Arbeidsparticipatie naar regio

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het tweede kwartaal van 2020 uit op 67,9 procent. Een jaar eerder, in het tweede kwartaal van 2019, was het aandeel werkenden nog 0,9 procentpunt hoger, namelijk 68,8 procent. Het afgelopen decennium had van alle provincies Utrecht verhoudingsgewijs de meeste inwoners van 15 tot 75 jaar met betaald werk. Onder inwoners van Groningen en Limburg was de arbeidsdeelname vrijwel steeds het laagst.

Hoogste nettoarbeidsparticipatie in Utrecht

Utrecht is de provincie met het hoogste percentage werkenden ten opzichte van het totaal aantal personen tussen de 15 en 75 jaar. In het tweede kwartaal van 2020 bedroeg de nettoarbeidsparticipatie onder inwoners van Utrecht 70,6 procent. Op enige afstand volgden Noord-Brabant (69,3 procent) en Flevoland (69,1 procent). De arbeidsparticipatie was in het tweede kwartaal van 2020 het laagst in Limburg (64,7 procent) en Groningen (64,5 procent).

Arbeidsparticipatie afgelopen jaar meest gedaald in Friesland en Zuid-Holland

De nettoarbeidsparticipatie in Nederland was in het tweede kwartaal van het huidige jaar 0,9 procentpunt lager dan een jaar eerder. Het aantal werkenden als percentage van het totaal aantal 15- tot 75-jarigen nam het meest af (-1,3 procentpunt) in Friesland en Zuid-Holland. Ook in Utrecht, Drenthe, Noord-Holland en Overijssel was er een relatief grote afname (-1,1 procentpunt). In Gelderland nam de arbeidsparticipatie licht toe (+0,1 procentpunt).

Utrecht koploper in afgelopen tien jaar

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de nettoarbeidsparticipatie tussen inwoners van verschillende provincies. In de afgelopen tien jaar was de arbeidsdeelname in vrijwel alle jaren het hoogst in Utrecht en het laagst in Limburg en Groningen. Voor alle provincies geldt dat de arbeidsdeelname in de jaren 2014-2019 is toegenomen. In Flevoland was de stijging het grootst.

Cijfers op StatLine: Nettoarbeidsparticipatie; provincie

Cijfers op StatLine: Nettoarbeidsparticipatie; provincie