Materiële welvaart

Een belangrijke maat voor de materiële welvaart is de consumptie. Na ruim vijf jaar van groei, kromp de consumptie door huishoudens in maart 2020 met ruim 6 procent. Zo’n krimp was niet eerder vertoond. De grootste klap moest toen echter nog komen. In april lag de consumptie door huishoudens liefst 16,5 procent lager dan een jaar eerder. Ook in mei-augustus kromp de consumptie harder dan ooit vóór maart 2020 werd gemeten.

  

Sparen zinvoller

Als onderdeel van het onderzoek naar consumentenvertrouwen wordt aan huishoudens gevraagd of ze sparen nu zinvol achten. Voor aanvang van de crisis vond een meerderheid dat sparen minder zinvol was. Vanaf de start van de crisis is dit beeld scherp veranderd en vindt juist een ruime meerderheid van de respondenten het nu een goed moment om te sparen.

 

Toename beschikbare inkomen

Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens is de laatste jaren voortdurend toegenomen. In het eerste kwartaal van 2020 was de toename nog 1,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het tweede kwartaal was de toename ten opzichte van het tweede kwartaal van 2019 1 procent. De voor inflatie gecorrigeerde ontwikkeling van het beschikbaar inkomen wordt bepaald op basis van het voortschrijdend gemiddelde van vier kwartalen. Deze toename is in het eerste kwartaal van 2020 ongeveer de gemiddelde toename in de voorbije vijf jaar. Het reëel beschikbare inkomen reageert nooit heel snel op crisissituaties. Gepensioneerden en werknemers met een vaste baan, twee omvangrijke groepen met vaste inkomsten, zorgen ervoor dat het totale inkomen maar weinig beweegt. Aan het begin van een crisis worden deze groepen doorgaans nog niet geraakt. Ook heeft de overheid allerlei maatregelen getroffen om ontregeling van de economie en inkomensderving tegen te gaan.