Hier en nu: Samenvatting
| Thema | Indicator | Positie in de Europese Unie | Positie in EU-ranglijst | Trend (2018-2025) | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|---|---|
| Subjectief welzijn | Tevredenheid met het leven | 2023: 1e van 19 | Hoog | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Subjectief welzijn | Ervaren regie over het eigen leven | 2017: 3e van 27 | Hoog | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Materiële welvaart | Mediaan besteedbaar inkomen | 2024: 5e van 27 | Hoog | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2023-2024) |
| Materiële welvaart | Individuele consumptie | 2025: 4e van 27 | Hoog | Stijging brede welvaart | Stijging brede welvaart (2024-2025) |
| Gezondheid | Gezonde levensverwachting mannen | 2023: 17e van 26 | Midden | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Gezondheid | Gezonde levensverwachting vrouwen | 2023: 23e van 26 | Laag | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Gezondheid | Overgewicht bij volwassenen | 2019: 5e van 26 | Hoog | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Arbeid en vrije tijd | Langdurige werkloosheid | 2025: 1e van 27 | Hoog | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2024-2025) |
| Arbeid en vrije tijd | Nettoarbeidsparticipatie | 2024: 1e van 27 | Hoog | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2024-2025) |
| Arbeid en vrije tijd | Behaald onderwijsniveau: hbo, wo | 2024: 7e van 27 | Hoog | Stijging brede welvaart | Stijging brede welvaart (2024-2025) |
| Arbeid en vrije tijd | Tevredenheid met vrije tijd | 2022: 6e van 26 | Hoog | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Arbeid en vrije tijd | Tijdverlies door files en vertraging | Onvoldoende data(kwaliteit) | Geen data | Geen verandering | Daling brede welvaart (2023-2024) |
| Arbeid en vrije tijd | Tevredenheid met werk (werkenden) | 2017: 7e van 27 | Hoog | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Wonen | Mediane woonquote (huur en koop) | 2024: 21e van 27 | Laag | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2023-2024) |
| Wonen | Thuiswonende jongvolwassenen (25-29 jaar) | 2025: 3e van 13 | Hoog | Daling brede welvaart | Geen verandering (2024-2025) |
| Wonen | Tevredenheid met woning | 2017: 8e van 27 | Midden | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Samenleving | Contact met familie, vrienden of buren | 2023: 2e van 19 | Hoog | Geen verandering | Daling brede welvaart (2024-2025) |
| Samenleving | Inspraak en verantwoordingsplicht | 2024: 5e van 27 | Hoog | Geen verandering | Geen verandering (2023-2024) |
| Samenleving | Vertrouwen in instituties | 2023: 3e van 19 | Hoog | Geen verandering | Daling brede welvaart (2024-2025) |
| Samenleving | Vertrouwen in andere mensen | 2023: 2e van 19 | Hoog | Geen verandering | Daling brede welvaart (2024-2025) |
| Samenleving | Ontwikkeling normen en waarden | Onvoldoende data(kwaliteit) | Geen data | Geen verandering | Geen verandering (2024-2025) |
| Samenleving | Vrijwilligerswerk | Onvoldoende data(kwaliteit) | Geen data | Geen verandering | Daling brede welvaart (2024-2025) |
| Veiligheid | Vaak onveilig voelen in de buurt | Onvoldoende data(kwaliteit) | Geen data | Daling brede welvaart | Geen verandering (2023-2025) |
| Veiligheid | Slachtofferschap van traditionele criminaliteit | 2023: 13e van 19 | Midden | Geen verandering | Geen verandering (2023-2025) |
| Milieu | Beheerde landnatuur in Natuurnetwerk Nederland | Onvoldoende data(kwaliteit) | Geen data | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2023-2024) |
| Milieu | Kwaliteit van zwemwater binnenwateren | 2024: 16e van 25 | Midden | Daling brede welvaart | Geen verandering (2024-2025) |
| Milieu | Stikstofdepositie en landnatuur | Onvoldoende data(kwaliteit) | Geen data | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2022-2023) |
| Milieu | Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5) | 2024: 10e van 27 | Midden | Stijging brede welvaart | Geen verandering (2023-2024) |
| Milieu | Milieuproblemen | 2023: 19e van 27 | Midden | Geen verandering | Stijging brede welvaart (2024-2025) |
Brede welvaart 'hier en nu' gaat over de kwaliteit van leven en van de leefomgeving van de mensen die op dit moment in Nederland wonen. Brede welvaart ‘hier en nu’ wordt beschreven aan de hand van acht thema’s, namelijk subjectief welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid, en milieu.
Uitleg dashboard, kleuren en noten
De brede welvaart ‘hier en nu’ is groot vergeleken met andere EU-landen en is nog altijd in de meeste gevallen stabiel of stijgend. De meeste Nederlanders zijn tevreden met hun leven en met aspecten daarvan zoals werk, vrije tijd en wonen. In het laatste jaar ontstaat echter wel een breuk in het vertrouwen in andere mensen en in instituties en doen minder mensen vrijwilligerswerk of informele hulp. De financiële middelen van huishoudens nemen toe en weinig mensen leven in armoede vergeleken met andere EU-landen. De mogelijkheden om te werken zijn groot, maar dit leidt al langere tijd niet tot hogere financiële beloningen. Een steeds groter aandeel werkenden ervaart psychische vermoeidheid door werk. De woningvoorraad groeit, maar kan de vraag niet bijbenen en meer jongvolwassenen wonen nog bij hun ouders dan in eerdere jaren. De kwaliteit van de leefomgeving gaat in sommige opzichten vooruit, maar er blijft druk op de natuur.
Subjectief welzijn
De tevredenheid met het leven is in Nederland over het algemeen groot. in 2025 gaf 84,9 procent van de Nederlanders hun eigen leven een rapportcijfer van een 7 of hoger. Nederland had in 2023 het hoogste niveau van tevredenheid met het leven in de EU. De meeste mensen in Nederland zijn ook tevreden met aspecten van hun leven, zoals hun woning, werk en sociaal leven. Alsnog betekent dit dat meer dan twee miljoen mensen het leven een 6 of lager geven en heeft minder dan de helft van de bevolking het gevoel in hoge mate regie te hebben over het eigen leven.
Materiële welvaart
Het mediaan besteedbaar inkomen van huishoudens en de individuele consumptie horen bij de hoogste in de EU-27 en blijven stijgen.
Huishoudens zijn gemiddeld goed in staat om in het geval van een schok te voorzien in het eigen levensonderhoud. Volgens de Nederlandse armoededefinitie nemen het aandeel kinderen in armoede en het aandeel langdurig armen trendmatig af. In 2024 steeg de mediane koopkracht van de Nederlandse bevolking met 3,6 procent. Dit is de hoogste stijging in meer dan twintig jaar. Wel maakten in 2025 meer mensen zich zorgen over hun financiële toekomst dan in 2024.
Gezondheid
De gezonde levensverwachting van mannen is niet hoog of laag en die van vrouwen is laag vergeleken met de rest van de EU. De gezonde levensverwachting van vrouwen is ook lager dan die van de mannen in Nederland. Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen maar brengen een groter deel van hun leven door in minder goede gezondheid.
In 2025 beoordeelde bijna 77 procent van de Nederlanders de eigen gezondheid als goed of zeer goed. Meer dan vier miljoen Nederlanders ervaren hun gezondheid dus als minder dan goed. In 2025 kampte 4,5 procent van de bevolking als gevolg van problemen met de gezondheid langdurig met ernstige beperkingen bij het dagelijks functioneren. Dit percentage daalt niet langer. Het aandeel van de bevolking dat gevoelens van angst en depressie ervaart neemt niet langer toe.
Arbeid en vrije tijd
Door de krapte op de arbeidsmarkt zijn de mogelijkheden om te werken groot, hoewel deze krapte niet langer toeneemt. De vacaturegraad was in 2024 de hoogste in de EU (1e van de 17 beschikbare landen), maar daalde in 2025. De nettoarbeidsparticipatie in Nederland is al jaren de hoogste van de EU-27. De langdurige werkloosheid (één jaar of langer) daalt trendmatig en blijft de laagste in de EU-27.Hoewel de meeste mensen tevreden zijn met hun werk, ervaart een steeds groter deel van de werkenden psychische vermoeidheid door werk. Ook was in 2025 het aandeel dat zich zorgen maakt om het behoud van hun baan toegenomen. Op de middellange termijn nemen zorgen van werknemers over het behoud van hun baan wel af. Al jaren blijft de financiële beloning voor werk stabiel. Gecorrigeerd voor inflatie was het reële uurloon van werknemers in 2024 een van de hoogste in de EU-27, maar het is sinds 2009 niet meer gestegen.
Wat betreft deelname aan verschillende vormen onderwijs is er een stabiel beeld: ruim 96 procent van de kinderen vanaf 4 jaar neemt deel aan voorschoolse educatie, ruim 7 procent van de jongvolwassenen stopt voortijdig met hun opleiding en meer dan 23 procent van de Nederlanders van 25 tot 75 jaar volgde in 2024 een vorm van onderwijs in de vier weken voorafgaand aan het moment dat zij hierover bevraagd werden.
Wonen
De meeste volwassen Nederlanders zijn tevreden met hun woning (86,5 procent in 2025). Dat betekent wel dat 13,5 procent niet of minder tevreden was. Van elke 10 duizend mensen (van 18 tot 65 jaar) hadden 30 mensen in 2024 geen woonruimte. De krapte op de woningmarkt maakt het vinden van een betaalbare woning moeilijk. De woningvoorraad groeit maar kan de vraag niet bijbenen: voor 2025 wordt het tekort aan woningen door ABF Research geraamd op bijna 400 duizend woningen of 4,8 procent van de woningvoorraad. Het kopen of huren van een woning wordt steeds duurder. Dit maakt het moeilijk voor starters om een woning te vinden zoals te zien aan het groeiende aandeel van de jongvolwassenen van 25 tot 30 jaar dat nog bij hun ouder(s) woont. Dit aandeel is nog steeds laag vergeleken met andere EU-landen.
Voor mensen die al een woning hebben, wordt wonen beter betaalbaar. Huishoudens geven een steeds kleiner deel van hun inkomen uit aan de totale woonlasten. Nederlanders zijn over het algemeen tevreden met hun woonomgeving. De leefomgeving wordt schoner en geluidsoverlast door buren of van de straat neemt niet langer trendmatig toe.
Samenleving
Sociale contacten en deelname aan de samenleving via vrijwilligerswerk en informele hulp zijn in 2025 afgenomen. Het aandeel mensen (van 15 jaar of ouder) dat minstens een keer per week vrijwilligerswerk doet is gedaald tot 47 procent. Na een stijgende trend tot 2024 verleende in 2025 34,1 procent van de mensen in de vrije tijd onbetaald (informele) hulp aan anderen.
In 2025 zijn het vertrouwen in andere mensen en het vertrouwen in instituties gedaald. Ruim 63 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder had in 2025 vertrouwen in andere mensen. Dit is een daling ten opzichte van 2024, toen dit nog ruim 66 procent van de bevolking was. Tot 2024 was er nog sprake van een stijgende trend.
Het vertrouwen in instituties (politie, rechters en Tweede Kamer) is van 2024 op 2025 afgenomen tot 60,6 procent. Vergeleken met andere EU-landen is de kwaliteit van de publieke instituties hoog. Wel nemen de effectiviteit van het overheidsbestuur en de mate waarin de publieke sector als vrij van corruptie wordt beschouwd trendmatig af.
Veiligheid
In 2025 voelde 2,5 procent van de bevolking zich vaak onveilig in eigen buurt. Hoewel dat een relatief kleine groep is neemt het aandeel wel toe. In datzelfde jaar gaf een op de vijf inwoners aan slachtoffer te zijn geworden van traditionele criminaliteit, waaronder geweld, inbraak, diefstal en vernieling. Een steeds groter percentage van alle verdachten was minderjarig in 2025. Dit aandeel was in 2023 hoog vergeleken met andere EU-landen. Sterfte door moord of doodslag is daarentegen lager dan in de meeste andere landen van de EU-27.
Het aantal politiebeambten per 100 duizend inwoners neemt trendmatig af, hoewel het in 2024 wel weer is toegenomen ten opzichte van 2023. Het vertrouwen in de politie was in 2023 relatief groot vergeleken met andere EU-landen, maar nam in 2025 niet langer toe. Ook het vertrouwen in rechters is relatief groot.
Milieu
De luchtkwaliteit van de leefomgeving verbetert door een daling van de stedelijke achtergrondconcentratie van fijnstof (PM2,5) en van de uitstoot van verzurende stoffen (zwaveloxide, stikstofoxide en ammonia). Ondanks een zeer geleidelijke afname kampt nog bijna 70 procent van de landnatuur met een stikstofoverschrijding. Recent is het percentage van de bevolking (van 16 jaar of ouder) dat last heeft van vuil en verontreiniging of andere milieuproblemen na een flinke toename weer afgenomen tot 15,9 procent in 2025. Dit aandeel is nog steeds relatief hoog vergeleken met eerdere jaren.
De oppervlakte van beheerde natuurgebieden in het totale landoppervlak neemt trendmatig toe, al gaat het sinds 2017 zeer geleidelijk. Wel neemt de hoeveelheid groen-blauwe ruimte (exclusief reguliere landbouw) per inwoner af. Ook de biodiversiteit neemt in de meeste gevallen af. De populaties vogels in de stad, boerenlandvogels en Nederlandse landfauna nemen allemaal trendmatig af. Alleen bij soorten die leven in zoetwater en moeras is er bij meer populaties sprake van een vooruitgang dan achteruitgang, ondanks dat de chemische en biologische kwaliteit van water in de natuur bijna overal onvoldoende is. Ook neemt de kwaliteit van zwemwater van de binnenwateren voor het eerst trendmatig af: van 72,6 procent dat gekwalificeerd werd als ‘uitstekend’ in 2018 naar 70,4 procent in 2025.