Wil meer uren werken, beschikbaar

Bevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Wil en/of kan niet werken Wil wel werken Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Vanwege weinig resultaat Vanwege andere reden Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd

Deze groep bestaat uit mensen van 15 tot 75 jaar die in deeltijd (minder dan 35 uur per week) werken in hun eerste werkkring en binnen zes maanden meer uren willen gaan werken, aangenomen dat hun verdiensten dan ook veranderen. Zij zijn hiervoor direct beschikbaar. In het tweede kwartaal van 2020 ging het om 406 duizend personen. Zij worden tot het onbenut arbeidspotentieel gerekend en worden ook wel onderbenut arbeidspotentieel genoemd.

Meer deeltijders die meer uren willen werken

Een deel van de mensen die in hun eerste werkkring in deeltijd werken, wil meer uren werken. Het ging in het tweede kwartaal van 2020 om 406 duizend deeltijders die hiervoor direct beschikbaar waren. De overige deeltijders wilden niet meer uren werken of waren hiervoor niet direct beschikbaar.

In 2019 waren er in het tweede kwartaal nog 333 duizend deeltijders die meer uren wilden werken. Dit betekent dat hun aantal vergeleken met een jaar eerder met 73 duizend toenam. Daarmee lag hun aantal voor het eerst in zes jaar hoger dan in het hetzelfde kwartaal van een jaar eerder. De recente toename van het aantal onderbenutte deeltijders hangt samen met de afname van het aantal gewerkte uren gedurende de eerste maanden van de coronacrisis.

Onbenut arbeidspotentieel

Deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel. Ook werklozen behoren hiertoe. Het bestaat verder uit mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Het onbenut arbeidspotentieel bestond in het tweede kwartaal van 2020 uit 1,2 miljoen mensen, 163 duizend meer dan een jaar eerder. Het onbenut arbeidspotentieel was daarmee voor het eerst sinds het tweede kwartaal van 2014 groter dan een jaar eerder.