Arbeidsparticipatie naar onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het tweede kwartaal van 2021 uit op 68,9 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder, na het begin van de coronacrisis, was het aandeel 1,0 procentpunt lager, namelijk 67,9 procent. In het algemeen geldt dat de arbeidsdeelname groter is naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is.

Arbeidsparticipatie neemt toe met onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie was in het tweede kwartaal van 2021 het laagst bij personen met uitsluitend basisonderwijs (37,2 procent). De arbeidsparticipatie neemt toe met het onderwijsniveau. Onder personen met een hbo- of wo-diploma was de arbeidsparticipatie ruim twee keer zo hoog.

Afgelopen jaar toename op bijna alle onderwijsniveaus

De arbeidsparticipatie nam tussen het tweede kwartaal van 2020 en het tweede kwartaal van 2021 toe op bijna alle onderwijsniveaus. Alleen de participatie van personen met vmbo, havo-, vwo-onderbouw of mbo1 nam het afgelopen jaar af (met 0,4 procentpunt). Onder hoogopgeleiden op het niveau van hbo-, wo-bachelor nam de arbeidsparticipatie het sterkst toe (met 1,1 procentpunt).

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Arbeidsparticipatie masters blijvend hoog

De participatie van mensen die een hbo- of wo-masters of een wo-doctorsopleiding hebben afgerond, was in de periode 2010-2020 niet alleen het hoogst van alle onderwijsniveaus maar steeg ook bijna voortdurend. Tussen 2014 en 2019 steeg de arbeidsdeelname ook bij lager opgeleiden. Toch was de nettoarbeidsparticipatie in 2020 op alle onderwijsniveaus nog lager dan tien jaar eerder, behalve bij personen met een hbo- of wo-masters- of doctorstitel.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau