Arbeidsparticipatie naar onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het vierde kwartaal van 2019 uit op 69,0 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel 0,6 procentpunt lager, namelijk 68,4 procent. In het algemeen geldt dat de arbeidsdeelname groter is naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is. In het afgelopen jaar nam de nettoarbeidsparticipatie relatief veel toe onder personen met een opleiding vmbo, havo- of vwo-onderbouw of mbo 1.

Arbeidsparticipatie neemt toe met onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie is in het vierde kwartaal van 2019 het laagst bij personen met uitsluitend basisonderwijs (38,6 procent). Onder personen met een hbo- of wo-diploma is de arbeidsparticipatie ruim twee keer zo hoog.

Afgelopen jaar toename op niveau vmbo, havo- of vwo-onderbouw of mbo 1

De nettoarbeidsparticipatie van personen met een opleiding vmbo, havo- of vwo-onderbouw of mbo 1 opleiding nam het afgelopen jaar meer dan gemiddeld toe. Tussen het vierde kwartaal van 2018 en het vierde kwartaal van 2019 steeg deze met 0,9 procentpunt. Bij personen met alleen basisonderwijs of met een hbo- of wo- opleiding bleef de arbeidsparticipatie vrijwel gelijk.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Arbeidsparticipatie masters blijvend hoog in afgelopen tien jaar

De participatie van degenen die een hbo- of wo-masters of een wo-doctorsopleiding hebben afgerond, was in de afgelopen tien jaar niet alleen het hoogst van alle onderwijsniveaus, maar steeg ook bijna voortdurend. Sinds 2014, na de economische crisis, steeg de arbeidsdeelname ook op lagere onderwijsniveaus. Maar behalve bij personen met een hbo- of wo-masters- of doctorstitel was de nettoarbeidsparticipatie in 2019 alleen bij personen met enkel basisonderwijs hoger dan tien jaar eerder.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau