Arbeidsparticipatie naar onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het eerste kwartaal van 2022 uit op 71,4 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel 1,9 procentpunt lager, namelijk 69,5 procent. In het algemeen geldt dat de arbeidsdeelname groter is naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is.

De nettoarbeidsparticipatie was in het eerste kwartaal van 2022 het laagst bij personen met uitsluitend basisonderwijs (43,3 procent). De arbeidsparticipatie neemt toe met het onderwijsniveau. Onder personen met een hbo- of wo-diploma was de arbeidsparticipatie bijna twee keer zo hoog.

Afgelopen jaar toename op alle onderwijsniveaus

De arbeidsparticipatie nam tussen het eerste kwartaal van 2022 en het eerste kwartaal van 2021 toe op alle onderwijsniveaus. De toename was het laagst bij personen met alleen basisonderwijsparticipatie (+0,3 procentpunt) en het hoogst onder personen met een havo-, vwo- of mbo-diploma (+2,0 procentpunt).

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Arbeidsparticipatie masters blijvend hoog

De participatie van mensen die een hbo- of wo-masters of een wo-doctorsopleiding hebben afgerond, was in de periode 2010-2020 niet alleen het hoogst van alle onderwijsniveaus, maar steeg ook bijna voortdurend. Tussen 2014 en 2019 steeg de arbeidsdeelname ook bij lager opgeleiden. Toch was de nettoarbeidsparticipatie in 2020 op alle onderwijsniveaus nog lager dan tien jaar eerder, behalve bij personen met een hbo- of wo-masters- of doctorstitel.

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau