Ontwikkeling cao-lonen

In het vierde kwartaal van 2022 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 3,7 procent toegenomen. Dit is de grootste stijging na het eerste kwartaal van 2002 (4,2 procent). De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen in het vierde kwartaal met 5,0 procent. Hiermee ligt de ontwikkeling van de contractuele loonkosten hoger dan die van de cao-lonen. Dit komt met name door de tijdelijke verlaging van de WW-premie van augustus tot en met december 2021. Daartegenover staat dat de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2022 is verlaagd ten opzichte van 2021.

Bij de drie onderscheiden sectoren nam de cao-loonontwikkeling bij de sector overheid in het vierde kwartaal het meest toe, namelijk met 5,5 procent. Bij de sector particuliere bedrijven en gesubsidieerde instellingen stegen de lonen respectievelijk met 3,4 en 3,2 procent. In hetzelfde kwartaal van vorig jaar had de sector overheid nog de kleinste loonstijging (1,3 procent).

Tussen 2010 en het vierde kwartaal van 2022 namen de cao-lonen het meest toe bij de overheid (26,5 procent). Bij de sector gesubsidieerde instellingen stegen de lonen in deze periode met 25,5 procent en bij de sector particuliere bedrijven met 25,2 procent.

Het voorlopige cijfer over het vierde kwartaal van 2022 is gebaseerd op 97 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer 8 op de 10 werknemers vallen onder een cao.

Cao-lonen, definitieve cijfers 2021

Tussen 2010 en het vierde kwartaal van 2022 namen de cao-lonen het meest toe bij de overheid (26,9 procent). Bij de sector gesubsidieerde instellingen stegen de lonen in deze periode met 25,5 procent en bij de sector particuliere bedrijven met 25,2 procent.

Het voorlopige cijfer over het vierde kwartaal van 2022 is gebaseerd op 98 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer 8 op de 10 werknemers vallen onder een cao.

Cijfers op StatLine: Cao-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur