SDG 11.1 Wonen
Het eerste deel van SDG 11 gaat over het streven naar geschikte huisvesting voor iedereen. Een groot deel van het leven speelt zich af in en rond de woning. Een goed en betaalbaar huis in een veilige omgeving en op een redelijke afstand van het werk, verhoogt de brede welvaart.
- De woningvoorraad groeit maar kan de vraag niet bijbenen, de huren en woningprijzen stijgen.
- Ondanks de prijsstijgingen geven huishoudens een steeds kleiner deel van hun inkomen uit aan de totale woonlasten, maar de ontwikkeling van de ervaren woonlasten is niet langer dalend.
- Een groeiend percentage jongvolwassenen woont nog thuis.
Het dashboard en de indicatoren
Middelen en mogelijkheden
in EU
in 2024
in EU
in 2025
in EU
in 2024
Gebruik
in EU
in 2025
in EU
in 2025
Uitkomsten
in EU
in 2023
in EU
in 2023
Beleving
in EU
in 2017
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Middelen en mogelijkheden | Aantal beschikbare woningen (woningvoorraad) | 8 345 duizend woningen eind 2025 | stijgend (stijging brede welvaart) | ||
| Middelen en mogelijkheden | Woningtekort, modelmatige raming | 5% van de woningvoorraad in 2025 | stijgend (daling brede welvaart) | ||
| Middelen en mogelijkheden | Aardgasarme woningen | 13,2% van het totaal aantal woningen is aardgasarm op 1 januari in 2024 | stijgend (stijging brede welvaart) | ||
| Middelen en mogelijkheden | Mediane woonquote (huur en koop) | 20,1% van het besteedbaar inkomen in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | 21e van 27 in 2024 | onderste kwart van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Werkelijke woninghuur | 115,9 HICP Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (2020=100) in 2025 | stijgend (daling brede welvaart) | 8e van 27 in 2025 | midden van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Prijsindex uitgaven aanschaf en bezit koopwoningen | 137,5 prijsindex (2020=100) in 2025 | stijgend (daling brede welvaart) | 17e van 26 in 2024 | midden van de ranglijst |
| Gebruik | Thuiswonende jongvolwassenen (25-29 jaar) | 21,8% woont bij hun ouder(s) op 1 januari in 2025 | stijgend (daling brede welvaart) | 3e van 13 in 2025 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Te klein behuisd | 4,1% van de bevolking woont te klein in 2025 | 1e van 13 in 2025 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Gebruik | Dakloze mensen | 30 van elke 10 000 inwoners (18-64) hadden geen woonruimte in 2024 | |||
| Gebruik | Gemiddelde hypotheekschuld huishoudens | € 209 000 per huishouden met hypotheekschuld (lopende prijzen) in 2024 | stijgend (daling brede welvaart) | ||
| Gebruik | Loan-to-value | 0,64 ratio hypotheekschuld t.o.v. woningwaarde (van kostwinners onder 35) in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | ||
| Uitkomsten | Energiearme huishoudens | 6,1% laag inkomen, gecombineerd met hoge energiekosten en/of niet goed geïsoleerd huis in 2024 | |||
| Uitkomsten | Ervaring van de woonlasten | 8,0% van de huishoudens geeft aan de woonlasten erg zwaar te vinden in 2025 | 1e van 27 in 2023 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Uitkomsten | Kwaliteit van woningen | 81,4% van de inwoners heeft een woning zonder grote gebreken in 2025 | 17e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst | |
| Beleving | Tevredenheid met woning | 86,5% van de bevolking van 18+ is (zeer) tevreden in 2025 | 8e van 27 in 2017 | midden van de ranglijst |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
Middelen en mogelijkheden betreffen de woningvoorraad en de betaalbaarheid van koop- en huurwoningen. De woningvoorraad groeit trendmatig, maar het tekort aan woningen ook. De woningvoorraad is ook in 2025 toegenomen terwijl het woningtekort sinds 2023 stabiel blijft. Eind 2025 bestond de woningvoorraad uit ruim 8,3 miljoen woningen. In 2025 is de woningvoorraad per saldo gegroeid met 70 duizend woningen.
Het woningtekort wordt jaarlijks berekend door onderzoeksbureau ABF Research, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit betreft een modelmatige raming, gebaseerd op actuele statistieken over huishoudens, hun woonsituatie en de woningvoorraad. Voor 2025 wordt het tekort geraamd op bijna 400 duizend woningen, 4,8 procent van de woningvoorraad.
Een groeiend percentage van de woningen is aardgasarm of aardgasvrij. Op 1 januari 2024 ging het om 13,2 procent van de woningen (exclusief de nieuwbouw van 2023). Een jaar eerder ging het nog om 11,5 procent van de woningen. Vooral woningen die na 2015 zijn gebouwd zijn aardgasarm of aardgasvrij.
Wonen wordt steeds duurder. De gemiddelde huurprijs stijgt. In 2025 was huren 16 procent duurder dan in 2020. De werkelijke woninghuur steeg van 2024 op 2025 sneller dan in eerdere jaren (5,1 procent). Omdat in veel andere EU-landen de huren nog sneller stijgen, staat Nederland rond het midden van de EU-ranglijst (8e van de 27 in 2025). De kosten voor aanschaf en bezit van koopwoningen stijgen ook. In 2025 namen de kosten toe met 6,1 procent vergeleken met 2024. Sinds 2020 zijn de kosten met 37,5 procent gestegen. De prijsontwikkeling van deze kosten is vergeleken met de andere landen binnen de EU-27 niet groot of klein.
Ondanks de prijsstijgingen geven huishoudens een steeds kleiner deel van hun inkomen uit aan de totale woonlasten. Aan het begin van de meting in 2018 bedroeg de mediane woonquote nog 24,1 procent. In 2024 was deze gedaald naar 20,1 procent van het besteedbaar inkomen. De Nederlandse woonquote is een van de hoogste in de EU-27. De mediaan geeft het exacte midden van de verdeling van de woonquotes van alle huishoudens weer. Er zijn echter verschillen tussen groepen. Huurders, vooral in de private sector, hebben een hogere woonquote dan bewoners die eigenaar zijn van hun huis. En huishoudens die recent een woning hebben gekocht hebben een hogere woonquote dan huishoudens die al langer in hun koopwoning wonen.
Gebruik gaat over de woningen waarin mensen wonen en over de kans op doorstroming naar een andere woning. De krapte op de woningmarkt is zichtbaar. Op 1 januari 2025 woonde 21,8 procent van mensen in de leeftijd van 25 tot 30 jaar nog in het ouderlijk huis. Het percentage thuiswonende jongvolwassenen stijgt, maar vergeleken met de andere landen van de EU wonen in Nederland weinig jongvolwassenen nog bij hun ouders (3e van de 13). De afgelopen 20 jaar staat Nederland steeds tot in de top 5 van EU-landen met het kleinste aandeel nog thuiswonende jongvolwassenen. In Finland en Zweden is dit percentage nog lager dan in Nederland, maar in landen als Bulgarije, Portugal, Slovenië en Spanje woont meer dan de helft van de jongvolwassenen nog thuis.
Het aantal dakloze mensen per 10 duizend inwoners is in 2024 toegenomen met 7,1 procent ten opzichte van 2023. In 2024 sliepen 30 van elke 10 duizend inwoners van 18 tot 65 jaar op straat, in laagdrempelige opvang of tijdelijk bij familie of vrienden. In 2025 leefde 4,1 procent van de bevolking in een woning met te weinig kamers. Dit percentage is laag vergeleken met andere EU-landen.
Huishoudens met een hypotheek hadden in 2024 een gemiddelde hypotheekschuld van zo’n 209 duizend euro en deze schuld neemt toe. Opgespaard geld voor de aflossing van de hypotheek via verzekeringen of spaar- en beleggingshypotheken is deels van de schuld afgehaald. Door de aanhoudende stijging van de waarde van koopwoningen verbetert de verhouding tussen de hypotheekschuld en de waarde van de eigen woning bij huiseigenaren onder de 35 jaar. Deze loan-to-value-ratio laat zien hoe groot het risico is dat huiseigenaren een restschuld overhouden na verkoop van de eigen woning. Er is een restschuld als de ratio groter is dan 1. Eigenaren onder de 35 jaar, meestal starters op de woningmarkt, zijn extra kwetsbaar. Hoewel de loan-to-value-ratio voor starters trendmatig daalt, is deze de laatste jaren iets toegenomen naar 0,62 in 2023 en 0,64 in 2024.
Uitkomsten betreffende kwaliteit van de woning en de ervaren woonlasten. De kwaliteit van woningen is in Nederland over het algemeen goed. Sinds het begin van de metingen in 2005 gaf ieder jaar meer dan 80 procent van de inwoners aan dat hun woning geen ernstige gebreken had, zoals een lekkend dak, rottende kozijnen of vochtige muren, of problemen met vloeren en funderingen. Met uitzondering van 2024, toen het aandeel daalde van 84,6 procent in 2023 naar 76,3 procent. 2024 was een relatief nat jaar, dit werkte vochtproblemen in de hand. In 2025 is het percentage weer boven de 80 procent maar nog niet op hetzelfde niveau als voor 2024.
In 2025 vond 8 procent van de huishoudens de woonlasten erg zwaar. Het ging in dat jaar om ongeveer 680 duizend huishoudens. Tot vorig jaar daalde dit percentage, maar deze trendmatige afname is gestopt. Sinds het begin van de meting in 2005 hoort Nederland bij de EU-landen met de laagste ervaren woonlasten (1e in 2023).
In 2024 had volgens een voorlopige schatting van TNO 6,1 procent van de huishoudens een laag inkomen, gecombineerd met hoge energiekosten en/of een lage energetische kwaliteit van de woning. Het gaat daarbij om ongeveer 510 duizend huishoudens.
Beleving heeft betrekking op de tevredenheid van mensen met hun woning. In 2025 was 86,5 procent van de volwassen bevolking tevreden. Hiermee scoort Nederland niet hoog of laag binnen de EU (8e van de 27 landen).
Relevante links
- Link Website - Over de woonbase
- Link Tabellen - Bouwen en wonen