Veiligheidsmonitor 2025

4. Respectloos gedrag en discriminatie

In dit hoofdstuk staan twee thema’s centraal die ook aan de veiligheidsbeleving van mensen kunnen raken. Eerst komt respectloos gedrag aan de orde. Er wordt geschetst hoeveel mensen zich in bepaalde situaties respectloos behandeld voelen. Daarna gaat het over ervaren discriminatie: hoeveel mensen hebben zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd gevoeld? Op welke gronden? Door wie? Wat zijn de gevolgen? Is de discriminatie gemeld? Dit heeft betrekking op alle discriminatie-ervaringen die mensen in de afgelopen twaalf maanden hebben meegemaakt. Meer achtergrondcijfers over verschillen in respectloos gedrag en discriminatie naar regio en persoonskenmerken zijn te vinden op StatLine.

4.1 Respectloos gedrag

Respectloos gedrag is gedrag waarbij de grenzen van goed fatsoen worden overschreden. Van de inwoners van Nederland zegt 18 procent dat zij in 2025 vaak of soms respectloos behandeld zijn door onbekenden op straat. Ruim 10 procent zegt vaak of soms door onbekenden in het openbaar vervoer respectloos te zijn behandeld, en een bijna vergelijkbaar deel door personeel van winkels of bedrijven. Het minst wordt respectloze behandeling ervaren door personeel van overheidsinstanties en door bekenden zoals partner, familie of vrienden. In beide gevallen zegt 7 procent dat dit vaak of soms gebeurt.

Het percentage dat te maken krijgt met respectloos gedrag door anderen is toegenomen tussen 2021 en 2025. Zo had 15 procent in 2021 vaak of soms te maken met respectloze behandeling op straat, tegen 18 procent in 2025. De ervaring met respectloze behandeling in het openbaar vervoer is in deze periode toegenomen van 9 naar 13 procent, en de ervaring met respectloze behandeling door winkelpersoneel van 9 naar 11 procent. Met respectloze behandeling door overheidspersoneel krijgen mensen juist iets minder vaak te maken.

4.1.1 Ervaart vaak of soms respectloos gedrag
 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder)2023 (% van personen van 15 jaar of ouder)2021 (% van personen van 15 jaar of ouder)
Onbekenden op straat17,915,414,6
Onbekenden in het openbaar vervoer12,510,48,9
Personeel van winkels of bedrijven1110,29,3
Bekenden zoals partner, familie of vrienden6,96,66,3
Personeel van overheidsinstanties6,777,5

Met respectloos gedrag door onbekenden op straat - de meest voorkomende van de onderzochte vormen van respectloos gedrag - worden vrouwen vaker (vaak of soms) geconfronteerd dan mannen, en jongeren vaker dan ouderen. Vergeleken met heteroseksuele mensen hebben homoseksuele mensen, bi-plus vrouwen en mensen met aan andere seksuele oriëntatie er vaker mee te maken. Stedelingen worden er vaker mee geconfronteerd dan mensen die niet in een stedelijke gemeente wonen. Verder krijgt de tweede generatie er vaker mee te maken dan mensen met een andere herkomst. Het verschil ten opzichte van mensen met een Nederlandse herkomst hangt volledig samen met het feit dat de tweede generatie relatief jong is en vaak in een stad woont.

4.1.2 Ervaart vaak of soms respectloos gedrag door onbekenden op straat - naar kenmerken, 2025
 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder)
Totaal17,9
Geslacht
Mannen16,1
Vrouwen19,5
Leeftijd
15 tot 25 jaar20,8
25 tot 45 jaar20,1
45 tot 65 jaar18,9
65 jaar of ouder11,9
Herkomst
Nederlandse herkomst17,8
Geboren in Nederland, ouder(s) in het
buitenland
19,9
Geboren in het buitenland16,5
Seksuele oriëntatie
Homoseksuele mannen25,2
Homoseksuele vrouwen25,3
Bi-plus mannen18,1
Bi-plus vrouwen27,6
Heteroseksuele mannen15,5
Heteroseksuele vrouwen18,9
Asekuele personen17,0
Anders37,1
Weet (nog) niet18,5
Stedelijkheid gemeente
Zeer sterk stedelijk24,4
Sterk stedelijk18,7
Matig stedelijk15,4
Weinig stedelijk12,4
Niet stedelijk10,9

4.2 Ervaren discriminatie

Verder is gevraagd of mensen zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd hebben gevoeld. Het gaat dus om een inschatting: de discriminatie hoeft niet feitelijk te hebben plaatsgevonden maar is wel zo ervaren. Ruim 1 op de 10 (12 procent) zegt zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd te hebben gevoeld. Dat is iets meer dan in 2023.

Meer vrouwen dan mannen voelen zich gediscrimineerd. Bij de leeftijdsgroepen ervaren 65-plussers dit het minst vaak (5 procent). Van de mensen met een herkomst buiten Nederland heeft ongeveer 20 procent zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd gevoeld, tegen 8 procent van de mensen met een Nederlandse herkomst. Dit verschil hangt voor een klein deel samen met de samenstelling van de groepen naar leeftijd en stedelijkheid van de woongemeente.

Bi-plus mensen en vooral homoseksuele mensen voelen zich vaker gediscrimineerd dan heteroseksuele mensen. Van de homoseksuele mannen en vrouwen zegt ongeveer 25 procent zich in het afgelopen jaar gediscrimineerd te hebben gevoeld.

Van de onderscheiden religies of levensbeschouwingen, voelen joden zich met 39 procent relatief vaak gediscrimineerd. Discriminatiegevoelens komen naar verhouding ook vaak voor bij hindoes (32 procent) en moslims (30 procent). Rooms-katholieken (9 procent) en protestanten of gelovigen van een andere christelijke kerk (10 procent) ervaren minder vaak discriminatie.

In sterk stedelijke gemeenten en vooral in zeer sterk stedelijke gemeenten voelen meer mensen zich gediscrimineerd dan in minder stedelijke gemeenten. In de zeer sterk stedelijke gemeenten is het aandeel dat zich gediscrimineerd voelt met 17 procent meer dan dubbel zo hoog als in de weinig of niet-stedelijke gemeenten (ongeveer 7 procent).

Voor de meeste groepen geldt dat de ervaren discriminatie niet is veranderd tussen 2023 en 2025. Voor vrouwen, 45- tot 65-jarigen en 65-plussers liggen de percentages in 2025 iets hoger dan in 2023. Bij joden is een grotere stijging zichtbaar. In 2023 gaf 24 procent van hen aan zich gediscrimineerd te hebben gevoeld, tegen 39 procent in 2025.

4.2.1 Ervaren discriminatie in afgelopen 12 maanden - naar kenmerken, 2025
 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder)
Totaal11,6
Geslacht
Mannen10,8
Vrouwen12,3
Leeftijd
15 tot 25 jaar14,6
25 tot 45 jaar15,7
45 tot 65 jaar11,1
65 jaar of ouder5,1
Herkomst
Nederlandse herkomst7,5
Geboren in Nederland, ouder(s) in het
buitenland
21,3
Geboren in het buitenland22,1
Seksuele oriëntatie
Homoseksuele mannen25,1
Homoseksuele vrouwen25,8
Bi-plus mannen13,5
Bi-plus vrouwen18,2
Heteroseksuele mannen9,7
Heteroseksuele vrouwen11,3
Asekuele personen10,7
Anders35,9
Weet (nog) niet18,1
Religie of levensbeschouwing
Jodendom39,2
Hindoeïsme31,5
Islam29,7
Boeddhisme16,8
Protestantse of andere christelijke kerk9,7
Rooms-katholieke kerk9,3
Andere religie of levensbeschouwing20,6
Geen religie of levensbeschouwing9,4
Stedelijkheid gemeente
Zeer sterk stedelijk 16,6
Sterk stedelijk11,9
Matig stedelijk9,2
Weinig stedelijk7,8
Niet stedelijk7,4

Van de mensen die in 2025 discriminatie ervoeren, geeft 36 procent aan dat dit een enkele keer gebeurde, 44 procent dat het soms gebeurde en 18 procent dat het vaak gebeurde. De rest gaf geen antwoord. Bij 3 procent van de mensen met een discriminatie-ervaring vond de discriminatie (uitsluitend) online/via internet plaats, bij verreweg de meesten (72 procent) op een andere manier (in de ‘echte’ wereld dus), en bij 20 procent zowel online als op een andere manier. De rest heeft geen antwoord gegeven.

4.3 Grond voor discriminatie

Discriminatie kan op een of meerdere gronden zijn ervaren. Van de mensen die zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd voelden, ging het bij 41 procent om discriminatie op grond van ras of huidskleur. Bij 34 procent van de mensen die discriminatie ervoeren, ging het om nationaliteit, bij 29 procent om geslacht, bij 19 procent om godsdienst of levensovertuiging, en bij 17 procent om leeftijd. Bij 10 procent of minder betrof het de overige bevraagde discriminatiegronden, zoals politieke overtuiging of seksuele oriëntatie. Bij een substantieel deel, 13 procent, ging het om andere, niet nader genoemde gronden.

Het percentage mensen met discriminatie-ervaring dat zich op grond van hun ras of huidskleur gediscrimineerd heeft gevoeld, is toegenomen van 38 procent in 2023 naar 41 procent in 2025. Ook kwam discriminatie op grond van godsdienst of op grond van politieke overtuiging vaker voor.

4.3.1 Grond ervaren discriminatie1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)2023 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)
Ras, huidskleur40,938,5
Nationaliteit34,033,0
Vrouw of man zijn29,428,3
Godsdienst of levensovertuiging18,915,7
Leeftijd17,017,3
Politieke overtuiging10,08,5
Seksuele oriëntatie8,79,0
Handicap of chronische ziekte7,87,9
Arbeidsduur (fulltime of parttime)4,64,7
Burgerlijke staat4,34,3
Soort contract (vast of tijdelijk)3,93,7
Zwangerschap, bevalling of moederschap2,52,5
Transgender achtergrond of non-binair zijn1,61,5
Intersekse zijn0,30,2
Anders13,416,6
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

4.4 Manier van discriminatie

Discriminatie kan op verschillende manieren zijn ervaren. Van de mensen die in 2025 discriminatie ervoeren, zeggen de meesten (57 procent) dat dit kwam door ongelijke behandeling, benadeling of het voortrekken van bepaalde groepen. 47 procent zegt dat dit door discriminerende opmerkingen kwam, 32 procent geeft aan dat ze zich gediscrimineerd voelden door een negatief beeld of stigmatisering (bijvoorbeeld in de media), en 28 procent zegt dat dit door negeren of uitsluiting kwam.

Mensen die zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd hebben gevoeld, geven in 2025 vaker aan dat dit kwam door discriminerende opmerkingen (47 procent) dan in 2023 (44 procent). Ook noemen zij vaker een negatief beeld of stigmatisering. Ongelijke behandeling of benadeling is minder vaak ervaren bij discriminatie.

4.4.1 Manier waarop discriminatie ervaren1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)2023 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)
Ongelijke behandeling/benadeling/
voortrekken van bepaalde groepen
57,259,5
Discriminerende opmerkingen46,744,1
Negatief beeld/stigmatisering
(bijv. in de media)
31,829,7
Negeren/uitsluiting28,127,9
Was meer een gevoel
dan dat er iets gebeurde
19,219,3
Roddels15,114,9
Geweld/agressief gedrag7,77,5
Bedreiging76,3
Vernieling/beschadiging van eigendom2,32,3
Anders7,17,2
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

4.5 Situatie ervaren discriminatie

De ervaring met discriminatie kan in verschillende situaties of op verschillende locaties zijn opgedaan. Van de mensen die in 2025 ervaring met discriminatie hebben gehad, zegt 40 procent dat dit op straat gebeurde. Een kwart geeft aan dat dit op het werk plaatsvond en eveneens een kwart zegt dat het in een winkel gebeurde. 17 procent zegt dat dit gebeurde in het openbaar vervoer, 14 procent tijdens het uitgaan, en eenzelfde deel bij het zoeken naar werk of een sollicitatie. Bij een aanzienlijk deel, 29 procent, ging het om andere, niet nader genoemde situaties.

Mensen die zich in de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd hebben gevoeld, geven in 2025 vaker aan dat dit op straat gebeurde (40 procent) dan in 2023 (37 procent).

4.5.1 Situatie waarin discriminatie ervaren1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)2023 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)
Op straat39,937,1
Op het werk25,426,1
In een winkel24,624,5
In het openbaar vervoer17,115,4
Zoeken naar werk of sollicitatie14,414,1
Tijdens het uitgaan13,614,4
Zoeken naar een woning8,69,2
Op school of opleiding6,97,9
Tijdens het sporten5,14,9
Toelating tot school of opleiding2,02,2
In een andere situatie28,828
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

4.6 Discriminatie door instanties en professionals

Discriminatie gebeurt niet alleen in de privésfeer, maar ook door instanties, werknemers van instanties en andere professionals. In totaal zeggen bijna 4 op de 10 mensen (39 procent) die in 2025 discriminatie ervoeren dat dit door instanties of professionals gebeurde. 17 procent van de mensen die zich gediscrimineerd hebben gevoeld, zegt dat dit door de landelijke overheid of een politicus gebeurde. 10 procent geeft aan door de gemeente of een gemeenteambtenaar gediscrimineerd te zijn, 9 procent door de politie, en eveneens 9 procent door een (huis)arts, ziekenhuis of andere zorgverlener. Andere instanties of professionals werden elk door minder dan 5 procent genoemd.

Van de mensen die zich in 2025 gediscrimineerd voelden, gaf een kleiner deel (4 procent) dan in 2023 (6 procent) aan discriminatie door de belastingdienst te hebben ervaren. Ook de ervaren discriminatie door de politie is afgenomen. Daarentegen was de van een kerk, moskee of andere religieuze instelling ervaren discriminatie iets groter.

4.6.1 Ervaren discriminatie door instanties en professionals1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)2023 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)
Landelijke overheid of politicus17,116,9
Gemeente of gemeente-ambtenaar10,410,8
(Huis)arts, ziekenhuis
of andere zorgverlener/-instelling
8,88,5
Politie8,79,7
Belastingdienst4,15,6
Bank, verzekeraar
of andere financiële instelling
3,94,2
Kerk, moskee
of andere religieuze instelling
3,32,5
UWV2,93,1
Rechtbank of rechter1,72,1
Een andere instantie6,05,5
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

4.7 Gevolgen discriminatie

Discriminatie kan uiteenlopende persoonlijke gevolgen hebben. Het vaakst leidt discriminatie tot emotionele of psychische problemen: 29 procent van de mensen met discriminatie-ervaring geeft aan deze te hebben of te hebben gehad. Verder zegt 6 procent financiële problemen door het voorval te hebben (gehad) en 1 procent lichamelijke verwonding of letsel. Deze percentages verschillen niet van die in 2023.

Van de mensen met discriminatie-ervaring geeft meer dan de helft (53 procent) aan minder vertrouwen in andere mensen te hebben. Ruim een kwart (26 procent) voelt of voelde zich minder veilig, 14 procent heeft of had depressieve klachten en 11 procent slaapproblemen. Dit komt grotendeels overeen met het beeld in 2023. Alleen het percentage dat zich door de discriminatie minder veilig voelt of voelde, is toegenomen. In 2023 gaf 21 procent dit aan.

4.7.1 Mentale klachten door ervaren discriminatie1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)2023 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)
Minder vertrouwen in mensen53,051,4
Minder veilig voelen25,721,0
Depressieve klachten13,914,9
Slaapproblemen10,910,8
Angstklachten en/of paniekaanvallen8,18,5
Beleefde het voorval telkens opnieuw7,78,1
Geen van deze28,631,1
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

4.8 Melding en aangifte discriminatie

Van de mensen die zich in 2025 gediscrimineerd voelden, heeft 11 procent dit gemeld bij een of meer instanties. 5 procent meldde het bij de eigen werkgever of de opleiding, 3 procent bij de politie, 1 procent bij een meldpunt voor discriminatie, en minder dan een half procent bij het College voor de Rechten van de Mens. Ruim 3 procent meldde een discriminatie-ervaring bij een andere dan de genoemde instanties. Dit beeld komt overeen met dat in 2023. Van degenen die zich gediscrimineerd voelden, deed 2 procent aangifte bij de politie, net als in 2023.

4.8.1 Melding ervaren discriminatie1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)2023 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring)
Gemeld totaal10,510,8
bij volgende instanties:
Mijn werkgever / opleiding4,94,8
Politie2,53,1
Een meldpunt voor discriminatie1,11
College voor de Rechten van de Mens0,40,4
Andere instantie3,54,1
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

De meest genoemde reden om geen melding of aangifte van discriminatie bij de politie te doen is dat het toch niets helpt: voor 43 procent van de mensen met discriminatie-ervaring die geen melding of aangifte deden, was dat een reden. 29 procent vond het niet belangrijk, 15 procent had er geen zin in of tijd voor en 9 procent vond het geen zaak voor de politie. De andere redenen werden telkens door 7 procent of minder genoemd. Ruim 1 op de 10 deed geen melding of aangifte om een andere dan de genoemde redenen.

4.8.2 Reden geen melding of aangifte discriminatie bij politie1)
 2025 (% van 15-plussers met discriminatie-ervaring dat geen melding of aangifte deed)
Helpt toch niets43,1
Heb hier niet aan gedacht/
was niet zo belangrijk
29,4
Geen zin of tijd voor gehad/
te veel moeite
14,7
Geen zaak voor de politie9,2
Uit angst voor vervelende reactie
of wraak
6,6
Door schuld- of schaamtegevoel3,0
Is al opgelost2,9
Lukte niet om digitaal melding
of aangifte te doen
0,6
Nog niet aan toegekomen,
maar gebeurt wel nog
0,5
Op advies van de politie0,4
Financiële schade is al vergoed0,1
Andere reden13,2
1) Meerdere antwoorden mogelijk.