Arbeidsparticipatie naar leeftijd en geslacht

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het eerste kwartaal van 2021 uit op 68,4 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel werkenden 0,5 procentpunt hoger, namelijk 68,9 procent. De participatie van vrouwen tot 25 jaar is iets groter dan die van mannen, maar in alle andere leeftijdsgroepen werken vrouwen minder. Het grootste verschil is te zien onder 55- tot 65-jarigen, bij wie de arbeidsparticipatie in de afgelopen jaren sterk groeide.

Grootste man-vrouwverschil in arbeidsparticipatie onder 55- tot 65-jarigen

Van de mannen werkt een groter deel dan van de vrouwen. In het eerste kwartaal van 2021 was de nettoarbeidsparticipatie onder laatstgenoemden 64,3 procent, onder mannen was dit 72,5 procent. Het verschil in arbeidsdeelname tussen mannen en vrouwen varieert per leeftijdsgroep. Onder 55- tot 65-jarigen was dit verschil in procentpunten het grootst. Van de mannen in die leeftijdsgroep werkte 78,3 procent, van de vrouwen was dit 14,5 procentpunt minder (63,8 procent).

Alleen onder jongeren tot 25 jaar zijn er iets meer vrouwen dan mannen werkzaam. Boven die leeftijd blijft de arbeidsparticipatie van vrouwen achter bij die van mannen. Een relatief groot deel van de vrouwen werkt dan niet vanwege zorgtaken voor gezin of huishouden.

Arbeidsparticipatie vorig jaar vooral afgenomen bij jongeren

Tussen het eerste kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 nam de arbeidsdeelname bij mannen iets meer af dan bij vrouwen, met respectievelijk 0,7 en 0,4 procentpunt. Deze afname kwam vrijwel volledig voor rekening van jonge mannen en vrouwen. Ondanks een gedeeltelijk herstel na het tweede kwartaal van 2020 daalde bij hen de arbeidsparticipatie in een jaar tijd met respectievelijk 4,4 en 2,9 procentpunt.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname mannen en vrouwen naar leeftijd

In de periode 2010-2020 grootste stijging bij vrouwen van 55 tot 65 jaar

De nettoarbeidsparticipatie nam in de periode 2010-2020 toe bij vrouwen in alle leeftijdsgroepen, maar het sterkst onder 55- tot 65-jarige vrouwen: van 42,8 procent in 2010 tot 62,6 procent in 2020 (+19,8 procentpunt). Bij mannen in die leeftijdsgroep was er eveneens sprake van een forse stijging (+15,9 procentpunt). Na de vorige economische crisis nam de arbeidsdeelname in de periode 2014-2019 toe bij mannen en vrouwen in alle leeftijdsgroepen. In 2020 daalde de arbeidsdeelname bij zowel mannen als vrouwen, maar vooral bij jonge mannen en vrouwen tot 25 jaar. De arbeidsdeelname bij de jonge mannen daalde met 3,2 procentpunt ten opzichte van 2019, bij jonge vrouwen met 2,4 procentpunt. Ook onder mannen van 35 tot 45 jaar daalde de arbeidsdeelname met 1,3 procentpunt relatief sterk in 2020.

De arbeidsdeelname van mannen van 25 tot 45 jaar was in 2020 lager dan in 2010.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname mannen

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname vrouwen