Economie

In de jaren voor corona was het vertrouwen van industriële ondernemers relatief hoog. Het producentenvertrouwen steeg in februari 2018 naar tot dan toe ongekende hoogte. Daarna liep het vertrouwen geleidelijk terug, maar bleef tot de uitbraak van de coronacrisis positief. In april 2020 verslechterde het producentenvertrouwen echter enorm. Het was niet alleen de grootste daling ooit, maar het vertrouwen kwam ook op het laagste niveau ooit uit. Daarna nam het vertrouwen echter vrijwel onafgebroken toe en bereikte in juli 2021 zelfs het hoogste niveau sinds de start van het onderzoek in 1985.

Economie deels teruggeveerd

In het tweede kwartaal van 2020 kromp de economie met 8,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Een dergelijke krimp was niet eerder door het CBS gemeten. In de kwartalen daarop veerde het bruto binnenlands product (bbp) weer terug, met een terugval in het eerste kwartaal van 2021 tijdens de tweede lockdown.

Overheidssaldo negatief

De overheidsfinanciën waren begin 2020 goed op orde. Begin 2020 bedroeg de overheidsschuld 49,3 procent van het bbp. De inkomsten waren in 2019 groter dan de uitgaven. Door de maatregelen om de coronacrisis te bestrijden liepen de uitgaven echter snel op. Tegelijkertijd namen de inkomsten af. Hierdoor was het overheidssaldo in 2020 voor het eerst na 2015 weer negatief. De overheidsschuld liep in 2020 op tot 54,3 procent van het bbp.

Consumentenvertrouwen geleidelijk minder negatief

Net als het producentenvertrouwen kende het consumentenvertrouwen in april 2020 de sterkste daling ooit gemeten. Na een verdere daling in mei begon het consumentenvertrouwen vanaf november 2020 weer langzaam te stijgen tot juli 2021. In de maanden daarop bleef het vertrouwen echter hangen en zijn consumenten per saldo nog steeds negatief.

Minder faillissementen

In de eerste helft van 2020 was het aantal faillissementen vergelijkbaar met 2019. Daarna lag het aantal faillissementen bijna iedere week onder het niveau van 2019.