Werkenden

In het derde kwartaal van 2021 hadden 9,1 miljoen (seizoengecorrigeerd) mensen betaald werk. Dat is 69,5 procent van de bevolking van 15 tot 75 jaar. Na een recorddaling van 173 duizend in het tweede kwartaal van 2020 nam het aantal werkenden in de kwartalen daarna weer toe met 234 duizend, waarvan 85 duizend in het laatste kwartaal.

De werkzame beroepsbevolking bestaat uit alle 15- tot 75-jarigen die in Nederland wonen en betaalde arbeid verrichten. Zij kunnen zowel in Nederland als in het buitenland werkzaam zijn. In het tweede kwartaal van 2020 – aan het begin van de coronacrisis – kwam een abrupt einde aan de vrijwel voortdurende toename van de arbeidsparticipatie sinds het derde kwartaal van 2014. De nettoarbeidsparticipatie - dat is de werkzame beroepsbevolking als percentage van de bevolking van 15 tot 75 jaar - daalde toen van 69,2 procent in eerste kwartaal naar 67,8 procent in het tweede kwartaal. In de volgende kwartalen nam de participatie weer toe, naar 69,5 procent in het derde kwartaal van 2021. Daarmee was de arbeidsparticipatie niet alleen hoger dan voor de coronacrisis, maar bereikte deze ook het hoogste punt in de reeks van 2003.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname en werkloosheid per maand

Vorig jaar minder mensen voltijds aan het werk

In 2020 waren er 4,5 miljoen voltijders: zij werkten 35 uur of meer per week. Dat was net iets meer dan de helft van alle werkenden. Ruim 4,4 miljoen 15- tot 75-jarigen werkten in deeltijd. Vorig jaar nam het aantal voltijders met 41 duizend af. Dat gebeurde voor het laatst in 2013. Het aantal deeltijders nam in 2020 wel verder toe.

Van de mannen werkte 72 procent in 2020 in voltijd. Dat was 5 procentpunt lager dan in 2010. Het percentage mannelijke deeltijders dat 28 tot 35 uur per week werkte, nam relatief veel toe: van 8 procent in 2010 tot 11 procent in 2020.

Arbeidsduur per week, mannen (15 tot 75 jaar)
 Minder dan 12 uur (% van werkzame beroepsbevolking)12 tot 20 uur (% van werkzame beroepsbevolking)20 tot 28 uur (% van werkzame beroepsbevolking)28 tot 35 uur (% van werkzame beroepsbevolking)35 uur of meer (voltijd) (% van werkzame beroepsbevolking)
20103351491923763440
20113361501863823411
20123651501973913385
20133991542043963292
20144031522074043276
20154011582094053292
20163881552074243342
20173901752134503371
20183901762304773413
20193961842365033443
20203921712445303415
 

Vrouwen werken aanzienlijk minder vaak dan mannen in voltijd. In de periode 2015-2019 nam het percentage voltijders onder werkende vrouwen toe, maar in het 2020 volgde een lichte daling naar 26 procent. In 2010 werkte nog 25 procent van de vrouwen in voltijd. Het percentage werkende vrouwen met een grote deeltijdbaan (28 tot 35 uur per week) nam tussen 2010 en 2020 sterker toe: van 20 naar 25 procent. Daarmee daalde dus het aandeel werkende vrouwen met een baan van minder dan 28 uur, naar net iets minder dan de helft.

Arbeidsduur per week, vrouwen (15 tot 75 jaar)
 Minder dan 12 uur (% van de werkzame beroepsbevolking)12 tot 20 uur (% van de werkzame beroepsbevolking)20 tot 28 uur (% van de werkzame beroepsbevolking)28 tot 35 uur (% van de werkzame beroepsbevolking)35 uur of meer (voltijd) (% van de werkzame beroepsbevolking)
2010553567952759956
2011556560964778956
2012560554979802947
2013571530977806938
2014568500963800942
2015580508965820955
2016558507970868985
20175654889869041038
201855049210219531072
2019549489101610211114
202056647699910571101
 

Cijfers op StatLine over aantallen voltijds- en deeltijdwerkers, uitgesplitst naar mannen en vrouwen: Arbeidsdeelname; kerncijfers