SDG 8.2 Arbeid en vrije tijd
Het tweede deel van SDG 8 gaat over het streven om iedereen die wil werken die mogelijkheid te geven, onder goede omstandigheden en met voldoende vrije tijd. Werk is belangrijk om geld te verdienen, om deel te nemen aan de samenleving en om een gevoel van eigenwaarde te krijgen.
- Het aandeel werkenden met psychische vermoeidheid door werk is verder toegenomen.
- Gecorrigeerd voor inflatie was het uurloon van werknemers in 2024 ongeveer even hoog als in 2009.
- Nederland heeft veruit het hoogste aandeel werkenden met tijdelijke contracten van de EU, al neemt dit aandeel af.
Het dashboard en de indicatoren
Middelen en mogelijkheden
in EU
in 2024
in EU
in 2025
in EU
in 2025
in EU
in 2024
Gebruik
in EU
in 2024
in EU
in 2025
Uitkomsten
in EU
in 2024
in EU
in 2024
in EU
in 2023
Beleving
in EU
in 2016
in EU
in 2017
in EU
in 2019
in EU
in 2022
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Middelen en mogelijkheden | Vacaturegraad | 40 vacatures per 1 000 banen op 31 december in 2025 | 1e van 17 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Middelen en mogelijkheden | Werkloosheid | 3,9% van de beroepsbevolking in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 6e van 27 in 2025 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Langdurige werkloosheid | 0,5% van de beroepsbevolking was een jaar of langer werkloos in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 1e van 27 in 2025 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Onbenut arbeidspotentieel | 11,6% van het totale arbeidspotentieel in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 16e van 27 in 2024 | midden van de ranglijst |
| Gebruik | Nettoarbeidsparticipatie | 73,2% van de bevolking van 15-74 jaar in 2025 | stijgend (stijging brede welvaart) | 1e van 27 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Arbeidsduur per week | 27,5 gewerkte uren per werkzame persoon per week in 2025 | 24e van 26 in 2025 | onderste kwart van de ranglijst | |
| Uitkomsten | Reëel loon werknemers | € 29,50 per gewerkt uur (in prijzen 2021) in 2024 | 6e van 27 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Uitkomsten | Werknemers met flexibele arbeidsrelatie | 32,4% van de werknemers in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 27e van 27 in 2024 | onderste kwart van de ranglijst |
| Uitkomsten | Niet-fatale beroepsgerelateerde ongelukken | 1 222 per 100 000 werkenden (gestandaardiseerde incidentie) in 2023 | 16e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst | |
| Uitkomsten | Psychische vermoeidheid door werk (werkenden) | 19,7% van de werkenden van 15-74 jaar is psychisch vermoeid door werk in 2025 | stijgend (daling brede welvaart) | ||
| Beleving | Werk-privé en/of privé-werk disbalans (werkenden) | 7,1% van de werkenden van 15-74 jaar ervaart een disbalans tussen werk en privé in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 1e van 27 in 2016 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Beleving | Zorgen baanbehoud (werknemers) | 12,7% van de werknemers van 15-74 jaar maakt zich zorgen om baanbehoud in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | ||
| Beleving | Tevredenheid met werk (werkenden) | 79,2% van de werkenden van 15-74 jaar is (zeer) tevreden in 2025 | 7e van 27 in 2017 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Beleving | Zelf beslissen in het werk (werkenden) | 64,0% van de werkenden van 15-74 jaar kan regelmatig zelf beslissen in 2025 | 8e van 27 in 2019 | midden van de ranglijst | |
| Beleving | Tevredenheid met vrije tijd | 73,9% van de bevolking van 18+ is (zeer) tevreden in 2025 | 6e van 26 in 2022 | bovenste kwart van de ranglijst |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
Het tweede deel van SDG 8 richt zich op het realiseren van waardig werk en goede arbeidsomstandigheden voor iedereen, maar vooral voor kwetsbare groepen. Voor veel mensen is het een uitdaging om een baan te vinden en te houden en daarmee voldoende te verdienen om van rond te komen. Daarnaast zijn goede arbeidsomstandigheden, relevante en interessante werkzaamheden en een goede werk-privébalans belangrijk. De cijfers in dit dashboard hebben betrekking op betaald werk. Onbetaald werk, zoals mantelzorg en huishoudelijk werk, zijn niet meegenomen.
Middelen en mogelijkheden betreffen mogelijkheden voor deelname aan de arbeidsmarkt en het aantal beschikbare banen. De mogelijkheden zijn groot en groeiend: bij alle indicatoren is sprake van een trendmatige verbetering, een positie bovenaan de EU-ranglijst of beide. De cijfers voor de meest recente jaren (vanaf 2023) laten echter geen verbetering meer zien.
De spanning op de arbeidsmarkt neem niet langer toe. Tussen 2013 en 2022 steeg de vacaturegraad sterk. Na de piek in 2022 is de vacaturegraad ieder jaar gedaald. Aan het eind van 2025 waren er 40 vacatures voor iedere duizend banen. Dat is 4,8 procent lager dan in 2024. De vacaturegraad is nog altijd aanzienlijk hoger dan in andere EU-landen. Vanuit het perspectief van een werkzoekende zijn meer vacatures gunstig, omdat ze de kans vergroten om een passende en goedbetaalde baan te vinden. De hoge vacaturegraad wijst echter ook op tekorten aan personeel. Dat kan zorgen voor hoge werkdruk bij werknemers en voor belemmeringen in de bedrijfsvoering voor ondernemers.
De werkloosheid en de langdurige werkloosheid zijn laag en de trend is nog altijd dalend. De werkloosheid is lager dan in de meeste andere EU-landen (6e van 27 in 2025) en de langdurige werkloosheid is het laagste van de hele EU-27. Na 2022 nam de werkloosheid echter weer iets toe. In het vierde kwartaal van 2025 was het aantal werklozen groter dan het aantal openstaande vacatures. In 2025 was 3,9 procent van de beroepsbevolking werkloos en 0,5 procent was een jaar of langer werkloos.
Het onbenut arbeidspotentieel wordt kleiner. Het daalde van ongeveer 21 procent in 2013-2015 naar 11,4 procent in 2022 maar is sindsdien op vrijwel hetzelfde niveau gebleven. In 2025 was bij 11,6 procent van alle werkende of (semi-)werkloze 15- tot 75-jarigen nog onbenut potentieel. Dit betreft zowel werklozen (mensen zonder betaald werk die op zoek zijn naar werk en beschikbaar zijn) als semi-werklozen (niet-werkenden die zoeken naar werk óf beschikbaar zijn) en deeltijders die meer willen werken en op korte termijn beschikbaar zijn.
Gebruik betreft participatie op de arbeidsmarkt. De nettoarbeidsparticipatie stijgt trendmatig. In 2025 was 73,2 procent van alle 15- tot 75-jarigen aan het werk. Dat is ongeveer even hoog als in 2023 en 2024. Nederland had in 2024 de hoogste nettoarbeidsparticipatie van de EU-27. De wekelijkse arbeidsduur per werkende is zeer laag vergeleken met andere EU-landen (24e van 26 in 2025). In 2025 werd per werkende gemiddeld 27,5 uur per week gewerkt. Het betreft het totale aantal uren dat werkenden daadwerkelijk hebben gewerkt: niet-gewerkte uren door verlof en ziekte tellen dus niet mee. In Nederland is de wekelijkse arbeidsduur sinds het begin van de 21e eeuw min of meer stabiel, terwijl deze in andere landen nog daalt.
Uitkomsten betreffen de opbrengsten van werk, arbeidsomstandigheden en veiligheid op het werk. De uitkomsten wijzen hooguit op een stabiele brede welvaart. Het reële uurloon van werknemers is een van de hoogste in de EU (6e van de 27 in 2024). In prijzen van 2021 verdienden werknemers in 2024 gemiddeld 29,50 euro per gewerkt uur. Het reële uurloon is vergeleken met 2009 niet gestegen: in 2009 was het reële uurloon in prijzen van 2021 (dus gecorrigeerd voor inflatie) met 29,68 euro per gewerkt uur ongeveer even hoog als in 2024.
In 2025 had 32,4 procent van de werknemers een tijdelijk arbeidscontract of een flexibel aantal gewerkte uren per week. Nederland heeft het hoogste percentage werkenden met een tijdelijk contract in de EU. In de twee landen die in de EU het op-een-na-hoogste percentage hebben (Spanje en Portugal) is het aandeel met een tijdelijk contract meer dan anderhalf keer zo laag. In 14 van de 27 EU-lidstaten is het aandeel kleiner dan 10 procent. Wel neemt het aandeel flexwerknemers in Nederland trendmatig af. Een zekere mate van flexibiliteit op de arbeidsmarkt is gunstig voor ondernemers, maar verlaagt de brede welvaart van de betrokken werknemers. Een flexibele arbeidsrelatie geeft minder bestaanszekerheid. Werk- en inkomenszekerheid kunnen van invloed zijn op het nemen van beslissingen zoals het kopen van een huis of het kiezen voor gezinsuitbreiding.
Een steeds groter deel van de werkenden is psychisch vermoeid door werk. In 2025 gaf 19,7 procent van de werkenden (van 15 tot 75 jaar) aan een paar keer per maand of vaker psychisch vermoeid te zijn door het werk. Dit is licht gestegen ten opzichte van 2023 en 2024. Bij de eerste meting in 2015 ging het nog om 12,8 procent. Personen die uitsluitend of voornamelijk werkzaam zijn als meewerkend gezinslid en overige zelfstandigen zoals freelancers worden niet meegeteld.
De dalende trend in het aantal niet-fatale beroepsgerelateerde ongelukken is gestopt. In 2023 gebeurden 1 222 ongelukken per honderdduizend werkenden. Dat was 1,1 procent meer dan in 2022.
Beleving betreft de vraag of mensen tevreden zijn met hun werk en hun vrije tijd en of ze zich zorgen maken over het behoud van hun baan. In 2025 gaf ongeveer 79 procent van de werkenden aan (zeer) tevreden te zijn met het werk. De tevredenheid met vrije tijd is stabiel (73,9 procent in 2025) maar was in 2022 hoog vergeleken met andere EU-landen. In 2025 had 7,1 procent van de werkenden van 15 tot 75 jaar het gevoel dat werk en privé niet goed in balans zijn. Dat is vrijwel gelijk met de twee jaren daarvoor, hoewel de trend nog altijd dalend is.
Het percentage van de werknemers dat zich zorgen maakt om het behoud van hun baan neemt nog steeds trendmatig af. Maar vanaf 2023 neemt dit percentage geleidelijk toe. In 2025 maakte 12,7 procent van de werknemers van 15 tot 75 jaar zich zorgen. In 2022 en 2023 was dit met bijna 11 procent nog het laagst in de afgelopen tien jaar. In 2025 gaf 64 procent van de werkenden van 15 tot 75 jaar aan regelmatig zelf te kunnen beslissen over de uitvoering van het werk. Dat is 1,5 procentpunt lager dan in 2024 en de stijgende trend is gestopt.