Arbeidsparticipatie naar onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het derde kwartaal van 2020 uit op 68,2 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel 0,8 procentpunt hoger, namelijk 69,0 procent. In het algemeen geldt dat de arbeidsdeelname groter is naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is. In het afgelopen jaar nam de nettoarbeidsparticipatie het sterkst af onder personen met een laag onderwijsniveau.

Arbeidsparticipatie neemt toe met onderwijsniveau

De nettoarbeidsparticipatie was in het derde kwartaal van 2020 het laagst bij personen met uitsluitend basisonderwijs (36,4 procent). De arbeidsparticipatie neemt toe met het onderwijsniveau. Onder personen met een hbo- of wo-diploma was de arbeidsparticipatie ruim twee keer zo hoog.

Afgelopen jaar afname op alle onderwijsniveaus

De arbeidsparticipatie nam af op alle onderwijsniveaus. Bij personen met alleen basisonderwijs nam de arbeidsparticipatie het sterkst af met 3,1 procentpunt. De participatie van personen met vmbo, havo-, vwo-onderbouw of mbo1 nam tussen het derde kwartaal van 2019 en het derde kwartaal van 2020 af met 2,3 procentpunt. Ook de afname op havo-, vwo- en mbo2-4-niveau was bovengemiddeld. Onder hoger opgeleiden was de afname minder sterk.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau

Arbeidsparticipatie masters blijvend hoog

De participatie van mensen die een hbo- of wo-masters of een wo-doctorsopleiding hebben afgerond, was in de periode 2009-2019 niet alleen het hoogst van alle onderwijsniveaus maar ook bijna voortdurend stijgend. Sinds 2014, na de economische crisis, steeg de arbeidsdeelname ook op lagere onderwijsniveaus. Maar behalve bij personen met een hbo- of wo-masters- of doctorstitel was de nettoarbeidsparticipatie in 2019 alleen bij personen met enkel basisonderwijs hoger dan tien jaar eerder.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; onderwijsniveau