Werkenden

In het eerste kwartaal van 2021 hadden 9,0 miljoen (seizoengecorrigeerd) mensen betaald werk. Dat is 68,7 procent van de bevolking van 15 tot 75 jaar. In de afgelopen drie kwartalen nam het aantal werkenden toe met 131 duizend. In het tweede kwartaal van 2020 was er nog een recorddaling van 173 duizend werkenden in vergelijking met het kwartaal ervoor.

De werkzame beroepsbevolking bestaat uit alle 15- tot 75-jarigen die in Nederland wonen en betaalde arbeid verrichten. Zij kunnen zowel in Nederland als in het buitenland werkzaam zijn. Sinds het derde kwartaal van 2014 nam de nettoarbeidsparticipatie - dat is de werkzame beroepsbevolking als percentage van de bevolking van 15 tot 75 jaar - bijna elk kwartaal toe of bleef deze ten minste gelijk. Hieraan kwam in het tweede kwartaal van 2020 een eind. De nettoarbeidsparticipatie daalde toen van 69,2 procent in eerste kwartaal naar 67,8 procent in het tweede kwartaal. In de volgende kwartalen nam de participatie weer toe, naar 68,7 procent in het eerste kwartaal van 2021.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname en werkloosheid per maand

Vorig jaar minder mensen voltijd aan het werk

In 2020 waren er 4,5 miljoen voltijders: zij werkten 35 uur of meer per week. Dat was net iets meer dan de helft van alle werkenden. Ruim 4,4 miljoen 15- tot 75-jarigen werkten in deeltijd. Vorig jaar nam het aantal voltijders met 41 duizend af. Dat gebeurde voor het laatst in 2013. Het aantal deeltijders nam in 2020 wel verder toe.

Van de mannen werkte 72 procent in 2020 in voltijd. Dat was 5 procentpunt lager dan in 2010. Het percentage mannelijke deeltijders dat 28 tot 35 uur per week werkte, nam relatief veel toe: van 8 procent in 2010 tot 11 procent in 2020.

Arbeidsduur per week, mannen (15 tot 75 jaar)
JaarMinder dan 12 uur (% van werkzame beroepsbevolking)12 tot 20 uur (% van werkzame beroepsbevolking)20 tot 28 uur (% van werkzame beroepsbevolking)28 tot 35 uur (% van werkzame beroepsbevolking)35 uur of meer (voltijd) (% van werkzame beroepsbevolking)
20097,33,34,08,177,4
20107,53,34,38,476,6
20117,53,44,28,676,4
20128,13,44,48,775,4
20139,03,54,68,974,1
20149,13,44,79,173,8
20159,03,54,79,173,7
20168,63,44,69,474,0
20178,53,84,69,873,3
20188,33,84,910,272,8
20198,33,95,010,672,3

Vrouwen werken aanzienlijk minder vaak dan mannen in voltijd. In het 2020 ging het om 26 procent van alle werkende vrouwen. Het percentage voltijdwerkende vrouwen nam licht toe. In 2010 werkte 25 procent van de vrouwen in voltijd. Tussen 2010 en 2014 nam het percentage voltijdwerkende vrouwen nog af. Het percentage vrouwen met een grote deeltijdbaan (28 tot 35 uur per week) nam sterker toe: van 20 procent in 2010 naar 25 procent in 2020. Daarmee daalde dus het aandeel vrouwen met een baan van minder dan 28 uur. In 2020 daalde ook het percentage voltijders onder vrouwen. 

Arbeidsduur per week, vrouwen (15 tot 75 jaar)
JaarMinder dan 12 uur (% van werkzame beroepsbevolking)12 tot 20 uur (% van werkzame beroepsbevolking)20 tot 28 uur (% van werkzame beroepsbevolking)28 tot 35 uur (% van werkzame beroepsbevolking)35 uur of meer (voltijd) (% van werkzame beroepsbevolking)
200914,715,224,720,025,4
201014,615,025,220,025,2
201114,614,725,320,425,1
201214,614,425,520,924,6
201315,013,925,621,124,5
201415,113,325,521,225,0
201515,213,325,221,424,9
201614,313,024,922,325,3
201714,212,324,822,726,1
201813,512,025,023,326,2
201913,111,724,324,426,6

Cijfers op StatLine over aantallen voltijds- en deeltijdwerkers, uitgesplitst naar mannen en vrouwen: Arbeidsdeelname; kerncijfers