Arbeidsparticipatie naar onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het eerste kwartaal van 2020 uit op 68,9 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel 0,6 procentpunt lager, namelijk 68,3 procent. In het algemeen geldt dat de arbeidsdeelname groter is naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is. In het afgelopen jaar nam de nettoarbeidsparticipatie relatief veel toe onder personen met een vmbo, havo- of vwo-onderbouw of mbo 1 opleiding.

Arbeidsparticipatie neemt toe met onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie was in het eerste kwartaal van 2020 het laagst bij personen met uitsluitend basisonderwijs (38,0 procent). De arbeidsparticipatie neemt toe met het onderwijsniveau. Onder personen met een hbo- of wo-diploma was de arbeidsparticipatie ruim twee keer zo hoog.

Afgelopen jaar toename op niveau vmbo-b/k en mbo1

De nettoarbeidsparticipatie van personen met een vmbo-b/k- of mbo1-opleiding nam het afgelopen jaar meer dan gemiddeld toe. Hierdoor steeg de participatie van de totale groep personen met vmbo, havo-, vwo-onderbouw of mbo1 tussen het eerste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2020 met 0,7 procentpunt. Bij personen met alleen basisonderwijs of met een hbo-, wo-master of doctoraat nam de arbeidsparticipatie iets af.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Arbeidsparticipatie masters blijvend hoog in afgelopen tien jaar

De participatie van degenen die een hbo- of wo-masters of een wo-doctorsopleiding hebben afgerond, was in de afgelopen tien jaar niet alleen het hoogst van alle onderwijsniveaus, maar steeg ook bijna voortdurend. Sinds 2014, na de economische crisis, steeg de arbeidsdeelname ook op lagere onderwijsniveaus. Maar behalve bij personen met een hbo- of wo-masters- of doctorstitel was de nettoarbeidsparticipatie in 2019 alleen bij personen met enkel basisonderwijs hoger dan tien jaar eerder.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau