Arbeidsmarktmobiliteit

Stromen in en uit de werkloze beroepsbevolking

Mensen kunnen werkloos raken doordat ze hun baan verliezen. Maar er zijn ook mensen die zich tevoren niet aanboden op de arbeidsmarkt en op zoek zijn gegaan naar werk. Als ze niet meteen werk vinden, worden ze deel van de werkloze beroepsbevolking. Voorbeelden hiervan zijn schoolverlaters en herintreders. Tegelijkertijd zijn er werklozen die een baan vinden, of werklozen die de arbeidsmarkt verlaten, bijvoorbeeld omdat ze geen resultaat verwachten van hun zoektocht naar werk.

Stromen tussen arbeidsposities: aantal werklozen daalt

In het tweede kwartaal van 2026 was het aantal werklozen (seizoengecorrigeerd) 396 duizend, 17 duizend minder dan het kwartaal ervoor. De ontwikkeling van het aantal werklozen is het resultaat van verschillende stromen op de arbeidsmarkt. Zo zijn er mensen die nog niet actief waren op de arbeidsmarkt en op zoek gaan naar werk. Vanuit de niet-beroepsbevolking worden zij onderdeel van de werkloze beroepsbevolking. In het tweede kwartaal van 2026 waren dit er 116 duizend. Daartegenover staan werklozen die zich terugtrekken van de arbeidsmarkt. Dat waren er 104 duizend. Het aantal werklozen nam hierdoor toe met 12 duizend.

Er zijn nog twee andere stromen in en uit de werkloze beroepsbevolking. Een stroom is die van de werklozen die een baan vinden. In het tweede kwartaal van 2026 waren dat er 152 duizend. De tweede stroom is die van mensen die hun baan verliezen en werkloos worden (123 duizend). Per saldo daalde de werkloosheid door deze twee stromen met 29 duizend.