Loonkosten

De brutolonen van werknemers per gewerkt uur stegen in het vierde kwartaal van 2020 met 8,6 procent. Als gevolg van de maatregelen in verband met de coronapandemie werden er minder uren gewerkt, maar de lonen werden wel (grotendeels) doorbetaald.

De loonkosten per gewerkt uur stegen met 2,9 procent. De loonkosten zijn de optelsom van de lonen, sociale premies ten laste van werkgevers en eindheffingen minus loonkostensubsidies. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) voorziet bedrijven in een tegemoetkoming in de loonkosten. In deze cijfers is ook de loonontwikkeling begrepen van werknemers die niet onder een cao vallen. Alle looncijfers hebben alleen betrekking op werknemers; het inkomen van zelfstandigen wordt niet gezien als loon, maar als gemengd inkomen uit arbeid, waartoe ook de winst uit bedrijfsvoering behoort.

De stijging van de lonen en loonkosten per gewerkt uur verschilt sterk per bedrijfstak. In het vierde kwartaal van 2020 stegen de loon per gewerkt uur met 20,1 procent het meest in de zorg. Zorgprofessionals die tussen 1 maart en 1 september 2020 een bijzondere prestatie hebben geleverd vanwege de COVID-19-pandemie, kwamen in aanmerking voor een bonus van 1 000 euro netto. 

In het vierde kwartaal van 2020 zijn de loonkosten het hoogst in de handel, vervoer en horeca met 17,3 miljard euro. In deze bedrijfstak gaat ruim 17 procent van de totale loonkosten om. In deze bedrijfstak zijn ook de meeste werknemers werkzaam. In de bedrijfstakken landbouw en visserij en verhuur en handel van onroerend goed liggen de loonkosten onder de 1,0 miljard euro. 

In 2020 stegen de lonen per gewerkt uur met 7,0 procent en de loonkosten per gewerkt uur met 3,1 procent. De gewerkte uren van werknemers zijn onder invloed van de maatregelen tegen COVID-19 gedaald met 3,4 procent.

In 2020 bedroegen de totale loonkosten 384,9 miljard euro. Dat is de optelsom van 314,8 miljard euro aan brutolonen, 88,1 miljard euro aan sociale premies ten laste van werkgevers en 0,7 miljard euro aan eindheffingen, verminderd met 18,7 miljard euro aan loonkostensubsidies. De loonkosten daalden in 2020 met 1,8 miljard euro (-0,5 procent). Er was een toename van de lonen (10,0 miljard euro), van de sociale premies ten laste van werkgevers (4,5 miljard euro) en van de eindheffingen (0,1 miljard euro). Daarnaast heeft de stijging van de loonkostensubsidies met 16,4 miljard ervoor gezorgd dat de loonkosten per saldo met 1,8 miljard euro zijn gedaald.

Dit cijfer is opgebouwd uit een stijging van de lonen (10,0 miljard euro), een toename van de sociale premies ten laste van werkgevers (4,5 miljard euro) en fors dalende loonkostensubsidies en eindheffingen (16,3 miljard).
 

Cijfers op StatLine: Beloning en arbeidsvolume van werknemers volgens Nationale rekeningen en  Beloning en arbeidsvolume van werknemers naar bedrijfstak volgens Nationale rekeningen

Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:

  • de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.
  • de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voor zover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.
  • de ontwikkeling op basis van cao-informatie structuurvrij is, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.