Veiligheidsmonitor 2025

Onderzoeksbeschrijving

In deze onderzoeksbeschrijving worden de opzet en uitvoering van de Veiligheidsmonitor 2025 beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • Veldwerk
  • Respons
  • Vragenlijst
  • Trends
  • Weging
  • Betrouwbaarheidsmarges
  • Veiligheidsmonitor en corona

Voor geïnteresseerden zijn separate notities over het veldwerk, het steekproefontwerp en de weging van de Veiligheidsmonitor 2025 op aanvraag beschikbaar.

Veldwerk

Het onderzoeksontwerp van de Veiligheidsmonitor heeft als uitgangspunt dat bij elke editie minimaal 65 duizend personen aan het onderzoek meedoen. Dit aantal is vereist om ook op laagregionaal niveau betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Het streven is om voor elk politiedistrict minimaal 750 responsen te behalen en voor elk basisteam van politie en voor elke 70-duizend-plus-gemeente minimaal 300 responsen. Het veldwerk voor dit ‘vaste’ deel gebeurt gezamenlijk door het CBS en onderzoeksbureau Ipsos I&O Publiek.

Daarnaast kunnen lokale partijen zoals gemeenten, samenwerkingsverbanden van gemeenten, of politie-eenheden de steekproef voor hun eigen gebied laten vergroten (dit heet ‘lokale oversampling’) om op nog lager regionaal niveau (denk bijvoorbeeld aan wijken of buurten) betrouwbare onderzoeksresultaten te verkrijgen. Deze lokale oversampling gebeurt door Ipsos I&O Publiek.

Het veldwerk van zowel het CBS als Ipsos I&O Publiek startte in 2025 vanaf 23 juli en eindigde op 10 oktober. Bij de uitvoering ervan is uitsluitend gebruikgemaakt van internetwaarneming. De steekproefpersonen ontvingen bij aanvang van de veldwerkperiode een aanschrijfbrief met daarin het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek, en de bijbehorende inloggegevens. Drie weken na de aanschrijfbrief is aan steekproefpersonen een eerste rappelbrief verstuurd met daarin opnieuw het verzoek om viainternet deel te nemen aan het onderzoek. Deze brief is alleen verstuurd aan steekproefpersonen waarvan geen respons is ontvangen. Drie weken daarna is een tweede rappelbrief verstuurd aan de steekproefpersonen die op dat moment de internetvragenlijst nog niet hadden ingevuld. Om de respons te verhogen is er volgens CBS-beleid gebruikgemaakt van een incentive (kans om bij deelname een Apple Watch of cadeaubonnen te winnen). De steekproef is uitgezet in drie porties. Dit in verband met risicospreiding, bijvoorbeeld door eventuele problemen met de postbezorging en/of servers die niet goed werken.

Respons

In 2025 werden 615 duizend personen voor deelname aan de Veiligheidsmonitor benaderd (de zogenoemde uitzet). In totaal hebben 205 duizend personen meegedaan, waarvan 70 duizend in het vaste deel en 135 duizend in de lokale oversampling. Het landelijke responspercentage bedroeg daarmee 33,4 procent. De responspercentages lopen uiteen van 24,5 procent in de regionale eenheid Amsterdam tot 37,8 procent in Oost-Brabant. 

In alle 43 politiedistricten is het doel van 750 responsen voor het vaste deel gehaald. Het doel voor de basisteams en voor de 70-duizend-plus gemeenten bedroeg 300 responsen. In 149 van de 166 basisteams is dit behaald, en in 56 van de 59 70-duizend-plus gemeenten. De lokale oversampling is hierin niet meegenomen.

Uitzet en respons Veiligheidsmonitor 2025 – Nederland totaal en naar regionale eenheid
UitzetRespons
%
Regionale eenheid
Noord-Nederland568101986035,0
Oost-Nederland858633185637,1
Midden-Nederland933502929931,4
Noord-Holland657472190933,3
Amsterdam25428622824,5
Den Haag925712840730,7
Rotterdam574721828931,8
Zeeland - West-Brabant429531484334,6
Oost-Brabant476301801437,8
Limburg470161641234,9
Nederland totaal61484020511733,4

Vragenlijst

De vragenlijst van de Veiligheidsmonitor is modulair opgebouwd en bevat de volgende vraagblokken:

  1. Leefbaarheid woonbuurt
  2. Beleving overlast in de buurt
  3. Veiligheidsbeleving
  4. Slachtofferschap van criminaliteit (zowel traditioneel als online)
  5. Tevredenheid politiecontact
  6. Oordeel functioneren politie in de buurt
  7. Oordeel functioneren politie algemeen
  8. Oordeel functioneren gemeente
  9. Controle door politie
  10. Preventie
  11. Respectloos gedrag
  12. Verdachte situaties
  13. Achtergrondkenmerken

Voor partijen die gebruikmaken van lokale oversampling is aan het eind van de vragenlijst enige vrije ruimte beschikbaar voor eigen vragen passend binnen de thematiek van de Veiligheidsmonitor.

Aanpassingen in vragenlijst 2025

De vragenlijst van de Veiligheidsmonitor 2025 is niet of nauwelijks veranderd ten opzichte van die van 2021 en 2023, waardoor de cijfers van 2025 goed vergelijkbaar zijn met die van twee en vier jaar eerder.

Op verzoek van en in overleg met de betrokken partijen bij de Veiligheidsmonitor zijn er wel enkele vragen toegevoegd. Allereerst het vragenblok over verdachte situaties waarin gevraagd is naar de ervaringen van mensen hiermee in hun woonbuurt. Zijn bepaalde verdachte situaties of problemen in hun buurt voorgekomen in de afgelopen twaalf maanden? Of hebben zij hier een vermoeden van? Hebben zij hiervan melding gedaan bij een instantie? En wat zijn redenen om geen melding te doen?

Verder zijn er in het blok over online criminaliteit enkele kleine wijzigingen doorgevoerd in de vragen naar de melding van online delicten. Zo is er bijvoorbeeld bij aankoopfraude, phishing en fraude in het betalingsverkeer toegevoegd of de fraude/oplichting gemeld is bij de bank of creditcardmaatschappij.

Tot slot zijn de vragen naar genderidentiteit en intersekse verbeterd op basis van de inzichten die de uitvraag in 2023 hebben opgeleverd. Deze persoonskenmerken kunnen een rol spelen bij het risico om slachtoffer te worden van een delict, maar kunnen ook van invloed zijn op onveiligheidsgevoelens en het ervaren van respectloos gedrag en discriminatie. Door de grote steekproefomvang is de Veiligheidsmonitor uitermate geschikt om hier meer zicht op te krijgen.

Trends

De Veiligheidsmonitor wordt sinds 2005 jaarlijks en vanaf 2017 tweejaarlijks gehouden. Nadat in 2012 voor de laatste keer een revisie van het onderzoek had plaatsgevonden, achtten het ministerie van Justitie en Veiligheid, het CBS en de partners (gemeenten, politie, WODC) het noodzakelijk om de opzet en inhoud van de Veiligheidsmonitor in 2021 opnieuw tegen het licht te houden. Het onderzoeksterrein is immers continu in beweging: nieuwe vormen van criminaliteit ontstaan en ontwikkelen zich steeds sneller (denk aan online criminaliteit) en in het verlengde daarvan verandert ook de behoefte aan informatie vanuit bestuur en beleid.

Concreet betekent dit dat de vragenlijst van de Veiligheidsmonitor in 2021 grondig is herzien. Zo is er meer aandacht voor discriminatie, een onderwerp dat breed in de maatschappelijke belangstelling staat. Een verandering in de wijze waarop de gegevens worden verzameld, is dat het onderzoek in 2021 voor het eerst uitsluitend als internetenquête is uitgevoerd. Papieren vragenlijsten zijn vanaf toen niet meer gebruikt.

Onvermijdelijk gevolg van dit herontwerp is dat de uitkomsten vanaf de Veiligheidsmonitor 2021 niet meer 1-op-1 vergelijkbaar zijn met die van eerdere edities. Om de continuïteit van de belangrijkste indicatoren op het gebied van veiligheid en criminaliteit zo goed mogelijk te waarborgen, is in 2021 de Veiligheidsmonitor met het oude ontwerp en de oude vragenlijst van 2019 (en eerder) parallel uitgevoerd aan de nieuwe, herontworpen Veiligheidsmonitor 2021.

Door de parallelle uitvoering van de twee ontwerpen was het mogelijk om de verschillen te kwantificeren, en daarmee correcties toe te passen op de oude VM-cijfers om ze naar het nieuwe VM-niveau te brengen. Op die manier zijn voor een aantal belangrijke indicatoren de uitkomsten van de oude VM-edities vergelijkbaar gemaakt met die vanaf de VM 2021, waardoor langere trends en ontwikkelingen in beeld kunnen worden gebracht. Voor de overige indicatoren geldt dat er een nieuwe reeks is gestart vanaf 2021. Voor deze indicatoren is uitsluitend een vergelijking tussen 2021, 2023 en 2025 mogelijk.

Weging

De weging van de Veiligheidsmonitor 2025 is grotendeels vergelijkbaar met die van de vorige jaren en houdt rekening met geografische, demografische en sociaaleconomische kenmerken. De weging is aangepast aan de lokale oversampling.

Aandachtspunten

Ervaringen in de afgelopen twaalf maanden

In de Veiligheidsmonitor wordt voor verschillende onderwerpen nagegaan in hoeverre dit is voorgekomen in de afgelopen twaalf maanden, bijvoorbeeld slachtofferschap van verschillende delictsvormen, discriminatie, en verdachte situaties in de buurt. Gezien het veldwerk in 2025 liep van eind juli tot half oktober, heeft de afgelopen twaalf maanden betrekking op de periode eind juli/half oktober 2024 tot eind juli/half oktober 2025.

Betrouwbaarheidsintervallen en marges

Het onderzoek Veiligheidsmonitor is een steekproefonderzoek. Dit betekent dat de weergegeven cijfers schattingen vertegenwoordigen met een bepaalde mate van onzekerheid, die wordt weergegeven door een onder- en bovengrens. Deze grenzen zijn berekend met een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent: bij dit betrouwbaarheidsniveau is de kans waarmee in een nieuwe steekproef de berekende onder- en bovengrens de echte waarde includeert ten minste 95 procent. Deze onder- en bovengrens vormen de zogenaamde marges van het betrouwbaarheidsinterval en zijn bij de uitkomsten te vinden op StatLine (CBS databank).

Bij de Veiligheidsmonitor is in het algemeen sprake van kleine betrouwbaarheidsintervallen. Dit komt door het grote aantal waarnemingen. In 2025 hebben in totaal ruim 200 duizend personen aan het onderzoek meegedaan. Om een idee te geven: bij een geschatte waarde van 50 procent liggen de onder- en bovengrens respectievelijk 0,22 procentpunt onder en boven de puntschatting. Op het niveau van de regionale eenheden, districten, basisteams, en 70-duizend-plus-gemeenten zijn de betrouwbaarheidsintervallen groter, door het lagere aantal waarnemingen dat voor deze schattingen beschikbaar is.

Veiligheidsmonitor en corona

De cijfers over slachtofferschap van criminaliteit in de Veiligheidsmonitor hebben betrekking op de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek. Het onderzoek vond in 2021 en 2023 plaats in de periode augustus-oktober. In 2025 is het veldwerk twee weken vervroegd, en liep het van 23 juli tot en met 10 oktober.

De slachtoffercijfers van de VM 2021 hebben dus betrekking op de periode augustus-oktober 2020 tot augustus-oktober 2021. Er golden toen nog door de overheid aan burgers in het kader van de coronapandemie opgelegde beperkingen en bijbehorende maatregelen, zoals invoering van een avondklok en lockdowns. Pas vanaf medio 2021 liepen de besmettingen terug en ging de samenleving voorzichtig weer open.

Het ligt voor de hand dat deze beperkingen en maatregelen invloed hebben gehad op de kans om slachtoffer te worden van bepaalde vormen van criminaliteit. Wanneer mensen meer aan huis gekluisterd zijn, verkleint dat bijvoorbeeld het risico op slachtofferschap van gewelds- en vermogensdelicten in de openbare ruimte, zoals mishandeling of bedreiging op straat, zakkenrollerij of straatroof. Politiecijfers laten dit zien: de aantallen geregistreerde misdrijven op deze terreinen waren in 2021 fors lager dan de aantallen van voor de coronaperiode (zie StatLine).

In 2023 en 2025 is het corona-effect op de prevalentie van slachtofferschap afwezig. Hiermee dient bij de interpretatie van de ontwikkelingen in slachtofferschap van criminaliteit tussen 2021 en 2025 rekening te worden gehouden. Ook bij de tijdsvergelijking van cijfers over andere thema's zoals veiligheidsbeleving en het ervaren van overlast moet met dit corona-effect rekening worden gehouden.