Hebben zzp’ers een partner met inkomenszekerheid?

De meeste zzp’ers wonen samen met een partner (69 procent in 2025); 25 procent was in dat jaar alleenstaande in een eenpersoonshuishouden of ouder in een éénoudergezin. Bij 6 procent van de zzp’ers ging het om thuiswonende kinderen en andere leden van het huishouden. Zmp’ers hebben nog vaker dan zzp’ers een partner (81 procent). Werknemers juist minder vaak (57 procent).
| Alleenstaand/Eenouder (%) | Partner in paar (%) | Overig lid huishouden (%) | |
|---|---|---|---|
| Zzp | 24,6 | 69,3 | 6,1 |
| Zmp | 16,3 | 80,8 | 2,9 |
| Werknemer | 24,3 | 57,2 | 18,5 |
Van de zzp’ers met een partner had 48 procent in 2025 een partner met een vaste arbeidsrelatie. Voor werknemers met een partner ligt dit aandeel hoger. Bij zzp’ers met een partner had 18 procent een partner die ook zzp’er is. Bij werknemers en zmp’ers komt dit relatief minder vaak voor. Zmp’ers met een partner hebben daarentegen relatief vaak een partner die zmp’er of meewerkend gezinslid is (18 procent).
| Vaste arbeidsrelatie (%) | Flexibele arbeidsrelatie (%) | Zzp (%) | Zmp/meewerkend (%) | Geen werk (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Werknemer | 64,7 | 11,6 | 8,3 | 2,7 | 12,6 |
| Zmp | 47,3 | 10,2 | 11,5 | 17,7 | 11,9 |
| Zzp | 48,0 | 9,4 | 17,7 | 5,4 | 19,2 |
Bronnen
- Link StatLine - Werkzame beroepsbevolking; arbeidspositie partner, inkomen en kenmerken
- Link StatLine - Arbeidsdeelname; positie in het huishouden