Arbeidsparticipatie naar leeftijd en geslacht
De nettoarbeidsparticipatie kwam in het derde kwartaal van 2026 uit op 73,1 procent. Dat was 73,4 procent in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In bijna alle leeftijdsgroepen, behalve de jongeren, werken vrouwen minder vaak dan mannen. Het grootste verschil is te zien onder 55-plussers.
Grootste man-vrouw-verschil in arbeidsparticipatie onder 55-plussers
Van de mannen werkt een groter deel dan van de vrouwen. In het derde kwartaal van 2026 was de nettoarbeidsparticipatie onder vrouwen 69,3 procent, onder mannen was dit 77,0 procent. Het verschil in arbeidsdeelname tussen mannen en vrouwen varieert per leeftijdsgroep. Bij jongeren tot 25 jaar is de arbeidsdeelname onder vrouwen licht hoger. Boven die leeftijd werken mannen vaker dan vrouwen. Een relatief groot deel van de vrouwen werkt dan niet vanwege zorgtaken voor gezin of huishouden. Onder 35- tot 45-jarigen en 55-plussers is het verschil het grootst.
Sterkste afname arbeidsparticipatie bij vrouwen van 35 tot 45 jaar
Tussen het derde kwartaal van 2025 en het derde kwartaal van 2026 nam de arbeidsdeelname zowel bij mannen als bij vrouwen af. Bij vrouwen van 35 tot 45 jaar nam de arbeidsdeelname het sterkst af (van 82,0 procent naar 81,1 procent).
In de periode 2013-2025 grootste stijging bij vrouwen van 55 tot 65 jaar
De nettoarbeidsparticipatie nam in de periode 2013-2025 toe bij mannen en vrouwen in alle leeftijdsgroepen, maar het sterkst onder 55- tot 65-jarige vrouwen: van 49,3 procent in 2013 tot 69,8 procent in 2025. Bij mannen in die leeftijdsgroep was er eveneens sprake van een forse stijging (van 67,7 procent in 2013 tot 81,9 procent in 2025).Bronnen
StatLine - Arbeidsdeelname; kerncijfers
