Vraag en antwoord

Vraag en antwoord

In de periode 2008-2015 startten er jaarlijks gemiddeld 206 duizend zzp’ers en stopten er 176 duizend zzp’ers. Het gaat daarbij om werkenden met een hoofd- of neveninkomen als zzp’er. Tot de stoppers behoren ook zzp’ers die met pensioen gaan. Van alle startende zzp’ers is na één jaar ruim 70 procent nog steeds actief als zelfstandige (met of zonder personeel). Na vijf jaar is nog iets minder dan de helft actief.

De overgrote meerderheid van de startende zzp’ers die actief blijven als zelfstandige blijft ook zzp’er. Een klein deel gaat personeel in dienst nemen. Na één jaar heeft 2 procent van de startende zzp’ers personeel in dienst genomen, na vijf jaar is dit bijna 4 procent.

...

Bij werknemers worden arbeidsongeschiktheids- en pensioenpremies ingehouden, maar zelfstandigen zijn zelf verantwoordelijk voor verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en voor pensioenopbouw, bijvoorbeeld via een lijfrente. In 2017 betaalde bijna 19 procent van de 906 duizend zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) met een hoofdinkomen uit ondernemerschap een premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Bijna 1 op de 10 betaalde lijfrentepremie als pensioenvoorziening. In de afgelopen jaren is het aandeel dat premie betaalt voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering of lijfrente steeds gedaald.

...

Zelfstandig ondernemers zonder personeel zijn tevredener over hun arbeidsomstandigheden dan werknemers: 79 procent was tevreden of zeer tevreden. Van de werknemers was dat 73 procent. Zij hebben ook minder vaak last van psychische vermoeidheid door het werk: 8 procent had hier enkele keren per maand of vaker last van. Onder werknemers is dat percentage ruim twee keer zo hoog.

De geringere vermoeidheidsklachten van zelfstandig ondernemers zijn terug te voeren op het verschil in zelfstandigheid in het werk (autonomie) en in werkdruk (taakeisen). Zelfstandig ondernemers zonder personeel ervaren meer zelfstandigheid en een lagere werkdruk dan werknemers. Beide factoren zijn van belang als het gaat om werkgerelateerde psychische vermoeidheid.

...

Voor zelfstandig ondernemers zonder personeel – de grootste groep zzp’ers – geeft de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) van CBS en TNO informatie over samenwerking met andere zelfstandigen en over inleen/inhuur van personeel. In 2019 gaf 76 procent van de zelfstandig ondernemers zonder personeel aan wel eens samen te werken met andere zelfstandigen; 31 procent doet dat vaak of altijd. Ook heeft 23 procent in de voorafgaande twaalf maanden personeel ingeleend of ingehuurd. Meestal gaat het daarbij om andere zelfstandigen.

...

Het aandeel zzp’ers onder werkenden varieert aanzienlijk tussen regio’s. In de twintig gemeenten met de hoogste concentratie aan zzp’ers binnen de werkende bevolking ligt het aandeel van zzp’ers tussen de 17 en 28 procent. Deze gemeenten zijn vooral te vinden in het Gooi, ten noorden van Amsterdam en op de Waddeneilanden. Andere in het oog springende gemeenten uit deze top twintig zijn onder meer Baarle-Nassau in Noord-Brabant en Westerveld in Drenthe. Daarentegen hadden Den Helder en Nissewaard (Zuid-Holland) met 7 procent het laagste aandeel zzp’ers.

...

Zzp’ers verdienen gemiddeld minder met hun werk als zelfstandige dan zmp’ers. Het jaarinkomen als zelfstandige van een zzp’er (voor wie het zzp-inkomen het hoofdinkomen is) bedroeg in 2017 gemiddeld 37 duizend euro. Voor zmp’ers lag dit op 59 duizend euro. Het doorsnee- of mediane inkomen als zelfstandige komt voor beide groepen lager uit, respectievelijk 26 duizend en 48 duizend euro. Dat voor beide groepen het gemiddelde en mediane inkomen relatief ver uit elkaar liggen, geeft aan dat er ook grote verschillen zijn binnen de groepen zzp’ers en zmp’ers in het inkomen dat ze verdienen met hun werk als zelfstandige.

...

Zzp’ers komen in alle bedrijfstakken van de Nederlandse arbeidsmarkt voor. De afgelopen jaren nam hun aandeel in vrijwel alle branches toe. In sommige sectoren komen meer zzp’ers voor dan in andere, maar nergens zijn zij in de meerderheid. In de landbouw en visserij hebben zij het grootste aandeel: in 2017 was 41 procent van de werkenden er een zzp'er. In die branche werken ook relatief veel zelfstandigen met personeel en meewerkende gezinsleden, waardoor zelfstandigen er getalsmatig de overhand hebben op werknemers.

...

De meeste zzp’ers wonen samen met een partner (71 procent). Ruim 20 procent is alleenstaande in een eenpersoonshuishouden of ouder in een éénoudergezin. Bij ruim 7 procent van de zzp’ers gaat het om thuiswonende kinderen en andere leden van het huishouden. Zmp’ers hebben nog vaker dan zzp’ers een partner (84 procent). Werknemers juist minder vaak (63 procent).

3 op de 10 zzp’ers hebben een partner met een vaste arbeidsrelatie en daarmee de meeste inkomenszekerheid. Voor zowel zmp’ers als werknemers ligt dit aandeel hoger. Bij zzp’ers heeft bijna 1 op de 5 een partner die ook zzp’er is. Bij werknemers en zmp’ers komt dit relatief veel minder vaak voor. Zmp’ers hebben daarentegen relatief vaker een partner die ook zmp’er is (27 procent).

...

Bijna 7 procent van alle werkenden heeft een tweede baan naast de hoofdbaan. Dat zijn er 610 duizend. De overgrote meerderheid van degenen die in hun hoofdbaan werkzaam zijn als zzp’er (94 procent) doet er geen ander werk naast. Bijna 6 procent combineert het werk als zzp’er met een baan als werknemer.

Van de zmp’ers (zelfstandigen met personeel) heeft 2,3 procent er een baan als werknemer naast. Werknemers combineren even vaak twee banen als de gemiddelde werkende (bijna 7 procent). Het gaat dan vooral om het combineren van twee werknemersbanen. Bij 2,5 procent van alle werknemers is er sprake van een tweede baan als zzp’er.

...

Zowel nationaal als internationaal staat schijnzelfstandigheid in de belangstelling, omdat het een groeiend verschijnsel zou zijn. Dat laatste is niet vast te stellen, omdat er geen overeenstemming is over de definitie van een schijnzelfstandige.

Schijnzelfstandigheid wordt vaak in verband gebracht met de afhankelijkheid van één opdrachtgever. Dat kan betekenen dat een zelfstandige maar één opdrachtgever heeft en voor inkomsten dus daarvan afhankelijk is, of dat men meerdere opdrachtgevers heeft, maar voor het merendeel van de inkomsten afhankelijk is van één opdrachtgever. De rol van de opdrachtgever lijkt dan op die van een werkgever, alleen zonder de verplichtingen, zoals het afdragen van premies.

...

In 2018 was de gemiddelde arbeidsduur van zzp’ers 35 uur per week. Dit zijn de uren die in een normale of gemiddelde werkweek worden gewerkt, waarbij overuren en onbetaalde uren (bijvoorbeeld voor marketing of acquisitie) niet zijn meegerekend. Zelfstandigen met personeel maken aanzienlijk langere werkweken: gemiddeld 48 uur. Maar zzp’ers werken per week wel meer dan werknemers, die gemiddeld 30 uur werken.

Van de mannelijke zzp’ers werkte 70 procent voltijds. Dat is minder dan bij de mannelijke werknemers, van wie 72 procent voltijds werkte. Bij de vrouwen werken zzp’ers juist vaker voltijds dan werknemers. Maar ook vrouwelijke zzp’ers hebben in ruime meerderheid een deeltijdbaan. Van alle zzp’ers wil 13 procent meer uren werken. Dat is meer dan bij werknemers, van wie bijna 9 procent meer uren zou willen maken.

...

Zzp’ers vormen een heel diverse groep en de gemiddelde zzp’er bestaat niet. Kenmerken van zzp’ers vergelijken met die van zmp’ers en werknemers geeft wel meer inzicht.

In vergelijking met werknemers zijn zzp’ers vaker man, namelijk ruim 6 op de 10. Bij werknemers is dit ruim 5 op de 10. Het verschil tussen het percentage mannen en vrouwen is bij zzp’ers kleiner dan bij zmp’ers. Bij de zmp’ers is bijna drie kwart (74 procent) man en een kwart (26 procent) vrouw.

Zzp’ers zijn in vergelijking met werknemers ouder. Bijna 60 procent van de zzp’ers is tussen de 45 en 75 jaar oud. Slechts 5 procent van de zzp’ers is een jongere (15 tot 25 jaar). Bij werknemers is 41 procent tussen de 45 en 75 jaar oud, ruim 17 procent is tussen de 15 en 25 jaar. De zmp’er is in vergelijking met de zzp’er en de werknemer echter nog ouder. Van de zmp’ers is 64 procent tussen de 45 en 75 jaar oud en jongeren komen onder hen vrijwel niet voor (1 procent).

...

Van zelfstandig ondernemers zonder personeel – de grootste groep zzp’ers – is uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2017 van CBS en TNO bekend om welke redenen zij als zelfstandige aan de slag zijn gegaan.

Gemiddeld is 1 op de 10 werkenden tussen de 15 en 75 jaar in de EU werkzaam als zzp’er.

Gegevens hierover zijn niet beschikbaar. CBS werkt aan het in kaart brengen van gegevens om antwoord op deze vraag te kunnen geven.