Arbeidsparticipatie naar regio

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het derde kwartaal van 2022 uit op 72,3 procent. Een jaar eerder, in het derde kwartaal van 2021, was het aandeel werkenden 70,9 procent. Sinds 2013 had van alle provincies Utrecht verhoudingsgewijs de meeste inwoners van 15 tot 75 jaar met betaald werk. Onder inwoners van Groningen en Limburg was de arbeidsdeelname vrijwel steeds het laagst.

Hoogste nettoarbeidsparticipatie in Utrecht

Utrecht is de provincie met het hoogste percentage werkenden ten opzichte van het totaal aantal personen tussen de 15 en 75 jaar. In het derde kwartaal van 2022 bedroeg de nettoarbeidsparticipatie onder inwoners van Utrecht 75,5 procent. Op enige afstand volgden Overijssel (73,9 procent) en Flevoland (beide 73,7 procent). De arbeidsparticipatie was in het derde kwartaal van 2022 het laagst in Limburg (68,1 procent), Zeeland (70,8 procent) en Groningen (70,9 procent).

Arbeidsparticipatie afgelopen jaar meest gestegen in Noord-Holland

De nettoarbeidsparticipatie in Nederland was in het derde kwartaal van 2022 1,4 procentpunt hoger dan een jaar eerder. In tien van de twaalf provincies steeg het aantal werkenden als percentage van het totaal aantal 15- tot 75-jarigen. Het percentage werkenden steeg het meest in de provincies Noord-Holland (2,6 procentpunt), Groningen (2,0 procentpunt) en Overijssel (2,0 procentpunt). In Zeeland en Limburg nam de participatie af met 0,2 procentpunt.

Utrecht koploper sinds 2013

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de nettoarbeidsparticipatie tussen inwoners van verschillende provincies. Sinds 2013 was de arbeidsdeelname in vrijwel alle jaren het hoogst in Utrecht en het laagst in Limburg en Groningen. In alle provincies is de arbeidsdeelname in de jaren 2013-2021 toegenomen. In 2020 daalde de arbeidsparticipatie in de meeste provincies, maar niet in Gelderland, Zeeland en Flevoland.

Cijfers op StatLine: Nettoarbeidsparticipatie; provincie