Prijs van arbeid

Als de samenstelling van het personeelsbestand verandert, beïnvloedt dit de gemiddelde loonkostenstijging. Naarmate er meer ouderen en hoger opgeleiden deel uitmaken van het personeelsbestand, nemen de gemiddelde loonkosten toe, omdat deze groepen in de regel meer betaald krijgen. Gecorrigeerd voor deze veranderingen in de werknemerspopulatie, kwam de zuivere prijsstijging in 2018 uit op 2,3 procent. Dat is de zogeheten prijs van arbeid. Het verschil tussen de ontwikkeling van de loonkosten per gewerkt uur en de prijs van arbeid is het structuureffect. Dit bedroeg -0,3 procent in 2018. Het was voor het vierde opeenvolgende jaar dat veranderingen in de personeelssamenstelling hebben geleid tot een daling van de gemiddelde loonkosten. Dit negatieve structuureffect duidt erop dat er naar verhouding veel nieuwe werknemers zijn aangenomen met relatief lage loonkosten. Dit is in overeenstemming met de banengroei in 2015, 2016, 2017 en 2018. Direct na het begin van de financiële crisis in 2008 liepen de loonstijgingen terug en nam het aantal banen van werknemers af. Het structuureffect was in die periode groot, omdat toen betrekkelijk weinig nieuwe werknemers werden aangenomen.

Stijging loonkosten per gewerkt uur naar bedrijfstak tussen 2008 en 2018 (%)
BedrijfstakPrijs van arbeidStructuureffect
Onderwijs24,6-0,2
Openbaar bestuur18,36
Zorg18,93,5
Industrie13,68
Vervoer en opslag16,14
Cultuur, recreatie, overige diensten16,53
Handel11,47,4
Landbouw en visserij9,47,5
Financiële dienstverlening6,810
Bouwnijverheid7,87,7
Informatie en communicatie10,74,2
Verhuur en handel van onroerend goed7,86,2
Horeca8,40,7
Zakelijke dienstverlening7,61,1
 

Gemeten over de afgelopen tien jaar zijn de loonkosten per gewerkt uur van werknemers met ruim 16 procent gestegen. De stijging was het grootst in het onderwijs en het openbaar bestuur met ruim 24 procent. De stijging in de zakelijke dienstverlening bleef steken op 8,7 procent en de horeca op 9,1 procent. Gecorrigeerd voor de veranderingen in de werknemerspopulatie, kwam de zuivere prijsstijging tussen 2008 en 2018 uit op 13 procent. Dit betekent dat de loonkostenstijging van 16 procent voor bijna 3 procent is toe te schrijven aan de toename van het aandeel oudere werknemers en hoogopgeleiden. De consumentenprijzen zijn in dezelfde periode met bijna 16 procent gestegen.

Cijfers op StatLine: Prijs van arbeid volgens Nationale Rekeningen