Arbeidsparticipatie naar leeftijd en geslacht

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het vierde kwartaal van 2025 uit op 73,4 procent. Dat was 0,3 procentpunt hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In bijna alle leeftijdsgroepen, behalve de jongeren, werken vrouwen minder dan mannen. Het grootste verschil is te zien onder 55-plussers.

Grootste man-vrouw-verschil in arbeidsparticipatie onder 55-plussers

Van de mannen werkt een groter deel dan van de vrouwen. In het vierde kwartaal van 2025 was de nettoarbeidsparticipatie onder vrouwen 69,4 procent, onder mannen was dit 77,3 procent. Het verschil in arbeidsdeelname tussen mannen en vrouwen varieert per leeftijdsgroep. Bij jongeren tot 25 jaar is de arbeidsdeelname onder vrouwen iets hoger dan onder mannen. Boven die leeftijd werken mannen meer dan vrouwen. Een relatief groot deel van de vrouwen werkt dan niet vanwege zorgtaken voor gezin of huishouden. Onder 55-plussers was het verschil het grootst.

Sterkste toename arbeidsparticipatie bij mannen van 65 tot 75 jaar

Tussen het vierde kwartaal van 2024 en het vierde kwartaal van 2025 nam de arbeidsdeelname bij mannen toe met 0,3 procentpunt. Bij vrouwen steeg ze met 0,2 procentpunt. De grootste toename zat bij mannen van 65 tot 75 jaar en vrouwen van 55 tot 75 jaar. Bij jongeren van 15 tot 25 jaar en personen van 45 tot 55 jaar nam de arbeidsdeelname af.

  

In de periode 2013-2025 grootste stijging bij vrouwen van 55 tot 65 jaar

De nettoarbeidsparticipatie nam in de periode 2013-2025 toe bij mannen en vrouwen in alle leeftijdsgroepen, maar het sterkst onder 55- tot 65-jarige vrouwen: van 49,3 procent in 2013 tot 69,8 procent in 2025 (+20,5 procentpunt). Bij mannen in die leeftijdsgroep was er eveneens sprake van een forse stijging (+14,2 procentpunt).

Bronnen

StatLine - Arbeidsdeelname; kerncijfers