Ontwikkeling cao-lonen

In het derde kwartaal van 2019 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 2,6 procent toegenomen. Dat is de hoogste cao-loonstijging in tien jaar. In het tweede kwartaal van 2009 bedroeg de stijging 3,0 procent.

De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 3,1 procent in het derde kwartaal van 2019. Sinds het begin van 2016 ligt de stijging van de contractuele loonkosten boven die van de cao-lonen. In 2019 komt dit doordat de werkgevers meer bijdragen aan WW-(Algemeen werkloosheidsfonds)- en WAO/WIA-(basis)-premies. Bij de overheid kwam dit ook door de gestegen werkgeversbijdrage in pensioenpremies (ABP).

Van alle drie de sectoren namen bij de gesubsidieerde instellingen de lonen in het derde kwartaal van 2019 het minst toe met 2,5 procent. De loonstijging bij de particuliere bedrijven en overheid was in het derde kwartaal respectievelijk 2,6 procent en 2,7 procent. Vorig jaar stegen de lonen bij de gesubsidieerde instellingen ook het minst van alle drie de sectoren.

Tussen 2010 en het derde kwartaal van 2019 stegen de cao-lonen het meest bij de particuliere bedrijven (15,2 procent). Bij de gesubsidieerde instellingen was de cao-loonontwikkeling in dezelfde periode 14,7 procent en bij de overheid 14,6 procent.

Tot 2016 liepen de ontwikkelingen voor de drie sectoren meer uiteen. Tijdens de economische recessie werd bij veel overheidscao’s de nullijn gehanteerd, waardoor de loonontwikkeling in de sector overheid achterbleef. Na het afsluiten van een Centraal Akkoord volgde vanaf 2015 een inhaalslag.

Het voorlopige cijfer over het derde kwartaal van 2019 is gebaseerd op 84 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer 8 op de 10 werknemers vallen onder een cao.

Cao-lonen, definitieve cijfers 2018

In 2018 zijn de cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, met 2 procent gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Deze toename is hoger dan die van 2017 (1,4 procent).

Cao-lonen in de onderwijs het meest toegenomen

Op het niveau van de bedrijfstakken deden in 2018 de hoogste cao-loonstijgingen zich voor in het onderwijs (2,8 procent), waterbedrijven en afvalbeheer (2,7 procent) en in de verhuur van en handel in onroerend goed (2,6 procent). In het onderwijs zijn bij de docenten in de cao primair onderwijs de lonen verhoogd om het salarisverschil te verkleinen met de docenten in het voortgezet onderwijs. Bij de andere bedrijfstakken komt dit voornamelijk door hogere loonsverhogingen bij grote cao’s.

De laagste loonstijging bij de bedrijfstakken was in de financiële dienstverlening. De lonen stegen in 2018 bij deze bedrijfstak met 1,3 procent.

Cijfers op StatLine: Cao-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur