Arbeidsparticipatie naar onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het tweede kwartaal van 2019 uit op 68,8 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel 1,1 procentpunt lager, namelijk 67,7 procent. In het algemeen geldt dat de arbeidsdeelname groter is naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is. In het afgelopen jaar nam de nettoarbeidsparticipatie op alle onderwijsniveaus toe, het meest onder personen met uitsluitend basisonderwijs.

Arbeidsparticipatie neemt toe met onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie is in het tweede kwartaal van 2019 het laagst bij personen met uitsluitend basisonderwijs (39,2 procent). De arbeidsparticipatie neemt toe met het onderwijsniveau. Onder personen met een hbo- of wo-diploma is de arbeidsparticipatie ruim twee keer zo hoog.

Arbeidsparticipatie afgelopen jaar meest gestegen bij mensen met enkel basisonderwijs

De nettoarbeidsparticipatie van personen met uitsluitend basisonderwijs nam het afgelopen jaar het meest toe. Tussen het tweede kwartaal van 2018 en het tweede kwartaal van 2019 nam deze met 2,1 procentpunt toe. Het afgelopen jaar was de toename het minst groot onder hbo- en wo-masters en personen met een doctor-titel of personen met een havo, vwo of mbo niveau 2-4 opleiding.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Arbeidsparticipatie masters blijvend hoog in afgelopen tien jaar

De participatie van hbo- en wo-masters- of doctorstitel was in de afgelopen tien jaar het hoogst van alle opleidingsniveaus en steeg bijna voortdurend. Bij personen met een lager onderwijsniveau daalde de arbeidsparticipatie tijdens de economische crisis tot en met 2014 vrijwel de gehele periode. Hierna steeg hun arbeidsdeelname weer. Vergeleken met 2008 was hun nettoarbeidsparticipatie in 2018 nog wel lager. Alleen personen met een hbo- of wo-masters- of doctorstitel hebben een hogere arbeidsdeelname dan in 2008.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau