Gezondheid en welzijn

Artikelen arbeid en sociale zekerheid

Op 2 januari 2019 stond 42 procent van de bevolking van 12 jaar of ouder geregistreerd in het Donorregister. Dat zijn 6,4 miljoen personen, ruim 57 duizend meer dan in april 2018. Van de geregistreerden geeft 31 procent geen toestemming voor orgaandonatie, een jaar eerder was dat 30 procent.

Bijna de helft van de volwassenen heeft toestemming gegeven om hun medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt uit te wisselen, 5 procent weigerde. Weigeraars zeggen zich vooral zorgen over mogelijke privacyschending en een gebrek aan gegevensbeveiliging te maken.

De brede welvaart van hoogopgeleiden is hoger dan die van laagopgeleiden.

In 2017 nam het aantal werkzame verpleegkundigen toe tot ruim 186 duizend. Alleen in de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg daalde hun aantal. Meer mbo’ers en hbo’ers haalden in de periode 2016-2018 een diploma verpleegkunde. De werkdruk onder verpleegkundigen is bovengemiddeld hoog.

Beschrijving van de weging van de Gezondheidsenquête, zoals die vanaf 2014 plaatsvindt, inclusief update met de veranderingen per 2018.

Bijna 1 op de 10 jongeren (tot 23 jaar) krijgt in 2018 jeugdzorg. Het aantal jongeren in de jeugdzorg stijgt vanaf 2015

Van de volwassen Nederlanders heeft 22 procent in 2018 via internet een herhaalrecept aangevraagd bij de huisarts.

Mogelijkheden voor, gebruik van, en opvattingen over eHealth in 2018 naar achtergrondkenmerken.

In 2018 zijn 678 mensen omgekomen door verkeersongevallen, 65 (11 procent) meer dan in 2017.

Hooikoortspatiënten hebben in 2019 relatief vroeg in het jaar medicijnen gekocht voor hun pollenallergie. De eerste piek in aanschaf van hooikoortsmedicatie lag al in februari en begin maart, ruim een maand eerder dan in voorgaande jaren.

Overgewicht en obesitas bij kinderen en jongeren in 2018. 12% van de kinderen en 25% van de jongvolwassenen is te zwaar. Met overgewicht minder tevreden over het eigen gewicht. Vrouwen vaker ontevreden over hun gewicht.

Het merendeel van de Nederlandse volwassenen is tevreden met zijn of haar leven. Bijna 6 op de 10 zijn bovendien optimistisch over hoe het in het algemeen gaat in Nederland.

In 2018 gaf 22,4% van de volwassenen aan wel eens te roken, 8,2% was een overmatige drinker en 50,2% had overgewicht. Het aandeel mensen dat te zwaar is, is onveranderd ten opzichte van 2014, het aandeel rokers en overmatige drinkers is gedaald. Het Nationaal Preventieakkoord stelt nog lagere doelen voor 2040.

Dit document bevat toelichtingen bij de AZW tabellen en gaat in op verschillen met de vorige uitvoerder.

Dit document bevat vragen en antwoorden over het project Arbeidsmarkt, zorg en welzijn (AZW).

Dit document bevat de vertaalslag van isced categorieën naar mbo, hbo en wo opleidingen, aan hand van crebo en croho codes.

In 2018 bracht 36 procent van Nederlanders van 12 jaar of ouder een bezoek aan de mondhygiënist, een toename ten opzichte van 2014 (28 procent). Het contact met tandarts en orthodontist veranderde nauwelijks sinds 2014. De orthodontist wordt vooral bezocht door jongeren, zo blijkt uit de Gezondheidsenquête.

Op zowel Bonaire, Sint Eustatius als Saba voelt zo’n driekwart van de bevolking van 15 jaar en ouder zich gezond of zeer gezond, zo gaven ze desgevraagd aan in 2017/2018.

In het derde kwartaal van 2018 waren er 1,4 miljoen werknemersbanen in de bedrijfstak zorg en welzijn. Dat is 2,6 procent meer dan een jaar eerder. Voor alle bedrijfstakken samen bedroeg de groei 2,5 procent.

Bij zorginstellingen in de vier grootste zorgsectoren nam in 2017 het resultaat voor belastingen toe. Daarbij daalde het percentage verliesgevende instellingen.

Nederlanders kopen steeds vaker medicijnen online en zijn online steeds vaker op zoek naar informatie over gezondheid en leefstijl

Bijna 15% van de vrouwen en 8% van de mannen van 12 jaar of ouder rapporteerde in 2017 minstens één matige of ernstige beperking in horen, zien of bewegen. Beperkingen in bewegen worden het meest gerapporteerd. Meer vrouwen dan mannen met een bewegingsbeperking rapporteren gewrichtsaandoeningen.

Subjectief welzijn van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder naar achtergrondkenmerken.

In 2016 werden ongeveer 9 duizend 65-plussers opgenomen in het ziekenhuis met hoofdletsel, 31 procent meer dan in 2013. Vaak komt dat door een val in en om het huis. Ook fatale vallen nemen toe.

Imputatiemethode om ontbrekende gegevens in de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) bij te schatten.

Financiële kengetallen van zorginstellingen, waarmee het mogelijk is individuele zorginstellingen te benchmarken.

Ontwikkeling van de rentelasten van Wlz-zorginstellingen tussen 1993 en 2017.

Eind 2017 woonde bijna 7 procent van alle minderjarige kinderen in een bijstandsgezin. Dat zijn 228 duizend minderjarige kinderen, bijna 3 duizend minder dan in 2016. Alleenstaande moeder aan het roer in meeste bijstandsgezinnen.

Bedrijven in de fitnessbranche hebben 6 procent meer omzet behaald in 2017 dan in 2015. De groei vond vooral plaats bij de grote ketens, onder andere door een groter klantenbestand. De middelgrote fitnesscentra hadden te maken met een dalend aantal klanten.

In 2015/2017 was 8 procent van de 12- tot 25-jarigen psychisch ongezond. Oudere jongeren zijn vaker psychisch ongezond. Psychisch ongezonde jongeren zijn ook over het algemeen ongezonder; depressie komt het meest voor.

In de eerste 6 maanden van 2018 kregen 337 duizend jongeren jeugdzorg, 11 duizend minder dan in eerste halfjaar 2017

Voor het eerst rekent een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tot een religieuze groepering

Religie in Nederland in kaart gebracht.

Er zijn weer minder wanbetalers van zorgverzekering. In 2017 ging het om 1,7 procent. Onder mannen van 25 tot 40 jaar zijn de meeste wanbetalers. Ook onder mensen met migratieachtergrond komen wanbetalers meer voor.

Iets meer dan de helft van de Nederlandse jongeren van 15 tot 25 jaar zet zich wel eens in als vrijwilliger

In 2017 ervoer 7 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder sterke gevoelens van eenzaamheid. Het ontbreken van een partner is daarbij van belang

Dit artikel gaat over de methode die het CBS gebruikt om eenzaamheid te meten. Er worden twee verschillende meetinstrumenten met elkaar vergeleken.

De participatie van vrouwen in de samenleving is informeler van aard dan van mannen

Twee op de vijf mensen met ernstig overgewicht (obesitas) gaven in 2015–2017 aan ontevreden te zijn over hun gewicht.

In 2017 kwamen in Nederland 158 mensen om het leven door moord of doodslag. Er vielen 112 mannelijke en 46 vrouwelijke slachtoffers. In 2016 vielen er in totaal 108 slachtoffers.

Rol van bevolkingssamenstelling, chronische aandoeningen, beperkingen op gemeentelijke verschillen in ervaren gezondheid.

In de ene gemeente voelen meer mensen zich gezonder dan in de andere. Dat verschil hangt samen met de bevolkingsopbouw naar leeftijd, migratieachtergrond, opleiding en inkomen. Ook chronische aandoeningen en beperkingen spelen een rol. Ook na correctie voor al deze factoren blijven er verschillen in gezondheidservaring

Tijdens de hittegolven in de zomer van 2018 zijn meer mensen overleden dan in een gemiddelde zomerweek. De extra sterfte is echter veel lager dan in 2006, toen er ook langere hittegolven waren. Er zijn vooral meer 80-plussers overleden.

In 2017 verdronken 86 inwoners van Nederland, net zoveel als het jaar daarvoor

Het aantal personen van 12 jaar of ouder dat zich heeft laten registeren in het donorregister is in 2018 gestegen tot ruim 6,3 miljoen, 42 procent van de bevolking. In 2014 stonden bijna 5,8 miljoen personen in het donorregister. Het aantal dat geen toestemming tot orgaandonatie geeft is 1,9 miljoen.

Verhuiswens en verhuisgedrag van 65-plushuishoudens.

Nederlanders zijn positiever over de financiën, financiële toekomst, opleiding en beroep en het vertrouwen in instituties

Van de laagst opgeleiden (basisonderwijs) zegt 31 procent vrijwilligerswerk te doen.

In 2017 bracht 46 procent van de inwoners van Bonaire van 15 jaar en ouder een bezoek aan de tandarts.

In 2017 overleden ruim 150 duizend inwoners van Nederland, kanker de meest voorkomende doodsoorzaak

Ruim een vijfde van de volwassenen beschouwt zichzelf als zeer gelukkig en waardeert de mate van geluk met een 9 of 10.

Profiel van mensen van 18 jaar en ouder die zichzelf als zeer gelukkig of juist ongelukkig beschouwen.

In Nederland heeft 1 procent van de 20-plussers morbide obesitas.

Tussen 1947 en 2017 groeide het percentage alleenstaanden van 5 naar 22%. In 2047 zal bijna 1 op de 4 volwassen inwoners alleenstaand zijn.

Ruim de helft van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar voldeed in 2017 aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad

Volwassenen die familie of vrienden weinig zien geven aan minder vaak tevreden te zijn met hun sociale leven.

Nieuwe, experimentele cijfers van het CBS over de wekelijkse omzetten van hooikoortsmedicatie bij drogisterijen.

Hoeveel mensen roken, ex-roker zijn of nooit gerookt hebben verschilt naar leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Laagopgeleide mannen tussen de 25 en 45 jaar tellen de meeste rokers.

Rookgedrag, alcoholgebruik, beweging en overgewicht naar geslacht en leeftijd, per gemeente in Caribisch Nederland, 2017

De zorguitgaven namen met 2,1 procent minder snel toe dan het bbp dat in 2017 met 4,3 procent (in werkelijke prijzen) groeide. Het aandeel van de zorguitgaven in het bbp daalde daardoor van 13,6 procent in 2016 tot 13,3 procent in 2017.

In 2017 hadden meer mensen vertrouwen elkaar dan in eerdere jaren. Ook is er meer vertrouwen in instituties, zoals rechters, politie, Tweede Kamer en Europese Unie. Er zijn grote regionale verschillen, tussen gebieden en grote gemeenten.

In 2017 was 29 procent van de 18- tot 25-jarigen naar eigen zeggen verslaafd aan sociale media.

Mensen met een hogere opleiding hebben veelal een hogere brede welvaart dan laagopgeleiden. Wel zijn zij vaker slachtoffer van criminaliteit. Personen met een niet-westerste achtergrond hebben een lagere brede welvaart, deels samenhangend met leeftijd en opleiding.

Elk jaar studeren meer verpleegkundigen af. Ze volgen relatief vaak een duale opleiding. Het merendeel staat daarna in het BIG geregistreerd en is werkzaam in de zorg.

De geregistreerde criminaliteit, het slachtofferschap van criminaliteit volgens burgers en moord en doodslag stegen van de jaren '50 tot de jaren '90 van de vorige eeuw maar zijn sindsdien weer gedaald.

Vertrouwen van de Nederlandse bevolking in de medemens en instituties naar bevolkingskenmerken en regio.

In 2017 kregen 405 duizend jongeren jeugdzorg. Er werd vooral meer jeugdhulp door wijk-of buurtteams gegeven dan in eerdere jaren. Jeugdbescherming en jeugdreclassering namen af.

In 2017 verongelukten voor het eerst meer mensen op de fiets dan in een auto. Een kwart verongelukte op een e-bike

In het onderwijs ervaren minder werknemers veel aandacht voor veilig en gezond werken dan in de bouw en de industrie .Aandacht voor veilig en gezond werken gaat samen met een lager ziekteverzuim.

Met de invoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker geven sinds 2014 steeds meer mensen aan ontlastingsonderzoek te laten uitvoeren, waarbij de sterkste toename zit bij de oudere leeftijdsgroepen waarop het bevolkingsonderzoek zich richt.

Nederlanders die gebruik maken van buitenlandse gezondheidszorg hebben relatief vaak een migratieachtergrond.

Bijna 9 op de 10 volwassenen zeggen gelukkig te zijn. Dit percentage is al jaren stabiel

De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen en in goede gezondheid zal tot 2040 verder toenemen

De projecties voor de gezonde levensverwachting in 2040 komen in 2018 lager uit dan in 2014

20 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder had naar eigen zeggen in 2017 problemen met slapen

7 procent van alle 15-plussers participeert minder en heeft ook weinig vertrouwen in de medemens en instituties

Sociaal in de marge; weinig participatie en vertrouwen

Het aandeel mannelijke leerlingen in zorgopleidingen loopt op van 1 op 10 in mbo 1-3 tot 3 op 10 op de universiteit

Jongeren in de jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering per gemeente.

Ontwikkeling van het aantal jongeren met jeugdzorg tussen 2011 en 2016

Overzicht van het gebruik van jeugdzorg 2011-2016, voor en na de invoering van de Jeugdwet.

Participatie van personen met een chronische aandoening en/of langdurige psychische aandoening

Financiële kengetallen van zorginstellingen over het jaar 2016

In 2016 overleden 61 kinderen onder 15 jaar aan kanker. Vijftig jaar geleden was dat nog meer dan vier keer zoveel.

Van alle instellingen in de grootste zorgsectoren was 30 procent verliesgevend in 2016

CBS-hoogleraar onderzoekt brede welvaart

Ruim 9 op de 10 volwassenen die tevreden zijn met hun woning of woonomgeving, geven aan tevreden te zijn met het leven.

Samenhang tussen tevredenheid met de woning en de woonomgeving en tevredenheid met het leven.

Kanker is al jaren de belangrijkste doodsoorzaak van mannen, en sinds 2016 ook van vrouwen

Cijfers over werknemers die bij hun huidige werkgever in functieniveau terug zijn gegaan of promotie

Het CBS heeft onderzocht of de individualisering zich heeft voortgezet.

De gemeente Leiden is gestart met een samenwerking met het CBS

Cijfers over de gezondheid en het zorggebruik van 75-plussers.

Nederlanders die werden behandeld in de ggz behoorden relatief vaak tot huishoudens uit de lagere inkomensgroep

Kwaliteit van leven van bevolkingsgroepen in termen van inkomen, gezondheid en tevredenheid met het leven

Mensen die samenwonen zijn het meest welvarend en het vaakst tevreden, vooral als ze geen kinderen hebben

Mensen met een lage opleiding voelen zich minder vaak gezond, zijn minder tevreden en verdienen minder

In 2016 maakten iets meer dan 1 miljoen Nederlanders gebruik van een maatwerkvoorziening i.h.k. van de Wmo 2015

De overgrote meerderheid van de 18- tot 25-jarigen is tevreden met het leven in het algemeen en hun sociale leven.

CBS-deskundige licht de belangrijkste conclusies uit het Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor toe.

Veel kinderen van 1 tot 12 jaar eten minder fruit, groente en vis dan aanbevolen.

Tussen 2005 en 2015 is de omzet van zorgpraktijken met 50 procent toegenomen.

Mensen van 45 jaar of ouder met diabetes type 2 melden vaker langdurige aandoeningen aan onder meer hart en vaten.

Advies en aansporing van een zorgverlener is voor rokers een van de belangrijkste motivaties om te stoppen

311 duizend jongeren kregen in de eerste helft van 2017 jeugdhulp. Een deel had al eerder jeugdzorg gekregen

In 2016 overleden 3 884 inwoners van Nederland door een val, bijna 400 (11 procent) meer dan in 2015.

Vrouwen verzuimen meer wegens ziekte dan mannen.

In 2014 stonden er 19 340 slachtoffers van kindermishandeling geregistreerd bij de AMK’s

Zelfstandig wonende ouderen voelen zich ongezonder als ze ouder worden, tehuisbewoners voelen zich juist gezonder

Een op de vier zware rokers overlijdt voor de 65ste verjaardag

Een Bayesiaans kader voorgelegd om de voorkennis en de deskundige opinie over enquête-designparameters op te nemen.

Het aantal personen dat expliciet geen toestemming tot orgaandonatie geeft is per 1 maart 2017 gestegen.

Ontwikkeling van de rentelasten van WLZ zorginstellingen tussen 1991 en 2015

Met meer dan 15 duizend sterfgevallen was dementie in 2016 opnieuw de belangrijkste oorzaak van de sterfte.

Financiële kengetallen van zorginstellingen over het jaar 2015

In 2016 verdronken 86 inwoners van Nederland. Het aantal verdrinkingen is de afgelopen 20 jaar steeds minder geworden.

verschillen in levensverwachting en doodsoorzaken tussen verschillende etnische groepen Surinamers in Nederland

CBS Urban Data Center/Zwolle van start

Kinderen met astma of eczeem kunnen daar op verschillende vlakken, zowel fysiek als psychosociaal last van hebben

Nederlanders waren in 2016 gemiddeld iets positiever over de eigen portemonnee dan in 2013.

De Belastingdienst keerde in 2016 voor 823 duizend kinderen kinderopvangtoeslag uit.

Steeds minder mensen roken, maar de verschillen tussen mensen met verschillend opleidingsniveau worden steeds groter.

Bij 58 procent van de 147 duizend sterfgevallen in 2015 nam een arts een beslissing rond het levenseinde

In 2016 is ruim 96 miljard euro uitgegeven aan zorg. Dat is 1,7 miljard euro (1,8 procent) meer dan in 2015

Nederland telde in 2015 werken ongeveer 177 duizend verpleegkundigen, drie keer zoveel als het aantal artsen.

Uit de nieuwe Gezondheidsmonitor van GGD’en, CBS en RIVM blijkt dat er regionale verschillen zijn in gezondheid.

Jongeren die jeugdhulp ontvangen komen relatief vaak uit een eenoudergezin.

Ongeveer 3 procent van de Nederlanders liep tijdens het laatste sekscontact een risico op soa en hiv

Kinderen van onder de 4 jaar zijn vaker verkouden of grieperig en hun ouders ook.

De meeste Nederlanders voelen zich gelukkig. Een goede gezondheid en een goede relatie gaan samen met meer geluksgevoel.

In de winter 2016/’2017 zijn tot nu toe meer mensen overleden dan in dezelfde periode vorig jaar, vooral 80-plussers

De eigen betalingen aan gebruikte zorg in 2015

Werknemers van 45 tot 65 jaar met een goede gezondheid denken in hun huidige werk langer te kunnen doorwerken.

Het aantal verlieslijdende organisaties in de langdurige zorg is in 2015 toegenomen

Studie naar de gevolgen van het overgaan van handmatig op automatisch coderen van doodsoorzaken.

Urban Data Center voor regio Groningen

Jongvolwassenen (18-25jr) geven vaker dan alle 25-plussers aan dat ze roken, cannabis gebruiken en veel alcohol drinken.

De eigen bijdrage voor langdurige zorg thuis was in 2015 gemiddeld ruim 47 euro per vier weken, 11 euro meer dan in 2014

Sociale isolatie, naar objectieve en subjectieve maatstaf

Zo’n 4 procent van de Nederlanders gaf in 2015 aan geen regelmatige contacten te hebben met familie, vrienden of buren.

Nederland telde in 2016 ongeveer 31 duizend daklozen (18 tot 65 jaar). Er waren meer jongere en niet-westerse daklozen.

CBS-jaaroverzicht 2016

In 2015 zijn 185 fietsers omgekomen in het Nederlandse verkeer.

Een belangrijk deel van de discriminatiemeldingen bij gemeenten gaat over discriminatie op grond van herkomst

Nieuwsbericht CBS en Gemeente Heerlen starten Urban Data Center

in welke sectoren is de werkdruk het hoogst?

Mensen met obesitas melden veel vaker dat ze diabetes type 2 hebben dan mensen zonder obesitas: 13 tegenover 3 procent.

Een op de zeven mantelzorgers geeft aan dat de zorg voor familie of bekenden een zware tot zeer zware belasting is

Evenveel jongeren ontvingen jeugdhulp in eerste helft 2016 als in eerste halfjaar 2015.

In 2015 overleden 5,2 duizend personen in Nederland aan darmkanker.

In opdracht van DHD heeft CBS onderzoek gedaan naar uitbreiding van de diagnosegroepen waarover de HSMR berekend wordt

Hoeveel mensen zijn eenzaam? En wat zijn hun kenmerken?

Bijna 550 duizend mensen zijn eenzaam. Eenzaamheid komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

In 2015 kwamen 69 kinderen te overlijden aan kanker

Het aantal mannen dat overlijdt aan een vorm van kanker is in minder dan 30 jaar tijd met meer dan een derde afgenomen

Onder 65-plussers die wel eens alcohol te drinken zijn hoogopgeleiden vaker een overmatige drinker dan laagopgeleiden.

Overgewicht komt vaker voor bij kinderen van wie de ouders of verzorgers ook overgewicht hebben.

De meeste mensen in Nederland zijn gelukkig en tevreden met het leven dat zij leiden.

Negen op de tien 12- tot 25-jarigen zijn tevreden met hun leven, zo gaven ze in 2015 aan.

In Nederland verdrinken jaarlijks rond de tachtig inwoners, waarvan gemiddeld negen onder de vijftien jaar.

In 2015 kwamen 120 mensen om door moord. De helft van de vermoorde vrouwen is omgebracht door een ex of partner.

Burn-outklachten komen meer voor bij vrouwen die manager zijn dan bij mannen met dit beroep.

Financiële kengetallen van zorginstellingen over het jaar 2014

In 2015 pleegden 1871 mensen zelfmoord: 518 meer dan in 2014. Mannen plegen vaker suïcide dan vrouwen.

In 2015 overleden 8 duizend meer mensen dan in 2014. Grootste bijdrage leveren dementie en COPD.

Het ziekteverzuim in de gezondheids- en welzijnszorg was 5,8% in het 1e kwartaal van 2016

Aan jeugdhulpaanbieders die gegevens aan CBS verstrekken, levert CBS voortaan een zogenoemd spiegelrapport terug

Vrouwen minder positief over eigen gezondheid dan mannen

Meer twintigers roken, maar ze roken minder vaak

65-jarigen leven gemiddeld nog 19,7 jaar, deze levensverwachting in 2015 is 5 jaar hoger dan in 1956, toen de AOW inging

Meningen van jongeren over taakverdelingen tussen mannen en vrouwen

In een toekomstig gezin met jonge kinderen wil 3 procent van de meisjes en 34 procent van de jongens fulltime werken.

De zorguitgaven zijn voor het derde jaar op rij minder hard gegroeid dan de Nederlandse economie.

De Staat VenZ beschrijft de stand van zaken op de verschillende beleidsterreinen van het ministerie van VWS.

Mensen met astma of COPD voelen zich minder gezond en kampen vaak met andere chronische aandoeningen.

Mensen met COPD zeggen vaker dan gemiddeld één of meer andere chronische aandoeningen te hebben.

Eind 2015 stonden 31 duizend jongeren onder toezicht of voogdij. Voogdij komt meer voor, ondertoezichtstelling minder.

Een op de tien jongeren hebben in 2015 gemeentelijke jeugdhulp ontvangen.

58% van de alleenstaande jonge ouders woont binnen 5 km van hun moeder. Vier op de tien wonen dicht bij oudere moeder.

In de Stapelingsmonitor is te zien hoeveel huishoudens in Nederland één of meerdere overheidsregelingen ontvangen

Mannelijke autobestuurders en 80-plussers op een fiets, in een auto of op een scootmobiel waren het vaakst slachtoffer.

Mening van jongeren over alcoholgebruik en leeftijdsgrens alcoholgebruik

Vinden jongeren hun alcoholgebruik schadelijk voor hun gezondheid? Wat vinden ze van de wettelijke leeftijdsgrens?

65 procent mensen van 25 jaar of ouder met het laagste onderwijsniveau heeft matig of ernstig overgewicht.

Mannen blijven een zeldzaamheid in zorgopleidingen.

Het aantal geregistreerde verpleegkundigen is flink gedaald.

Hoe hoger het huishoudensinkomen, hoe meer mensen naar de tandarts of mondhygiënist gaan.

Vanaf de eerste week van december 2015 tot en met de tweede week van februari van 2016 zijn 32,5 duizend personen overleden. Dat zijn minder sterfgevallen dan in dezelfde periode in de winter van vorig jaar. Vooral onder 80-plussers was de sterfte lager.

Van de Europese landen werden in Nederland (2013) het minst antibiotica verstrekt, in Griekenland het meest. Ook binnen Nederland zijn er regionale verschillen in de mate waarin antibiotica werden verstrekt. In sommige gemeenten kregen tweemaal zoveel mensen antibiotica verstrekt als in andere.

Vergelijk jouw eigen geluksscore met die van anderen in deze interactieve tool.

Acht procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder gaf in 2014 zelf aan een depressie te hebben of in het afgelopen jaar te hebben gehad. Dat komt overeen met ruim 1 miljoen mensen. Vrouwen hadden vaker een depressie dan mannen: 9 procent van de vrouwen tegenover 6 procent van de mannen. Depressies komen het vaakst voor op middelbare leeftijd en onder lager opgeleiden. Ouderen en vrouwen krijgen ook vaker antidepressiva verstrekt.

In tien jaar tijd is het aantal mannen dat langdurig in een zorginstelling verblijft toegenomen met 28 procent. Het aantal vrouwen is juist afgenomen. In november 2014 zaten ruim 245 duizend volwassenen in de langdurige zorg.

Bijna een kwart van de bevolking (12 jaar en ouder) heeft toestemming gegeven voor het gebruik van haar organen of weefsels na het overlijden. Het aantal vrouwen dat toestemming heeft gegeven, is groter dan het aantal mannen.

De levensverwachting van jongetjes in Nederland is 79,9 jaar (2014). In de EU hebben alleen de mannen in Zweden, Italië en Spanje een betere verwachting. Nederlandse meisjes kunnen 83,3 jaren tegemoet zien. Zij bereiken daarmee nog niet de verwachte ouderdom van het gemiddelde Europese meisje.

De totale zorglasten per Nederlander bedroegen in 2014 gemiddeld ruim 5 300 euro. In 2006, het jaar dat de Zorgverzekeringswet werd ingevoerd, was dit bijna 4 000 euro.

Het Centraal Bureau Statistiek (CBS) is met ingang van het verslagjaar 2013 overgegaan op het automatisch coderen van doodsoorzaken. Hiermee wordt een betere internationale vergelijkbaarheid en stabiliteit van de doodsoorzakenstatistiek in de tijd nagestreefd. De overgang op het automatisch coderen is een breuk met een meer dan honderd jaar oude traditie van het handmatig coderen van doodsoorzakenformulieren en het is de vraag welke gevolgen deze methodewijziging voor de doodsoorzakenstatistiek heeft.

Mensen met een hoger opleidingsniveau leven gemiddeld aanzienlijk langer in goede gezondheid of zonder lichamelijke beperkingen dan lager opgeleiden. De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid is bijna 53 jaar voor mensen met alleen basisonderwijs. Voor mensen met hbo of universiteit is dit bijna 72 jaar. Deze verschillen zijn de laatste jaren nauwelijks veranderd.

Nederland geeft meer geld uit aan kortdurende opnames voor psychische en gedragsstoornissen dan andere OESO-landen. Binnen ziekenhuizen (waaronder ook GGZ instellingen) zijn de uitgaven voor bijna een kwart toe te rekenen aan de zorg hiervoor. Dat is meer dan twee keer zo veel als in andere OESO-landen.

In 2014 had 4,9 procent van de bevolking last van eczeem en 2,4 procent van psoriasis. Dat komt neer op 1,2 miljoen mensen met een van deze chronische huidaandoeningen. Eczeem komt meer bij kinderen voor, psoriasis meer bij ouderen.

Nederlanders waarderen de tevredenheid met hun leven met een 7,8 en staat hiermee op de vijfde plek in de EU.

Bijna de helft van de alleenstaande ouders ziet de financiële toekomst somber in, zijn vaker ontevreden over de eigen financiële situatie en maken zich vaker zorgen om baanverlies dan gemiddeld.

Mannen ervaren vaker positieve emoties dan vrouwen: ze zijn vaker kalm en rustig, en ook vaker gelukkig. Vrouwen vinden het leven vaker zinvol.

Een op de drie rokers heeft recentelijk tevergeefs geprobeerd om te stoppen met roken.

CBS heeft altijd een grote expertise over het drankvraagstuk in huis gehad. Het bureau is verantwoordelijk voor de oudste officiële tijdreeks van het verbruik (1831-1899) en heeft rond 1920 de verbruiksstatistiek van het ministerie van Binnenlandse Zaken nieuw leven in geblazen. In de jaren veertig heeft Jan Tinbergen, die op het CBS de afdeling conjunctuuronderzoek leidde, zich gewaagd aan een modelverklaring van het gedistilleerdverbruik

In deze rapportage en die over Jeugdhulp 1e halfjaar 2015 presenteert CBS de voorlopige cijfers over jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering in het 1e halfjaar van 2015. Deze rapportages zijn vooral van waarde om op hoofdlijnen zicht te houden op landelijke en lokale trends in het gebruik van jeugdhulp en de toepassing van kinderbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. Verder inzicht in de cijfers kan verkregen worden door nader onderzoek, waarbij de verschillen tussen gemeenten voor ogen worden gehouden.

In deze rapportage en die over Jeugdbescherming en jeugdreclassering 1e halfjaar 2015 presenteert CBS de voorlopige cijfers over jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering in het 1e halfjaar van 2015. Deze rapportages zijn vooral van waarde om op hoofdlijnen zicht te houden op landelijke en lokale trends in het gebruik van jeugdhulp en de toepassing van kinderbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. Verder inzicht in de cijfers kan verkregen worden door nader onderzoek, waarbij de verschillen tussen gemeenten voor ogen worden gehouden.

Het aantal personen dat minstens een half jaar achter loopt met het betalen van zijn zorgpremie is sinds 2010 toegenomen van 244 duizend naar 298 duizend in 2014. Het aandeel steeg daarmee van iets minder naar iets meer dan twee procent van de volwassenen bevolking. Jongeren, mannen, mensen met lage inkomens, ontvangers van een uitkering, alleenstaande ouders en allochtonen zijn vaker wanbetaler dan gemiddeld.

Ruim 1 op de 10 Nederlanders van 12 jaar of ouder had in 2014 psychische klachten. Vrouwen kampten vaker met psychische problemen dan mannen. Vooral meisjes tussen de 16 en de 20 jaar en oudere vrouwen vanaf 65 jaar voelden zich vaker somber of zaten vaker in de put dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.

70 procent van de Nederlanders zegt dat ze prettig met buurtbewoners omgaan. 40 procent ervaart veel overlast.

Bijna een half miljoen mensen in Nederland voelt zich eenzaam. Vooral bejaarde mannen zijn vaker eenzaam.

In 2014 overleden 12,5 duizend mensen aan dementie. Sinds 1996 is de sterfte aan dementie verdrievoudigd.

In 2014 hebben 1 835 inwoners van Nederland een einde aan hun leven gemaakt, gemiddeld vijf per dag. Zes op de tien plegers waren van middelbare leeftijd. De provincie Groningen kent het hoogste zelfdodingscijfer.

In Nederland kwamen vorig jaar 144 mensen om het leven door moord of doodslag. Ruim de helft van de vermoorde vrouwen wordt omgebracht door een ex of partner. Bij vermoorde mannen is een kennis of vriend het vaakst de dader.

In deze rapportage, en die over Jeugdhulp 1e kwartaal 2015, presenteert CBS de eerste voorlopige cijfers over jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering na 1 januari 2015, de datum waarop de gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor deze hulp en zorg.

In de eerste drie maanden van 2015 kregen 233 duizend jongeren gemeentelijke jeugdzorg. Het merendeel (85 procent) van de geleverde zorg betreft jeugdhulp. Daarnaast bestaat de jeugdzorg voor 12 procent uit jeugdbescherming en drie procent uit jeugdreclassering. Veel meer jongens dan meisjes kregen jeugdzorg.

In deze rapportage, en die over Jeugdbescherming en jeugdreclassering 1e kwartaal 2015, presenteert CBS de eerste voorlopige cijfers over jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering na 1 januari 2015, de datum waarop de gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor deze hulp en zorg.

Hoe wordt in ons land gedacht over het betalen van een eigen bijdrage voor een aantal uiteenlopende zorgkosten? Dit onderzoek laat zien dat volwassenen eerder voorstander zijn van een eigen bijdrage wanneer de zorgkosten het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl, zoals ziekenhuisbehandeling van jongeren bij overmatig alcoholgebruik en hulp bij het stoppen met roken. Andere zorgkosten, zoals psychische hulp, een totale bodyscan en een second opinion zouden daarentegen volgens de meerderheid volledig vergoed moeten worden.Mensen die gebruikmaken van bepaalde zorg of dit in de toekomst mogelijk gaan doen, zijn vaker voor het volledig vergoeden van de kosten van deze zorg. (Auteurs: Judit Arends en Rianne Kloosterman)

Comazuipers moeten de ziekenhuisrekening (deels) zelf betalen, en ook hulp bij het stoppen met roken zou helemaal of gedeeltelijk voor eigen rekening moeten zijn, vindt een meerderheid. Psychische hulp bij een depressie of het overlijden van een dierbare moet juist wel vergoed worden. Over een eigen bijdrage bij andere zorgkosten, zoals een dieetadvies, ivf of een rollator zijn de meningen verdeeld.

In 2014 overleden er ruim 139 duizend mensen in Nederland. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is er in Nederland een gestaag afnemende sterfte aan het acuut hartinfarct die zich ook in 2014 onverminderd doorzette. Bijna een derde van de mensen overleed aan kanker en ruim een kwart aan hart- en vaatziekten. Dementie is de grootste specifieke doodsoorzaak.

Net geen kwart van de bevolking heeft toestemming gegeven voor het gebruik van zijn of haar organen of weefsels na het overlijden. Het aandeel donoren per gemeente verschilt sterk.

Sinds 2014 beschikt CBS over gegevens over donorregistratie in Nederland. Van de bevolking van 12 jaar of ouder heeft 39 procent zijn of haar keuze met betrekking tot orgaan- en weefseldonatie laten vastleggen, en 24 procent van de bevolking is orgaandonor. Hierin zijn per provincie en vooral per gemeente duidelijke verschillen waarneembaar. De patronen vertonen veel parallellen met de spreiding van de religieuze betrokkenheid in Nederland.

Meer dan de helft van de vrouwen van 16 jaar of ouder heeft in de afgelopen 5 jaar een cervixuitstrijkje laten maken. Bijna 4 op de tien vrouwen liet in de afgelopen 2 jaar een mammografie uitvoeren.

Ruim drie kwart van de vaders die recht hebben op ouderschapsverlof nam dit niet op in 2013. Bij moeders is dit bijna de helft. Toch namen zowel vaders als moeders vaker ouderschapsverlof op dan tien jaar geleden.

De leeftijdsverdeling van de bevolking is de belangrijkste voorspeller voor AWBZ-zorggebruik door ouderen en chronisch zieken. Maar niet alleen leeftijd, ook andere factoren spelen mee in een hogere vraag naar langdurige zorg.

Afgelopen jaren ontvingen AWBZ-zorginstellingen een gegarandeerde vergoeding voor hun kapitaallasten van zorgvastgoed via het wettelijk budget. Tot de kapitaallasten worden rentelasten, afschrijvingen en huur gerekend. Vanaf 2012 moeten zorginstellingen integrale tarieven hanteren waarbij een vergoeding is inbegrepen voor de kapitaallasten. Het is belangrijk dat de tarieven gebaseerd worden op een reële vergoeding van de rentelasten. Op basis van de overzichten van langlopende leningen uit jaarrekeningen 2013 wordt de ontwikkeling in de afgelopen ruim twintig jaar geschetst van de werkelijke rentepercentages en rentelasten. Verder worden de gerealiseerde rentelasten vergeleken met de door de NZa vergoede rentelasten en wordt het verschil bekeken tussen de werkelijke rente en de kapitaalmarktrente.

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Dutch Hospital Data (DHD). Doel van het onderzoek is de eventuele doorontwikkeling van de Hospital Standardised Mortality Ratio (HSMR) door het meenemen van de sterfte kort na ontslag. Het voordeel van sterfte na ontslag meenemen in het gestandaardiseerde sterftecijfer is dat het cijfer minder afhankelijk wordt van het ontslagbeleid van de ziekenhuizen. In 2013 is een onderzoek uitgevoerd door Pouw et al. (2013) waarin gekeken is naar de mogelijkheid en de effecten van een dergelijke indicator in Nederland. De conclusie van dat onderzoek was dat het wenselijk zou zijn om inderdaad de sterfte kort na ontslag mee te nemen in het sterftecijfer. In dat onderzoek is er niet onderzocht wat de optimale periode is gedurende welke de sterfgevallen meegenomen zouden moeten worden, of deze periode verschilt per diagnosegroep en of deze periode gerekend moet worden vanaf de opname of het ontslag. In opdracht van DHD heeft het CBS dit onderzocht. De resultaten hiervan staan in dit rapport.

De HSMR is een indicator waarmee de sterfte in een ziekenhuis vergeleken kan worden met het landelijk gemiddelde. Op dit moment meet deze indicator alleen de sterfte die plaatsvindt in de ziekenhuizen. Wanneer ook de sterfte kort na ontslag uit een ziekenhuis wordt meegenomen in de HSMR wordt dit instrument minder afhankelijk van het ontslagbeleid van ziekenhuizen.

De meerderheid van de Nederlandse bevolking is tevreden met het leven. Het meest tevreden is men met de relatie met de partner, de woning en de woonomgeving. Mensen zijn het minst positief over de eigen financiën, maar ook hier is nog ruim twee derde tevreden mee.

In 2014 is 1,8 procent meer aan zorg uitgegeven dan het jaar ervoor. Vooral de uitgaven aan huisartsenpraktijken en welzijn en maatschappelijke diensten stegen, die aan geneesmiddelen bleven stabiel. Het aandeel van de uitgaven aan gezondheidszorg in het bruto binnenlands product (bbp) was in 2012 vrijwel gelijk aan dat in België, Frankrijk en Duitsland.

In dit rapport zijn de zorginstellingen op basis van de waarde van een groot aantal financiële kengetallen over het jaar 2013 ingedeeld in tien gelijke groepen of decielen. Door vergelijking van de waarden van een individuele zorginstelling met de grenswaarden behorende bij deze decielen kan de financiële positie van deze instelling afgezet worden tegen die van een groep van vergelijkbare instellingen (benchmark).

De meeste Nederlanders vinden dat de overheid een taak heeft bij het voorlichten van de bevolking over de schadelijkheid van roken en overgewicht. Betalen voor hulp aan mensen die willen stoppen met roken of voor begeleiding van mensen met overgewicht vinden de meesten daarentegen geen taak van de overheid.

De kwaliteit van het leven in Nederland is groot in vergelijking met andere landen in de Europese Unie. Binnen alleen de Noordwestelijke EU-landen zit Nederland in de middenmoot.

In 2014 zijn 570 mensen omgekomen door verkeersongevallen in Nederland. Na de forse daling van 12 procent in 2013, is het aantal verkeersdoden in 2014 gelijk gebleven.

Ouderen blijven steeds vaker thuis wonen. Twee derde van hen ervaart geen beperkingen in de dagelijkse handelingen. Een deel heeft daar echter moeite mee. Problemen met traplopen en het doen van zwaar huishoudelijk werk komen het meest voor. Vrouwen hebben vaker een of meer beperkingen in het dagelijks leven dan mannen. Dat blijkt uit de Gezondheidsenquête van het CBS.

De meeste ouderen in Nederland wonen zelfstandig. Een deel van hen ervaart beperkingen bij een of meer dagelijkse handelingen. Dat geldt voor een op de vijf thuiswonende 65- tot 74-jarigen, en bijna de helft van de 75-plussers.

In 2014 deed 54 procent van de Nederlanders van 12 tot 80 jaar wekelijks aan sport. Tieners en twintigers sporten het meest.

Nederland eet te weinig groente, fruit en vis.

Sinds 1 januari 2015 zijn jeugdhulpaanbieders verplicht gegevens over het jeugdhulpgebruik (inclusief persoonsgegevens zoals het burger service nummer (BSN)) aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te leverenten behoeve van de Beleidsinformatie Jeugd. Hoe is het gesteld met de privacy bij deze leveringen?

Het CBS presenteert op 8 en 9 april nieuwe cijfers over leefstijl en gezondheidsmetingen tijdens het Nederlands Congres Volksgezondheid 2015 in Rotterdam.

In 2013 is het aantal banen van werknemers in de zorg voor het eerst sinds lange tijd afgenomen vergeleken met het jaar ervoor. De daling was in bijna alle sectoren van de zorg zichtbaar. Ook in vrijwel alle beroepen liep het aantal banen terug. Alleen bij verpleegkundigen was sprake van een groei. In tegenstelling tot de daling van de werknemersbanen nam het aantal zelfstandigen in de zorg toe.

In 2009/2010 heeft het CBS in samenwerking met de GGD Hollands Noorden de suïcidecijfers over de periode 1999-2008 geanalyseerd. Op basis van de cijfers kon niet worden geconcludeerd dat het aantal suïcides onder jongeren in West-Friesland daadwerkelijk hoger is dan landelijk. Met een nieuwe analyse brengt het CBS recentere cijfers in kaart en kan een duidelijkere conclusie worden getrokken over het wel of niet verhoogde aantal suïcides in die regio.

De sterfte onder ziekenhuispatiënten is afgenomen in de periode 2007-2012. Dit blijkt uit een tijdreeks van de totale sterfte in 61 ziekenhuizen, waarbij rekening is gehouden met veranderingen in de omvang en kenmerken van de patiëntenpopulatie

In Nederland worden jaarlijks per 100 meisjes 105 jongetjes geboren. Dit `mannenoverschot` is bij jongvolwassenen nog steeds terug te zien: in Nederland zijn meer 20- tot 25-jarige mannen dan vrouwen. In de vier grootste steden van het land daarentegen is het anders. Daar wonen anno 2014 meer jonge vrouwen dan jonge mannen. In Utrecht wonen zelfs 138 jonge vrouwen op 100 jonge mannen.

Op 1 januari 2014 staat 40 procent van de Nederlandse bevolking vann 12 jaar of ouder geregistreerd in het Donorregister. Bijna een kwart van de bevolking geeft toestemming om na hun dood de organen en weefsels te gebruiken,van wie 5 procent een voorbehoud maakt voor het gebruik van bepaalde organen.

In 2014 is het groeitempo van de Nederlandse bevolking weer toegenomen. Vorig jaar kwamen er bijna 73 duizend personen bij. De immigratie is verder opgelopen tot 181 duizend, een record. Het aantal mensen dat Nederland verliet is ongeveer gelijk gebleven. Daarnaast nam het aantal geboorten voor het eerst in vijf jaar weer toe.

In 2013 overleden 141.245 mensen, hiervan stierven de meesten aan kanker en hart- en vaatziekten, namelijk 30 procent aan kanker en 27 procent aan hart- en vaatziekten. In dit jaar zijn de doodsoorzaken deels automatisch gecodeerd.

Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. De introductie van het automatisch coderen brengt verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek met zich mee. Om deze te documenteren en te analyseren is een zogenaamde ‘bridgecoding study’ verricht.

Met ingang van het statistiekjaar 2013 gebruikt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) IRIS, een softwarepakket voor het coderen en/of selecteren van de onderliggende doodsoorzaak, bij de productie van de doodsoorzakenstatistiek. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee.

Tussen 2011 en 2014 is de premie van de basisverzekering ongeveer gelijk gebleven, op ruim 1 300 euro per jaar. In 2006 was de jaarpremie nog geen 950 euro. Onlangs werd bekend dat in 2015 de gemiddelde premie van de basisverzekering weer omhoog zal gaan. De werkgeversbijdrage steeg sterk, van bijna 1 250 euro per jaar (2006) naar ruim 1 900 euro per jaar (2013). Zorgverzekeraars konden in deze jaren, ondanks de gestegen zorgkosten, hun vermogen verder opbouwen.

De uitgaven van de basisverzekering zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen, enerzijds door het stijgende gebruik van de gezondheidszorg, anderzijds omdat een deel van de zorgkosten die eerder door de AWBZ werden gefinancierd, nu uit de basisverzekering moeten worden betaald. Vanwege de toegenomen uitgaven zijn ook de premiebijdragen verhoogd. Vooral de werkgeversbijdrage is sterk gestegen, maar ook de basispremie steeg. De winst en het eigen vermogen van de verzekeringsmaatschappijen zijn de laatste jaren toegenomen.

Vergeleken met andere Europese landen liggen we in ons land niet lang in het ziekenhuis: voor een bevalling nog geen twee dagen, voor een acuut hartinfarct nog geen zes dagen. Ook telt Nederland relatief weinig rokers.

In 2013 heeft bijna de helft van de werknemers in Nederland in het afgelopen jaar ten minste één keer verzuimd wegens ziekte. Bij bijna een kwart van de werknemers die verzuimden had dit deels of hoofdzakelijk met het werk te maken.

Het aandeel mensen dat aangeeft diabetes te hebben, is flink toegenomen sinds de eeuwwisseling. Vooral diabetes type 2 komt steeds vaker voor, en dan vooral onder 55-plussers. Het hebben van overgewicht speelt hier een belangrijke rol in.

Lager opgeleiden maken in het algemeen meer gebruik van gezondheidszorg dan hoger opgeleiden. Dit heeft mede te maken met verschillen in leeftijd, geslacht, gezondheid en inkomen tussen beide groepen. Als met deze verschillen rekening wordt gehouden, dan zouden hoger opgeleiden meer zorg gebruiken.

In 2013 kregen bijna 105 duizend kinderen provinciaal gefinancierde jeugdzorg, geleverd door Bureaus Jeugdzorg en organisaties voor Jeugd en Opvoedhulp. Jongeren met jeugdzorg volgen vaker onderwijs aan speciale scholen, of onderwijs op een lager niveau dan andere kinderen in Nederland.

Bijna 950 duizend personen maakten in 2012 gebruik van langdurige zorg. Door de vergrijzing is dit aantal sterk gestegen in 2004-2012. Doordat de 65-plusbevolking harder steeg dan het aantal met langdurige zorg, is het aandeel 65-plussers dat gebruik maakt van deze zorg afgenomen.

Bijna 95 procent van de 0- t/m 4- jarige jongens en meisjes heeft volgens de ouder of verzorger het consultatiebureau bezocht. Kinderen van 0 of 1 jaar kwamen vrijwel zonder uitzondering naar het bureau. Gemiddeld waardeerden ouders en verzorgers het consultatiebureau met een dikke 7.

De kans dat vrouwen tijdens de zwangerschap of bevalling overlijden is sinds de helft van de twintigste eeuw meer dan tien keer zo klein geworden. De afname vond vooral plaats in de periode 1950-1970. Vanaf 2007 sterven minder dan tien vrouwen per jaar tijdens zwangerschap of bevalling.

Nederlanders leven steeds langer, maar niet langer in een volledig goede gezondheid. Het aantal jaren met beperkingen neemt toe. Dat zijn vooral lichte beperkingen in horen, zien en mobiliteit. Het aantal jaren met ernstiger beperkingen neemt niet toe.

CBS-reactie op een ingezonden brief naar aanleiding van het nieuwsbericht 'Bijna 3 procent van de kinderen heeft autisme of aanverwante stoornis' van 25 augustus

Autisme of een daaraan verwante stoornis komt volgens de ouders bij bijna 3 procent van de kinderen voor. Het komt twee keer zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. Jongens worden ook vaker behandeld: vier keer zo vaak als meisjes. Ruim een kwart van de kinderen met autisme heeft ook symptomen van ADHD.

Rooms-katholieken en de protestantse groeperingen zijn gelukkiger dan onkerkelijken. En degenen die éénmaal per week of vaker naar de kerk gaan zijn gelukkiger dan mensen die zelden of nooit gaan. (Auteur: Moniek Coumans)

Vanwege langdurige aandoeningen verzuimen oudere werknemers meer dan jongere. Oudere werknemers hebben vaker te maken met aandoeningen die een hoog ziekteverzuim kennen, zoals hart- en vaatziekten en rug-, nek- en gewrichtsklachten. Bij werknemers zonder langdurige aandoening verschilt het ziekteverzuim weinig naar leeftijd.

Veel Nederlanders hebben één of meer langdurige aandoeningen. Een groot deel van hen voelt zich ook niet gezond. Een ongezonde leefstijl, zoals onvoldoende lichaamsbeweging en roken, gaan vaak ook samen met een slechtere ervaren gezondheid.

Op 10 februari 2014 is bekend gemaakt dat het CBS vanaf 1 januari 2015 de verzameling en publicatie van de beleidsinformatie voor gemeenten en het Rijk gaat uitvoeren. Vandaag hebben de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie en de VNG een overeenkomst met het CBS gesloten, waarmee de eerdere afspraak formeel is bekrachtigd.

Als de ontwikkelingen rond sterfte en gezondheid van de afgelopen 30 jaar doorzetten, zullen Nederlanders tot steeds hogere leeftijd vrij zijn van lichamelijke beperkingen in horen, zien en bewegen. Ze zullen zich ook langer gezond blijven voelen.

Net als tien jaar geleden gebruikte in 2013 twee derde van de vrouwen tussen de 18 en de 45 jaar een methode om een zwangerschap te voorkomen. De meeste zijn aan de pil. Het gebruik daarvan is echter afgenomen, het spiraaltje daarentegen wint terrein.

In het eerste kwartaal van 2014 overleden 35 duizend personen. Dat zijn er 4,6 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2013 en 2,6 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2012.

In 2013 zijn de uitgaven aan zorg met 1,6 procent gestegen, een groei die lager is dan in voorgaande jaren.

In 2013 zijn 570 mensen omgekomen door verkeersongevallen in Nederland. Dat zijn er 80 minder dan het jaar ervoor, een daling van ruim 12 procent.

In 2012 ontvingen 103 duizend jongeren jeugdzorg. Dat komt neer op een aandeel van ongeveer 3 procent. Amsterdam heeft het grootste aantal jongeren in jeugdzorg, Kerkrade is echter de gemeente met het hoogste aandeel jongeren met jeugdzorg.

Nederland telde in 2012 ruim 250 duizend langdurig zieken, gehandicapten of ouderen die begeleiding nodig hadden bij het organiseren van praktische zaken in het dagelijks leven. Deze vorm van zorg zonder verblijf vanuit de AWBZ komt in de noordelijke en oostelijke provincies en in Limburg vaker voor dan elders in het land.

Eén op de drie personen van 15 jaar en ouder in Caribisch Nederland heeft de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek geen alcohol gedronken. Van de vrouwen op Caribisch Nederland heeft de helft het afgelopen jaar geen alcohol gedronken, tegenover een kwart van de mannen. Eén op de acht mannen is een overmatige drinker, tegenover één op de 30 vrouwen.

In de periode 2010-2012 gaven gemiddeld bijna 1 miljoen mensen aan het afgelopen jaar onder behandeling te zijn van een alternatieve genezer. Dit komt overeen met bijna 6 procent van de bevolking. Met name de acupuncturist wordt vaak genoemd.

Drie op de vier personen van 15 jaar en ouder in Caribisch Nederland voelen zich gezond. Zestig procent van de bevolking heeft overgewicht. Driekwart van de mensen heeft in het afgelopen jaar minimaal één keer contact gehad met de huisarts. Ruim de helft heeft de tandarts bezocht.

Het aantal kinderen dat naar een kinderdagverblijf gaat, is in 2013 voor het tweede opeenvolgende jaar afgenomen. Op 31 december 2011 zaten 322 duizend kinderen van 0 tot 4 jaar op de opvang, eind 2013 waren dat er nog 284 duizend.

Een op de tien inwoners van ons land had in 2012 ernstig overgewicht. Zij hebben veel meer dan anderen suikerziekte type 2, hoge bloeddruk, gewrichtsslijtage en hart- en vaatziekten.

Het overgrote deel van de volwassenen in ons land is tevreden met het leven in het algemeen. Ze zijn het meest positief over hun woning, het minst over de financiële situatie.

Afgelopen jaren ontvingen AWBZ-zorginstellingen een gegarandeerde vergoeding voor hun kapitaallasten van zorgvastgoed via het wettelijk budget. Tot de kapitaallasten worden rentelasten, afschrijvingen en huur gerekend. Vanaf 2012 moeten zorginstellingen integrale tarieven hanteren waarbij een vergoeding is inbegrepen voor de kapitaallasten. Het is belangrijk dat de tarieven gebaseerd worden op een reële vergoeding van de rentelasten. Op basis van de overzichten van langlopende leningen uit jaarrekeningen 2012 wordt de ontwikkeling in de afgelopen ruim twintig jaar geschetst van de werkelijke rentepercentages en rentelasten. Verder worden de gerealiseerde rentelasten vergeleken met de door de NZa vergoede rentelasten en wordt het verschil bekeken tussen de werkelijke rente en de kapitaalmarktrente.

De gemiddelde winst van medisch specialisten is in 2011 gedaald. Hiermee neemt de winst voor het tweede achtereenvolgende jaar af. De afname in die twee jaren is het grootst bij anesthesiologen en radiologen. Vergeleken met 2007, voor de invoering van een nieuw bekostigingssysteem, daalde de gemiddelde winst juist het hardst voor dermatologen en cardiologen.

Ruim 10 procent van de Nederlanders gaf in 2012 aan somber of depressief te zijn geweest en bijna 6 procent kreeg in 2011 antidepressiva verstrekt. Onder Turkse vrouwen en Marokkaanse mannen komen depressieve gevoelens veel vaker voor.

Een op de tien Nederlanders kampte in 2012 met depressieve gevoelens, bijna 6 procent van de Nederlanders kreeg in 2011 een antidepressivum. Vrouwen voelen zich vaker depressief en krijgen vaker antidepressiva dan mannen. Nederlanders van Turkse herkomst krijgen relatief vaak een antidepressivum, Nederlanders van Antilliaanse/Arubaanse herkomst juist weinig. (Auteurs: Gerard Verweij, Marieke Houben-van Herten)

Van de volwassenen zegt 84 procent in 2012 dat ze gelukkig of erg gelukkig zijn. Veel factoren hangen hiermee samen, waaronder sociale contacten. Bij sociale contacten zijn zowel de frequentie als de kwaliteit hierbij van belang.

Eind 2012 had 5,6 procent van de Nederlandse bevolking van 18 jaar of ouder een indicatie voor langdurige zorg gefinancierd vanuit de AWBZ. Dit aandeel loopt flink op met de leeftijd en verschilt per regio.

In dit rapport zijn de zorginstellingen op basis van de waarde van een groot aantal financiële kengetallen over het jaar 2012 ingedeeld in 10 gelijke groepen of decielen. Door vergelijking van de waarden van een individuele zorginstelling met de grenswaarden behorende bij deze decielen kan de financiële positie van deze instelling afgezet worden tegen die van een groep van vergelijkbare instellingen (benchmark).

De groei van de uitgaven aan gezondheidszorg vlakte in Nederland en andere OESO-landen de laatste jaren af. Het aantal artsen per duizend inwoners ligt iets onder het gemiddelde. Het aandeel dagelijkse rokers in Nederland is sterk gedaald en is in 2011 bijna gelijk aan het OESO-gemiddelde.

Onder werkenden met een medisch beroep is het aandeel 55-plussers hoger dan onder andere werkenden in de zorg. Sinds het begin van deze eeuw is de vergrijzing in de zorg sterker dan gemiddeld in andere sectoren.

Een ruime meerderheid van de bevolking draagt een bril of contactlenzen. Op oudere leeftijd ontkomt bijna niemand hieraan. Daarnaast heeft bijna een derde van de 75-plus mannen een hoorapparaat en ruim een derde van de 75-plus vrouwen een looprek, rollator of scootmobiel.

De sterfte door melanoom, een veel voorkomende vorm van huidkanker, is fors toegenomen in ons land. Vooral onder 60-plussers. Nederland behoort tot de landen met de hoogste sterfte door melanoom in de Europese Unie.

Bijna zes op de tien overlijdens heeft kanker of hart- en vaatziekten als doodsoorzaak. Bij mannen zorgt kanker al een aantal jaren voor de meeste sterfte, bij vrouwen de hart- en vaatziekten.

In 2012 hebben ruim 387.000 volwassenen van 19 jaar en ouder meegedaan aan het grootschalig vragenlijstonderzoek naar gezondheid en leefstijl

Ongeveer 15 procent van de jongeren (2 tot 25 jaar) kampt met overgewicht. Jongeren in huishoudens met een lager inkomen hebben vaker overgewicht en gaan vaker naar de huisarts dan jongeren in de hoogste inkomensgroep.

Dagbehandelingen in het ziekenhuis komen steeds vaker voor. Bij chronische darmontstekingen (onder andere de ziekte van Crohn) steeg het aantal dagbehandelingen veel sterker dan gemiddeld.

In 2010 zijn er bijna 1,5 miljoen behandeltrajecten uitgevoerd vanuit de specialistische geestelijke gezondheidszorg. Hiervan richtte 17 procent zich op stemmingsstoornissen, zoals depressie en bipolaire stoornissen. Een even zo groot deel was gericht op stoornissen die meestal in de kindertijd worden gediagnosticeerd, zoals ADHD en ontwikkelingsstoornissen zoals autisme.

Ruim zeven op de tien Nederlanders komen jaarlijks wel eens bij de huisarts en bijna acht op de tien bezoeken minstens eenmaal per jaar de tandarts.

De levensverwachting was in 2012 voor zowel mannen als vrouwen nagenoeg gelijk aan de levensverwachting in 2011. Naar verwachting zal de levensverwachting de komende jaren echter weer verder stijgen.

Het aandeel werknemers met een flexibele arbeidsrelatie is toegenomen van 12 procent (2001) tot 16 procent (2012) van de werkzame beroepsbevolking.

In 2012 bedroegen de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 92,7 miljard euro. Dit is 3,7 procent meer dan in 2011.

In 2012 kwamen in Nederland 650 mensen om in het verkeer. Dit zijn 11 slachtoffers minder dan in 2011. Vergeleken met 2006 is het aantal verkeersdoden afgenomen met 19,9 procent. Ten opzichte van 2011 vielen in 2012 vooral onder 15- tot 20-jarigen en 80-plussers minder slachtoffers.

Geluk blijkt sterker samen te hangen met gezondheid dan met leefstijl: ten opzichte van de gezondheidsfactoren dragen leefstijl- en leefstijlgerelateerde factoren weinig bij aan geluk. Voor mannen, vrouwen, jongeren en ouderen zijn er wel verschillen in het verband tussen BMI (de verhouding tussen lichaamsgewicht en -lengte) en geluk. Voor jongeren en ouderen is er ook een verschil in het verband tussen een aantal gezondheidsindicatoren en geluk. Auteurs: Jacqueline van Beuningen en Linda Moonen

Ruim anderhalf miljoen mensen in Nederland geven intensief of langdurig mantelzorg. Van deze mantelzorgers voelt 1 op de 7, ongeveer 220 duizend personen, zich tamelijk zwaar tot zwaar belast. Onder 50- tot 65-jarigen bevinden zich de meeste mantelzorgers, maar de 85-plussers geven met 24 uur per week de meeste mantelzorg.

De Nederlandse bevolking ziet voor sommige taken vaker een rol voor de overheid weggelegd dan voor andere. Vooral als het gaat om de zorg voor burgers die daar zelf minder goed toe in staat zijn, zoals arbeidsongeschikten en ouderen, wordt een grote betrokkenheid van de overheid gewenst.

Mensen zijn tijdelijk gelukkiger in de periode dat zij hun eerste kind krijgen. Na de geboorte daalt het geluksgevoel langzaam tot het na 1 tot 2 jaar na de geboorte terug is op het niveau van voor de zwangerschap.

In 2010 werd voor de zorg die onder de basisverzekering valt door verzekeraars 2 100 euro per persoon vergoed. Wanneer gecorrigeerd is voor verschillen in de leeftijdsopbouw blijkt dat personen van niet-westerse herkomst gemiddeld hogere zorgkosten hebben dan autochtonen. Deze verschillen zijn voornamelijk zichtbaar bij ziekenhuiszorg en tweedelijns geestelijke gezondheidszorg.

Voor de zorg die valt onder de basisverzekering werd door verzekeraars per persoon gemiddeld 2 100 euro vergoed in 2010. Voor vrouwen ligt dit hoger dan voor mannen. Meer dan de helft van deze kosten is voor ziekenhuiszorg.

In de laatste tien jaar overleden in Nederland gemiddeld per jaar 373 jongeren van 10 tot 20 jaar. Bijna de helft van hen overlijdt door een niet-natuurlijke dood, waarbij sterfte door een verkeersongeval het meest voor komt. Sinds de jaren 70 is het aantal overleden tieners met drie kwart afgenomen, vooral door minder dodelijke verkeersongevallen.

Bijna alle vrouwen die bevallen maken gebruik van kraamzorg. Dit is echter minder het geval bij vrouwen van niet-westerse allochtone afkomst dan bij autochtone vrouwen. Het aandeel niet-westerse allochtone vrouwen dat gebruik maakt van kraamzorg is wel toegenomen. De ondervraagde vrouwen zijn meestal heel tevreden over de ontvangen kraamzorg.

Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

In 2011 zorgde vooral een toename van het zorgvolume voor een stijging van de zorguitgaven. De volumegroei lag in 2011 hoger dan in 2010.

Ongeveer 9 op de 10 volwassenen in ons land voelen zich gelukkig. Dat geldt vooral voor mensen die samenwonen met een partner.

In de periode 2002-2011 zijn 862 kinderen van 0 tot en met 14 jaar overleden aan kanker. Twee derde van deze kinderen overleed door een hersentumor of leukemie. De sterfte aan kanker bij kinderen is in ons land naar verhouding even hoog als gemiddeld in de EU, maar wel iets hoger dan in de ons omringende landen.

In dit rapport zijn de zorginstellingen op basis van de waarde van een groot aantal financiële kengetallen over het jaar 2011 ingedeeld in 10 gelijke groepen of decielen. Door vergelijking van de waarden van een individuele zorginstelling met de grenswaarden behorende bij deze decielen kan de financiële positie van deze instelling afgezet worden tegen die van een groep van vergelijkbare instellingen (benchmark).

Het gemiddelde gewicht van mannen en vrouwen in Nederland is in twintig jaar meer toegenomen dan de gemiddelde lengte. Het aantal mensen met overgewicht is dan ook aanzienlijk hoger geworden.

Mannen uit een huishouden met een hoog inkomen leven gemiddeld ongeveer 8 jaar langer dan mannen met een gering inkomen. Bij vrouwen is dit verschil bijna 7 jaar. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs bijna 18 jaar bij zowel mannen als vrouwen.

In 2011 zijn in Nederland 165 personen door moord en doodslag om het leven gekomen. Dat zijn er 7 meer dan in 2010.

Bij de zorginstellingen groeiden de opbrengsten in 2010 en 2011 minder hard dan in de drie voorafgaande jaren. Tegelijkertijd hebben de zorginstellingen kans gezien de kosten minder hard te laten stijgen.

Nederlanders zijn over het algemeen tevreden over hun huisarts. Ouderen en mensen met een goede gezondheid geven hun huisarts doorgaans een zes of hoger als rapportcijfer. Ook over de andere zorgverleners - specialisten, tandartsen en fysiotherapeuten - bestaat algemene tevredenheid. Hun gemiddeld rapportcijfer varieerde tussen de 7,5 en 7,9.

In de periode 2001 tot en met 2009 stegen de winsten van zelfstandig werkzame medisch specialisten met gemiddeld 8,3 procent per jaar. Zelfstandige huisartsen en tandartsen maakten in deze periode gemiddeld 5,6 en 4,4 procent per jaar meer winst.

In dit artikel wordt nagegaan hoe de Nederlandse bevolking denkt over de eigen bijdrage voor een aantal zorgkosten. De resultaten laten zien dat veel mensen voorstander zijn van een eigen bijdrage wanneer de zorgkosten het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl, zoals roken en overmatig alcoholgebruik. Wanneer het gaat om de kosten van loophulpmiddelen of de anticonceptiepil, vindt meer dan de helft dat deze volledig moeten worden vergoed. Auteurs: Rianne Kloosterman en Saskia te Riele

De levensverwachting van 65-jarigen is de afgelopen dertig jaar gestegen. Ze leven niet alleen langer, maar brengen ook meer jaren in als goed ervaren gezondheid door na hun 65ste. Ook het aantal jaren zonder lichamelijke beperkingen neemt toe. Ze worden daarentegen wel langer geconfronteerd met chronische ziekten.

Terwijl de uitgaven aan langdurige zorg in het kader van de AWBZ de afgelopen jaren steeds toenamen, bleven de inkomsten achter. In 2011 kwam het tekort uit op 3,3 miljard euro. Het was het derde jaar op rij dat het tekort meer dan 3 miljard euro bedroeg.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD Nederland) zijn een samenwerking gestart. Met als doel: één gezondheidsmonitor met vergelijkbare gegevens op landelijk, regionaal, en lokaal niveau. Gemeenten, provincies en rijk krijgen zo inzicht in de gezondheid en gezondheidsbeleving van de burgers.

In 2011 hebben 1 647 inwoners van Nederland een einde aan hun leven gemaakt. Dat zijn er 47 meer dan een jaar eerder.

In 2011 kreeg 48 procent van de werknemers in de zorgsector te maken met agressie op het werk. Voor alle werknemers samen was dit 33 procent.

Bij bijna zes op de tien sterfgevallen van 2010 is er een medische beslissing genomen rond het overlijden. In 2,8 procent van alle gevallen was er sprake van euthanasie.

In de afgelopen dertig jaar is het aandeel mensen met overgewicht in Nederland toegenomen, zowel bij volwassenen als bij 4- tot 20-jarigen.

Van de 75-plussers heeft ruim een kwart grote moeite met één of meer alledaagse handelingen, zoals traplopen of aan- en uitkleden. Daarbij zijn vrouwen vaker beperkt dan mannen. Ook langdurige aandoeningen komen meer voor bij de ouderen.

Vanaf 2013 wordt het toetsingsinkomen voor de eigen bijdragen voor AWBZ-zorg en Wmo verhoogd met een extra bijtelling van inkomen uit het vermogen dat de grondslag vormt voor het inkomen uit sparen en beleggen in de inkomstenbelasting. In dit artikel wordt beschreven wat de eigen bijdragen geweest zouden zijn in 2009 (Zorg met verblijf) en 2010 (Zorg zonder verblijf en Wmo) indien voor die jaren een bijtelling van 4 procent zou zijn toegepast. Daarnaast is ook het effect berekend van een verdere verhoging van de vermogensinkomensbijtelling naar 8 procent.

Personen die zijn gaan werken zijn vaker tevreden met hun leven dan in de jaren daarvoor. Hetzelfde geldt de eerste jaren voor mensen die met pensioen gegaan zijn.

Het CBS zal in het najaar van 2012 een nieuwe reeks starten over het aantal onverzekerden tegen ziektekosten naar verschillende achtergrondkenmerken, nadat onlangs is gebleken dat de beschikbare registraties met niet-verzekeringsplichtigen onvolledig waren.

In 2011 bedroegen de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 90,0 miljard euro. Dit is 3,2 procent meer dan in 2010. In de periode 2004-2008 stegen de uitgaven aan zorg steeds sneller, tot 6,8 procent in 2008.

Experimenteren met roken, alcohol en drugs hoort bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Daarnaast is onvoldoende lichaamsbeweging en overgewicht een toenemend probleem bij Nederlandse jongeren. De vraag is welke invloed deze ongezonde leefgewoonten hebben op de verdere levensloop van jongeren. Dit artikel geeft een indicatie dat dagelijks roken en onvoldoende beweging gepaard gaan met een minder succesvolle onderwijsloopbaan. Auteurs: Henk-Jan Dirven en Francis van der Mooren

Dit rapport geeft een beschrijving en een analyse van de resultaten van een aangepaste methode voor het meten van de prijs en het volume (‘hoeveelheid’) geleverde zorg in de verpleging en verzorging. Deze methode wordt nu gebruikt in de Nationale Rekeningen en in de Zorgrekeningen.

In 1995 kwamen meer mannen dan vrouwen in het ziekenhuis terecht voor chronische longziekten (COPD). Sindsdien is dit verschil geleidelijk afgenomen en inmiddels verdwenen.

In 2011 kwamen 661 mensen om in het verkeer. Dit is 3,3 procent meer dan de 640 doden in 2010.

Ruim de helft van de volwassen Nederlandse bevolking geeft aan bij overlijden hun organen te willen afstaan. Bijna twee derde zou een orgaan willen ontvangen indien zij dit nodig zouden hebben. Levensovertuiging en leeftijd spelen een belangrijke rol hierbij.

Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2012

In 2010 zat op een doorsnee dag bijna de helft van de 75-plussers thuis. Vooral lichamelijke beperkingen verhinderden hen om het huis uit te gaan.

De levensverwachting van hoogopgeleide mensen is 6 à 7 jaar hoger dan die van laagopgeleiden. Hoogopgeleiden leven ook veel langer in goede gezondheid dan laagopgeleiden. In de afgelopen 10 jaar zijn deze verschillen tamelijk constant gebleven.

Dit rapport schetst de ontwikkeling in 1987-2010 van de werkelijke rentepercentages en rentelasten van AWBZ-zorginstellingen. Verder worden de gerealiseerde rentelasten vergeleken met de door de NZa vergoede rentelasten en wordt het verschil bekeken tussen de werkelijke rente en de kapitaalmarktrente.

In dit rapport wordt de financiële positie van zorginstellingen afgezet tegen die van een groep van vergelijkbare instellingen (benchmark). Tevens is een analyse gemaakt van de ontwikkeling van de rentabiliteit, het weerstandsvermogen en de solvabiliteit van zorginstellingen over de jaren 2007 tot en met 2010.

De gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gingen, is in 2011 opgelopen tot ruim 63 jaar.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Subjectief welzijn, in termen van geluk en tevredenheid met het leven, is gerelateerd aan verschillende factoren die betrekking hebben op de kwaliteit van leven. De ervaren gezondheid is het meest van belang. Maar ook regelmatig op vakantie gaan, een partner, contact met familieleden en het wonen in een buurt waar mensen prettig met elkaar omgaan, gaan gepaard met meer welzijn. Onveiligheidsgevoelens hangen negatief samen met geluk en de tevredenheid met het leven. Auteurs: Jacqueline van Beuningen en Rianne Kloosterman

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2011. Hoe lager het inkomen of het vermogen, hoe meer mensen zorg zonder verblijf (voorheen thuiszorg) krijgen. Dat geldt met name voor het ontvangen van huishoudelijke hulp. Inkomen en vermogen zijn onafhankelijk van elkaar gerelateerd aan zorg zonder verblijf. Tevens is er sprake van een interactie tussen inkomen en vermogen ten aanzien van zorg zonder verblijf. De combinatie resulteert in effecten die op onderdelen fors groter zijn dan de som van de effecten van inkomen en vermogen afzonderlijk. Zo is er een verhoogde kans op zorg zonder verblijf bij ouderen met een laag inkomen én een laag vermogen. In de beschrijving van verschillen in het krijgen van zorg zonder verblijf heeft de samenvoeging van inkomen en vermogen tot één welvaartsindicator daarom zeker een toegevoegde waarde naast het gebruik van inkomen of vermogen als aparte indicatoren. Auteurs: Marleen Wingen, Mirthe Bronsveld-de Groot, Anton Kunst en Ferdy Otten

Mannen roken vaker dan vrouwen, dat geldt voor bijna alle landen. Verder is tussen 1999 en 2009 het aandeel dagelijkse rokers bijna overal gedaald.

Het aandeel 50-plussers onder verpleegkundigen werkzaam in de gezondheidszorg is sterk gestegen.

In 2010 overleden 50 inwoners van Nederland aan de gevolgen van aids, 41 mannen en 9 vrouwen. De sterfte aan aids is de laatste vijf jaar stabiel.

Op 31 december 2009 waren er 900 transseksuelen in Nederland die een geslachtsverandering hebben ondergaan en deze in de periode 1995-2009 bij de rechtbank hebben vastgelegd. Van hen maakten er 850 deel uit van de bevolking van 15 tot 65 jaar (potentiële beroepsbevolking).

In augustus 2011 zijn 825 duizend arbeidsongeschiktheidsuitkeringen verstrekt. Dat zijn er 3 duizend minder dan een jaar eerder.

Het aandeel Nederlanders met ernstig overgewicht verdubbelde in 20 jaar tijd, maar is wel lager dan gemiddeld in de OESO-landen. De uitgaven aan gezondheidszorg zijn echter in ons land hoger dan gemiddeld in de OESO.

Tussen 2000 en 2010 is de levensverwachting van pasgeborenen sterk toegenomen. Deze steeg voor mannen van 75,5 tot 78,8 jaar en voor vrouwen van 80,6 tot 82,7 jaar.

Tussen 2007 en 2010 is het aandeel werknemers met burn-outklachten toegenomen. Hoogopgeleiden voelen zich iets vaker opgebrand dan lager opgeleiden.

Het ziekteverzuim van werknemers in Nederland kwam in het tweede kwartaal van 2011 uit op 4,1 procent.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Sociale samenhang gaat samen met geluk en tevredenheid. Vooral mensen die meer contact hebben met familie, maandelijks deelnemen aan verenigingsactiviteiten en in een buurt wonen waar de sfeer goed is, geven relatief vaak aan dat ze gelukkig zijn. Ook frequent contact met vrienden of buren en vrienden in de buurt zijn van belang voor het ervaren van geluk en tevredenheid met het eigen leven. Tot slot blijken mensen die zich inzetten als vrijwilliger doorgaans gelukkiger en tevredener met hun leven dan mensen die dit niet doen. Auteurs: Godelief Mars en Hans Schmeets

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit. De meeste Nederlanders ondersteunen dit principe. Zij zijn van mening dat ouderen, mensen met een niet zo goede gezondheid en mensen die erfelijk belast zijn geen hogere zorgpremie zouden moeten betalen. Mensen met een ongezonde leefstijl kunnen op minder solidariteit rekenen: hun premie zou volgens ruim de helft hoger moeten zijn. Daarnaast zouden lage inkomens minder en hoge inkomens meer zorgpremie moeten betalen. Mensen blijken vooral solidair met groepen waartoe zij zelf behoren. Zo vinden vooral niet-rokers dat mensen die roken meer premiezouden moeten betalen. Auteur: Rianne Kloosterman

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2011. Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking kan bij buurtgenoten terecht voor praktische hulp. Minder vaak is er een steun en toeverlaat in de buurt: ruim de helft kan na een droevige gebeurtenis bij buren terecht. Een vergelijkbaar deel is van de partij als er een buurtactiviteit plaatsvindt. Het aandeel dat dergelijke activiteiten helpt organiseren is met een kleine 20 procent een stuk kleiner. Verder is ruim een vijfde wel eens als vrijwilliger actief geweest in de buurt. De oudere en middelbare leeftijdsgroepen, autochtonen en mensen in niet-stedelijke buurten hebben naar verhouding de meeste binding met hun buurt en buurtgenoten. Auteurs: Rianne Kloosterman, Karolijne van der Houwen en Saskia te Riele

Ruim de helft van de Nederlanders vindt dat rokers en mensen die veel alcohol drinken een hogere premie voor de zorgverzekering zouden moeten betalen.

Het aandeel Nederlanders dat medicijnen zonder recept gebruikt is in 2010 net zo hoog als het aandeel dat medicijnen wel via een recept verkreeg.

De kwaliteit van leven in Nederland is hoog in vergelijking met andere Europese landen. Maar onze welvaart lijkt op termijn niet zonder meer houdbaar te zijn

In Nederland laten veel vrouwen zich preventief onderzoeken op baarmoederhals- en borstkanker. Vaak doen zij dit naar aanleiding van een oproep voor een bevolkingsonderzoek. Van de mannen van 40 jaar of ouder laat een kwart zich testen op risico op prostaatkanker.

Het merendeel van de Nederlanders beoordeelt zijn gezondheid als goed of zeer goed. Vrouwen en ouderen voelen zich minder vaak gezond. De gezondheidsbeleving hangt ook af van het aantal langdurige aandoeningen dat iemand heeft.

In 2010 hebben 1600 inwoners van Nederland een einde aan hun leven gemaakt. Hiermee steeg het aantal zelfdodingen voor het derde achtereenvolgende jaar. Zelfdoding concentreert zich in toenemende mate in de middelbare leeftijdsgroep. Voor 15- tot 30-jarigen is het echter de belangrijkste doodsoorzaak.

Allochtonen van de eerste generatie krijgen naar verhouding vaker een geneesmiddel tegen diabetes verstrekt dan autochtonen. Bij de tweede generatie allochtonen is dat verschil verdwenen. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Daaruit komt ook naar voren dat ruim zeven op de tien Nederlanders in 2009 ten minste één geneesmiddel verstrekt kregen.

Een op de tien volwassenen in Nederland is linkshandig. Iets meer mannen dan vrouwen gebruiken bij voorkeur hun linkerhand.

In de afgelopen tien jaar groeide het aantal banen in de zorg met 385 duizend. Het totaal aantal banen in Nederland nam toe met 515 duizend.

Het aantal ouderen groeit snel, maar het aantal ouderen in een verzorgings- of verpleeghuis daalt.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Onder personen met een lager vermogen of inkomen is het aandeel dat naar de huisarts gaat groter dan onder personen met een hoger vermogen of inkomen. Hoe lager het inkomen of het vermogen, hoe groter bovendien de kans op de diagnose psychische problemen, problemen met de luchtwegen of diabetes mellitus. De combinatie van inkomen en vermogen tot een welvaartsindicator laat eenzelfde beeld zien als vermogen en inkomen afzonderlijk. Bij de diagnose psychische problemen is er bovendien een sterke interactie tussen inkomen en vermogen. Auteurs: Marleen Wingen, Marije Berger-Van Sijl, Anton Kunst en Ferdy Otten

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Voor bevolkingsprognoses maakt het CBS onder meer gebruik van gegevens over de sterfte naar doodsoorzaak. In de voorgaande prognoses werden vanaf 80-jarige leeftijd geen doodsoorzaken meer onderscheiden, omdat de codering ervan weinig valide werd geacht. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de leeftijd waarboven het onderscheiden van (specifieke) doodsoorzaken voor bevolkingsprognoses niet meer zinvol is. Daartoe zijn tijdreeksen opgesteld voor onvoldoende specifieke codes (‘verlegenheidscodes’) bij de groepen overledenen tot en vanaf 80 jaar. De hiervoor gebruikte lijst met verlegenheidscodes volgens Mathers et al. bevat code I50.9 (decompensatio cordis), waarvan we menen dat deze in Nederland niet als verlegenheidscode hoeft te worden aangemerkt. De resultaten worden daarom met en zonder I50.9 als verlegenheidscode gepresenteerd. Aan de hand van WHO-kwaliteitscriteria wordt geconcludeerd dat het optrekken van de leeftijdsgrens voor het onderscheiden van doodsoorzaken voor bevolkingsprognoses naar 85 jaar, en mogelijk zelfs tot 90 jaar, verantwoord is. Auteurs: Peter Harteloh en Kim de Bruin

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2011. Als onderdeel van de bevolkingsprognose publiceert het CBS om het jaar een langetermijnprognose voor de sterftekansen en de levensverwachting. De nieuwste update van deze prognose is 17 december 2010 verschenen. Het model voor de sterfteprognose maakt onderscheid tussen sterfte aan een aantal belangrijke doodsoorzaken. Ten opzichte van de prognose uit 2008 zijn er een aantal veranderingen in het model doorgevoerd. Er wordt in meer detail naar doodsoorzaken onderscheiden en dit onderscheid wordt tot hogere leeftijden gebruikt. Volgens de nieuwe prognose stijgt de periode-levensverwachting bij geboorte voor mannen tot 84,5 jaar in 2060 en voor vrouwen tot 87,4 jaar. De vorige prognose keek vooruit tot 2050. Voor dat jaar geeft de nieuwe prognose een bijstelling van de levensverwachting voor mannen met 0,5 jaar en voor vrouwen met 1,0 jaar. Volgens de nieuwe prognose zullen de mannen die in 1960 geboren werden een (cohort-)levensverwachting van 79 jaar hebben en zullen de vrouwen met dat geboortejaar gemiddeld 83 worden. Auteurs: Coen van Duin, Gwen de Jong, Lenny Stoeldraaijer en Joop Garssen

Voor de OECD Health Database en de OESO-publicatie van Health at a Glance 2011 heeft het CBS cijfers aangeleverd, die volgens een nieuwe methodiek berekend zijn. Deze nieuwe, voorlopige cijfers van het CBS wijken hierdoor sterk af van de in het verleden door de OESO gepubliceerde cijfers. In deze notitie worden de nieuwe cijfers gepresenteerd en toegelicht, en vervolgens vergeleken met de in het verleden gepubliceerde cijfers.

In 2010 ondervond 15 procent van de werknemers minstens één keer per week hinder bij het uitvoeren van het werk door onnodige administratie. Ook zien veel werknemers slecht functionerende collega’s als een belemmering.

Sinds 2003 daalt het aantal meerlinggeboorten in Nederland. Doordat er de laatste jaren vaak maar 1 eicel wordt teruggeplaatst bij in-vitrofertilisatie is het aantal tweelingen fors afgenomen.

In 2010 waren de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 87,6 miljard euro. Dit is 3,6 procent meer dan in 2009.

De gezondheidstoestand en leefstijl van mensen in aandachtswijken is minder goed dan daar buiten. De geestelijke gezondheid en de ervaren gezondheid verbeterden er de laatste jaren echter wel en het aandeel rokers nam af.

In 2010 zijn in Nederland 184 duizend kinderen geboren. Drie kwart van de bevallingen vond in een ziekenhuis plaats, een kwart thuis.

Op 18 april hebben het CBS en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een bericht uitgebracht over het aantal dodelijke verkeersslachtoffers in Nederland in 2010.

In 2010 vielen in Nederland 640 doden in het verkeer. Dit is 11 procent minder dan de 720 doden in 2009.

Op 1 mei 2010 waren 136 duizend inwoners van Nederland niet verzekerd tegen ziektekosten. Dit is 10 procent minder dan een jaar eerder.

Ruim twee derde van de jongeren beweegt te weinig, rookt, drinkt overmatig of gebruikt cannabis.

Chronische aandoeningen komen bij vrouwen vaker voor dan bij mannen. Ruim de helft van de vrouwen heeft een chronische aandoening, meer dan een kwart zelfs meerdere.

Nederlanders woonden in 2008 op gemiddeld 0,9 kilometer van de dichtstbijzijnde huisarts. Binnen een afstand van één kilometer kunnen Nederlanders uit gemiddeld bijna twee praktijken kiezen. Binnen drie kilometer loopt dit op tot ruim tien.

Het risico om door kanker te overlijden daalt. Mannen hadden in 2010 circa 14 procent minder kans om door kanker te sterven dan in 2000; bij vrouwen daalt het sterfterisico met circa 5 procent minder snel.

De omzet van instellingen voor maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO) is sinds 2006 met gemiddeld 12 procent per jaar gestegen tot ruim 630 miljoen euro in 2009. De belangrijkste inkomstenbronnen van deze MO/VO-instellingen zijn gemeentelijke subsidies en het AWBZ-budget voor beschermd wonen en begeleiding.

Aan de hand van gegevens uit de continue Gezondheidsenquête (GE) en de gezondheidsmodule van het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn in dit artikel voor de periode 1981–2009 trendmatige ontwikkelingen in het gebruik van enkele gezondheidszorgvoorzieningen, een aantal gezondheidsindicatoren en enkele leefstijlkenmerken beschreven. Hierbij is tevens bekeken wat de invloed van de veroudering van de Nederlandse bevolking op deze ontwikkelingen is geweest.

Werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg vinden hun werk fysiek en psychisch zwaar. Desondanks zijn ze meer dan gemiddeld tevreden met hun werk.

De afgelopen 30 jaar is het gebruik van een aantal gezondheidszorgvoorzieningen duidelijk toegenomen.

In de periode 2001–2009 had gemiddeld 14 procent van de volwassen Nederlanders psychische klachten. Psychische problemen komen het meest voor onder vrouwen, 75-plussers en laagopgeleiden.

Het CBS verzamelt informatie over geestelijke ongezondheid. Zij doet dit met behulp van de gezondheidsenquête die deel uitmaakt van het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS). Sinds 2001 zijn in deze enquête vragen opgenomen waarmee de Mental Health Inventory 5 (MHI-5) kan worden berekend, die een indicatie geeft hoe het is gesteld met de geestelijke gezondheid. Op basis van deze resultaten wordt aan de hand van verschillende demografische, geografische, sociaaleconomische en leefstijlkenmerken een beeld geschetst van de spreiding van geestelijke ongezondheid onder de volwassen Nederlandse bevolking. Op 19 januari 2011 is een nieuwe versie van dit rapport verschenen. In figuren 9 en 10 op pagina 17 stonden 'Totaal' en 'Mannen' fout weergegeven in de legenda. In de nieuwe versie is deze fout hersteld. Op 4 juli 2014 is van dit rapport nogmaals een nieuwe versie verschenen, i.v.m. een aanpassing in de toelichting in paragraaf 3.1 op pagina 8.

Net als in 2008 groeide de omzet van zorginstellingen in 2009 sterk, ondanks de recessie waarin Nederland verkeerde. Ook de winst is fors gestegen.

Ongeveer 400 duizend Nederlanders zijn bloeddonor. Dat is 4 procent van de 18- tot 70-jarigen, de leeftijdsgroep die donor mag zijn.

Ongeveer negen op de tien 75-plussers hadden in 2008 minstens eenmaal contact met de eigen huisarts.

Een evaluatie van bestaande statistieken over gezonde levensverwachting. Op 23 maart 2011 is een herziene versie van dit rapport uitgebracht. De correctie betreft de titel en de labels in figuur 1 op pagina 13.

Het aandeel gelukkige en tevreden mensen onder degenen die net gescheiden zijn of een partner hebben verloren, is fors lager dan gemiddeld. Toch blijkt het aandeel gelukkigen onder mensen die minstens 5 jaar geleden verweduwden, scheidden of trouwden, weer dicht bij het gemiddelde te liggen

Onder cannabisgebruikers is het aandeel dat een minder goede geestelijke gezondheid heeft twee keer zo groot als onder deniet- gebruikers. In de periode 2007/2009 heeft ruim 4 procent van de 15- tot 65-jarigen recent geblowd.

Een op de tien personen van 15 tot 65 jaar zorgt voor een langdurig ziek of hulpbehoevend familielid. Meestal gaat het om een ouder.

In dit artikel wordt eerst ingegaan op de belangrijkste wijzigingen in het zorgstelsel. Daarna wordt gekeken naar de totale kosten en worden deze verdeeld naar type financiering. Vervolgens wordt een analyse gemaakt van de lastenverdeling tussen de verschillende actoren. Tenslotte wordt aandacht besteed aan de situatie in een aantal andere landen.

Mensen met beroepen van elementair of lager niveau voelen zich ongezonder dan mensen met een beroep op hoger niveau.

In 2008 werden Marokkanen in vergelijking met andere herkomstgroepen het minst in het ziekenhuis opgenomen voor kanker en hart- en vaatziekten. De meeste opnamen voor hart- en vaatziekten deden zich voor bij Turken, gevolgd door Surinamers.

Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal 2010

Het aandeel autobestuurders onder de verkeersdoden is bij 18- tot 25-jarigen hoger dan bij 25-plussers. Bovendien volgt de sterfte onder de jonge bestuurder vaak op een botsing tegen een boom, vangrail of paal.

In 2009 waren de uitgaven aan de zorg, gezondheids- en welzijnszorg tezamen, 83,8 miljard euro.

Gemiddeld drinken Nederlanders van 12 jaar of ouder 1 glas alcohol per dag. Dit is inclusief de Nederlanders die nooit alcohol drinken.

In 2009 kwamen 720 mensen om in het Nederlandse verkeer.

Dit rapport schetst de ontwikkelingen van 1986-2007 van de werkelijke rentepercentages en rentelasten van AWBZ-zorginstellingen. Verder worden de gerealiseerde rentelasten vergeleken met de door de NZa vergoede rentelasten en wordt het verschil bekeken tussen de werkelijke rente en de kapitaalmarktrente.

Op 1 mei 2009 waren 152 duizend inwoners van Nederland niet verzekerd tegen ziektekosten. Dat is bijna evenveel als een jaar eerder.

Niet-vermogende ouderen zijn ongezonder dan ouderen met een groter vermogen. Bijna de helft van de 50- tot 80-jarigen met een laag vermogen gaf in 2006-2008 aan hun gezondheid als minder dan goed te ervaren. Bij de ouderen met een hoog vermogen was dat maar bij een op de vijf het geval.

Demos, jaargang 26 / 2010, nummer 1, pp. 2-5.

In 2009 had 4 procent van de Nederlanders diabetes. Onder hen bevinden zich meer ouderen, meer mannen en meer mensen met overgewicht dan onder niet-diabetici.

Nederlanders boeken de laatste jaren nauwelijks winst bij het streven naar een gezondere leefstijl.

Het aantal operaties dat in dagopname is verricht, is in de periode 1995 – 2007 sterk toegenomen. Daarnaast worden steeds meer operaties via een kijkoperatie uitgevoerd.

Het aandeel mensen met een minder goede psychische gezondheid is afgenomen tot 9 procent in 2008. Dat is vooral toe te schrijven aan vrouwen.

Sinds 2001 is vooral het aandeel mensen dat last heeft van moeheid toegenomen. Jongeren klagen het meest over moeheid, ouderen het meest over pijn in spieren of gewrichten.

De afgelopen 15 jaar is het totale aantal dagopnamen in het ziekenhuis zeer sterk gestegen. Bij het aantal opnamen met minstens één overnachting, de klinische opnamen, was dit niet het geval.

De arbeidsproductiviteit in de ouderenzorg nam tussen 2001 en 2007 met gemiddeld 1,4 procent per jaar toe. De groei van de arbeidsproductiviteit is volledig gerealiseerd na 2004 toen de groei van het arbeidsvolume achterbleef bij die van het zorgvolume.

TSG (Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen), uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten. Jaargang 88 2010, nummer 1, pp. 17-24.

In de periode 2006-2008 hadden 4 op de 10 personen last van verkoudheid, griep, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking. Het vóórkomen van deze infectieziekten is duidelijk seizoensgebonden.

Vwo-leerlingen die te maken hebben gehad met een of meer ziekenhuisopnamen, hebben een grotere kans de middelbare school zonder diploma te verlaten dan vwo’ers die niet in het ziekenhuis werden opgenomen.  Bij alle andere (middelbare) schoolsoorten hadden ziekenhuisopnamen geen invloed.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Hoogopgeleide mensen leven bijna 7 jaar langer dan laagopgeleiden. Dit verschil is in de periode 1997/2000–2005/2008 even groot gebleven. Ook leven hoogopgeleiden langer in goede gezondheid. De verschillen in gezonde levensverwachting tussen mensen met verschillende opleidingsniveaus zijn groter dan de verschillen in de totale levensverwachting. In de periode 1997/2000– 2005/2008 zijn de gezonde levensverwachtingen voor de verschillende opleidingsniveaus nauwelijks veranderd. Ook zijn de verschillen tussen de hoog- en laagopgeleiden ongeveer gelijk gebleven. Auteur: Jan-Willem Bruggink

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009. Gezondheid hangt samen met de positie die mensen innemen op de sociale ladder. Ongezonde mensen hebben een lagere sociaaleconomische status dan gezonde mensen. In dit artikel gaan we na of ziekenhuisopnamegedurende de schoolloopbaan de kans op voortijdig schoolverlaten vergroot. Hiervoor koppelen we de schoolloopbaangegevens van het VOCL’93 aan registratieve data over ziekenhuisopnamen uit de LMR. Uit de analyses blijkt dat er alleen bij vwo-leerlingen sprake is van een vergrote kans op voortijdig schoolverlaten ten gevolge van een ziekenhuisopname. Auteurs: Tanja Traag, Mirjam van Heesch, Hans Bosma en Ferdy Otten

Mensen uit een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens leven gemiddeld ongeveer 5 jaar korter dan mensen met een hoger inkomen. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs 14 jaar.

Mensen met een gezonde leefstijl zijn gelukkiger en tevredener met hun leven dan anderen.

Op 1 september 2009 waren er 304 duizend wanbetalers voor de Zorgverzekeringswet, een stijging van 60 procent ten opzichte van de eerste meting van het aantal wanbetalers eind 2006. Toen lag het aantal wanbetalers nog op 190 duizend personen

Deze paper over de relatie tussen leefstijl en welzijn is geschreven voor de OESO-conferentie '3rd OECD World Forum' dat werd gehouden van 27 tot en met 30 oktober 2009 in Busan, Zuid-Korea.

De financiële positie van zorginstellingen is zwak in vergelijking met onderwijsinstellingen en bedrijven in de commerciële dienstverlening. Deze situatie is de laatste jaren nauwelijks verbeterd.

Chronische ziektes komen vaak tegelijk voor met andere langdurige aandoeningen, zeker op hogere leeftijd. Mensen met chronische gewrichtsontsteking hebben zelfs bijna altijd nog minstens één andere langdurige ziekte.

Niet alleen mensen met ernstig overgewicht maar ook mensen met ondergewicht zijn depressiever dan mensen met een normaal gewicht.

De perinatale sterfte vindt in ruim 40 procent van de gevallen plaats bij zwangerschapsduren van minder dan 28 weken. Verder liggen de perinatale en de zuigelingensterftecijfers bij niet-westerse allochtonen tot twee keer hoger dan bij autochtonen. Ook ligt de sterfte onder kinderen geboren uit eerstegeneratieallochtonen hoger dan onder kinderen van tweede generatie allochtone moeders en autochtone moeders.

In de periode 2004–2005 was de perinatale sterfte bij kinderen van eerste generatie niet-westerse allochtone moeders ruim de helft hoger dan bij kinderen van autochtone moeders. Het hoogst was de perinatale sterfte, maar ook de zuigelingensterfte, bij kinderen van Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse moeders.

In 2008 zijn er meer vrouwen aan borstkanker overleden dan in 2007. Bij vrouwen van 35 tot 50 jaar is deze ziekte zelfs de meest voorkomende doodsoorzaak.

De apotheken in Nederland maakten in 2007 minder winst. Het bedrijfsresultaat van de apotheken gezamenlijk daalde van 385 miljoen euro in 2006 naar 361 miljoen euro in 2007. Deze winstdaling van ruim 6 procent komt doordat in 2007 de lasten harder zijn gestegen dan de opbrengsten.

In 2006 stierven 187 op de 100 duizend inwoners in Nederland aan kanker.

Mannen en vrouwen worden steeds ouder. Maar lang niet iedereen brengt die extra levensjaren ook in een goede gezondheid door.

Ruim zes op de tien Nederlanders wonen binnen een straal van 5 kilometer van een ziekenhuis. Inwoners van de Randstad hebben de grootste keuze uit ziekenhuizen.

Onderzoek heeft geleid tot een aanzienlijke neerwaartse bijstelling van de eerder gepubliceerde aantallen onverzekerden tegen ziektekosten over 2006 en 2007. Ook het voorlopige cijfer over 2008 is lager uitgevallen (circa 20 duizend).

In 2008 zijn 176 personen door moord of doodslag om het leven gekomen. Dat zijn er 12 meer dan in 2007. De toename betreft alleen mannen. Het aantal omgebrachte vrouwen is de afgelopen drie jaar juist gedaald.

In 2008 gebruikten ouderen het merendeel van de medische hulpmiddelen. Van 2001 tot 2005 groeide het aandeel mensen met een hulpmiddel nog. Ondanks de toenemende vergrijzing steeg dit aandeel vanaf 2005 niet verder.

Door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 lijden meer instellingen in de ouderen- en thuiszorg verlies. Dat geldt vooral voor instellingen die huishoudelijke hulp leveren

Ziekenhuisopnamen voor huidkanker nemen sterk toe.

Nederlandse gemeenten verwachten dit jaar bijna 2,6 miljard euro uit te geven aan huishoudelijke hulp en individuele mobiliteitsvoorzieningen zoals voorzien in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Hoe lager het inkomen of de opleiding is, hoe meer 50-plussers gebruik maken van zorg zonder verblijf, voorheen thuiszorg genoemd. Dit verschil geldt ook voor ziekenhuisopnamen, maar minder sterk.

Voor de meeste mensen is de huisartsenpraktijk dichtbij. De afstand over de weg naar een huisartsenpost is groter.

In 2008 waren de uitgaven aan de zorg, gezondheids- en welzijnszorg tezamen, 79 miljard euro, 6,2 procent meer dan in 2007.

Eind 2008 gaven ruim één miljoen werknemers aan zich zorgen te maken over het behoud van hun baan.

Eind 2008 waren er 280 duizend wanbetalers voor de Zorgverzekeringswet, een stijging van 16 procent ten opzichte van eind 2007.

In 2008 kwamen 750 mensen om in het Nederlandse verkeer.

Op 1 mei 2008 waren 171 duizend inwoners van Nederland niet verzekerd tegen ziektekosten.

Van de personen van 50 tot 80 jaar met een levenspartner, heeft ruim 8 procent een slechte fysieke en psychische gezondheid. Dat is veel minder dan bij gescheiden, verweduwde of nooit gehuwde 50- tot 80-jarigen.

Het aandeel inwoners van Nederland met suikerziekte is gestegen van bijna 3 procent in 2001/2002 naar 4 procent in 2007/2008.

Nederlanders zijn het afgelopen jaar nauwelijks gezonder gaan leven. In het streven naar vermindering van roken, alcoholgebruik en overgewicht, en vermeerdering van lichaamsbeweging is weinig tot geen vooruitgang geboekt.

Het aantal ziekenhuisopnamen vanwege een longontsteking of acute bronchitis is in de periode 1981–2005 verdubbeld. Bij longontsteking gold de toename vooral ouderen (65-plus), terwijl de toename voor acute bronchitis vooral 0-jarigen betreft.

In de periode 1972-2006 daalden het aantal bedden en het aantal verpleegdagen in de algemene en academische ziekenhuizen flink. Tegelijkertijd steeg het aantal ziekenhuisopnamen en nam het behandelend en verplegend personeel toe.

Op 12 februari 2009 vond bij het CBS het symposium “Gezonde Tijdreeksen” plaats. Dit symposium stond in het teken van het beschikbaar komen van lange tijdreeksen voor gezonde levensverwachting en ziekenhuisopnamen naar diagnose. Ook is een toelichting gegeven op enkele andere aangevulde of herziende lange tijdreeksen op het terrein van gezondheid en zorg die bij het CBS beschikbaar zijn.

In de jaren 2005–2008 vond 29 procent van de bevallingen in Nederland thuis plaats. Dat aandeel lag in de periode 1997–2000 nog op 35 procent.

Niet alleen leven Nederlanders steeds langer, ze leven ook meer jaren zonder lichamelijke beperkingen.

In 2008 overleden voor het eerst meer mensen aan kanker dan aan hart- en vaatziekten. Dit komt doordat de sterftecijfers voor kanker veel langzamer dalen dan die voor hart- en vaatziekten.

Inmiddels hebben ruim 800 duizend volwassen Nederlanders van 20 jaar en ouder, ofwel 6,6 procent van de bevolking, een of meer tandimplantaten.

Steeds meer mensen maken gebruik van geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In de jaren 2000–2007 nam het volume van de GGZ met gemiddeld 6,4 procent per jaar toe.

In 2007 had een op de vijf ouderen van 55-80 jaar een of meer lichamelijke beperkingen. Moeite met bewegen komt het meest voor.

Het CBS publiceert (arbeids-)productiviteitscijfers op basis van een aantal verschillende definities. Verschillende definities kunnen tot verschillende uitkomsten en conclusies leiden. Dit rapport brengt advies uit met betrekking tot de keuze voor een bepaalde (arbeids-) productiviteitsmaatstaf. De overwegingen die een rol spelen bij dit advies worden geïllustreerd met voorbeelden uit de bedrijfsklasse gezondheids -en welzijnszorg.

In Nederland is 1 van de 5 kinderen van 4 tot 12 jaar langdurig ziek. Astma en chronische bronchitis komen het vaakst voor.

In 2007 zijn in Nederland 66 personen overleden aan aids. Sinds 1983 zijn in ons land 4 344 mensen overleden aan aids.

Hoogopgeleide mensen leven 6 tot 7 jaar langer dan laagopgeleide mensen. Het verschil in het aantal levensjaren waarin mensen de gezondheid als goed ervaren, bedraagt zelfs 16 tot 19 jaar.

Het aantal werknemers dat voor korte of lange tijd mantelzorg verleent was in 2007 nagenoeg hetzelfde als in 2005. Wel namen ze in 2007 iets vaker verlof op om te kunnen zorgen.

In 2007 zijn in Nederland 164 personen van het leven beroofd. Dat zijn er vijf meer dan in 2006.

De afgelopen jaren heeft het CBS voor grote delen van de gezondheids- en welzijnszorg, zoals voor ziekenhuizen en voor verpleeg- en verzorgingshuizen, nieuwe methoden in gebruik genomen voor het meten van productievolumes.

Vrijwel nergens in Europa wordt zo weinig gedronken als in Nederland.

Naarmate het inkomen hoger is, hebben ouderen (50-80 jaar) een betere fysieke en psychische gezondheid.

Hoge bloeddruk en migraine waren in 2007 de meest voorkomende langdurige aandoeningen in Nederland.

In 2007 is het aantal sterfgevallen door borstkanker verder gedaald. Voor het eerst eiste borstkanker minder slachtoffers onder vrouwen dan longkanker.

In 2007 hebben 1 353 mensen een einde gemaakt aan hun leven. Het aantal zelfdodingen is daarmee sterk gedaald ten opzichte van voorgaande jaren.

Het merendeel van de bevolking beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot zeer goed. Bijna een op de vijf personen echter vindt de eigen gesteldheid minder goed. Limburgers zijn in die laatste groep oververtegenwoordigd.

In 2007 gebruikte ongeveer 1 op de 20 Nederlanders cannabis. Onder mannen komt dit duidelijk vaker voor dan onder vrouwen. Het gebruik van cannabis is vooral hoog bij mannen van in de twintig.

Het aantal mensen dat zorg ontving die gefinancierd werd uit de Algemene Wet Bijzondere Zorgkosten (AWBZ) en daarvoor een eigen bijdrage betaalde, is in de periode 2004-2006 nagenoeg constant gebleven.

Sinds de eeuwwisseling is het aantal rokers van sigaretten en shagjes in Nederland met 17 procent verminderd. De verkoop van sigaretten en shagjes was in 2007 ongeveer 20 procent lager dan in 2000.

De samenstelling van het personeel in de zorg verschilt sterk per sector.

Recent geïmmigreerde kinderen uit een niet-westers land verdrinken vaker dan autochtone kinderen.

In 2006 deden meer ouderen (55 tot 80 jaar) met een langdurig laag inkomen een beroep op de medisch specialist en de fysiotherapeut dan ouderen met een inkomen boven de lage-inkomensgrens.

In 2007 waren de uitgaven aan de zorg, gezondheids- en welzijnszorg tezamen, 74 miljard euro, 5,1 procent meer dan in 2006.

Eind 2007 waren er 240 duizend wanbetalers voor de Zorgverzekeringswet, een stijging van 26 procent ten opzichte van eind 2006.

In 2007 kwamen 791 mensen om in het Nederlandse verkeer.

De sterfte binnen een jaar na eerste ziekenhuisopname daalde voor een beroerte met meer dan 25 procent tussen 2000 en 2005. De sterfte na opname voor prostaatkanker daalde met 21 procent.

Op 1 mei 2006 was in Nederland 1,5 procent van de mensen niet verzekerd voor de zorgverzekeringswet.

De laatste jaren zijn Nederlanders iets gezonder gaan leven.

eYe 3, maart 2008

In 2005 zijn 12 mensen per 10 duizend inwoners in het ziekenhuis opgenomen vanwege een acuut hartinfarct. Dat is bijna een derde minder dan in 1995. De daling was bij mannen (34 procent) sterker dan bij vrouwen (27 procent).

De hoeveelheid geleverde zorg aan ouderen groeit sneller dan het aantal patiënten. Per oudere neemt dus de zorg toe.

In de nieuwe CBS-publicatie Gezondheid en zorg in cijfers 2007 doet het CBS in zeven artikelen verslag over uiteenlopende onderwerpen over recente ontwikkelingen op het terrein van gezondheid en zorg.

Tijdschrift voor Psychiatrie 49 (2007) 6, pagina 373-381.

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2007. In 2005 zijn 2 297 personen overleden bij wie sprake was van euthanasie. Dit is 1,7 procent van het totale aantal overledenen in dat jaar. Dit blijkt uit het Sterfgevallenonderzoek 2005 dat het CBS in samenwerking met het VU Medisch Centrum en het Erasmus MC heeft gehouden. In 1990 was het euthanasiepercentage met 1,7 procent even hoog als in 2005. In 1995 en in 2001 werden hogere percentages gemeten, namelijk 2,2 en 2,5 procent. Auteurs: Kees Prins, Ingeborg Deerenberg, Bregje Onwuteaka-Philipsen en Agnes van der Heide

In 2006 waren de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 65,7 miljard euro. Dat is 4,4 procent meer dan in 2005.

Op 1 mei 2006 waren er ongeveer 241 duizend mensen niet verzekerd tegen ziektekosten. Dit is 1,5 procent van de Nederlandse bevolking.

In 2006 kwamen 811 mensen in het Nederlandse verkeer om. Onder fietsers steeg het aantal dodelijke slachtoffers met bijna 20 procent.

In 2006 zijn Nederlanders niet gezonder gaan leven. Het aandeel volwassen Nederlanders met overgewicht steeg weer.

In deze publicatie doet het CBS verslag van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van gezondheid en zorg.

Het ziekteverzuim van Nederlandse werknemers was in 2005 gemiddeld 4,0 procent. Dat is even hoog als in 2004. Werknemers hebben zich in 2005 minder vaak ziek gemeld, maar waren gemiddeld langer ziek.

In 2005 waren de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 61,5 miljard euro. Dat is 2,8 procent meer dan in 2004.

Het aantal verkeersdoden in Nederland is vorig jaar opnieuw gedaald. In 2005 zijn er 817 mensen omgekomen in het verkeer. Dat zijn er 64 minder dan in 2004.

In 2005 is voor het eerst in jaren het percentage volwassenen met overgewicht gedaald. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen.

In dit artikel is de invloed van de veroudering van de Nederlandse bevolking op het gebruik van enkele gezondheidszorgvoorzieningen in de periode 1981-2004 geanalyseerd.

Deze publicatie geeft een overzicht van de ontwikkelingen op het terrein van de zorg. Cijfers worden gepresenteerd over de uitgaven aan en de financiering van de gezondheids- en de welzijnszorg. Verder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de uitgaven aan zorg in constante prijzen en de werkgelegenheid in de zorg.

Vandaag verschijnt de publicatie Gezondheid en zorg in cijfers 2005. In de afgelopen jaren heeft het CBS nieuwe statistieken ontwikkeld over het gebruik van ziekenhuiszorg.

In 2004 werd 16 procent van de 15-64-jarigen door een langdurige aandoening, ziekte of handicap belemmerd in het krijgen of uitvoeren van betaald werk.

Ruim 1,7 miljoen mensen van 15-64 jaar waren in 2003 arbeidsgehandicapt. Dit betekent dat bijna 16 procent van de 15-64-jarigen door een langdurige aandoening, ziekte of handicap belemmerd werd in het verkrijgen of uitvoeren van werk. Het aantal arbeidsgehandicapten is even groot als in 2002.

Sociaal-economische Trends, 3e kwartaal 2005

Werkenden waren in 2004 opnieuw minder tevreden over hun beloning en hun promotiekansen dan een jaar eerder. Mannen waren meer tevreden over hun salaris en hun kansen op promotie dan vrouwen, maar de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn de afgelopen jaren wel kleiner geworden.

De gezondheids- en welzijnszorg kostte in 2004 bijna 60 miljard euro. Dat is 4,3 procent meer dan in 2003. In de periode 2001-2003 namen de uitgaven aan zorg nog jaarlijks toe met ongeveer 10 procent.

Ophogen op persoonsniveau van gegevens van de landelijke medische registratie gekoppeld met de GBA

Ophogen op opnameniveau van gegevens van de landelijke medische registratie gekoppeld met de GBA.

Het aantal verkeersdoden is vorig jaar met 19 procent gedaald. In 2004 zijn 881 personen dodelijk verongelukt in het verkeer. Een jaar eerder waren dat er nog 1 088. Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is vooral onder mannen en kinderen fors gedaald.

In 2004 is het aantal Nederlanders dat al dan niet op voorschrift van een arts medicijnen gebruikt, verder toegenomen. Het aantal vrouwen dat de anticonceptiepil gebruikt, nam weer verder af. Nederlanders hadden in 2004 iets minder vaak contact met de huisarts dan in 2003.

Overdruk uit: ESB Dossier no. 4452: Arbeidsproductiviteit in de zorg

Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 2005

Deze publicatie geeft een overzicht van de ontwikkelingen op het terrein van de zorg. Cijfers worden gepresenteerd over de uitgaven aan en de financiering van de gezondheids- en de welzijnszorg. Verder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de uitgaven aan zorg in constante prijzen en de werkgelegenheid in de zorg.

Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2004

Auteurs: L.C.J. Slobbe, A. de Bruin (CBS), G.P. Westert (RIVM), J.W.P.F. Kardaun (CBS), G.C.G. Verweij (CBS)RIVM rapport 2260201002/2004.Dit rapport geeft de uitkomsten van een RIVM/CBS samenwerkingsproject waarin de toepassingsmogelijkheden zijn bestudeerd van gegevens uit de Landelijke Medische Registratie (van Prismant) gekoppeld met CBS-gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie. Deze gegevens kunnen benut worden voor de productie van nieuwe statistieken over ziekenhuiszorg en klinisch epidemiologische uitkomstmaten.

Het ziekteverzuim van Nederlandse werknemers was in 2003 gemiddeld 4,7 procent. In 2002 was het ziekteverzuim nog 5,3 procent. Gemiddeld meldden werknemers zich 1,3 keer per jaar ziek. Vrouwen, ouderen en laagbetaalden hebben een hoger ziekteverzuim dan gemiddeld. Ook gescheiden en allochtone werknemers zijn meer dan gemiddeld ziek.

Het ziekteverzuim van Nederlandse werknemers was in 2003 gemiddeld 4,7 procent. In 2002 was het ziekteverzuim nog 5,3 procent. Gemiddeld meldden werknemers zich 1,3 keer per jaar ziek. Vrouwen, ouderen en laagbetaalden hebben een hoger ziekteverzuim dan gemiddeld. Ook gescheiden en allochtone werknemers zijn meer dan gemiddeld ziek.

Artikel uit het tijdschrift Economisch Statistische Berichten: 6-8-2004: p 362-364.

In 2003 werkte 28 procent van de werkenden regelmatig onder hoge tijdsdruk. Dit aandeel daalt sinds 1999. De daling doet zich voor bij zowel de mensen die in voltijd werken als die in deeltijd werken. Beeldschermwerk blijft toenemen. Het deel van de werkenden dat fysiek zwaar werk of vuil werk doet is gelijk gebleven in de periode 1999-2003.

Working Paper for international conference 'Migrant Health in Europe'. By means of record linkage of the Hospital Discharge Register to the Population Register important additional information could be obtained on health of migrant population groups. This study shows that people of Turkish origin are admitted to hospital most frequently, and differentiated by diagnosis there are also clear differences in admission rates between the distinguished ethnic groups.

Dit artikel omschrijft de ontwikkeling van een hoeveelheidsindicator voor de productie van ziekenhuizen op basis van het aantal uit het ziekenhuis ontslagen patiënten gespecificeerd naar diagnose (1000 ICD-diagnoses) en leeftijd (7klassen). Als bron wordt de landelijke medische registratie (LMR) van Prismant gebruikt. Bediscussieerd worden de keuzes die gemaakt zijn, het resultaat en de toepassing van de indicator in de Nationale Rekeningen.

De uitgaven aan zorg zijn in 2003 met 8,4 procent gestegen tot bijna 57 miljard euro. In 2001 en 2002 namen de uitgaven aan zorg nog toe met respectievelijk 11,4 en 11,8 procent. Aan gezondheidszorg is vorig jaar 8,2 procent meer uitgegeven en aan welzijnszorg 9,2 procent. De stijging in de zorg is onder meer veroorzaakt door hogere loonkosten in de instellingen (groter arbeidsvolume en hogere lonen) en tariefsverhogingen bij vrije beroepsbeoefenaren.

In 2003 zijn 1 088 mensen om het leven gekomen in het verkeer. In 2002 waren dit er 1 066. De zomermaanden van 2003 lieten een aanzienlijke stijging van het aantal verkeersdoden zien, maar in het laatste kwartaal was juist sprake van een daling. Het aantal verongelukte kinderen nam in 2003 toe. Dit kwam vooral doordat meer kinderen omkwamen die in een auto zaten. Het totale aantal verkeersdoden onder inzittenden van personenauto’s nam daarentegen in 2003 verder af.

Deze publicatie geeft een overzicht van de ontwikkelingen op het terrein van de zorg. Cijfers worden gepresenteerd over de uitgaven aan en de financiering van de gezondheids- en de welzijnszorg. Verder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de uitgaven aan zorg in constante prijzen en de werkgelegenheid in de zorg.

Het CBS heeft de Landelijke Medische Registratie (LMR) gekoppeld met gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Dit rapport beschrijft de methodologische aspecten hiervan. Met behulp van deze koppeling kunnen gegevens over ziekenhuisopnamen statistisch beschreven worden naar achtergrondkenmerken van de bevolking, zoals etniciteit en sociaal-economische status.

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2003

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2003

Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2003

Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2003

Jeugd 2003, cijfers en feiten, mei 2003

In overleg met de belangrijkste gebruikers van gezondheidsgegevens uit het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) heeft het CBS een belangrijk deel van het meetinstrumentarium van gezondheid vernieuwd. De uitgangspunten, achtergronden en overwegingen van deze in 1999 werkzame revisiegroep zijn in het betrokken rapport vastgelegd.

Een groot deel van de gezondheidsvragen in de module 'Gezondheid en Arbeid' in het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) is gereviseerd. De gereviseerde vragen zijn vanaf 1 januari 2001 in het veld. Het betrokken rapport doet verslag van het plausibiliteitsonderzoek waaraan de nieuwe gegevens werden onderworpen.

Deze publicatie geeft een overzicht van de ontwikkelingen op het terrein van de zorg. Cijfers worden gepresenteerd over de uitgaven aan en de financiering van de gezondheids- en de welzijnszorg. Verder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de uitgaven aan zorg in constante prijzen en de werkgelegenheid in de zorg.

Opgenomen in De Nederlandse Economie 2001