Inkomen en bestedingen

Artikelen arbeid en sociale zekerheid

Van de zelfstandigen met personeel had 5,2 procent een laag inkomen, bij werknemers was dat 1,7 procent.

In totaal moesten 590 duizend huishoudens in 2016 rondkomen van een laag inkomen.

Huishoudens uit vluchtelinglanden hebben vaak ook langdurig een laag inkomen

Ruim 55 procent van de 1,5 miljoen zzp’ers heeft naast een zzp-inkomen ook een andere bron van inkomsten.

Ontwikkeling van het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens in het derde kwartaal van 2017

Consumenten hebben in oktober 1,7 procent meer besteed dan een jaar eerder.

Het consumentenvertrouwen komt in december uit op 25.

Kwaliteit van leven van bevolkingsgroepen in termen van inkomen, gezondheid en tevredenheid met het leven

Nederlanders doen hun inkopen steeds vaker online

Het consumentenvertrouwen komt net als in oktober en september uit op 23.

Consumenten hebben in september 3,1 procent meer besteed.

Consumenten hebben in augustus 2,3 procent meer besteed dan in augustus 2016.

Het consumentenvertrouwen komt in oktober net als in september uit op 23.

In 2015 ging de bevolking van Saba er in doorsnee 2,2 procent in koopkracht op vooruit.

In 2015 verbeterde de koopkracht van de bevolking op Bonaire in doorsnee met 3,6 procent.

De koopkracht van de bevolking in Sint-Eustatius steeg in doorsnee met 4,4 procent in 2015.

Vergelijking huidige schijven inkomstenbelasting en de nieuwe schijven volgens regeerakkoord 2017

Een miljoen mannen en bijna 2 miljoen vrouwen zijn niet economisch zelfstandig.

Ontwikkeling financiële kwetsbaarheid, kenmerken financieel kwetsbare man (en vrouw)

Nieuwsbericht start CBS Urban Data Center/Den Haag

Factsheet met algemene feiten en cijfers over de bevolking van Den Haag

Bijna 1 op de 5 Haagse gezinnen met minderjarige kinderen moet rondkomen van een laag inkomen.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het tweede kwartaal met 2,1 procent gestegen.

De stemming onder consumenten is in september minder positief.

Consumenten hebben in juli 2,8 procent meer besteed dan in juli 2016.

Van de werkzame hoofdkostwinners uit miljonairshuishoudens is 80 procent werkzaam als zelfstandige.

Op 1 januari 2015 telde Nederland 106 duizend huishoudens met een vermogen van één miljoen euro of meer.

De stemming onder consumenten is in augustus een fractie verbeterd.

Consumenten hebben in juni ruim 2 procent meer besteed dan in juni 2016.

In 2016 nam het aantal kinderen in een bijstandsgezin toe met 2,1 procent.

De stijging van de consumentenprijsindex was in juli 1,3 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Het consumentenvertrouwen komt in juli uit op 25, tegen 23 in juni.

Consumenten hebben in mei ruim 2 procent meer besteed dan in mei 2016.

De verslechtering van de sociale zekerheid van zzp’ers vlakt af.

Artikel Armoederisico het hoogst in Amsterdam en Rotterdam

Het totaal reëel beschikbaar inkomen van alle huishoudens samen steeg in het eerste kwartaal van 2017 met 2,1 procent.

Consumenten hebben in april 2,7 procent meer besteed dan in april 2016.

Het consumentenvertrouwen komt in juni net als in mei uit op 23.

De stemming onder consumenten is minder positief in mei.

Consumenten hebben in maart 1,6 procent meer besteed dan in maart 2016.

Consumenten hebben in februari 0,8 procent meer besteed dan in februari 2016.

Schattingsmethodiek CCO, technisch achtergrond document behorende bij herontwerp 2017.

Vragenlijst CCO 2017 behorende bij herontwerp 2017

De stemming onder consumenten is in april opnieuw iets positiever.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de gemeente Venlo gaan gezamenlijk regionale en lokale data verzamelen

De ontwikkeling van de hypotheekschulden van huishoudens en eigenwoningbezit.

Jarenlang steeg het aantal dure scheefwoners, maar in 2015 nam het niet verder toe.

Het aantal vakanties van Nederlanders naar Parijs is in tien jaar niet zo laag geweest als in vakantiejaar 2016.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in 2016 met 1,4 procent gestegen.

Consumptie gezinnen groeit 2,7 procent in januari.

Met 16 ligt het consumentenvertrouwen op het hoogste punt in bijna 10 jaar.

Huishoudens met een 65-plusser als hoofdkostwinner consumeren minder maar hebben ook een lager besteedbaar inkomen.

Hoe hangen onder meer arbeidsparticipatie, consumptie en consumentenvertrouwen samen met leeftijd?

De ontwikkeling van inkomens en vermogen van 65-plussers van 1995-2015

Consumptie gezinnen groeit 2,5 procent in december.

Vertrouwen consument stijgt iets in februari.

Figuren met meer informatie over de financiële situatie van huishoudens in 2015

Het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens nam in 2015 toe met 27 duizend tot 221 duizend.

Het doorsnee vermogen is vooral hoger doordat woningen in waarde zijn gestegen.

De Parade van Pen is een manier om de vermogens- (of inkomens-)verdeling in beeld te brengen.

De vermogensongelijkheid daalde licht in 2015, de inkomensongelijkheid bleef gelijk.

De Parade van Pen is een manier om de vermogens- (of inkomens-)verdeling in beeld te brengen.

Voor het eerst sinds 2008 namen de bestedingen van huishoudens toe.

Feiten en cijfers over Groningen, overhandigd tijdens de openingen van het UDC/Groningen regio.

In 2014 werd minder geld nagelaten door lager liggende huizenprijzen.

In 2016 gingen 1 545 particulieren failliet.

Consumenten zijn in januari 2017 iets positiever dan in december. Het consumentenvertrouwen komt uit op 13.

Consumenten hebben in november meer besteed een jaar eerder. Ze gaven vooral meer uit aan duurzame goederen en gas.

Inwoners met een migratieachtergrond bouwen hogere aanspraken op de AOW op.

In 2016 stegen de cao-lonen met 1,9 procent. Dat is de grootste stijging sinds 2009.

Consumenten geven meer uit

De stemming onder consumenten is in december met 12, net als in oktober en november, meldt CBS

CBS-jaaroverzicht 2016

Nieuwsbericht CBS en Gemeente Heerlen starten Urban Data Center

In 2014 voor het eerst sinds 2007 inkomensgroei, van 1 tot 2 procent onder alle herkomstgroeperingen

Personen met niet-westerse achtergrond vaker afhankelijk van uitkering dan personen met Nederlandse achtergrond

Inwoners met migratie- en Nederlandse achtergrond: verschillen en overeenkomsten in het Jaarrapport Integratie 2016

Er zijn grote verschillen in arbeidsparticipatie tussen buurten in Eindhoven.

Binnen de vijf grootste steden neemt Eindhoven een derde plek in op het vlak van werkloosheid en arbeidsparticipatie.

Consumenten hebben in september meer uitgegeven dan in september 2015. Ze gaven vooral meer uit aan diensten.

Het consumentenvertrouwen komt in november net als in oktober uit op 12.

In Nederland woonden op 1 januari 2016 ruim 46 duizend Britten.

De inkomensverschillen hebben voornamelijk te maken met verschillen in gewerkte uren, leeftijd en bedrijfstak.

Kenmerken en inkomenspositie van verschillende typen flexwerkers

Sinds 2011 is de ongelijkheid op Saba afgenomen.

Consumenten hebben in augustus 1,0 procent meer uitgegeven dan in augustus 2015. Ze gaven vooral meer uit aan diensten.

In oktober steeg het consumentenvertrouwen 4 punten en komt uit op 12. Dat is de hoogste waarde na augustus 2007.

In het derde kwartaal van 2016 stegen de cao-lonen met 2,1 procent, de grootste stijging in bijna zeven jaar.

De loonkloof tussen de top en de doorsnee werknemers van de duizend grootste bedrijven gegroeid.

Tussen 2010 en 2015 is het aantal oproepbanen gegroeid met 36 procent. Vooral jongeren zijn oproepkracht.

Bedrijven zagen hun aandeel in het beschikbaar inkomen afnemen door dalende dividenden uit het buitenland.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens steeg met 2,1 procent vooral door hogere beloning van werknemers.

Consumenten besteden opnieuw meer

Vertrouwen consument stijgt aanzienlijk

De koopkracht van de Nederlandse bevolking is in 2015 met 1,1 procent toegenomen.

Sint-Eustatius kreeg in 2014 voor het eerst sinds 2012 te maken met een dalende koopkracht.

De toerismesector wordt steeds belangrijker voor de Nederlandse economie.

In augustus 2016 steeg het consumentenvertrouwen 1 punt en komt uit op 2.

Consumentenvertrouwen Nederland en vertrouwen in de Europese Unie vergeleken.

Consumenten hebben in mei 1,4 procent meer uitgegeven dan in mei 2015.

Het consumentenvertrouwen daalde 4 punten in juli en komt uit op 1.

De economische crisis had geen vat op de ontwikkeling van de inkomensongelijkheid.

De indirecte belastingen waren 36 miljard euro. De hoogste inkomens betaalden 11 en de laagste inkomens 4 miljard.

In Vinex-wijken wonen veel gezinnen met kinderen en mensen met een hoog inkomen en hebben de huizen een hoge WOZ-waarde.

Consumenten hebben in april per saldo evenveel uitgegeven als in april 2015.

De stemming onder consumenten is in juni verbeterd ten opzichte van mei.

Nergens in West-Europa is voedsel zo goedkoop als in Nederland.

Nederlanders kopen steeds vaker goederen en diensten online.

Voor 767 duizend kinderen werd kinderopvangtoeslag uitgekeerd in 2015, 12 duizend meer dan in 2014.

De koopkrachtstijging in 2012 was 3,2 procent op Bonaire en 4,5 procent en 4,6 procent op Saba en Sint-Eustatius.

Het aantal miljonairshuishoudens in Nederland is in 2014 met 5 duizend toegenomen tot bijna 108 duizend.

Consumenten onveranderd positief

In 2014 groeiden 421 duizend minderjarige kinderen op in een huishouden met een laag inkomen.

In de Stapelingsmonitor is te zien hoeveel huishoudens in Nederland één of meerdere overheidsregelingen ontvangen

De stemming onder consumenten is in april weer positief

Consumenten hebben in februari 0,1 procent meer uitgegeven dan in februari 2015.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) die in een praktijk van medisch specialisten werken verdienen het meest.

Huishoudens hebben in het vierde kwartaal van 2015 meer te besteden dan een jaar eerder.

De aftrek leverde in 2013 een belastingvoordeel op van gemiddeld 900 euro, dat nu verdwijnt.

De stemming onder consumenten daalt verder.

Meer vrouwen dan ooit promoveren, maar ze verdienen minder dan hun mannelijke collega’s en geven minder vaak leiding. De verschillen in inkomen tussen mannen en vrouwen kunnen grotendeels worden verklaard uit verschillen in leeftijd, promotierichting en het aantal gewerkte uren per week.

Het doorsnee ondernemersinkomen van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers)fluctueerde in 2013 aanzienlijk per gemeente: van 15 duizend euro in Onderbanken (LB) tot 42 duizend euro in Edam-Volendam (NH). Van de vier grote steden is Utrecht met 23 duizend euro de gemeente met het hoogste doorsnee zzp- ondernemersinkomen. Amsterdam herbergt de meeste zzp’ers.

Het persoonlijk inkomen van een zzp’er ligt gemiddeld ruim 10 procent lager dan van een werknemer.

Één op de vijf zelfstandigen zonder personeel (zzp’er) had in 2014 Verklaring Arbeidsrelatie winst uit onderneming (VAR-wuo). In de bouw is het aandeel ruim de helft en in de ICT en zakelijke dienstverlening ontving ruim een derde van de zzp’ers een VAR-wuo van de Belastingdienst.

De stemming onder consumenten is in februari verder gedaald. Het consumentenvertrouwen daalde 5 punten en komt uit op -1. Zowel het oordeel over het economisch klimaat als de koopbereidheid verslechterde.

Consumenten hebben in december 0,6 procent meer uitgegeven dan in december 2014. Dat is de laagste stijging van de consumptie in 2015.

Van de 800 duizend zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) met een hoofdinkomen uit ondernemerschap betaalt ruim een vijfde premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov). Dit aandeel is gedaald van 23,4 procent in 2011 tot 21,9 procent in 2013.

Gezinnen onderaan de inkomensladder zijn het meest gebaat bij de nieuwe kindregelingen, die vanaf 2015 van kracht zijn. Vergeleken met het oude stelsel uit 2009 ontvangen zij gemiddeld bijna 1 000 euro per jaar meer. De hoogste tien procent inkomens gaat er 200 euro op achteruit. De eventuele invloed van andere wetswijzigingen op de inkomens van deze groepen is niet onderzocht. Dat meldt CBS.

Van de bijna 1,35 miljoen mensen die werken als zzp’er is voor zes op de tien het ondernemersinkomen het belangrijkst. Voor vier op de tien is een andere inkomstenbron, bijvoorbeeld loon of pensioen, belangrijker.

Consumenten hebben in november 0,3 procent meer uitgegeven dan in november 2014, meldt CBS. Dat is de laagste stijging van de consumptie tot nu toe in 2015. Consumenten hebben in november aanzienlijk minder gas verbruikt dan een jaar eerder. Ook kochten ze minder kleding en schoenen. Volgens de CBS Consumptieradar zijn de omstandigheden voor de consumptie in januari ongunstiger dan in november en december.

De stemming onder consumenten is in januari wat minder positief dan in december. Het consumentenvertrouwen daalde 2 punten en komt uit op 4, meldt CBS. De verslechtering komt vooral doordat consumenten minder positief oordelen over het economisch klimaat.

In 2015 gaf 15 procent van de Nederlandse huishoudens aan moeilijk of zeer moeilijk rond te komen. Dit zijn bijna 1,1 miljoen huishoudens. Van de (geraamde) 718 duizend huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens kwamen vier op de tien moeilijk rond. Dit uitte zich in het uitstellen of achterwege laten van reguliere uitgaven zoals verwarming of het kopen van kleding.

Personen tussen de 55 en 65 jaar lopen het hoogste risico om langdurig in armoede te moeten leven. In die groep wordt een steeds groter deel door arbeidsongeschiktheid en werkloosheid afhankelijk van een uitkering.

Het doorsnee besteedbaar inkomen in Caribisch Nederland was in 2013 het hoogst in Sint-Eustatius (26 duizend dollar), gevolgd door Saba (23 duizend dollar) en Bonaire (23 duizend dollar). Ook de inkomensverschillen zijn op Sint-Eustatius het grootst.

Nederland geeft steeds ruimhartiger aan goede doelen. In 2014 gaf een huishouden gemiddeld ongeveer 400 euro uit aan goede doelen, in de jaren ’90 lag dit nog rond 250 euro. Aan eenmalige collectes en donaties wordt gemiddeld 150 gespendeerd. De overige 250 euro gaat naar diverse charitatieve organisaties of organisaties van algemeen nut. Deze giften kennen een regelmatiger en vaster karakter. De uitgaven aan goede doelen neemt toe met de leeftijd van de hoofdkostwinner van het huishouden.

De stemming onder consumenten is in december wat minder positief dan in november. Het consumentenvertrouwen daalde 3 punten en komt uit op 6, meldt CBS. De verslechtering komt vooral doordat consumenten minder positief oordelen over het economisch klimaat. De koopbereidheid verandert niet.

Consumenten hebben in oktober 1,8 procent meer uitgegeven dan in oktober 2014, meldt CBS. Ze hebben vooral meer gas gestookt. Volgens de CBS Consumptieradar zijn de omstandigheden voor de consumptie in november en december een fractie gunstiger dan in oktober.

Van alle huishoudens is de groep huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens in 2014 vrijwel gelijk gebleven aan 2013. Wel is het aandeel huishoudens dat al ten minste vier jaar van een laag inkomen moest rondkomen naar verhouding sterk opgelopen. Ook het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een langdurig laag inkomen nam toe.

Nederland kent in vergelijking met andere EU-landen weinig risico op armoede of sociale uitsluiting met 16,5 procent van de bevolking. In 2014 liep een kwart van de bevolking in de Europese Unie dit risico, oftewel 122 miljoen mensen.

Bijna een op de vijf huishoudens in Rotterdam en Amsterdam had in 2013 een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Daarmee stonden ze respectievelijk op de eerste en tweede plek in de ranglijst van gemeenten met het hoogste risico op armoede. Ook het aandeel huishoudens dat langdurig kans op armoede had, was in deze steden het hoogst.

De ongelijkheid in vermogen nam in 2014 niet verder toe. Daarmee is een eind gekomen aan de voortdurende stijging van de ongelijkheid sinds het begin van de economische crisis. Het inkomen is veel minder ongelijk verdeeld. De inkomensongelijkheid bleef tijdens de crisis zo goed als stabiel.

Het vermogen van huishoudens is in 2014 niet verder geslonken. Sinds het begin van de economische crisis ging het doorsnee vermogen voortdurend omlaag, vooral doordat woningen in waarde daalden. In 2014 kwam aan deze daling een einde.

Consumenten hebben in september 2,2 procent meer uitgegeven dan in september 2014, meldt CBS. Ze hebben vooral meer besteed aan kleding en woninginrichting. Volgens de CBS Consumptieradar zijn de omstandigheden voor de consumptie in oktober en november minder gunstig dan in september. Dat komt vooral doordat consumenten wat somberder waren over de toekomstige werkloosheid en hun eigen financiële positie in de komende 12 maanden.

De stemming onder consumenten is in november een fractie beter dan in oktober. Het consumentenvertrouwen steeg 1 punt en komt uit op 9, meldt CBS. Consumenten zijn iets positiever over beide deelindicatoren van het consumentenvertrouwen, het oordeel economische klimaat en de koopbereidheid

De economische zelfstandigheid van mannen is tijdens de crisis minder geworden. Bij vrouwen bleef die op vrijwel hetzelfde niveau. In 2014 verdiende ruim 65 procent van alle 15- tot 65-jarige mannen met werken minimaal een inkomen op bijstandsniveau. In 2007 was dat nog zo’n 70 procent.

Het aantal huishoudens met een fiscale hypotheekschuld die hoger is dan de waarde van de eigen woning is in 2014 met 84 duizend gedaald tot bijna 1,4 miljoen begin 2015. Van de 4,3 miljoen huishoudens met een eigen woning staat nu zo’n 32 procent onder water.

Huishoudens met een eigen woning hadden in 2014 een gemiddeld belastingvoordeel van 280 euro per maand. Dat is 10 euro per maand minder dan in 2012 doordat woningeigenaren hebben afgelost op hun hypotheek en door lagere hypotheekrentes.

De huishoudens met de hoogste bruto inkomens betaalden in 2014 gemiddeld 4 euro per maand extra belasting door de beperking van de aftrek eigen woning. In totaal kregen 840 duizend huishoudens met een eigen woning te maken met de beperking.

Consumenten hebben in augustus 1,4 procent meer uitgegeven dan in augustus 2014. Ze hebben vooral meer besteed aan voedings-en genotmiddelen. Volgens de CBS Consumptieradar zijn de omstandigheden voor de consumptie in september en oktober minder gunstig dan in augustus.

De stemming onder consumenten is in oktober aanzienlijk verbeterd ten opzichte van september. Het consumentenvertrouwen steeg 3 punten en komt uit op 8, meldt CBS. Dat is het hoogste niveau in ruim 8 jaar tijd.

De stemming onder consumenten verandert in september nauwelijks ten opzichte van augustus. Het consumentenvertrouwen komt uit op 5, een maand eerder was dat 6. Het vertrouwen is al vier maanden vrij stabiel, meldt CBS.

Consumenten hebben in juli 1,3 procent meer uitgegeven dan in juli 2014, meldt CBS. Ze hebben vooral meer besteed aan woninginrichting en huishoudelijke apparaten.

Van de 13,1 miljoen burgers met een belastbaar inkomen hadden ruim 850 duizend mensen in 2014 een inkomen van meer dan 56 531 euro. Die vallen in het hoogste belastingtarief van 52 procent. 5,4 Miljoen Nederlanders betaalden wel belasting maar werkten niet.

Het aantal huishoudens dat kinderopvangtoeslag ontving is 2014 voor het tweede jaar op rij gedaald.

Na vier jaar daling is de koopkracht van de Nederlandse bevolking in 2014 met 1,5 procent toegenomen. Alle bevolkingsgroepen zagen in een langzaam aantrekkende economie hun koopkracht stijgen. Werknemers gingen er met 2,7 procent het meest op vooruit.

De cao-lonen van ambtenaren in het onderwijs, defensie, politie, rechterlijke macht en het rijk zijn in de periode 2010-2014 met 1,2 procent toegenomen. Werknemers in de particuliere sector zagen hun lonen met 5,1 procent stijgen in diezelfde periode.

De stemming onder consumenten is deze maand verbeterd ten opzichte van juli. Het consumentenvertrouwen steeg 2 punten en komt uit op 6. Het vertrouwen is daarmee weer terug op het niveau van juni,

Consumenten hebben in juni 2,2 procent meer uitgegeven dan in juni 2014.

Consumenten zijn in juli 2015 iets minder positief dan in juni. Het consumentenvertrouwen daalde met 2 punten en komt uit op 4. Dit komt doordat consumenten aanzienlijk minder positief oordelen over het economisch klimaat.

Consumenten hebben in mei 1,1 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in mei 2014, meldt CBS. Ze hebben vooral meer besteed aan woninginrichting en huishoudelijke apparaten.

Huishoudens geven 6 duizend euro per jaar uit aan ontspanning. Dat komt neer op 18 procent van de totale bestedingen. De grootste uitgaven doen huishoudens aan vakanties en in de horeca. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van CBS.

Woonlasten vormen de grootste uitgavenpost voor huishoudens. In de laagste inkomensgroep bedragen de woonlasten 39 procent van de bestedingen, maar het aandeel daalt naarmate het inkomen stijgt.

Sociaaleconomische trends 2015: Van alle mannen van 20 tot 65 jaar met werk had 13 procent in 2013 een arbeidsinkomen onder het bijstandsniveau. Werkende vrouwen waren tweemaal zo vaak niet in staat zichzelf financieel te onderhouden. Financiële kwetsbaarheid gaat doorgaans samen met deeltijd werken, meestal tot 20 uur per week. Een deel van de financieel kwetsbaren wil graag een langere werkweek, maar de meerderheid wil niets veranderen of heeft andere redenen waarom ze niet meer uren willen of kunnen werken.

Ruim 6 procent van alle consumentenaankopen wordt direct geraakt als het lage btw-tarief op een groot aantal producten wordt verhoogd naar 21 procent. Als deze btw-verhoging in de prijzen zou worden doorberekend, kan dat een opwaartse invloed op de inflatie hebben die kan oplopen tot 0,9 procentpunt.

Consumenten hebben in april 1,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in april 2014, meldt CBS vandaag. Ze hebben vooral meer besteed aan gas, huishoudelijke apparaten en woninginrichting.

De stemming onder consumenten is in juni 2015 aanzienlijk verbeterd ten opzichte van mei. Het consumentenvertrouwen steeg 4 punten en komt uit op 6. Dat is het hoogste niveau in bijna acht jaar tijd.

Op Bonaire bedroeg in 2011 het doorsnee besteedbaar inkomen van huishoudens 21,1 duizend dollar. Op Saba was het 20 duizend dollar en op Sint-Eustatius 23,3 duizend dollar. Dit inkomenvarieerde van 6 duizend dollar voor de laagste inkomensgroep op alle eilanden, tot circa 60 duizend dollar op Sint-Eustatius. Op Bonaire en Saba was het doorsnee besteedbaar inkomen van de 25 procent van de hoogste inkomens respectievelijk 52 duizend en 48 duizend dollar

De stemming onder consumenten is in mei 2015 iets verbeterd ten opzichte van april. Het consumentenvertrouwen steeg 2 punten en komt uit op 2. De toename van het vertrouwen komt vooral doordat de koopbereidheid van consumenten minder negatief is.

Consumenten hebben in maart 1,9 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in maart 2014, meldt CBS vandaag. Ze hebben vooral meer besteed aan gas, huishoudelijke apparaten en woninginrichting. Verder is het vertrouwen van consumenten in mei licht toegenomen.

Nederland had begin 2013 ongeveer 98 duizend miljonairshuishoudens. Dat zijn er duizend meer dan een jaar eerder. Van alle huishoudens in Nederland heeft 1,3 procent een vermogen van een miljoen euro of meer.Trefwoorden: miljonairs, vermogen, huishoudens

Dit rapport is een vervolg op het onderzoek Miljonairs in cijfers (CBS, 2013) dat op verzoek van Van Lanschot Bankiers B.V. is uitgevoerd. In dit vervolgonderzoek worden cijfers over miljonairshuishoudens geactualiseerd. De actualisering betreft de stand van het aantal miljonairs en hun vermogen op 1 januari 2012 en 2013 en de vermogens- en inkomensverdeling van de bevolking (vermogen 2012 en 2013 en inkomen 2011 en 2012). De voorgaande publicatie was vanwege het detailniveau al gebaseerd op de zogenaam-de integrale vermogens- en inkomensbestanden. Deze bestanden bevatten voor alle huishoudens in Nederland gegevens over vermogen en inkomen. Inmiddels is ook de vermogensstatistiek van het CBS vanaf verslagjaar 2011 gebaseerd op deze gegevensbronnen.

De stemming onder consumenten is in april 2015 iets verslechterd ten opzichte van maart. Het consumentenvertrouwen daalde in april 2 punten en komt uit op 0. Dat betekent dat er evenveel optimisten als pessimisten zijn onder de consumenten.

Consumenten hebben in februari 2,4 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in februari 2014. Dat is de grootste stijging in vier jaar tijd, meldt het CBS vandaag. Consumenten besteedden vooral meer aan gas, kleding en woninginrichting. Verder is het vertrouwen van consumenten in april licht afgenomen ten opzichte van maart.

Consumenten hebben in januari 1,8 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in januari 2014. Dit is de grootste stijging in vier jaar tijd, meldt het CBS vandaag

Voor het eerst sinds de zomer van 2007 is het vertrouwen van consumenten weer positief. Dit meldt het CBS vandaag. Het consumentenvertrouwen komt in maart uit op 2.

Het CBS heeft voor het eerst het inkomen van Caribisch Nederland in kaart gebracht. In 2011 kwam op Bonaire het doorsnee besteedbaar inkomen van huishoudens uit op ruim 19 duizend dollar. Op Saba was het krap 21 duizend dollar en op Sint-Eustatius 24 duizend dollar. De verschillen tussen de eilanden zijn in lijn met de verschillen in het bruto binnenlands product voor Caribisch Nederland. Het inkomen van het kwart huishoudens met de laagste inkomens bedroeg rond de 6 duizend dollar, zowel op Bonaire als op Saba en Sint-Eustatius.

Consumenten hebben in december 0,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in december 2013. Dit is de derde maand op rij met een lichte stijging.

De stemming onder consumenten is in februari 2015 nauwelijks veranderd ten opzichte van januari. Het consumentenvertrouwen komt in februari uit op -7. In januari was dat -6. Het oordeel van consumenten over de economie is iets negatiever, de koopbereidheid verandert niet.

Ook in 1931 waren de inkomens in Bloemendaal, Wassenaar, Heemstede, Laren, Blaricum en De Bilt hoog.

De stemming onder consumenten is in januari 2015 iets minder negatief dan in december. Het consumentenvertrouwen komt in januari uit op -6. In december was dat -7. Het oordeel van consumenten over de economie was iets minder negatief, de koopbereidheid verandert nagenoeg niet.

Consumenten hebben in november 0,6 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in november 2013. Dit is de tweede maand op rij met een lichte stijging. Verder is het vertrouwen van consumenten in januari nauwelijks veranderd ten opzichte van december.

Huishoudens in Nederland hadden op 1 januari 2013 een doorsnee-vermogen van 19 duizend euro. Dat is 30 procent minder dan begin 2012. Deze afname komt vooral door de waardedaling van de eigen woning. Eigenwoningbezitters tussen 25 en 45 jaar werden hierdoor het hardst getroffen, aangezien de waarde van hun eigen woning veelal lager was dan de hypotheekschuld.

De stemming onder consumenten is in december een fractie beter dan in november. Het consumentenvertrouwen komt in december uit op -7, tegen -8 in de voorgaande maand.

In 2013 verstrekte de overheid aan bijna 45 procent van de huishoudens met minderjarige kinderen naast de kinderbijslag een extra bijdrage in de kosten van kinderen. Eenoudergezinnen en uitkeringsontvangers, die beide betrekkelijk veel risico op armoede lopen, ontvingen bovengemiddeld vaak dit kindgebonden budget.

Consumenten hebben in oktober 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in oktober 2013. Deze lichte stijging volgt op een kleine consumptiedaling in september. Vooral aan duurzame goederen gaven consumenten meer uit.

Sociaaleconomische trends 2014. Mannen zijn vaker economisch zelfstandig dan vrouwen. Dit verschil ontstaat niet pas wanneer vrouwen kinderen krijgen, maar al ruim daarvoor, en wordt grotendeels verklaard doordat jonge mannen (15 tot 27 jaar) met een baan gemiddeld meer uren per week werken dan jonge vrouwen. In 2012 was 42 procent van de jonge werkende mannen economisch zelfstandig. Van de jonge werkende vrouwen was dat 36 procent. Sinds 2005 zijn deze percentages afgenomen; er zijn nu minder jonge mensen economisch zelfstandig dan toen.

Het consumentenvertrouwen daalde in november 5 punten en komt uit op -8. Vooral over de economie zijn ze een stuk somberder.

Consumenten hebben in september 0,6 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in september 2013. Deze daling volgt op vier maanden met (lichte) groei.

Consumenten hebben in augustus 1,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in augustus 2013. Dit is de grootste consumptiegroei in bijna vier jaar tijd.

De stemming onder consumenten verbetert in oktober. Het consumentenvertrouwen stijgt 4 punten en komt uit op -3, meldt het CBS vandaag.

Het bruto-inkomen van de Nederlandse huishoudens bedroeg in 2013 gemiddeld bijna 58 duizend euro. Daarvan inde de belastingdienst 6,0 duizend euro aan inkomstenbelasting en 5,4 duizend euro aan premies volksverzekeringen, in totaal 19,7 procent.

Bij 1,5 miljoen huishoudens was de waarde van de eigen woning begin 2014 lager dan de fiscale hypotheekschuld. Dit is vrijwel evenveel als in 2013.

Het Rijk gaf in 2013 ruim 10 miljard euro uit aan inkomensafhankelijke toeslagen voor wonen, zorg en kinderen. Voor de zorgtoeslag stegen de uitgaven flink, tot 5,1 mld euro, de uitgaven voor de kinderopvangtoeslag daalden tot 1,9 mld euro. De uitkering voor huurtoeslag steeg met 6 procent tot 2,4 mld euro, de uitgaven voor het kindgebonden bleven 0,9 mld euro.

Consumenten hebben in juli 0,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in juli 2013. In mei en juni lagen de bestedingen ongeveer op hetzelfde niveau als een jaar eerder. De stabilisatie en de lichte groei volgen op bijna drie jaar van vrijwel onafgebroken krimp.

De stemming onder consumenten verslechtert in september een fractie. Het consumentenvertrouwen daalt 1 punt en komt uit op -7.

De koopkracht van de Nederlandse bevolking is in 2013 met 1,1 procent afgenomen. De koopkracht daalde daarmee voor het vierde jaar op rij, geheel in lijn met de economische crisis en de oplopende werkloosheid in deze jaren.

Huishoudens hebben in juni evenveel besteed aan goederen en diensten als in juni 2013. Ook in april en mei lagen de bestedingen ongeveer op hetzelfde niveau als een jaar eerder. De stabilisatie volgt op bijna drie jaar van vrijwel onafgebroken krimp.

In augustus verslechterde de stemming onder consumenten. De indicator van het Consumentenvertrouwen daalde 4 punten en kwam uit op -6.

Huishoudens hebben in mei 0,1 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in mei 2013. Het is voor het eerst dit jaar dat consumenten meer besteden dan een jaar eerder, zij het nipt.

The mood among Dutch consumers remained stable over the past few months. According to Statistics Netherlands, the consumer confidence indicator stood at -2 in July, just as in May and June.

De stemming onder consumenten is de afgelopen maanden niet veranderd. Net als in mei en juni staat de indicator van het Consumentenvertrouwen in juli op -2, meldt het CBS. Het vertrouwen ligt nu op hetzelfde niveau als eind 2007.

Vanaf vandaag voldoet Nederland als een van de eerste landen in de Europese Unie aan de nieuwe internationale richtlijnen voor de nationale rekeningen.

In 2012 ontvingen bijna 2 miljoen huishoudens AOW. Voor 173 duizend 65-plushuishoudens bedroegen de extra inkomsten naast de AOW minder dan 250 euro per maand. Hieronder waren 111 duizend alleenstaande vrouwen van 65 jaar of ouder.

De stemming onder consumenten was in juni hetzelfde als in mei. De indicator van het Consumentenvertrouwen bleef staan op -2 meldt het CBS. Het percentage pessimisten is daarmee nog altijd iets groter dan het percentage optimisten.

Nederlandse huishoudens hebben in april 0,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in april 2013. Net als in de eerste drie maanden van 2014 verstookten huishoudens in april minder gas dan een jaar eerder.

Op donderdag 19 juni 2014 publiceerde de OECD (OESO) een rapportage over de ontwikkelingen in inkomensongelijkheid en kansen op armoede binnen de EU. Hierin concludeert de OECD dat de inkomensongelijkheid binnen Europa toeneemt, maar in Nederland relatief klein is. Dit komt overeen met de eerder gepubliceerde bevindingen van het CBS over inkomensongelijkheid in Nederland.

Achtergrondinformatie over vermogensongelijkheid aan de hand van enkele voorbeeden.

De inkomensverdeling is afgelopen jaren nauwelijks gewijzigd. Het totale vermogen is afgenomen. De vermogensverschillen zijn groter geworden door gedaalde huizenprijzen sinds de crisis.

De economische crisis die Nederland sinds eind 2008 in de greep heeft, heeft de huishoudens de afgelopen jaren in hun portemonnee getroffen. De koopkracht daalde in 2012 voor het derde jaar op rij. Bij werknemers was de ontwikkeling het minst ongunstig. Werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg gingen er zelfs op vooruit. Zelfstandigen en uitkeringsontvangers, vooral die met een pensioen, leverden het meest in. Verder daalden de bestedingen, het meest bij huishoudens met een hoofdkostwinner jonger dan 45 jaar. Anders dan bij de jongere leeftijdsgroepen slonk het vermogen van 65-plushuishoudens niet. Dit heeft het CBS vandaag bekend gemaakt naar aanleiding van het uitkomen van de publicatie Welvaart in Nederland 2014. Deze publicatie geeft een beeld van de verdeling en de ontwikkeling van het inkomen, de bestedingen en het vermogen van verschillende groepen in de samenleving.

De economische crisis die eind 2008 zijn intrede deed, leidde niet tot veranderingen in de inkomensongelijkheid. Daarnaast is de inkomensongelijkheid in Nederland klein in vergelijking met andere landen. Wel begonnen door de ingestorte woningmarkt de vermogensverschillen tussen huishouden licht op te lopen. Dit heeft het CBS vandaag bekend gemaakt naar aanleiding van de publicatie ‘Welvaart in Nederland 2014’.

Werknemers die via hun werkgever pensioen opbouwen blijken, desgevraagd, vooral voorkeur te geven aan financiële zekerheid voor hun oude dag. Het merendeel wil geen lager pensioen, ook al betekent dit langer doorwerken en/of een hogere pensioenpremie. Een opvallend grote groep heeft daarentegen geen mening over de gevraagde pensioenkwesties.

Het aandeel vrouwen van 65 jaar en ouder met een aanvullend pensioen is tussen 2000 en 2012 flink toegenomen. Wel is dit aandeel nog steeds aanmerkelijk lager dan bij mannen.

Sociaaleconomische trends 2014. De pensioenproblematiek in Nederland staat volop in de belangstelling. Zowel de pensioenfondsen als de overheid nemen diverse maatregelen om de pensioenen betaalbaar houden. Maar wat moet er volgens werknemers, die via hun werkgever pensioen opbouwen, gebeuren? Vinden deze werknemers bijvoorbeeld dat de pensioenen verlaagd moeten worden of dat er langer doorgewerkt moet worden? Of: Hebben zij liever een hoger pensioen, ook al moet dan meer premie worden betaald, of geven ze de voorkeur aan een lager pensioen tegen een lagere premie?

De stemming onder consumenten is van april op mei verder verbeterd. Het vertrouwen steeg 3 punten en kwam uit op -2. Het percentage pessimisten is nog maar iets groter dan het percentage optimisten.

Huishoudens besteedden in maart 2,3 procent minder aan goederen en diensten dan in maart 2013. De bestedingen in de eerste maanden van dit jaar werden gedrukt door het relatief zachte weer. Daardoor is er veel minder aardgas verbruikt dan een jaar eerder.

Het inkomen van huishoudens met een zelfstandige zonder personeel verschilt van het inkomen van gemiddelde huishoudens. Zelfstandigen zonder personeel maken relatief vaak deel uit van huishoudens met hogere inkomens en iets minder vaak van huishoudens met lagere inkomens. Ook zijn er grotere verschillen in inkomsten. Het inkomen van zelfstandigen in de laagste inkomensgroep ligt bijna 3 duizend euro lager dan gemiddeld, terwijl het inkomen van zelfstandigen in de hoogste inkomensgroep bijna 3 duizend euro hoger ligt.

Huishoudens hebben in februari 1,2 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in februari 2013. In januari gaven ze 1,7 procent minder uit. Door het relatief zachte weer verbruikten de huishoudens in de eerste maanden van 2014 veel minder gas voor het verwarmen van hun woning dan een jaar eerder.

De stemming onder consumenten is iets verbeterd. Het consumentenvertrouwen kwam in april uit op -5, tegen -7 in maart. Consumenten waren weer positiever over de economie, maar hun koopbereidheid bleef onveranderd laag.

Het komt steeds meer voor dat vrouwen een hoger inkomen hebben dan hun partner. In 2002 was bij 13 procent van de (echt)paren van 15 tot 65 jaar de vrouw de hoofdkostwinner, in 2012 was dat bij 19 procent het geval.

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is in 2013 met 1,1 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder.

Huishoudens besteedden in januari 1,5 procent minder aan goederen en diensten dan een jaar eerder. In november en december 2013 groeiden binnenlandse consumptieve bestedingen weer iets, na bijna tweeënhalf jaar van krimp.

Ruim 1,4 miljoen huishoudens hadden begin 2013 een fiscale hypotheekschuld die hoger was dan de waarde van de eigen woning. Een jaar eerder waren dit er nog 1,1 miljoen.

De stemming van consumenten verbeterde in maart verder. De indicator steeg 3 punten en kwam uit op -7.

Huishoudens hebben in december 0,7 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in december 2012. In november waren de binnenlandse consumptieve bestedingen ook iets hoger dan een jaar eerder (0,3 procent). De bescheiden toename in de laatste maanden van 2013 volgt op bijna tweeënhalf jaar met krimp.

Het vertrouwen van consumenten is in februari iets toegenomen. De indicator steeg 2 punten en kwam uit op -10. De lichte verbetering kwam door een toename van de koopbereidheid. Het oordeel over het algemeen economisch klimaat veranderde niet.

Huishoudens hebben in november 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in november 2012. Dit is de eerste toename van de consumptie in bijna tweeënhalf jaar.

Het vertrouwen van consumenten is van december op januari verder toegenomen. De indicator steeg 5 punten en kwam uit op -12.

Huishoudens in Nederland hadden op 1 januari 2012 een doorsnee-vermogen van 27 duizend euro. Dat is 10 procent minder dan begin 2011.

Huishoudens hebben in oktober 1,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in oktober 2012. De krimp is minder groot dan in de voorgaande maanden. Dit komt vooral doordat consumenten meer auto’s kochten.

Consumenten waren in december iets minder somber dan een maand eerder. Het vertrouwen steeg 2 punten en kwam uit op -16. De stemming van consumenten is in een paar maanden tijd fors verbeterd.

De ruim 1 miljoen ondernemers die in 2012 winstaangifte hebben gedaan, voerden in totaal 5,12 miljard euro op aan ondernemersaftrek. Met 5,07 miljard euro kwam vrijwel het gehele bedrag voor rekening van de zelfstandigenaftrek. De aanvullende mkb-winstvrijstelling was goed voor nog eens 2,46 miljard euro.

In 2012 is de armoede in Nederland sterk toegenomen, net als in 2011. Ramingen wijzen op een minder sterke groei in 2013, en een verdere afname in 2014.

Huishoudens hebben in september 2,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in september 2012. Hun bestedingen zijn al meer dan twee jaar onafgebroken lager dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Consumenten waren in november veel minder somber dan in oktober. Het consumentenvertrouwen steeg 9 punten en kwam uit op -18.

Dit rapport is een vervolg op het onderzoek Miljonairs in cijfers (2012) dat op verzoek van Van Lanschot Bankiers is uitgevoerd. In dit vervolgonderzoek worden cijfers over miljonairshuishoudens geactualiseerd en uitgebreid.

De inkomensverdeling in Nederland kan in kaart gebracht worden door de Parade van dwergen en reuzen. Deze is in 1971 bedacht door de Nederlandse econoom Jan Pen.

Huishoudens hebben in augustus 2,0 procent minder uitgegeven aan goederen en diensten dan in augustus 2012. De krimp is net zo groot als in juli.

De verschillen tussen de inkomens in Nederland waren in 2012 even groot als een jaar eerder. Vergeleken met andere EU-landen is de inkomensongelijkheid in ons land betrekkelijk klein.

Consumenten waren in oktober minder pessimistisch dan een maand eerder. Het consumentenvertrouwen verbeterde 6 punten en kwam uit op -27. Dit is de hoogste stand in ruim 2 jaar.

Sociaaleconomische trends: Met het ouder worden van de kinderen neemt zowel het inkomen als het vermogen van ouders toe. Vooral de welvaartspositie van paren met meerderjarige kinderen is gunstig. De welvaartspositie van oudere paren zonder (thuiswonende) kinderen is vergelijkbaar met die van ouders met meerderjarige kinderen. Ouders met jonge kinderen lopen het grootste risico op armoede en geven naar verhouding vaak aan moeilijk rond te kunnen komen. Ondanks hun relatief gunstige welvaartspositie ervaren ook paren met oudere kinderen dikwijls financiële beperkingen.

Huishoudens hebben in juli 2,2 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in juli 2012. De krimp is wat kleiner dan in juni (2,6 procent).

Consumenten waren in september net zo pessimistisch als een maand eerder. Het consumentenvertrouwen bleef onveranderd op -33.

De voortdurende krimp van de consumptie door huishoudens heeft de afgelopen paar jaren een rem gezet op de economische groei van Nederland. Huishoudens geven minder geld uit, onder andere omdat zij minder te besteden hebben. In België en Duitsland is de situatie anders. Daar stijgen de inkomens en geven consumenten ook nog steeds meer uit.

Huishoudens hebben in juni 2,4 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in juni 2012. De krimp is wat groter dan in mei (1,9 procent).

De koopkracht van de Nederlandse bevolking is in 2012 met 1 procent afgenomen. Ook in 2010 en 2011 was er sprake van koopkrachtverlies, maar toen bleef dit beperkt tot respectievelijk 0,5 en 0,8 procent.

De stemming onder consumenten is in augustus verbeterd. Het consumentenvertrouwen kwam uit op -33, tegen -38 in juli. De stijging kwam doordat consumenten een stuk minder negatief waren over het economisch klimaat. Hun koopbereidheid bleef onverminderd laag.

Sociaaleconomische trends: Dit artikel belicht de welvaartsontwikkeling van drie verschillende leeftijdsgeneraties in de jaren 2005-2010: de pragmatisten, de generatie X en de babyboomers. De babyboomers waren in 2005 tussen de 50 en 60 jaar oud en bevonden zich veelal aan het eind van hun carrière. In hoeverre konden ze hun welvaart vasthouden? Wisten de pragmatisten die in 2005 tussen de 25 en de 35 jaar oud waren, sneller uit een uitkeringssituatie te komen dan de oudere generaties? En groeiden bij de vertegenwoordigers van generatie X (35 tot 50 jaar in 2005) de lonen harder of juist minder hard dan bij de pragmatisten?

Inclusief de premies voor eventuele aanvullende verzekeringen besteedden huishoudens in 2012 gemiddeld bijna 2 700 euro aan zorgpremie. Dat komt neer op 225 euro per maand.

Huishoudens hebben in mei 1,8 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in mei 2012. De consumptieve bestedingen zijn al twee jaar vrijwel onafgebroken lager dan een jaar eerder.

De stemming van consumenten was in juli een fractie slechter dan in juni. Het consumentenvertrouwen daalde 2 punten en kwam uit op -38.

Ruim een derde van de eenoudergezinnen met minderjarige kinderen moest in 2011 rondkomen van een uitkering. Dat is beduidend vaker dan bij tweeoudergezinnen. Het aandeel alleenstaande ouders met voornamelijk inkomen uit werk is sinds 2009 bovendien weer iets gedaald.

Door de Belastingdienst is over 2012 ruim 2,4 miljard euro aan kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dat is circa 400 miljoen euro minder dan over 2011, een daling van bijna 15 procent.

Huishoudens hebben in april 1,9 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in april 2012. Hun bestedingen aan goederen en diensten zijn al bijna twee jaar vrijwel onafgebroken lager dan een jaar eerder. Ze gaven vooral minder uit aan duurzame goederen.

Na drie maanden met een verbetering verslechterde in juni de stemming van consumenten weer. Het consumentenvertrouwen daalde 4 punten en kwam uit op -36. Consumenten waren duidelijk pessimistischer over het algemeen economisch klimaat. Hun koopbereidheid veranderde nauwelijks.

Zestigplussers met een hypotheek in 2012 hebben veel vaker dan jongere huiseigenaren een aflossingsvrije hypotheek. Ruim een derde van de woningeigenaren van 60 jaar en ouder heeft geen hypotheek meer op de woning.

De meerderheid van de Nederlanders van 18 jaar en ouder is voor het behoud van de hypotheekrenteaftrek. Een groeiende groep vindt echter dat dit voordeel voor woningbezitters afgeschaft moet worden.

Huishoudens hebben in maart 0,3 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in maart 2012. Vergeleken met de voorgaande maanden was de krimp in maart bescheiden. Dit valt vooral toe te schrijven aan een fors hoger gasverbruik als gevolg van het zeer koude weer.

Consumenten waren in mei minder pessimistisch over het algemeen economisch klimaat dan in april, maar hun koopbereidheid bleef onveranderd laag. Het consumentenvertrouwen steeg 3 punten en kwam uit op -32.

De huishoudens besteedden in februari 2,2 procent minder aan goederen en diensten dan een jaar eerder. In januari was de consumptie door huishoudens 2,3 procent lager.

Consumenten waren in april minder somber dan in maart. Het consumentenvertrouwen steeg met 6 punten en kwam uit op -35. Ook in maart was de stemming iets minder negatief dan een maand eerder. De verbeteringen volgen echter op een historisch dieptepunt. Het consumentenvertrouwen is nog altijd erg laag.

Sociaaleconomische trends: Hoge en lage inkomenswelvaart worden in Nederland slechts in beperkte mate doorgegeven van ouders op hun kinderen. Wel blijken kinderen uit ondernemersgezinnen later vaker ondernemer te worden dan kinderen van wie de ouders geen zelfstandige zijn. Ook uitkeringsafhankelijkheid wordt betrekkelijk vaak doorgegeven. Internationaal gezien is de loonmobiliteit tussen generaties in Nederland vrij hoog. Bij zonen is sprake van een hogere mobiliteit dan bij dochters.

Het aantal minderjarige kinderen dat een risico op armoede heeft is toegenomen in 2011. In Zuid-Holland en Groningen groeien kinderen vaker op in armoede dan in andere provincies. Bij meer dan de helft is er onvoldoende geld in het gezin om op vakantie te gaan.

Huishoudens hebben in januari 2,3 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in januari 2012. De binnenlandse consumptieve bestedingen zijn al anderhalf jaar lang onafgebroken lager dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Begin 2011 waren er 4,2 miljoen huishoudens met een eigen woning. Bij ruim één miljoen was de waarde van deze woning op dat moment lager dan de fiscale hypotheekschuld. Sinds 2008 is het aandeel huishoudens met een woning met onderwaarde bijna verdubbeld. Het betreft vooral jongere huishoudens.

De stemming onder consumenten was in maart wat minder negatief dan in februari. Het consumentenvertrouwen verbeterde 3 punten en kwam uit op -41. Het vertrouwen is erg laag.

De inkomensverdeling in Nederland kan in kaart gebracht worden door de parade van dwergen en reuzen. In een optocht van één uur lang komt de hele bevolking op volgorde van de hoogte van hun inkomen voorbij. Personen met een gemiddeld inkomen krijgen daarbij de lengte van de doorsnee Nederlander: 1,74 meter.

In 2011 verdienden vrouwelijke werknemers gemiddeld 33 duizend euro bruto. Dat is 55 procent van het gemiddelde inkomen van hun mannelijke collega’s, dat op 58 duizend euro uitkwam. Het inkomensverschil is vooral groot onder (gehuwd) samenwonende werknemers met kinderen.

Huishoudens hebben in december 2012 1,0 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in december 2011. De binnenlandse consumptieve bestedingen zijn al anderhalf jaar lang onafgebroken lager dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Het vertrouwen van consumenten is in februari naar een historisch dieptepunt gedaald. Het consumentenvertrouwen daalde met 9 punten naar -44, het laagste niveau sinds de start van de seizoengecorrigeerde reeks in april 1986.

Huishoudens hebben in november 3,0 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in november 2011. Het was de grootste krimp van de consumptie in meer dan drie jaar.

Consumenten waren in januari minder somber dan in december. Het consumentenvertrouwen steeg met 4 punten naar -35.

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het derde kwartaal van 2012 gedaald met 2,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het was het vijfde achtereenvolgende kwartaal waarin het huishoudinkomen afnam. Dat het inkomen daalt, komt vooral doordat het ontvangen loon nauwelijks toeneemt, terwijl de prijzen gemiddeld met meer dan 2 procent stijgen.

De kosten van kinderopvang bedroegen in 2011 3,9 miljard euro. Bijna 40 procent van de bevolking is van mening dat de financiering van deze opvang vooral een taak van de ouders zelf is.

In 2011 ontvingen ruim een half miljoen ouders kinderopvangtoeslag. De opvangkosten per ouder bedroegen gemiddeld bijna 7 300 euro. Zelf betaalden de ouders hiervan gemiddeld bijna 2 000 euro. De rest kwam uit de kinderopvangtoeslag.

De stemming onder consumenten is in december iets verslechterd. Het consumentenvertrouwen daalde 2 punten en kwam uit op -39. De consument was het hele afgelopen jaar erg somber.

In oktober 2012 hebben huishoudens 2,4 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in oktober 2011. Dit is de grootste krimp van de afgelopen drie jaar.

Bij huishoudens met een hoofdkostwinner rond de 60 jaar is het aandeel met een hoge welvaart het hoogst. In 2010 kon een kwart van deze huishoudens zich tot de meest welvarende van ons land rekenen.

Dit zijn enkele conclusies uit het vandaag verschenen Armoedesignalement 2012. In het rapport geven onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een zo actueel mogelijk beeld van de omvang, ontwikkeling en gevolgen van armoede in Nederland.

Van de werknemers die via hun werkgever pensioen opbouwen, heeft 55 procent niet zo veel of zelfs helemaal geen vertrouwen in hun pensioenfonds of pensioenverzekeraar. Dit betreft vooral laagopgeleide werknemers en werknemers tussen de 35 en 45 jaar.

Door overledenen werd in 2009 in totaal ruim 13,4 miljard euro aan privébezittingen en ondernemingsvermogen nagelaten. Daarnaast zat er voor bijna 1,4 miljard hypotheekschuld in het nagelaten vermogen.

De verschillen tussen de inkomens in Nederland waren in 2011 nagenoeg even groot als een jaar eerder. Sinds 2000 is de inkomensongelijkheid nauwelijks veranderd.

Tweeverdieners met een koopwoning lopen een groot risico om een restschuld over te houden bij de verkoop van hun huis. Ruim een derde van de tweeverdieners had eind 2010 een hypotheekschuld die hoger was dan de woningwaarde.

Huishoudens besteedden in september 2012 evenveel aan goederen en diensten als in september 2011. In de voorgaande 13 maanden kromp de consumptie.

In 2011 keerde de overheid 4,7 miljard euro aan zorgtoeslag uit, bijna 0,9 miljard euro meer dan een jaar eerder. De toename hangt samen met de stijging van de standaardpremie voor de zorgverzekering. Ruim zes op de tien huishoudens ontvingen vorig jaar zorgtoeslag.

De stemming onder consumenten is in november verslechterd. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 5 punten en kwam uit op -37. Consumenten waren veel negatiever over de toekomstige economie en over hun toekomstige financiële situatie dan in oktober.

Van de 31,5 duizend euro die een huishouden in 2010 gemiddeld uitgaf, ging ruim een derde op aan vaste lasten. Vijfenzestigplussers zijn naar verhouding het meest kwijt aan vaste lasten.

Dit rapport beschrijft de kenmerken van miljonairs in Nederland in de periode 2006-2011. Opdrachtgever: Van Lanschot Bankiers.

Huishoudens hebben in augustus 2,0 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in augustus 2011. De krimp is groter dan in juli, toen de consumptie door huishoudens met 1,6 procent kromp ten opzichte van een jaar eerder.

In het tweede kwartaal van 2012 is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens op jaarbasis met 2,8 procent gekrompen. Hiermee is de krimp nog sterker dan in het derde kwartaal van 2009.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2012

Huishoudens hebben in juli 1,5 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in juli 2011. De krimp is groter dan in juni. Dit heeft onder meer te maken met het duurder worden van auto’s door belastingmaatregelen per 1 juli.

De stemming onder consumenten was in september iets minder negatief dan in augustus. De indicator van het consumentenvertrouwen steeg 3 punten en kwam uit op -29.

Huishoudens hebben in juni 0,6 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in juni 2011. De krimp is beduidend kleiner dan in de voorgaande maanden. Dit heeft te maken met het duurder worden van auto’s door belastingmaatregelen per 1 juli.

In 2011 is de koopkracht van de Nederlandse bevolking met 0,4 procent afgenomen. Ook in 2010 daalde de koopkracht. Het koopkrachtverlies bedroeg toen 0,6 procent.

De fiscale aftrek voor de eigen woning bedroeg ruim 33 miljard euro in 2011. Dit leverde eigenwoningbezitters een belastingvoordeel op van in totaal ruim 14 miljard euro.

Consumenten waren in augustus even somber als in juli. De indicator van het consumentenvertrouwen bleef staan op -32. Het vertrouwen is nog altijd erg laag. Het gemiddelde over de afgelopen twintig jaar staat op -8.

Huishoudens hebben in mei 1,9 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in mei 2011. De krimp is ongeveer even groot als in de voorgaande twee maanden.

Consumenten waren in juli minder somber dan in juni. Het consumentenvertrouwen verbeterde 8 punten en kwam uit op -32. In juni bereikte de stemmingsindicator met -40 een historisch dieptepunt.

Zelfstandigen krijgen na hun 65e gemiddeld minder pensioen dan werknemers, maar hebben meer vermogen. Wat betekent dit voor hun financiële situatie? Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Vrouwelijke zelfstandigen zonder personeel hebben een aanzienlijk lager inkomen uit de eigen onderneming dan mannelijke. Zij werken ook vaker in minder betalende sectoren dan mannen.

Vanaf 2013 wordt het toetsingsinkomen voor de eigen bijdragen voor AWBZ-zorg en Wmo verhoogd met een extra bijtelling van inkomen uit het vermogen dat de grondslag vormt voor het inkomen uit sparen en beleggen in de inkomstenbelasting. In dit artikel wordt beschreven wat de eigen bijdragen geweest zouden zijn in 2009 (Zorg met verblijf) en 2010 (Zorg zonder verblijf en Wmo) indien voor die jaren een bijtelling van 4 procent zou zijn toegepast. Daarnaast is ook het effect berekend van een verdere verhoging van de vermogensinkomensbijtelling naar 8 procent.

Door huishoudens werd in april 2,0 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in april 2011. De afname is ongeveer even groot als in maart (1,8 procent). De consumptieve bestedingen zijn al bijna een jaar lang onafgebroken lager dan een jaar eerder.

De stemming onder consumenten is in juni verder verslechterd. Het consumentenvertrouwen daalde met 2 punten en kwam uit op -40.

Huishoudens besteedden in maart 2,1 procent minder aan goederen en diensten dan in maart 2011. De consumptieve bestedingen zijn al sinds de zomer van 2011 onafgebroken lager dan een jaar eerder. De afname in maart is groter dan die in voorgaande maanden.

De stemming onder consumenten verslechterde in mei weer, na een verbetering in april. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde met 6 punten en kwam uit op -38. Het vertrouwen is daarmee vrijwel terug op het lage niveau van maart.

Het besteedbare inkomen van huishoudens bedroeg in 2010 gemiddeld 33,2 duizend euro. Wanneer rekening wordt gehouden met de inflatie en het steeds kleiner worden van huishoudens heeft een doorsnee-huishouden hiermee een kwart meer te besteden dan in 1977.

Het consumentenvertrouwen is in één jaar tijd flink gedaald, van -5 in het eerste kwartaal van 2011 naar -36 in het eerste kwartaal van 2012. Bij de hoogste inkomens sloeg het vertrouwen om van overwegend positief naar negatief.

Rapport over het inkomen en vermogen van gewezen zelfstandigen, met enkele kleine correcties ten opzichte van december 2011. Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

De stemming onder consumenten is in april verbeterd. Het consumentenvertrouwen nam 7 punten toe en kwam uit op -32. De vertrouwensindicator bevindt zich daarmee nog wel op een zeer laag niveau.

Huishoudens hebben in februari 1,3 procent minder besteed aan goederen en diensten dan een jaar eerder.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2012

Het beschikbaar inkomen van huishoudens is voor het vierde jaar op rij gedaald. De daling kwam in 2011 evenals in 2010 uit op 0,4 procent.

Door huishoudens werd in januari 1,7 procent minder besteed aan goederen en diensten dan een jaar eerder.

In 2010 gaf een Nederlands huishouden gemiddeld 32 500 euro uit. Hiervan is 4 320 euro betaald aan indirecte belastingen zoals btw en accijnzen.

In 2010 ontvingen 1,8 miljoen huishoudens AOW. Bijna negen van de tien ontvingen aanvullend pensioen en een even grote groep had inkomen uit vermogen.

De stemming onder consumenten verslechterde in maart weer. Dit na drie maanden waarin de stemming weinig veranderde en zelfs een fractie verbeterde. De indicator van het consumentenvertrouwen nam in maart 3 punten af en kwam uit op -39.

Personen zonder startkwalificatie hebben minder dikwijls betaald werk dan hun leeftijdgenoten met een dergelijke kwalificatie. Wanneer ze werken, hebben ze bovendien een lager inkomen. Vooral bij vrouwen zijn de verschillen groot.

Door huishoudens werd in december 1,3 procent minder besteed aan goederen en diensten dan een jaar eerder. De krimp was iets kleiner dan die in de voorgaande maanden.

Consumenten waren in februari wat minder somber. Over het algemeen economisch klimaat is de stemming minder negatief dan in januari. De koopbereidheid van consumenten liep wel iets terug.

Het aandeel vrouwen van 65 jaar en ouder met een aanvullend pensioen is de afgelopen 10 jaar toegenomen. Het verschil met de mannelijke 65-plussers is echter nog steeds groot.

Het vermogen van Nederlandse huishoudens is opnieuw geslonken. Op 1 januari 2011 bedroeg het doorsnee-vermogen van een huishouden 29 duizend euro, begin 2010 was dat nog 33 duizend euro.

Huishoudens hebben in november 1,2 procent minder besteed dan in november 2010.

De stemming onder consumenten is in januari niet veranderd. De indicator van het consumentenvertrouwen bleef staan op -37. Consumenten waren wat minder pessimistisch over hun eigen financiële situatie. Daartegenover stond echter een lichte daling van het vertrouwen in het economisch klimaat.

Volgens Europese criteria is het aantal inwoners met risico op armoede of sociale uitsluiting in Nederland naar verhouding gering.

Huishoudens hebben in oktober 1,4 procent minder besteed dan in oktober 2010.

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2011

De stemming onder consumenten verslechterde in december verder. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 5 punten en kwam uit op -37. Consumenten waren met name pessimistisch over hun financiële situatie in 2012.

In het derde kwartaal van 2011 waren de consumptieve uitgaven van de Nederlandse huishoudens 1,1 procent lager dan een jaar eerder. Daarentegen gaven de Duitse huishoudens 1,2 procent meer uit.

Rapport over het inkomen en vermogen van gewezen zelfstandigen. Opdrachtgever: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

In ruim de helft van de huishoudens met kinderen onder de 13 jaar doen de ouders – wanneer ze werken – vooral een beroep op mensen buiten het eigen huishouden voor de zorg voor hun kinderen. Lagere en middeninkomens maken vaak vooral gebruik van onbetaalde opvang door familie of vrienden.

Huishoudens hebben in september 2 procent minder besteed dan in september 2010.

Nederlandse consumenten waren in november veel minder somber over hun financiële situatie dan in oktober. Ze waren wel pessimistischer over het economisch klimaat. Al met al veranderde het consumentenvertrouwen nauwelijks.

Huishoudens hebben in augustus 1,0 procent minder besteed dan in augustus 2010.

Het vertrouwen van de consument is in oktober nog wat verder afgenomen. Het consumentenvertrouwen daalde 3 punten en kwam uit op -33.

In het tweede kwartaal van 2011 is de hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens op woningen licht gestegen, met 5,3 miljard euro, tot 662 miljard euro. Vanaf het eerste kwartaal van 2009 tot en met het vierde kwartaal van 2010 nam de groei van de hypotheekschuld ten opzichte van een jaar eerder af. Sinds het eerste kwartaal van 2011 neemt de groei weer toe. In het tweede kwartaal van 2011 bedroeg de groei 10 procent.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. De integratie van immigranten vergt doorgaans enkele generaties. Dit artikel vergelijkt de sociaaleconomische positie van allochtone en autochtone ouders en hun 25- tot 35-jarige kinderen. Allochtone ouders en hun kinderen blijken minder vaak werk en een lager inkomen te hebben dan hun autochtone generatiegenoten. Niet-westers allochtone zoons overtreffen vooral hun vader wat betreft inkomsten vaker dan autochtone zoons. De ten opzichte van autochtonen slechtere sociaaleconomische positie van niet-westerse allochtone ouders speelt hierbij een belangrijke rol. Auteurs: Ruben van Gaalen en Annemarie de Vos

Huishoudens hebben in juli 0,3 procent meer besteed dan in juli 2010.

Het vertrouwen van de consument is in september verder gekelderd. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 9 punten en kwam uit op -30. In augustus was er ook al een daling met 9 punten. Zo’n grote verslechtering in twee maanden heeft zich niet eerder voorgedaan.

Door huishoudens werd in het eerste halfjaar van 2011 vrijwel evenveel besteed aan goederen en diensten als in het eerste halfjaar van 2010. De consument geeft de economie nauwelijks een impuls. Dat de huishoudens in het eerste halfjaar van 2011 pas op de plaats maakten met hun bestedingen is in lijn met de ontwikkeling van de lonen en de prijzen.

Huishoudens hebben in juni 0,9 procent minder besteed dan in juni 2010. Voor het eerst in ruim een jaar waren hun bestedingen lager dan een jaar eerder. Ze besteedden 3,4 procent minder aan goederen, maar 1,3 procent meer aan diensten.

Het vertrouwen van consumenten kreeg in augustus een behoorlijke knauw. De indicator van het consumentenvertrouwen ging maar liefst 9 punten naar beneden en kwam uit op -21. Niet de koopbereidheid maar het vertrouwen in het economisch klimaat ging hard onderuit.

Het CBS meet elke maand het vertrouwen van de consument. Tal van factoren, zoals werkloosheid, de beurskoersen, huizenprijzen en inflatie, spelen hierin een rol. De betrokkenheid van de consument met de aandelenmarkt is groot. Niet alleen doordat veel particulieren zelf in aandelen handelen, maar ook indirect, onder meer via de pensioenfondsen.

Huishoudens hebben in mei 0,3 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in mei 2010. De consumptiegroei was daarmee ongeveer even groot als in de voorgaande vier maanden.

Consumenten blijven somber. Hun stemming veranderde van juni op juli nagenoeg niet. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 1 punt en kwam uit op -12.

In 2007 ontvingen erfgenamen uit erfenissen waarvoor aangifte successierecht werd gedaan in totaal 9,2 miljard euro netto. Hiervan ging bijna 230 miljoen euro naar ‘goede doelen’.

In 2010 is de koopkracht van de Nederlandse bevolking met 0,5 procent afgenomen. Dit is de grootste koopkrachtdaling sinds 1985. Vanaf dat jaar onderzoekt het CBS jaarlijks de daadwerkelijk ondervonden koopkrachtveranderingen.

Kinderen die opgegroeid zijn in een gezin met een laag inkomen lopen later meer risico op armoede dan kinderen uit een gezin met een hoger inkomen. Dat geldt voor dochters nog meer dan voor zonen.

Gegevens over de inkomens van afgestudeerden in het mbo-bol, hbo en wo in de periode 2007-2009. Opdrachtgever: Ministerie van OCW.

Door huishoudens werd in april 0,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in april 2010. De bestedingen aan diensten namen met 0,9 procent toe. Aan goederen werd ongeveer evenveel besteed als een jaar eerder.

Consumenten waren in juni veel negatiever over het economisch klimaat dan in mei. Hun koopbereidheid was wel groter. Per saldo was de stemming onder consumenten ongeveer even somber als in mei. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 1 punt en kwam uit op -11.

Nederlanders denken positief over sparen. In april 2011 was het aandeel consumenten dat verwacht de komende 12 maanden geld opzij te kunnen leggen ruimschoots groter dan het percentage dat inschat dat dit niet lukt.

Huishoudens besteedden in maart 0,2 procent meer aan goederen en diensten dan een jaar eerder.

De stemming onder consumenten veranderde in mei niet. De indicator van het consumentenvertrouwen bleef op -10 staan. Consumenten waren negatiever over het economisch klimaat. Hun koopbereidheid verbeterde wel een fractie, maar bleef laag.

In 2008 werd er door overledenen in Nederland in totaal ruim 12 miljard euro aan vermogen nagelaten. Dit kwam neer op gemiddeld 110 duizend euro per nalatenschap.

In 2010 hebben werknemers 893 miljoen euro ingelegd op levensloopregelingen. Dat is nagenoeg hetzelfde bedrag als in 2009.

Huishoudens die al vier jaar of langer moeten rondkomen van een laag inkomen zijn vooral te vinden in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Vier van de tien gemeenten met de meeste kans op langdurige armoede bevinden zich in Zuid-Limburg.

De consumptie is in de eerste maanden van 2011 amper toegenomen. Huishoudens besteedden in februari 0,3 procent meer aan goederen en diensten dan een jaar eerder. In januari was de consumptie 0,2 procent hoger dan in januari 2010. Door het relatief zachte weer werd er veel minder gas verbruikt dan een jaar eerder. Dit remde de consumptiegroei in beide maanden met bijna 1 procentpunt.

In 2010 is het aantal ouders dat kinderopvangtoeslag ontving voor gastouderopvang flink gedaald.

De stemming onder consumenten is in april wat verslechterd.

In 2009 hadden 264 duizend werknemers recht op ouderschapsverlof. Van deze werknemers namen 79 duizend dit verlof ook op.

In 2010 hadden huishoudens minder te besteden dan in 2009. Na correctie voor inflatie kwam de daling van het beschikbaar inkomen uit op 1,4 procent.

Huishoudens hebben in januari 0,7 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in januari 2010. Consumenten kochten met name meer duurzame goederen (+6,3 procent).

Het gemiddeld bruto-inkomen van werkenden was in 2009 ruim 36 duizend euro. Het inkomen van hoogopgeleiden was bijna twee keer zo hoog als dat van laagopgeleiden.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2011

Ondanks het hebben van betaald werk, was bij 370 duizend werkenden het huishoudensinkomen zo laag in 2009 dat ze onder de armoedegrens leefden.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2011

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2011

De stemming onder consumenten is in maart wat verslechterd. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 3 punten en kwam uit op -8. Het vertrouwen deed een stapje terug doordat consumenten somberder waren over de economische toekomst.

Huishoudens hebben in december 1,0 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in december 2009.

De stemming onder consumenten is in korte tijd aanzienlijk verbeterd. De indicator van het consumentenvertrouwen steeg in februari met 3 punten en kwam uit op -5. Het was de tweede verbetering op rij.

Arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid van vrouwen verder toegenomen ondanks crisis.

Eind 2008 hadden alle personen in Nederland tot 65 jaar een pensioenaanspraak van gemiddeld 8 100 euro opgebouwd. Dit bedrag bestaat uit 4 600 euro AOW en 3 500 euro arbeidsgerelateerd pensioen.

Huishoudens hebben in november 2,6 procent meer besteed dan in november 2009. Dit is de grootste toename in bijna twee jaar.

De stemming onder consumenten verbeterde in januari flink. Dit kwam door een sterke toename van het vertrouwen in het economisch klimaat.

Bij steeds meer paren werken beide partners. Bestond in 2005 nog 51 procent van de paren van 15 tot 65 jaar uit tweeverdieners, in 2009 is dat gegroeid naar 57 procent.

In 2009 is de koopkracht van de werkzame beroepsbevolking met 2,5 procent gestegen. Dat is een grotere stijging dan in 2008.

Actieve deelnemers aan pensioenfondsen die eind 2009 niet voldeden aan de minimumdekkingsgraad van 105 procent hadden op dat moment hogere pensioenaanspraken opgebouwd dan deelnemers van fondsen met voldoende dekking.

Huishoudens hebben in oktober 1,1 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in oktober 2009. Hiermee was de consumptiegroei iets kleiner dan in september, toen deze 1,7 procent bedroeg.

Nederlandse huishoudens hadden op 1 januari 2010 een vijfde minder vermogen dan begin 2009.

De stemming onder Nederlandse consumenten is in december 2010 verslechterd. De indicator van het consumentenvertrouwen daalde 7 punten en kwam uit op -14. De verbeteringen in oktober en november zijn daarmee weer tenietgedaan. Met name het vertrouwen in het algemeen economisch klimaat daalde in december sterk.

In 2009 is de armoede in Nederland gestegen.

In 2008 betaalden huishoudens 19,2 procent van hun bruto-inkomen aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Een voorlopige schatting voor 2009 laat een lichte stijging tot 19,5 procent zien.

Huishoudens hebben in september 1,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in september 2009. Hiermee was de consumptiegroei iets groter dan in augustus, toen deze 1,4 procent bedroeg.

De stemming onder consumenten verbeterde voor de tweede maand op rij. In november kwam de indicator van het consumentenvertrouwen uit op -7. Dit is 3 punten hoger dan een maand eerder. Het vertrouwen is bijna drie jaar niet zo hoog geweest.

Bloemendaal en Wassenaar zijn de twee gemeenten met gemiddeld het hoogste inkomen per inwoner. De rijkste gemeenten van Nederland zijn vooral te vinden in Noord-Holland, de minst rijke in Oost-Groningen en Zuid-Limburg.

De stemming onder consumenten is in oktober verbeterd. Het consumentenvertrouwen kwam uit op -10, tegen -14 in september.

Huishoudens hebben in augustus 1,6 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in augustus 2009.

Huishoudens hebben in juli 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in juli 2009. In juni waren de bestedingen 1,5 procent hoger dan een jaar eerder.

Jongere generaties vrouwen hebben op vergelijkbare leeftijden gemiddeld een hoger inkomen dan de oudere generaties. Bij mannen gaat dat niet altijd op.

De stemming onder consumenten verslechterde in september.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2010

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2010

Huishoudens hebben in juni 1,3 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in juni 2009.

De stemming onder consumenten is voor de tweede achtereenvolgende maand verbeterd. De indicator van het consumentenvertrouwen kwam in augustus uit op -11, tegen -14 in juli. Hiermee is het vertrouwen terug op het niveau van eind 2009, na een geleidelijke verslechtering in de eerste helft van 2010.

Huishoudens hebben in mei 1,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in mei 2009.

De stemming onder consumenten is in juli verbeterd. De indicator van het consumentenvertrouwen kwam uit op -14, tegen -18 in juni. De stijging volgt op enkele maanden waarin het vertrouwen geleidelijk verslechterde.

In 2009 is de koopkracht van de Nederlandse bevolking met 1,4 procent gestegen. Werknemers die hun baan behielden gingen er meer dan gemiddeld op vooruit.

Vakkenvuller, krantenbezorger en winkelbediende zijn de populairste bijbaantjes van scholieren in het voorgezet onderwijs. Jongens zijn vaker vakkenvuller of krantenbezorger, meisjes winkelbediende of kassamedewerkster.

De stemming onder consumenten is in de afgelopen maanden verslechterd.  Ook in juni was dat het geval. De indicator van het consumentenvertrouwen kwam uit op -18, dat is 2 punten minder dan in mei.

Huishoudens hebben in april 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in april 2009. Daarmee was de consumptiegroei kleiner dan in maart, toen er 0,7 procent meer besteed werd dan een jaar eerder.

Steeds meer vrouwen zijn economisch zelfstandig. Verdiende in 2000 nog 39 procent van de vrouwen met werken ten minste het bijstandsniveau van een alleenstaande, in 2008 was dat 46 procent.

Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal 2010

Steeds meer ouders ontvangen kinderopvangtoeslag. In 2009 betrof het ruim een half miljoen ouders. Dat is 11 procent meer dan een jaar eerder.

Babyboomers zijn relatief welvarend. Niet alleen zijn huishoudens met een 50- tot 65-jarige hoofdkostwinner naar verhouding dikwijls te vinden in de hoogste inkomensregionen, bovendien hebben ze vaker dan gemiddeld een groot vermogen.

Het bruto-inkomen van de Nederlandse huishoudens bedroeg in 2008 gemiddeld ruim 56 duizend euro. Daarvan moesten zij bijna 23 duizend euro, ofwel 40 procent, afdragen aan premies voor inkomens- en ziektekostenverzekeringen en inkomstenbelasting.

In 2008 ontvingen ruim 1,1 miljoen huishoudens een huurtoeslag. Dit kostte de overheid bijna 2 miljard euro.

Voor het eerst in ruim een jaar is de consumptie van huishoudens weer toegenomen. In maart werd 0,8 procent meer besteed dan in maart 2009. Aan goederen werd 1,7 procent meer uitgegeven. Er werden met name meer duurzame goederen gekocht. De bestedingen aan diensten waren gelijk aan die in maart 2009.

Het consumentenvertrouwen is in mei een fractie teruggelopen. De indicator kwam uit op -16, tegen -15 in april. Zowel de stemming over het economisch klimaat als de koopbereidheid verslechterde marginaal.

Bijna de helft van de 7,2 miljoen Nederlandse huishoudens financierde in 2008 een eigen woning met een hypotheek. Van de 28 miljard euro aan hypotheekkosten, werd ruim 10 miljard euro via de hypotheekrenteaftrek terugontvangen van de overheid.

De stemming onder Nederlandse consumenten verslechterde in april 2010. De indicator van het consumentenvertrouwen kwam uit op -15, tegen -12 in maart. Het vertrouwen in de toekomst liep sterk terug.

In februari werd door huishoudens in Nederland 1,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in februari 2009. In januari was de consumptie 0,7 procent lager dan een jaar eerder. De huishoudens zijn al meer dan een jaar heel terughoudend met hun bestedingen.

Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2010. Naast inkomen is ook vermogen een belangrijke welvaartsindicator om gezondheidsverschillen te onderzoeken. Meer ouderen met een laag vermogen hebben gezondheidsproblemen dan ouderen met een hoger vermogen. Ouderen met zowel een laag vermogen als een laag inkomen hebben de grootste kans op gezondheidsproblemen. Vermogen maakt bij personen ouder dan 50 jaar een beter onderscheid in gezondheidsverschillen dan bij personen jonger dan 50 jaar. Auteurs: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Niet-vermogende ouderen zijn ongezonder dan ouderen met een groter vermogen. Bijna de helft van de 50- tot 80-jarigen met een laag vermogen gaf in 2006-2008 aan hun gezondheid als minder dan goed te ervaren. Bij de ouderen met een hoog vermogen was dat maar bij een op de vijf het geval.

Werknemers gaan later met pensioen. In 2007 is de gemiddelde pensioenleeftijd gestegen tot 62 jaar.

In januari werd door huishoudens 0,7 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in januari 2009. In december was de consumptie nog 2,5 procent lager dan een jaar eerder. De huishoudens zijn al meer dan een jaar heel terughoudend met hun bestedingen. De afname in januari was echter aanzienlijk kleiner dan die in de voorgaande maanden.

Sociaal Bestek, maart 2010

Voor 30 procent van de kinderen tot twaalf jaar werd in 2008 de kinderopvangtoeslag aangevraagd. Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse ouders maakten het vaakst gebruik van deze regeling.

De stemming onder consumenten is in maart 2010 nauwelijks veranderd. De indicator van het consumentenvertrouwen kwam uit op -12. In februari was dit -13.

Mensen met een laag inkomen zijn minder actief in hun vrije tijd dan mensen met een hoger inkomen.

Rozendaal mag zich de meest welvarende gemeente van Nederland noemen. Niet alleen is in deze kleine Gelderse gemeente het aandeel huishoudens met een hoog inkomen het grootst, maar ook wonen hier relatief gezien de meeste huishoudens met een groot vermogen.

Het Nederlandse consumentenvertrouwen is wat teruggevallen. De indicator kwam in februari 2010 uit op -13, tegen -10 in januari. Consumenten waren vooral minder positief over de toekomst.

In december werd door huishoudens 2,6 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in december 2008.

TSG (Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen), uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten. Jaargang 88 2010, nummer 1, pp. 17-24.

Het consumentenvertrouwen veranderde in januari 2010 maar weinig. Met de kleine verbetering in januari zet de opgaande lijn in het consumentenvertrouwen door. De stemming over de eigen financiële situatie van consumenten is wel flink verbeterd.

In november werd door huishoudens 2,7 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in november 2008.

Van de bijna 2,5 miljoen AOW’ers in 2008 ontving 73 procent een aanvullend pensioen.

Een op de tien werknemers in Nederland bouwt geen aanvullend pensioen op via de werkgever.

Alleenstaande moeders hebben beduidend minder te besteden dan samenwonende of gehuwde moeders. In 2008 had een alleenstaande moeder een gemiddeld besteedbaar inkomen van 15 duizend euro, terwijl een moeder met een partner over bijna 25 duizend euro kon beschikken.

Sociaal Bestek, december 2009

In het derde kwartaal van 2009 hadden huishoudens 3,0 miljard euro minder te besteden dan een jaar eerder. Gecorrigeerd voor inflatie komt dit neer op een daling van 3,3 procent.

Huishoudens met voornamelijk inkomen uit een eigen onderneming en echtparen van 65 jaar en ouder hadden op 1 januari 2009 de hoogste vermogens.

Mensen uit een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens leven gemiddeld ongeveer 5 jaar korter dan mensen met een hoger inkomen. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs 14 jaar.

In oktober werd door huishoudens 2,6 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in oktober 2008. In september waren de bestedingen 3,0 procent lager. De consumptie ligt al 10 maanden op rij onder het niveau van een jaar eerder.

Alleenstaande mannen en vrouwen besteden hun geld anders. Zo geven de mannen veel meer uit aan auto’s, etentjes en apparatuur en de vrouwen veel meer aan kleding, lichamelijke verzorging, en groente en fruit.

Sociaaleconomische trends 4e kwartaal 2009

De ruim 7 miljoen Nederlandse huishoudens hadden in 2008 gemiddeld 33 500 euro te besteden. Bijna 130 duizend huishoudens beschikten over een netto besteedbaar inkomen van 1 ton of meer.

Deze publicatie beschrijft de recente ontwikkelingen op het gebied van armoede en beperkingen op het sociale en financiële vlak.

Huishoudens hebben in september 3,4 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in september 2008. In augustus waren de bestedingen 3,8 procent lager. De binnenlandse consumptie ligt al negen maanden op rij onder het niveau van een jaar eerder.

Huishoudens hebben in augustus 3,5 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in augustus 2008.

De consumenten waren in oktober iets somberder gestemd dan in september. Het consumentenvertrouwen daalde van -17 tot -19. Deze daling is grotendeels toe te schrijven aan een veel somberder oordeel over de toekomstige economische situatie.

Huishoudens in Nederland hebben in juli 2,1 procent minder besteed aan goederen en diensten dan in juli 2008. In juni waren de bestedingen 2,9 procent lager. De consumptie ligt al zeven maanden onder het niveau van een jaar eerder, maar de afname is kleiner geworden.

Het consumentenvertrouwen Nederland is in september 2009 niet veranderd. De indicator bleef op -17 staan, na de forse toename van 7 punten in augustus.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2009

In 2007 kregen ruim 1,1 miljoen personen de algemene heffingskorting uitbetaald. Dit zijn er 200 duizend minder dan bij de invoering ervan in 2001.

Huishoudens hebben in juni 3,1 procent minder besteed dan in juni 2008. In zowel april als mei bedroeg de afname 3,7 procent. De consumptieve bestedingen zijn al zes maanden op rij lager dan een jaar eerder.

Het consumentenvertrouwen is in augustus 2009 sterk gestegen. De indicator klom van -24 in juli naar -17 in augustus. De consumenten zijn vooral over de economie in de komende twaalf maanden veel minder somber.

In 2008 hebben werknemers 783 miljoen euro ingelegd op hun levenslooprekening of -verzekering. Dat is ruim 7 procent minder dan een jaar eerder.

Studenten in het hoger onderwijs verdienden in 2008 gemiddeld 5 250 euro met een bijbaan of via een eigen bedrijf.

Vanaf juli is een huishouden 25 euro minder per maand kwijt aan elektriciteit en gas dan in de eerste helft van dit jaar. Dat komt vooral door een daling van de gasprijs. Hiermee komt de maandelijkse energierekening gemiddeld uit op 139 euro.

Door huishoudens werd in mei 3,6 procent minder besteed dan in mei 2008. In april lag de afname in dezelfde orde van grootte. Al vier maanden achtereen zijn de consumptieve bestedingen fors lager dan een jaar eerder.

Het consumentenvertrouwen is voor de tweede maand op rij niet veranderd. De indicator stond in juli 2009 op -24. Dit betekent dat er in Nederland nog altijd veel meer pessimisten zijn dan optimisten.

In 2008 is de koopkracht van de Nederlandse bevolking met 0,8 procent gestegen. Huishoudens hadden gemiddeld 33,5 duizend euro te besteden.

De grootste uitgavenpost voor huishoudens is wonen. Vooral de lagere inkomens besteden hier relatief veel aan.

Huishoudens met minderjarige kinderen werden in 2007 gemiddeld met 2 824 euro per jaar gecompenseerd door inkomens- en belastingregelingen voor gezinnen.

Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal 2009

In 2006, ruim vóór de kredietcrisis, hadden de Nederlandse huishoudens 1 566 miljard euro aan bezittingen, met de eigen woning als hoofdmoot. Tegenover dat bezit stond een schuldenlast van 572 miljard euro.

In de periode 2000–2007 is het aandeel economisch zelfstandige vrouwen toegenomen. Vooral bij vrouwen tussen 30 en 55 jaar was er een flinke stijging.

Bijna een kwart van de allochtone huishoudens zegt in 2006 geld te hebben overgemaakt naar het buitenland, voornamelijk naar ouders, familieleden of vrienden.

In 2007 is de koopkracht van de Nederlandse bevolking gemiddeld met 2,8 procent gestegen. Er zijn echter grote verschillen tussen bevolkingsgroepen.

Het aantal huishoudens met financiële beperkingen is in ons land naar verhouding gering vergeleken met de meeste andere Europese landen.

Het tegoed van Nederlandse huishoudens op internetspaarrekeningen bedroeg eind 2008 ruim 55 miljard euro. Dit is 11 miljard minder dan eind 2007.

De inkomensongelijkheid in ons land is kleiner dan gemiddeld in de Europese Unie.

Het eigen inkomen van vrouwen is aanzienlijk lager dan dat van mannen. In 2007 ontvingen vrouwen 56 procent van wat mannen kregen.

Huishoudens hebben als gevolg van de financiële crisis de waarde van hun aandelen en obligaties in 2008 met 66 miljard euro zien krimpen. Hiermee verdampte een kwart van het aandelenvermogen en ruim een tiende van het obligatiebezit.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2009

Begin 2009 valt de energierekening voor huishoudens fors hoger uit dan een jaar eerder. Op basis van de tarieven van januari 2009 betaalt een huishouden met een gemiddeld verbruik aan gas en elektriciteit 1 964 euro per jaar voor zijn energie.

In de afgelopen 15 jaar varieerde het gemiddelde bedrag dat huishoudens jaarlijks uitgeven aan goede doelen aanzienlijk.

In 2007 at een Nederlander gemiddeld circa 85 kg vlees en vleesproducten. Dat is bijna 2 procent minder dan in 2000. De afname is vrijwel geheel toe te schrijven aan een verminderde vraag naar varkensvlees.

Meeste armoede onder eenoudergezinnen en niet-westerse allochtonen.

De verslechtering van de conjunctuur hoeft op korte termijn nog geen gevolgen te hebben voor de inkomens van huishoudens. De werkgelegenheid groeit nog altijd en ook zijn er voor 2008 hogere cao-loonstijgingen afgesproken dan voor 2007.

De ruim 7 miljoen Nederlandse huishoudens hadden in 2007 gemiddeld 31 500 euro te besteden.

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2008

Bevolkingstrends 3e kwartaal. Dit artikel beschrijft de fysieke en psychische gezondheid van ouderen naar opleiding, jaarinkomen, 4-jaarsinkomen en langdurig laag inkomen. Voor de drie operationalisaties van inkomen geldt dat hoe lager het inkomen is, hoe meerouderen een slechte fysieke of psychische gezondheid hebben. Opleiding maakt een overeenkomstig onderscheid in fysieke gezondheid, maar nauwelijks of geen onderscheid in psychische gezondheid als deze wordt gemeten met de zogeheten Short Format-12. De verbanden blijven ook bestaan als rekening wordt gehouden met het vóórkomen van chronische ziekten. Auteurs: Marleen Wingen en Ferdy Otten

Naarmate het inkomen hoger is, hebben ouderen (50-80 jaar) een betere fysieke en psychische gezondheid.

In 2005 bedroeg het door overledenen nagelaten privévermogen ruim 9,6 miljard euro.

In 2007 moesten bijna 120 duizend huishoudens al vier jaar of langer rondkomen van een inkomen tot ten hoogste het sociale minimum.

In 2007 haalde 68,5 procent van de eenoudergezinnen het inkomen voornamelijk uit betaald werk. Dat is meer dan in 2005 toen dat voor bijna 63 procent van de eenoudergezinnen gold.

Mensen die hun gezondheid als slecht ervaren, hebben vaak moeite om rond te komen. Zij kunnen zich niet om de dag een warme maaltijd permitteren of de woning goed verwarmen.

Na een lichte daling in 2005, is de koopkracht in 2006 en 2007 fors gestegen. Het zijn de hoogste stijgingen sinds 2001.

Ondernemers zijn nog steeds positief over de economie. Toch neemt het vertrouwen van de industriële producenten en zakelijke dienstverleners de laatste maanden af. Onder de bouwers is de stemming nog altijd opperbest.

In de afgelopen dertig jaar zijn steeds meer Nederlandse consumenten positief gaan oordelen over sparen. Inmiddels behoort Nederland samen met Denemarken en Luxemburg tot de EU-landen met de meest positieve houding jegens sparen.

Hoe lager het inkomen, hoe meer ouderen de huisarts en specialist raadplegen.

Mensen die zijn opgegroeid in gezinnen met een gering inkomen hebben zelf ook vaak een laag inkomen. Dit geldt vooral voor niet-westerse allochtonen.

Het Nederlandse pensioenstelsel is erop gericht dat werknemers een ouderdomspensioen kunnen bereiken van 70 procent van hun huidige loon. Maar dit is niet voor iedereen haalbaar.

In bijna een derde van de ruim 5 duizend buurten in ons land is het aandeel langdurig lage inkomens hoger dan het landelijke gemiddelde van 3 procent.

In 2006 deden meer ouderen (55 tot 80 jaar) met een langdurig laag inkomen een beroep op de medisch specialist en de fysiotherapeut dan ouderen met een inkomen boven de lage-inkomensgrens.

Huishoudens hadden in het afgelopen jaar gemiddeld meer dan 9 000 euro aan spaargeld op een internetrekening staan. Eind 2006 was dit spaartegoed nog ruim 10 000 euro.

In het eerste kwartaal van 2008 was het consumentenvertrouwen fors lager dan een jaar eerder. De stemming onder consumenten met de hoogste inkomens daalde sterker dan onder mensen met een laag inkomen.

In 2007 ging één op de vier kinderen naar formele kinderopvang. Dat is meer dan in 2006. Toen werd één op de vijf kinderen opgevangen.

Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen namen in 2006 minder vaak deel aan verenigingsactiviteiten dan kinderen uit gezinnen met een hoger inkomen. Ze gingen ook minder vaak op vakantie.

Het CBS presenteert op zijn website de persoonlijke inflatiecalculator. Iedereen in Nederland kan nu zijn of haar persoonlijke ‘inflatie’ berekenen door voor verschillende consumptiecategorieën de eigen uitgaven in te vullen.

Met de Persoonlijke Inflatiecalculator kunt u de "inflatie" schatten die hoort bij uw eigen consumptiepatroon.

Bloemendaal was ook in 2005 de rijkste gemeente van Nederland.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2008

Allochtonen van de tweede generatie hadden eind 2005 een aanzienlijk hogere pensioenopbouw dan de eerste generatie. Toch blijft de gemiddelde pensioenopbouw van de tweedegeneratieallochtonen ook nog achter bij die van de autochtonen.

In 2006 gingen 490 duizend kinderen onder de 13 jaar naar een kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang of erkende gastouders.

Drie van de vier Nederlanders hadden in 2005 een eigen inkomen. Precies 2 procent daarvan, in totaal zo’n 240 duizend personen, beschikte over een bruto-inkomen van meer dan 100 duizend euro.

Wanneer ontvangers van een werkloosheidsuitkering, een bijstandsuitkering of een AOW-uitkering eenmalig een toelage van de overheid zouden ontvangen, heeft dat maar beperkt effect op de inkomensongelijkheid.

In oktober 2007 hebben huishoudens 2,8 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2007

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2007. Elke grote stad kent wijken met veel en weinig bevolkingsdynamiek. Nieuwkomers in de stad brengen meestal een lager inkomen mee dan stedelingen die de stad verlaten. Dit wordt ook wel het ‘roltrapeffect’ genoemd. Doet dit effect zich ook voor bij verhuizingen binnen de stad, tussen gewilde en minder gewilde wijken? Maken kansrijken plaats voor kansarmen, waarmee een wijk in een negatieve spiraal terechtkomt, en een andere wijk in welvaart groeit? Dit artikel gaat in op de vraag in hoeverre verhuisstromen en daaraan gerelateerde inkomsten van bewoners, leiden tot een grotere kloof tussen arme en rijke wijken in Amsterdam en Rotterdam. Auteurs: Aldert de Vries, Bas Hamers, Dorien Manting en Jan Latten

In augustus hebben huishoudens 2,1 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in dezelfde maand een jaar eerder. Een maand eerder bedroeg de groei van de consumptie zelfs 3,7 procent.

De totale consumptieve schuld steeg in 2006 licht, ondanks een verdere daling van het uitstaande bedrag aan consumptief krediet. Het creditcardkrediet bleef in populariteit toenemen, ten koste van het doorlopend krediet. Aangezien ook het debetsaldo op betaalrekeningen steeg, lijkt de lener een toenemende voorkeur te hebben voor de “gemakkelijke” manier van lenen.

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2007

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2007

Sociaaleconomische trends, 3e kwartaal 2007

De tabellenset geeft een beschrijving van de inkomens van huishoudens die in Enschede wonen, die zich in Enschede vestigen en die uit Enschede vertrekken. De tabellen bevatten gegevens over het aantal huishoudens met een laag, midden of hoog besteedbaar inkomen, en over het totaal besteedbaar inkomen van alle huishoudens.

Door huishoudens is in mei dit jaar 1,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in dezelfde maand van 2006. Dat is iets lager dan in de drie voorafgaande maanden.

Huishoudens hebben in april van dit jaar 2,0 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in april 2006. Dat is de hoogste consumptiegroei van dit jaar.

Huishoudens hebben in februari van dit jaar 1,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in februari 2006. Deze groei is iets hoger dan die van januari, maar lager dan de gemiddelde groei van vorig jaar.

Huishoudens hebben in januari van dit jaar 0,6 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in januari 2006. Aan goederen gaven ze 0,6 procent minder uit.

In deze tabellenset wordt de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van alle vrouwen van 15 tot 65 jaar in 2004 vergeleken met de positie van moeders met jonge kinderen. De resultaten zijn verbijzonderd naar het aantal uren dat vrouwen werken en naar het al dan niet hebben van een WW- of AO-uitkering. De uitkomsten worden verder uitgesplitst naar leeftijd, herkomstgroepering, opleidingsniveau en de hoogte van de inkomsten uit arbeid.

De tabellenset geeft een beschrijving van de inkomens van huishoudens per deelgemeente die in Rotterdam wonen, die zich in Rotterdam vestigen en die uit Rotterdam vertrekken. De tabellen bevatten gegevens over het aantal huishoudens met een laag, midden of hoog besteedbaar inkomen, en over het totaal besteedbaar ­inkomen van alle huishoudens. Naast gegevens over Rotterdam bevat de tabellenset dezelfde soort gegevens over inkomens van huishoudens in Amsterdam, Schiedam en Vlaardingen.

Huishoudens hebben in november vorig jaar 2,0 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in november 2005. Aan goederen gaven ze 2,4 procent meer uit en aan diensten 1,7 procent meer.

In 2004 moest 10,3 procent van de huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Daarmee is de armoede in Nederland net als in 2003 verder toegenomen. Ramingen wijzen op een verdere stijging in 2005, maar in 2006 buigt de negatieve trend om.

Sociaal-economische trends, 2e kwartaal 2006

Er zijn nog weinig cijfers bekend over de mate waarin bepaalde groepen in de samenleving betalen aan en ontvangen uit de collectieve middelen. In deze publicatie zijn de inkomens en vermogens van huishoudens uitgesplitst naar leeftijdsgroepen en andere achtergrondkenmerken. De publicatie bevat een tabellenset waarin inkomens- en vermogensgegevens over 2003 zijn berekend voor alle huishoudens in Nederland.

Sociaal-economische Trends, 3e kwartaal 2005

Sociaal-economische trends, 2e kwartaal 2005

Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 2005

Een van de doelstellingen van het emancipatiebeleid is het bevorderen van de economische zelfstandigheid van vrouwen en mannen. Hierover zijn gegevens beschikbaar gekomen over 2002; deze zijn hier opgenomen. Het gaat om een geactualiseerde versie van een paragraaf uit de Emancipatiemonitor 2004.

Allochtonen in Nederland 2004

Deze tabellen bevatten gegevens over het inkomen van personen met een hbo- of wo-opleiding, naar leeftijd en huishoudenssamenstelling. De uitkomsten zijn berekend op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en hebben betrekking op 2000.

Sociaal-economische Trends, derde kwartaal 2004