Bijna 169 duizend mensen overleden in 2020, 10 procent meer dan verwacht

Bij een begrafenisondernemer staan heel erg veel doodskisten.
© Hollandse Hoogte / Robin Utrecht
In 2020 overleden bijna 169 duizend mensen, ruim 15 duizend (10 procent) meer dan verwacht voor dit jaar. Vooral in het zuidoosten van Nederland stierven meer mensen dan verwacht. Er overleden relatief veel Wlz-zorggebruikers, mannen en ouderen. Ook daalde de levensverwachting in 2020. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS.

De sterfte was vooral hoog in het voorjaar, tijdens de eerste golf van de corona-epidemie. Maar ook tijdens de hittegolf en de tweede golf van de corona-epidemie stierven meer mensen dan verwacht.

Een jaar met oversterfte komt vaker voor. Een griepepidemie aan het begin van het jaar zorgt vaak voor meer oversterfte op jaarbasis. Dit was bijvoorbeeld in 2015 en 2018 het geval. Na een jaar met ondersterfte kwam in 2015 een zware griepgolf met uiteindelijk een oversterfte van ruim 5 duizend in dat jaar. Tijdens de griepepidemie van 2018 waren er 9 duizend extra sterfgevallen. Over heel 2018 kwam de oversterfte uit op minder dan 3 duizend, omdat in de maanden na de griepgolf gemiddeld minder mensen overleden dan verwacht. Met ruim 15 duizend meer sterfgevallen dan verwacht, is de oversterfte in 2020 een stuk hoger dan in de jaren met zware griepgolven.

Oversterfte
JaarOversterfte (x 1 000)
2011-1,2
20124,4
20130,1
2014-4,3
20155,4
20161,0
20171,7
20182,5
2019-1,7
2020*15,2
* voorlopige cijfers

Zuidoosten van Nederland relatief het meest getroffen

Vooral in de GGD-regio’s in het oosten van Noord-Brabant, in Limburg en in het zuiden van Gelderland overleden in 2020 relatief gezien meer mensen dan verwacht. Ook overleden relatief gezien duidelijk meer mensen dan verwacht in de GGD-regio’s Zaanstreek/Waterland, Flevoland, en Rotterdam-Rijnmond. In de noordelijke regio’s en in Zeeland was maar beperkt sprake van oversterfte.

Dat het zuidoosten van Nederland in 2020 de grootste relatieve oversterfte kende, komt vooral door de eerste golf van de corona-epidemie. De oversterfte tijdens de tweede golf in het najaar van 2020 was meer verspreid over Nederland.

Relatieve oversterfte, 2020*
GGDregioCodes
GGD Groningen0,4
GGD Drenthe5,6
GGD IJsselland10,0
GGD Regio Twente10,5
GGD Noord- en Oost-Gelderland10,3
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden9,8
GGD Gelderland-Zuid12,3
GGD Flevoland12,9
GGD Regio Utrecht9,0
GGD Hollands-Noorden7,9
GGD Kennemerland6,9
GGD Amsterdam5,5
GGD Gooi en Vechtstreek8,2
GGD Hollands-Midden10,1
GGD Rotterdam-Rijnmond13,7
Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ11,9
GGD Zeeland2,7
GGD West-Brabant10,0
GGD Hart voor Brabant19,3
GGD Brabant-Zuidoost14,1
GGD Limburg-Noord12,6
GGD Zuid-Limburg13,1
GGD Haaglanden8,2
GGD Fryslân1,1
GGD Zaanstreek/Waterland14,0
* voorlopige cijfers

Wlz-zorggebruikers meer getroffen dan overige bevolking

In 2020 overleden 65 duizend mensen die zorg ontvingen in het kader van de Wet langdurige zorg. Dit is bijna 8 duizend (14 procent) meer dan verwacht. Onder de overige bevolking overleden 104 duizend mensen, wat ruim 7 duizend (8 procent) meer is dan verwacht. 

Van de overledenen met Wlz-zorggebruik was 80 procent 80 jaar of ouder, 61 procent was vrouw. Onder de overige bevolking was met 42 procent een veel kleiner deel van de overledenen 80 jaar of ouder, en overleden meer mannen (57 procent) dan vrouwen.

Overledenen, 2020*
LeeftijdGeslachtWlz-zorggebruikers (x 1 000)Overige bevolking (x 1 000)
Jonger dan 80 jaarMannen6,935,9
Jonger dan 80 jaarVrouwen6,123,9
80 jaar of ouderMannen18,023,4
80 jaar of ouderVrouwen33,920,4
* voorlopige cijfers

Vooral meer mannen overleden dan verwacht

In 2020 overleden ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Normaal gesproken overlijden er juist meer vrouwen dan mannen omdat er meer oudere vrouwen zijn. Met name tijdens de eerste weken van de eerste coronagolf en in enkele weken van de tweede golf overleden meer mannen dan vrouwen. Over heel 2020 was de sterfte onder mannen bijna 12 procent hoger dan verwacht, onder vrouwen was het ruim 8 procent hoger dan verwacht.

Overledenen
JaarMannen (x 1 000)Vrouwen (x 1 000)
201066,070,1
201165,370,5
201267,972,9
201368,472,9
201467,172,1
201571,076,1
201672,276,8
201772,777,6
201874,578,8
201974,477,5
2020*84,284,3
* voorlopige cijfers
 

Niet alleen meer ouderen overleden

Er overleden vooral meer ouderen, maar ook onder mensen jonger dan 65 jaar overleden 4 procent meer mensen dan verwacht (ruim 900 mensen meer). In de leeftijdsgroep 65 tot 80 jaar stierven 12 procent meer mensen dan verwacht (ruim 5 duizend mensen meer) en bij de 80-plussers 10 procent meer dan verwacht (bijna 9 duizend mensen meer). 

Levensverwachting in 2020 gedaald

Een samenvattende maat voor de sterfte in een bepaald jaar is de periode-levensverwachting. Dit cijfer geeft het aantal jaren weer dat iemand nog te leven heeft, gegeven het aantal overledenen naar leeftijd in dat jaar. 

De periode-levensverwachting bij geboorte komt in 2020 uit op 79,7 jaar voor mannen en 83,1 jaar voor vrouwen. Dat is lager dan het jaar ervoor: ruim 9 maanden (0,8 jaar) voor mannen en 6 maanden (0,5 jaar) voor vrouwen. Gemiddeld genomen neemt de levensverwachting ieder jaar juist een beetje toe. 
De corona-epidemie zal—ondanks de daling in 2020—de al jaren stijgende lijn in de levensverwachting naar verwachting niet nadelig beïnvloeden. Na eerdere perioden met hoge sterfte, zoals de Spaanse griep en de Tweede Wereldoorlog, was de levensverwachting snel weer terug op het oude niveau. De CBS bevolkingsprognose gaat er daarom van uit dat de levensverwachting over een aantal jaar weer ongeveer gelijk is aan de prognose die vóór de corona-epidemie is gemaakt.

Periode-levensverwachting bij geboorte
JaarMannen (jaar)Vrouwen (jaar)
195070,2972,58
195170,2472,75
195270,9673,29
195370,4172,98
195470,9673,83
195570,9474,08
195670,9774,10
195771,3874,58
195871,4674,84
195971,2475,16
196071,3975,30
196171,4575,74
196270,9575,56
196371,0275,77
196471,2876,27
196571,1176,14
196671,0376,11
196771,1776,57
196870,9276,44
196970,9276,29
197070,8176,50
197170,9976,77
197270,8176,79
197371,3077,13
197471,6177,61
197571,4577,71
197671,5377,92
197772,0878,52
197871,9578,50
197972,4678,93
198072,4879,18
198172,7179,32
198272,7379,41
198372,9379,56
198472,9679,68
198573,0879,66
198673,0979,61
198773,5180,06
198873,6880,24
198973,6679,92
199073,8480,11
199174,0580,15
199274,3080,28
199373,9880,00
199474,5880,31
199574,6080,36
199674,6680,35
199775,1680,55
199875,1980,69
199975,3480,45
200075,5480,58
200175,8080,71
200275,9980,69
200376,2480,93
200476,8781,44
200577,1981,60
200677,6381,89
200778,0182,31
200878,3282,28
200978,5382,65
201078,7782,72
201179,1882,85
201279,1482,82
201379,4183,04
201479,8783,29
201579,7383,13
201679,8883,13
201780,0683,32
201880,1683,33
201980,4683,56
2020*79,6883,08
* voorlopige cijfers