Landbouw

Artikelen arbeid en sociale zekerheid

Twee methodologische rapporten over trendanalyses binnen de Evaluatie Meststoffenwet.

Nederland telde op 1 april 2019 bijna 3,8 miljoen runderen.

Lagere fosfaatproductie en stikstofuitscheiding in 2018, op basis van deze cijfers voldoet Nederland aan derogatievoorwaarden

De teelt van tarwe, uien en aardappelen is in 2019 toegenomen. De arealen tarwe en uien zijn vergeleken met een jaar eerder met bijna 9 en 7 procent gegroeid.

De opbrengst suikerbieten viel in 2018 in bijna alle landen van de EU-28 lager uit dan een jaar eerder.

De omvang van de biologische landbouwsector is in 2018 weer wat toegenomen.

Het areaal eiwithoudende gewassen is gegroeid van 56 honderd hectare in 2008 naar 9 duizend hectare in 2018, een stijging van 38 procent

In 2017 werd ruim 29 procent van de stikstof uit veevoer door het vee opgenomen en vastgelegd in producten als vlees, melk en eieren. Dieren zijn door de jaren steeds beter in staat geworden om stikstof te verwerken. Vanaf 2012 is de opname van stikstof door het vee niet efficiënter geworden.

De fosfaatproductie in dierlijke mest is in 2018 opnieuw gedaald

De landelijke oogst van zaai-uien en consumptieaardappelen viel in 2018 definitief lager uit dan een jaar eerder. De opbrengsten liggen wel boven de voorlopige raming die het CBS in oktober 2018 publiceerde. Dat blijkt uit de definitieve oogstraming van het CBS.

Van alle wintergroenten is vooral de export van spruitjes flink gestegen. Spruitkool is na de winterpeen de meest geteelde wintergroenten in Nederland.

De export van landbouwgoederen in 2018 wordt geraamd op 90,3 miljard euro, 0,2 procent meer dan in 2017. De export nam toe, maar de prijzen waren lager dan in 2017.

De omzet van de gangbare melkveesector was in de eerste drie kwartalen van 2018 gemiddeld 6 procent lager dan in dezelfde periode van het jaar daarvoor.

De inkomsten per arbeidsjaar in de landbouw zijn in 2018 gedaald. Vergeleken met 2017 daalden deze inkomsten met bijna 11 procent.

Van de Nederlandse landbouwbedrijven leveren wijngaardbedrijven hun producten het vaakst (69 procent) rechtstreeks of via één tussenschakel aan de consument.

Nederland telt dit jaar opnieuw een record aantal geiten

Deze voorlopige ramingen vormen een van de grondslagen voor de Landbouwrekeningen

Een kwart van de 754 hectare aan Nederlandse landbouwgrond met pompoenen lag in 2018 in Flevoland. In vrijwel alle provincies nam het areaal pompoenen af. De handel in pompoenen lag in de eerste vijf maanden van 2018 wat hoger dan in dezelfde periode vorig jaar.

In 2017 is bijna 25 procent meer vis vanaf zee naar Nederlandse havens gebracht dan in 2016. In totaal ging het om ongeveer 491 miljoen kilo.

De verwachting is dat dit jaar 31 procent minder snijmaïs van het land komt dan in 2017

De oppervlakte landbouwgrond voor de productie van zaden en opkweekmateriaal (zoals jonge plantjes) is in de periode 2002 tot en met 2018 sterk gestegen

In 2017 telde Nederland 92 bedrijven met wijndruiventeelt, 4 meer dan een jaar eerder. Het areaal wijndruiven nam licht toe tot 157 hectare. Limburg en Gelderland zijn de belangrijkste wijnprovincies, met 32 en 23 procent van het totale druivenareaal. Noord-Brabant is in opkomst (13 procent).

In 2016 heeft de landbouw 5,7 mln kg chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, 3,5 procent minder dan in 2012

De populariteit van blauwe bessen is de laatste jaren flink gegroeid

De biologische landbouw liet in 2017 over het algemeen een duidelijke groei zien ten opzichte van een jaar eerder.

Het aantal melkkoeien in de wei is in 2017 weer iets gestegen.

Nederland telde op 1 april 2018 bijna 4 miljoen runderen,4 procent minder dan een jaar eerder.

Met de IJsselmeerpolders kreeg Nederland meer landoppervlakte. Wat brachten de polders ons op economisch gebied?

Wat brachten de IJsselmeerpolders Nederland in economisch opzicht?

Een steeds groter deel van de cacao die door Nederlandse cacaoverwerkende bedrijven wordt ingekocht is erkend duurzaam gecertificeerd.

Onderzoek onder bedrijven in Nederland die cacao(producten) verwerken naar in de afzet van duurzaam gecertificeerde cacao.

Onderzoek onder bedrijven in Nederland die cacao(producten) verwerken naar in de afzet van duurzaam gecertificeerde cacao.

De geoogste oppervlakte asperges is in 2017 vergeleken met een jaar eerder met 11 procent toegenomen naar 3322 hectare

Het aantal telers van glasgroenten is tussen 1980 en 2017 met 85 procent afgenomen.

In 2016 werd in 7 op de 10 glasgroentekassen biologische bestrijding toe gepast, in 2000 nog in vrijwel alle kassen.

Er zit minder fosfor en stikstof in rundveemest en er zitten ook steeds minder van deze mineralen in het voer

De oppervlakte landbouwgrond bestemd voor de bollenteelt blijft stijgen

Het aandeel vrouwen dat werkzaam is in de landbouwsector schommelt rond een derde van het aantal werkzame personen.

Het areaal met suikerbieten in Nederland is in één jaar tijd met 21 procent toegenomen.

De fosfaatproductie in dierlijke mest kwam in 2017 onder het door de EU vastgestelde fosfaatplafond

De Nederlandse export van landbouwgoederen bereikte in 2017 een recordniveau.

De inkomsten in de landbouw per arbeidsjaar zijn in 2017 met ruim 20 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder

De omzet van de melkveesector is de afgelopen drie kwartalen gemiddeld met 30 procent gestegen

De schaalvergroting in de landbouw lijkt in een aantal sectoren te stagneren.

Factsheet met de belangrijkste ontwikkelingen op het terrein van de verduurzaming in de Nederlandse landbouw.

In 2016 hadden ruim 12 duizend boeren 30 ha of meer cultuurgrond in eigendom, 22 procent van alle boeren

Het percentage melkveebedrijven dat melkkoeien laat grazen toegenomen

Nederland voerde in 2016 voor 713 miljoen euro aan roomboter uit.

De trostomaat is de meest geteelde groente in de Nederlandse glastuinbouw

Het aantal aardbeientelers is tussen 2006 en 2017 met bijna de helft afgenomen

Vanaf 2000 is het aantal opengrondsgroentenbedrijven met 49 procent gedaald tot 856 bedrijven in 2016.

Van 2000 tot 2016 is de oppervlakte cultuurgrond in Nederland met 9 procent afgenomen.

Vanaf 2000 is het aantal schapenbedrijven met 39 procent gedaald tot 2,1 duizend bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal bloembollenbedrijven met 48 procent gedaald tot 617 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal akkerbouwbedrijven met 16 procent gedaald tot 12 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal akkerbouwgroentenbedrijven met 20 procent gestegen tot 1,1 duizend bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal paddenstoelbedrijven met 75 procent gedaald tot 132 bedrijven in 2016.

Vanaf 2000 is het aantal leghennenbedrijven met 32 procent gedaald tot 638 bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal vleeskuikenbedrijven met 41 procent gedaald tot 468 bedrijven in 2016.

In de periode 2000-2016 is het totale aantal landbouwbedrijven met 43 procent gedaald.

Vanaf 2000 is het aantal glastuinbouwbedrijven met 65 procent gedaald tot 2,9 duizend bedrijven in 2016.

Vanaf 2000 is het aantal rundveebedrijven met 34 procent gedaald tot 23 duizend bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal glasgroentebedrijven met 62 procent gedaald tot 948 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal fruitbedrijven met 36 procent gedaald tot 1,5 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal snijbloemenbedrijven met 70 procent gedaald tot 991 bedrijven in 2016.

Vanaf 2000 is het aantal paard- en ponybedrijven met 63 procent gedaald tot 1,5 duizend bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal varkensbedrijven met 59 procent gedaald tot 3,1 duizend bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal melkveebedrijven met 29 procent gedaald tot 17 duizend bedrijven in 2016.

In 2016 was de gemiddelde standaardopbrengst bij de land- en tuinbouwbedrijven 433 duizend euro.

Vanaf 2000 is het aantal geitenbedrijven met 32 procent gestegen tot 380 bedrijven in 2016

Vanaf 2000 is het aantal pot- en perkplantenbedrijven met 60 procent gedaald tot 670 bedrijven in 2016.

Vanaf 2000 is het aantal rundveebedrijven met 34 procent gedaald tot 23 duizend bedrijven in 2016

De teelt van groenten in de open grond neemt steeds meer land- en tuinbouwgrond in beslag.

De Nederlandse landbouw zet mineralen uit veevoer en meststoffen efficiënter om in dierlijke en plantaardige producten.

De fosfaatproductie door de landbouw kwam in 2016 uit op 175,2 miljoen kg

Nederland telde op 1 april 2017 ruim 4 miljoen runderen.

Feiten en grafieken over de Oogstraming appels en peren in de periode 1951-2016.

Feiten en grafieken over de varkensstapel in de periode 1951-2017.

Feiten en grafieken over de oogstraming in de Nederlandse akkerbouw in de periode 1951-2016.

Feiten en grafieken over het grasland in de Nederlandse landbouw in de periode 1985-2016.

Feiten en grafieken over de oogstraming groenten open grond in de periode 2000-2017.

Het gemiddeld aantal melkkoeien per bedrijf in de melkveehouderij is de laatste jaren gestegen

De fosfaatproductie in dierlijke mest daalde in het eerste kwartaal van 2017

Het aantal bedrijven dat zich met de teelt van bloembollen bezighoudt is sinds 2000 met 40 procent afgenomen

In 2016 is er een record aan peren geoogst. In totaal werd er 374 miljoen kilo geplukt.

In 2015 is in Nederland 10 mln kg chemische gewasbeschermingsmiddelen afgezet. De vier jaar ervoor was dat nog 11 mln kg

Met een geoogst areaal van bijna 3 duizend hectare in 2015 staat Nederland op de vijfde plaats in Europa.

De ontwikkeling van het aantal boerenlandvogels in Nederland

Ruilverkavelingen en verstedelijking veranderden het landschap. Er is steeds minder grond beschikbaar voor landbouw.

In de periode 1950-2016 zijn zes op de zeven landbouwbedrijven verdwenen, de blijvers zijn flink groter geworden

Urban Data Center voor regio Groningen

In de periode 1950-2015 is de productiewaarde van de Nederlandse landbouw meer dan vertienvoudigd.

Nederland exporteerde in 2016 voor 85 miljard euro aan landbouwgoederen.

Cijfers over gewasbestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw

Steeds minder bedrijven houdt zich bezig met de fok van kalkoenen, eenden en konijnen voor consumptiedoeleinden.

Per arbeidsjaar stegen de landbouwinkomsten in 2016 met 7,6 procent. Deze stijging wordt gedragen door de tuinbouw

De fosfaatproductie in dierlijke mest nog steeds ruim 4 miljoen kg boven het plafond van 172,9 miljoen kg

Jongeren (15-25 jaar) vangen in de horeca en de landbouw de pieken op tijdens het hoogseizoen

Nieuwsbericht CBS en Gemeente Heerlen starten Urban Data Center

Op de meeste boerderijen met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder staat geen bedrijfsopvolger klaar

In 2016 nam aantal moederdieren bij nertsenfokkerijen met 10 procent af tot 919 duizend

Het aantal melkkoeien en varkens per bedrijf is in 2016 met bijna 10% toegenomen ten opzichte van 2015.

Opbrengst per hectare aardappelen was dit jaar 2% lager dan in 2015, het aardappelareaal was 2% groter (raming)

CBS, LTO Nederland, NFO, NAV en de NVV leggen afspraken vast over samenwerking bij uitvoeren van landbouwonderzoek.

Een derde van de 813 hectare aan Nederlandse landbouwgrond met pompoenen lag in 2016 in Flevoland.

Feiten over de varkenshouderij in Nederland. Met onder andere informatie over de schaalvergroting en specialisatie.

Cijfers, grafieken en kaartjes over de teelt van appels en peren in Nederland.

Feiten over de akkerbouw in Nederland. Met onder andere informatie over de schaalvergroting en oogst.

Cijfers, grafieken en kaartjes over de teelt van groenten in de open grond in Nederland.

Mestproductie en uitscheiding van stikstof, fosfaat en kali door diercategorieën in de landbouw

De snijmaïsoogst is in 2016 gedaald met ongeveer 10 procent ten opzichte van 2015. De tarweoogst nam af met 20 procent.

De melkveestapel groeit, maar steeds minder koeien weten hoe gras onder hun hoeven aanvoelt.

De prijs die boeren krijgen voor hun melk daalt al enkele jaren, de melkprijs in de supermarkt verandert veel minder

In 2016 is het areaal luzerne en lupine gestegen, dat van soja en veldbonen gedaald.

Nieuwe informatie biedt mogelijkheid bedrijven met landbouwactiviteiten en landbouwbedrijven te scheiden.

Op 1 april 2016 telde Nederland minder varkens en kippen, maar wel meer melkkoeien.

Vanaf 2000 is het aantal vleeskalverenbedrijven met 23 procent gedaald tot 1,2 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal snijbloemenbedrijven met 68 procent gedaald tot 1,1 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal rundveebedrijven met 30 procent gedaald tot 24 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal glastuinbouwbedrijven met 62 procent gedaald tot 3,1 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal paard- en ponybedrijven met 22 procent gedaald tot 3,2 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal varkensbedrijven met 56 procent gedaald tot 3,4 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal glasgroentebedrijven met 62 procent gedaald tot 948 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal glasgroentebedrijven met 62 procent gedaald tot 948 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal vleeskuikenbedrijven met 41 procent gedaald tot 464 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal pot- en perkplantenbedrijven met 57 procent gedaald tot 724 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal leghennenbedrijven met 28 procent gedaald tot 667 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal schapenbedrijven met 14 procent gestegen tot 3,9 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal opengrondsgroentebedrijven met 43 procent gedaald tot 961 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal melkveebedrijven met 28 procent gedaald tot 17 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal akkerbouwgroentebedrijven met 31 procent gestegen tot 1,2 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal akkerbouwbedrijven met 16 procent gedaald tot 12 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal boomkwekerijbedrijven met 32 procent gedaald tot 2,3 duizend bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal bloembollenbedrijven met 48 procent gedaald tot 617 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal geitenbedrijven met 30 procent gestegen tot 373 bedrijven in 2015.

Vanaf 2000 is het aantal fruitbedrijven met 36 procent gedaald tot 1,5 duizend bedrijven in 2015.

Het aantal bedrijven met een subsidie voor een brede weersverzekering is tussen 2010 en 2015 ruimschoots verdubbeld.

Medewerking van de boeren aan CBS-enquêtes is erg belangrijk.

In 2015 is 2 200 miljoen kg zomergroenten geproduceerd (29 procent meer dan in 2000) op een 13 procent kleiner areaal.

De fosfaatproductie in dierlijke mest is in 2015 gestegen tot 180,1 miljoen kg.

Areaal uien, suikerbieten en gerst groter in 2016, minder tarwe, korrelmais en kool- en raapzaad.

Breda, Veghel en Etten-Leur aan kop met grootste aardbeiendichtheid, grootste areaal aardbeien in Zundert.

Exportwaarde van agrosector bedroeg in 2014 ruim 45 miljard euro. Nederland verdiende hieraan bijna 29 miljard euro.

In 2015 bedroeg de landbouwexport 81,3 miljard euro, de hoogste waarde ooit en de hoogste waarde in de wereld na de VS.

Het landbouwoverschot op de handelsbalans is 26,1 miljard euro tegenover 47,5 miljard euro voor alle goederen.

Areaal blijvend grasland is in 2015 gestegen.

In Veendam, Cromstrijen, Sluis en Terneuzen neemt akkerbouw het grootste deel van het landbouwareaal in beslag.

Nederland exporteerde een recordhoeveelheid varkensvlees, door de lagere prijzen daalde de exportwaarde.

Westland, Den Haag en Noordoostpolder tekenen voor de meeste vestigingen in de landbouw.

De Nederlandse vleesimport uit Brazilië, Thailand, België, Argentinië en Polen overtreft de export van vlees.

In zes gemeenten heeft doorsnee varkenshouder meer dan 5 duizend varkens.

Kaasimport uit Denemarken, Ierland en Griekenland overtreft de kaasexport.

Grote verschillen in de omvang van de melkveestapel. In Lelystad en Menterwolde zitten de grootste melkveehouders.

Het areaal asperges is opnieuw gegroeid, vooral in Noord-Limburg

Het aantal pootaardappelentelers is de afgelopen vijf jaar gestegen.

Nederland telt bijna 1 miljoen schapen en 328 duizend melkgeiten. Het aantal geiten neemt toe, het aantal schapen af.

In de laatste 15 jaar is het aantal rozentelers in Nederland gedaald van 765 bedrijven tot 120 in 2015. Dit zijn er 22 minder dan in 2014. Ook het rozenareaal nam flink af van 932 hectare in 2000 tot 283 hectare in 2015. In vergelijking met 2014 is dit 28 hectare minder.

Het aantal faillissementen in de landbouw is in 2015 met meer dan 20 procent gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor. Hiermee neemt het aantal faillissementen voor het tweede achtereenvolgende jaar af. In bijna alle (landbouw) sectoren gingen minder bedrijven failliet behalve in de veeteelt en bloementeelt, daar nam het aantal bedrijven dat noodgedwongen moest stoppen toe.

Alle landbouwbedrijven samen hadden in 2012 een schuld van 42 miljard euro. Per landbouwbedrijf lag de schuld gemiddeld op 6 ton.

De fosfaatproductie in dierlijke mest is in 2015 voor het eerst in ruim vijf jaar boven het door de EU vastgestelde fosfaatplafond gekomen. De productie groeide vorig jaar tot 176,3 miljoen kg fosfaat, een toename van 4,6 miljoen kg ten opzichte van het jaar daarvoor.

De dertigjarige provincie Flevoland speelt een belangrijke rol in de Nederlandse landbouw. Het aantal landbouwbedrijven is er met dertig procent veel minder hard gekrompen dan in de rest van Nederland, waar ruim de helft is gestopt.

In 2014 liep 69 procent van de melkkoeien in de wei, iets minder dan een jaar eerder. Vooral melkveehouders met minder dan veertig melkkoeien stuurden de melkkoeien vaak de wei in. Ook in de typische veenweidegebieden waar veel grasland is te vinden komen de melkkoeien naar verhouding vaak in de wei.

De schaalvergroting in de Nederlandse veehouderij zet zich verder door. Het aantal bedrijven dat melkkoeien, varkens en geiten houdt neemt af, terwijl het aantal grotere bedrijven toeneemt. Zo is het aantal melkveehouders dan meer dan 250 koeien bezit gegroeid naar 355. Ook is het aantal bedrijven met 10 duizend of meer vleesvarkens toegenomen.

In de landbouw zijn de inkomsten als gevolg van lagere prijzen gedaald. Boeren ontvingen vooral minder geld voor melk, varkens en suikerbieten. Per arbeidsjaar daalden de inkomsten in 2015 met 4,6 procent.

Bijna een kwart van de boeren die vorig jaar in Nederland als bedrijfshoofd werkte was 65–plusser. Daarmee is de landbouw een van de meest vergrijsde sectoren van Nederland. In 1987 telde Nederland nog 13 procent bedrijfshoofden op de boerderij. In 2014 was dat percentage gestegen naar 22 procent. Van de totale werkzame beroepsbevolking In Nederland (dat zijn ruim 8,2 miljoen personen) is ongeveer 2 procent 65 jaar of ouder.

Het aantal landbouwbedrijven daalde in de periode 1995–2014 met 42 procent. In 1995 telde Nederland nog 113 duizend agrarische bedrijven, in 2014 is dit aantal gedaald tot 65 duizend. Tegelijkertijd daalde het arbeidsvolume met 22 procent. Toch steeg het productievolume met 22 procent in diezelfde periode. Dit hangt onder meer samen met nieuwe landbouwtechnologie en schaalvoordelen. De bedrijven zijn flink groter geworden. Een doorsnee bedrijf in 2014 had 62 procent meer grond dan in 1995.

Het aantal melkkoeien is toegenomen van 1,07 miljoen in 1910 tot 1,63 miljoen op 1 april 2015. De melkproductie is veel sterker toegenomen, door verdergaande intensivering van het weidebedrijf, verbeterde huisvesting, nieuwe veevoedingtechnieken en een doelmatiger aanfok.

Op 1 april 2015 telde Nederland ruim 4,1 miljoen runderen. Dit is bijna twee procent meer dan een jaar eerder. Er werd vooral meer melkvee gehouden. Mede door de aanpassingen in het zuivelbeleid en de verruimingen in de melkquota steeg het aantal melkkoeien in de laatste 10 jaar. De varkensstapel steeg in diezelfde periode met bijna 3 procent tot 12,6 miljoen dieren.

Sinds 2007 is meer melk aangevoerd bij de zuivelfabrieken in Nederland. In het seizoen 2014/2015 bedroeg deze melk melkaanvoer 12,6 miljard kilogram. Dit was in het seizoen 2006/2007 nog 10,7 miljard kilogram. In de 10 jaar daarvoor was de melkaanvoer redelijk constant.

Nederland telde in 2014 ruim 12 miljoen varkens die werden gehouden op 5 duizend bedrijven. 35 jaar terug waren er nog 42 duizend bedrijven met ruim 10 miljoen varkens. Het aantal varkens per bedrijf stijgt al decennia op rij. Steeds meer varkens te vinden op gespecialiseerde varkensbedrijven. De sector is geconcentreerd in Oost-Brabant en Noord-Limburg, dat meldt CBS.

In de eerste vier maanden van dit jaar lag de waarde van landbouwexport 2,7 procent lager dan in dezelfde periode een jaar eerder. Vooral de exportwaarde van zuivel, vee en vlees is gedaald. Verder kromp de landbouwexport naar Rusland met een kleine 40 procent.

Er worden in 2015 minder suikerbieten, consumptieaardappelen, zetmeelaardappelen, zomertarwe en korrelmaïs verbouwd. De arealen van pootaardappelen, zaaiuien, wintertarwe en gerst nemen toe.

In 2014 is 54 miljoen kg aardbeien geoogst, 3 miljoen kg meer dan in 2013 en een nieuw record. De meeste aardbeien komen uit kassen en tunnels. Bijna 60 procent van de aardbeien wordt geëxporteerd.

Twintig jaar geleden was het permanent op stal houden van het melkvee nog uitzonderlijk. Nu staat 30 procent van de koeien het hele jaar op stal. Naarmate bedrijven groter worden is weidegang lastiger toe te passen. Het op stal houden van de koe leidt wel tot een hogere ammoniakuitstoot.

In 2014 is bijna 350 miljoen kg peren geoogst, een record. De perenoogst was bijna even zo groot als de appeloogst.

De oppervlakte landbouwgrond die in Nederland wordt gebruikt voor de teelt van asperges is sinds 2000 met bijna 60 procent gestegen. De oppervlakte groeide met 1230 hectare tot ruim 3300 hectare in 2014. De aspergeteelt groeide het hardst in de provincies Noord-Brabant en Limburg. In Noord-Limburg nam de aspergeteelt met 66 procent fors toe. Dit maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag bekend.

Feiten en grafieken over de melkveehouderij in de periode 1984 tot en met 2014. In 1984 werd het melkquotum ingevoerd. In de jaren daarna verminderde het aantal bedrijven met melkkoeien in een rap tempo en de resterende bedrijven werden steeds groter. In de factsheet staan ook andere trends in de melkveehouderij.

Afrika levert 85 procent van de geïmporteerde rozen. Kenia en Ethiopië zijn de belangrijkste leveranciers. Dit komt vooral doordat Nederlandse rozentelers hun bedrijven naar deze landen hebben verplaatst. De importprijs van een Afrikaanse roos was 10 eurocent in 2013.

In 2014 is het aantal melkkoeien iets gestegen en werd meer melk geleverd aan de zuivelfabrieken. Deze trend voltrok zich ook al in 2013, maar toen in sterkere mate. De varkensstapel bleef opnieuw vrijwel stabiel.

In 2013 had 15 procent van de Nederlandse boeren geen partner. Bij de overige werkzame personen was dat meer dan 25 procent. Er zijn dus relatief weinig alleenstaande boeren. Boeren met grote bedrijven hebben vaker een partner dan boeren met kleine bedrijven. De meeste boeren zonder partner zijn te vinden in de Noordoostpolder en zuidwesten van Friesland.

Op 1 april 2014 waren er in Nederland volgens de Landbouwtelling 1412 biologische landbouwbedrijven. Dit komt overeen met 2,2 procent van de landbouwbedrijven. In totaal hebben de biologische bedrijven 49,8 duizend hectare biologische cultuurgrond in gebruik. Dit is 2,7 procent van de cultuurgrond.

De fosfaatproductie in dierlijke mest is in 2013 met 5 miljoen kg gestegen tot 166 miljoen kg. In de voorgaande 3 jaar daalde deze productie. De toename komt vooral voor rekening van de melkveehouderij.

In 2000 waren er nog 1,3 miljoen schapen, dat aantal is gedaald tot minder dan 1 miljoen (2014). Het aantal landbouwbedrijven met schapen daalde bijna navenant. Van schaalvergroting in de schapenhouderij is daarmee geen sprake.

In een kwart eeuw is de Nederlandse peer productie verdrievoudigd en het areaal appels gehalveerd. De afgelopen 25 jaar is de opbrengst per hectare voor appels en peren verdubbeld. Vorig jaar werden tweemaal zoveel peren als appels geëxporteerd.

De kasteelt van bloemen, planten en groenten is voor het vijfde jaar op rij gekrompen. Rozenkwekers hebben het ’t zwaarst: het areaal rozen is in 2014 met bijna 20 procent gedaald. Toenemende concurrentie uit Afrikaanse landen is de reden voor de achteruitgang van de bloementeelt in ons land. Er komen in 2014 wel meer tomaten uit de Nederlandse kassen. Dit maakt het CBS vandaag bekend.

De legkippenhouderij is de afgelopen honderd jaar stormachtig gegroeid.

In 2013 liepen bijna 1,1 miljoen melkkoeien in de wei en dat waren er ruim 40 duizend meer dan een jaar eerder. Net als in 2012 werd hiermee 70 procent van de melkkoeien de wei in gestuurd terwijl het gemiddeld aantal melkkoeien steeg met 2 dieren tot 85.

In 2014 is ruim 3,8 miljoen ton consumptieaardappelen geoogst, 10 procent meer dan in 2013 en vrijwel net zoveel als in het topproductiejaar 2011. De oogst van uien was 9 procent hoger dan vorig jaar en kwam uit op ruim 1,3 miljoen ton. Voor beide gewassen geldt dat die hoge productie het resultaat is van hoge opbrengsten per hectare én grotere arealen.

In 2014 is per hectare 9,7 ton wintertarwe geoogst en 7,9 ton zomertarwe. Voor beide granen is dat een recordopbrengst. De totale oogsten worden echter beperkt door de daling van het beteelde areaal en komen hierdoor uit op 1,18 miljoen ton wintertarwe en 0,16 miljoen ton zomertarwe.

De verduurzaming van kweekvis (tilapia en pangasius) is dit jaar voor het eerst gemonitord door het CBS. Voor de grondstoffen palmolie, soja, hout, koffie, cacao en groenten en fruit geldt dat andere organisaties de voortgang monitoren. Het CBS heeft voor die grondstoffen beoordeeld in hoeverre de manier waarop de monitoring is uitgevoerd voldoende valide is en betrouwbare resultaten oplevert.

Op 1 april 2014 waren er in Nederland 4 miljoen runderen. Dit is bijna 2 procent meer dan een jaar eerder. Er werd vooral meer melkvee gehouden. De varkensstapel bleef vrijwel onveranderd.

Op 1 april 2014 waren er in Nederland ruim 65 duizend land- en tuinbouwbedrijven. Dat zijn er 3 procent minder dan vorig jaar. Dit komt neer op een gemiddelde afname van ruim 5 bedrijven per dag. In de periode 1950-2014 daalde het aantal bedrijven onafgebroken met gemiddeld 15 bedrijven per dag.

In 2013 was de perenoogst voor het eerst groter dan de appeloogst. Er werd 327 miljoen kg peren geoogst tegenover 314 miljoen kg appels.

In 2013 is voor bijna 51 miljard euro aan landbouwproducten ingevoerd. Dit is ruim 2 procent meer dan in 2012. Tegenover deze groei stond een daling van de totale invoer. De totale Nederlandse invoer van goederen is in 2013 namelijk met ruim 1 procent in waarde gedaald.

In 2013 is de waarde van de landbouwexport met 5 procent gestegen tot bijna 78 miljard euro. Tegenover deze toename van de landbouwexport stond een lichte afname (-0,3 procent) van de totale Nederlandse goederenexport.

In 2013 is het aantal melkkoeien gestegen en werd meer melk geleverd aan de zuivelfabrieken. De varkensstapel bleef vrijwel stabiel.

Vanaf 2000 is het aantal fruitbedrijven met 34 procent gedaald tot 1,6 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de fruitbedrijven 20 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 11 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal paddenstoelenbedrijven met 71 procent gedaald tot 151 bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de paddenstoelenbedrijven 80 hectare landbouwgrond in gebruik, wat 88 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal rundveebedrijven met 27 procent gedaald tot 25 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de rundveebedrijven 972 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 0,20 procent meer is dan in 2000.

In 2013 waren er ruim 67 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland. Die bedrijven hadden in dat jaar een totale potentiele omzet (standaardopbrengst) van ruim 21 miljard euro. De bijdrage van de melkveebedrijven was 30 procent. Daarna volgden de glasgroentebedrijven, de pot- en perkplantenbedrijven, de akkerbouwbouwbedrijven en de snijbloemenbedrijven met respectievelijk 9, 8, 8 en 7 procent.

Vanaf 2000 is het aantal snijbloemenbedrijven met 63 procent gedaald tot 1,2 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de snijbloemenbedrijven 4,1 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 34 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal pot- en perkplantenbedrijven met 51 procent gedaald tot 826 bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de pot- en perkplantenbedrijven 2,0 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 28 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal melkveebedrijven met 27 procent gedaald tot 17 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de melkveebedrijven 830 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 2,2 procent meer is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal leghennenbedrijven met 25 procent gedaald tot 697 bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de leghennenbedrijven 7,2 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 28 procent meer is dan in 2000..

Vanaf 2000 is het aantal glasgroentenbedrijven met 57 procent gedaald tot 1,1 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de glasgroentenbedrijven 5,3 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 14 procent minder is dan in 2000.

In 2013 hadden de ruim 67 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland 1,8 miljoen hectare cultuurgrond in gebruik. Hiervan was 54 procent in gebruik bij de melkveebedrijven en 30 procent bij de akkerbouwbedrijven. De overige sectoren gebruikten aanzienlijk minder cultuurgrond.

Vanaf 2000 is het aantal opengrondsgroentenbedrijven met 40 procent gedaald tot 1,0 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de opengrondsgroentenbedrijven 21 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 14 procent meer is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal schapenbedrijven met 28 procent gestegen tot 4,4 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de schapenbedrijven 39 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 14 procent meer is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal varkensbedrijven met 52 procent gedaald tot 3,7 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de varkensbedrijven 47 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 27 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal vleeskuikenbedrijven met 46 procent gedaald tot 428 bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de vleeskuikenbedrijven 8,7 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 32 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal vleeskalverenbedrijven met 18 procent gedaald tot 1,3 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de vleeskalverenbedrijven 21 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 72 procent meer is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal bloembollenbedrijven met 45 procent gedaald tot 656 bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de bloembollenbedrijven 22 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 4,1 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal akkerbouwgroentebedrijven met 24 procent gestegen tot 1,1 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de akkerbouwgroentebedrijven 49 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 63 procent meer is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal paard- en ponybedrijven met 4,6 procent gedaald tot 3,9 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de paard- en ponybedrijven 25 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 13 procent meer is dan in 2000.

In 2013 waren er ruim 67 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland. Van deze bedrijven was 25 procent een melkveebedrijf en 18 procent een akkerbouwbedrijf. In 2000 ging het om 24 procent melkveebedrijven en 15 procent akkerbouwbedrijven.

Vanaf 2000 is het aantal glastuinbouwbedrijven met 56 procent gedaald tot 3,6 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de glastuinbouwbedrijven 13 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 25 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal akkerbouwbedrijven met 18 procent gedaald tot 12 duizend bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de akkerbouwbedrijven 464 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 3,6 procent minder is dan in 2000.

Vanaf 2000 is het aantal geitenbedrijven met 26 procent gestegen tot 362 bedrijven in 2013. In dat jaar hadden de geitenbedrijven 6,0 duizend hectare landbouwgrond in gebruik, wat 81 procent meer is dan in 2000.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2011 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 335 mln kg stikstof, 17 mln kg fosfor en 37 mln kg kalium. Ten opzichte van 2010 zijn de fosfor- en kaliumoverschotten in 2011 fors gedaald met bijna 30 procent respectievelijk 50 procent. Dit is vooral het gevolg van een flinke afname in het gebruik van fosfaat- en kalikunstmest. In 2012 (voorlopige cijfers) daalt het fosforoverschot weer sterk maar blijven de stikstof- en kaliumoverschotten nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2011.

Op 1 april 2013 waren er in Nederland volgens de Landbouwtelling 1440 biologische landbouwbedrijven. Dit komt overeen met 2,1 procent van de landbouwbedrijven. In totaal hebben de biologische bedrijven 49,4 duizend hectare biologische cultuurgrond in gebruik. Dit is 2,7 procent van de cultuurgrond.

In 2013 waren er op een kwart van de land- en tuinbouwbedrijven verbredingsactiviteiten. In de periode 2008-2010 steeg het aandeel bedrijven met verbreding en sinds 2010 is dit redelijk stabiel. Verbreding komt het meest voor op bedrijven die zowel akkerbouw- als tuinbouwgewassen verbouwen. In de intensieve veehouderij is verbreding het minst ingeburgerd.

In 2013 stijgt het totale areaal fruit tot 19 062 ha. Dit is de eerste stijging in het areaal in vier jaar tijd. Het totale areaal fruit steeg met bijna 280 ha (+1,5 procent) ten opzichte van het jaar er voor.

Bijna de helft (46 procent) van de telers van zoete kersen verkoopt producten van het eigen bedrijf rechtstreeks aan de consument. Bij de overige fruitbedrijven is dit 18 procent en slechts 5 procent van alle agrarische bedrijven verkoopt direct aan de consument.

De arealen eiwitrijke gewassen laten de laatste jaren een grillig verloop zien en blijven vrij klein. Vanaf 2010 daalde het areaal voedererwten, steeg het areaal lupinen en sojabonen en de oppervlakte veldbonen fluctueerde vooral. In 2013 steeg het areaal niet-bittere lupinen tot 76 hectare en het areaal sojabonen tot 33 hectare.

In de periode 2000-2013 is het areaal grasland en groenvoedergewassen met 2 procent gedaald. Tegelijkertijd kromp de rundveestapel met 3 procent. Het aantal bedrijven daalde in een beduidend hoger tempo.

In 2013 was de bruto oogst van consumptieaardappelen met 3,4 miljard kilo vrijwel even hoog als in 2012. Dat is 200 kilo per Nederlander. De oogst van zaai-uien was 10 procent lager dan vorig jaar en kwam hiermee uit op ruim 1,2 miljard kilo. Dat is 70 kilo per inwoner.

In 2013 is er 8 procent meer tarwe geoogst dan in 2012. De voorlopige oogstraming kwam hiermee uit op 1,4 miljard kilo. De toename is vooral het resultaat van een hogere hectareopbrengst. Deze nam toe met 7 procent naar 9,2 ton per hectare.

In de periode 1 april 2012 tot 1 april 2013 is het arbeidsvolume in de landbouw van tijdelijk personeel met ruim 4 procent toegenomen. Hiermee was de inzet van tijdelijk personeel 29 duizend arbeidsjaren tegen 27 duizend een jaar eerder. Het totale arbeidsvolume daalde met 0,5 procent tot 160 duizend arbeidsjaren.

In 2012 liep 70 procent van de melkkoeien in de wei, ongeveer evenveel als in 2011. In de periode 2001-2011 daalde dit aandeel bijna jaarlijks met enkele procenten.

In 2013 is het areaal tomaten gestegen ten opzichte van 2012 met 80 hectare tot 1 770 hectare. De stijging komt vooral door de toename van het areaal trostomaten. Het areaal paprika’s daalde met 70 hectare tot 1 240 hectare.

Op 1 april 2013 waren er in Nederland nog ruim 67 duizend land- en tuinbouwbedrijven. Dat zijn er bijna 2 procent minder dan vorig jaar. Dit komt neer op een afname van gemiddeld 25 bedrijven per week. Ten opzichte van het jaar 2000 is het aantal bedrijven met bijna een derde afgenomen.

Op 1 april 2013 waren er in Nederland 4 miljoen runderen. Dit is ruim 3 procent meer dan een jaar eerder. Er werd vooral meer melkvee gehouden. De varkensstapel bleef ten opzichte van 1 april 2012 vrijwel ongewijzigd met 12,2 miljoen dieren.

In 2013 is het areaal zomertarwe flink gestegen. Ook aardappelen, uien, peer en tomaat laten een toename van de beteelde oppervlakten zien. De oppervlakten van wintertarwe, appelen, knolselderij en spruiten nemen daarentegen af.

In 2012 heeft Nederland voor ruim 74 miljard euro aan landbouwproducten uitgevoerd. Dit is 5 procent meer dan in 2011. Het aandeel van landbouw in de totale Nederlandse goederenexport ligt in 2012 met 17 procent nagenoeg op hetzelfde niveau als de voorgaande twee jaren.

Op 1 december 2012 waren er in Nederland 3,98 miljoen runderen. Dit is twee procent meer dan een jaar eerder. Het aantal melk- en kalfkoeien steeg met bijna drie procent tot 1,54 miljoen dieren. Dit is het hoogste aantal in de laatste 5 jaar.

Op 1 april 2012 waren er in Nederland volgens de landbouwtelling 1448 biologische landbouwbedrijven. Dit komt overeen met 2,1 procent van alle landbouwbedrijven. In totaal hebben de biologische bedrijven 48,4 duizend hectare biologische cultuurgrond in gebruik, bijna 3 procent van alle cultuurgrond.

In 2012 werkte op 13,8 duizend boerderijen nog een 65-plusser als bedrijfshoofd. Dit betekent dat op 21 van de 100 land- en tuinbouwbedrijven een gepensioneerde boer of een boerin aan het werk was.

In 2012 zijn naar verwachting evenveel schapenlammeren geslacht als in 2011. In beide jaren zijn er ongeveer 475 duizend geslacht. Dat is iets meer dan in 2010 (466 duizend) maar nog flink lager dan in 2008 toen nog 614 duizend lammeren werden geslacht.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2010 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 350 mln kg stikstof, 23 mln kg fosfor en 70 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van circa 55 procent stikstof, 75 procent fosfor en 65 procent kalium. Ten opzichte van 2009 is het stikstofoverschot met circa 5 procent gedaald, maar zijn de fosfor- en kaliumoverschotten in 2010 flink gestegen met circa 75 procent respectievelijk 80 procent als gevolg van een flinke toename in het gebruik van fosfaat- en kalikunstmest vergeleken bij het historisch zeer lage gebruik in 2009. In 2011 (voorlopige cijfers) daalt het fosforoverschot weer en blijven de stikstof- en kaliumoverschotten nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2010.

Bij bijna twee derde van de melkveebedrijven met een 55-plusser als bedrijfshoofd is er een opvolger beschikbaar. Hiermee is de animo om een melkveebedrijf over te nemen twee keer zo groot als bij een doorsnee landbouwbedrijf.

In 2012 is het arbeidsvolume in de landbouw ten opzichte van 2011 met 3 procent gedaald tot 161 duizend arbeidsjaareenheden. In de periode 2000 – 2012 daalde het totale arbeidsvolume met een kwart. Het aandeel gezinsarbeid daalde tot 56 procent.

In 2012 is het aantal champignonbedrijven met 18 procent gedaald ten opzichte van 2011. Er waren nog 131 bedrijven met champignonteelt. In 2011 was dit nog 160 en in 2000 waren er nog 546 champignonbedrijven actief. Sindsdien is het aantal met 70 procent gedaald.

Op 1 april 2012 telde Nederland 3,9 miljoen runderen, 12,2 miljoen varkens, 95,0 miljoen kippen, 0,4 miljoen geiten en 1,0 miljoen schapen op landbouwbedrijven. Alleen de geitenstapel groeit nog.

In 2012 werd op 76 duizend hectare vollegrondsgroenten verbouwd. Vergeleken met 2011 is dat een daling met 4 duizend hectare. In alle provincies behalve Drenthe nam het areaal vollegrondsgroenten af. De oppervlakte spinazie steeg met 260 hectare het meest. Het uienareaal kende met 2610 hectare de grootste krimp.

Het areaal glastuinbouw daalde in 2012 met bijna 288 hectare tot 9 960 hectare. Hiermee is het areaal glastuinbouw voor het eerst deze eeuw kleiner dan 10 duizend hectare.

De teeltoppervlakte voor fruit is in 2012 voor het derde jaar op rij gedaald. Het areaal nam ten opzichte van 2011 met 450 hectare af tot 18,8 duizend hectare. Verder is het areaal wijndruiven met 5 hectare gedaald, terwijl dit in de jaren 2006 tot en met 2011 ieder jaar steeg.

In vrijwel alle EU-landen is het aantal melkkoeien in de periode 2011-2011 gedaald. Enige uitzondering hierop is Luxemburg waar het aantal melkkoeien marginaal steeg. De Nederlandse melkveestapel is minder snel gekrompen dan gemiddeld in de EU.

In 2012 was de oogst van consumptieaardappelen 13 procent lager dan in 2011. Dit resulteerde in een bruto oogst van bijna 3,4 miljard kilo. Dat is 200 kilo per Nederlander. De oogst van zaai-uien was 15 procent lager dan vorig jaar en kwam hiermee uit op ruim 1,3 miljard kilo.

In de periode 2001-2011 is het aantal varkens in de meeste EU-landen afgenomen. Er waren zes landen waar het aantal varkens toenam. In Duitsland en Spanje is de varkensstapel fors gestegen, maar ook in Nederland steeg het aantal varkens.

Tussen 2001 en 2011 is het aantal melkkoeien in de wei fors afgenomen. In 2001 liep nog 90 procent van de melkkoeien in de wei tegen 70 procent in 2011.

Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is in de periode tussen 1 april 2011 en 1 april 2012 opnieuw gedaald, en kwam uit op 68,5 duizend. Per dag verdwenen er bijna 5 bedrijven. De boerenbedrijven worden wel steeds groter.

Na de introductie van de eerste beleidsmaatregelen om de mestoverschotten terug te dringen (1984) zijn de overschotten van stikstof en fosfor gaan dalen. Dit ging gepaard met een toenemende benutting. Tussen 1970 en 2010 is de benutting van fosfor daardoor toegenomen van 20 procent tot ruim 80 procent. Voor stikstof nam de benutting toe van 20 tot 50 procent.

Co-vergisting van dierlijke mest is sterk gegroeid in de periode 2006-2010. Momenteel zijn ongeveer 90 bedrijven actief die één of meer vergisters exploiteren. De input van de vergisters bestaat voor meer dan 50 procent uit rundvee- en varkensmest met daarnaast een breed scala aan co-substraten. De hoeveelheid stikstof en fosfaat die via co-substraten wordt toegevoegd, is ongeveer even groot als de hoeveelheid die via export van digestaat wordt afgevoerd.

In 2011 is er 49 kilo tomaten per Nederlander geoogst. Dit is 815 miljoen kilo. Deze opbrengst werd gerealiseerd op een teeltoppervlakte van 1,7 duizend hectare. Hiermee was een vierkante meter tomaten goed voor een oogst van 48 kilo.

In 2010 waren er in Nederland ruim 72 duizend land- en tuinbouwbedrijven. Een kwart van deze bedrijven deed aan verbreding en bij 38 procent waren er inkomsten door een baan buiten het bedrijf. De boeren doen aanzienlijk vaker aan verbredingsactiviteiten dan de boerinnen en de boerinnen hebben vaker ook nog een baan buiten het bedrijf.

De vroege raming van de akkerbouw- en de tuinbouwarealen in 2012 wijst op een belangrijke afname van de arealen aardappelen, zaaiuien, zomergerst, waspeen, knolselderij en aspergeaanplant. Belangrijke stijgingen van het areaal doen zich voor bij haver, rogge, suikermaïs, peer en tomaat.

In 2011 is ruim twee miljoen ton zomergroenten geproduceerd, dat is bijna een kwart meer dan in 2000. De groei in de productie van courgette was in deze periode het grootst.

In 2011 is door de Nederlandse zuivelbedrijven 746 duizend ton kaas gemaakt. Dit is slechts één procent minder dan in het recordjaar 2010 met een kaasproductie van 753 duizend ton.

Het totale areaal asperges in Nederland is sinds 2008 met 450 hectare flink gestegen tot ruim 2900 hectare. Dit is een toename van 18 procent.

Sinds het begin van de jaren negentig worden standaardfactoren voor mestproductie en mineralenuitscheiding per diercategorie vastgesteld door de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en Mineralencijfers (WUM). Deze standaardfactoren zijn invoer voor andere berekeningen zoals de berekening van de ammoniakemissie en de emissie van broeikasgassen uit de landbouw. Gegevens over de ammoniakemissie en de emissie van broeikasgassen worden door de Emissieregistratie gebruikt in internationale rapportages. Ten behoeve van deze rapportages is inzicht in de onzekerheden gewenst. De Emissieregistratie heeft daarom de WUM gevraagd om de onzekerheden in de mestproductie en mineralenexcreties vast te stellen.

Het jaar 2011 gaat de boeken in met een recordoogst aan peren van 336 miljoen kg. Verder werd er 418 miljoen kg appels geoogst, ruim 25 kilo per inwoner.

Ruim de helft van de land- en tuinbouwbedrijven in Nederland heeft in 2010 inkomsten uit verbreding of een baan buiten het bedrijf. Dat geldt vooral voor de kleinere bedrijven.

De tuinbouw was in 2010 goed voor 125 duizend banen. Dit is 1,4 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland.

In 2011 werken 1,4 van de 70,4 landbouwbedrijven volgens een biologische productiewijze. Dit is 2 procent.

In 2011 is de aanvoerwaarde van schol toegenomen met 11 procent ten opzichte van 2010. De waarde van op Nederlandse afslagen verhandelde schol was 69 miljoen euro. Zowel de prijs als de hoeveelheid aangevoerde schol steeg.

Het vierde kwartaal van 2011 laat een forse stijging zien van het aantal landbouwfaillissementen in vergelijking met het tweede en derde kwartaal van 2011. In het vierde kwartaal werden 50 bedrijven, instellingen en eenmanszaken door de rechter failliet verklaard. Dit waren er in het tweede kwartaal 21 en in het derde kwartaal 24.

Het terrein voor glastuinbouw groeide tussen 1996 en 2008 sneller dan het bebouwd terrein. Er is in die twaalf jaar een glazen stad ter grootte van Haarlem bijgebouwd. Ruim de helft van het terrein voor glastuinbouw ligt in Zuid-Holland, maar het breidt zich daar nauwelijks uit. De grootste toename van de glastuinbouw was er in Noord-Brabant.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2009 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 365 mln kg stikstof, 13 mln kg fosfor en 40 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van circa 55 procent stikstof, 85 procent fosfor en 80 procent kalium. Ten opzichte van 2008 is dit een daling van circa 4 procent stikstof, 35 procent fosfor en 25 procent kalium. Na een onafgebroken daling sinds 2006 stijgen de overschotten in 2010 (voorlopige cijfers) weer door een iets hogere aanvoer met dierlijke mest en iets lagere gewasopbrengsten.

De oppervlakte fruitteelt is in 2011 met 246 hectare afgenomen tot 19,2 duizend hectare. Dit is een afname van 1,3 procent ten opzichte van 2010. Het areaal perenteelt en kleinfruit steeg en het areaal appels daalde fors. De daling van het areaal appels domineert de laatste jaren de afname in het totaal areaal fruit.

In 2011 werd op 80 duizend hectare vollegrondsgroente geteeld. Vergeleken met 2010 is dat een toename met 4 duizend hectare. In bijna alle provincies is meer vollegrondsgroente geteeld. Het areaal uien kende met een toename van 980 hectare de grootste groei. Het areaal stamsperziebonen daalde met 470 hectare.

In 2011 is op 252 duizend hectare maïs verbouwd. Dit is 1,6 procent minder dan in 2010. Het areaal snijmaïs daalde met 1 procent tot 227 duizend hectare. Er werd 3 procent minder korrelmaïs verbouwd, 6 procent minder energiemaïs en 16 procent minder corn-cob-mix. Daarentegen nam het areaal suikermaïs met 15 procent toe.

In 2011 is de totale oppervlakte glastuinbouw in Nederland met 61 hectare afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. Het grootst was de daling in Noord-Holland en Noord-Brabant, daarentegen steeg in Zuid-Holland het areaal flink. In 2011 was er in totaal 10,2 duizend hectare glastuinbouw.

In 2011 is het areaal boomkwekerijgewassen in de open grond met 1,6 procent toegenomen ten opzichte van 2010. Hiermee besloeg deze teelt 17,2 duizend hectare. Een jaar eeder nam het areaal boomkwekerijgewassen nog af met 1,3 procent.

In 2011 werd bijna 160 duizend hectare akkerland gebruikt voor de teelt van aardappelen. Dit was ruim duizend hectare meer dan in 2010. Ook nam het aandeel aardappelteelt in de akkerbouw verder toe.

In 2010 beschikte 95 procent van de melkvee- en varkensbedrijven in ons land over een opslagcapaciteit voor op het bedrijf geproduceerde drijfmest van 6 maanden of langer. Daarmee voldoen ze aan het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet dat een opslagcapaciteit voorschrijft voor geproduceerde mest in de periode september tot en met februari.

Boeren maken steeds meer werk van het draineren van landbouwgrond. In 2010 was 33 procent van de landbouwgrond gedraineerd, tegen 14 procent in 2003. De uitbreiding van de drainage vond vooral plaats in de zeekleigebieden.

Boeren investeren steeds meer in het beregenen van landbouwgrond. Was het in 2003 nog mogelijk om 18 procent van de landbouwgrond te beregenen, in 2010 is dit opgelopen tot 26 procent. Het deel van de landbouwgrond dat daadwerkelijk beregend werd is zelfs harder gestegen.

In 2011 is de tarweoogst met 11 procent gedaald ten opzichte van 2010. De oogst kwam uit op ruim 1,2 miljard kilo, bijna 73 kilo per Nederlander. De meeste Nederlandse tarwe wordt gebruikt als veevoer. Het tarweareaal was 151 duizend hectare, 2 procent minder dan een jaar eerder.

In 2011 waren er op landbouwbedrijven in Nederland 96 miljoen kippen. Dat is ruim 5 miljoen minder dan een jaar eerder. Onder die kippen waren ruim 43 miljoen vleeskuikens en 44 miljoen leghennen. Een jaar eerder waren er bijna 45 miljoen vleeskuikens en 48 miljoen leghennen.

In 2011 had een doorsnee glastuinbouwbedrijf een teeltoppervlakte van 1,9 hectare. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2000. De totale oppervlakte glastuinbouw is in Nederland met bijna 80 hectare afgenomen ten opzichte van een jaar eerder.

Op 1 april 2011 waren er nog ruim 70 duizend landbouwbedrijven in Nederland. Dat is 3 procent minder dan vorig jaar. Dit betekent een teruggang van bijna 6 bedrijven per dag. Ten opzichte van het jaar 2000 is het aantal bedrijven gedaald met 28 procent.

In 2010 waren er in Nederland ruim 72 duizend land- en tuinbouwbedrijven. Van de agrarische bedrijfshoofden had 10 procent een hogere beroepsopleiding of een universitaire studie afgerond. In 2005 was dit bijna 8 procent.

2011 is het zevende jaar op rij met toename van het aantal varkens. Op 1 april 2011 werden 12,4 miljoen varkens gehouden op ongeveer 6500 bedrijven. Ten opzichte van een jaar eerder betekent dat 1 procent meer varkens en 7 procent minder bedrijven.

Het aantal runderen op 1 april 2011 is ten opzichte van een jaar eerder met 3 procent afgenomen tot 3,9 miljoen. De daling van 107 duizend dieren betrof zowel het melk- en fokvee als het vlees- en weidevee. Het aantal bedrijven met rundvee lag bijna 4 procent lager.

2011 lijkt een zeer goed jaar voor de oogst van appelen en peren te worden. De oogst van appelen wordt geraamd op 418 miljoen kilogram, hiermee is de appeloogst een kwart hoger dan in 2010. De verwachte perenoogst komt voor het eerst uit op 300 miljoen kilogram.

In het weideseizoen 2010 liep 74 procent van de melkkoeien in de wei. Een jaar eerder was dit nog 76 procent en in 2007 precies 80 procent. Dit blijkt uit de eerste resultaten van de Landbouwtelling 2011.

In 2011 zijn de beteelde oppervlakten zaaiuien en suikerbieten met respectievelijk 5 procent en 4 procent toegenomen ten opzichte van 2010. Dit betekent een recordareaal zaaiuien en de eerste toename van de oppervlakte suikerbieten sinds 1999.

De meest geteelde groenten in tuinbouwkassen zijn tomaten, de meest gekweekte bloemen potplanten. De teelt van groenten onder glas is de afgelopen jaren gestaag toegenomen, terwijl de kweek van bloemen is gedaald.

In 2010 waren er op land- en tuinbouwbedrijven 170 duizend fulltime arbeidsplaatsen. Vanaf 2005 is het arbeidsvolume vrijwel gelijk gebleven. Ongeveer 17 procent van het arbeidsvolume bestond uit tijdelijke arbeidskrachten. In 2005 was dit nog 9 procent.

Het areaal bloembollen in Nederland was in 2010 bijna 23,3 duizend hectare. In de afgelopen 10 jaar is het areaal met 730 hectare (3 procent) gestegen. In 2010 werden op bijna de helft (49 procent ) van de bloembollenvelden tulpen geteeld.

Dit artikel geeft een overzicht van de rekenmethodiek en de uitgangspunten die voor de berekening van de mestproductie en mineralenuitscheiding in 2009 zijn toegepast.

Het aantal agrarische bedrijven met verbredingsactiviteiten neemt weer toe. In 2010 had bijna een kwart van de land- en tuinbouwbedrijven één of meerdere vormen van verbreding. In 2005 was het aandeel 23 procent, maar daarna daalde dit tot 15 procent in 2008.

Winterpeen is bij telers al jaren de meest favoriete wintergroente. In 2010 werd op 14,5 duizend hectare wintergroente geteeld. Hiervan was 38 procent winterpeen. Dit blijkt uit de voorlopige uitkomsten van de Landbouwtelling 2010.

In de periode 2000-2010 is het aantal kalkoenen op landbouwbedrijven met bijna eenderde gedaald tot 1 miljoen stuks. In diezelfde periode nam het aantal konijnen af met bijna een kwart tot 300 duizend. In 2010 waren er 91 bedrijven met konijnen en 56 bedrijven met kalkoenen.

In 2010 is op 158 duizend hectare aardappelen geteeld. Dit was bijna 3 duizend hectare meer dan in 2009 en 6,3 duizend hectare meer dan in 2008.

In 2010 is op 76 duizend hectare groenten geteeld in de open grond. Ten opzichte van 2009 is dat een afname met 300 hectare. Het uienareaal kende met een toename van 2,9 duizend hectare de grootste groei.

In 2010 waren er 101 miljoen kippen op landbouwbedrijven, ruim 4 miljoen meer dan een jaar eerder. Het aantal bedrijven met kippen was 2,4 duizend, ongeveer even veel als in 2009. Nederland telde op 1 april 2010 bijna 45 miljoen vleeskuikens en bijna 48 miljoen leghennen. Daarnaast zijn er in Nederland bijna 9 miljoen ouderdieren van (vooral) vleeskuikens en leghennen.

In 2010 werd op 255 duizend hectare maïs verbouwd. Dit is ruim 5 procent minder dan in 2009. Het snijmaïsareaal daalde tot 230 duizend hectare. Verder werd er ook minder korrelmaïs en corn cob mix verbouwd.

In 2010 is de teelt van champignons afgenomen. Het aantal bedrijven dat champignons teelt is 175. In 2009 was het aantal telers nog 193. Vanaf 2000 is het aantal bedrijven ieder jaar afgenomen met gemiddeld 34 per jaar.

In 2010 waren er op 3,7 duizend landbouwbedrijven ruim 350 duizend geiten. Dat is gemiddeld 95 geiten per bedrijf. Het overgrote deel van de geiten (70 procent) wordt gehouden voor de melk

De oppervlakte fruitteelt is in 2010 met 114 hectare afgenomen naar 19,5 duizend hectare. Dit is een afname van bijna een procent ten opzichte van 2009. Sinds 2006 steeg het fruitteeltareaal drie jaar op rij. Het areaal perenteelt en kleinfruit steeg en daarentegen daalde de oppervlakte appels fors.

Op 1 april 2010 waren er 72 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland. Dat is ruim 1 procent minder dan een jaar eerder. Het is de kleinste afname van het aantal bedrijven in ruim 15 jaar. Het grootst was de daling in Zuid-Holland, het kleinst in Overijssel.

Op 1 april 2010 waren er bijna 4 miljoen runderen op 32,8 duizend landbouwbedrijven. Gemiddeld is dat 121 dieren per bedrijf. De rundveestapel is opgebouwd uit 2,7 miljoen stuks melkvee (vooral melkkoeien en jongvee) en ruim 1,2 miljoen stuks vleesvee (vooral vleeskalveren).

In 2010 is de oppervlakte glastuinbouw in Nederland per saldo nauwelijks afgenomen vergeleken met een jaar eerder. Het areaal van onder glas geteelde groenten nam meestal flink toe. De drie grootste groeiers waren de paprika’s, de tomaten en de komkommers. De oppervlakte snijbloemen daalde in het afgelopen jaar met 244 hectare.

Volgens de voorlopige oogstraming van het CBS bedraagt de bruto oogst in 2010 van aardappelen 6,6 miljard kilogram. Dat is 8 procent minder dan in 2009. Ook de raming voor de suikerbietenoogst komt met 5,1 miljard kilogram lager uit. Voor de zaaiuien is de oogstraming met 1,2 miljard kilogram vrijwel gelijk aan de bruto oogst in 2009.

In de periode 1995-2009 is het aantal landbouwbedrijven sterk afgenomen. Ook het arbeidsvolume en het agrarisch inkomen daalden flink.

De hectareopbrenst van vrijwel alle graansoorten pakt in 2010 lager uit dan in 2009. Dit blijkt uit de eerste raming van het CBS van deze opbrengsten.

In het tweede kwartaal van 2010 hadden 125 duizend werknemers een baan in de land-, bosbouw en visserij. Dit waren er duizend minder dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal was het gemiddeld aantal banen in de landbouw 112 duizend. Dit was het laagste aantal in deze eeuw.

In het eerste halfjaar van 2010 zijn er slechts 25 bouwvergunningen afgegeven voor de nieuwbouw van kassen. Dat is het laagste aantal bouwvergunningen voor kassen sinds de aanvang van deze statistiek in 1990. Het aantal vergunningen voor nieuwe schuren en stallen daalde over het eerste halfjaar met ruim 7 procent naar 786 stuks.

In 2009 groeide het areaal wijndruiven met 4 hectare. Tussen 2003 en 2008 bedroeg de toename nog gemiddeld ruim 21 hectare per jaar.

Nieuwe appelrassen als Junami, Kanzi en Rubens komen de laatste jaren sterk op. In de afgelopen zes jaar is de teeltoppervlakte hiervan gegroeid tot 988 hectare.

In 2009 heeft Nederland 434 miljoen kilo appels uitgevoerd. Dit is 5 procent minder dan in 2008. Deze daling zet zich voort in het eerste halfjaar van 2010. In deze periode bedroeg de appelexport 233 miljoen kilo. Dit is eveneens 5 procent minder in vergelijking met de periode januari tot en met juni 2009.

In 2010 is het areaal consumptieaardappelen met 2 procent toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. Hiermee steeg dit areaal tot 72,1 duizend hectare. De oppervlakte zaaiuien steeg zelfs met 11 procent tot 21,6 duizend hectare

De afgelopen twintig jaar zijn boeren erin geslaagd met steeds minder fosfaatbemesting minstens dezelfde, maar vaak ook hogere gewasopbrengsten te behalen. De benutting van fosfaatmeststoffen is daardoor met 60 procent verbeterd.

Nederland heeft in de eerste vijf maanden van 2010 voor 2,4 miljard euro aan zuivelproducten en eieren uitgevoerd. Dit is 11 procent meer dan in de eerste vijf maanden van 2009.

Melkveebedrijven gaan zich meer en meer richten op alleen melkvee. De grootte van de melkveestapel neemt toe, terwijl neventakken als schapen en varkens worden verkleind.

Nederlandse melkveehouders hebben in mei 2010 ruim 1 miljard kilogram melk geleverd. Dat is de grootste aanvoer aan zuivelfabrieken sinds het begin van de meting in januari 1995.

In 2009 werd op 4,3 duizend hectare leliebollen geteeld. In Noord-Holland groeide 21 procent van deze lelies. In 1980 was dit aandeel nog 87 procent. Hiermee heeft de provincie Noord-Holland de dominante rol in de teelt van leliebollen verloren.

In 2009 werd op 626 hectare komkommers geteeld. Hiermee staat de komkommer qua oppervlakte glasgroenten op de derde plaats, na de tomaat (1628 hectare) en de paprika (1331 hectare). In de periode 2000-2009 is het totale areaal komkommers met 6 procent licht afgenomen. In de omgeving van Den Haag en in Emmen krimpt het komkommerareaal, terwijl in De Peel en omgeving dit areaal toeneemt.

In 2009 werd op 2,3 duizend boerderijen rechtstreeks verkocht aan detailhandel, horeca of consument. Het gaat hier over de verkoop van landbouwproducten langs de weg, via een boerderijwinkel, via internet en bezorgen van producten bij bedrijven. Dit betekent dat bijna 3 op de 100 boerenbedrijven op deze manier producten verkoopt.

In 2009 hadden 5773 landbouwbedrijven een beheersovereenkomst voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Bij dit natuur- en landschapsbeheer gaat het om zaken als weidevogelbeheer, botanisch beheer, beheer van perceelsranden en het onderhoud van houtwallen. Hoewel het weinig inkomsten oplevert, doet maar liefst 8 procent van het totale aantal landbouwbedrijven aan agrarisch natuurbeheer.

In 2009 telde Nederland 707 zorgboerderijen. Dit waren er in 2003 nog 372. Op een zorgboerderij wordt zorg verleend aan personen met een zorgvraag, zoals kinderen, ouderen en mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.

In 2009 hadden 2,2 duizend landbouwbedrijven verbredingsactiviteiten op het gebied van agrotoerisme. Agrotoerisme omvat hier verblijfsrecreatie, ontvangst van bezoekers (voor rondleidingen, in café of restaurant) en de verhuur van recreatiegoederen, recreatiedieren of recreatieve voorzieningen. Dit betekent dat toeristen terecht kunnen bij 3 op de 100 boerderijen.

In 2009 bedroeg de aanvoerwaarde van tong 108 miljoen euro. Schol staat met een aanvoerwaarde van 54 miljoen euro op een tweede plaats en op plaats drie volgt de garnaal met 39 miljoen euro.

In 2009 waren er nog bijna 1,6 duizend melkveehouders die meer kalfjes en pinken hadden dan melkkoeien. Dit is 8 procent van de melkveehouders. In 2000 was dit nog 15 procent. Dit betekent dat melkveehouders zich steeds meer richten op de melkkoe.

In dit rapport is nagegaan welke bronnen er beschikbaar zijn om windenergie bij landbouwbedrijven te kwantificeren en welke definitie praktisch zou kunnen zijn.

Het aantal varkenshouders met meer dan 5000 vleesvarkens is van 2000 tot en met 2009 bijna verdrievoudigd tot 113. In deze periode is het aantal bedrijven met vleesvarkens nagenoeg gehalveerd.

In 2009 is de teeltoppervlakte van blauwe bessen met 107 hectare (26 procent) gegroeid ten opzichte van 2008. Het areaal steeg tot 526 hectare en is hiermee vergelijkbaar met de oppervlakte zwarte bessen.

In 2009 werd 73 procent van het werk op familiebedrijven in de land- en tuinbouw gedaan door gezinsarbeidskrachten. Dit was in 2004 nog 77 procent. Ondanks de lichte afname van het gezinswerk, blijven boerderijen echte familiebedrijven. Het aandeel familiebedrijven bleef in de periode 2004-2009 vrijwel ongewijzigd op 95 procent.

In 2008 stonden er ruim 11 duizend bedrijfsopvolgers klaar om een land- en tuinbouwbedrijf over te nemen. Hiervan was 8,5 procent vrouw. In 2000 was dit nog 6,8 procent.

In 2009 was de appel- en perenoogst per hectare groter dan ooit te voren. De perenopbrengst kwam uit op bijna 38 ton per hectare, een stijging van 65 procent ten opzichte van het slechte perenjaar 2008.

Akkerbouwers hebben in 2009 de hoogste opbrengsten per hectare geoogst van suikerbieten, pootaardappelen, wintertarwe en zomergerst sinds de meting in 1994.

Eind 2009 stonden er in de landbouw bijna 1 700 vacatures open, een jaar eerder waren dit er 700 meer. Rekening houdend met seizoencorrectie is het aantal openstaande vacatures in 2009 stabiel, maar dit ligt wel fors lager dan in 2008.

In 2009 werkten 13,3 duizend boeren van 65 jaar of ouder op de boerderij. Hiermee werkt op bijna een van de vijf boerderijen een ‘gepensioneerde’ boer. Bijna de helft van deze boeren heeft een werkweek van 30 uur of meer.

In 2009 was 30 procent van alle land- en tuinbouwbedrijven in Nederland klein.

In december 2009 waren de voedingsmiddelen 1,1 procent goedkoper dan een jaar eerder. De inflatie in deze periode was 1,1 procent.

In oktober van 2009 was de gemiddelde prijs per kilo schol op de Nederlandse afslagen 1,42 euro. Die prijs is erg laag, want de afgelopen jaren lag de prijs voor schol in oktober rond de 2 euro. Het is 16 jaar geleden dat de prijs in oktober zo laag was. In 1993 bedroeg de scholprijs in oktober 1,28 euro.

In 2009 waren er 193 bedrijven die champignons teelden, een daling van 10 procent in vergelijking met vorig jaar. In de periode 2000-2009 daalde het aantal champignonkwekers met 63 procent.

In de periode 2000-2009 steeg het aantal geiten met jaarlijks bijna 22 duizend, van 178 duizend in 2000 tot 374 duizend in 2009. Bijna 300 bedrijven hebben zich gespecialiseerd in het houden van geiten. Op deze bedrijven verdubbelde het gemiddeld aantal geiten van 500 in 2000 naar ruim duizend in 2009.

In 2009 werd op 75,8 duizend hectare opengrondsgroenten geteeld. Ten opzichte van 2008 is dat een afname met 2,2 duizend hectare. Noord-Brabant en Noord-Holland waren goed voor de grootste krimp met respectievelijk 660 hectare en 390 hectare.

In 2009 telde Nederland 20 duizend boerderijen met melkkoeien, 18 duizend daarvan hebben zich gespecialiseerd in het houden van melkvee. Op deze gespecialiseerde bedrijven is bijna 95 procent van alle melkkoeien te vinden. In totaal waren er 1,5 miljoen melkkoeien, bijna 2 procent meer dan een jaar eerder.

In de landbouw is het arbeidsvolume van tijdelijk personeel fors gestegen. In de periode van 1 april 2008 tot 1 april 2009 steeg dit met 25 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het totale arbeidsvolume op landbouwbedrijven bleef vrijwel gelijk.

In 2009 werd op 270 duizend hectare maïs verbouwd. Dit is bijna 2 procent minder dan in 2008. Het snijmaïsareaal bleef met 240 duizend hectare vrijwel onveranderd. De oppervlakte korrelmaïs daalde met 3 duizend hectare tot 19 duizend hectare. Het areaal corn cob mix bleef gelijk op 8 duizend hectare.

In 2009 is het aardappelareaal in Nederland met bijna 3,4 duizend hectare toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. Hiermee besloeg het aardappelareaal ruim 155 duizend hectare. De oppervlakte pootaardappelen steeg met 1,6 duizend hectare, de toename bij consumptieaardappelen was 1,2 duizend hectare en het areaal zetmeelaardappelen steeg 500 hectare.

De teeltoppervlakte voor fruit is in 2009 met 250 hectare toegenomen. Dat is een toename van 1,3 procent ten opzichte van 2008. Hiermee besloeg het fruitteeltareaal in 2009 ruim 19,5 duizend hectare.

In 2009 is de oppervlakte glastuinbouw in Nederland met 160 hectare toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. De glasgroenteteelt nam met 180 hectare toe en de oppervlakte blijvende teelt (vooral boomkwekerijgewassen) steeg met 20 hectare.

Op land- en tuinbouwbedrijven winnen verbredingsactiviteiten zoals agrotoerisme, natuurbeheer en zorgtaken aan populariteit.

Op 1 april 2009 waren er 73 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland. Dat zijn er bijna 3 procent minder dan vorig jaar.

Op 1 april 2009 waren er in Nederland bijna 12,2 miljoen. Dat is 1,3 procent meer dan een jaar eerder. In de periode tussen 1 april 2004 en 1 april 2009 is de varkensstapel met 9 procent toegenomen. Op elke vier Nederlanders zijn er nu ongeveer drie varkens.

De oppervlakte in Nederland waarop bomen, struiken en vaste planten worden gekweekt is sinds 2000 met een derde toegenomen tot bijna 17 duizend hectare in 2008. De toename begon ongeveer 25 jaar terug, toen besloeg het areaal boomkwekerijgewassen nog ruim 6 duizend hectare.

In juli van 2009 was de gemiddelde prijs per kilo schol op de Nederlandse afslagen 1,38 euro. In de afgelopen jaren lag de prijs voor schol in juli rond de 2 euro. Het is 17 jaar geleden dat de prijs in juli zo laag was.

In dit artikel wordt de Nederlandse glastuinbouw belicht waarbij de gehele keten van tomaten, paprika’s en komkommers van producent tot consument wordt doorlopen.

In 2008 waren er in Nederland 13 wijnteeltbedrijven meer dan een jaar eerder. Van deze bedrijven waren er 11 gesitueerd in Gelderland.

In juli 2009 betaalden consumenten voor melk 2,3 procent minder dan een jaar eerder. De producentenprijs bij de zuivelonderneming daalde nog harder en was in juli bijna 10 procent lager dan in juli 2008. De melkprijs bij de boer daalde met ruim 31 procent echter het sterkst.

Uit de Conjunctuurtest van augustus 2009 blijkt dat het beeld in de voedings- en genotmiddelenindustrie iets is verbeterd. De stemming in de branche kan worden omschreven als wisselvallig. Zo verwachten de ondernemers nog steeds een afname van de personeelssterkte in de komende maanden.

In 2008 werd twee derde van de legkippen in zogeheten emissiearme stallen gehouden. De meeste vleeskuikens, vleesvarkens en zeugen zaten in 2008 nog in stallen die te veel ammoniak uitstoten.

In de landbouwtelling van 2008 is een groot aantal vragen opgenomen over de huisvesting van rundvee, varkens en pluimvee. In dit artikel zijn de resultaten weergegeven, waarbij een vergelijking wordt gemaakt met toekomstige eisen op het gebied van de ammoniakemissie uit dierenverblijven. Ook komen enkele aspecten aan de orde op het gebied van dierenwelzijn die ook van invloed zijn op de ammoniakemissie.

De voedings- en genotmiddelenindustrie heeft in juni 2009 minder omgezet dan een jaar eerder. Het omzetvolume per gemiddelde werkdag en het volume van de gemiddelde dagproductie waren eveneens kleiner. De afzetprijs daalde ten opzichte van juni 2008.

In de periode 2000-2008 is de oppervlakte glastuinbouw in Nederland met bijna 500 hectare afgenomen. Zuid-Holland tekende, met een afname van 700 hectare, voor de grootste daling.

De teeltoppervlakten van de appelrassen Golden Delicious en Cox’s Orange nemen jaarlijks af en dreigen uit ons land te verdwijnen. Nieuwe rassen zoals Junami, Kanzi en Rubens komen de laatste jaren sterk opzetten.

De beteelde oppervlakte consumptieaardappelen is in 2009 iets kleiner dan een jaar eerder. De oppervlakte aardappelen op zand- en veengronden is wel gestegen, maar op de kleigronden worden minder aardappelen verbouwd.

De aanvoer van melk bij de melkfabrieken daalde in mei 2009 licht met 1,6 procent ten opzichte van mei 2008. De aanvoer kwam uit op nagenoeg 967.000 ton. In de periode januari tot en met mei 2009 is ruim 4,7 miljoen ton melk aangevoerd. Dit is een teruggang van 2,2 procent ten opzichte van een jaar eerder.

In mei 2009 heeft de voedings- en genotmiddelenindustrie minder omgezet dan in de vergelijkbare maand een jaar eerder. Ook het omzetvolume per gemiddelde werkdag en het volume van de gemiddelde dagproductie waren kleiner. Producten werden goedkoper ten opzichte van mei 2008. Het volume van de bruto toegevoegde waarde was in het eerste kwartaal van dit jaar kleiner dan in het vergelijkbare kwartaal van 2008.

Uit de Conjunctuurtest van juni 2009 blijkt dat het beeld in de voedings- en genotmiddelenindustrie iets is verbeterd. De orderontvangsten nemen nog licht af en is er sprake van minder negatieve oordelen. Verder verwachten de ondernemers nog steeds een afname van de personeelssterkte in de komende maanden. Het algemene beeld in de branche kan omschreven worden als licht pessimistisch.

In 2008 is de oogst van aardbeien uit de kas voor het eerst groter dan de opbrengst van de volle grond. De oogst onder glas en in tunnels was vorig jaar 21,2 miljoen kilo. De opbrengst van de aardbeienplanten die in de volle grond groeien kwam in 2008 uit op 21,0 miljoen kilo.

In 2008 bedroeg de beteelde oppervlakte asperges in Nederland 2 500 hectare. Dat is een toename van 19 procent ten opzichte van 2000.

De gemiddelde prijs op de afslag van Hollandse garnalen is in april van dit jaar uitgekomen op 2,70 euro per kilo. Daarmee zit de prijs in een dal, waarin het terecht kwam in het laatste kwartaal van 2008.

Boeren met een meewerkende levenspartner hebben grotere landbouwbedrijven dan alleenstaande boeren of boeren met een niet-meewerkende partner.

In 2008 telde Nederland 339 boerderijen met zowel varkens als kippen. Dit waren er in 2003 nog 286. Dit betekent dat op ruim vier procent van de boerderijen met varkens ook kippen rond lopen. In 2003 was dit 2,7 procent.

In de eerste twee maanden van 2009 zijn er bijna vijf procent meer runderen geslacht dan in diezelfde periode een jaar eerder. Daarentegen verminderde het aantal varkensslachtingen met 15 procent.

In 2008 is de oogst van alle koolsoorten tezamen met ruim 6 procent gestegen ten opzichte van 2007. Hiermee is er 373,7 miljoen kilo kool geoogst. Alle koolsoorten hebben aan de stijging bijgedragen.

In 2008 is 2 procent van de granen, bollen en knollen in ons land op biologische wijze geteeld. De opbrengst van de biologische akkerbouw is (veel) lager dan van de gangbare akkerbouw.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2006 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 450 mln kg stikstof, 45 mln kg fosfor en 105 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van stikstof met circa 45 procent, van fosfor met 55 procent en van kalium met 45 procent. Ten opzichte van 1990 is dit een daling van circa 30 procent stikstof, 45 procent fosfor en 35 procent kalium. Na een stijging van de overschotten gedurende 2 opeenvolgende jaren (2005 en 2006) zet de dalende trend zich voort in 2007 (voorlopige cijfers).

Het afgelopen halfjaar zijn de consumenten bij het doen van hun boodschappen geconfronteerd met sterk gestegen prijzen. Toch gaven zij de afgelopen decennia een steeds kleiner deel van hun totale bestedingen uit aan voeding.

Het aantal wijnboeren in Nederland neemt snel toe. In 2007 verbouwden 68 bedrijven wijn, meer dan tweemaal zo veel als in 2003.

In 2007 waren er in Nederland nog bijna 77 duizend landbouwbedrijven, een derde minder dan in 1995. De oppervlakte landbouwgrond is sinds 1995 bijna niet afgenomen, waardoor de meeste overgebleven bedrijven flink groter en minder arbeidsintensief zijn geworden.

In 2007 waren er ruim 600 agrarische bedrijven waar mensen met een zorg- of hulpvraag een passende dagbesteding vinden en/of meewerken. Het aantal zorgboerderijen is in vier jaar tijd met twee derde toegenomen.

Net als in 2006 stonden in 2007 ruim 300 duizend melkkoeien gedurende het weideseizoen op stal.

In 2007 is in Nederland 4,4 miljard kg groenten geoogst. Deze oogst bestaat voor 35 procent uit kasgroenten (komkommer, paprika en tomaat).

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's. In 2005 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw ongeveer 440 mln kg stikstof, 35 mln kg fosfor en 90 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van stikstof met circa 45 procent, van fosfor met 60 procent en van kalium met 55 procent.

In 2007 is een recordhoeveelheid van 260 miljoen kg peren geoogst. Dit is 38 miljoen kg meer dan in 2006.

In 2007 teelden bijna 4,2 duizend bedrijven in Nederland boomkwekerijgewassen of vaste planten. Dit zijn honderd bedrijven minder dan een jaar eerder. Het areaal boomteelt steeg opnieuw met 5 procent tot ruim 16 duizend hectare.

Ondernemers in de diervoederindustrie voorzien nog steeds stijgende verkoopprijzen. Wel is de eensgezindheid hierover in de eerste maand van 2008 duidelijk minder groot dan voorheen.

In 2007 hadden 7,8 duizend land- en tuinbouwbedrijven een kas. Dit waren er bijna 600 minder dan een jaar eerder. Tien jaar geleden waren er nog 12,2 duizend bedrijven met glastuinbouw.

Een doorsnee akkerbouwbedrijf was in 2007 voor het eerst groter dan 40 hectare. Dit is ruim 7 hectare meer dan tien jaar eerder. Nederland telde nog 11,4 duizend akkerbouwbedrijven, tegen 14,7 duizend in 1997.

Sinds de invoering van melkquotering in 1983 is het aantal melkkoeien in Nederland met 1,1 miljoen gedaald tot iets minder dan 1,5 miljoen dieren. Dat is een daling van 42 procent.

Het aantal landbouwbedrijven in Nederland is de laatste vijftien jaar afgenomen van 120,1 duizend tot 76,7 duizend. Dat komt neer op het stoppen van gemiddeld 55 boerenbedrijven per week.

De aardappeloogst zal in 2006 uitkomen op 4,3 miljard kilo. Dit is 5 procent lager dan in 2005 en bereikt daarmee het laagste niveau sinds 1998.

In het artikel komt de mest- en mineralenproductie in 2004 aan bod. Tevens worden de voorlopige uitkomsten over 2005 gepresenteerd.

In 2005 was de oogst van de meeste akkerbouwgewassen flink lager dan in 2004. Bij vrijwel alle akkerbouwgewassen is dat het gevolg van een lagere opbrengst per hectare en een daling van de geoogste oppervlakte.

In 2005 is de verwachte aardappeloogst 8 procent lager dan in 2004. Dit betekent dat de akkerbouwers ongeveer 4,8 miljard kilogram consumptie- en pootaardappelen zullen oogsten.

Het artikel gaat in op de mestproductie en de mineralenuitscheiding van de Nederlandse veestapel in 2004. Hierbij komen verschillen tussen bedrijfstypes en regio's aan bod. Verder wordt de productie van dierlijke mest in 2004 op bedrijfsniveau vergeleken met gebruiksnormen die in 2006 van kracht worden.

In 2004 is de oogst per hectare van de belangrijkste akkerbouwgewassen flink hoger uitgekomen dan in de voorgaande jaren. De oogst van een hectare aardappelen leverde gemiddeld 46 ton op. Dit is 6 procent meer dan het gemiddelde in de afgelopen tien jaar. Bovendien is in 2004 een uitzonderlijk grote hoeveelheid uien voortgebracht.

De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote overschotten van de mineralen stikstof, fosfor en kalium. Het CBS berekent jaarlijks via twee berekeningswijzen de omvang van deze overschotten aan de hand van uitgebreide stroomschema's.

De verwachte oogst van consumptie– en pootaardappelen is in 2004 met ruim 5 miljard kilogram 11 procent groter dan in 2003. In 2003 was de aardappeloogst uitzonderlijk laag door de droge zomer. De verwachte aardappeloogst in 2004 is vergelijkbaar met de gemiddelde oogst over de laatste tien jaar. De totale opbrengst van zaaiuien wordt bijna de helft groter dan vorig jaar. Hiermee zullen er voor het eerst meer dan 1 miljard kilo zaaiuien van het land worden gehaald. Deze uitzonderlijk hoge uienopbrengst komt door een sterke uitbreiding van het areaal en hoge opbrengsten per hectare.

Dit artikel bespreekt enkele kerngegevens over de uitvoering en resultaten van het mest- en ammoniakbeleid in Nederland. Het gaat in op ontwikkelingen bij de mestproductie- en dierrechten, mineralenaangiften, mestafzetovereenkomsten en overheidsuitgaven.

Het artikel gaat in op de hoeveelheid dierlijke mest en mineralen die landbouwbedrijven produceren, transporteren en gebruiken. Daarnaast is gekeken in welke mate de plaatsingsruimte voor stikstof en fosfaat wordt benut. De resultaten zijn onder andere beschikbaar per gemeente en per landbouwgebied. Verder wordt de berekeningsmethode uitgebreid toegelicht.

De productie van aardappelen is vorig jaar fors lager uitgevallen dan in 2002. De aardappeloogst kwam in 2003 uit op 6,5 miljard kilo. Dat is eenachtste minder dan in 2002. Akkerbouwers oogstten in 2003 nog geen 41 duizend kilo aardappelen per hectare. Door de droge zomer is die opbrengst de laagste in tien jaar. De daling van de productie werd versterkt doordat de oppervlakte aardappelen afnam.

In het artikel komen de berekeningsmethodiek, de mestproductie- en uitscheidingsfactoren per diercategorie en de totale mest- en mineralenproductie in 2002 aan de orde. Verder worden de voorlopige uitkomsten over 2003 gepresenteerd.