Ontwikkeling cao-lonen

In het derde kwartaal van 2020 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 3,0 procent toegenomen. Die stijging is even groot als in het eerste kwartaal van dit jaar en iets groter dan in het tweede kwartaal, toen deze 2,8 procent bedroeg.
De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 3,2 procent in het derde kwartaal. Daarmee lag de stijging van de contractuele loonkosten iets boven die van de cao-lonen. In 2020 daalde de bijdrage werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW), terwijl anderzijds de WAO/WIA-(basis)-premie werd verhoogd. De werkgeverspremie pensioen bleef per saldo nagenoeg gelijk.

De cao-loonontwikkeling ligt voor de drie onderscheiden sectoren dicht bij elkaar in het derde kwartaal van 2020. Bij de overheid namen de lonen met 3,1 procent toe en voor de beide andere sectoren was dit 3,0 procent. Vorig jaar was er meer verschil in de cao-loonstijging. De lonen namen in het derde kwartaal van 2019 het minst toe bij de cao-sector particuliere bedrijven (2,6 procent) en stegen het meest bij de overheid (3,0 procent).

Tussen 2010 en het derde kwartaal van 2020 stegen de cao-lonen het meest bij de particuliere bedrijven (18,7 procent). Bij de gesubsidieerde instellingen en de overheid nam de cao-loonontwikkeling in dezelfde periode achtereenvolgens toe met 18,6 en 18,5 procent.

Tot 2016 liepen de ontwikkelingen voor de drie sectoren meer uiteen. Tijdens de economische recessie werd bij veel overheidscao’s de nullijn gehanteerd, waardoor de loonontwikkeling in de sector overheid achterbleef. Na het afsluiten van een Centraal Akkoord volgde vanaf 2015 een inhaalslag.

Het voorlopige cijfer over het derde kwartaal van 2020 is gebaseerd op 88 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer 8 op de 10 werknemers vallen onder een cao.

Cao-lonen, definitieve cijfers 2019

In 2019 zijn de cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, met 2,5 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Deze toename is hoger dan die van 2018 (2,0 procent).

Op het niveau van de bedrijfstakken deden in 2019 de hoogste cao-loonstijgingen zich voor in de zorg, horeca en de waterbedrijven en afvalbeheer (elk 3,1 procent).

Niet alleen de hogere loonontwikkeling speelde daarbij een rol. In juli 2019 is de leeftijdsgrens van het wettelijk minimumloon voor volwassenen verschoven van 22 jaar naar 21 jaar. Dit heeft in 2019 voor de cao’s in de horeca en de zorg een licht verhogend effect gehad op de loonstijging in deze bedrijfstakken.

De laagste loonstijging bij de bedrijfstakken was in de Informatie en communicatie. In 2019 stegen de lonen in deze bedrijfstak met 1,4 procent.

Cijfers op StatLine: Cao-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur