Werkloosheid naar leeftijd en geslacht

In het eerste kwartaal van 2020 was 3,3 procent (niet-seizoengecorrigeerd) van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder was dat in het eerste kwartaal van 2019 nog 3,7 procent.

Vrouwen in eerste kwartaal iets vaker werkloos dan mannen

Vrouwen in de beroepsbevolking waren in het eerste kwartaal van 2020 iets vaker werkloos dan mannen. Het werkloosheidspercentage was voor vrouwen 3,3 en voor mannen 3,2. De werkloosheid tussen mannen en vrouwen verschilt naar leeftijd. Vrouwen van 25 tot 35 jaar en van 45 tot 65 jaar waren vaker werkloos dan mannen. Tot 25 jaar, van 35 tot 45 jaar en van 65 tot 75 jaar is dit andersom en waren mannen juist vaker werkloos.

Werkloosheid bij zowel mannen als vrouwen gedaald

Tussen het eerste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2020 nam het werkloosheidspercentage bij vrouwen iets meer af (-0,5 procentpunt) dan bij mannen (-0,4 procentpunt). De daling was het sterkst voor de relatief kleine groep vrouwen in de beroepsbevolking van 65 tot 75 jaar. Daarentegen nam de werkloosheid toe bij mannen van 35 tot 45 jaar.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Ontwikkeling afgelopen tien jaar

In de afgelopen tien jaar waren er ook verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de ontwikkeling van de werkloosheid per leeftijdsgroep. Bij vrouwen was de werkloosheid in 2019 in alle leeftijdsgroepen lager dan in 2009. Ook bij mannen tot 25 jaar en van 45 tot 65 jaar was dat zo, maar bij mannen van 25 tot 45 jaar en van 65 tot 75 jaar was de werkloosheid in 2019 nog hoger dan tien jaar eerder.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers