Arbeidsparticipatie naar regio

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het tweede kwartaal van 2021 uit op 68,9 procent. Een jaar eerder, in het tweede kwartaal van 2020, was het aandeel werkenden 67,9 procent. Het afgelopen decennium had van alle provincies Utrecht verhoudingsgewijs de meeste inwoners van 15 tot 75 jaar met betaald werk. Onder inwoners van Groningen en Limburg was de arbeidsdeelname vrijwel steeds het laagst.

Hoogste nettoarbeidsparticipatie in Utrecht

Utrecht is de provincie met het hoogste percentage werkenden ten opzichte van het totaal aantal personen tussen de 15 en 75 jaar. In het tweede kwartaal van 2021 bedroeg de nettoarbeidsparticipatie onder inwoners van Utrecht 71,6 procent. Op enige afstand volgden Flevoland (70,2 procent) en Overijssel (70,0 procent). De arbeidsparticipatie was in het tweede kwartaal van 2021 het laagst in Groningen (65,6 procent), Limburg (66,3 procent) en Drenthe (67,3 procent).

Arbeidsparticipatie afgelopen jaar meest gestegen in Drenthe, Overijssel en Limburg

De nettoarbeidsparticipatie in Nederland was in het tweede kwartaal van 2021 1,0 procentpunt hoger dan een jaar eerder. In alle provincies steeg het aantal werkenden als percentage van het totaal aantal 15- tot 75-jarigen. Het percentage werkenden steeg het meest in de provincies Drenthe, Overijssel en Limburg (met 1,6 procentpunt) en het minst in Noord-Holland (0,4 procentpunt).

Utrecht koploper in afgelopen tien jaar

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de nettoarbeidsparticipatie tussen inwoners van verschillende provincies. In de afgelopen tien jaar was de arbeidsdeelname in vrijwel alle jaren het hoogst in Utrecht en het laagst in Limburg en Groningen. Voor alle provincies geldt dat de arbeidsdeelname in de jaren 2014-2019 is toegenomen. In Flevoland was de stijging het grootst. In 2020 daalde de arbeidsparticipatie in de meeste provincies, maar niet in Gelderland, Zeeland en Flevoland.

Cijfers op StatLine: Nettoarbeidsparticipatie; provincie