5. Traditionele criminaliteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mate waarin inwoners van Nederland in de afgelopen twaalf maanden geconfronteerd werden met een of meer vormen van traditionele criminaliteit. Het gaat om gebeurtenissen die burgers zelf en in een privé-situatie hebben meegemaakt. Het gaat in dit hoofdstuk om criminaliteitsvormen zoals geweld, inbraak en diefstal, en vernieling. Online criminaliteit, dat wil zeggen vormen van criminaliteit waarvan mensen via het internet, e-mail of app slachtoffer worden, komt aan de orde in hoofdstuk 6.
Het slachtofferschap van traditionele criminaliteit in de afgelopen twaalf maanden is uitgesplitst naar type delict, persoonskenmerken en regio. Ook komt aan de orde wat de gevolgen hiervan zijn voor slachtoffers, of er melding dan wel aangifte van is gedaan bij de politie, en bij geweldsdelicten wie de dader was. Deze gegevens hebben betrekking op het laatste delict waar mensen in de afgelopen twaalf maanden mee te maken hebben gehad. Ook wordt de traditionele criminaliteit weergegeven in het aantal ondervonden delicten. Meer cijfermateriaal over slachtofferschap, naar regio en persoonskenmerken, en over ondervonden delicten, uitgesplitst naar regio en persoonskenmerken, is beschikbaar op Statline.
5.1 Slachtoffers traditionele criminaliteit
In 2025 zijn ongeveer 3 miljoen van de inwoners van Nederland van 15 jaar of ouder slachtoffer geweest van een of meer geweldsdelicten, vermogensdelicten of vernielingen. Dit is met 20 procent van alle 15-plussers evenveel als in 2023, maar meer dan in 2021 (17 procent). Het vaakst werden zij slachtoffer van vermogensdelicten (11 procent), gevolgd door vernielingen en geweldsdelicten (beide 7 procent). Ook voor deze delictsvormen geldt dat het slachtofferschap in 2025 gelijk is aan dat in 2023, maar hoger is dan in 2021.
Geweldsdelicten zijn delicten waarbij daadwerkelijk geweld wordt gebruikt of hiermee gedreigd wordt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen mishandeling, geweldsdelicten met (vermeende) seksuele bedoelingen, en (be)dreiging met fysiek geweld. Bedreiging komt het vaakst voor (5 procent). 2 procent was slachtoffer van geweld met seksuele bedoelingen en 1 procent was slachtoffer van mishandeling. Bedreiging, seksuele delicten en mishandeling kwamen even vaak voor als in 2023, maar vaker dan in 2021.
Van de onderscheiden vormen van vermogensdelicten komt fietsdiefstal het meest voor: 5 procent werd hiervan slachtoffer. Met woninginbraak of een poging daartoe is 2 procent geconfronteerd. Van zowel diefstal uit de eigen auto (bijvoorbeeld van een autoradio of tas) als diefstal vanaf de eigen auto (bijvoorbeeld van buitenspiegels of wieldoppen) was 1 procent slachtoffer. Van autodiefstal was 0,1 procent slachtoffer van diefstal van een ander voertuig zoals een brommer of scooter 0,2 procent. Het afgelopen jaar is 1 procent slachtoffer geweest van (poging tot) zakkenrollerij of beroving. Verder heeft 2 procent te maken gehad met andere, niet nader genoemde vormen van diefstal. Al deze delicten kwamen in 2025 even vaak voor als in 2023, maar fietsdiefstal, zakkenrollerij of beroving en overige diefstal zijn gestegen ten opzichte van 2021.
Van vernieling was 7 procent in 2025 slachtoffer. Het gaat hierbij om het met opzet iets vernielen of beschadigen zonder dat er iets gestolen wordt, zoals het bekrassen van een auto, het lek prikken van fietsbanden of het bekladden van muren. In 2025 was het percentage slachtoffers van vernieling gelijk aan dat in 2023, maar het lag hoger dan in 2021.
| 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2023 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2021 (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|
| Totaal delicten | 20 | 19,9 | 17,1 |
| Geweldsdelicten totaal | 6,7 | 6,4 | 5,2 |
| Mishandeling | 1,3 | 1,1 | 1 |
| Bedreiging met fysiek geweld | 4,9 | 4,6 | 4 |
| Seksuele delicten | 1,9 | 1,9 | 1,1 |
| Vermogensdelicten totaal | 10,7 | 10,8 | 9 |
| (Poging tot) inbraak | 2 | 2 | 1,8 |
| Fietsdiefstal | 4,9 | 5 | 3,8 |
| Autodiefstal¹⁾ | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Diefstal uit auto¹⁾ | 0,6 | 0,6 | 0,6 |
| Diefstal vanaf auto¹⁾ | 0,9 | 0,9 | 0,9 |
| Diefstal andere voertuigen¹⁾ | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| (Poging tot) zakkenrollerij, beroving | 1,4 | 1,4 | 0,9 |
| Overige diefstal | 2,4 | 2,4 | 2,1 |
| Vernielingen | 6,8 | 6,5 | 6 |
| 1) Afgeleid voor 18-plussers, maar gepercenteerd op de bevolking van 15 jaar of ouder. | |||
Aantal delicten traditionele criminaliteit
In 2025 bedroeg het aantal gewelds- en vermogensdelicten en vernielingen in Nederland samen 40 per 100 inwoners. Dit verschilt niet van het aantal in 2023 (39 per 100), maar ligt wel hoger dan in 2021 (33 per 100). Het aantal ondervonden geweldsdelicten bedroeg 13 per 100 inwoners, het aantal vermogensdelicten 16 per 100 inwoners en het aantal vernielingen 11 per 100 inwoners. Ook voor de drie hoofdcategorieën geldt dat het aantal per 100 inwoners is gestegen ten opzichte van 2021, maar gelijk is gebleven in vergelijking met 2023.
| 2025 (aantal per 100 inwoners) | 2023 (aantal per 100 inwoners) | 2021 (aantal per 100 inwoners) | |
|---|---|---|---|
| Totaal delicten | 40,4 | 39,1 | 33,3 |
| Geweldsdelicten totaal | 13,3 | 12,7 | 10,3 |
| Mishandeling | 1,8 | 1,6 | 1,5 |
| Bedreiging met fysiek geweld | 8,2 | 7,8 | 6,8 |
| Seksuele delicten | 3,4 | 3,4 | 2,0 |
| Vermogensdelicten totaal | 16,2 | 16,0 | 13,4 |
| (Poging tot) inbraak | 2,8 | 2,8 | 2,4 |
| Fietsdiefstal | 6,4 | 6,5 | 5,0 |
| Autodiefstal¹⁾ | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Diefstal uit auto¹⁾ | 0,8 | 0,7 | 0,7 |
| Diefstal vanaf auto¹⁾ | 1,1 | 1,1 | 1,1 |
| Diefstal andere voertuigen¹⁾ | 0,3 | 0,2 | 0,2 |
| (Poging tot) zakkenrollerij, beroving | 1,5 | 1,4 | 1,0 |
| Overige diefstal | 3,2 | 3,2 | 2,8 |
| Vernielingen | 10,8 | 10,4 | 9,6 |
| 1) Afgeleid voor 18-plussers, maar bepaald voor inwoners van 15 jaar of ouder. | |||
Trends slachtofferschap traditionele criminaliteit
Tussen 2005 en 2021 liet het slachtofferschap van traditionele criminaliteit, op enkele fluctuaties na, een dalend trend zien. Tussen 2021 en 2023 was er sprake van een stijging, die relatief sterk was bij de geweldsdelicten. Tussen 2023 en 2025 bleef het slachtofferschap stabiel.
Het sterkst afgenomen over de hele periode 2005-2025 is het slachtofferschap van vermogensdelicten. Dit is met 59 procent gedaald (index 2025 = 41), gevolgd door vernielingen (index 2025 = 44) en geweldsdelicten (index 2025 = 76). In totaliteit is het slachtofferschap van traditionele criminaliteit sinds 2005 met 52 procent gedaald (index 2025 = 48).
| Totaal (2005=100) | Geweldsdelicten (2005=100) | Vermogensdelicten (2005=100) | Vernielingen (2005=100) | |
|---|---|---|---|---|
| 2005 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| 2006 | 94,6 | 88,2 | 95,3 | 92,5 |
| 2007 | 89,7 | 91,4 | 85,7 | 89,8 |
| 2008 | 77,6 | 79,8 | 69,9 | 80 |
| 2009 | 79,8 | 84,1 | 70,5 | 83,7 |
| 2010 | 75,6 | 82,3 | 66,4 | 74,4 |
| 2011 | 74 | 77,5 | 68,4 | 72,1 |
| 2012 | 72,2 | 78,9 | 67,9 | 68,9 |
| 2013 | 71,8 | 73,2 | 70,6 | 64,1 |
| 2014 | 68,7 | 69,7 | 66,9 | 61,2 |
| 2015 | 64,1 | 66,7 | 62,7 | 56,1 |
| 2016 | 63,1 | 71,1 | 59,2 | 56,3 |
| 2017 | 55,3 | 64,4 | 51,4 | 49,1 |
| 2018 | ||||
| 2019 | 49,7 | 60 | 44,3 | 45,8 |
| 2020 | ||||
| 2021 | 40,9 | 58,6 | 34,3 | 39,4 |
| 2022 | ||||
| 2023 | 47,4 | 72,6 | 41,4 | 42,2 |
| 2024 | ||||
| 2025 | 47,7 | 75,7 | 40,8 | 44,2 |
| 1) Vanaf 2017 wordt de Veiligheidsmonitor tweejaarlijks uitgevoerd. | ||||
Slachtofferschap traditionele criminaliteit naar geslacht en leeftijd
Het slachtofferschap van criminaliteit verschilt naar geslacht en vooral naar leeftijd. Mannen zijn vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit, maar alleen van vernielingen en vermogensdelicten. Van geweldsdelicten zijn mannen en vrouwen even vaak slachtoffer.
Groter zijn de verschillen naar leeftijd. Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen. In totaal zijn 15- tot 25-jarigen met 28 procent en 25- tot 45-jarigen met 25 procent ruim 2 keer zo vaak slachtoffer als 65-plussers (11 procent). Bij geweldsdelicten zijn de leeftijdsverschillen nog groter: 12 procent van de 15- tot 25-jarigen was in 2025 slachtoffer van een geweldsdelict, van de 65-plussers 2 procent. Bij vernielingen is het beeld anders. Hier zijn de 25- tot 45-jarigen het vaakst slachtoffer (9 procent).
| % | Totaal (% van personen van 15 jaar of ouder) | Geweldsdelicten (% van personen van 15 jaar of ouder) | Vermogensdelicten (% van personen van 15 jaar of ouder) | Vernielingen (% van personen van 15 jaar of ouder) |
|---|---|---|---|---|
| Geslacht | ||||
| Man | 21 | 6,8 | 11,3 | 7,5 |
| Vrouw | 19 | 6,6 | 10,1 | 6 |
| Leeftijd | ||||
| 15 tot 25 jaar | 28,2 | 12,4 | 16,2 | 6,5 |
| 25 tot 45 jaar | 25,1 | 8,4 | 13,5 | 8,8 |
| 45 tot 65 jaar | 18,5 | 5,7 | 9,5 | 7 |
| 65 jaar of ouder | 10,7 | 2,5 | 5,5 | 4,1 |
Slachtofferschap traditionele criminaliteit naar politieregio
Binnen de tien regionale eenheden van de politie varieert het percentage inwoners dat aangeeft slachtoffer te zijn geweest van traditionele criminaliteit in 2025 van 17 in Oost-Nederland en Noord-Nederland tot 33 in Amsterdam. In alle regionale eenheden is het slachtofferschap in 2025 net als in heel Nederland hoger dan in 2021.
| RE | 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2023 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2021 (% van personen van 15 jaar of ouder) |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 32,9 | 30,8 | 27,4 |
| Rotterdam | 23,3 | 22,7 | 21,2 |
| Den Haag | 22,3 | 21,9 | 19,2 |
| Midden-Nederland | 21,2 | 20,1 | 18,4 |
| Noord-Holland | 19,4 | 19,1 | 16,3 |
| Oost-Brabant | 17,7 | 17,9 | 14,6 |
| Limburg | 17,6 | 18,1 | 15,4 |
| Zeeland - West-Brabant | 17,6 | 18,5 | 15 |
| Noord-Nederland | 17 | 17,4 | 13,7 |
| Oost-Nederland | 16,5 | 17 | 14,5 |
Bij de basisteams van de politie loopt het slachtofferschapspercentage van traditionele criminaliteit uiteen van 10 in Twente-West, Horst/Peel en Maas, Vechtdal en Noord-Oost Twente tot 54 in het Amsterdamse Centrum-Burgwallen.
| Basisteam | % van personen van 15 jaar of ouder (%) |
|---|---|
| Noordwest-Fryslân | 16,7 |
| Noordoost-Fryslân | 12,3 |
| Oost-Fryslân | 16,2 |
| Zuidoost-Fryslân | 14,3 |
| Sneek | 14,7 |
| Leeuwarden | 18,0 |
| Westerkwartier | 12,7 |
| Ommelanden-Noord | 17,9 |
| Ommelanden-Oost | 13,2 |
| Ommelanden-Midden | 15,0 |
| Groningen-Zuid | 22,1 |
| Groningen-Centrum | 42,0 |
| Groningen-Noord | 27,8 |
| Noord-Drenthe | 13,7 |
| Zuidoost-Drenthe | 15,8 |
| Zuidwest-Drenthe | 14,1 |
| IJsselland-Noord | 12,7 |
| Zwolle | 21,7 |
| Vechtdal | 10,1 |
| IJsselland-Zuid | 17,8 |
| Twente-West | 9,6 |
| Twente-Noord | 16,7 |
| Twente-Midden | 16,2 |
| Noordoost-Twente | 10,3 |
| Enschede | 25,3 |
| Achterhoek-Oost | 12,0 |
| Achterhoek-West | 14,7 |
| IJsselstreek | 13,6 |
| Apeldoorn | 19,5 |
| Veluwe-Noord | 11,2 |
| Veluwe-West | 16,9 |
| Veluwe Vallei-Noord | 13,2 |
| Ede | 17,3 |
| Veluwe Vallei-Zuid | 16,5 |
| Arnhem-Noord | 30,2 |
| Arnhem-Zuid | 21,8 |
| Rivierenland-West | 15,1 |
| IJsselwaarden | 17,8 |
| Rivierenland-Oost | 13,9 |
| Nijmegen-Noord | 26,3 |
| Nijmegen-Zuid | 23,9 |
| Tweestromenland | 13,3 |
| De Waarden | 15,2 |
| Gooi en Vechtstreek-Noord | 17,1 |
| Gooi en Vechtstreek-Zuid | 20,6 |
| Dronten / Noordoostpolder / Urk | 14,3 |
| Lelystad / Zeewolde | 22,6 |
| Almere Buiten Hout | 20,6 |
| Almere-Stad Haven | 22,5 |
| Almere-West-Poort | 24,8 |
| Amersfoort | 23,9 |
| De Bilt / Eemdal / Soest | 18,9 |
| Zeist / Bunnik / Leusden / Woudenberg | 16,7 |
| Heuvelrug | 16,2 |
| Utrecht-West | 24,2 |
| Utrecht-Noord | 34,9 |
| Utrecht-Centrum | 37,1 |
| Utrecht-Zuid | 29,2 |
| Stichtse Vecht / De Ronde Venen | 18,3 |
| De Copen | 15,3 |
| Lekpoort | 18,2 |
| Den Helder | 16,2 |
| Alkmaar | 18,6 |
| Hoorn | 17,0 |
| Heerhugowaard | 17,7 |
| Zaanstad | 21,4 |
| Purmerend | 16,3 |
| IJmond | 19,3 |
| Haarlem | 28,0 |
| Kennemer Kust | 21,1 |
| Haarlemmermeer | 18,6 |
| Centrum-Burgwallen | 53,5 |
| Centrum-Amstel | 42,5 |
| Centrum-Jordaan | 39,2 |
| Boven IJ | 26,1 |
| Oost-Zeeburg | 33,7 |
| Oost-Watergraafsmeer | 40,1 |
| Amstelland-Oost | 20,7 |
| Zuidoost-Bijlmermeer | 31,7 |
| Zuidoost-Gaasperdam | 24,5 |
| Zuid de Pijp | 43,6 |
| Zuid Buitenveldert | 40,0 |
| Amstelveen | 22,2 |
| Aalsmeer - Uithoorn | 14,6 |
| West-Haarlemmerweg | 34,7 |
| West-Overtoomsesluis | 44,2 |
| Nieuw West-Zuid | 36,2 |
| Nieuw West-Noord | 32,5 |
| Jan Hendrikstraat | 36,3 |
| De Heemstraat | 30,3 |
| Hoefkade | 33,6 |
| Overbosch | 23,8 |
| Loosduinen | 23,3 |
| Scheveningen | 28,7 |
| Segbroek | 30,5 |
| Laak | 35,9 |
| Beresteinlaan | 24,1 |
| Zuiderpark | 34,0 |
| Leidschenveen - Ypenburg | 20,2 |
| Zoetermeer | 18,3 |
| Leidschendam - Voorburg | 21,1 |
| Wassenaar | 20,5 |
| Pijnacker - Nootdorp | 13,8 |
| Rijswijk | 25,7 |
| Westland | 16,6 |
| Delft | 26,5 |
| Hillegom-Lisse-Teylingen | 17,7 |
| Katwijk-Noordwijk | 19,0 |
| Leiden-Noord | 21,2 |
| Leiden-Zuid | 22,8 |
| Leiden-Midden | 31,9 |
| Alphen aan den Rijn | 17,7 |
| Kaag en Braassem | 16,7 |
| Gouda | 19,9 |
| Waddinxveen / Zuidplas | 14,7 |
| Krimpenerwaard | 12,3 |
| Waterweg | 21,6 |
| Schiedam | 29,7 |
| Midden-Schieland | 23,0 |
| Delfshaven | 37,1 |
| Centrum | 42,8 |
| Maas-Rotte | 39,7 |
| IJsselland | 20,9 |
| Charlois | 32,7 |
| Feijenoord | 27,6 |
| IJsselmonde | 27,7 |
| Haringvliet | 16,4 |
| Nissewaard | 17,0 |
| Oude Maas | 18,5 |
| Hoeksche Waard | 13,1 |
| Drechtsteden Buiten | 18,1 |
| Drechtsteden Binnen | 23,8 |
| Lek en Merwede | 15,7 |
| Havens (RT) | |
| Walcheren | 17,1 |
| Zeeuws-Vlaanderen | 13,0 |
| Oosterscheldebekken | 13,9 |
| Bergen op Zoom | 17,7 |
| Roosendaal | 18,1 |
| Weerijs | 17,9 |
| Markdal | 23,6 |
| Dongemond | 14,0 |
| Tilburg-Centrum | 27,0 |
| Leijdal | 18,2 |
| Groene Beemden | 19,3 |
| Langstraat | 13,9 |
| 's-Hertogenbosch | 19,6 |
| Meierij | 14,8 |
| Maasland | 18,2 |
| Maas en Leijgraaf | 15,6 |
| Eindhoven-Zuid | 24,0 |
| Eindhoven-Noord | 26,8 |
| De Kempen | 13,3 |
| Dommelstroom | 16,1 |
| Peelland | 16,5 |
| Venray / Gennep | 14,4 |
| Horst / Peel en Maas | 9,8 |
| Venlo / Beesel | 20,9 |
| Weert | 14,9 |
| Roermond | 16,6 |
| Echt | 12,5 |
| Brunssum / Landgraaf | 18,1 |
| Kerkrade | 23,1 |
| Heerlen | 21,8 |
| Heuvelland | 15,2 |
| Maastricht | 24,2 |
| Westelijke Mijnstreek | 17,8 |
In tabellenbijlage II is weergegeven in welke regionale eenheden, politiedistricten en basisteams het slachtofferschap van traditionele criminaliteit – rekening houdend met de betrouwbaarheidsintervallen rond de uitkomsten – hoger of lager is dan het landelijke gemiddelde, en hoger of lager is dan in 2023 en 2021.
Slachtofferschap traditionele criminaliteit naar 70-duizend-plus-gemeente
Het percentage dat in 2025 slachtoffer is geweest van traditionele criminaliteit is in de 70-duizend-plus-gemeenten met 25 procent hoger dan gemiddeld in Nederland (20 procent). Het hoogst is het slachtofferschap in de G4 (32 procent). In de G40 is 23 procent slachtoffer geweest en in de overige 70-duizend-plus-gemeenten 17 procent.
Op het niveau van de 59 afzonderlijke 70-duizend-plus-gemeenten varieert het percentage inwoners dat slachtoffer is geweest van traditionele criminaliteit van 13 in Meijerijstad en Hoeksche Waard tot 36 in Amsterdam.
| Gemeente | % van personen van 15 jaar of ouder (%) |
|---|---|
| Groningen | 29,4 |
| Almere | 22,7 |
| Leeuwarden | 18,0 |
| Assen | 17,2 |
| Emmen | 17,5 |
| Almelo | 19,5 |
| Deventer | 20,0 |
| Enschede | 25,3 |
| Hengelo | 20,3 |
| Zwolle | 21,7 |
| Apeldoorn | 19,5 |
| Arnhem | 26,3 |
| Ede | 17,3 |
| Nijmegen | 25,0 |
| Amersfoort | 23,9 |
| Utrecht | 31,2 |
| Veenendaal | 18,2 |
| Alkmaar | 20,6 |
| Amstelveen | 22,2 |
| Amsterdam | 35,8 |
| Haarlem | 28,0 |
| Haarlemmermeer | 18,6 |
| Hilversum | 22,1 |
| Hoorn | 18,0 |
| Purmerend | 15,9 |
| Velsen | 19,8 |
| Zaanstad | 22,2 |
| Alphen aan den Rijn | 17,7 |
| Delft | 26,5 |
| Dordrecht | 23,8 |
| Gouda | 21,5 |
| s-Gravenhage | 29,1 |
| Leiden | 29,5 |
| Rotterdam | 31,0 |
| Schiedam | 29,7 |
| Vlaardingen | 23,2 |
| Zoetermeer | 18,3 |
| Bergen op Zoom | 20,9 |
| Breda | 22,7 |
| Eindhoven | 25,4 |
| Helmond | 19,6 |
| s-Hertogenbosch | 19,6 |
| Oss | 20,9 |
| Tilburg | 23,7 |
| Heerlen | 21,8 |
| Maastricht | 24,2 |
| Venlo | 21,9 |
| Lelystad | 24,1 |
| Roosendaal | 23,1 |
| Westland | 16,5 |
| Sittard-Geleen | 20,3 |
| S�dwest-Frysl�n | 16,2 |
| Leidschendam-Voorburg | 21,1 |
| Nissewaard | 17,0 |
| Meierijstad | 13,2 |
| Hoeksche Waard | 13,1 |
| Dijk en Waard | 18,6 |
| Land van Cuijk | 14,1 |
| Voorne aan Zee | 17,6 |
In tabellenbijlage III is weergegeven in welke 70-duizend-plus-gemeenten het slachtofferschapspercentage hoger of lager is dan het gemiddelde van deze gemeenten en hoger of lager is dan in 2023 en 2021.
5.2 Daders geweldsdelicten
Aan slachtoffers van geweld is gevraagd of ze de dader(s) kenden en zo ja, wie dat waren, dat wil zeggen wat hun relatie met de dader was. Ruim een derde van de geweldsslachtoffers kende de dader of de daders. In het geval van mishandeling was de dader bij 41 procent van de slachtoffers bekend, bij fysieke bedreiging bij 34 procent, en bij seksuele delicten bij 32 procent.
De relatie tussen slachtoffer en dader varieert naar het soort geweldsdelict. Bij bedreiging met fysiek geweld en bij mishandeling gaven 15 procent en 11 procent van de slachtoffers aan dat een buurtgenoot de dader was. Bij seksuele delicten werden een vriend(in) of collega met elk 5 procent relatief vaak genoemd. Mishandeling wordt vaker dan de andere delicten door de partner of ex-partner gepleegd (respectievelijk 2 en 5 procent). Een substantieel deel van de slachtoffers zegt dat een andere, niet nader genoemde bekende de dader is (bij mishandeling 14 procent, en bij zowel fysieke bedreiging als seksueel geweld 11 procent).
| % daders | Mishandeling (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | Bedreiging met fysiek geweld (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | Seksuele delicten (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) |
|---|---|---|---|
| Partner | 1,6 | 0,5 | 1 |
| Ex-partner | 4,8 | 2 | 3,5 |
| Familielid | 4 | 1,7 | 0,6 |
| Buurtgenoot | 11,2 | 14,8 | 4,4 |
| Vriend / vriendin | 2,7 | 1,4 | 4,7 |
| Collega | 1,1 | 1,1 | 5 |
| Leidinggevende | 0,2 | 0,4 | 1,7 |
| Medestudent / -scholier | 2,8 | 2,2 | 0,7 |
| Docent of andere leraar | 0,1 | 0 | 0,4 |
| Bekende van sport of hobby | 1 | 0,6 | 1,7 |
| Zorgverlener | 0,2 | 0,2 | 0,1 |
| Andere bekende | 13,7 | 11,3 | 10,6 |
| 1) Meerdere antwoorden mogelijk. | |||
5.3 Gevolgen traditionele criminaliteit voor slachtoffers
Ruim een kwart van de slachtoffers van traditionele criminaliteit gaf aan emotionele of psychische problemen, lichamelijke verwondingen of letsel en/of financiële problemen te (hebben) ervaren als gevolg van hun slachtofferschap. Emotionele of psychische problemen werden het vaakst gerapporteerd: 22 procent van de slachtoffers had hier last van.
Het percentage slachtoffers dat gevolgen heeft ondervonden is het grootst bij geweldsdelicten: 35 procent van de geweldsslachtoffers heeft emotionele, financiële en/of fysieke gevolgen ervaren. Emotionele problemen kwamen met 32 procent verreweg het meest voor, gevolgd door lichamelijk letsel (7 procent) en financiële problemen (3 procent). Ook bij vermogensdelicten en vernielingen hadden slachtoffers het vaakst emotionele problemen, maar bij deze delicten worden ook financiële problemen relatief vaak gerapporteerd.
| Totaal (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | Emotionele of psychische problemen (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | Financiële problemen (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | Lichamelijke verwondingen of letsel (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 27,9 | 22,3 | 9,7 | 3,0 |
| Geweldsdelicten | 35,0 | 32,2 | 3,0 | 7,0 |
| Vermogensdelicten | 27,0 | 19,5 | 12,7 | 1,0 |
| Vernielingen | 20,9 | 14,6 | 9,1 | 0,9 |
| 1) Meerdere antwoorden mogelijk. | ||||
5.4 Melding en aangifte traditionele criminaliteit
Percentage slachtoffers dat melding en aangifte doet
In 2025 deed 37 procent van de slachtoffers van traditionele criminaliteit melding bij de politie van wat hen overkomen was. Bijna 1 op de 3 slachtoffers (31 procent) deed aangifte. Dit is vergelijkbaar met 2023 en 2021 toen telkens 37 procent een melding en 32 procent aangifte deed.
Het aangiftepercentage verschilt per delictsoort. Slachtoffers van vermogensdelicten doen het vaakst aangifte (40 procent). Vooral autodiefstal en diefstal van andere voertuigen worden vaak aangegeven: respectievelijk 86 procent en 78 procent van de slachtoffers van deze delicten doen aangifte. Ook (poging) tot inbraak en diefstal uit de auto worden vaak aangegeven (door 51 procent en 57 procent van de slachtoffers). Slachtoffers van geweldsdelicten en vernielingen doen minder vaak aangifte van wat hen overkomen is (17 procent en 18 procent). Slachtoffers van seksuele delicten doen het minst vaak aangifte (8 procent).
Soms melden slachtoffers bij de politie wat hen overkomen is maar doen ze geen aangifte. Vooral bij geweldsdelicten komt dit relatief vaak voor en dan vooral bij bedreiging met fysiek geweld en bij mishandeling. Van de slachtoffers van geweldsdelicten heeft 27 procent dit bij de politie gemeld, terwijl 17 procent aangifte doet. Bij vermogensdelicten zijn deze percentages 44 (melding) en 40 (aangifte), en bij vernielingen 22 en 18.
| % slachtoffers | Melding (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) | Aangifte (% van slachtoffers van 15 jaar of ouder) |
|---|---|---|
| Totaal delicten | 36,5 | 30,8 |
| Geweldsdelicten totaal | 27,1 | 17,4 |
| Mishandeling | 49,4 | 35,4 |
| Bedreiging met fysiek geweld | 27,9 | 17,2 |
| Seksuele delicten | 11,2 | 7,6 |
| Vermogensdelicten totaal | 44,3 | 40,5 |
| (Poging tot) inbraak | 61,4 | 51,3 |
| Fietsdiefstal | 41,3 | 39,3 |
| Autodiefstal | 85,6 | 85,6 |
| Diefstal uit auto | 60 | 57,1 |
| Diefstal vanaf auto | 40,5 | 38,8 |
| Diefstal andere voertuigen | 80 | 78,4 |
| (Poging tot) zakkenrollerij, beroving | 42,2 | 38,7 |
| Overige diefstal | 25,6 | 22,6 |
| Vernielingen | 21,9 | 17,9 |
Percentage ondervonden delicten waarvan melding en aangifte is gedaan
Melding en aangifte zijn hierboven uitgedrukt in het percentage slachtoffers dat meldt en aangifte doet. Melding en aangifte kunnen ook worden uitgedrukt in het percentage door slachtoffers ondervonden delicten waarvan melding en aangifte is gedaan.
In 2025 is 32 procent van alle geweldsdelicten, vermogensdelicten en vernielingen die in Nederland hebben plaatsgevonden bij de politie gemeld. Van 27 procent van alle ondervonden delicten werd aangifte gedaan. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2023 maar lager dan in 2021 toen 35 procent van de delicten werd gemeld en van 29 procent aangifte werd gedaan. Het aangiftepercentage verschilt per delictsoort. Vermogensdelicten worden met 39 procent relatief vaak aangegeven. Vooral bij autodiefstal en diefstal van andere voertuigen is het aangiftepercentage met 86 en 77 hoog. Van geweldsdelicten wordt minder vaak aangifte gedaan (18 procent). Vooral seksuele delicten worden relatief weinig aangegeven. Van 8 procent van de seksuele delicten wordt aangifte gedaan. Van vernielingen wordt net als van de geweldsdelicten 18 procent aangegeven.
Soms wordt een delict wel gemeld bij de politie, maar wordt er geen aangifte van gedaan. Met name bij geweldsdelicten komt dit relatief vaak voor en dan vooral bij bedreiging met fysiek geweld en bij mishandeling. In totaal wordt van alle geweldsdelicten 28 procent gemeld en wordt 18 procent aangegeven. Bij vermogensdelicten is dit respectievelijk 43 en 39 procent, en bij vernielingen 23 en 18 procent.
| in % van ondervonden delicten | Melding (in % van ondervonden delicten) | Aangifte (in % van ondervonden delicten) |
|---|---|---|
| Totaal delicten | 32,5 | 26,6 |
| Geweldsdelicten totaal | 27,5 | 18,2 |
| Mishandeling | 48,9 | 36,3 |
| Bedreiging met fysiek geweld | 29,7 | 18,6 |
| Seksuele delicten | 11,1 | 7,7 |
| Vermogensdelicten totaal | 43,1 | 39,3 |
| (Poging tot) inbraak | 60,5 | 50,9 |
| Fietsdiefstal | 41 | 38,7 |
| Autodiefstal | 86 | 86 |
| Diefstal uit auto | 61,1 | 58 |
| Diefstal vanaf auto | 43,1 | 41,2 |
| Diefstal andere voertuigen | 79,1 | 77 |
| (Poging tot) zakkenrollerij, beroving | 38,1 | 34,8 |
| Overige diefstal | 26 | 22,6 |
| Vernielingen | 22,6 | 18,1 |
Redenen voor geen melding of aangifte
De belangrijkste reden voor slachtoffers om het delict niet bij de politie te melden of aan te geven is dat ‘het toch niets helpt’. Bij 44 procent van de ondervonden delicten werd dit als (een van) de reden(en) genoemd. Ongeveer een kwart van de ondervonden delicten is niet gemeld of aangegeven omdat men ‘er niet aan gedacht had of het niet zo belangrijk vond’. In 18 procent van de gevallen werd het ‘niet als een zaak voor de politie gezien’.
De redenen om niet te melden of aangifte te doen variëren per delictsoort. Bij vermogensdelicten en vernielingen wordt relatief vaak gezegd dat ‘het toch niets helpt’ of men er ‘geen zin of tijd voor heeft’. Bij geweldsdelicten worden vaker dan bij de andere delicten ‘angst voor een vervelende reactie of wraak’, ‘schuld- of schaamtegevoel’, ‘het is al opgelost’ en ‘op advies van de politie’ als redenen genoemd om niet te melden of geen aangifte te doen.
| % van niet aangegeven delicten | Totaal (in % van niet gemelde/aangegeven delicten) | Geweldsdelicten (in % van niet gemelde/aangegeven delicten) | Vermogensdelicten (in % van niet gemelde/aangegeven delicten) | Vernielingen (in % van niet gemelde/aangegeven delicten) |
|---|---|---|---|---|
| Het helpt toch niets | 43,7 | 40,6 | 47,7 | 43 |
| Niet aan gedacht / niet zo belangrijk | 25,8 | 25,8 | 26 | 25,5 |
| Dit is geen zaak voor de politie | 18,3 | 19,3 | 12,3 | 23,6 |
| Geen zin of tijd / teveel moeite | 16,2 | 13,1 | 19,8 | 15,9 |
| Uit angst voor vervelende reactie of wraak | 7,1 | 13,8 | 2,5 | 3,7 |
| Het is al opgelost | 6,3 | 8,7 | 5,4 | 4,4 |
| Op advies van de politie | 2,8 | 4 | 2,1 | 2,2 |
| Door schuld- of schaamtegevoel | 2,3 | 5 | 1,1 | 0,4 |
| Financiële schade is al vergoed | 1,2 | 0,1 | 1,2 | 2,6 |
| Digitaal aangifte/melding doen lukt niet | 1 | 0,6 | 1,4 | 0,9 |
| Nog niet aan toe gekomen, ga ik nog doen | 0,8 | 0,5 | 0,9 | 0,9 |
| Andere reden | 14,1 | 16,2 | 13,7 | 12 |
| 1) Meerdere antwoorden mogelijk. | ||||