SDG 10.2 Financiële houdbaarheid
Het tweede deel van SDG 10 gaat over het streven naar het verminderen van ongelijkheid. In Nederland worden collectief en individueel schulden en vermogens opgebouwd. Deze hebben invloed op de brede welvaart van volgende generaties. Grote uitdagingen zijn vergrijzing, economische crises, globalisering, en veranderingen in solidariteit tussen generaties en tussen bevolkingsgroepen.
- Demografische verschuivingen zetten de houdbaarheid van publieke voorzieningen onder druk.
- Huishoudens hebben hoge schulden ten opzichte van andere EU-landen en deze schulden nemen toe.
- Het pensioenvermogen van huishoudens nam de laatste jaren trendmatig af, terwijl het aantal mensen dat recht heeft op pensioen ten opzichte van het aantal mensen dat premies betaalt stabiel is en de dekkingsraad stijgt.
Het dashboard en de indicatoren
Middelen en mogelijkheden
in EU
in 2025
in EU
in 2025
in EU
in 2023
in EU
in 2023
Gebruik
in EU
in 2025
Uitkomsten
in EU
in 2024
in EU
in 2024
in EU
in 2024
Beleving
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Middelen en mogelijkheden | Grijze druk | 35,5% ratio 65 plussers t.o.v. bevolking 20-64 jaar in 2025 | stijgend (daling brede welvaart) | 12e van 27 in 2025 | midden van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Groene druk | 35,2% ratio bevolking van 0-19 jaar t.o.v. bevolking van 20-64 jaar in 2025 | dalend (daling brede welvaart) | 11e van 27 in 2025 | midden van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Pensioenpremies | 9,0% van de beloning van werknemers in 2024 | |||
| Middelen en mogelijkheden | Raming gemiddelde pensioenvermogen A) | € 178 700 per huishouden, reeks in constante prijzen, in 2024 | dalend (daling brede welvaart) | ||
| Middelen en mogelijkheden | Actuele dekkingsgraad pensioenfondsen | 129,1% van verplichtingen pensioenfondsen is gedekt op 31 december in 2025 | stijgend (stijging brede welvaart) | ||
| Middelen en mogelijkheden | Overheidsuitgaven aan volksgezondheid | 7,3% van het bruto binnenlands product in 2024 | 17e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst | |
| Middelen en mogelijkheden | Overheidsuitgaven aan sociale bescherming | 16,6% van het bruto binnenlands product in 2024 | 12e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst | |
| Gebruik | Pensioenaanspraken | 56% van het inkomen uit werk is te verwachten pensioen uit werk in 2025 | 4e van 13 in 2025 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Gebruik | Pensioengerechtigden | 59,4 per 100 actieve deelnemers in pensioenfondsen in 2024 | |||
| Uitkomsten | Schuld van de overheid | 44,4% van het bruto binnenlands product in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 9e van 27 in 2024 | midden van de ranglijst |
| Uitkomsten | Gemiddelde schuld per huishouden | € 124 157 per huishouden (lopende prijzen) in 2024 | stijgend (daling brede welvaart) | 24e van 25 in 2024 | onderste kwart van de ranglijst |
| Uitkomsten | Gemiddelde hypotheekschuld huishoudens | € 209 000 per huishouden met hypotheekschuld (lopende prijzen) in 2024 | stijgend (daling brede welvaart) | ||
| Uitkomsten | Chartaal geld en deposito's van huishoudens | € 75 250 per huishouden (lopende prijzen) in 2024 | stijgend (stijging brede welvaart) | 8e van 27 in 2024 | midden van de ranglijst |
| Uitkomsten | Loan-to-value | 0,64 ratio hypotheekschuld t.o.v. woningwaarde (van kostwinners onder 35) in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | ||
| Beleving | Zorgen over financiële toekomst | 28,1% van de bevolking van 18+ maakt zich veel zorgen in 2025 |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
Middelen en mogelijkheden betreffen de duurzame financiering van de welvaartsstaat en de opbouw van pensioenen en vermogens, zonder druk te leggen op toekomstige generaties. Door vergrijzing verandert onder andere de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal niet-werkenden in de bevolking. Dit zet druk op de betaalbaarheid van publieke voorzieningen die vanuit belastinggeld worden betaald, zoals zorg, onderwijs, AOW, defensie en infrastructuur. Deze demografische verschuiving is zichtbaar in de toenemende grijze druk (de verhouding tussen het aantal 65-plussers en het aantal 20- tot 65-jarigen) en de dalende groene druk (de verhouding tussen het aantal jongeren onder de 20 jaar en het aantal 20- tot 65-jarigen). Op grond van de Bevolkingsprognose 2025–2070 van het CBS is de verwachting dat de Nederlandse bevolking zal doorgroeien en dat de gemiddelde leeftijd zal toenemen.
Het gemiddelde pensioenvermogen van huishoudens (exclusief AOW) is de laatste jaren trendmatig afgenomen, ondanks een toename in 2024 naar 178 700 euro. Het via pensioenfondsen opgebouwde pensioenvermogen is niet vrij beschikbaar en niet overdraagbaar, maar het draagt wel bij aan de financiële zekerheid van huishoudens op lange termijn. Het CBS maakt op basis van onder meer de levensverwachting en een verwacht rendement op de ingelegde premies een inschatting van de omvang van het pensioenvermogen.
Werknemers bouwen doorgaans pensioen op via hun werkgever, die dit vervolgens inlegt bij een pensioenfonds. De verhouding tussen bezittingen (pensioenvermogen) en verplichtingen (pensioenaanspraken van alle deelnemers) geeft een indicatie of fondsen in staat zijn huidige en toekomstige pensioenen uit te keren. Deze dekkingsgraad neemt trendmatig toe en was eind 2025 129,1 procent.
Gebruik betreft de onttrekking van middelen uit opgebouwde vermogens. Het aantal personen dat van het pensioenfonds een pensioenuitkering ontvangt (pensioengerechtigden) ten opzichte van het aantal mensen dat premies betaalt is stabiel. Het aantal pensioengerechtigden stijgt maar het aantal premiebetalers stijgt ook. In 2024 kwam dit voornamelijk door een wetswijziging die het mogelijk maakte om vanaf 18 jaar pensioen op te bouwen in plaats vanaf 21 jaar. Tegenover elke honderd werknemers die in 2024 pensioenrechten opbouwden, stonden 59,4 personen die een uitkering van een pensioenfonds ontvingen. Er is een afname te zien in het aantal werknemers zonder pensioen. Zelfstandigen zijn zelf verantwoordelijk voor hun pensioenvoorziening. Een deel van hen bouwt weinig of geen pensioen op en dit aandeel steeg nog in 2023.
Het statistiekbureau van de Europese Unie (Eurostat) berekent de verhouding tussen het pensioeninkomen van 65- tot 75-jarigen en het inkomen uit werk van 50- tot 60-jarigen (pensioenaanspraken). Die verhouding kwam voor Nederland in 2025 uit op 56 procent van het inkomen uit werk. Dit geeft een beeld van de ontwikkeling van het inkomen wanneer mensen met pensioen gaan. Hoe dichter de aanspraken bij 100 procent komen, hoe minder mensen er op achteruit gaan met hun inkomens wanneer ze met pensioen gaan.
Uitkomsten betreffen de opgebouwde schulden en de duurzaamheid van financiële stelsels. De overheidsschuld daalt trendmatig maar nam in 2024 toe met 0,6 procentpunt tot 44,4 procent van het bbp. De schuldquote ligt op het op twee na laagste niveau van de meting die begon in 1995 en ver onder de formele Europese norm van maximaal 60 procent van het bbp. In absolute zin is de schuld van de overheid na 2019 wel toegenomen, maar de waarde van het bruto binnenlands product groeide sneller.
Ook huishoudens hebben schulden. Deze schulden nemen al langere tijd toe, in 2024 met 3,1 procent tot gemiddeld 124 duizend euro. Vergeleken met andere EU-landen was alleen in Luxemburg de gemiddelde schuld van huishoudens hoger. Tegenover de schulden staat het spaargeld van huishoudens. Het spaargeld neemt nog steeds trendmatig toe en steeg in 2025 met 7 procent. Deze cijfers over schulden en spaargeld zijn ontleend aan de nationale rekeningen, zodat ze internationaal kunnen worden vergeleken.
Huishoudens met een lening voor een woning hadden begin 2024 gemiddeld 209 duizend euro hypotheekschuld. De gegevens over hypotheekschulden komen uit het Integraal inkomens- en vermogensonderzoek van het CBS. Gegevens over hypotheekschulden zijn internationaal niet goed vergelijkbaar vanwege definitieverschillen. De waarde van de hypotheekschulden neemt toe. Het gaat hier om de stand van de schuld, waarbij opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, beleggings- en spaarhypotheken en dergelijke in mindering zijn gebracht.
Woningen zijn de afgelopen jaren sterk in waarde gestegen. Bij de hypotheekverstrekking wordt in toenemende mate rekening gehouden met de financiële draagkracht. Dit maakt het moeilijker voor starters (SDG 11.1 Wonen) om een huis te kopen. Deze groep is financieel kwetsbaar omdat ze een relatief hoog bedrag lenen vergeleken met de waarde van het onderpand. Bij huiseigenaren tot 35 jaar is de verhouding tussen de hypotheekschuld en de waarde van de eigen woning trendmatig afgenomen. Vanaf het begin van de meting in 2011 tot en met 2016 was deze verhouding in doorsnee groter dan 1: ruim de helft van de huiseigenaren had een hypotheekschuld die hoger was dan de waarde van de woning. Daarna is de ratio gedaald tot het huidige niveau van 0,64 in 2024.
Beleving heeft betrekking op onzekerheid over en vertrouwen in de toekomst. In 2025 nam het aandeel van de bevolking dat zich veel zorgen maakt over de financiële toekomst weer toe tot 28,1 procent. Vanaf het begin van de meting in 2013 daalde dit percentage tot 2021, waarna het in 2022 en 2023 flink toenam. In deze jaren was de inflatie uitzonderlijk hoog. Na een afname in 2024, steeg het percentage in 2025.
Relevante links
- Link Website - Overheid en politiek
- Link Dashboard - Overheidsfinanciën