Minimumloon

In 2020 waren er 438 duizend werknemersbanen waarin maximaal het minimumloon werd verdiend, ruim 10 procent minder dan het jaar ervoor. Jongeren tot 25 jaar namen ruim de helft van deze banen voor hun rekening, namelijk 228 duizend. Van de jongeren tot 25 jaar verdiende 15 procent het minimumloon of minder, bij de werknemers van 25 jaar en ouder was dat aandeel 3 procent.
Het percentage minimumloners was in 2020 het hoogst in de verhuur en overige zakelijke diensten (12 procent). Tot deze bedrijfstak behoren onder andere de uitzendbureaus, waar veel jongeren werken. In de horeca bedroeg het aandeel minimumloners 9 procent en in de cultuur, sport en recreatie 8 procent. Van alle minimumloners werkte twee derde in de bedrijfstakken handel, zorg, horeca, verhuur en overige zakelijke diensten. 

 

Op 1 januari 2020 bedroeg het brutominimumloon voor volwassen werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband 1 653,60 euro per maand. Voor jongeren geldt een lager minimumjeugdloon. Dat is een percentage van het minimumloon voor volwassenen, dat hoger wordt met de leeftijd. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt tweemaal per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.

Cijfers op Statline: Werkgelegenheid en minimumloon