Werkloosheid naar onderwijsniveau

In het tweede kwartaal van 2019 was 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder was dit in het tweede kwartaal van 2018 nog 3,9 procent. De werkloosheid was het laagst onder hbo- en wo-opgeleiden. In het afgelopen jaar is de werkloosheid op alle onderwijsniveaus verder gedaald.

Hoe hoger het onderwijsniveau, des te lager de werkloosheid

Het werkloosheidspercentage daalt met toenemend onderwijsniveau. In het tweede kwartaal van 2019 was de werkloosheid het hoogst onder de personen met uitsluitend basisonderwijs (7,7 procent). Onder hbo- en wo’ers in de beroepsbevolking was de werkloosheid 2,0 procent.

Grootste daling onder laagopgeleiden

Tussen het tweede kwartaal van 2018 en het tweede kwartaal van 2019 nam het werkloosheidpercentage af op alle onderwijsniveaus. Het werkloosheidspercentage van mensen met uitsluitend basisonderwijs daalde het meest (-2,2 procentpunt). Bij mensen met middelbaar onderwijs (havo, vwo of mbo niveau 2 tot en met 4) of een hbo- en wo-masters of een doctorstitel was de afname in werkloosheid het kleinst (-0,3 procentpunt).

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Werkloosheid tijdens crisis meest toegenomen op laagste onderwijsniveau

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de werkloosheid tussen personen van verschillende onderwijsniveaus. In de afgelopen tien jaar was het werkloosheidspercentage het hoogst onder personen met uitsluitend basisonderwijs. Tijdens de economische crisis nam dit vrijwel voortdurend toe tot het hoogste punt in 2014, toen 16,1 procent werkloos was. Daarna daalde dit percentage weer met het aantrekken van de economie. Ook bij de andere onderwijsniveaus was er, op een lager niveau, in grote lijnen sprake van eenzelfde patroon. De daling van de werkloosheid bij hbo'ers en wo’ers zette wel een jaar eerder dan anderen.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers