Auteur: Lenny Stoeldraijer, Coen van Duin, Sabrina de Regt, Patrick van der Reijden, Saskia te Riele

Kernprognose 2021-2070: Bevolkingsgroei trekt weer aan

Over deze publicatie

Volgens de nieuwe Kernprognose van het CBS groeit de Nederlandse bevolking tot 20,6 miljoen inwoners in 2070. Internationale migratie speelt een belangrijke rol bij de toekomstige bevolkingsgroei. De verwachte bevolkingsomvang in 2070 is 176 duizend groter dan volgens de prognose uit 2020. Dit komt met name door aangepaste veronderstellingen voor geboorte en emigratie.

1. Inleiding

Voor de demografische prognoses werkt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met een driejaarlijkse publicatiecyclus. Eens in de drie jaar wordt een Bevolkingsprognose gepubliceerd, een nieuwe prognose voor de bevolking naar leeftijd, geslacht en migratieachtergrond. In de andere twee jaren wordt een Kernprognose gepubliceerd. In dit artikel wordt de Kernprognose 2021-2070 besproken. Dit is een update van de Bevolkingsprognose 2020–2070 (Stoeldraijer, De Regt, Van Duin, Huisman en Te Riele, 2020), zonder het onderscheid naar migratieachtergrond.

Tegelijk met deze Kernprognose wordt de Huishoudensprognose 2021–2070 gepubliceerd (Stoeldraijer, Te Riele, Van Duin en Van der Reijden), een prognose van de toekomstige huishoudenssamenstelling van de bevolking. De Huishoudensprognose komt elke drie jaar uit, in het jaar na de Bevolkingsprognose. In de zomer na de Kern- en Huishoudensprognose zullen het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de driejaarlijkse PBL/CBS Regionale bevolkings- en huishoudensprognose publiceren. De PBL/CBS Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2022–2050 verschijnt in de zomer van 2022.

De demografische prognose van het CBS beschrijft de verwachte ontwikkeling van de Nederlandse bevolking in de toekomst. Deze wordt berekend met het cohort-componentmodel. Dit is een simulatiemodel waarbij de bevolking aan het eind van het jaar wordt bepaald door geboorte, sterfte, migratie en veroudering te verrekenen met de bevolking aan het begin van het jaar. Door dit van jaar op jaar te doen, kan steeds verder vooruit worden gekeken. Input voor het model zijn kansen die bepalen hoeveel vrouwen gedurende het jaar een kind krijgen, hoeveel mensen zullen emigreren en hoeveel mensen zullen sterven. Daarnaast dienen immigratieaantallen als input.

Om over input voor het model te kunnen beschikken, moeten veronderstellingen worden geformuleerd over het toekomstige kindertal, de levensduur, en de omvang en richting van de internationale migratiestromen. Deze veronderstellingen worden gemaakt op basis van ontwikkelingen in het (recente) verleden. Analyseren van demografische ontwikkelingen is daarom een belangrijk onderdeel van het maken van een prognose.

De Kernprognose 2021–2070 betreft een update van de Bevolkingsprognose 2020–2070. Anders dan bij de Bevolkingsprognose, wordt de bevolking in de Kernprognose niet naar migratieachtergrond onderscheiden. Bij het opstellen van de Kernprognose wordt gekeken naar de recente ontwikkelingen op het gebied van geboorte, sterfte en migratie en naar de aansluiting van de recente prognose(s) op de waarnemingen. Op basis van de bevindingen worden vervolgens de veronderstellingen uit de meest recente prognose bijgesteld of, wanneer daartoe aanleiding is, opnieuw opgesteld.

De prognose beschrijft de meest waarschijnlijke ontwikkeling van de bevolking. Deze verwachting kent ook onzekerheden. Daarom worden prognose-intervallen berekend, een marge (onder- of bovengrens) rond de prognose die een indruk geeft van de verwachte nauwkeurigheid van die prognose.

Voor de Kernprognose 2021–2070 zijn de veronderstellingen van de Bevolkingsprognose 2020–2070 op basis van recente ontwikkelingen geactualiseerd. Deze actualisering wordt in dit artikel beschreven. In paragraaf 2 worden recente ontwikkelingen besproken en vergeleken met de uitkomsten van de Bevolkingsprognose uit 2020. Paragraaf 3 beschrijft de bijgestelde veronderstellingen en resultaten voor geboorte, sterfte en migratie. In paragraaf 4 volgt een beschrijving van de toekomstige ontwikkeling van de bevolking.

2. Recente ontwikkeling en vergelijking met Bevolkingsprognose 2020-2070

2.1 Recente bevolkingsontwikkeling

In de periode 2013–2016 verdubbelde de bevolkingsgroei van 49 duizend tot 103 duizend. De toename was het gevolg van oplopende immigratie: in 2016 immigreerden 231 duizend mensen, terwijl dat er 165 duizend waren in 2013. De asielmigratie leverde hieraan een belangrijke bijdrage, maar ook de immigratie uit andere Europese landen en van mensen met een Nederlandse achtergrond nam toe. De bevolkingsgroei tussen 2013 en 2016 bleef beperkt doordat de emigratie en het aantal overledenen ook toenamen.

Na 2016 daalde het aantal asielmigranten dat naar Nederland komt, maar de immigratie bleef toenemen. De totale immigratie steeg tot 269 duizend in 2019. Het aantal emigranten en het aantal overledenen namen geleidelijk toe, terwijl het aantal levend geboren kinderen iets afnam. In 2019 groeide de bevolking met 125 duizend inwoners.

Als gevolg van de coronapandemie nam de immigratie in 2020 af tot 221 duizend. De emigratie daalde naar 152 duizend. Het aantal overledenen nam toe tot 169 duizend en er werden 169 duizend kinderen geboren.

In 2021 neemt de immigratie weer toe, op basis van de voorlopige cijfers tot en met oktober 2021. De emigratie is verder gedaald, het aantal geboorten is toegenomen en het aantal overledenen bleef nagenoeg gelijk.

2.1.1 Bevolkingsontwikkeling
 Levend geboren kinderen (x 1 000)Overledenen (x 1 000)Immigratie (x 1 000)Emigratie incl. saldo administratieve correcties (x 1 000)Bevolkingsgroei (x 1 000)
2000206,6140,5132,979,0123,1
2001202,6140,4133,482,6118,2
2002202,1142,4121,396,987,3
2003200,3141,9104,5104,865,5
2004194,0136,694,0110,247,5
2005187,9136,492,3119,728,7
2006185,1135,4101,2132,523,8
2007181,3133,0116,8122,647,4
2008184,6135,1143,5117,880,4
2009184,9134,2146,4111,989,2
2010184,4136,1154,4121,480,8
2011180,1135,7163,0133,274,5
2012176,0140,8158,4144,549,2
2013171,3141,2164,8145,749,7
2014175,2139,2182,9147,971,4
2015170,5147,1204,6149,578,4
2016172,5149,0230,7151,5102,4
2017169,8150,2235,0154,399,6
2018168,5153,4243,7157,4101,1
2019169,7151,9269,1161,0125,4
2020168,7168,7220,9152,567,8
2021*179,8168,1245,2138,7118,2
* Voorlopig cijfer.

2.2 Vergelijking voorgaande prognoses met realisatie

De ramingen die voor de migratie, geboorte en sterfte over 2020 in de Bevolkingsprognose 2020–2070 werden gebruikt, kwamen redelijk overeen met de realisaties. Het aantal immigranten is met 10 duizend (5 procent) onderschat, het aantal emigranten met duizend (minder dan 1 procent). De raming voor het aantal overledenen lag 5 duizend (3 procent) te laag, de raming voor het aantal geboorten was gelijk aan het werkelijke aantal. De bevolkingsgroei in 2020 is al met al met 5 duizend (8 procent) onderschat.

Op basis van de voorlopige cijfers tot en met oktober zal het aantal immigranten 2 duizend (1 procent) hoger uitkomen dan de Bevolkingsprognose 2020–2070 verwachtte. De prognose van het aantal emigranten lag 35 duizend (20 procent) hoger dan de huidige raming, het aantal levend geboren kinderen was 19 duizend (11 procent) lager, het aantal overledenen was 10 duizend (7 procent) lager. De bevolkingsgroei in 2021 was daardoor 44 duizend (60 procent) hoger dan de groei die in de Bevolkingsprognose werd verwacht.

2.2.1 Bevolkingsontwikkeling 2020 en 2021, waarneming/raming en prognose (x 1 000 )
Levend
geboren
kinderen
OverledenenImmigratieEmigratie incl. saldo administratieve correctiesBevolkingsgroei
Waarneming/raming202016916922115268
Waarneming/raming20211)180168245139118
Bevolkingsprognose202016816421115263
Bevolkingsprognose202116115824417374
Verschil20200-5-10-1-5
Verschil2021-19-10-235-44
1) Raming op basis van voorlopige cijfers van januari tot en met oktober 2021.

3. Bijgestelde veronderstellingen en resultaten voor geboorte, sterfte en migratie

De veronderstellingen voor geboorte, sterfte en migratie zijn op basis van de recente ontwikkelingen geactualiseerd. De toename van het aantal geboorten in 2021 gaf aanleiding om de veronderstellingen uit de Bevolkingsprognose 2020–2070 voor de eerste paar jaar te verhogen. Het model voor de sterfteprognose is opnieuw geschat, waarbij recente cijfers voor sterfte zijn gebruikt. De veronderstellingen voor de internationale migratie zijn ook aangepast voor de eerste paar jaar naar aanleiding van de veranderingen van de in- en uitstroom in 2020 en 2021.

3.1 Geboorte

Na de scherpe geboortedaling in de jaren 1970 schommelde het aantal kinderen dat jaarlijks geboren wordt lang tussen de 180 duizend en 200 duizend. Sinds 2010 is het aantal geboorten gedaald naar rond de 170 duizend per jaar.

Vanaf de jaren 1970 begonnen vrouwen later aan kinderen en kregen zij gemiddeld minder kinderen dan de generaties voor hen. Vrouwen die zijn geboren in 1945 kregen gemiddeld nog 2 kinderen en waren gemiddeld 24,5 jaar als ze moeder werden. Vrouwen die zijn geboren in 1970 kregen gemiddeld nog maar 1,76 kinderen, met de eerste op 29-jarige leeftijd. De generaties daarna stelden het krijgen van kinderen niet meer verder uit en kregen een vergelijkbaar aantal kinderen. Schommelingen in het aantal kinderen dat jaarlijks werd geboren hingen vanaf midden jaren 1990 voornamelijk af van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Na 2010 daalde het aantal geboorten echter meer dan op basis daarvan verwacht kon worden.

Dat kan afgeleid worden uit het totale vruchtbaarheidscijfer (TFR), een cijfer dat corrigeert voor het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd. De TFR wordt berekend door het aantal kinderen dat in een jaar bij vrouwen van een bepaalde leeftijd wordt geboren te delen door het aantal vrouwen van die leeftijd in de bevolking. Op deze manier komen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers tot stand, die vervolgens bij elkaar worden opgeteld. De som van de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers kan worden beschouwd als het gemiddeld kindertal dat vrouwen zouden hebben als de vruchtbaarheidscijfers van dat jaar van hun vijftiende tot hun vijftigste zouden gelden. De TFR daalde van 1,80 in 2010 tot 1,54 in 2020. Er werden dus minder kinderen per vrouw geboren.

De TFR wordt sterk beïnvloed door de timing van de geboorten, het moment waarop vrouwen hun kinderen krijgen. In perioden waarin het krijgen van kinderen wordt uitgesteld ligt de TFR tijdelijk lager. Wanneer vrouwen op latere leeftijd alsnog kinderen krijgen, ligt de TFR tijdelijk hoger. De daling sinds 2010 wijst op verder uitstel. In eerste instantie werd de verklaring daarvoor gezocht in de neergaande economische conjunctuur in de jaren na 2008. Eerdere schommelingen in de TFR leken ook met conjuncturele schommelingen samen te hangen (De Beer, 2012). De TFR daalde echter verder na 2013, toen de Nederlandse economie er steeds beter voor kwam te staan (De Beer en Latten, 2018). Verondersteld werd dat er meer structurele veranderingen aan de daling van de TFR ten grondslag lagen.

Het aantal geboorten daalde vooral bij twintigers en jonge dertigers. Deze groep deed er ook in andere opzichten langer over om gesetteld te raken. Twintigers gingen later uit huis en later samenwonen, volgden langer onderwijs en hadden minder snel een vaste baan en een koopwoning (CBS, 13 mei 2019). Jonge generaties hadden in toenemende mate te maken met onzekerheid. De flexibilisering van de arbeidsmarkt leidde bijvoorbeeld tot meer inkomens- en baanonzekerheid, terwijl een stabiel en voldoende hoog inkomen een belangrijke voorwaarde zijn om aan kinderen te beginnen (Loozen en Kloosterman, 2019). Betaalbare woningen voor starters waren schaars en hypotheken waren moeilijker te krijgen (SER, 2019). De stap naar het ouderschap werd daardoor mogelijk verder opgeschoven.

Het aantal kinderen dat bij oudere dertigers en veertigers werd geboren bleef echter wel op peil en nam zelfs licht toe. Om die reden werd er vanuit gegaan dat vrouwen weliswaar later aan kinderen begonnen, maar dat zij deze kinderen op latere leeftijd alsnog zouden krijgen. In eerdere prognoses werd daarom weer een toename van het aantal geboorten verwacht. Tot 2021 bleef die toename echter uit en daarom zijn de veronderstellingen voor de lange termijn in de Kernprognose 2019–2060 naar beneden bijgesteld. Verondersteld werd dat vrouwen die vanaf 1995 zijn geboren uiteindelijk op een kindertal van gemiddeld 1,7 uit zouden komen in plaats van de eerder veronderstelde 1,75.

Voor 2021 is echter een duidelijke verandering te zien. Op basis van de voorlopige cijfers komt de raming voor dat jaar uit op 180 duizend levend geboren kinderen. De TFR stijgt ook en wordt geraamd op 1,63. Vooral dertigers kregen meer kinderen. Dit lijkt er daarom op te wijzen dat de verwachte inhaalslag is begonnen, mogelijk ingegeven door omstandigheden die samenhangen met de coronapandemie (zie ook de volgende paragraaf). Dat kan ook de reden zijn dat er niet alleen meer eerste kinderen werden geboren, maar ook meer tweede en derde kinderen. Onder jonge twintigers nam het aantal geboorten wel verder af. De redenen die vóór de coronapandemie voor uitstel zorgden, gelden voor hen nog steeds.

3.1.1 Gemiddeld kindertal per vrouw, leeftijd, geboortegeneratie
 1935194519551965197519851995
150,000270,000540,000800,000440,000410,000530,00025
160,001390,002900,004240,001960,001820,002160,00108
170,006200,011720,015350,006110,005530,006140,00311
180,020350,034750,035550,013930,013370,013760,00708
190,047760,076590,065540,027880,026480,026150,01408
200,093320,140850,105470,049820,044200,044360,02482
210,159890,235890,163580,082110,067760,067850,04037
220,254740,366590,241010,126290,099510,099700,06114
230,385890,533210,340120,184580,140830,143170,08912
240,555590,730160,458040,254740,193560,197560,12561
250,750470,928000,595330,342800,262830,268670,17320
260,970201,118100,741130,445860,346630,353920,23673
271,194861,290680,883040,558480,448970,45542
281,412221,434111,016670,681710,567260,56932
291,614041,551701,146640,815210,698310,70009
301,792131,648601,269760,951250,838110,83620
311,943081,727581,383221,085770,983590,97841
322,069921,789571,483511,214441,121801,11422
332,175521,839181,567961,335101,255461,24051
342,265951,877461,639291,439441,373831,35289
352,341171,909121,700561,531581,478541,45146
362,394311,932831,748941,604331,562391,54296
372,431031,950961,785651,659851,62734
382,455301,964461,813511,701911,67493
392,470811,974641,833411,732001,71191
402,481141,981891,847231,752991,73835
412,488011,987061,855721,766641,75643
422,492421,990521,861231,774951,76780
432,495021,992911,864171,779421,77464
442,496591,994371,865751,782201,77828
452,497411,995261,866731,783381,78010
462,497971,995891,867241,784071,78116
472,498401,996171,867291,78438
482,498681,996391,867381,78454
492,498811,996461,867461,78494
502,498861,996511,867461,78494
 

Model en veronderstellingen voor geboorten

Bij het opstellen van de Bevolkingsprognose 2020–2070 was nog niet duidelijk wat het effect van de coronapandemie zou zijn op het aantal kinderen dat geboren wordt. De pandemie begon in maart 2020 en pas vanaf eind 2020 zijn de eerste gevolgen zichtbaar geworden. Verwacht werd dat tijdelijk meer kinderen geboren zouden worden. Vooral ten tijde van de strenge lockdown tijdens de eerste golf brachten mensen veel tijd thuis door. Het openbare leven kwam stil te liggen. Ook de verwachting dat in de toekomst meer thuisgewerkt zou worden kon voor stellen aanleiding zijn om aan kinderen te beginnen, ook omdat een verhuizing naar een woning verder van het werk maar geschikter voor kinderen tot de mogelijkheden behoorde.

Uit een studie van Luppi, Arpino en Rosina (2020) in Duitsland, Spanje, Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk bleek echter dat een groot deel van de respondenten tot 35 jaar die begin 2020 plannen hadden voor gezinsuitbreiding deze plannen aan het begin van de coronapandemie voor kortere of langere tijd wilden uitstellen. Mogelijk was het voor stellen geen goed moment voor een zwangerschap vanwege onzekerheid over de economische gevolgen van de coronapandemie. De economie kromp en het was onduidelijk wat de gevolgen van de pandemie waren voor de werkgelegenheid. Ook waren er zorgen over de druk op de gezondheidszorg en de toegankelijkheid ervan, wat het besmettingsgevaar was bij ziekenhuisbezoek, en er was onduidelijkheid over de gevolgen van het virus voor een zwangerschap. Om die reden werd in de Bevolkingsprognose 2020–2070 verondersteld dat de coronapandemie op de korte termijn zou leiden tot een verdere daling van het jaarlijkse aantal geboorten.

In de meeste Europese landen gebeurde dit ook. Het aantal geboorten in Spanje was in januari 2021 bijvoorbeeld 20 procent lager dan het jaar ervoor, in Frankijk 14 procent lager. Vanaf februari herstelde in veel landen het geboortecijfer weer. Anders dan verwacht daalde in Nederland het aantal geboorten in januari niet. Vanaf februari werden elke maand meer kinderen geboren dan in voorgaande jaren. Mogelijk speelde daarbij een rol dat de economische gevolgen voor veel mensen meevielen, terwijl de focus op het huiselijke groot bleef. Veel mensen werkten (een deel van de tijd) thuis, het uitgaansleven bleef beperkt en er waren minder mogelijkheden om te reizen. In 2020 gingen meer mensen dan in voorgaande jaren samenwonen, mogelijk mede doordat er tijdelijk, door lagere migratie en stabiele woningbouw, minder woningkrapte was en er meer woonruimte beschikbaar kwam (Stoeldraijer, Van Duin en Te Riele, 2021). Dit alles kan ertoe hebben bijgedragen dat de al langer verwachte opleving van het kindertal in Nederland er in 2021 kwam.

De Bevolkingsprognose 2020–2070 veronderstelde een directe daling van de TFR in 2021 en 2022. Verwacht werd dat dit uitstel in latere jaren grotendeels weer zou worden ingehaald. Voor generaties die de dertig al gepasseerd waren, werd daarnaast verondersteld dat het extra uitstel ertoe zou leiden dat zij uiteindelijk minder kinderen zouden krijgen. Aangezien dit veronderstelde extra uitstel is uitgebleven, worden deze effecten er in de Kernprognose 2021–2070 weer uitgehaald.

Net als in de Kernprognose 2019–2060 wordt nu verondersteld dat het kindertal vanaf generatie 1995 op 1,70 uitkomt. Het gevolg daarvan is dat de TFR (periodecijfer) in 2022 daalt naar 1,59. Daarna stijgt de TFR naar 1,70 in 2034. De veronderstellingen ten aanzien van de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van een (eerste) kind zijn gelijk gebleven aan die van de Bevolkingsprognose 2020–2070. Voor de lange termijn wordt een verdere leeftijdsstijging bij de geboorte van het eerste kind verondersteld naar 30,6 jaar vanaf 2035.

3.1.2 Totale vruchtbaarheidscijfer; waarneming, prognose 2021–2070 (inclusief intervallen) en prognose 2020–2070
 WaarnemingPrognose 2020-2070Prognose 2021-2070Prognose-interval (95%)Prognose-interval (67%)
19801,6
19811,56
19821,5
19831,47
19841,49
19851,51
19861,55
19871,56
19881,55
19891,55
19901,62
19911,61
19921,59
19931,57
19941,57
19951,53
19961,53
19971,56
19981,63
19991,65
20001,72
20011,71
20021,73
20031,75
20041,73
20051,71
20061,72
20071,72
20081,77
20091,79
20101,8
20111,76
20121,72
20131,68
20141,71
20151,66
20161,66
20171,62
20181,59
20191,57
20201,541,54
20211,631,461,631,55 – 1,71,59 – 1,66
20221,491,591,48 – 1,71,54 – 1,64
20231,531,611,48 – 1,741,54 – 1,67
20241,581,621,47 – 1,771,55 – 1,69
20251,611,631,46 – 1,81,55 – 1,71
20261,621,651,46 – 1,831,56 – 1,74
20271,641,651,45 – 1,851,55 – 1,75
20281,671,661,45 – 1,871,56 – 1,77
20291,681,671,44 – 1,91,56 – 1,78
20301,691,681,44 – 1,921,56 – 1,8
20311,71,681,43 – 1,931,56 – 1,81
20321,71,691,43 – 1,951,56 – 1,82
20331,71,691,42 – 1,971,56 – 1,83
20341,71,71,42 – 1,981,56 – 1,84
20351,71,71,41 – 1,991,56 – 1,85
20361,71,71,4 – 2,01,55 – 1,85
20371,71,71,39 – 2,011,55 – 1,85
20381,71,71,38 – 2,021,54 – 1,86
20391,71,71,37 – 2,031,54 – 1,86
20401,71,71,36 – 2,041,53 – 1,87
20411,71,71,35 – 2,051,53 – 1,87
20421,71,71,35 – 2,051,52 – 1,87
20431,71,71,34 – 2,061,52 – 1,88
20441,71,71,33 – 2,071,52 – 1,88
20451,71,71,32 – 2,081,51 – 1,89
20461,71,71,32 – 2,081,51 – 1,89
20471,71,71,31 – 2,091,51 – 1,89
20481,71,71,3 – 2,11,5 – 1,9
20491,71,71,29 – 2,111,5 – 1,9
20501,71,71,29 – 2,111,5 – 1,9
20511,71,71,28 – 2,121,49 – 1,91
20521,71,71,27 – 2,131,49 – 1,91
20531,71,71,27 – 2,131,49 – 1,91
20541,71,71,26 – 2,141,48 – 1,92
20551,71,71,25 – 2,151,48 – 1,92
20561,71,71,25 – 2,151,48 – 1,92
20571,71,71,24 – 2,161,47 – 1,93
20581,71,71,23 – 2,171,47 – 1,93
20591,71,71,23 – 2,171,47 – 1,93
20601,71,71,22 – 2,181,46 – 1,94
20611,71,71,22 – 2,181,46 – 1,94
20621,71,71,21 – 2,191,46 – 1,94
20631,71,71,2 – 2,191,45 – 1,94
20641,71,71,2 – 2,21,45 – 1,95
20651,71,71,19 – 2,211,45 – 1,95
20661,71,71,19 – 2,211,45 – 1,95
20671,71,71,18 – 2,221,44 – 1,96
20681,71,71,18 – 2,221,44 – 1,96
20691,71,71,17 – 2,231,44 – 1,96
20701,71,71,17 – 2,231,44 – 1,96
 

Toekomstige ontwikkeling van geboorten

Onder deze veronderstellingen neemt het aantal geboorten na een kleine daling in 2022 weer toe, van 180 duizend in 2021 naar 234 duizend rond 2033. Daarna wordt een daling verwacht tot 190 duizend eind jaren 2040. De kleinere generaties van de afgelopen jaren komen dan in de leeftijd waarop ze kinderen krijgen.

Ten opzichte van de Bevolkingsprognose 2020–2070 worden 19 duizend kinderen meer geboren in 2021. Ook in de jaren daarna is het aantal geboorten in de Kernprognose 2021–2070 hoger. Vanaf 2028 is het verschil minder dan 2 duizend.

3.1.3 Levendgeborenen; waarneming, prognose 2021–2070 (inclusief intervallen) en prognose 2020–2070
 WaarnemingPrognose 2020-2070Prognose 2021-2070Prognose-interval (95%)Prognose-interval (67%)
1980181,294
1981178,569
1982172,071
1983170,246
1984174,436
1985178,136
1986184,513
1987186,667
1988186,647
1989188,979
1990197,965
1991198,665
1992196,734
1993195,748
1994195,611
1995190,513
1996189,521
1997192,443
1998199,408
1999200,445
2000206,619
2001202,603
2002202,083
2003200,297
2004194,007
2005187,91
2006185,057
2007181,336
2008184,634
2009184,915
2010184,397
2011180,06
2012175,959
2013171,341
2014175,181
2015170,51
2016172,52
2017169,836
2018168,525
2019169,68
2020168,681168,344
2021179,839161,326179,839171,073 – 187,895175,813 – 183,898
2022165,72178,47166,75 – 189,984172,7 – 184,083
2023172,714183,115168,797 – 197,992175,85 – 190,287
2024180,476186,985170,357 – 204,844178,381 – 195,703
2025185,277190,019171,109 – 210,376180,148 – 200,017
2026188,153193,831172,539 – 216,442182,655 – 205,098
2027192,498195,697171,87 – 221,098183,169 – 208,065
2028196,108198,156172,104 – 226,204184,147 – 211,677
2029198,905200,211172,127 – 231,116184,901 – 214,695
2030200,583201,679171,574 – 234,844185,462 – 217,206
2031202,006202,799170,446 – 238,42186,047 – 219,399
2032201,845203,319168,79 – 240,903185,598 – 221,013
2033201,695203,687167,453 – 243,64184,778 – 221,978
2034201,448203,494165,551 – 244,353183,41 – 222,331
2035201,013202,847163,351 – 245,056182,134 – 221,906
2036200,277201,731160,684 – 244,966180,702 – 221,41
2037199,182200,179157,882 – 245,098178,719 – 220,178
2038197,986198,699156,009 – 245,48176,92 – 219,091
2039196,735197,425153,874 – 245,195174,931 – 218,03
2040195,463196,114151,681 – 244,795173,048 – 217,234
2041194,191194,821149,789 – 244,094171,168 – 216,605
2042192,987193,622148,291 – 243,546169,577 – 216,153
2043191,913192,575147,091 – 244,247168,162 – 215,447
2044190,967191,696144,873 – 243,965166,684 – 215,258
2045190,129190,94143,667 – 244,025165,313 – 214,969
2046189,388190,34142,439 – 244,467164,109 – 214,985
2047188,763189,925141,487 – 245,909163,19 – 214,906
2048188,318189,738140,494 – 247,163162,766 – 215,398
2049188,126189,811139,68 – 247,494162,194 – 216,338
2050188,228190,156138,922 – 247,686161,818 – 217,446
2051188,625190,79138,229 – 249,462161,386 – 218,015
2052189,315191,718137,552 – 252,061161,648 – 218,982
2053190,316192,944136,759 – 255,991161,968 – 220,497
2054191,639194,439136,642 – 259,701162,719 – 223,012
2055193,241196,165136,954 – 264,504163,508 – 225,798
2056195,067198,052137,947 – 269,069164,682 – 228,682
2057197,052200,033137,643 – 273,148165,782 – 231,939
2058199,151202,034137,348 – 276,431166,642 – 235,163
2059201,305203,981136,575 – 279,666167,106 – 238,565
2060203,384205,799136,809 – 283,265167,386 – 241,752
2061205,256207,424136,987 – 288,385167,355 – 244,596
2062206,86208,816137,707 – 293,017167,812 – 246,901
2063208,171209,949137,454 – 298,384168,074 – 249,222
2064209,194210,814137,044 – 302,066168,605 – 251,403
2065209,927211,411135,989 – 304,983168,429 – 253,12
2066210,379211,753135,263 – 307,764167,859 – 254,116
2067210,578211,866133,851 – 310,073166,763 – 254,827
2068210,563211,784132,227 – 313,176165,863 – 255,199
2069210,377211,544130,778 – 315,553164,974 – 255,635
2070210,064211,187129,888 – 316,592164,511 – 255,454
 

3.2 Sterfte

In 2019 overleden 152 duizend Nederlanders. Dit is het dubbele van het aantal overledenen in 1950. Door het toenemend aantal ouderen neemt het aantal overledenen jaarlijks toe, met zo nu en dan fluctuaties van jaar op jaar. Ook voor de toekomst is de verwachting dat het aantal overledenen blijft toenemen. In 2020 steeg het aantal overledenen naar 169 duizend, een gevolg van de coronapandemie. In de eerste en laatste maanden van 2021 lag de sterfte gemiddeld ook hoger dan verwacht wanneer er geen coronapandemie was geweest (CBS, 3 september 2021).

Het aantal mensen dat overlijdt wordt beïnvloed door de veranderende bevolkingsopbouw en het feit dat mensen steeds ouder worden. Om de ontwikkelingen in de sterfte te volgen wordt in plaats van naar de absolute aantallen overledenen gekeken naar de levensverwachting (Stoeldraijer en Harmsen, 2017). Deze periode-levensverwachting of virtuele levensduur geeft aan hoe oud een pasgeborene gemiddeld zal worden als vanaf dat moment de vooruitgang op het gebied van gezondheid en medische kennis zou stilvallen.

De levensverwachting vertoont op de lange termijn een stijgende trend (Stoeldraijer, 2020a). In 1980 gold voor mannen een levensverwachting van 72,5 jaar en voor vrouwen van 79,2 jaar. In 2019 was dit gestegen tot 80,5 jaar voor mannen en 83,6 jaar voor vrouwen. Wel is sprake van schommelingen in de levensverwachting. Incidentele ontwikkelingen zoals griepgolven of extreme zomers of winters kunnen tot fluctuaties in het cijfer leiden. Zo was de toename van de levensverwachting in 2018 zeer beperkt vanwege de hoge sterfte tijdens de lange griepepidemie aan het begin van het jaar. Ook voor de lange termijn zijn schommelingen waarneembaar door veranderingen in onder meer leefstijl, gezondheidszorg en economie. Voor de toekomst wordt vooral gekeken naar de ontwikkelingen over een lange periode.

De levensverwachting van Nederlandse mannen lag in 2018 met 80,2 jaar 0,4 jaar boven het gemiddelde in Denemarken, Duitsland, Engeland en Wales, Finland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Spanje, Zweden en Zwitserland. De levensverwachting van Nederlandse vrouwen, die tot 1992 hoger was dan het gemiddelde van andere West-Europese vrouwen, lag in 2018 met 83,3 jaar 1,0 jaar onder het gemiddelde in West-Europa. Ondanks de verschillen waren de trends in de sterfte van West-Europese landen in de afgelopen vijftig jaar redelijk vergelijkbaar. Het rookgedrag in het verleden heeft een belangrijke rol gespeeld bij de verklaring van de verschillen in trends tussen West-Europese landen (Janssen, 2019). De trend in de levensverwachting voor alle West-Europese landen is stabieler dan de trend voor Nederland. Om die reden is eerstgenoemde een goede aanvulling om de toekomstige trend van de levensverwachting voor Nederland te bepalen.

Het rookgedrag verklaarde ook de verschillende ontwikkeling van de levensverwachting van mannen en vrouwen. Tot het midden van de jaren 1980 nam het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen toe, daarna nam het verschil af, als gevolg van verschillend rookgedrag van mannen en vrouwen. Doordat rookgedrag vertraagd doorwerkt op de sterfte zijn ook voor de toekomst nog afwijkende trends in de levensverwachting te verwachten voor mannen en vrouwen.

3.2.1 Levensverwachting bij geboorte
 West-Europa* (mannen) (jaren)West-Europa* (vrouwen) (jaren)Nederland (mannen) (jaren)Nederland (vrouwen) (jaren)
197068,5774,7870,8176,5
197168,6974,9870,9976,77
197268,8975,2670,8176,79
197369,0375,4071,377,13
197469,3575,7871,6177,61
197569,4075,8971,4577,71
197669,6376,1871,5377,92
197770,1076,7672,0878,52
197870,1476,8671,9578,5
197970,4277,1572,4678,93
198070,6477,3772,4879,18
198170,9377,6072,7179,32
198271,2777,9172,7379,41
198371,3377,9772,9379,56
198471,7878,4572,9679,68
198571,8478,4773,0879,66
198672,1178,7073,0979,61
198772,4679,1173,5180,06
198872,6179,2373,6880,24
198972,7979,4273,6679,92
199072,8779,5773,8480,11
199173,0379,7674,0580,15
199273,4180,1274,380,28
199373,5280,1173,9880
199473,9080,4874,5880,31
199574,0480,6174,680,36
199674,3580,8074,6680,35
199774,7781,0675,1680,55
199874,9681,2075,1980,69
199975,1981,3375,3480,45
200075,5981,6775,5480,58
200175,9181,9275,880,71
200276,1181,9975,9980,69
200376,2481,9776,2480,93
200476,8982,6376,8781,44
200577,0782,7077,1981,6
200677,4883,0677,6381,89
200777,6783,1678,0182,31
200877,8983,1978,3282,28
200978,1283,3878,5382,65
201078,4483,6278,7782,72
201178,7783,8579,1882,85
201278,8983,8279,1482,82
201379,1183,9879,4183,04
201479,4784,2979,8783,29
201579,2584,0079,7383,13
201679,5784,3179,8883,13
201779,6284,2780,0683,32
201879,7384,3680,1683,33
201980,4683,56
202079,6783,08
* Denemarken, Duitsland, Engeland en Wales, Finland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Spanje, Zweden en Zwitserland

In februari 2020 kreeg Nederland te maken met het coronavirus SARS-CoV-2. Een maand later waren de gevolgen al te zien in de sterfte. Het wekelijks aantal overledenen liep op van ruim 3 duizend begin maart naar ruim 5 duizend begin april. Een aantal weken nadat de eerste coronamaatregelen waren ingevoerd daalde het aantal overledenen. Begin oktober 2020 begon de sterfte opnieuw toe te nemen. Die toename viel samen met de opkomende tweede golf van de coronapandemie. De sterfte over heel 2020 lag naar schatting 10 procent hoger dan wanneer er geen coronapandemie was geweest (CBS, 29 januari 2021). De levensverwachting daalde naar 81,4 jaar, 0,7 jaar lager dan in 2019. Ook in 2021 is de sterfte hoger dan verwacht als er geen coronapandemie was geweest. De levensverwachting voor 2021 zal daarom ook nog lager zijn.

Model en veronderstellingen voor de sterfte

Bij het opstellen van de Kernprognose 2021–2070 is er nog veel onzeker over het verdere verloop van de coronapandemie. Er zijn verschillende schattingen van de dodelijkheid van (de varianten van) het virus, met en zonder vaccin (Hauser, Counotte, Margossian, Konstantidoudis, Low, Althaus et al. 2020; Meyerowitz-Katz en Merone, 2020). Bovendien bestaat nog veel onduidelijkheid over de rol van risicofactoren en comorbiditeit in relatie tot sterfte aan COVID-19. Begin 2021 is in Nederland het vaccinatieprogramma voor corona gestart. Vaccins zijn bewezen effectief (RIVM, 2021), maar er is verschil tussen de merken en vaccinatie sluit sterfte niet geheel uit. Ook is nog onbekend hoe lang het vaccin bescherming zal geven. Bovendien is een deel van de bevolking niet gevaccineerd. Behandelmethoden en medicijnen zijn overigens wel verbeterd sinds het begin van de pandemie. Ook zijn de gezondheidseffecten van het virus op de lange termijn nog niet te overzien. Daarnaast is nog veel onbekend over effecten op de sterfte die niet direct door het virus worden veroorzaakt, zoals uitgestelde behandelingen en doktersbezoeken, en de economische situatie. Hoewel het voorstelbaar is dat deze indirecte gevolgen een effect zouden kunnen hebben op de levensverwachting in de (nabije) toekomst, is het nog te vroeg om deze mogelijkheden te kwantificeren.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het waarschijnlijk is dat de stijgende lijn in de levensverwachting op de langere termijn niet nadelig beïnvloed zal worden (Stoeldraijer, 2020b; Koninklijk Actuarieel Genootschap, 5 juli 2021). Na eerdere perioden met hoge sterfte, zoals bij de Spaanse griep en de Tweede Wereldoorlog, was de levensverwachting weer snel terug op het oude niveau. Vervolgens zette de trend van vóór de periode met hoge sterfte door. Die aanname, dat de levensverwachting weer naar het oude niveau terugkeert, is gemaakt in de Bevolkingsprognose 2020–2070 en zal ook in de Kernprognose 2021–2070 worden aangehouden.

Het CBS gebruikt voor de prognose van de sterftekansen een extrapolatiemodel: er wordt van uitgegaan dat de toekomstige trends een voortzetting zijn van de trends uit het verleden (Stoeldraijer, Van Duin en Janssen, 2013). In het model wordt niet alleen uitgegaan van de trends in Nederland, maar ook van de meer stabiele trends in andere West-Europese landen. Tijdelijke versnellingen en vertragingen die voorkomen in de Nederlandse trends hebben zo een minder groot effect op de toekomstverwachtingen. Het model houdt ook rekening met het effect van rookgedrag op de sterfte, wat voor Nederland met name belangrijk is om de verschillen tussen mannen en vrouwen in sterftetrends goed te beschrijven.

Voor de Kernprognose 2021–2070 zijn geen extra waarnemingen voor de totale sterfte en longkankersterfte in Nederland meegenomen bij het schatten van de sterftetrend. De toekomstige sterftetrend is opnieuw geschat op de periode 1970–2019, net als in de Bevolkingsprognose 2020-2070. De West-Europese sterftedata zijn aangevuld met gegevens van 2018. De modeluitkomsten van de sterftekansen voor Nederland worden, net als in de Bevolkingsprognose 2020–2070, geëxtrapoleerd vanaf het gemiddelde niveau in 2018 en 2019. Vanwege de hogere sterfte door COVID-19 in 2020 en in 2021 worden de sterftecijfers van 2020 en 2021 niet gebruikt in het model om de langetermijntrend te bepalen.

Op de korte termijn is het waarschijnlijk dat de coronapandemie tot meer sterfte leidt, maar in mindere mate dan in de afgelopen 1,5 jaar. Voor 2022 is de levensverwachting daarom ook aangepast. Vanwege de overeenkomst tussen het leeftijdspatroon van de COVID-19-sterfte en alle andere doodsoorzaken (Bauer, Brugger, König en Posch, 2021) zijn de sterftekansen uit het extrapolatiemodel voor mannen en vrouwen over alle leeftijden met dezelfde factor verhoogd (1,022 voor mannen en 1,016 voor vrouwen). De levensverwachting in 2022 is daarmee 0,21 jaar lager voor mannen en 0,14 jaar lager voor vrouwen dan volgens het extrapolatiemodel. Op basis van de raming was het verschil in 2021 0,86 jaar voor mannen en 0,72 jaar voor vrouwen. Vanaf 2023 zijn de sterftekansen weer gelijk aan de sterftekansen uit het geëxtrapoleerde model.

Toekomstige ontwikkeling van de sterfte

Volgens de Kernprognose 2021–2070 stijgt de levensverwachting in 2070 verder naar 87,6 jaar voor mannen en 91,0 jaar voor vrouwen. Dat is ruim 7 jaar meer dan in 2019 (80,5 jaar voor mannen, 83,6 jaar voor vrouwen). De levensverwachting in 2021 wordt geschat op 79,9 jaar voor mannen en 83,2 jaar voor vrouwen.

Voor zowel mannen als vrouwen was de levensverwachting voor 2020 iets te hoog geraamd in de Bevolkingsprognose 2020–2070. De langetermijnontwikkeling in deze Kernprognose is nagenoeg gelijk aan de langetermijnontwikkeling in de Bevolkingsprognose.

3.2.2a Periode-levensverwachting mannen; waarneming, prognose 2021-2070 (inclusief intervallen) en prognose 2020-2070
 WaarnemingPrognose 2020-2070Prognose 2021-2070Prognose-interval (95%)Prognose-interval (67%)
198072,48
198172,71
198272,73
198372,93
198472,96
198573,08
198673,09
198773,51
198873,68
198973,66
199073,84
199174,05
199274,3
199373,98
199474,58
199574,6
199674,66
199775,16
199875,19
199975,34
200075,54
200175,8
200275,99
200376,24
200476,87
200577,19
200677,63
200778,01
200878,32
200978,53
201078,77
201179,18
201279,14
201379,41
201479,87
201579,73
201679,88
201780,06
201880,16
201980,46
202079,6680,05
202179,8980,5879,8979,12 – 80,6679,51 – 80,27
202280,8380,6879,59 – 81,7780,14 – 81,22
202381,0481,0479,7 – 82,3780,38 – 81,7
202481,1981,279,66 – 82,7480,44 – 81,96
202581,3681,3679,64 – 83,0980,51 – 82,22
202681,5381,5379,65 – 83,4280,6 – 82,47
202781,6981,779,66 – 83,7480,69 – 82,71
202881,8581,8679,68 – 84,0480,78 – 82,94
202982,0182,0279,71 – 84,3380,88 – 83,17
203082,1682,1879,74 – 84,6180,97 – 83,38
203182,3282,3379,78 – 84,8981,07 – 83,6
203282,4782,4879,82 – 85,1581,16 – 83,8
203382,6282,6479,86 – 85,4181,26 – 84,01
203482,7782,7979,91 – 85,6781,36 – 84,21
203582,9282,9479,96 – 85,9281,46 – 84,42
203683,0783,0980,01 – 86,1781,57 – 84,61
203783,2283,2480,06 – 86,4181,67 – 84,81
203883,3683,3980,12 – 86,6581,77 – 85,0
203983,5183,5380,18 – 86,8981,87 – 85,2
204083,6583,6880,24 – 87,1281,98 – 85,38
204183,7983,8280,29 – 87,3582,08 – 85,57
204283,9483,9780,35 – 87,5882,18 – 85,76
204384,0884,1180,42 – 87,882,28 – 85,94
204484,2284,2580,48 – 88,0282,38 – 86,12
204584,3684,3980,54 – 88,2482,49 – 86,3
204684,4984,5380,6 – 88,4682,59 – 86,47
204784,6384,6780,67 – 88,6782,69 – 86,65
204884,7784,880,73 – 88,8882,79 – 86,82
204984,984,9480,79 – 89,0982,89 – 86,99
205085,0485,0880,86 – 89,2982,99 – 87,16
205185,1785,2180,92 – 89,583,09 – 87,33
205285,385,3480,99 – 89,783,19 – 87,5
205385,4385,4781,05 – 89,983,28 – 87,66
205485,5685,681,11 – 90,0983,38 – 87,83
205585,6985,7381,18 – 90,2983,48 – 87,99
205685,8285,8681,24 – 90,4883,58 – 88,15
205785,9485,9981,3 – 90,6783,67 – 88,31
205886,0786,1281,37 – 90,8683,77 – 88,47
205986,1986,2481,43 – 91,0583,86 – 88,62
206086,3286,3781,5 – 91,2483,96 – 88,78
206186,4486,4981,56 – 91,4284,05 – 88,93
206286,5686,6181,62 – 91,684,14 – 89,08
206386,6886,7381,68 – 91,7884,23 – 89,23
206486,886,8581,75 – 91,9684,33 – 89,38
206586,9286,9781,81 – 92,1484,42 – 89,53
206687,0487,0981,87 – 92,3284,51 – 89,68
206787,1687,2181,93 – 92,4984,6 – 89,82
206887,2787,3381,99 – 92,6684,69 – 89,97
206987,3987,4482,05 – 92,8384,77 – 90,11
207087,587,5682,11 – 93,084,86 – 90,25

3.2.2b Periode-levensverwachting vrouwen; waarneming, prognose 2021-2070 (inclusief intervallen) en prognose 2020-2070
 WaarnemingPrognose 2020-2070Prognose 2021-2070Prognose-interval (95%)Prognose-interval (67%)
198079,18
198179,32
198279,41
198379,56
198479,68
198579,66
198679,61
198780,06
198880,24
198979,92
199080,11
199180,15
199280,28
199380,0
199480,31
199580,36
199680,35
199780,55
199880,69
199980,45
200080,58
200180,71
200280,69
200380,93
200481,44
200581,6
200681,89
200782,31
200882,28
200982,65
201082,72
201182,85
201282,82
201383,04
201483,29
201583,13
201683,13
201783,32
201883,33
201983,57
202083,0783,27
202183,1983,7883,1982,42 – 83,9682,81 – 83,57
202284,0683,9582,86 – 85,0383,41 – 84,48
202384,2884,2682,93 – 85,683,6 – 84,92
202484,4584,4382,89 – 85,9783,66 – 85,19
202584,6184,5882,86 – 86,3183,73 – 85,44
202684,7784,7482,85 – 86,6383,81 – 85,68
202784,9384,982,86 – 86,9483,89 – 85,91
202885,0985,0682,88 – 87,2483,98 – 86,14
202985,2685,2382,92 – 87,5484,08 – 86,37
203085,4285,3982,96 – 87,8384,19 – 86,6
203185,5985,5683,01 – 88,1284,3 – 86,83
203285,7785,7383,06 – 88,484,41 – 87,05
203385,9485,983,12 – 88,6884,53 – 87,27
203486,1186,0783,19 – 88,9584,64 – 87,49
203586,2886,2483,25 – 89,2284,76 – 87,71
203686,4486,483,32 – 89,4884,88 – 87,93
203786,6186,5783,39 – 89,7484,99 – 88,14
203886,7786,7383,46 – 90,085,11 – 88,35
203986,9386,8983,53 – 90,2485,23 – 88,55
204087,0987,0483,6 – 90,4985,34 – 88,75
204187,2587,283,67 – 90,7385,45 – 88,95
204287,487,3583,74 – 90,9685,56 – 89,14
204387,5587,583,81 – 91,285,68 – 89,33
204487,787,6583,88 – 91,4385,79 – 89,52
204587,8587,883,95 – 91,6585,9 – 89,71
204688,087,9584,02 – 91,8786,0 – 89,89
204788,1488,0984,09 – 92,0986,11 – 90,07
204888,2988,2384,16 – 92,3186,22 – 90,25
204988,4388,3884,23 – 92,5286,32 – 90,43
205088,5788,5284,3 – 92,7386,43 – 90,6
205188,7188,6584,36 – 92,9486,53 – 90,78
205288,8588,7984,43 – 93,1586,63 – 90,95
205388,9888,9284,5 – 93,3586,73 – 91,11
205489,1289,0684,57 – 93,5586,83 – 91,28
205589,2589,1984,63 – 93,7486,93 – 91,44
205689,3889,3284,7 – 93,9487,03 – 91,61
205789,5189,4584,76 – 94,1387,13 – 91,77
205889,6489,5784,83 – 94,3287,22 – 91,92
205989,7689,784,89 – 94,5187,32 – 92,08
206089,8989,8284,95 – 94,787,41 – 92,24
206190,0189,9585,02 – 94,8887,51 – 92,39
206290,1390,0785,08 – 95,0687,6 – 92,54
206390,2590,1985,14 – 95,2487,69 – 92,69
206490,3790,3185,2 – 95,4287,78 – 92,84
206590,4990,4385,26 – 95,5987,87 – 92,98
206690,6190,5485,32 – 95,7687,96 – 93,13
206790,7290,6685,38 – 95,9488,04 – 93,27
206890,8390,7785,43 – 96,188,13 – 93,41
206990,9590,8885,49 – 96,2788,21 – 93,55
207091,0690,9985,54 – 96,4488,3 – 93,69

Het aantal overledenen neemt vanaf 2023 geleidelijk toe, tot een maximum van 210 duizend rond 2055.

3.2.3 Overledenen; waarneming, prognose 2021–2070 (inclusief intervallen) en prognose 2020–2070
 WaarnemingPrognose 2020-2070Prognose 2021-2070Prognose-interval (95%)Prognose-interval (67%)
1980114,279
1981115,515
1982117,264
1983117,761
1984119,812
1985122,704
1986125,307
1987122,199
1988124,163
1989128,905
1990128,824
1991129,958
1992129,821
1993137,795
1994133,471
1995135,675
1996137,561
1997135,783
1998137,482
1999140,487
2000140,527
2001140,377
2002142,355
2003141,936
2004136,553
2005136,402
2006135,372
2007133,022
2008135,136
2009134,235
2010136,058
2011135,741
2012140,813
2013141,245
2014139,223
2015147,134
2016148,997
2017150,214
2018153,363
2019151,885
2020168,678164,087
2021168,099157,79168,099155,101 – 182,016161,641 – 175,032
2022157,505158,446141,908 – 177,072150,238 – 167,315
2023158,529157,455137,829 – 180,004147,935 – 168,229
2024160,702159,725137,424 – 186,054149,039 – 171,681
2025162,908162,023137,84 – 191,041150,23 – 175,185
2026165,153164,364139,045 – 195,634151,545 – 178,369
2027167,465166,756140,194 – 198,689153,131 – 181,829
2028169,839169,206141,194 – 202,334155,1 – 185,178
2029172,278171,715141,997 – 206,133157,187 – 188,357
2030174,762174,267143,954 – 210,766159,257 – 191,618
2031177,28176,846146,133 – 214,296161,135 – 194,558
2032179,8179,424148,097 – 217,597162,917 – 197,61
2033182,296181,975149,332 – 220,329164,802 – 200,658
2034184,745184,472150,526 – 224,145166,798 – 203,925
2035187,123186,895151,743 – 228,207168,69 – 206,984
2036189,403189,217153,236 – 231,644170,806 – 209,566
2037191,565191,42154,745 – 235,006173,125 – 212,135
2038193,59193,483156,124 – 237,329174,965 – 214,508
2039195,455195,386157,502 – 239,955176,773 – 217,105
2040197,143197,11158,652 – 240,855177,767 – 218,954
2041198,666198,67159,936 – 242,406179,021 – 220,346
2042200,036200,076161,114 – 244,76179,889 – 221,407
2043201,259201,334162,221 – 246,254180,84 – 222,369
2044202,34202,451163,164 – 247,972181,374 – 223,15
2045203,364203,51164,323 – 248,477182,09 – 224,224
2046204,246204,429164,601 – 249,541182,794 – 224,993
2047205,084205,304164,957 – 250,173184,065 – 226,493
2048205,928206,184165,545 – 251,361185,283 – 227,206
2049206,773207,066166,842 – 252,893185,944 – 228,59
2050207,587207,918167,753 – 253,962186,65 – 229,404
2051208,336208,704167,559 – 254,895187,457 – 230,345
2052208,967209,371167,494 – 254,863188,639 – 230,857
2053209,452209,894167,868 – 254,222189,485 – 231,248
2054209,755210,234168,656 – 252,954189,976 – 231,128
2055209,846210,361169,387 – 253,256190,202 – 230,893
2056209,697210,247170,288 – 254,215190,234 – 230,534
2057209,289209,875170,855 – 254,388190,038 – 230,277
2058208,618209,24171,145 – 253,007189,944 – 229,826
2059207,681208,337170,941 – 252,813189,273 – 229,108
2060206,499207,188169,91 – 251,85188,489 – 228,908
2061205,077205,801168,392 – 250,656187,053 – 227,959
2062203,454204,211166,427 – 246,906185,398 – 226,986
2063201,671202,462165,042 – 244,208183,32 – 224,5
2064199,782200,607163,647 – 241,907181,209 – 222,089
2065197,863198,723162,46 – 239,855179,451 – 219,679
2066195,983196,879160,917 – 238,35177,593 – 218,062
2067194,192195,127159,754 – 237,111176,418 – 216,332
2068192,557193,532158,007 – 236,449174,927 – 214,613
2069191,116192,133156,883 – 237,277173,557 – 213,144
2070189,963191,022155,568 – 237,235172,023 – 212,224