Bijna kwart niet-Nederlandse kiesgerechtigden is Pools

Jongetje plant Europese vlag op een dak.
© Hollandse Hoogte
Ongeveer 13,5 miljoen inwoners van Nederland mogen stemmen tijdens de komende verkiezingen voor het Europees Parlement. Van deze groep heeft 3,6 procent een niet-Nederlandse nationaliteit, maar is wel EU-burger. Bijna een kwart van hen heeft de Poolse nationaliteit. Iets meer dan de helft van alle kiesgerechtigden is 50-plusser. Dat meldt het CBS op basis van bevolkingscijfers van 1 januari 2019, naar aanleiding van vragen uit de media.

 

Op 23 mei 2019 worden voor de negende keer Europese verkiezingen gehouden in Nederland. Voor deze verkiezingen is naar schatting 96,9 procent van de Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar kiesgerechtigd. Kiesgerechtigden zijn inwoners met een Nederlandse achtergrond én inwoners die niet de Nederlandse nationaliteit hebben, maar wel EU-burger zijn.

In 1979 was het de eerste keer dat inwoners – van wat toen nog de Europese Gemeenschap heette – rechtstreeks hun vertegenwoordigers voor het Europees Parlement konden kiezen. De verkiezingen worden om de vijf jaar gehouden, in een toenemend aantal lidstaten van de Europese Unie. Sinds 2013 telt de EU 28 lidstaten.

Top 10 kiesgerechtigden met niet-Nederlandse nationaliteit, 1 januari 2019 (x 1 000)
NationaliteitAantal
Pools116,91
Duits70,13
Brits42,86
Italiaans35,18
Belgisch31,05
Spaans28,78
Bulgaars24,88
Roemeens22,16
Frans21,72
Portugees19,20

Bijna half miljoen kiesgerechtigden met niet-Nederlandse nationaliteit

Van de kiesgerechtigden hebben ruim 491 duizend personen een niet-Nederlandse nationaliteit. Bijna een kwart (24 procent) van hen is Pools. Op ruime afstand volgen kiesgerechtigden uit Duitsland (14 procent) en het Verenigd Koninkrijk (9 procent).

Van de recent tot de EU toegetreden landen is, na Polen, het aandeel Roemeense en Bulgaarse stemgerechtigden het grootst.

Iets meer dan de helft van de kiesgerechtigden 50-plusser

Begin dit jaar was iets meer dan de helft (50,7 procent) van de kiesgerechtigden 50 jaar of ouder. Bijna een kwart (24,4 procent) van de potentiële kiezers is 65 jaar of ouder. Iets minder dan 8 procent van de kiesgerechtigden mag voor de eerste keer deelnemen aan de Europese verkiezingen. Bij de vorige verkiezingen hadden zij de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt. Niet-Nederlandse kiesgerechtigden komen vooral voor in de leeftijdscategorie van 25 tot en met 35 jaar.

Kiesgerechtigden, leeftijd, 1 januari 2019 (x 1 000)
LeeftijdNederlandsNiet-Nederlands
18204,224,97
19200,079,06
20198,9510,69
21192,5111,12
22190,9211,88
23190,8912,52
24195,5713,93
25194,3814,56
26195,615,11
27197,3615,58
28197,2115,67
29189,3615,93
30186,9115,81
31188,1615,16
32187,3515,04
33182,7514,8
34180,1414,36
35175,7314,16
36177,5213,46
37183,1312,73
38186,712,3
39181,2511,96
40182,5811,36
41180,7110,85
42183,710,39
43186,059,84
44195,229,56
45203,819,1
46222,358,8
47234,448,51
48245,388,06
49251,927,87
50241,297,66
51239,637,3
52241,016,84
53244,836,55
54249,456,37
55245,815,74
56241,345,18
57239,215,05
58231,964,62
59230,34,26
60223,753,83
61218,693,61
62214,113,29
63208,143
64204,392,75
65200,62,5
66199,752,34
67191,512,11
68190,692,09
69191,71,96
70195,441,84
71203,321,81
72207,111,65
73144,771,46
74148,661,48
75138,121,4
76124,431,2
77115,231,18
78114,051,15
79106,171,02
8099,390,92
8188,560,78
8282,910,67
8375,720,55
8469,250,48
8561,810,41
8656,770,33
8749,610,28
8843,640,23
8935,630,18
9030,070,16
9123,90,12
9219,540,1
9314,980,06
9411,650,05
958,640,04
966,090,03
974,130,02
982,80,01
991,640,01
1000,940
1010,560
1020,320
1030,150
1040,10
1050,050
1060,020
1070,010

Aandeel kiesgerechtigden het hoogst onder 65-plussers

Van de 65-plussers mag 99,3 procent zijn of haar stem uitbrengen bij de komende Europese verkiezingen. Ook onder 50- tot 65-jarigen is het aandeel stemgerechtigden met 98,5 procent hoger dan gemiddeld onder alle potentiële kiezers (96,9 procent). 

Het aandeel kiesgerechtigden is met 93,4 procent het laagst in de leeftijdsgroep van 30 tot 40 jaar. Deze leeftijdsgroep telt verhoudingsgewijs de meeste inwoners met een nationaliteit van buiten de EU. Ook onder jongeren (18 tot 30 jaar) is het aandeel kiesgerechtigden lager dan onder het gehele electoraat.

Kiesgerechtigden, leeftijdscategorie, 1 januari 2019 (%)
LeeftijdKiesgerechtigdenNiet-kiesgerechtigden
18 tot 30 jaar94,775,23
30 tot 40 jaar93,426,58
40 tot 50 jaar96,443,56
50 tot 65 jaar98,471,53
65 jaar en ouder99,310,69

Opkomst verkiezingen Nederland blijft achter bij EU-gemiddelde

Volgens de laatste cijfers van het Europees Parlement en het CBS is de animo bij de kiezer in Nederland voor de Europese verkiezingen in de loop der jaren afgenomen. De opkomst daalde van 58,1 procent in 1979 tot 30 procent in 1999. Daarna steeg de opkomst weer geleidelijk tot 37,3 procent in 2014. Dit is nog altijd onder het gemiddelde van alle EU-lidstaten (42,6 procent).

Wel is het verschil tussen de opkomst in Nederland en de Europese Unie beduidend kleiner geworden in de periode 1999–2014.

Opkomst verkiezingen Europees Parlement (%)
JaartalKiesgerechtigden Europese UnieKiesgerechtigden Nederland
197962,0058,10
198459,0050,90
198958,4047,50
199456,7035,70
199949,5030,00
200445,5039,30
200943,0036,80
201442,6037,30
CBS, Europees Parlement

Opkomstpercentage
 Opkomstpercentage
België89,64
Luxemburg85,55
Malta74,80
Griekenland59,97
Italië57,22
Denemarken56,32
Ierland52,44
Zweden51,07
Duitsland48,10
Litouwen47,35
Oostenrijk45,39
Cyprus43,97
Spanje43,81
Frankrijk42,43
Finland39,10
Nederland37,32
Estland36,52
Bulgarije35,84
Verenigd Koninkrijk35,60
Portugal33,67
Roemenie32,44
Letland30,24
Hongarije28,97
Kroatië25,24
Slovenië24,55
Polen23,83
Tsjechië18,20
Slowakije13,05
Bron: CBS, Europees Parlement
1) In België, Cyprus, Luxemburg en Griekenland gold in 2014 een opkomstplicht.

Vertrouwen in Europese Unie vooral onder jongeren

Van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar had vorig jaar 45 procent vertrouwen in het Europese Unie. Dit vertrouwen was al jarenlang vrij stabiel tussen 35 en 40 procent. De laatste jaren is een lichte stijging te zien. Dit geldt met name voor jongeren tot 35 jaar.

Het minste vertrouwen vertonen de 65- tot 75-jarigen. Minder dan een derde van deze leeftijdsgroep zegt vertrouwen te hebben in het Europese Unie. Daarentegen zegt meer dan de helft van de 65-plussers wel politieke interesse te hebben, meer dan onder jongeren het geval is.

Vertrouwen van Nederlandse bevolking in Europese Unie (%)
Leeftijdscategorie15 tot 25 jaar25 tot 35 jaar35 tot 45 jaar45 tot 55 jaar55 tot 65 jaar65 tot 75 jaar75 jaar of ouderTotaal
201257,3043,6040,3032,8031,5030,7037,2039,20
201355,0039,9033,8029,3025,5024,7030,8034,30
201456,4041,2036,2032,2027,0028,4032,2036,40
201554,5043,3036,2031,0024,6026,8034,1035,80
201657,1040,8034,5031,2028,6026,3033,1036,00
201766,5050,5043,6038,1032,5030,7038,7043,10
201871,5055,8043,5038,6033,5031,8039,9045,20

Nederland op plaats vier in Europa qua vertrouwen Europees Parlement

Volgens het Europees Sociaal Onderzoek (European Social Survey) uit 2016 geeft 41 procent van de Nederlandse bevolking aan vertrouwen in het Europees parlement te hebben. Ons land staat daarmee op de vierde plek binnen de Europese Unie. Alleen in Litouwen (52 procent), Finland (49 procent) en Ierland (42 procent) zegt een groter deel van de bevolking van vijftien jaar en ouder vertrouwen te stellen in het Europees parlement.

Litouwen is het enige land binnen de Europese Unie waar een meerderheid van de burgers het Europees parlement vertrouwt. Het minste vertrouwen is er in Frankrijk, Polen, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. Daar vertrouwt minder dan een kwart van de bevolking het Europees parlement.

% van de bevolking
 Vertrouwen in EP
Litouwen52,4
Finland49,1
Ierland42,0
Nederland40,8
Denemarken40,3
België38,8
Zweden36,8
Hongarije33,9
Italië33,4
Estland32,7
Duitsland32,1
Tsjechië31,6
Spanje31,1
Portugal30,9
Slovenië26,2
Oostenrijk24,8
Polen23,9
Verenigd Koninkrijk23,1
Frankrijk22,1
Bron: CBS, ESS
1)Denemarken gemeten in 2014.