Werkloosheid naar onderwijsniveau

In het tweede kwartaal van 2021 was 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder, na het begin van de coronacrisis, was dit in het tweede kwartaal van 2020 nog 3,8 procent. De werkloosheid was het laagst onder hbo- en wo-opgeleiden.

Werkloosheid alleen gestegen bij mensen met alleen basisonderwijs

Het werkloosheidspercentage daalt met toenemend onderwijsniveau. In het tweede kwartaal van 2021 was de werkloosheid het hoogst onder de beroepsbevolking met uitsluitend basisonderwijs (9,1 procent). Onder de beroepsbevolking met een hoog onderwijsniveau was de werkloosheid het laagst: 1,9 procent onder personen met een hbo-, wo-bachelorstitel en 2,0 procent onder personen met een hbo-, wo-masters of doctorstitel. Tussen het tweede kwartaal van 2020 en het tweede kwartaal van 2021 nam het werkloosheidpercentage alleen toe bij mensen met uitsluitend basisonderwijs (met 0,5 procentpunt). Onder personen met een hbo-, wo-masters of doctorstitel bleef de werkloosheid gelijk, op de tussenliggende onderwijsniveaus daalde de werkloosheid.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Tussen 2014 en 2019 daling werkloosheid op alle onderwijsniveaus

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de werkloosheid tussen personen van verschillende onderwijsniveaus. In de afgelopen tien jaar was het werkloosheidspercentage het hoogst onder de beroepsbevolking met uitsluitend basisonderwijs. In 2014 was 16,1 procent van hen werkloos. In de periode 2014-2019 daalde de werkloosheid op alle onderwijsniveaus, variërend van 8,0 procentpunt daling bij de beroepsbevolking met alleen basisonderwijs tot 1,3 procentpunt bij de beroepsbevolking met een masters of doctorstitel. In 2020 nam de werkloosheid weer toe. Hoe lager het onderwijsniveau was, des te sterker was de toename in werkloosheid.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers