Arbeid en vrije tijd

Vanaf begin 2014 tot begin 2020 groeide de werkzame beroepsbevolking vrijwel ononderbroken, vanaf midden 2016 in een tamelijk constant tempo. In de periode februari-maart 2020 begon de groei te haperen. In april kromp de werkzame beroepsbevolking met 160 duizend personen ten opzichte van een maand eerder. In mei daalde de werkzame beroepsbevolking verder om vervolgens weer te stijgen, vooral in juni. In september kwam deze groei kortstondig tot stilstand. Vanaf oktober nam de werkzame beroepsbevolking weer toe. Toch was de omvang van de werkzame beroepsbevolking in januari 2021 nog 51 duizend kleiner dan een jaar eerder.

Werkloosheid verder gedaald

De groei van de werkzame beroepsbevolking van de afgelopen jaren ging gepaard met een daling van de werkloze beroepsbevolking. Alleen in 2019 nam de werkloosheid een tijdje licht toe. Eind 2019 daalde de werkloosheid verder tot hieraan in april van dit jaar een abrupt einde kwam. Tot en met augustus steeg de werkloosheid, maar vanaf september is de werkloosheid weer gedaald. In januari 2021 waren er 47 duizend meer mensen werkloos dan een jaar eerder.

 

Eerst minder maar in de zomer juist meer Nederlandse gasten in toeristische accommodaties

De coronacrisis had ook effect op de verblijfsrecreatie in Nederland. Op sommige plekken, zoals in Zeeland, gingen de logiesaccommodaties zelfs voor enige tijd dicht. In het tweede kwartaal van 2020 daalde het aantal Nederlandse gasten in hotels, kampeerterreinen, huisjesterreinen en groepsaccommodaties met 60 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2019, toen nog sprake was van een recordjaar. In april 2020 kwam de sector zelfs bijna geheel tot stilstand met een afname van Nederlandse gasten van iets meer dan 90 procent ten opzichte van april 2019. In mei en juni was er enig herstel, maar ook in juni ontvingen toeristische accommodaties slechts twee derde van het aantal Nederlandse gasten van een jaar eerder.

In de zomer was er een kentering. Nederlanders gingen weer met vakantie, maar veel vaker in eigen land. In juli tot en met september steeg het aantal overnachtingen door Nederlanders in eigen land dan ook juist uit boven die van voorgaande jaren. In oktober was het aantal overnachtingen weer vergelijkbaar met het aantal van vorig jaar. Het aantal overnachtingen laat hetzelfde beeld zien als het aantal gasten. Overigens bleven de buitenlandse gasten grotendeels weg, zodat het voor de Nederlandse toerisme-industrie allesbehalve een goed jaar was. Met name Amsterdam had (heeft) het zwaar met het gebrek aan buitenlandse toeristen.