Werkloosheid naar leeftijd en geslacht

In het tweede kwartaal van 2019 was 3,3 procent (niet-seizoengecorrigeerd) van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder was dat in het tweede kwartaal van 2018 nog 3,9 procent. In het afgelopen jaar daalde de werkloosheid het meest onder vrouwen van 55 tot 75 jaar.

Vrouwen tot 35 en boven 65 minder vaak werkloos dan mannen

Mannen en vrouwen in de beroepsbevolking waren in het tweede kwartaal van 2019 even vaak werkloos. Het werkloosheidspercentage was voor beiden 3,3. Wel verschilt de werkloosheid tussen mannen en vrouwen naar leeftijd. Vrouwen van 35 tot 65 jaar waren vaker werkloos dan mannen. Tot 35 jaar en voor 65- tot 75-jarigen is dit andersom en waren vrouwen juist minder vaak werkloos.

Werkloosheid vooral gedaald onder vrouwen van 55 jaar en ouder

Tussen het tweede kwartaal van 2018 en het tweede kwartaal van 2019 nam het werkloosheidspercentage bij vrouwen meer af dan bij mannen, respectievelijk met -0,7 en -0,5 procentpunt. De daling was het sterkst voor vrouwen van 55 tot 65 jaar (-1,8 procentpunt) en voor de relatief kleine groep vrouwen in de beroepsbevolking van 65 tot 75 jaar (-2,3 procent).

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Ontwikkeling afgelopen tien jaar

In de afgelopen tien jaar waren er ook verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de ontwikkeling van de werkloosheid per leeftijdsgroep. Tot 25 jaar nam de werkloosheid af bij zowel mannen als vrouwen. Bij mannen boven 25 jaar was de werkloosheid in 2018 nog hoger dan die in 2008, het jaar voor de crisis. Bij vrouwen van 25 tot 45 jaar nam de werkloosheid af, net als bij de jongere vrouwen tot 25 jaar. De werkloosheid onder vrouwen was in 2018 0,5 procent lager dan in 2008. De werkloosheid onder mannen was in 2018 nog 0,7 procent hoger dan in 2008.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers