Werkloosheid naar onderwijsniveau

In het derde kwartaal van 2022 was 3,7 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder was dit in het derde kwartaal van 2021 nog 4,0 procent. De werkloosheid was het laagst onder hbo- en wo-opgeleiden.

Werkloosheid op bijna alle onderwijsniveaus gedaald

Het werkloosheidspercentage daalt narmate het onderwijsniveau hoger is. In het derde kwartaal van 2022 was de werkloosheid het hoogst onder de beroepsbevolking met uitsluitend basisonderwijs (8,0 procent). Onder de beroepsbevolking met een hoog onderwijsniveau was de werkloosheid het laagst: 3,0 procent onder personen met een hbo-, wo-bachelorstitel en 2,7 procent onder personen met een hbo-, wo-masters of doctorstitel. Tussen het derde kwartaal van 2021 en het derde kwartaal van 2022 nam het werkloosheidpercentage af op alle onderwijsniveaus.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Tussen 2013 en 2021 daling werkloosheid op alle onderwijsniveaus

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de werkloosheid tussen personen van verschillende onderwijsniveaus. Het hoogst was het werkloosheidspercentage onder de beroepsbevolking met uitsluitend basisonderwijs. In 2013 was 16,9 procent van hen werkloos. In de periode 2013-2021 nam de werkloosheid per saldo af op alle onderwijsniveaus, variërend van 6,6 procentpunt daling bij de beroepsbevolking met alleen basisonderwijs tot 1,9 procentpunt bij de beroepsbevolking met een master of doctorstitel. In 2020 - het eerste coronajaar - nam de werkloosheid toe om een jaar later weer af te nemen. Hoe lager het onderwijsniveau was, des te sterker was de toename van de werkloosheid in 2020.

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers