Meer vacatures dan werklozen in tweede kwartaal

Man bedient twee klanten in een strandpaviljoen
Voor het eerst sinds het begin van de meting in 2003 is de spanning op de arbeidsmarkt zo hoog opgelopen dat er meer vacatures zijn dan werklozen. In het tweede kwartaal van 2021 stonden er tegenover elke 100 werklozen 106 openstaande vacatures. De toename van de spanning is vooral toe te schrijven aan een recordgroei van het aantal openstaande vacatures (met 82 duizend). Het aantal werklozen nam ook af, en wel met 27 duizend, maar bereikte niet het laagste niveau van voor de crisis. Het aantal banen nam met 133 duizend toe. Dit blijkt uit nieuwe cijfers over de arbeidsmarkt.

Sinds het CBS de spanning op de arbeidsmarkt meet, is het niet eerder voorgekomen dat het aantal vacatures het aantal werklozen overtrof. In het eerste kwartaal nam de spanning al flink toe, van 57 naar 73 vacatures per 100 werklozen. Het vorige record deed zich voor in het tweede kwartaal van 2019, met 93 vacatures op elke 100 werklozen.
Zie ook: Dashboard arbeidsmarkt, spanning op de arbeidsmarkt naar regio.

Spanning op de arbeidsmarkt
JaarKwartaalVacatures per 100 werklozen (vacatures per 100 werklozen)
20111e kwartaal 32
20112e kwartaal33
20113e kwartaal31
20114e kwartaal26
20121e kwartaal 24
20122e kwartaal22
20123e kwartaal20
20124e kwartaal18
20131e kwartaal 16
20132e kwartaal14
20133e kwartaal14
20134e kwartaal14
20141e kwartaal 15
20142e kwartaal16
20143e kwartaal18
20144e kwartaal19
20151e kwartaal 20
20152e kwartaal21
20153e kwartaal22
20154e kwartaal24
20161e kwartaal 26
20162e kwartaal28
20163e kwartaal31
20164e kwartaal35
20171e kwartaal 39
20172e kwartaal45
20173e kwartaal50
20174e kwartaal57
20181e kwartaal 64
20182e kwartaal71
20183e kwartaal75
20184e kwartaal80
20191e kwartaal 88
20192e kwartaal93
20193e kwartaal90
20194e kwartaal90
20201e kwartaal 79
20202e kwartaal57
20203e kwartaal52
20204e kwartaal57
20211e kwartaal 73
20212e kwartaal106

Ontwikkeling arbeidsmarkt, seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalWerklozen (ILO-definitie) (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)Vacatures (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)Banen (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)
20151e kwartaal-2635
20152e kwartaal-18533
20153e kwartaal-12337
20154e kwartaal-51041
20161e kwartaal-24713
20162e kwartaal-15553
20163e kwartaal-37745
20164e kwartaal-29956
20171e kwartaal-231564
20172e kwartaal-201968
20173e kwartaal-24976
20174e kwartaal-301373
20181e kwartaal-301079
20182e kwartaal-141568
20183e kwartaal-61065
20184e kwartaal-18346
20191e kwartaal-141758
20192e kwartaal-11145
20193e kwartaal14232
20194e kwartaal-3153
20201e kwartaal-39-6850
20202e kwartaal72-19-290
20203e kwartaal7019158
20204e kwartaal-352-20
20211e kwartaal-5026-10
20212e kwartaal-2782133

Recordaantal openstaande vacatures

Eind juni stonden er 327 duizend vacatures open, 82 duizend meer dan aan het eind van het eerste kwartaal. Sinds het begin van de meting in 1997 is er van het ene kwartaal op het andere nooit zo’n grote toename geweest. De toename is ruim drie keer zo groot als de vorige recordgroei, 27 duizend in het tweede kwartaal van 1999.

Ook het aantal vacatures is hoger dan ooit gemeten. Niet eerder stonden er in Nederland meer dan 300 duizend vacatures open. Het hoogste niveau tot nu toe was 286 duizend openstaande vacatures in het vierde kwartaal van 2019. Bij het begin van de coronacrisis werd de stijgende trend, die in het tweede kwartaal van 2018 begon, abrupt onderbroken. Na het tweede kwartaal van 2020 nam het aantal vacatures weer toe.

Ontwikkeling openstaande vacatures, seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalOpenstaande vacatures (x 1 000)
20131e kwartaal96,3
20132e kwartaal91,3
20133e kwartaal95,1
20134e kwartaal96,5
20141e kwartaal104,1
20142e kwartaal107,5
20143e kwartaal113,4
20144e kwartaal118,8
20151e kwartaal124,9
20152e kwartaal130,3
20153e kwartaal132,9
20154e kwartaal142,7
20161e kwartaal149,5
20162e kwartaal154,8
20163e kwartaal162
20164e kwartaal171,2
20171e kwartaal185,7
20172e kwartaal204,7
20173e kwartaal213,7
20174e kwartaal226,5
20181e kwartaal236,3
20182e kwartaal250,8
20183e kwartaal260,8
20184e kwartaal264
20191e kwartaal280,9
20192e kwartaal282,3
20193e kwartaal284,4
20194e kwartaal285,7
20201e kwartaal217,6
20202e kwartaal198,2
20203e kwartaal216,8
20204e kwartaal218,7
2021*1e kwartaal*244,8
2021*2e kwartaal*326,5
* Voorlopige cijfers

Hoogste aantal nieuwe vacatures

Ook het record van nieuw ontstane vacatures werd ruimschoots overschreden. In de loop van het tweede kwartaal ontstonden 374 duizend nieuwe vacatures, 92 duizend meer dan in het eerste kwartaal. Het vorige record dateert van het vierde kwartaal van 2019 (316 duizend). Het aantal vervulde (inclusief vervallen) vacatures, 292 duizend, was 36 duizend hoger dan in het eerste kwartaal. Het grootste aantal vervulde en vervallen vacatures werd gemeten in het eerste kwartaal van 2020 (329 duizend).

Verdubbeling vacatures in de horeca

Net als in het voorgaande kwartaal stonden de meeste vacatures open in de handel (65 duizend), de zakelijke dienstverlening (52 duizend) en de zorg (45 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

Het aantal vacatures bleef ook in het tweede kwartaal in alle bedrijfstakken toenemen. In de handel kwamen er 21 duizend bij, waardoor er 65 duizend vacatures openstonden en in de horeca verdubbelde het aantal naar 27 duizend. In de zakelijke dienstverlening nam het aantal vacatures met 11 duizend toe naar 52 duizend. Deze bedrijfstakken droegen voor meer dan de helft bij aan de totale toename van het aantal vacatures.

Openstaande vacatures, seizoengecorrigeerd
 2e kwartaal 2021 (x 1 000)1e kwartaal 2021 (x 1 000)
Handel64,843,5
Zakelijke
dienstverlening
52,140,8
Zorg45,137,6
Industrie27,420,5
Horeca26,913,3
Informatie en
communicatie
23,718,1
Bouwnijverheid21,117,5
Openbaar bestuur15,915,5
Vervoer en opslag14,49,9
Cultuur, recreatie
en overige diensten
9,96,5
Onderwijs9,57,7
Financiële
dienstverlening
8,07,8
Landbouw en visserij2,52,4
Verhuur en handel
onroerend goed
2,01,7

Ook vacaturegraad op hoogste niveau

De vacaturegraad nam in het tweede kwartaal verder toe van 30 naar 39. Dat wil zeggen dat er 39 vacatures waren per duizend banen van werknemers. Niet eerder stonden er zoveel vacatures open ten opzichte van het aantal banen. De hoogste stand tot nu werd halverwege 2019 bereikt met 34 vacatures per duizend banen.

De vacaturegraad is het hoogst in de horeca. Eind juni waren er in deze bedrijfstak 82 vacatures op duizend werknemersbanen. Ook in de bedrijfstak informatie en communicatie, die lange tijd de hoogste vacaturegraad had, bleef het personeelsgebrek fors, met een vacaturegraad van 77. In de horeca was de vacaturegraad aan het eind van het eerste kwartaal nog 44 en in de informatie en communicatie 64. In het onderwijs is de vacaturegraad het laagst (21).

Aantal banen stijgt met 133 duizend

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam met 133 duizend toe tot 10 856 duizend. Dat is een toename van 1,2 procent. Na de uitzonderlijke ontwikkelingen in het tweede en derde kwartaal van vorig jaar is het aantal banen nu nog 29 duizend lager dan het recordaantal van het eerste kwartaal van 2020 (10 885 duizend).

In deze cijfers zijn alle banen meegeteld, voltijd en deeltijd. De cijfers zijn inclusief de banen van mensen die vanwege de coronacrisis niet of minder kunnen werken, maar wel krijgen doorbetaald. Een dergelijke voorziening wordt vergemakkelijkt door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) (zie toelichting 1), die in verband met de coronacrisis is ingesteld om baanverlies en werkloosheid te beperken.

Grote toename werknemersbanen

Het aantal werknemersbanen steeg met 124 duizend, een toename van 1,5 procent. Dat is opnieuw een groeispurt, de grootste toename na de uitzonderlijke stijging in het derde kwartaal van 2020. Het totaal aantal werknemersbanen kwam daarmee op 8 523 duizend.

Het aantal banen van zelfstandigen nam toe met 9 duizend (0,4 procent) en kwam daarmee op het hoogste punt ooit bereikt (2 333 duizend). Ruim 1 op de 5 banen is daarmee een zelfstandigenbaan.

Herstel uitzendbureaus zet door

Bij de uitzendbureaus kwamen er 33 duizend banen bij in het tweede kwartaal, een stijging van 4,7 procent. Dit is de grootste toename sinds het vierde kwartaal van 1995. Na het forse verlies in het tweede kwartaal van 2020 met 15,7 procent, nam het aantal uitzendbanen in de kwartalen daarna geleidelijk aan weer toe.

Na de dalingen in de afgelopen twee kwartalen nam het aantal banen in de bedrijfstak handel, vervoer en horeca weer met 46 duizend toe. Ook in alle overige bedrijfstakken (met uitzondering van de landbouw en visserij) kwamen er banen bij.

Ontwikkeling banen, seizoengecorrigeerd, 2e kwartaal 2021
BedrijfstakOntwikkeling t.o.v. 1e kwartaal 2021 (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)
Handel, vervoer en horeca46
Uitzendbureaus33
Onderwijs11
Zakelijke dienstverlening
(excl. uitzendbureaus)
10
Zorg9
Informatie en
communicatie
6
Bouwnijverheid5
Openbaar bestuur5
Cultuur, recreatie,
overige diensten
3
Financiële
dienstverlening
2
Industrie2
Verhuur en handel
onroerend goed
2
Landbouw en visserij-1

Toename van het aantal gewerkte uren

Werknemers en zelfstandigen werkten in het tweede kwartaal van 2021 in totaal ongeveer 3,4 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 1,0 procent meer dan een kwartaal eerder. Vanwege de steunmaatregelen van de overheid is het banenverlies relatief beperkt gebleven.

Werkloosheid verder gedaald in tweede kwartaal

Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 27 duizend. Hiermee daalt de werkloosheid voor het derde kwartaal op rij. In het tweede kwartaal waren er 307 duizend mensen werkloos, 3,3 procent van de beroepsbevolking. Daarmee is de werkloosheid flink afgenomen. In het derde kwartaal van 2020 waren er nog 419 duizend mensen werkloos. Het niveau van voor de coronacrisis, 277 duizend werklozen in het eerste kwartaal van 2020 (3,0 procent), is daarmee nog niet bereikt. Bij werklozen gaat het om mensen zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn om aan de slag te gaan (volgens de definitie van de International Labour Organization, ILO).

Aantal flexwerknemers licht toegenomen

In het tweede kwartaal waren er 1,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er aanzienlijk minder dan de 2,0 miljoen in de tweede helft van 2018, na een scherpe daling aan het begin van de coronacrisis. In het tweede kwartaal van 2021 nam het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie licht toe in vergelijking met een jaar eerder.

Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie nam in dezelfde periode toe, maar minder sterk dan in 2018, 2019 en begin 2020. In vergelijking met het tweede kwartaal van 2020 steeg het aantal vaste werknemers met 94 duizend naar 5,8 miljoen. In dezelfde periode groeide het aantal zelfstandigen zonder personeel met 36 duizend naar 1,2 miljoen in het tweede kwartaal van 2021.
Zie ook: Dashboard arbeidsmarkt, flexwerk

Meer baanvinders dan baanverliezers

De ontwikkeling van de werkloosheid is het resultaat van een aantal stromen. Er komen werklozen bij doordat werkenden hun baan verliezen en doordat mensen die eerder niet actief waren op de arbeidsmarkt (niet-beroepsbevolking) op zoek gaan naar werk. Omgekeerd vermindert het aantal doordat werklozen werk vinden of zich terugtrekken van de arbeidsmarkt. De afname van de werkloosheid in het tweede kwartaal kwam vooral doordat meer werklozen aan het werk gingen dan er werkenden hun baan verloren. Per saldo daalde de werkloosheid hierdoor met 27 duizend. Daarnaast was het aantal mensen dat stopte met het zoeken naar een baan (van werkloos naar niet-beroepsbevolking) vrijwel even groot als het aantal mensen dat op zoek ging naar werk (van niet-beroepsbevolking naar werkloos).

Vaker langdurig werkloos

Het aantal langdurig werklozen, degenen die al een jaar of langer op zoek zijn naar werk, bedroeg 90 duizend in het tweede kwartaal van 2021. Een jaar eerder waren dat er 69 duizend. Het percentage van alle werklozen die een jaar of langer op zoek zijn naar werk nam toe: van 20 in het tweede kwartaal van 2020 naar 29 in het afgelopen kwartaal. Door de forse toename van het aantal werklozen na het begin van de coronacrisis (tweede en derde kwartaal van 2020), was er toen een sterke groei van het aandeel dat korter dan een jaar werkloos is. Een relatief groot deel van hen stroomde vrij snel weer uit werkloosheid doordat ze werk vonden of stopten met zoeken naar werk. Maar er is ook een deel dat doorstroomde naar langdurige werkloosheid. Dit waren er in de eerste twee kwartalen van 2021 meer dan dezelfde periode vorig jaar.

Minder arbeidspotentieel onbenut

De werkloosheidscijfers volgens de ILO-definitie omvatten niet alle mensen zonder werk die recent naar werk hebben gezocht of die direct zouden kunnen beginnen. Bovendien blijven deeltijdwerkers die meer uren willen werken buiten beschouwing. Het CBS brengt ook deze deelgroepen van het zogenoemde onbenut arbeidspotentieel in kaart. In het tweede kwartaal van 2021 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,0 miljoen mensen, 143 duizend minder dan een jaar eerder. Bij het begin van de coronacrisis was toen het onbenut arbeidspotentieel aanzienlijk gegroeid.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het afgelopen kwartaal naast 306 duizend werklozen (niet-seizoengecorrigeerd) om 216 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 165 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. De vierde groep bestaat uit 354 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij werken echter minder dan 35 uur per week in de hoofdbaan, willen meer uren werken en zijn hier ook direct voor beschikbaar.

De daling van het onbenut arbeidspotentieel in het tweede kwartaal van 2021 ten opzichte van een jaar eerder is het gevolg van een daling van het aantal personen dat direct beschikbaar is maar niet heeft gezocht in deze periode (-69 duizend). Daarnaast daalde ook het aantal werklozen (-43 duizend) en het aantal onderbenutte deeltijdwerkers (-52 duizend). Het aantal mensen dat gezocht heeft naar werk, maar hiervoor niet beschikbaar is, is juist toegenomen in vergelijking met een jaar eerder (+21 duizend).

Beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Wil en/of kan niet werken Wil wel werken Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Vanwege weinig resultaat Vanwege andere reden Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd

In verband met een herontwerp van de Enquête Beroepsbevolking (EBB) zijn er bij het verschijnen van het Kwartaalbericht arbeidsmarkt (in november) alleen een aantal kerncijfers beschikbaar over de beroepsbevolking naar geslacht en leeftijd. Er wordt dan geen update gepubliceerd van de overige kwartaaltabellen over de beroepsbevolking. Deze tabellen met andere persoonskenmerken en baankenmerken worden, tegelijkertijd met cijfers over het vierde kwartaal van 2021, gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2022. Vanwege de wijzigingen in het onderzoeksontwerp en de vragenlijst van de EBB wordt dan een revisie van de cijfers doorgevoerd. De cijfers naar geslacht en leeftijd worden gereviseerd vanaf 2003 en voor twintig kerncijfers worden er cijfers vanaf 2013 gepubliceerd. De overige cijfers worden gereviseerd voor 2021 en zijn dan niet zonder meer vergelijkbaar met de voorgaande verslagperiodes.