AOW-opbouw bij mensen met migratieachtergrond omhoog

Inwoners met een migratieachtergrond slagen er de laatste jaren in hogere aanspraken op AOW op te bouwen. In 2014 en 2015 had deze groep gemiddeld 77 procent opgebouwd, tegen 75 procent in 2004. Dit meldt CBS op basis van nieuwe cijfers over de AOW-opbouw in 2015.

Voor elk jaar dat mensen in Nederland wonen, bouwen ze AOW op, ongeacht de nationaliteit. Veel inwoners met een migratieachtergrond wonen te kort in Nederland om voldoende rechten op te bouwen voor de volksverzekering van de AOW. Door de verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 2013 hebben ze meer tijd om hun AOW op te bouwen dan voorheen.

Ook is de zogeheten eerste generatie, oftewel de generatie die zich in Nederland vestigde, kleiner geworden ten opzichte van de groep die in Nederland is geboren. In 2004 was 52 procent van de eerste generatie, tegen 51 procent in 2015. Dit kleine verschil werkt door in de opbouw.

Verzekerde jaren

De AOW-opbouw is afhankelijk van de periode waarin een persoon verzekerd was gedurende de vijftig jaren voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd. Op enkele uitzonderingen na bouwt elke ingezetene in Nederland AOW op. De hoogte van de AOW is gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met een toeslag van 2,4 procent.

Gemiddeld kwamen alle Nederlandse ingezetenen in 2015 uit op een AOW-opbouw van 94 procent. Inwoners met een Nederlandse achtergrond hadden met een gemiddelde van 99 procent een bijna volledige opbouw.

 

Opbouwpercentage AOW
 TotaalPersonen zonder migratieachtergrondPersonen met een migratieachtergrond
200493,998,675,1
201593,89977,3

De hogere AOW-leeftijd pakt gunstig uit voor mensen met een migratieachtergrond doordat de aanvangsleeftijd van de opbouwfase tegelijkertijd omhoog ging met de AOW-gerechtigde leeftijd. Bij een AOW-leeftijd van 67 jaar begint de opbouw bij 17 jaar. Mensen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen missen op die manier minder verzekerde jaren dan toen de opbouw nog twee jaar eerder begon. Ze bouwen nu wel de extra jaren AOW op 66- en 67-jarige leeftijd op.

Verschillen tussen mensen met een migratieachtergrond

Van 2004 tot 2015 steeg de AOW-opbouw bij inwoners met een migratieachtergrond in het algemeen, maar toch bestaan grote verschillen tussen de verschillende groepen. Personen met een niet-westerse achtergrond die geen wortels in Suriname, Marokko, Turkije of de Nederlandse Antillen en Aruba hebben, zitten met een opbouw van 65 procent ver onder het landelijk gemiddelde. Zij krijgen dus bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd gemiddeld 65 procent van de volledige AOW-uitkering.

Mensen met een Surinaamse achtergrond hebben met 91 procent juist het hoogste opbouwpercentage van alle inwoners met een migratieachtergrond. Een relatief groot deel van deze groep kwam na de onafhankelijkheid van Suriname halverwege de jaren zeventig naar Nederland en woont hier sindsdien, met een groot aantal opbouwjaren tot gevolg. Een tussenpositie is weggelegd voor de herkomstgroepen uit Turkije en Marokko, beiden met 88 procent, en personen van de (voormalige) Nederlandse Antillen en Aruba met 83 procent.

Opbouwpercentage AOW, naar migratieachtergrond
 20042015
Westers79,774,8
Niet-westers71,179,2
Marokkaans77,187,5
Turks78,688,4
Surinaams82,990,8
Antilliaans en Arubaans68,182,7

Stijgers en dalers

Het opbouwpercentage van personen met een Antilliaanse en Arubaanse achtergrond lag in 2015 zo’n 21 procent hoger dan in 2004. Mensen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond hadden in 2015 respectievelijk 12 en 13 procent meer opgebouwd dan toen.

Niet bij elke herkomstgroep steeg de opbouw. Bij de personen met een westerse achtergrond ligt de AOW-opbouw in 2015 juist een stuk lager dan in 2004. Deze groep bestaat steeds meer uit personen uit Oost-Europese landen die zich recent in Nederland vestigden en daarom tot de eerste generatie behoorden. Zo’n 23 procent in 2015 kwam uit Oost-Europa, tegen 13 procent in 2004. In dat jaar trad Polen toe tot de Europese Unie.

Het opbouwniveau zakt bij de groep met een westerse achtergrond van 80 naar 75 procent. Daardoor neemt de kans toe dat een latere korting op de AOW-uitkering leidt tot onvoldoende inkomsten om op het bestaansminimum te komen.

Bronnen

Relevante links