Loonkosten

De brutolonen van werknemers per gewerkt uur stegen in het tweede kwartaal van 2019 met 0,8 procent. De loonkosten per gewerkt uur stegen met 1,1 procent. De loonkosten zijn de optelsom van de lonen, sociale premies ten laste van werkgevers en eindheffingen minus loonkostensubsidies. De premies van de zorgverzekering, arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid zijn gestegen. In deze cijfers is ook de loonontwikkeling begrepen van werknemers die niet onder een cao vallen. Alle looncijfers hebben alleen betrekking op werknemers; het inkomen van zelfstandigen wordt niet gezien als loon, maar als gemengd inkomen uit arbeid, waartoe ook de winst uit bedrijfsvoering behoort.

De stijging van de lonen en loonkosten per gewerkt uur verschilt sterk per bedrijfstak. In het tweede kwartaal van 2019 stegen de lonen per gewerkt uur met 1,9 procent het meest in de informatie en communicatie. In de financiële dienstverlening was er sprake van een daling met 3,1 procent.

Lonen en loonkosten, 4e kwartaal 2018 (mld euro)
BedrijfstakLonenSociale premies ten laste van werkgevers plus eindheffingen minus loonkostensubsidies
Handel, vervoer en horeca14,63,7
Gezondheids- en welzijnszorg10,92,9
Zakelijke dienstverlening (excl uitzendbureaus)9,52,2
Industrie8,42,1
Openbaar bestuur en overheidsdiensten72,4
Onderwijs5,61,7
Uitzendbureaus4,41,1
Informatie en communicatie3,80,8
Bouwnijverheid3,51
Financiële dienstverlening3,51
Cultuur, recreatie, overige diensten2,10,5
Verhuur en handel van onroerend goed0,70,2
Landbouw, bosbouw en visserij0,70,2

In het tweede kwartaal van 2019 zijn de loonkosten het hoogst in de handel, vervoer en horeca met 21,9 miljard euro. Bijna 21 procent van de totale loonkosten gaat in deze bedrijfstak om. In deze bedrijfstak zijn ook de meeste werknemers werkzaam. In de bedrijfstakken landbouw en visserij en verhuur en handel van onroerend goed liggen de loonkosten rond één miljard euro.

In 2018 stegen de lonen per gewerkt uur met 1,7 procent en de loonkosten per gewerkt uur stegen met 2,0 procent.

 



De totale loonkosten bedroegen in 2018 bijna 368 miljard euro. Dat is de optelsom van 290,8 miljard euro aan brutolonen, 78,6 miljard euro aan sociale premies ten laste van werkgevers en 0,6 miljard euro aan eindheffingen, verminderd met 2,3 miljard euro aan loonkostensubsidies. De loonkosten stegen in 2018 met 16,6 miljard euro (4,7 procent). Dit cijfer is opgebouwd uit een stijging van de lonen (12,4 miljard euro), een toename van de sociale premies ten laste van werkgevers (4,3 miljard euro) en vrijwel gelijkblijvende loonkostensubsidies en eindheffingen.

Cijfers op StatLine: Beloning en arbeidsvolume van werknemers volgens Nationale rekeningen en  Beloning en arbeidsvolume van werknemers naar bedrijfstak volgens Nationale rekeningen

Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:

  • de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.
  • de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voor zover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.
  • de ontwikkeling op basis van cao-informatie structuurvrij is, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.