat vandaag verschijnt.

Signalen voor een verhoogde kans op voortijdig schoolverlaten zijn al zichtbaar in de brugklas. Dat is één van de conclusies van het proefschrift “Early school-leaving in the Netherlands.

In de periode 2003/’04 - 2011/’12 is het aantal leerlingen op speciale scholen met 30 procent toegenomen. Die toename zit vooral in het voortgezet onderwijs.

De totale uitgaven van leerbedrijven aan stages en andere leerwerktrajecten zijn tussen 2006 en 2011 met bijna de helft gestegen van 1,7 miljard euro tot 2,5 miljard euro. Er zijn diverse oorzaken. Het aantal deelnemers aan beroepspraktijkvorming is toegenomen, leerbedrijven hebben per deelnemer meer tijd aan begeleiding besteed, en ten slotte zijn de loonkosten van de begeleiders omhoog gegaan.

Dit artikel bevat een toelichting op de nieuwe methode om uitgaven van leerbedrijven aan beroepspraktijkvorming te ramen. De belangrijkste reden voor de methodewijziging is gelegen in de beschikbaarheid van nieuwe broninformatie over de aantallen deelnemers aan de beroepspraktijkvorming (bpv) en de tijd die zij aan daaraan besteden.

Bijna vier op de tien werknemers van particuliere bedrijven volgden in 2010 cursussen. Vijf jaar eerder was dit nog 34 procent. In 2010 bedroegen de uitgaven aan cursussen 2,1 procent van de arbeidskosten. Dit is iets minder dan in 2005.

De exploitatie-uitgaven van speciale scholen zijn 1,6 miljard euro in 2010. Met deze uitgaven hielden speciale scholen 7 miljoen euro over. Hoewel het financiële overschot afneemt, staan speciale scholen er gemiddeld genomen nog financieel gezond voor.

Het CBS organiseert in september de ConjunctuurBekerStrijd. Scholieren met economie in hun vakkenpakket voorspellen met hun docent de Nederlandse conjunctuur.

Summary: De afgelopen vijf jaar is de instroom voor lerarenopleidingen in het hoger beroepsonderwijs (hbo) met ruim een vijfde afgenomen. Vooral de belangstelling voor een opleiding tot leraar basisonderwijs is veel minder geworden.

Het aandeel bachelorstudenten in het wetenschappelijk onderwijs dat binnen 4 jaar het diploma haalt, is de afgelopen jaren gestegen.

Het aandeel jongeren van 18 tot 25 jaar dat onderwijs volgt of over een startkwalificatie beschikt is sinds 2001 sterk toegenomen.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2012

In de periode 2006-2010 stegen de lasten van basis- en middelbare scholen harder dan de baten. Hoewel scholen de laatste jaren gemiddeld meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt, heeft een groot aantal nog veel geld in kas.

In de periode 2006-2010 stegen de lasten van basis- en middelbare scholen harder dan de baten. Hoewel scholen de laatste jaren gemiddeld meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt, heeft een groot aantal nog veel geld in kas.

In het voortgezet onderwijs kiest een steeds groter deel van de leerlingen voor havo of vwo.

In 2008/’09 bedroeg het aantal geslaagden in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in Nederland ruim 146 duizend. Dat is een stijging van 35 procent ten opzichte van tien jaar eerder. Nederland zit hiermee ver boven de gemiddelde stijging in de Europese Unie, die over deze periode 10 procent bedraagt.

Een op de drie kinderen volgt een opleiding waarvan het niveau gelijk is aan die van hun ouders. Jongens treden qua richting vooral in het spoor van hun vader bij de landbouwgerichte en technische opleidingen. Meisjes doen vaak een vergelijkbare economische of juridische opleiding als hun moeder.

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2011

In 2010 kostte de schoolloopbaan naar een universitair masterdiploma 153 duizend euro. Het is voor het eerst dat de uitgaven lager zijn dan het voorgaande jaar.

In het schooljaar 2010/’11 zaten er bijna 69 duizend leerlingen op speciale scholen. In het schooljaar 2003/’04 waren dat er nog 54 duizend.

In 2010 heeft 36 procent van de werknemers in het bedrijfsleven een bedrijfsopleiding gevolgd. Hieraan is 1,6 miljard euro uitgegeven.

Dit zijn enkele belangrijke conclusies in het Jaarboek onderwijs in cijfers 2011 dat vandaag verschijnt.

De kwaliteit van leven in Nederland is hoog in vergelijking met andere Europese landen. Maar onze welvaart lijkt op termijn niet zonder meer houdbaar te zijn

In het regeerakkoord is opgenomen dat coffeeshops op minimaal 350 meter van een school moeten liggen. In 2010 waren 58 coffeeshops in Nederland binnen een afstand van 350 meter van een school voor voortgezet onderwijs gevestigd.

Het CBS organiseert in september voor de eerste keer de ConjunctuurBekerStrijd. Scholieren met economie in hun vakkenpakket voorspellen met hun docent de Nederlandse conjunctuur.

In Nederland woonde je in 2010 gemiddeld 900 meter van de dichtstbijzijnde buitenschoolse opvang af.

Tot het schooljaar 2007/’08 hadden vmbo-leerlingen de keuze uit de sectoren Landbouw, Zorg en welzijn, Economie en Techniek. Sindsdien bestaat ook de mogelijkheid om sectoren te combineren.

In 2010 waren er ruim 950 duizend vrouwen hoger opgeleid dan hun man. Dat betekent dat bij bijna een op de vier paren de vrouw de hoogste opleiding heeft.

In Nederland is het aandeel voortijdig schoolverlaters in de periode 2001-2010 afgenomen van 15 tot 10 procent. Daarmee voldoet Nederland precies aan de Europese norm.

Een steeds groter aandeel 18- tot 25-jarigen volgt een hbo- of wo-opleiding. De toename geldt vooral voor vrouwen en niet-westers allochtone jongeren.

Gepromoveerden hebben vaker een voltijdbaan dan niet-gepromoveerde academici. Ook werken ze vaker op een hoger beroepsniveau dan niet-gepromoveerde academici.

Voortijdig schoolverlaters vinden uiteindelijk minder vaak een betaalde baan dan schoolverlaters met een startkwalificatie.

In het schooljaar 2008/’09 slaagden voor het eerst meer dan 20 duizend deelnemers voor een opleiding in de verpleging, verzorging of hulp bij zorg en welzijn in het mbo.

Onderwijsinstellingen hielden in 2009 in totaal 127 miljoen euro over. Het financiële overschot van scholen is de laatste jaren echter steeds kleiner geworden.

Arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid van vrouwen verder toegenomen ondanks crisis.

In het schooljaar 2009/’10 volgde ongeveer 30 procent van de voortijdig schoolverlaters uit 2004/’05 weer onderwijs of had alsnog een startkwalificatie behaald.

In de periode 1997-2009 vormden leningen een steeds groter deel van de overheidsuitgaven aan studiefinanciering. Bovendien namen de overheidsuitgaven aan studiefinanciering in die periode toe.

n het schooljaar 2009/’10 namen ruim 30 duizend mannen en 31 duizend vrouwen van 30 jaar of ouder deel aan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Dat is bijna een derde meer dan in 2005/’06.

Nederlandse onderwijsinstellingen gaven vergeleken met andere Europese landen in 2007 veel uit per deelnemer. Een relatief fors deel van de uitgaven van onderwijsinstellingen in ons land wordt privaat gefinancierd. Voor wat betreft de overheidsuitgaven aan onderwijs is Nederland een middenmotor in Europa.

Ongeveer de helft van de mbo‘ers leerde na het behalen van een diploma in 2008/’09 het volgend schooljaar nog verder op het mbo, meestal een niveau hoger.

Een op de twintig mbo’ers die in 2008/’09 geen diploma behaalden, maar wel op het mbo bleven, veranderde van sector in 2009/’10. Zij rondden dus niet de mbo-opleiding af in de sector van hun eerste keuze.

Op 20 januari 2011 organiseert het Centraal Bureau voor de Statistiek het symposium 'Onderwijs, de cijfers'.

Ongeveer een kwart van de leerlingen die voortijdig het onderwijs verlieten, ging in de jaren daarna toch weer naar school. Een deel van hen zal dus alsnog een startkwalificatie halen.

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2010

Begin 2008 waren er in Nederland ruim 6,6 miljoen werkzame personen in de leeftijd van 25 tot 65 jaar. Ruim een derde van deze personen nam in het voorafgaande jaar deel aan cursussen die gerelateerd zijn aan hun werk. Bijna de helft van de deelnemers aan een werkgerelateerde cursus volgt deze geheel onder werktijd.

Begin 2008 waren er in Nederland ruim 6,6 miljoen werkende mensen in de leeftijd van 25 tot 65 jaar. Ruim een derde nam in het voorafgaande jaar deel aan cursussen, de rest deed dat niet. Van hen is ruim een vijfde daarover ontevreden. Zij zouden graag deelnemen, maar worden hierin belemmerd.

De uitval zonder diploma in het middelbaar beroepsonderwijs loopt op van 10 procent na 1 jaar studie tot bijna 20 procent na 4 jaar.

Jaarlijks stroomt ongeveer 7 procent van de havo-leerlingen in leerjaar 3 af naar het vmbo.

Het aandeel leerlingen in het vwo met een natuurprofiel is gestaag toegenomen. Een natuurprofiel is al een aantal jaren het populairst.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2010

Verlies van werk komt minder vaak voor onder personen die in 2008 naast hun werk scholing volgden. Zo was maar 4,5 procent van de werkzame personen die in 2008 scholing volgden in 2009 hun baan kwijt. Van de werkzame personen die helemaal geen scholing volgden, was dit 7,5 procent.

Veel onderwijsinstellingen hebben een goede financiële positie. Besteden scholen nu meer aan onderwijs als ze ruim bij kas zitten of voeren veel scholen nog altijd een voorzichtig financieel beleid? Het CBS onderzocht of er aanwijzingen zijn dat de financiële positie een rol speelt bij het huidige financiële beleid van de instellingen. Hierbij is vooral gekeken naar de financiën van de rijke scholen.

Vanaf 2010 presenteert het CBS de onderwijsuitgaven in een vernieuwde StatLine-tabel. Hierin staan uitgaven en ontvangsten voor onderwijs van alle sectoren, samen met een drietal indicatoren. Het CBS loopt internationaal voorop met de ontwikkeling van een methode en indicator die de onderwijsuitgaven op de meest complete en reële manier beschrijven.

Het aandeel voortijdig schoolverlaters in Nederland was ruim 11 procent in 2008. Daarmee zit Nederland dicht op de EU-doelstelling van 10 procent in 2010.

Nederlanders wonen op gemiddeld 2,4 kilometer van de dichtstbijzijnde school voor voortgezet onderwijs. Negen op de tien hebben minimaal één school binnen een straal van 5 kilometer.

Het aantal jongeren van 15 tot 25 jaar dat geen startkwalificatie heeft en ook geen onderwijs meer volgt, is het laatste decennium flink gedaald.

Van de 25- tot 35-jarige hoogopgeleiden die geen onderwijs meer volgen, is bijna 94 procent aan het werk in 2009. Ook onder niet-westerse allochtone hoogopgeleiden is het aandeel dat werkt hoog (89 procent).

Deze kwartaalrapportage van de Landelijke Jeugdmonitor gaat in de op deelname van jongeren aan het hoger onderwijs en beschrijft de situatie van hoogopgeleiden van 25 tot 35 jaar op de arbeidsmarkt.

Van de 96 duizend 18- tot en met 21-jarigen die jaarlijks naar een andere gemeente vertrekken, verhuizen de meesten om te gaan studeren. Hun bestemming is vaak één van de grote steden of een stad met een universiteit.

Studenten hoger onderwijs kunnen via het hbo of via het wo een bachelordiploma halen. Voor de bachelor in hbo staat een jaar meer studieduur dan in het wo.

Een derde van de vmbo’ers kiest bij de overgang naar het mbo voor een ander vakgebied. Bij de vmbo’ers met een opleiding in de sector landbouw is dat zelfs twee keer zo veel.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2010

Onderwijsinstellingen hielden in 2008 minder geld over dan in 2007. De scholen voor middelbaar beroepsonderwijs behaalden voor het eerst in tien jaar zelfs een negatief resultaat.

De afgelopen jaren gaan steeds meer leerlingen met hun vmbo-diploma naar de havo. De overgang van havo naar vwo is daarentegen het afgelopen schooljaar iets gedaald.

In het studiejaar 2008/’09 stonden bij de Nederlandse hogescholen en universiteiten bijna 45 duizend buitenlandse studenten ingeschreven. Dat is 28 procent meer dan in 2005/’06.

Vwo-leerlingen die te maken hebben gehad met een of meer ziekenhuisopnamen, hebben een grotere kans de middelbare school zonder diploma te verlaten dan vwo’ers die niet in het ziekenhuis werden opgenomen.  Bij alle andere (middelbare) schoolsoorten hadden ziekenhuisopnamen geen invloed.

In het schooljaar 2004/’05 begonnen ruim 185 duizend leerlingen aan het voortgezet onderwijs. Drie jaar later zaten bijna 26 duizend hiervan op de kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo (vmbo-k).

In de periode 1997 –2007 zijn de voor inflatie gecorrigeerde uitgaven van gesubsidieerde onderwijsinstellingen met 9 miljard euro gestegen van 20 tot 29 miljard euro. Hiervan is 3,2 miljard euro toe te schrijven aan veranderingen in de demografie en onderwijsdeelname en 5,8 miljard euro aan de gestegen uitgaven per deelnemer. Een decompositie van de uitgavenverandering binnen de onderwijssectoren laat zien dat de mate waarin bepaalde factoren daaraan hebben bijgedragen per sector flink verschilt.

Niet alle leerlingen blijven in het voortgezet onderwijs tot ze een diploma behalen. Van de ruim 185 duizend brugklassers uit 2004/’05 is 9 procent aan het begin van schooljaar 2008/’09 zonder diploma uit het bekostigde voortgezet onderwijs gestroomd.

Sociaaleconomische trends 4e kwartaal 2009

In 2008 waren 2,9 miljoen Nederlanders in de leeftijd 15 tot 65 hoger opgeleid. Een groot deel van hen woont in sterk tot zeer sterk stedelijke gemeente (56 procent). Dit geldt minder vaak voor lager en middelbaar opgeleiden (44 procent).

Hoe hoger het cijfer op het eindexamen van het voortgezet onderwijs, hoe sneller studenten afstuderen in het hoger onderwijs. De eindexamencijfers spelen bij mannen een grotere rol dan bij vrouwen.

In 2008 is in totaal 37,6 miljard euro uitgegeven aan onderwijs. Dat is 2,4 miljard euro meer dan een jaar eerder.

Niet-westerse deelnemers aan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) verkiezen vaker dan autochtonen de beroepsopleidende leerweg  (bol) boven de beroepsbegeleidende leerweg (bbl).

Hoe langer de opleiding, hoe duurder het diploma. Toch hangt de prijs van een diploma veel meer af van de vooropleidingen die leerlingen volgen dan van de studieduur.

In Nederland volgen relatief veel jongeren een opleiding vergeleken met andere Europese landen. Ook verlaten minder jongeren dan gemiddeld in de EU het onderwijs zonder startkwalificatie.

Dit kwartaalrapport van de Landelijke Jeugdmonitor beschrijft de jeugd in Nederland in vergelijking met de jeugd in andere Europese landen.

Internationaal onderwijs in Nederland is een stuk duurder dan regulier onderwijs en wordt grotendeels gefinancierd door de ouders.

Studenten in het hoger onderwijs verdienden in 2008 gemiddeld 5 250 euro met een bijbaan of via een eigen bedrijf.

In dit rapport staan de verschillen en overeenkomsten tussen de allochtone en autochtone jeugd in ons land beschreven, aan de hand van de indicatoren die op de website Landelijke Jeugdmonitor staan.

De overheidsuitgaven voor onderwijs in Nederland bedroegen in 2005 ongeveer 5,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is iets meer dan het gemiddelde van de Europese Unie.

Van 2000/’01 tot 2008/’09 is in het zuiden van ons land, met name in Limburg, het aantal kinderen op basisscholen afgenomen. Dit komt vooral door de afname van het aantal 4- tot 12-jarigen in dit deel van Nederland.

Van de bijna 58 duizend mbo'ers die het schooljaar 2004/'05 met een diploma afsloten en het onderwijs verlieten, had 87 procent eind september 2005 betaald werk.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2009

In 2007 gaven scholen in het gesubsidieerde onderwijs 800 miljoen euro uit aan uitzendkrachten. Dit is een kwart meer dan een jaar eerder.

Vrouwen volgen in het middelbaar beroepsonderwijs vaker een opleiding op een hoger niveau dan mannen.

Financieel was 2007 voor scholen in het beroeps- en volwassenenonderwijs een slecht jaar. Vooral de Regionale Opleidingscentra, de ROC’s, zagen hun financiële positie verslechteren.

In het schooljaar 2006/’07 had Noord-Holland met 4,7 procent het hoogste aandeel voortijdig schoolverlaters.

In Noord- en Zuid-Holland verlaat het hoogste percentage leerlingen het onderwijs voordat zij een startkwalificatie hebben behaald. Juist in deze provincies heeft een groot aandeel voortijdig schoolverlaters geen baan na het verlaten van het onderwijs. In Groningen hebben voortijdig schoolverlaters de kleinste kans op werk.

In Noord-Holland stroomde in 2007 het laagste percentage leerlingen vanuit het voortgezet onderwijs door naar een vervolgopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs. In Overijssel was dit percentage het hoogst.

Steeds meer leerlingen blijven na afloop van de volledige leerplicht in het onderwijs of keren daarin terug. Dit komt vooral door de toegenomen populariteit van het hoger onderwijs.

De onderwijsuitgaven zijn in 2007 toegenomen,maar wel minder dan in de jaren ervoor.

De Nederlandse onderwijsuitgaven bedragen in 2006 na revisie 34 miljard euro. Dit is een stijging van 4 miljard euro ten opzicht van het oude niveau.

Onlangs is een omvangrijk onderzoek afgerond naar uitbreiding en verbetering van de statistiek Onderwijsuitgaven. Dit leidt tot herziene cijfers voor de periode 1995-2007.

Van de ruim 1 miljoen Nederlandse inwoners met een universitaire opleiding zijn er in de periode 2004-2007 bijna 70 duizend gepromoveerd.

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2008

De gemiddelde leeftijd van werkenden in het onderwijs was in 2007 ruim 43 jaar. Daarmee is het onderwijs de meest vergrijsde bedrijfstak in Nederland.

Niet-westerse allochtonen geven nogal eens aan dat zij moeite hebben met de Nederlandse taal. Turken blijken het meer nog dan Marokkanen lastig te hebben met lezen, schrijven en het voeren van een gesprek.

In Nederland is in 2006 bijna 1,1 miljard euro aan particulier onderwijs uitgegeven. De uitgaven aan particulier onderwijs zijn de afgelopen jaren sneller gestegen dan die aan gesubsidieerd onderwijs.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2008

In het studiejaar 2007/’08 begonnen bijna 117 duizend studenten aan een bacheloropleiding in het hoger onderwijs. Dat is 17 procent meer dan in 2002/’03. Vooral rechten kwam meer in trek bij de eerstejaars.

In 2007/’08 hebben meisjes in de 4e klas van het havo veel minder vaak het profiel Cultuur en maatschappij gekozen dan in de schooljaren daarvoor.

In 2006 hebben bedrijven 1,7 miljard euro besteed aan stages en andere vormen van leren en werken van leerlingen in het beroepsonderwijs.

Bevolkingstrends 2e kwartaal 2008. Door koppeling van integrale registergegevens kan het CBS steeds meer ruimtelijke en laagregionale statistieken samenstellen. Dit artikel gaat in op de wijze waarop de gegevens worden berekend, en presenteert twee praktischetoepassingen: berekening van de afstand tussen woning en basisschool, en berekening van het aantal basisscholen dat (te) dicht bij een vervuilende weg ligt. Auteur: Bert Bunschoten

In het schooljaar 2007/’08 zaten 65 duizend leerlingen op speciale scholen voor kinderen met handicaps of stoornissen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 1995/’96. Op de speciale scholen zijn jongens veruit in de meerderheid.

Dit rapport van de jeugdmonitor gaat over kinderen die in het speciaal basisonderwijs of op speciale scholen zitten.

In 2006 volgden gemiddeld ruim 1,1 miljoen mensen van 17 tot 65 jaar een opleiding in het niet-bekostigd onderwijs.

Het aantal achterstandsleerlingen in het basisonderwijs is sinds schooljaar 1995/’96 gehalveerd. In 2007/’08 zaten er bijna 280 duizend achterstandsleerlingen op de Nederlandse basisscholen.

Bijna 13 procent van de leerlingen die in 2005 de Eindtoets Basisonderwijs (beter bekend als Citotoets) maakte, volgt onderwijs op een hoger brugklasniveau dan uit de score van de toets als meest geschikt naar voren kwam.

Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal 2008

Het aantal gepromoveerden in Nederland neemt toe, vooral doordat de laatste jaren steeds meer vrouwen een proefschrift schrijven.

Scholen in het secundair en tertiair onderwijs houden elk jaar wel geld over, maar potten dat niet altijd op. De meeste scholen gebruiken het overschot om te investeren in bijvoorbeeld gebouwen en inventaris.

De 1e kwartaalrapportage 2008 van de Landelijke Jeugdmonitor gaat over de werkloosheid onder jongeren die niet meer naar school gaan.

Tussen 2001 en 2007 is het aandeel hoogopgeleiden in Nederland in elke leeftijdsklasse gestegen. Hierdoor waren er in 2007 voor het eerst bijna evenveel hoogopgeleide als laagopgeleide Nederlanders.

Een kwart van de scholen in het primair onderwijs had in 2006 bijna 0,5 miljard euro aan beleggingen uitstaan. Het gaat vooral om obligaties.

Van de brugklassers in het beroepsgerichte vmbo die niet zijn blijven zitten, is na vier jaar 11 procent overgestapt naar een hogere schoolsoort.

Bijna 30 procent van de leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) combineert leren met werken via de beroepsbegeleidende leerweg.

Eind 2005 waren er 72 duizend gepromoveerden in ons land. Dat is minder dan één op de honderdvijftig Nederlanders van 15 tot 70 jaar oud.

Er woedt al enige tijd een maatschappelijke discussie over de financiële positie van besturen van onderwijsinstellingen in Nederland. De discussie gaat vooral over de vraag of de besturen jaarlijks teveel (onderwijs-)geld overhouden, gezien hun reservepositie. In dit artikel vindt u een analyse van de financiële positie van de besturen in het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Hiervoor worden financiële kengetallen gebruikt zoals solvabiliteit, rentabiliteit en weerstandsvermogen zowel per instellingsbestuur als per sector.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2007

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2007

Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal 2007

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2007

In dit jaarboek wordt onder meer ingegaan op het voortijdig schoolverlaten, het belang van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt en de prestaties van niet-westers allochtone studenten.

De hoger onderwijsinstellingen krijgen hun inkomsten uit verschillende geldstromen. Hoofdfinancier is en blijft het rijk, maar de inkomsten uit werk voor derden, zowel op het gebied van onderzoek als onderwijs, worden steeds belangrijker in omvang.

Sociaal-economische trends, 4e kwartaal 2006

Sociaal-economische trends, 3e kwartaal 2006

Sociaal-economische trends, 3e kwartaal 2006

In 2004 bedroegen de totale exploitatielasten van het secundair onderwijs 9,1 miljard euro, dit is 33 procent van de totale onderwijsuitgaven). Er werd een positief exploitatieresultaat geboekt van 164 miljoen euro.

Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 2006

Vandaag verschijnt het Jaarboek onderwijs in cijfers 2006. Dit is de achtste editie van deze publicatie. Hierin presenteert het CBS ieder jaar zijn meest recente cijfers over onderwijs in de vorm van korte artikelen, geïllustreerd met grafieken, en tabellen. Het boek is bedoeld als naslagwerk voor iedereen die beroepshalve of anderszins geïnteresseerd is in het onderwijs in Nederland.

In 2003 bedroegen de totale exploitatielasten van het door de overheid bekostigde secundair onderwijs 9,0 miljard euro. Hiertegenover stonden de baten uit onder meer rijks- en overige overheidsbijdragen en werk voor derden. Hoewel de financiële situatie van de instellingen in het secundair onderwijs als geheel gezond mag worden genoemd, is in de laatste verslagjaren sprake van teruglopende exploitatieresultaten en dalende solvabiliteits- en liquiditeitsratio’s.

Sociaal-economische Trends, 3e kwartaal 2005

Vandaag verschijnt het Jaarboek onderwijs in cijfers 2005. In dit boek zijn de meeste actuele cijfers over onderwijs samengebracht in de vorm van korte artikelen, aangevuld met tabellen. Het boek is bedoeld als naslagwerk voor iedereen die geïnteresseerd is in het onderwijs in Nederland.

In 2002 bedroegen de totale exploitatielasten van het door de overheid bekostigde secundair onderwijs 8,4 miljard euro. Dit is 34 procent van de totale onderwijsuitgave. Er werd een positief exploitatieresultaat geboekt van 124 miljoen euro. Dat is minder dan in 2001