Werkenden

In het derde kwartaal van 2020 hadden 8,9 miljoen (seizoengecorrigeerd) mensen betaald werk. Dat is 68,0 procent van de bevolking van 15 tot 75 jaar. In het derde kwartaal waren er 28 duizend werkenden meer dan het kwartaal ervoor. In het tweede kwartaal van 2020 was er nog een daling van 173 duizend werkenden in vergelijking met het kwartaal ervoor.

De werkzame beroepsbevolking bestaat uit alle 15- tot 75-jarigen die in Nederland wonen en betaalde arbeid verrichten. Zij kunnen zowel in Nederland als in het buitenland werkzaam zijn. De nettoarbeidsparticipatie - dat is de werkzame beroepsbevolking als percentage van de bevolking van 15 tot 75 jaar - daalde in het tweede kwartaal van 2020 naar 67,8 procent. In het eerste kwartaal was dat nog 69,2 procent. In het derde kwartaal nam de participatie weer toe, en wel naar 68,0 procent. Sinds het derde kwartaal van 2014 nam de nettoarbeidsparticipatie bijna elk kwartaal toe of bleef deze ten minste gelijk. Met de daling in het tweede kwartaal van 2020 kwam daaraan een eind.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname en werkloosheid per maand

Bijna drie kwart van de mannen en ruim een kwart van de vrouwen werkt in voltijd

In 2019 waren er 4,6 miljoen voltijders: zij werken 35 uur of meer per week. Dat is net als een jaar eerder 51 procent van alle werkenden.

Van de mannen werkte 72 procent in 2019 in voltijd. Dat is 5 procentpunt lager dan in 2009. Het percentage mannelijke deeltijders dat 28 tot 35 uur per week werkt, nam juist toe: van 8 procent in 2009 tot 11 procent in 2019.

Arbeidsduur per week, mannen (15 tot 75 jaar)
JaarMinder dan 12 uur (% van werkzame beroepsbevolking)12 tot 20 uur (% van werkzame beroepsbevolking)20 tot 28 uur (% van werkzame beroepsbevolking)28 tot 35 uur (% van werkzame beroepsbevolking)35 uur of meer (voltijd) (% van werkzame beroepsbevolking)
20097,33,34,08,177,4
20107,53,34,38,476,6
20117,53,44,28,676,4
20128,13,44,48,775,4
20139,03,54,68,974,1
20149,13,44,79,173,8
20159,03,54,79,173,7
20168,63,44,69,474,0
20178,53,84,69,873,3
20188,33,84,910,272,8
20198,33,95,010,672,3

Vrouwen werken aanzienlijk minder vaak dan mannen in voltijd. In het 2019 ging het om 27 procent van alle werkende vrouwen. Het percentage voltijd werkende vrouwen nam wel toe. In 2009 werkte 25 procent van de vrouwen in voltijd. Ook het percentage vrouwen met een grote deeltijdbaan (28 tot 35 uur) nam toe: van 20 procent in 2009 naar 24 procent in 2019. Daarmee daalde dus het aandeel vrouwen met een baan van minder dan 28 uur. 

Arbeidsduur per week, vrouwen (15 tot 75 jaar)
JaarMinder dan 12 uur (% van werkzame beroepsbevolking)12 tot 20 uur (% van werkzame beroepsbevolking)20 tot 28 uur (% van werkzame beroepsbevolking)28 tot 35 uur (% van werkzame beroepsbevolking)35 uur of meer (voltijd) (% van werkzame beroepsbevolking)
200914,715,224,720,025,4
201014,615,025,220,025,2
201114,614,725,320,425,1
201214,614,425,520,924,6
201315,013,925,621,124,5
201415,113,325,521,225,0
201515,213,325,221,424,9
201614,313,024,922,325,3
201714,212,324,822,726,1
201813,512,025,023,326,2
201913,111,724,324,426,6

Cijfers op StatLine over aantallen voltijds- en deeltijdwerkers, uitgesplitst naar mannen en vrouwen: Arbeidsdeelname; kerncijfers