2. Leefbaarheid en overlast in woonbuurt
In dit hoofdstuk staat het thema leefbaarheid en overlast in de woonbuurt centraal. Eerst komt aan de orde hoe inwoners van Nederland de fysieke voorzieningen en sociale cohesie in hun buurt ervaren. Vervolgens gaat het om de overlast in de buurt. Welke vormen van overlast komen het meest voor en van welke heeft men de meeste last? Meer cijfermateriaal over dit onderwerp, uitgesplitst naar regio en persoonskenmerken is beschikbaar op StatLine.
2.1 Fysieke voorzieningen en sociale cohesie in buurt
Fysieke voorzieningen
In de Veiligheidsmonitor is de tevredenheid over fysieke voorzieningen in de woonbuurt gemeten. Een meerderheid van 82 procent geeft aan (heel) tevreden te zijn over de straatverlichting in de buurt. Over het onderhoud van plantsoenen en parken is 64 procent (heel) tevreden. Verder is 59 procent (heel) tevreden over het onderhoud van de straten, stoepen en pleintjes en over de speelplekken voor kinderen. De tevredenheid over voorzieningen voor jongeren, zoals sportveldjes of een buurthuis, is met 44 procent lager1). De tevredenheid over de fysieke voorzieningen in de buurt is vrijwel hetzelfde als in 2023 en 2021.
| 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2023 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2021 (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|
| Straatverlichting | 81,7 | 82,5 | 82,4 |
| Onderhoud van plantsoenen en parken | 64,4 | 65 | 64,7 |
| Onderhoud van stoepen, straten en pleintjes | 59,4 | 60,8 | 60,1 |
| Speelplekken voor kinderen | 59,3 | 59,5 | 60,1 |
| Voorzieningen voor jongeren | 44,1 | 45,3 | 45,4 |
Sociale cohesie
Ook de sociale cohesie in de eigen woonbuurt is onderzocht. Drie kwart vindt dat de mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan. Ook zegt 72 procent dat zij de huissleutel aan de buren zouden durven geven als ze op vakantie gaan of langere tijd afwezig zijn. Over de bevolkingssamenstelling in de eigen buurt is 66 procent tevreden. Het percentage dat veel contact heeft met andere buurtbewoners is relatief laag (37 procent). Ruim een kwart geeft aan dat de mensen in de buurt elkaar nauwelijks kennen.
Het beeld rondom sociale cohesie is iets minder positief dan in 2021. Alleen het percentage dat aangeeft veel contact te hebben met andere buurtbewoners is niet gewijzigd.
| 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2023 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2021 (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|
| De mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om | 74,6 | 75,3 | 75,8 |
| Als ik op vakantie zou gaan of langere tijd afwezig zou zijn, zou ik mijn huissleutel aan de buren durven te geven | 71,8 | 72,2 | 72,8 |
| Ik ben tevreden over de bevolkingssamenstelling in de buurt | 65,9 | 67,3 | 68,5 |
| Ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen | 61,6 | 62,1 | 63,5 |
| Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen | 60,4 | 60,5 | 61,3 |
| In deze buurt durven de mensen elkaar aan te spreken op onwenselijk gedrag | 47,9 | 48,9 | 49,5 |
| Ik heb veel contact met andere buurtbewoners | 37,2 | 37 | 37,4 |
| De mensen in de buurt kennen elkaar nauwelijks | 26,2 | 26,1 | 24,6 |
Schaalscore fysieke voorzieningen en sociale cohesie
Op basis van de vragen over fysieke voorzieningen en sociale cohesie zijn schaalscores berekend. Deze schaalscores lopen van 0 tot en met 10, waarbij een hogere score overeenkomt met een positiever oordeel. De gemiddelde schaalscore voor fysieke voorzieningen bedraagt 6,5 en de gemiddelde schaalscore voor sociale cohesie is 6,4.
Fysieke voorzieningen en sociale cohesie naar stedelijkheid
Het oordeel over de fysieke voorzieningen in de buurt verschilt nagenoeg niet tussen meer verstedelijkte en minder verstedelijkte buurten. Het oordeel over de sociale cohesie in de buurt verschilt wel: bewoners van minder verstedelijkte buurten ervaren duidelijk meer sociale cohesie in hun buurt dan bewoners van meer verstedelijkte buurten.
| Zeer sterk stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog)) | Sterk stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog)) | Matig stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog)) | Weinig stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog)) | Niet stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog)) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Fysieke voorzieningen | 6,4 | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,4 |
| Sociale cohesie | 5,8 | 6,2 | 6,5 | 6,7 | 7,1 |
Trends in fysieke voorzieningen en sociale cohesie
In de periode 2008-2025 is het oordeel over de fysieke voorzieningen in de buurt relatief weinig veranderd. Ook het oordeel over de sociale cohesie in de buurt, dat gemeten is tussen 2005 en 2025, laat een vrij stabiel beeld zien.
| Fysieke voorzieningen (2005/2008 = 100) | Sociale cohesie2) (2005/2008 = 100) | |
|---|---|---|
| 2005 | 100,0 | |
| 2006 | 99,5 | |
| 2007 | 99,9 | |
| 2008 | 100,0 | 100,5 |
| 2009 | 100,6 | 100,8 |
| 2010 | 101,2 | 101,1 |
| 2011 | 102,8 | 101,6 |
| 2012 | 101,5 | 101,5 |
| 2013 | 101,1 | 101,2 |
| 2014 | 102,0 | 101,4 |
| 2015 | 102,0 | 101,3 |
| 2016 | 103,1 | 101,7 |
| 2017 | 102,2 | 101,3 |
| 2018 | ||
| 2019 | 103,5 | 102,4 |
| 2020 | ||
| 2021 | 103,9 | 104,9 |
| 2022 | ||
| 2023 | 104,3 | 104,1 |
| 2024 | ||
| 2025 | 103,7 | 103,6 |
| 1) Vanaf 2017 wordt de Veiligheidsmonitor tweejaarlijks uitgevoerd. 2) Sinds 2005 is het aantal stellingen over sociale cohesie in de vragenlijst uitgebreid van 4 naar 8. De trendcijfers van sociale cohesie zijn gebaseerd op schaalscores die samengesteld zijn uit de 4 stellingen die in alle jaren bevraagd zijn (prettige omgang in buurt, thuis voelen in buurt, gezellige buurt met saamhorigheid, veel contact met buurtbewoners). | ||
Leefbaarheid buurt
Mensen geven de leefbaarheid in hun buurt in 2025, net zoals in 2023 en 2021, gemiddeld een 7,6 als rapportcijfer. 10 procent vindt dat de buurt waarin zij wonen er in de afgelopen twaalf maanden op vooruit is gegaan, 18 procent is van mening dat hun buurt erop achteruit is gegaan. 69 procent, de overgrote meerderheid, ziet geen verandering. De rest (3 procent) heeft geen antwoord gegeven.
2.2 Functioneren gemeente rond leefbaarheid en veiligheid
Functioneren gemeente naar stedelijkheid
Van de inwoners van Nederland is 42 procent (zeer) tevreden over het functioneren van de eigen gemeente als het gaat om de aanpak van leefbaarheid en veiligheid. Dat is een iets kleiner deel dan in 2023 en 2021 toen het om 44 procent ging. Deze tevredenheid is bijna hetzelfde in stedelijke en minder-stedelijke gemeenten. Wel is de tevredenheid in 2025 iets lager dan in de voorgaande jaren.
| 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2023 (% van personen van 15 jaar of ouder) | 2021 (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 42 | 43,7 | 44,1 |
| Stedelijkheid gemeente | |||
| Zeer sterk stedelijk | 41,2 | 42,7 | 43 |
| Sterk stedelijk | 41,5 | 43,2 | 43,3 |
| Matig stedelijk | 43,1 | 44,7 | 45,9 |
| Weinig stedelijk | 42,9 | 44,8 | 45,2 |
| Niet stedelijk | 42,5 | 43,9 | 44,4 |
Functioneren gemeente in 70-duizend-plus-gemeenten
In gemeenten met meer dan 70 duizend inwoners is 41 procent tevreden over het functioneren van de gemeente bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid. In de G4 is dit 39 procent. Dit percentage ligt iets lager dan in Nederland (42 procent) en in de G40 (42 procent).
Binnen de 70-duizend-plus-gemeenten varieert het percentage inwoners dat (zeer) tevreden is over het functioneren van de gemeente van 29 in Roosendaal tot 57 in Amstelveen.
| % van personen van 15 jaar of ouder (%) | |
|---|---|
| Groningen | 49,8 |
| Almere | 32,2 |
| Leeuwarden | 42,4 |
| Assen | 38,4 |
| Emmen | 36,4 |
| Almelo | 39,5 |
| Deventer | 51,7 |
| Enschede | 41,8 |
| Hengelo | 44 |
| Zwolle | 48,6 |
| Apeldoorn | 46,1 |
| Arnhem | 43 |
| Ede | 43,9 |
| Nijmegen | 49,3 |
| Amersfoort | 43,6 |
| Utrecht | 48,9 |
| Veenendaal | 48 |
| Alkmaar | 40,7 |
| Amstelveen | 57,2 |
| Amsterdam | 39 |
| Haarlem | 40 |
| Haarlemmermeer | 35,1 |
| Hilversum | 44,2 |
| Hoorn | 45,7 |
| Purmerend | 35,9 |
| Velsen | 37 |
| Zaanstad | 29,5 |
| Alphen aan den Rijn | 40,9 |
| Delft | 47,2 |
| Dordrecht | 38,2 |
| Gouda | 37 |
| 's-Gravenhage | 39,4 |
| Leiden | 48 |
| Rotterdam | 34,6 |
| Schiedam | 37 |
| Vlaardingen | 29,8 |
| Zoetermeer | 38,4 |
| Bergen op Zoom | 30,2 |
| Breda | 42,2 |
| Eindhoven | 45 |
| Helmond | 38,7 |
| 's-Hertogenbosch | 44,9 |
| Oss | 44,9 |
| Tilburg | 41,8 |
| Heerlen | 32,3 |
| Maastricht | 38 |
| Venlo | 34,3 |
| Lelystad | 32,3 |
| Roosendaal | 28,8 |
| Westland | 41,5 |
| Sittard-Geleen | 33,8 |
| Súdwest-Fryslân | 45,1 |
| Leidschendam-Voorburg | 48,4 |
| Nissewaard | 40,6 |
| Meierijstad | 38,4 |
| Hoeksche Waard | 39,7 |
| Dijk en Waard | 44,8 |
| Land van Cuijk | 42,3 |
| Voorne aan Zee | 34,2 |
Inzet gemeente voor leefbaarheid en veiligheid buurt
Ruim 4 op de 10 inwoners (43 procent) zijn het (helemaal) eens met de stelling dat hun gemeente zich inzet voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Verder is 38 procent van mening dat de gemeente de buurt informeert over de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. En 31 procent vindt dat de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt.
| (Helemaal) eens (% van personen van 15 jaar of ouder ) | Niet eens, niet oneens (% van personen van 15 jaar of ouder ) | (Helemaal) oneens (% van personen van 15 jaar of ouder ) | Geen antwoord (% van personen van 15 jaar of ouder ) | Geen oordeel (% van personen van 15 jaar of ouder ) | |
|---|---|---|---|---|---|
| De gemeente zet zich in voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt | 42,8 | 29,6 | 13,8 | 3,0 | 10,8 |
| De gemeente informeert de buurt over de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt | 38,0 | 27,7 | 19,7 | 3,8 | 10,8 |
| De gemeente betrekt de buurt bij de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt | 31,4 | 30,8 | 21,8 | 5,2 | 10,8 |
Zichtbaarheid gemeentelijke handhavers
Gemeentelijke handhavers houden zich bezig met het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid. In de eigen buurt ziet 7 procent van de mensen gemeentelijke handhavers vaak en 24 procent ziet hen soms. Op andere plekken in de gemeente is dit respectievelijk 16 procent en 42 procent. De zichtbaarheid van de handhavers in de buurt en elders in de gemeente is in meer stedelijke gemeenten groter dan in minder stedelijke gemeenten.
| Vaak (% van personen van 15 jaar of ouder) | Soms (% van personen van 15 jaar of ouder) | (Zeer) tevreden (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|
| Zichtbaarheid handhavers in buurt | |||
| Totaal | 7,4 | 24,4 | |
| Zeer sterk stedelijk | 11,7 | 31,4 | |
| Sterk stedelijk | 8,4 | 26,2 | |
| Matig stedelijk | 4,9 | 21,5 | |
| Weinig stedelijk | 3,6 | 18,3 | |
| Niet stedelijk | 3,2 | 13,8 | |
| Zichtbaarheid handhavers elders in gemeente | |||
| Totaal | 15,7 | 42,1 | |
| Zeer sterk stedelijk | 25,3 | 46,2 | |
| Sterk stedelijk | 18,3 | 47,6 | |
| Matig stedelijk | 10,7 | 40,9 | |
| Weinig stedelijk | 6,9 | 35,1 | |
| Niet stedelijk | 5,2 | 26,6 | |
| Functioneren handhavers ¹⁾ | |||
| Totaal | 24,5 | ||
| Zeer sterk stedelijk | 26,6 | ||
| Sterk stedelijk | 25,2 | ||
| Matig stedelijk | 23,6 | ||
| Weinig stedelijk | 21,8 | ||
| Niet stedelijk | 20,6 | ||
| 1) Het gaat om degenen die weleens gemeentelijke handhavers in hun buurt of elders in de gemeente zien. | |||
Functioneren gemeentelijke handhavers
Bijna een kwart van de mensen die weleens gemeentelijke handhavers in hun buurt of elders in de gemeente zien is (zeer) tevreden over het functioneren van deze handhavers. Daarentegen is 11 procent hierover juist (zeer) ontevreden. Verder is 35 procent niet tevreden en niet ontevreden, en zegt 29 procent dit niet te kunnen beoordelen.
Het percentage dat (zeer) tevreden is over het functioneren van gemeentelijke handhavers neemt toe met de stedelijkheidsgraad van de woongemeente: van 21 procent in niet-stedelijke gemeenten tot 27 procent in zeer sterk stedelijke gemeenten.
2.3 Overlast in buurt
Om een beeld te krijgen van de ervaren buurtoverlast is in de Veiligheidsmonitor voor zeventien vormen van overlast gevraagd of deze weleens voorkomen in de eigen buurt en, zo ja, in welke mate men daar zelf overlast van ervaart. Antwoordmogelijkheden zijn hierbij ‘veel overlast’, ‘een beetje overlast’, ‘weinig overlast’ en ‘geen antwoord’. De afzonderlijke overlastvormen zijn ingedeeld in vier categorieën: fysieke verloedering, sociale overlast, verkeersoverlast en milieuoverlast.
Hieronder wordt besproken in hoeverre mensen de verschillende vormen van overlast ervaren in hun buurt. Het gaat dan om een beetje of veel overlast. Ook wordt aangegeven welk deel veel overlast ervaart.
Fysieke verloedering
Fysieke verloedering bestaat uit vier overlastvormen: ‘rommel op straat’, ‘vernield straatmeubilair, bijvoorbeeld vuilnisbakken of bankjes’, ‘bekladde muren of gebouwen’, en ‘hondenpoep, bijvoorbeeld op de stoep of op grasveldjes’. Van alle 15-plussers zeggen 7 op de 10 overlast te hebben van een of meer vormen van fysieke verloedering in hun buurt. Ruim 2 op de 10 zeggen hiervan veel overlast te hebben. Het grootste fysieke overlastprobleem is hondenpoep: 57 procent van alle 15-plussers geeft aan hier zelf overlast van te ervaren en 16 procent ervaart zelfs veel overlast. Van rommel op straat heeft 44 procent zelf overlast, 9 procent ervaart veel overlast. Van vernieling van straatmeubilair en bekladde muren of gebouwen wordt minder vaak overlast ervaren.
In 2025 ervaren iets meer mensen veel overlast van rommel op straat, vernield straatmeubilair en bekladde muren of gebouwen dan 2021. Het ervaren van veel overlast door hondenpoep is juist iets lager.
Sociale overlast
Sociale overlast in de buurt omvat de volgende zeven vormen van overlast: ‘dronken mensen op straat’, ‘verwarde personen’, ‘drugsgebruik, bijv. op straat of bij coffeeshops’, ‘drugshandel’, ‘overlast door buurtbewoners’, ‘mensen die op straat worden lastiggevallen’ en ‘rondhangende jongeren’. In totaal zegt 46 procent te maken te hebben met een of meer vormen van sociale overlast. Bij 14 procent gaat het naar eigen zeggen om veel sociale overlast. De grootste sociale overlast komt van rondhangende jongeren (26 procent) en van buurtbewoners (20 procent). Respectievelijk 7 en 5 procent hebben hier naar eigen zeggen veel overlast van. Het lastigvallen van mensen op straat wordt met 7 procent het minst vaak als overlast ervaren.
In vergelijking met 2021 en 2023 wordt er vaker veel overlast ervaren van rondhangende jongeren, maar ook van dronken mensen op straat, verwarde personen, drugsgebruik en mensen die worden lastiggevallen op straat.
Verkeersoverlast
Bij verkeersoverlast in de buurt gaat het om ‘parkeerproblemen, bijvoorbeeld foutgeparkeerde voertuigen of te weinig plaatsen’, ‘te hard rijden’ en ‘agressief verkeersgedrag’. In totaal zegt 73 procent dat ze last hebben van een of meer vormen van verkeersoverlast. Bijna een derde ervaart veel verkeersoverlast. Te hard rijden is het grootste overlastprobleem: 57 procent geeft aan hiervan overlast te hebben, en 21 procent zegt hiervan veel overlast te hebben. Overlast door parkeerproblemen komt voor bij 45 procent en bij 18 procent komt dit veel voor. Van agressief verkeersgedrag wordt het minst vaak overlast ervaren.
Het percentage dat veel overlast ervaart door parkeerproblemen, agressief verkeersgedrag of te hard rijdend verkeer is iets toegenomen tussen 2021 en 2025.
Milieuoverlast
Milieuoverlast bestaat uit de volgende drie overlastvormen: ‘overlast van horecagelegenheden zoals cafés, restaurants of snackbars’, ‘geluidsoverlast’ en ‘stankoverlast’. In totaal zeggen bijna 4 op de 10 dat ze overlast ervaren van een of meer vormen van milieuoverlast. Ruim 1 op de 10 ervaart veel milieuoverlast. De meeste overlast wordt ervaren van geluid. Ruim 3 op de 10 ervaren geluidsoverlast in de buurt, 1 op de 10 heeft veel overlast hiervan. Van stankoverlast en overlast van horecagelegenheden ervaart men minder vaak hinder.
In 2025 verschillen de ervaren vormen van milieuoverlast vrijwel niet met die in voorgaande jaren.
Overlast totaal
Het percentage mensen dat overlast ervaart van een of meer van de zeventien onderzochte overlastvormen geeft de totaal ervaren overlast in de buurt weer. Een grote meerderheid van 89 procent zegt overlast te ervaren van ten minste één overlastvorm in de buurt, 46 procent geeft aan van ten minste één vorm veel overlast te ervaren.
| Ervaart beetje overlast (% van personen van 15 jaar of ouder) | Ervaart veel overlast (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|
| Fysieke verloedering | 49,2 | 21,8 |
| waarvan | ||
| Hondenpoep | 41,5 | 15,7 |
| Rommel op straat | 35,6 | 8,7 |
| Vernield straatmeubilair | 16,8 | 3,2 |
| Bekladde muren of gebouwen | 9,8 | 1,7 |
| Sociale overlast | 31,9 | 14,3 |
| waarvan | ||
| Rondhangende jongeren | 19,2 | 7,1 |
| Overlast door buurtbewoners | 15 | 4,9 |
| Verwarde personen | 11,8 | 3,4 |
| Dronken mensen op straat | 11,9 | 3,1 |
| Drugsgebruik | 9,3 | 3,6 |
| Drugshandel | 8,6 | 3,7 |
| Mensen op straat lastigvallen | 5,4 | 2,1 |
| Verkeersoverlast | 40,2 | 32,6 |
| waarvan | ||
| Te hard rijden | 36,2 | 20,9 |
| Parkeerproblemen | 26,7 | 18,4 |
| Agressief verkeersgedrag | 19,5 | 10,4 |
| Milieuoverlast | 25,4 | 12,3 |
| waarvan | ||
| Geluidsoverlast | 22,3 | 9,6 |
| Stankoverlast | 9,6 | 4,3 |
| Overlast van horecagelegenheden | 3,2 | 1,4 |
| Overlast totaal | 42,6 | 46,4 |
Trends in overlast
Het percentage dat van ten minste één vorm van fysieke verloedering veel overlast heeft is na 2012 afgenomen. Tussen 2023 en 2025 steeg dit weer enigszins, maar blijft met een index van 87 onder het niveau van 2012 (index=100).
Het percentage dat van ten minste één vorm veel sociale overlast ervaart, bereikte in 2019 het laagste punt. Sindsdien stijgt dit percentage en kwam in 2023 terug op het niveau van 2012. Tussen 2023 en 2025 nam dit percentage verder toe (index 2025=110).
Tussen 2012 en 2015 daalde het percentage mensen dat van ten minste één vorm veel verkeersoverlast ervaart. In de jaren daarna nam dit percentage weer toe. Daarmee kwam het indexcijfer in 2025 uit op 104.
| Veel overlast fysieke verloedering (2012 = 100) | Veel sociale overlast (2012 = 100) | Veel verkeersoverlast (2012 = 100) | |
|---|---|---|---|
| 2012 | 100 | 100 | 100 |
| 2013 | 99,4 | 98,4 | 99 |
| 2014 | 93,3 | 93 | 94,9 |
| 2015 | 93,4 | 90 | 93,8 |
| 2016 | 87,7 | 91,3 | 94,7 |
| 2017 | 88,7 | 88,9 | 97,1 |
| 2018 | |||
| 2019 | 84,9 | 87,9 | 99,6 |
| 2020 | |||
| 2021 | 86,8 | 95,9 | 99,6 |
| 2022 | |||
| 2023 | 84 | 99,9 | 100,7 |
| 2024 | |||
| 2025 | 87 | 109,8 | 103,7 |
| 1) Vanaf 2017 wordt de Veiligheidsmonitor tweejaarlijks uitgevoerd. 2) In 2021 is het item 'verwarde personen' toegevoegd aan sociale overlast. Voor de trend is dit item buiten beschouwing gelaten. 3) In 2021 zijn de items 'geluidsoverlast'en 'stankoverlast' voor het eerst gevraagd. Er is daarom geen langjarige trend te geven voor milieuoverlast. | |||
Overlast naar stedelijkheid
In sterker verstedelijkte buurten ervaren meer bewoners overlast dan in minder verstedelijkte buurten. In zeer sterk stedelijke buurten geeft 58 procent van de bewoners aan veel overlast van ten minste één van de zeventien onderscheiden overlastvormen te ervaren. In de niet-stedelijke buurten is dit 36 procent.
| Zeer sterk stedelijk (% van personen van 15 jaar of ouder) | Sterk stedelijk (% van personen van 15 jaar of ouder) | Matig stedelijk (% van personen van 15 jaar of ouder) | Weinig stedelijk (% van personen van 15 jaar of ouder) | Niet stedelijk (% van personen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Fysieke verloedering | 31,4 | 22,9 | 19,3 | 16,6 | 11,9 |
| Sociale overlast | 24,4 | 14,9 | 11,5 | 8,3 | 5,8 |
| Verkeersoverlast | 38,2 | 34,4 | 30,7 | 27,6 | 27,2 |
| Milieuoverlast | 18,9 | 11,8 | 9,9 | 8,6 | 8,6 |
| Overlast totaal | 57,5 | 48,2 | 43,2 | 39 | 36,1 |
Overlast naar politieregio
Op het schaalniveau van de tien regionale eenheden van de politie varieert het aandeel inwoners dat veel overlast in de buurt ervaart van 41 procent in Noord- en Oost-Nederland tot 56 procent in Amsterdam en Rotterdam. De overlast naar regionale eenheid is vrijwel gelijk aan die in 2021 en 2023.
| 2025 (% van personen van 15 jaar of ouder ) | 2023 (% van personen van 15 jaar of ouder ) | 2021 (% van personen van 15 jaar of ouder ) | |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 55,9 | 53,3 | 54 |
| Rotterdam | 55,7 | 53,8 | 54 |
| Limburg | 49,3 | 48,3 | 49 |
| Den Haag | 48,8 | 47,4 | 47,3 |
| Zeeland - West-Brabant | 46,8 | 46 | 46,2 |
| Noord-Holland | 45,9 | 45,9 | 45,2 |
| Midden-Nederland | 44,9 | 44,7 | 45,3 |
| Oost-Brabant | 43 | 42,8 | 42,9 |
| Oost-Nederland | 41,1 | 39,7 | 40,7 |
| Noord-Nederland | 40,7 | 38,5 | 38,9 |
Op het niveau van de 166 basisteams van de politie lopen de uitkomsten voor veel ervaren overlast uiteen van 29 procent in Achterhoek-Oost en Noordoost-Twente tot 86 procent in het Amsterdamse Centrum-Burgwallen.
| % van personen van 15 jaar of ouder (%) | |
|---|---|
| Noordwest-Fryslân | 38,6 |
| Noordoost-Fryslân | 34,6 |
| Oost-Fryslân | 41,5 |
| Zuidoost-Fryslân | 34 |
| Sneek | 32,4 |
| Leeuwarden | 46,3 |
| Westerkwartier | 34,8 |
| Ommelanden-Noord | 47,4 |
| Ommelanden-Oost | 42,6 |
| Ommelanden-Midden | 49,8 |
| Groningen-Zuid | 33,3 |
| Groningen-Centrum | 46,8 |
| Groningen-Noord | 45,9 |
| Noord-Drenthe | 40,5 |
| Zuidoost-Drenthe | 44,7 |
| Zuidwest-Drenthe | 38,9 |
| IJsselland-Noord | 40,5 |
| Zwolle | 44,7 |
| Vechtdal | 33,6 |
| IJsselland-Zuid | 41,8 |
| Twente-West | 33,2 |
| Twente-Noord | 45,4 |
| Twente-Midden | 41,7 |
| Noordoost-Twente | 29,3 |
| Enschede | 53,1 |
| Achterhoek-Oost | 29 |
| Achterhoek-West | 39,4 |
| IJsselstreek | 37,1 |
| Apeldoorn | 43,1 |
| Veluwe-Noord | 42 |
| Veluwe-West | 41,1 |
| Veluwe Vallei-Noord | 32,7 |
| Ede | 43,5 |
| Veluwe Vallei-Zuid | 37,3 |
| Arnhem-Noord | 50,6 |
| Arnhem-Zuid | 49,8 |
| Rivierenland-West | 37,7 |
| IJsselwaarden | 45,9 |
| Rivierenland-Oost | 41,9 |
| Nijmegen-Noord | 42,8 |
| Nijmegen-Zuid | 45,5 |
| Tweestromenland | 36,9 |
| De Waarden | 46,7 |
| Gooi en Vechtstreek-Noord | 39,4 |
| Gooi en Vechtstreek-Zuid | 48,4 |
| Dronten / Noordoostpolder / Urk | 40,5 |
| Lelystad / Zeewolde | 44,3 |
| Almere Buiten Hout | 49,3 |
| Almere-Stad Haven | 50,9 |
| Almere-West-Poort | 54,1 |
| Amersfoort | 47 |
| De Bilt / Eemdal / Soest | 45 |
| Zeist / Bunnik / Leusden / Woudenberg | 33,5 |
| Heuvelrug | 41,6 |
| Utrecht-West | 41,6 |
| Utrecht-Noord | 65,4 |
| Utrecht-Centrum | 42,2 |
| Utrecht-Zuid | 55,7 |
| Stichtse Vecht / De Ronde Venen | 42,2 |
| De Copen | 45,6 |
| Lekpoort | 39,8 |
| Den Helder | 41,1 |
| Alkmaar | 45,5 |
| Hoorn | 44,9 |
| Heerhugowaard | 39,8 |
| Zaanstad | 55,2 |
| Purmerend | 39,8 |
| IJmond | 51,5 |
| Haarlem | 49,9 |
| Kennemer Kust | 40 |
| Haarlemmermeer | 45 |
| Centrum-Burgwallen | 86,2 |
| Centrum-Amstel | 63,2 |
| Centrum-Jordaan | 69,4 |
| Boven IJ | 63 |
| Oost-Zeeburg | 50,5 |
| Oost-Watergraafsmeer | 56,8 |
| Amstelland-Oost | 41 |
| Zuidoost-Bijlmermeer | 61,4 |
| Zuidoost-Gaasperdam | 54,7 |
| Zuid de Pijp | 54,1 |
| Zuid Buitenveldert | 52,8 |
| Amstelveen | 33,5 |
| Aalsmeer - Uithoorn | 43,9 |
| West-Haarlemmerweg | 57,9 |
| West-Overtoomsesluis | 61,3 |
| Nieuw West-Zuid | 61,3 |
| Nieuw West-Noord | 69,6 |
| Jan Hendrikstraat | 57,8 |
| De Heemstraat | 79,8 |
| Hoefkade | 77,8 |
| Overbosch | 40 |
| Loosduinen | 48,4 |
| Scheveningen | 52,5 |
| Segbroek | 54,3 |
| Laak | 76,7 |
| Beresteinlaan | 62,5 |
| Zuiderpark | 70,6 |
| Leidschenveen - Ypenburg | 49,8 |
| Zoetermeer | 50,3 |
| Leidschendam - Voorburg | 41,2 |
| Wassenaar | 37 |
| Pijnacker - Nootdorp | 40,1 |
| Rijswijk | 51,9 |
| Westland | 40 |
| Delft | 44,4 |
| Hillegom-Lisse-Teylingen | 43,6 |
| Katwijk-Noordwijk | 46,1 |
| Leiden-Noord | 38,2 |
| Leiden-Zuid | 38,3 |
| Leiden-Midden | 52,5 |
| Alphen aan den Rijn | 48,3 |
| Kaag en Braassem | 40,7 |
| Gouda | 47,7 |
| Waddinxveen / Zuidplas | 46,3 |
| Krimpenerwaard | 43,4 |
| Waterweg | 60,2 |
| Schiedam | 60,2 |
| Midden-Schieland | 48,6 |
| Delfshaven | 75,6 |
| Centrum | 80 |
| Maas-Rotte | 63,9 |
| IJsselland | 49,9 |
| Charlois | 69,9 |
| Feijenoord | 67,4 |
| IJsselmonde | 66,9 |
| Haringvliet | 49,8 |
| Nissewaard | 52,4 |
| Oude Maas | 48,5 |
| Hoeksche Waard | 42,6 |
| Drechtsteden Buiten | 50,7 |
| Drechtsteden Binnen | 58,6 |
| Lek en Merwede | 43,7 |
| Havens (RT) | |
| Walcheren | 43,8 |
| Zeeuws-Vlaanderen | 44,4 |
| Oosterscheldebekken | 38,3 |
| Bergen op Zoom | 51,1 |
| Roosendaal | 51,6 |
| Weerijs | 45,7 |
| Markdal | 48,5 |
| Dongemond | 47,1 |
| Tilburg-Centrum | 58,2 |
| Leijdal | 44,1 |
| Groene Beemden | 40 |
| Langstraat | 46,9 |
| 's-Hertogenbosch | 51,2 |
| Meierij | 40,4 |
| Maasland | 41,9 |
| Maas en Leijgraaf | 39,6 |
| Eindhoven-Zuid | 46,2 |
| Eindhoven-Noord | 54,2 |
| De Kempen | 37,4 |
| Dommelstroom | 37,8 |
| Peelland | 42,9 |
| Venray / Gennep | 37,7 |
| Horst / Peel en Maas | 32,5 |
| Venlo / Beesel | 52 |
| Weert | 45 |
| Roermond | 52,5 |
| Echt | 41,5 |
| Brunssum / Landgraaf | 54,5 |
| Kerkrade | 66 |
| Heerlen | 63,1 |
| Heuvelland | 44 |
| Maastricht | 50,3 |
| Westelijke Mijnstreek | 54,5 |
In tabellenbijlage II is weergegeven in welke regionale eenheden, politiedistricten en basisteams de buurtoverlast – rekening houdend met de betrouwbaarheidsintervallen rond de uitkomsten – in 2025 hoger of lager is dan het landelijke gemiddelde, en hoger of lager is dan in 2023 en 2021.
Overlast in 70-duizend-plus-gemeenten
In de 70-duizend-plus-gemeenten is vaker sprake van veel overlast in de buurt op ten minste één van de zeventien onderscheiden overlastvormen dan gemiddeld in het land. In deze gemeenten ervaart ruim de helft van de inwoners (52 procent) veel buurtoverlast. Gemiddeld is dit 46 procent (zie figuur 2.3.1). Binnen de groep van 70-duizend-plus-gemeenten wordt de meeste buurtoverlast ervaren in de G4 (60 procent), gevolgd door de G40 (49 procent) en ten slotte de overige 70-duizend-plus-gemeenten (45 procent).
Binnen de 70-duizend-plus-gemeenten varieert het percentage inwoners dat veel overlast in de buurt ervaart van 33 in Amstelveen tot 65 in Rotterdam.
| % van personen van 15 jaar of ouder (%) | |
|---|---|
| Groningen | 41,7 |
| Almere | 51,5 |
| Leeuwarden | 46,3 |
| Assen | 51,5 |
| Emmen | 48,1 |
| Almelo | 51,3 |
| Deventer | 46,2 |
| Enschede | 53,1 |
| Hengelo | 48,8 |
| Zwolle | 44,7 |
| Apeldoorn | 43,1 |
| Arnhem | 50,3 |
| Ede | 43,5 |
| Nijmegen | 44,3 |
| Amersfoort | 47 |
| Utrecht | 50,7 |
| Veenendaal | 43 |
| Alkmaar | 54,7 |
| Amstelveen | 33,5 |
| Amsterdam | 59,6 |
| Haarlem | 49,9 |
| Haarlemmermeer | 45 |
| Hilversum | 49,6 |
| Hoorn | 47,3 |
| Purmerend | 42,8 |
| Velsen | 55,2 |
| Zaanstad | 57,5 |
| Alphen aan den Rijn | 48,3 |
| Delft | 44,4 |
| Dordrecht | 58,6 |
| Gouda | 52,4 |
| 's-Gravenhage | 59,9 |
| Leiden | 45,9 |
| Rotterdam | 64,6 |
| Schiedam | 60,2 |
| Vlaardingen | 61,2 |
| Zoetermeer | 50,3 |
| Bergen op Zoom | 54,2 |
| Breda | 51,3 |
| Eindhoven | 50,4 |
| Helmond | 53,8 |
| 's-Hertogenbosch | 51,2 |
| Oss | 46 |
| Tilburg | 52,7 |
| Heerlen | 63,1 |
| Maastricht | 50,3 |
| Venlo | 52,7 |
| Lelystad | 44 |
| Roosendaal | 55,2 |
| Westland | 40,5 |
| Sittard-Geleen | 55,7 |
| Súdwest-Fryslân | 34,9 |
| Leidschendam-Voorburg | 41,2 |
| Nissewaard | 52,4 |
| Meierijstad | 37,4 |
| Hoeksche Waard | 42,6 |
| Dijk en Waard | 43 |
| Land van Cuijk | 39,4 |
| Voorne aan Zee | 49,1 |
In tabellenbijlage III is weergegeven in welke 70-duizend-plus-gemeenten de buurtoverlast in 2025 hoger of lager is dan het gemiddelde van deze 70-duizend-plus-gemeenten, en hoger of lager is dan in 2023 en 2021.