Vooral minder immigranten van buiten de EU in 2020

In 2020 kwamen 171 duizend immigranten naar Nederland die niet de Nederlandse nationaliteit hadden, 44 duizend minder dan in 2019. Vooral het aantal immigranten van buiten de Europese Unie of EFTA-landen (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) nam af. Binnen deze groep vond de grootste daling plaats onder kennismigranten: in 2020 kwamen bijna de helft minder kennismigranten van buiten de EU/EFTA naar Nederland. Dat meldt het CBS op basis van cijfers over migratiemotieven.

Ruim 50 duizend mensen met de Nederlandse nationaliteit keerden in 2020 terug naar Nederland, bijna 4 duizend minder dan een jaar eerder.

30 duizend minder immigranten van buiten EU/EFTA

Het aantal niet-EU-/EFTA-immigranten daalde in 2020 met 30 duizend naar 61,7 duizend, waarmee het weer op het niveau kwam van 2002-2003 en 2014. Er kwamen vooral minder kennismigranten naar Nederland: met 7,0 duizend bijna de helft minder dan in 2019 (12,8 duizend). Het aantal overige arbeidsmigranten daalde met ruim een derde naar 5,0 duizend. Een vergelijkbare daling is te zien bij studiemigranten (6,3 duizend) en gezinsmigranten (8,7 duizend). Met 11,4 duizend kwamen er 20 procent minder asielmigranten naar Nederland dan in 2019.

In 2020 kwam ruim een derde van de migranten van buiten de EU/EFTA in het kader van gezinsmigratie naar Nederland. Studie, werk en asiel tekenden elk voor 20 procent van de totale niet-EU-/EFTA- immigratie.

Het motief voor mensen van buiten de EU/EFTA om naar Nederland te komen wordt vooral beïnvloed door beleidsmaatregelen en de politieke situatie elders in de wereld. De afgelopen twintig jaar was gezinshereniging of gezinsvorming een grote drijfveer om naar Nederland te komen, samen met asielmigratie (1999-2002 en 2014-2017). Zowel arbeids- als asielmigranten kunnen partner en/of kinderen laten overkomen. Gezinsleden van asielmigranten die gebruikmaken van de nareisregeling krijgen een asielvergunning en vallen onder de asielmigranten. Het aantal arbeids- en studiemigranten liep tot en met 2019 geleidelijk op.

15 duizend minder immigranten met EU- of EFTA-nationaliteit

Het aantal EU-/EFTA-immigranten daalde in 2020 met 15 duizend en lag met 109 duizend weer op het niveau van 2018. Arbeidsmigratie werd na de EU-uitbreidingen van 2004 en 2007 een steeds belangrijker motief voor EU- en EFTA-burgers om naar Nederland te komen. Sinds 2013 is werk de meestvoorkomende migratiereden onder deze groep. Bijna 35 procent kwam in 2019 naar Nederland om te werken (voor 2020 zijn cijfers naar motief voor deze groep nog niet beschikbaar).

Alle EU-/EFTA-burgers kunnen volgens de Europese wetgeving zonder tewerkstellingsvergunning in een EU-land aan het werk. Voor Polen en de andere landen die in 2004 lid werden van de EU geldt dat vanaf 2007, voor Bulgarije en Roemenië vanaf 2014.

Meer niet-Nederlandse emigranten

Niet alle immigranten hebben de intentie zich permanent in Nederland te vestigen; een aanzienlijk deel van hen verlaat Nederland weer na verloop van tijd. Tegenover de 221 duizend immigranten vertrokken 152 duizend mensen in 2020 uit Nederland, 9 duizend minder dan in 2019. De daling komt volledig doordat minder mensen met de Nederlandse nationaliteit emigreerden. Er vertrokken juist meer mensen met een niet-EU-/EFTA-nationaliteit. De emigratie van EU-/EFTA-burgers daalde licht.

Immigratie in eerste maanden van 2021 weer hoger

In de eerste vijf maanden van 2021 trok de immigratie weer aan, blijkt op basis van de voorlopige cijfers. Het aantal immigranten (met de Nederlandse of een andere nationaliteit) dat in maart, april en mei 2021 naar Nederland kwam, ligt nog een paar duizend onder het niveau van 2018 en piekjaar 2019 maar duidelijk boven het aantal in 2020.

Immigratie
 2018 (x 1 000)2019 (x 1 000)2020 (x 1 000)2021* (x 1 000)
januari18,44721,54322,22015,663
februari19,82921,59521,69516,053
maart15,68518,26015,61016,439
april15,00617,5369,36514,740
mei16,27017,4239,06614,023
*voorlopige cijfers