Loonkosten

De brutolonen van werknemers per gewerkt uur stegen in het tweede kwartaal van 2020 met 11,3 procent. Als gevolg van het coronavirus werden er minder uren gewerkt maar de lonen werden wel (grotendeels) doorbetaald. De loonkosten per gewerkt uur stegen met 2,6 procent. De loonkosten zijn de optelsom van de lonen, sociale premies ten laste van werkgevers en eindheffingen minus loonkostensubsidies. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) voorziet bedrijven in een tegemoetkoming in de loonkosten. In deze cijfers is ook de loonontwikkeling begrepen van werknemers die niet onder een cao vallen. Alle looncijfers hebben alleen betrekking op werknemers; het inkomen van zelfstandigen wordt niet gezien als loon, maar als gemengd inkomen uit arbeid, waartoe ook de winst uit bedrijfsvoering behoort.

De stijging van de lonen en loonkosten per gewerkt uur verschilt sterk per bedrijfstak. In het tweede kwartaal van 2020 stegen de loonkosten per gewerkt uur met 8,4 procent het meest in het onderwijs. Deze stijging was het gevolg van nieuwe cao-afspraken. Bij de uitzendbureaus daalden de loonkosten per gewerkt uur met 9 procent. In deze bedrijfstak zijn veel banen verloren gegaan en werden er fors minder uren gewerkt. Daar stond wel een compensatie tegenover in het kader van tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid (NOW).

In het tweede kwartaal van 2020 zijn de loonkosten het hoogst in de handel, vervoer en horeca met 17,9 miljard euro. In deze bedrijfstak gaat 18 procent van de totale loonkosten om. In deze bedrijfstak zijn ook de meeste werknemers werkzaam. In de bedrijfstakken landbouw en visserij en verhuur en handel van onroerend goed liggen de loonkosten onder de één miljard euro.

In 2019 stegen de lonen per gewerkt uur met 2,2 procent en de loonkosten per gewerkt uur stegen met 2,4 procent

In 2019 bedroegen de totale loonkosten 386,6 miljard euro. Dat is de optelsom van 304,7 miljard euro aan brutolonen, 83,7 miljard euro aan sociale premies ten laste van werkgevers en 0,5 miljard euro aan eindheffingen, verminderd met 2,3 miljard euro aan loonkostensubsidies. De loonkosten stegen in 2019 met 18,4 miljard euro (5,0 procent). Dit cijfer is opgebouwd uit een stijging van de lonen (14,1 miljard euro), een toename van de sociale premies ten laste van werkgevers (4,5 miljard euro) en licht stijgende loonkostensubsidies en eindheffingen. 

Cijfers op StatLine: Beloning en arbeidsvolume van werknemers volgens Nationale rekeningen en  Beloning en arbeidsvolume van werknemers naar bedrijfstak volgens Nationale rekeningen

Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:

  • de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.
  • de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voor zover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.
  • de ontwikkeling op basis van cao-informatie structuurvrij is, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.