Wil meer uren werken, beschikbaar

Bevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Wil en/of kan niet werken Wil wel werken Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Vanwege weinig resultaat Vanwege andere reden Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd

Deze groep bestaat uit mensen van 15 tot 75 jaar die in deeltijd (minder dan 35 uur per week) werken in hun eerste werkkring en binnen zes maanden meer uren willen gaan werken, aangenomen dat hun verdiensten dan ook veranderen. Zij zijn hiervoor direct beschikbaar. In het eerste kwartaal van 2021 ging het om 390 duizend personen. Zij worden tot het onbenut arbeidspotentieel gerekend.

Vergeleken met een jaar eerder meer deeltijders die meer uren willen werken

Een deel van de mensen die in hun eerste werkkring in deeltijd werken, wil meer uren werken. Het ging in het eerste kwartaal van 2021 om 390 duizend deeltijders die hiervoor direct beschikbaar waren. De overige deeltijders wilden niet meer uren werken of waren hiervoor niet direct beschikbaar.

In 2020 waren er in het eerste kwartaal nog 319 duizend deeltijders die meer uren wilden werken. Dit betekent dat hun aantal vergeleken een jaar eerder met 71 duizend toenam. In het tweede kwartaal van 2020 lag hun aantal voor het eerst in zes jaar hoger dan in het hetzelfde kwartaal van een jaar eerder. Deze toename houdt verband met de afname van het aantal feitelijk gewerkte uren gedurende de coronacrisis.


Onbenut arbeidspotentieel

Deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel. Ook werklozen behoren hiertoe. Het bestaat verder uit mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Het onbenut arbeidspotentieel bestond in het eerste kwartaal van 2021 uit 1,1 miljoen mensen, 167 duizend meer dan een jaar eerder. In de laatste drie kwartalen van 2020 was het onbenut arbeidspotentieel ook groter dan een jaar eerder. Dat was sinds het tweede kwartaal van 2014 niet meer voorgekomen. 

Bronnen