Loonkosten

De brutolonen van werknemers per gewerkt uur stegen in het vierde kwartaal van 2018 met 1,1 procent. De loonkosten per gewerkt uur stegen met 1,4 procent. De loonkosten zijn de optelsom van de lonen, sociale premies ten laste van werkgevers en eindheffingen minus loonkostensubsidies. De premies van de zorgverzekering, arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid zijn gestegen. In deze cijfers is ook de loonontwikkeling begrepen van werknemers die niet onder een cao vallen. Alle looncijfers hebben alleen betrekking op werknemers; het inkomen van zelfstandigen wordt niet gezien als loon, maar als gemengd inkomen uit arbeid, waartoe ook de winst uit bedrijfsvoering behoort.

Ontwikkeling lonen en loonkosten per gewerkt uur, 4e kwartaal 2018 (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
BedrijfstakLonen per gewerkt uurLoonkosten per gewerkt uur
Onderwijs3,63,9
Verhuur en handel van onroerend goed2,12,9
Uitzendbureaus1,92
Openbaar bestuur en overheidsdiensten1,42,2
Zakelijke dienstverlening (excl uitzendbureaus)1,31,8
Cultuur, recreatie, overige diensten1,31,4
Handel, vervoer en horeca1,31,5
Gezondheids- en welzijnszorg11,4
Bouwnijverheid0,91,3
Financiële dienstverlening0,70,2
Landbouw, bosbouw en visserij0,51,1
Informatie en communicatie0,40,7
Industrie-0,80

De stijging van de lonen en loonkosten per gewerkt uur verschilt sterk per bedrijfstak. In het vierde kwartaal van 2018 stegen de lonen per gewerkt uur met 3,6 procent het meest in het onderwijs. Dit was het gevolg van nieuwe cao-afspraken in het primair en voortgezet onderwijs. In de industrie was er een daling van 0,8 procent. Hier stegen de gewerkte uren harder dan de lonen.

Lonen en loonkosten, 4e kwartaal 2018 (mld euro)
BedrijfstakLonenSociale premies ten laste van werkgevers plus eindheffingen minus loonkostensubsidies
Handel, vervoer en horeca14,63,7
Gezondheids- en welzijnszorg10,92,9
Zakelijke dienstverlening (excl uitzendbureaus)9,52,2
Industrie8,42,1
Openbaar bestuur en overheidsdiensten72,4
Onderwijs5,61,7
Uitzendbureaus4,41,1
Informatie en communicatie3,80,8
Bouwnijverheid3,51
Financiële dienstverlening3,51
Cultuur, recreatie, overige diensten2,10,5
Verhuur en handel van onroerend goed0,70,2
Landbouw, bosbouw en visserij0,70,2

In het vierde kwartaal van 2018 zijn de loonkosten het hoogst in de handel, vervoer en horeca met 18,3 miljard euro. Ruim 19 procent van de totale loonkosten gaat in deze bedrijfstak om. In deze bedrijfstak zijn ook de meeste werknemers werkzaam. In de bedrijfstakken landbouw en visserij en verhuur en handel van onroerend goed zijn de loonkosten nog geen miljard euro.

In 2018 stegen de lonen per gewerkt uur met 1,6 procent en de loonkosten per gewerkt uur stegen met 2,2 procent.



De totale loonkosten bedroegen in 2018 bijna 370 miljard euro. Dat is de optelsom van 291 miljard euro aan brutolonen, 80,4 miljard euro aan sociale premies ten laste van werkgevers en 0,5 miljard euro aan eindheffingen, verminderd met 2,3 miljard euro aan loonkostensubsidies. De loonkosten stegen in 2018 met 18,1 miljard euro (5,1 procent). Dit cijfer is opgebouwd uit een stijging van de lonen (12,7 miljard euro), een toename van de sociale premies ten laste van werkgevers (5,4 miljard euro) en een stijging van de loonkostensubsidies (0,1 miljard euro) en  vrijwel gelijkblijvende eindheffingen.

Cijfers op StatLine: Beloning en arbeidsvolume van werknemers volgens Nationale rekeningen en  Beloning en arbeidsvolume van werknemers naar bedrijfstak volgens Nationale rekeningen

Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:

  • de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.
  • de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voor zover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.
  • de ontwikkeling op basis van cao-informatie structuurvrij is, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.