Auteur: Math Akkermans, Elianne Derksen, Mathilde Kennis, Rianne Kloosterman, Elke Moons

Veiligheidsmonitor 2023

Over deze publicatie

Deze publicatie bevat de resultaten van de Veiligheidsmonitor 2023. Dit is een periodiek bevolkingsonderzoek naar leefbaarheid, veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek. In totaal hebben ruim 180 duizend personen van 15 jaar of ouder aan het onderzoek deelgenomen. De thema’s die aan bod komen, zijn: leefbaarheid en overlast in de woonbuurt, veiligheidsbeleving, traditionele criminaliteit, online criminaliteit, burgers en politie, preventie, en respectloos gedrag en discriminatie. Er wordt ingegaan op trends en verschillen tussen politieregio’s, (middel)grote gemeenten en bevolkingsgroepen.

1. Inleiding en samenvatting

Hoe ervaren Nederlanders de leefbaarheid van hun woonomgeving? Voelen zij zich er veilig? Hoe vaak zijn ze slachtoffer van criminaliteit? Wat vinden ze van het functioneren van de politie? Welke maatregelen nemen ze om criminaliteit te voorkomen? Hoe vaak ervaren Nederlanders respectloos gedrag en discriminatie? En welke ontwikkelingen op deze terreinen hebben zich in de afgelopen jaren voorgedaan en welke verschillen bestaan er tussen bevolkingsgroepen en tussen regio’s in ons land? Al deze vragen, en nog meer, worden in de Veiligheidsmonitor 2023 beantwoord.

De cijfers zijn gebaseerd op een grootschalige enquête onder de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder. In 2023 hebben ruim 180 duizend personen de vragenlijst ingevuld. Dit grote aantal respondenten – de Veiligheidsmonitor is qua steekproefomvang een van de grootste slachtofferenquêtes ter wereld – maakt het mogelijk om tot op een gedetailleerd niveau betrouwbare uitspraken te doen over de veiligheid in Nederland.

De Veiligheidsmonitor wordt sinds 2005 jaarlijks en vanaf 2017 tweejaarlijks gehouden. In 2021 achtten de opdrachtgevers van de Veiligheidsmonitor (het ministerie van Justitie en Veiligheid en het CBS) en de partners (gemeenten, politie, WODC) het noodzakelijk om de inhoud en opzet van de Veiligheidsmonitor tegen het licht te houden. Het onderzoeksterrein is immers continu in beweging: nieuwe vormen van criminaliteit ontstaan en ontwikkelen zich steeds sneller (denk aan online criminaliteit) en in het verlengde daarvan verandert ook de behoefte aan informatie vanuit bestuur en beleid.

Concreet betekent dit dat de vragenlijst van de Veiligheidsmonitor in 2021 grondig is herzien. Door deze aanpassingen in de vraagstellingen en door een andere manier van dataverzameling (het onderzoek werd voor het eerst uitsluitend als internetenquête uitgevoerd) zijn de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor 2021 niet meer 1-op-1 vergelijkbaar met die van 2019 en eerdere edities. Voor een beperkt aantal kernindicatoren zoals slachtofferschap van traditionele criminaliteit en onveiligheidsgevoelens is dat wél het geval en kunnen dus langeretermijntrends worden weergegeven. 1)

De vragenlijst van de Veiligheidsmonitor 2023 is weinig veranderd ten opzichte van die van 2021. Er is alleen een nieuw thema (ervaringen met controle door de politie) toegevoegd, het vragenblok over discriminatie is uitgebreid, en bij de achtergrondkenmerken zijn vragen over geslachtsregistratie, genderidentiteit en intersekse toegevoegd. Dat betekent dat de cijfers van 2023 goed vergelijkbaar zijn met die van twee jaar eerder.

Wel is het zo dat de cijfers in de Veiligheidsmonitor 2021, zoals die over overlast- en veiligheidsbeleving en slachtofferschap van criminaliteit, betrekking hebben op de coronaperiode, toen veel mensen aan huis gebonden waren en andere beperkende maatregelen golden, terwijl de cijfers in de Veiligheidsmonitor 2023 vrijwel geheel betrekking hebben op de periode na corona. In de Onderzoeksverantwoording wordt ingegaan op wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn voor de vergelijkbaarheid van de onderzoeksuitkomsten van 2023 met die van 2021.

De Veiligheidsmonitor bevat niet alleen cijfers over Nederland als geheel maar ook over de regio’s van ons land. Er worden uitkomsten gepresenteerd voor de 10 regionale eenheden, 43 districten en 166 basisteams van de politie en voor de 55 grootste gemeenten van ons land met meer dan 70 duizend inwoners.

De Veiligheidsmonitor is een samenwerking tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek en het ministerie van Justitie en Veiligheid.

De publicatie Veiligheidsmonitor 2023 is als webpublicatie en in pdf-vorm beschikbaar op de website van het CBS. Achterliggende cijfers zijn te vinden op StatLine, de elektronische databank van het CBS.

1.1 Samenvatting

Deze samenvatting laat de onderzoeksresultaten van de Veiligheidsmonitor 2023 voor de diverse thema’s op hoofdlijnen zien. Eerst wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste landelijke uitkomsten. Daarna volgt een samenvatting van de regionale uitkomsten. Deze uitkomsten van de afzonderlijke regio’s worden afgezet tegen het landelijke gemiddelde als referentiepunt. Het geheel correspondeert in grote lijnen met het kleurenoverzicht verderop waarin de scores op de belangrijkste indicatoren op het niveau van regionale politie-eenheden en -districten visueel zijn weergegeven. Een toelichting op het gebruik van dit overzicht wordt gegeven in de tekstbox die vooraf gaat aan het kleurenoverzicht.

Landelijke uitkomsten

Leefbaarheid en overlast in buurt

  • Het rapportcijfer voor de leefbaarheid in de buurt bedraagt, net zoals in 2021, een 7,6.
  • Op de langere termijn, vanaf 2005, is de ervaren sociale cohesie in de buurt weinig veranderd. Op een schaal van 0 tot 10 scoort de sociale cohesie in de buurt in 2023 een 6,4. De sociale cohesie neemt toe van een 5,8 in zeer sterk stedelijke buurten tot een 7,1 in niet-stedelijke buurten.
  • Minder dan de helft van de Nederlanders (44 procent) is (zeer) tevreden over het functioneren van de eigen gemeente als het gaat om de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Dit is hetzelfde als in 2021.
  • 3 op de 10 zeggen dat gemeentelijke handhavers (vaak of soms) zichtbaar zijn in de buurt. Bijna 6 van de 10 geven dit aan voor andere plekken in de gemeente. Ongeveer een kwart is (zeer) tevreden over het functioneren van de handhavers in de eigen gemeente. De meesten zijn tevreden noch ontevreden. Zowel de zichtbaarheid als de tevredenheid daarover is in meer verstedelijkte buurten groter dan in minder verstedelijkte buurten.
  • 1 op de 10 Nederlanders geeft aan veel milieuoverlast te ervaren. Ook 1 op de 10 ervaart veel sociale overlast. 2 op de 10 ervaren veel fysieke verloedering, en 3 op de 10 veel verkeersoverlast in hun buurt.
  • Bijna 9 op de 10 Nederlanders geven aan overlast in de buurt te ervaren, bijna de helft (45 procent) zegt veel overlast in de buurt te ervaren. Dit is vergelijkbaar met 2021.

Veiligheidsbeleving

  • Ruim een op de drie Nederlanders (35 procent) voelt zich weleens onveilig in het algemeen. Dat is meer dan in 2021 (33 procent). 2 procent voelt zich vaak onveilig. Dit is vergelijkbaar met twee jaar eerder.
  • De algemene onveiligheidsgevoelens zijn ten opzichte van 2005, het eerste vergelijkbare meetjaar, met 30 procent gedaald.
  • 15 procent van de Nederlanders voelt zich weleens onveilig in de eigen buurt. Dat is meer dan in 2021 (14 procent). 2 procent voelt zich vaak onveilig in de eigen buurt, iets meer dan twee jaar eerder.
  • In 2023 zijn de onveiligheidsgevoelens in de buurt 5 procent lager dan in 2008, het eerste jaar dat deze op een vergelijkbare manier gemeten zijn.
  • Vrouwen voelen zich vaker onveilig dan mannen. Jongeren voelen zich vaker onveilig dan ouderen. Homoseksuele en biseksuele mannen voelen zich vaker onveilig dan heteroseksuele mannen, en biseksuele vrouwen voelen zich vaker onveilig dan heteroseksuele vrouwen. Homoseksuele vrouwen en heteroseksuele vrouwen verschillen niet van elkaar.
  • 8 procent van de mensen doet ’s avonds vaak niet open omdat zij dat niet veilig vinden. 4 procent voelt zich ’s avonds vaak onveilig op straat in de eigen buurt en 3 procent rijdt of loopt vaak om vanwege onveilige plekken in de buurt. 2 procent is vaak bang om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit in de buurt, en voelt zich ’s avonds alleen thuis vaak onveilig.
  • 9 procent van de mensen heeft het idee dat er veel criminaliteit in de eigen buurt voorkomt. Het grootste deel (63 procent) denkt dat er weinig criminaliteit plaatsvindt, en 21 procent denkt dat er géén criminaliteit voorkomt.
  • Het percentage dat denkt dat de criminaliteit in de buurt in de afgelopen 12 maanden is toegenomen is groter dan het percentage dat denkt dat deze is afgenomen (12 tegen 4 procent). De meesten (59 procent) denken dat de criminaliteit gelijk gebleven is.
  • Nederlanders waarderen de veiligheid in hun buurt met een gemiddeld rapportcijfer van 7,5. Stedelingen zijn minder tevreden over de veiligheid in hun buurt dan dorpelingen.
  • 16 procent van de mensen denkt dat de kans heel groot of groot is om slachtoffer te worden van oplichting via internet. 7 procent schat de kans op inbraak in de eigen woning (heel) groot in, 3 procent de kans op zakkenrollerij en mishandeling, en 2 procent denkt dat het risico op beroving (heel) groot is.

Traditionele criminaliteit

  • In 2023 is 6 procent van de Nederlanders slachtoffer geweest van geweld, 11 procent van vermogensdelicten en 7 procent van vernielingen.
  • In totaal is 20 procent slachtoffer geweest van één of meer van deze vormen van traditionele criminaliteit. Dat is meer dan in 2021 (17 procent). De toename in het slachtofferschap is relatief het sterkst bij de geweldsdelicten.
  • Op de langere termijn, vanaf 2005, is het slachtofferschap van traditionele criminaliteit met 53 procent afgenomen.
  • Mannen zijn iets vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit dan vrouwen. Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen.
  • Ruim een kwart van de slachtoffers van traditionele criminaliteit geeft aan emotionele of psychische problemen, lichamelijke verwondingen of letsel en/of financiële problemen te (hebben) ervaren als gevolg van hun slachtofferschap. 
  • In 2023 deed 37 procent van de slachtoffers van traditionele criminaliteit melding bij de politie van wat hen overkomen was. Bijna 1 op de 3 slachtoffers (32 procent) deed aangifte. Dit is vergelijkbaar met 2021.
  • Het belangrijkste motief voor slachtoffers om het delict niet bij de politie te melden of aan te geven is dat ‘het niets helpt’. Bij 4 op de 10 delicten werd dit genoemd als (een van) de reden(en).

Online criminaliteit

  • In 2023 is 9 procent van de Nederlanders slachtoffer geweest van online oplichting en fraude, 6 procent van hacken, 3 procent van online bedreiging en intimidatie, en 1 procent van overige online delicten.
  • In totaal is 16 procent in 2023 slachtoffer geweest van één of meer van deze vormen van online criminaliteit, dat is minder dan in 2021 (17 procent). Slachtofferschap van hacken is sinds 2021 afgenomen, de slachtofferschap van andere online delicten is nauwelijks veranderd.
  • Jongeren zijn ongeveer 1,5 keer zo vaak slachtoffer van online criminaliteit. Het verschil is het grootst bij online bedreiging en intimidatie en bij hacken.
  • Een vijfde van de slachtoffers van online criminaliteit geeft aan dat het online delict heeft geleid tot emotionele of psychische problemen en/of financiële problemen (21 procent). Emotionele of psychische problemen worden het vaakst genoemd: 17 procent had hier last van.
  • Van alle slachtoffers van online criminaliteit heeft bijna de helft (46 procent) bij een instantie gemeld wat hen overkomen is, 17 procent heeft aangifte gedaan bij de politie.

Burgers en politie

  • Een kwart van de Nederlanders heeft in de afgelopen twaalf maanden een of meerdere keren contact gehad met de politie. Dit is vergelijkbaar met 2021.
  • Hiervan hadden bijna 6 op de 10 het laatste contact met de politie in de eigen buurt. Ongeveer 2 op de 10 hadden het laatste contact respectievelijk elders in de eigen gemeente en buiten de eigen gemeente.
  • De tevredenheid over het laatste contact met de politie verschilt weinig naar de plaats waar dit plaatsvond: ongeveer twee op de drie zijn (zeer) tevreden over dit contact, zowel in de eigen buurt, elders in de eigen gemeente als daarbuiten.
  • Op de lange termijn, vanaf 2005, is de tevredenheid over het contact met de politie in de eigen gemeente met 20 procent toegenomen.
  • 8 procent van de Nederlanders geeft aan dat zij in de afgelopen 12 maanden gecontroleerd zijn door de politie. De meerderheid van hen (80 procent) zegt dat de politie hen bij de laatste controle rustig, respectvol en correct heeft behandeld.
  • Ongeveer 1 op de 10 personen die in de afgelopen 12 maanden zijn gecontroleerd door de politie denkt dat hun afkomst, huidskleur of uiterlijk (de laatste keer) een reden was voor de controle.
  • Ruim een op de drie (36 procent) is (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in de buurt. 8 procent is (zeer) ontevreden en 29 procent is niet tevreden en niet ontevreden. 28 procent geeft aan dit niet te kunnen beoordelen.
  • Bijna de helft (47 procent) is (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in het algemeen. 10 procent is (zeer) ontevreden en 29 procent is niet tevreden en niet ontevreden. De rest (13 procent) zegt dit niet te kunnen beoordelen.
  • Sinds 2005 is de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt met 6 procent gestegen. De laatste jaren is een afname zichtbaar.
  • 9 procent zegt de politie vaak in de eigen buurt te zien, 35 procent soms, 42 procent zelden en 14 procent nooit. Een meerderheid (van afgerond 57 procent) geeft dus aan de politie zelden of nooit in de eigen buurt te zien. Dit percentage is iets hoger dan in 2021.
  • Bijna 1 op de 3 is (zeer) tevreden over de zichtbaarheid van de politie in de eigen buurt; 1 op de 5 is (zeer) ontevreden hierover. De rest is tevreden noch ontevreden (35 procent) of heeft geen oordeel over de zichtbaarheid van de politie in de buurt (11 procent). De tevredenheid over de zichtbaarheid van de politie in de buurt is in 2023 iets lager dan twee jaar eerder.
  • De zichtbaarheid van de politie in de buurt en de tevredenheid hierover is in meer verstedelijkte buurten groter dan minder verstedelijkte buurten.

Preventie

  • Driekwart van de Nederlanders geeft aan vaak of altijd waardevolle spullen mee uit de auto te nemen om diefstal te voorkomen.
  • Bijna de helft zegt (vaak of altijd) ’s avonds het licht te laten branden wanneer er niemand thuis is.
  • 61 procent heeft extra veiligheidssloten of -grendels op ramen en deuren, 23 procent heeft thuis camerabewaking en 13 procent een alarminstallatie.
  • In vergelijking met 2021 is het beeld rondom preventief gedrag door Nederlanders gelijk gebleven. Wel is het gebruik van camerabewaking in en rond de woning toegenomen.
  • Ruim een op de vijf geeft aan dat hij/zij zelf of iemand anders van het huishouden deelneemt aan Whatsapp-buurtpreventie.
  • De meest gebruikte maatregelen die Nederlanders nemen om hun digitale gegevens te beschermen zijn sterke wachtwoorden kiezen die moeilijk te raden zijn (73 procent), updates/back-ups (52 procent), en het gebruik van een virusscanner (50 procent).

Respectloos gedrag en discriminatie

  • 15 procent zegt vaak of soms respectloos behandeld te worden door onbekenden op straat. Een op de tien zegt vaak of soms respectloos behandeld te worden door personeel van winkels of bedrijven, of door onbekenden in het openbaar vervoer. Het minst wordt respectloze behandeling ervaren door personeel van overheidsinstanties en door bekenden zoals partner, familie of vrienden (beide 7 procent).
  • Ruim een op de tien (11 procent) zegt zich gediscrimineerd te hebben gevoeld. Dat is evenveel als in 2021.
  • 39 procent van de Nederlanders die in 2023 een of meerdere ervaringen met discriminatie hebben gehad zeggen dat dit was op grond van ras of huidskleur. Bij 33 procent van de mensen met discriminatie-ervaring ging het om nationaliteit, bij 28 procent om geslacht, bij 17 procent om leeftijd en bij 16 procent om godsdienst/levensovertuiging.
  • 60 procent van de mensen met discriminatie-ervaring geven aan dat dit kwam door ongelijke behandeling, benadeling of het voortrekken van bepaalde groepen. 44 procent zegt dat dit door discriminerende opmerkingen kwam.
  • 37 procent van de mensen die discriminatie ervoeren zegt dat dit op straat gebeurde. 26 procent geeft aan dat dit op het werk plaatsvond en 25 procent zegt dat het in een winkel gebeurde.
  • 39 procent van de mensen met discriminatie-ervaring zegt dat dit door instanties of professionals gebeurde, bijvoorbeeld de landelijke overheid, een politicus, de gemeente of de politie.
  • Ruim de helft (51 procent) van de mensen met discriminatie-ervaring geeft aan hierdoor minder vertrouwen in mensen te hebben. 21 procent voelt/voelde zich minder veilig, 15 procent heeft of had depressieve klachten en 11 procent slaapproblemen.
  • 11 procent van de mensen die zich gediscrimineerd voelden hebben dit gemeld bij een of meer instanties. 2 procent van degenen die zich gediscrimineerd voelden deed aangifte bij de politie.

70-duizend-plus-gemeenten

  • De helft van de inwoners van de 70-duizend-plus-gemeenten ervaart in 2023 veel buurtoverlast, tegen 45 procent landelijk gemiddeld. Vooral in de vier grote steden, de G4, wordt veel overlast ervaren (57 procent).
  • 19 procent van de inwoners van de 70-duizend-plus-gemeenten voelt zich weleens onveilig in de eigen buurt, tegen 15 procent gemiddeld in Nederland. In de G4 voelt een kwart zich weleens onveilig in de eigen buurt.
  • Een kwart van de inwoners van de 70-duizend-plus-gemeenten is in 2023 slachtoffer geweest van één of meer vormen van traditionele criminaliteit (landelijk 20 procent). Het slachtofferschap is het grootst in de G4 (31 procent).
  • De tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt is in de 70-duizend-plus-gemeenten met 36 procent gelijk aan het landelijke gemiddelde. In de G4 is men hierover iets positiever (38 procent).

Regionale eenheden en districten politie - 2023Regionale eenheden en districten politie - 2023 Regionale eenheden en districten politie - 2023 Rapportcijfer leef - baarheid buurt Veel fysieke verloe- dering in buurt Veel sociale overlast in buurt Veel verkeersoverlast in buurt Veel milieuoverlast in buurt Rapportcijfer veiligheid buurt Weleens onveilig in buurt Slachtofferschap geweldsdelicten Slachtofferschapvermogensdelicten Slachtofferschapvernielingen Slachtofferschap traditionele criminaliteit Tevredendheid zichtbaar- heid politie in buurt Tevredenheid functio- neren politie in buurt Aantal preventieve voorzieningen woning Noord-Nederland Fryslân = Gunstiger dan NL gemiddeld Groningen Drenthe Oost-Nederland IJsselland Twente Noord en Oost Gelderland Gelderland Midden Gelderland Zuid Midden-Nederland Gooi en Vechtstreek Flevoland Oost Utrecht Utrecht Stad West Utrecht Noord-Holland Noord Holland Noord Zaanstreek Waterland Kennemerland Amsterdam Amsterdam Noord Amsterdam Oost Amsterdam Zuid Amsterdam West Den Haag Den Haag Centrum Den Haag West Den Haag Zuid Zoetermeer - Leidschendam Westland - Delft Leiden - Bollenstreek Alphen aan den Rijn - Gouda Rotterdam Rijnmond Noord Rotterdam Stad Rijnmond Oost Rotterdam Zuid Rijnmond Zuid-West Zuid-Holland Zuid Zeeland - West-Brabant Zeeland De Markiezaten De Baronie Hart van Brabant Oost-Brabant s Hertogenbosch Eindhoven Helmond Limburg Noord en Midden Limburg Parkstad-Limburg Zuid-West-Limburg = Gelijk aan NL gemiddeld = Ongunstiger dan NL gemiddeld

Regionale eenheden en districten politie - 2023
Regionale eenheden en districten Rapportcijfer leefbaarheid buurt Veel fysieke verloedering in buurt Veel sociale overlast in buurt Veel verkeersoverlast in buurt Veel milieuoverlast in buurt Rapportcijfer veiligheid buurt Wel eens onveilig in buurt Slachtofferschap geweldsdelicten Slachtofferschap vermogensdelicten Slachtofferschap vernielingen Slachtofferschap traditionele criminaliteit Tevredendheid zichtbaarheid politie in buurt Tevredenheid functioneren politie in buurt Aantal preventieve voorzieningen woning
Noord-Nederland Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger
Fryslân Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger
Groningen Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger
Drenthe Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Oost-Nederland Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger
IJsselland Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Twente Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger
Noord en Oost Gelderland Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger
Gelderland Midden Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger
Gelderland Zuid Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger
Midden-Nederland Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk
Gooi en Vechtstreek Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Flevoland Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gelijk Ongunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger
Oost Utrecht Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger
Utrecht Stad Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
West Utrecht Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Noord-Holland Gelijk Gunstiger Gelijk Ongunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger
Noord Holland Noord Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk
Zaanstreek Waterland Ongunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Gelijk
Kennemerland Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger
Amsterdam Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Amsterdam Noord - Centrum Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gelijk Ongunstiger
Amsterdam Oost Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Amsterdam Zuid Gunstiger Gelijk Ongunstiger Gunstiger Ongunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Amsterdam West Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gelijk Ongunstiger
Den Haag Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Den Haag Centrum Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Den Haag West Gunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Den Haag Zuid Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gelijk Ongunstiger
Zoetermeer - Leidschendam / Voorburg Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk
Westland - Delft Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger
Leiden - Bollenstreek Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Ongunstiger
Alphen aan den Rijn - Gouda Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk
Rotterdam Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger
Rijnmond Noord Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger
Rotterdam Stad Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger Gelijk Ongunstiger
Rijnmond Oost Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger
Rotterdam Zuid Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger
Rijnmond Zuid-West Ongunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger
Zuid-Holland Zuid Gelijk Gelijk Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Zeeland - West-Brabant Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger
Zeeland Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger
De Markiezaten Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger
De Baronie Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Hart van Brabant Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger
Oost-Brabant Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger
?s Hertogenbosch Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Eindhoven Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger
Helmond Gunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Gunstiger
Limburg Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger
Noord en Midden Limburg Gunstiger Gunstiger Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Gunstiger Gelijk Gunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger
Parkstad-Limburg Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gunstiger Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger
Zuid-West-Limburg Gelijk Ongunstiger Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Ongunstiger Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Ongunstiger Ongunstiger Gunstiger

Gunstiger: Gunstiger dan gemiddeld in Nederland
Gelijk: gelijk aan gemiddelde in Nederland
Ongunstiger: Ongunstiger dan gemiddeld in Nederland

1) Zie voor meer informatie de Onderzoeksverantwoording in de bijlage.

2. Leefbaarheid en overlast in woonbuurt

In dit hoofdstuk staat het thema leefbaarheid en overlast in de woonbuurt centraal. Eerst komt aan de orde hoe inwoners van Nederland de fysieke voorzieningen en sociale cohesie in hun buurt ervaren. Vervolgens gaat het om de overlast in de buurt. Welke vormen van overlast komen het meest voor en van welke heeft men de meeste last? Meer cijfermateriaal over dit onderwerp, uitgesplitst naar regio en persoonskenmerken is beschikbaar op StatLine.

2.1 Fysieke voorzieningen en sociale cohesie in buurt

Fysieke voorzieningen

In de Veiligheidsmonitor is de tevredenheid over fysieke voorzieningen in de woonbuurt gemeten. Een meerderheid van 83 procent geeft aan (heel) tevreden te zijn over de straatverlichting in de buurt. Over het onderhoud van plantsoenen en parken is 65 procent (heel) tevreden. Ongeveer 60 procent is (heel) tevreden over het onderhoud van de straten, stoepen en pleintjes en over de speelplekken voor kinderen. De tevredenheid over voorzieningen voor jongeren, zoals sportveldjes of een buurthuis, is met 45 procent lager. 2) De tevredenheid over de fysieke voorzieningen in de buurt verschilt nauwelijks ten opzichte van 2021.

2.1.1 Fysieke voorzieningen in buurt
 2023 (% (heel) tevreden)2021 (% (heel) tevreden)
Straatverlichting82,582,4
Onderhoud van plantsoenen en parken6564,7
Onderhoud van stoepen, straten en pleintjes60,860,1
Speelplekken voor kinderen59,560,1
Voorzieningen voor jongeren45,345,4

Sociale cohesie

Ook de sociale cohesie in de eigen woonbuurt is onderzocht. Driekwart vindt dat de mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan. Een bijna vergelijkbaar deel zegt dat zij de huissleutel aan de buren zouden durven geven als ze op vakantie gaan of langere tijd afwezig zijn. Bijna 70 procent is tevreden over de bevolkingssamenstelling in de eigen buurt. Het percentage dat veel contact heeft met andere buurtbewoners is relatief laag (37 procent). De enige negatief geformuleerde stelling ‘De mensen in de buurt kennen elkaar nauwelijks’ wordt door ruim een kwart onderschreven. Het beeld rondom sociale cohesie in de buurt is vergelijkbaar met dat van 2021.

2.1.2 Sociale cohesie in buurt
 2023 (% (helemaal) eens)2021 (% (helemaal) eens)
De mensen in de buurt gaan
op een prettige manier met elkaar om
75,375,8
Als ik op vakantie zou gaan of langere tijd
afwezig zou zijn, zou ik mijn huissleutel
aan de buren durven te geven
72,272,8
Ik ben tevreden over de
bevolkingssamenstelling in de buurt
67,368,5
Ik voel me thuis bij de mensen
die in de buurt wonen
62,163,5
Ik woon in een gezellige buurt
waar mensen elkaar helpen
60,561,3
In deze buurt durven de mensen elkaar
aan te spreken op onwenselijk gedrag
48,949,5
Ik heb veel contact met
andere buurtbewoners
3737,4
De mensen in de buurt
kennen elkaar nauwelijks
26,124,6

Schaalscore fysieke voorzieningen en sociale cohesie

Op basis van de vragen over fysieke voorzieningen en sociale cohesie zijn schaalscores berekend. Deze schaalscores lopen van 0 tot en met 10, waarbij een hogere score overeenkomt met een positiever oordeel. De gemiddelde schaalscore voor fysieke voorzieningen bedraagt 6,5 en de gemiddelde schaalscore voor sociale cohesie is 6,4.

Fysieke voorzieningen en sociale cohesie naar stedelijkheid

Het oordeel over de fysieke voorzieningen in de buurt verschilt nagenoeg niet tussen meer verstedelijkte en minder verstedelijkte buurten. Het oordeel over de sociale cohesie in de buurt daarentegen verschilt wel: bewoners van minder verstedelijkte buurten ervaren duidelijk meer sociale cohesie in hun buurt dan bewoners van meer verstedelijkte buurten.

2.1.3 Fysieke voorzieningen en sociale cohesie in buurt - naar stedelijkheid buurt, 2023
 Zeer sterk stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog))Sterk stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog))Matig stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog))Weinig stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog))Niet stedelijk (schaalscore (0 = laag; 10 = hoog))
Fysieke voorzieningen6,56,56,66,56,4
Sociale cohesie5,86,26,56,87,1

Trends in fysieke voorzieningen en sociale cohesie

Over de periode 2008-2023 is het oordeel over de fysieke voorzieningen in de buurt weinig veranderd. Ook het oordeel over de sociale cohesie in de buurt 3), dat gemeten is tussen 2005 en 2023, laat een stabiel beeld zien.

2.1.4 Fysieke voorzieningen en sociale cohesie in buurt - trends1)
 Fysieke voorzieningen (2005/2008 = 100)Sociale cohesie2 (2005/2008 = 100)
2005100
200699,5
200799,9
2008100100,5
2009100,6100,8
2010101,2101,1
2011102,8101,6
2012101,5101,5
2013101,1101,2
2014102101,4
2015102101,3
2016103,1101,7
2017102,2101,3
2018
2019103,5102,4
2020
2021103,9104,9
2022
2023104,3104,1
1) In 2018, 2020 en 2022 heeft geen meting plaatsgevonden. 2) Sinds 2005 is het aantal stellingen over sociale cohesie in de vragenlijst uitgebreid van 4 naar 8. De trendcijfers van sociale cohesie zijn gebaseerd op schaalscores die samengesteld zijn uit de 4 stellingen die in alle jaren bevraagd zijn (prettige omgang in buurt, thuis voelen in buurt, gezellige buurt met saamhorigheid, veel contact met buurtbewoners).

Leefbaarheid buurt

Nederlanders geven de leefbaarheid in hun buurt in 2023, net zoals in 2021, gemiddeld een 7,6 als rapportcijfer.

Een op de tien vindt dat de buurt waarin zij wonen er in de afgelopen 12 maanden op vooruit is gegaan, 17 procent is van mening dat hun buurt erop achteruit is gegaan. De rest, de grote meerderheid, ziet geen verandering.

2.2 Functioneren gemeente inzake leefbaarheid en veiligheid

Functioneren gemeente naar stedelijkheid

Van de Nederlanders is 44 procent (zeer) tevreden over het functioneren van de eigen gemeente als het gaat om de aanpak van leefbaarheid en veiligheid, net als in 2021. Deze tevredenheid verschilt niet wezenlijk naar de stedelijkheidsgraad van de woongemeente.

2.2.1 Tevredenheid functioneren gemeente inzake aanpak leefbaarheid en veiligheid
 2023 (% (zeer) tevreden)2021 (% (zeer) tevreden)
Totaal43,744,1
Stedelijkheid gemeente
Zeer sterk stedelijk42,743
Sterk stedelijk43,243,3
Matig stedelijk44,745,9
Weinig stedelijk44,845,2
Niet stedelijk43,944,4

Functioneren gemeente in 70-duizend-plus-gemeenten

In gemeenten met meer dan 70 duizend inwoners is 42 procent tevreden over het functioneren van de gemeente inzake leefbaarheid en veiligheid. Dat percentage is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde (44 procent), en ook met dat van de G4 (42 procent) en de G404) (43 procent).

Binnen de 70-duizend-plus-gemeenten varieert het percentage inwoners dat (zeer) tevreden is over het functioneren van de gemeente van 28 in Vlaardingen tot 59 in Amstelveen.

2.2.2 Tevredenheid functioneren gemeente inzake aanpak leefbaarheid en veiligheid - naar 70-duizend-plus-gemeente, 2023
 % (zeer) tevreden (%)
Groningen49,7
Almere34,9
Leeuwarden46,0
Emmen40,1
Almelo38,8
Deventer49,0
Enschede42,8
Hengelo45,9
Zwolle50,6
Apeldoorn43,5
Arnhem44,8
Ede49,0
Nijmegen50,1
Amersfoort47,1
Utrecht49,5
Alkmaar44,9
Amstelveen58,8
Amsterdam42,1
Haarlem42,9
Haarlemmermeer40,5
Hilversum45,3
Hoorn37,1
Purmerend38,3
Zaanstad31,0
Alphen aan den Rijn44,8
Delft47,0
Dordrecht42,7
Gouda37,7
s-Gravenhage41,4
Leiden52,1
Rotterdam36,3
Schiedam32,5
Vlaardingen27,5
Zoetermeer39,4
Breda45,5
Eindhoven44,2
Helmond39,4
s-Hertogenbosch45,1
Oss44,5
Tilburg41,1
Heerlen31,3
Maastricht39,7
Venlo35,2
Lelystad37,5
Roosendaal35,7
Westland43,1
Sittard-Geleen30,7
S�dwest-Frysl�n46,6
Leidschendam-Voorburg49,2
Nissewaard41,7
Meierijstad45,7
Hoeksche Waard44,6
Dijk en Waard46,1
Land van Cuijk42,4
Voorne aan Zee33,5

Wanneer rekening wordt gehouden met de betrouwbaarheidsintervallen rondom de uitkomsten is de tevredenheid over het functioneren van de gemeente inzake leefbaarheid en veiligheid hoger dan landelijk gemiddeld in Amstelveen, Dijk en Waard, Ede, Groningen, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Nijmegen, Utrecht en Zwolle (zie Statline). Lager dan gemiddeld is deze tevredenheid in Almere, Gouda, ’s-Gravenhage, Heerlen, Hoorn, Lelystad, Maastricht, Roosendaal, Rotterdam, Schiedam, Sittard-Geleen, Venlo, Vlaardingen, Voorne aan Zee en Zaanstad.

Inzet gemeente voor leefbaarheid en veiligheid buurt

Ruim 4 op de 10 inwoners (43 procent) vinden dat hun gemeente zich inzet voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. 36 procent is van mening dat de gemeente de buurt informeert over de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Verder geeft 31 procent aan dat de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt.

2.2.3 Inzet gemeente inzake leefbaarheid en veiligheid, 2023
 (Helemaal) eens (%)Niet eens, niet oneens (%)(Helemaal) oneens (%)Geen antwoord (%)Geen oordeel (%)
De gemeente betrekt de buurt
bij de aanpak van de leefbaarheid
en veiligheid in de buurt.
30,830,422,55,610,7
De gemeente informeert de buurt
over de aanpak van de leefbaarheid
en veiligheid in de buurt
36,328,120,74,110,7
De gemeente zet zich in
voor de leefbaarheid en
veiligheid in de buurt
43,129,413,43,410,7

Zichtbaarheid gemeentelijke handhavers

Gemeentelijke handhavers houden zich bezig met het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid. 7 procent van de mensen ziet gemeentelijke handhavers vaak in de eigen buurt en 23 procent ziet hen soms. Op andere plekken in de gemeente ziet 15 procent gemeentelijke handhavers vaak en 41 procent soms.

De zichtbaarheid van de handhavers in de buurt en elders in de gemeente is in meer stedelijke gemeenten groter dan in minder stedelijke gemeenten.

2.2.4 Zichtbaarheid gemeentelijke handhavers en oordeel over hun functioneren - naar stedelijkheid gemeente, 2023
   Vaak (%)Soms (%)(Zeer) tevreden (%)
Zichtbaarheid handhavers in buurtTotaal7,023,1
Zichtbaarheid handhavers in buurtZeer sterk stedelijk11,531,2
Zichtbaarheid handhavers in buurtSterk stedelijk8,125,2
Zichtbaarheid handhavers in buurtMatig stedelijk4,619,6
Zichtbaarheid handhavers in buurtWeinig stedelijk2,816,5
Zichtbaarheid handhavers in buurtNiet stedelijk2,711,7
Zichtbaarheid handhavers elders in gemeenteTotaal15,141,4
Zichtbaarheid handhavers elders in gemeenteZeer sterk stedelijk24,746,2
Zichtbaarheid handhavers elders in gemeenteSterk stedelijk18,247,3
Zichtbaarheid handhavers elders in gemeenteMatig stedelijk10,140,3
Zichtbaarheid handhavers elders in gemeenteWeinig stedelijk5,933,7
Zichtbaarheid handhavers elders in gemeenteNiet stedelijk4,124,3
Oordeel over functioneren handhavers 1)Totaal24,1
Oordeel over functioneren handhavers 1)Zeer sterk stedelijk26,6
Oordeel over functioneren handhavers 1)Sterk stedelijk24,7
Oordeel over functioneren handhavers 1)Matig stedelijk23,2
Oordeel over functioneren handhavers 1)Weinig stedelijk21,1
Oordeel over functioneren handhavers 1)Niet stedelijk19,5
1) Het gaat hier om degenen die weleens gemeentelijke handhavers in hun buurt of elders in de gemeente zien.

Functioneren gemeentelijke handhavers

Ongeveer een kwart van de mensen die weleens gemeentelijke handhavers in hun buurt of elders in de gemeente zien is (zeer) tevreden over het functioneren van deze handhavers. Ruim een derde is over hen niet tevreden en niet ontevreden, 11 procent is (zeer) ontevreden. Verder zegt 30 procent dit niet te kunnen beoordelen.

Het percentage dat (zeer) tevreden is over het functioneren van gemeentelijke handhavers neemt toe met de stedelijkheidsgraad van de woongemeente en loopt uiteen van 20 procent in niet-stedelijke gemeenten tot 27 procent in zeer sterk stedelijke gemeenten.

2.3 Overlast in buurt

Om een beeld te krijgen van het vóórkomen van buurtoverlast en de beleving hiervan is in de Veiligheidsmonitor voor een 17-tal vormen van overlast gevraagd of deze weleens voorkomen in de eigen buurt en zo ja, in welke mate men daar zelf overlast van ervaart (antwoordmogelijkheden: ‘veel overlast’, ‘een beetje overlast’, ‘weinig overlast’, ‘geen antwoord’). Deze afzonderlijke overlastvormen zijn hieronder ingedeeld in vier categorieën: fysieke verloedering, sociale overlast, verkeersoverlast en milieuoverlast.

Fysieke verloedering

Fysieke verloedering bestaat uit vier overlastvormen, te weten: ‘rommel op straat’, ‘vernield straatmeubilair, bijvoorbeeld vuilnisbakken of bankjes’, ‘bekladde muren of gebouwen’, en ‘hondenpoep, bijvoorbeeld op de stoep of op grasveldjes’. Het grootste overlastprobleem in de fysieke sfeer is hondenpoep: 57 procent geeft aan hier zelf overlast van te ervaren en 16 procent ervaart zelfs veel overlast. 5) Van rommel op straat heeft 43 procent zelf overlast, 8 procent ervaart veel overlast. Van vernieling van straatmeubilair en bekladde muren of gebouwen wordt minder vaak overlast ervaren.

In totaal zeggen ruim 7 op de 10 overlast te hebben van een of meer vormen van fysieke verloedering in hun buurt. Ruim 2 op de 10 zeggen veel overlast van fysieke verloedering te hebben.

Sociale overlast

Sociale overlast in de buurt omvat de volgende zeven vormen van overlast: ‘dronken mensen op straat’, ‘verwarde personen’, ‘drugsgebruik, bijv. op straat of bij coffeeshops’, ‘drugshandel’, ‘overlast door buurtbewoners’, ‘mensen die op straat worden lastiggevallen’ en ‘rondhangende jongeren’. De grootste overlast in de sociale sfeer komt van rondhangende jongeren en van buurtbewoners. Ongeveer 20 procent van de mensen geeft aan overlast hiervan te ervaren en ongeveer 5 à 6 procent zegt veel overlast te ervaren. Het lastigvallen van mensen op straat wordt het minst vaak als overlast ervaren.

In totaal zeggen ruim 4 op de 10 overlast te hebben van een of meer vormen van sociale overlast. Ruim 1 op de 10 heeft veel sociale overlast.

Verkeersoverlast

Bij verkeersoverlast in de buurt gaat het om ‘parkeerproblemen, bijvoorbeeld fout geparkeerde voertuigen of te weinig plaatsen’, ‘te hard rijden’ en ‘agressief verkeersgedrag’.
Te hard rijden is het grootste overlastprobleem: 56 procent geeft aan overlast hiervan te hebben. Een vijfde zegt veel overlast te hebben. Van parkeerproblemen heeft een vergelijkbaar percentage veel overlast. Van agressief verkeersgedrag wordt het minst vaak overlast ervaren.

In totaal zeggen ruim 7 op de 10 dat ze last hebben van een of meer vormen van verkeersoverlast. Ruim 3 op de 10 ervaren veel verkeersoverlast.

Milieuoverlast

Milieuoverlast bestaat uit de volgende drie overlastvormen: ‘overlast van horecagelegenheden zoals cafés, restaurants of snackbars’, ‘geluidsoverlast’ en ‘stankoverlast’.
Een derde van de mensen ervaart geluidsoverlast in de buurt, 10 procent heeft veel overlast hiervan. Van stankoverlast en vooral van overlast van horecagelegenheden ervaart men minder vaak hinder.

In totaal zeggen bijna 4 op de 10 dat ze overlast ervaren van een of meer vormen van milieuoverlast. Ruim 1 op de 10 ervaart veel milieuoverlast.

Overlast totaal

Het percentage mensen dat overlast ervaart van een of meer van de 17 onderzochte overlastvormen geeft de totaal ervaren overlast weer. Een grote meerderheid van 89 procent zegt overlast te ervaren van ten minste één overlastvorm in de buurt, 45 procent geeft aan veel overlast te ervaren. Dit is vergelijkbaar met 2021.

2.3.1 Overlast in buurt, 2023
 Ervaart overlast (%)Ervaart veel overlast (%)
Fysieke verloedering70,421
waarvan:
Hondenpoep57,315,6
Rommel op straat43,47,9
Vernield straatmeubilair18,42,6
Bekladde muren of gebouwen10,91,5
Sociale overlast42,812,9
waarvan:
Rondhangende jongeren22,15,7
Overlast door buurtbewoners19,75
Dronken mensen op straat14,32,9
Verwarde personen12,82,7
Drugsgebruik11,73,3
Drugshandel11,53,5
Mensen op straat lastiggevallen61,7
Verkeersoverlast71,731,6
waarvan:
Te hard rijden56,120,6
Parkeerproblemen43,917,8
Agressief verkeersgedrag27,99,8
Milieuoverlast37,212,7
waarvan:
Geluidsoverlast31,510,1
Stankoverlast13,14,2
Overlast van horecagelegenheden4,61,5
Overlast totaal88,545,2

Trends in overlast

In de periode 2012-2023 is het percentage mensen dat veel verkeersoverlast ervaart onveranderd gebleven. Het percentage dat veel overlast heeft van fysieke verloedering is met 16 procent gedaald (index 2023 = 84). Sinds 2019 is het percentage dat veel sociale overlast ervaart gestegen, terug naar het niveau in 2012.

2.3.2 Overlast in buurt - trends1) 2)
 Veel overlast fysieke verloedering (2012 = 100)Veel verkeersoverlast (2012 = 100)Veel sociale overlast (2012 = 100)
2012100,0100,0100,0
201399,499,098,4
201493,394,993,0
201593,493,890,0
201687,794,791,3
201788,797,188,9
2018
201984,999,687,9
2020
202186,899,695,9
2022
202384,0100,799,9
1) In 2018, 2020 en 2022 heeft geen meting plaatsgevonden. 2)In 2021 is het item 'verwarde personen' toegevoegd aan sociale overlast. Voor de trend is dit item buiten beschouwing gelaten.

Overlast naar stedelijkheid

In meer verstedelijkte buurten ervaren bewoners meer buurtoverlast dan in minder verstedelijkte buurten. In zeer sterk stedelijke buurten geeft 56 procent van de bewoners aan veel overlast van ten minste één van de 17 onderscheiden overlastvormen te ervaren. In de niet-stedelijke buurten is dit 36 procent.

2.3.3 Overlast in buurt - naar stedelijkheid buurt, 2023
 Zeer sterk stedelijk (% ervaart veel overlast)Sterk stedelijk (% ervaart veel overlast)Matig stedelijk (% ervaart veel overlast)Weinig stedelijk (% ervaart veel overlast)Niet stedelijk (% ervaart veel overlast)
Fysieke overlast29,422,818,816,312,0
Sociale overlast22,014,49,67,65,3
Verkeersoverlast37,233,529,227,027,3
Milieuoverlast19,213,210,08,88,5
Overlast totaal55,647,741,637,936,2

Overlast naar politieregio

Op het schaalniveau van de tien regionale eenheden varieert het aandeel inwoners dat veel overlast in de buurt ervaart van 39 procent in Noord-Nederland tot 54 procent in Rotterdam. De overlast naar regionale eenheid verschilt niet wezenlijk ten opzichte van 2021.

2.3.4 Overlast in buurt - naar regionale eenheid
 2023 (% ervaart veel overlast)2021 (% ervaart veel overlast)
Rotterdam53,854
Amsterdam53,354
Limburg48,349
Den Haag47,447,3
Zeeland - West-Brabant46,046,2
Noord-Holland45,945,2
Midden-Nederland44,745,3
Oost-Brabant42,842,9
Oost-Nederland39,740,7
Noord-Nederland38,538,9


Op het niveau van de 166 basisteams lopen de uitkomsten uiteen van 29 procent in Noordoost-Twente en Twente-West tot 77 procent in De Heemstraat.

2.3.5 Overlast in buurt - naar basisteam, 2023
BasisteamErvaart veel overlast (%)
1A1 - Noordwest-Fryslân39,2
1A2 - Noordoost-Fryslân32,3
1A3 - Oost-Fryslân33,6
1A4 - Zuidoost-Fryslân35,5
1A5 - Sneek33,1
1A6 - Leeuwarden39,9
1B1 - Westerkwartier33,8
1B2 - Ommelanden-Noord43,4
1B3 - Ommelanden-Oost44,3
1B4 - Ommelanden-Midden49,5
1B5 - Groningen-Zuid40,0
1B6 - Groningen-Centrum44,1
1B7 - Groningen-Noord48,3
1C1 - Noord-Drenthe32,5
1C2 - Zuidoost-Drenthe37,5
1C3 - Zuidwest-Drenthe38,0
2A1 - IJsselland-Noord38,5
2A2 - Zwolle41,5
2A3 - Vechtdal31,1
2A4 - IJsselland-Zuid37,4
2B1 - Twente-West29,2
2B2 - Twente-Noord47,3
2B3 - Twente-Midden36,6
2B4 - Noordoost-Twente29,1
2B5 - Enschede51,2
2C1 - Achterhoek-Oost30,7
2C2 - Achterhoek-West37,0
2C3 - IJsselstreek36,5
2C4 - Apeldoorn42,5
2C5 - Veluwe-Noord38,9
2C6 - Veluwe-West38,6
2D1 - Veluwe Vallei-Noord38,0
2D2 - Ede44,2
2D3 - Veluwe Vallei-Zuid35,8
2D4 - Arnhem-Noord52,0
2D5 - Arnhem-Zuid54,7
2D6 - Rivierenland-West40,2
2D7 - IJsselwaarden44,5
2D8 - Rivierenland-Oost40,0
2E1 - Nijmegen-Noord39,7
2E2 - Nijmegen-Zuid43,8
2E3 - Tweestromenland36,2
2E4 - De Waarden41,8
3A1 - Gooi en Vechtstreek-Noord43,4
3A2 - Gooi en Vechtstreek-Zuid47,1
3B1 - Dronten / Noordoostpolder / Urk34,8
3B2 - Lelystad / Zeewolde41,7
3B3 - Almere Buiten Hout47,0
3B4 - Almere-Stad Haven50,0
3B5 - Almere-West-Poort51,1
3C1 - Amersfoort46,0
3C2 - De Bilt / Eemdal / Soest41,7
3C3 - Zeist / Bunnik / Leusden / Woudenberg37,7
3C4 - Heuvelrug41,8
3D1 - Utrecht-West39,5
3D2 - Utrecht-Noord59,3
3D3 - Utrecht-Centrum44,9
3D4 - Utrecht-Zuid54,3
3E1 - Stichtse Vecht / De Ronde Venen48,4
3E2 - De Copen46,7
3E3 - Lekpoort42,4
4A1 - Den Helder47,3
4A2 - Alkmaar38,8
4A3 - Hoorn43,7
4A4 - Heerhugowaard40,6
4B1 - Zaanstad55,2
4B2 - Purmerend42,7
4C1 - IJmond51,8
4C2 - Haarlem50,4
4C3 - Kennemer Kust38,5
4C4 - Haarlemmermeer46,5
5A1 - Centrum-Burgwallen75,7
5A2 - Centrum-Amstel62,9
5A3 - Centrum-Jordaan62,5
5A4 - Boven IJ54,0
5B1 - Oost-Zeeburg55,8
5B2 - Oost-Watergraafsmeer48,1
5B3 - Amstelland-Oost38,7
5B4 - Zuidoost-Bijlmermeer61,4
5B5 - Zuidoost-Gaasperdam50,1
5C1 - Zuid de Pijp55,6
5C2 - Zuid Buitenveldert42,1
5C3 - Amstelveen39,7
5C4 - Aalsmeer - Uithoorn48,0
5D1 - West-Haarlemmerweg52,6
5D2 - West-Overtoomsesluis58,3
5D3 - Nieuw West-Zuid63,4
5D4 - Nieuw West-Noord63,8
6A1 - Jan Hendrikstraat56,6
6A2 - De Heemstraat77,0
6A3 - Hoefkade69,9
6B1 - Overbosch40,0
6B2 - Loosduinen49,4
6B3 - Scheveningen52,7
6B4 - Segbroek53,6
6C1 - Laak74,8
6C2 - Beresteinlaan59,8
6C3 - Zuiderpark72,2
6C4 - Leidschenveen - Ypenburg47,7
6D1 - Zoetermeer50,6
6D2 - Leidschendam - Voorburg42,7
6D3 - Wassenaar39,8
6D4 - Pijnacker - Nootdorp38,0
6E1 - Rijswijk46,5
6E2 - Westland40,1
6E3 - Delft37,7
6F1 - Hillegom-Lisse-Teylingen42,2
6F2 - Katwijk-Noordwijk42,7
6F4 - Leiden-Noord36,2
6F5 - Leiden-Zuid38,5
6F6 - Leiden-Midden49,4
6G1 - Alphen aan den Rijn45,0
6G2 - Kaag en Braassem38,2
6G3 - Gouda47,2
6G4 - Waddinxveen / Zuidplas44,8
6G5 - Krimpenerwaard45,3
7A1 - Waterweg56,3
7A2 - Schiedam64,7
7A3 - Midden-Schieland43,5
7B1 - Delfshaven71,1
7B2 - Centrum71,4
7C1 - Maas-Rotte61,3
7C2 - IJsselland50,5
7D1 - Charlois67,1
7D2 - Feijenoord70,7
7D3 - IJsselmonde67,2
7E1 - Haringvliet45,5
7E2 - Nissewaard51,8
7E3 - Oude Maas48,6
7F1 - Hoeksche Waard42,9
7F2 - Drechtsteden Buiten48,5
7F3 - Drechtsteden Binnen52,4
7F4 - Lek en Merwede42,0
8A1 - Walcheren41,9
8A2 - Zeeuws-Vlaanderen40,0
8A3 - Oosterscheldebekken38,8
8B1 - Bergen op Zoom51,7
8B2 - Roosendaal53,0
8C1 - Weerijs42,2
8C2 - Markdal48,5
8C3 - Dongemond44,7
8D1 - Tilburg-Centrum60,4
8D2 - Leijdal44,2
8D3 - Groene Beemden39,3
8D4 - Langstraat45,3
9A1 - s-Hertogenbosch52,0
9A2 - Meierij39,9
9A3 - Maasland38,4
9A4 - Maas en Leijgraaf37,7
9B1 - Eindhoven-Zuid46,2
9B2 - Eindhoven-Noord53,8
9B3 - De Kempen35,7
9C1 - Dommelstroom39,8
9C2 - Peelland45,2
10A1 - Venray / Gennep36,4
10A2 - Horst / Peel en Maas32,1
10A3 - Venlo / Beesel53,1
10A4 - Weert38,4
10A5 - Roermond53,9
10A6 - Echt42,9
10B1 - Brunssum / Landgraaf51,3
10B2 - Kerkrade67,1
10B3 - Heerlen60,4
10C1 - Heuvelland43,9
10C2 - Maastricht51,9
10C3 - Westelijke Mijnstreek52,5

In tabellenbijlage II is weergegeven in welke regionale eenheden, politiedistricten en basisteams de buurtoverlast – rekening houdend met de betrouwbaarheidsintervallen rond de uitkomsten – in 2023 hoger of lager is dan het landelijke gemiddelde, en hoger of lager is dan in 2021.

Overlast in 70-duizend-plus-gemeenten

In de 70-duizend-plus-gemeenten is meer buurtoverlast dan gemiddeld in het land. In deze gemeenten ervaart de helft van de inwoners veel buurtoverlast. Gemiddeld is dit 45 procent (zie figuur 2.3.1). Binnen de groep van 70-duizend-plus-gemeenten wordt de meeste buurtoverlast ervaren in de G4 (57 procent), gevolgd door de G40 (48 procent) en ten slotte de overige 70-duizend-plus-gemeenten (43 procent).

Binnen de 55 70-duizend-plus-gemeenten varieert het percentage inwoners dat veel overlast in de buurt ervaart van 35 in Súdwest-Fryslân tot 65 in Schiedam.

2.3.6 Overlast in buurt - naar 70-duizend-plus-gemeente, 2023
 % veel overlast (%)
Groningen44,4
Almere49,4
Leeuwarden39,9
Emmen41,7
Almelo51,7
Deventer43,6
Enschede51,2
Hengelo43,6
Zwolle41,5
Apeldoorn42,5
Arnhem53,3
Ede44,2
Nijmegen42,0
Amersfoort46,0
Utrecht49,2
Alkmaar46,3
Amstelveen39,7
Amsterdam55,8
Haarlem50,4
Haarlemmermeer46,5
Hilversum47,6
Hoorn51,5
Purmerend43,7
Zaanstad56,8
Alphen aan den Rijn45,0
Delft37,7
Dordrecht52,4
Gouda51,0
s-Gravenhage58,9
Leiden44,6
Rotterdam61,7
Schiedam64,7
Vlaardingen59,3
Zoetermeer50,6
Breda48,6
Eindhoven50,2
Helmond57,2
s-Hertogenbosch52,0
Oss38,6
Tilburg52,6
Heerlen60,4
Maastricht51,9
Venlo53,1
Lelystad45,0
Roosendaal57,3
Westland41,5
Sittard-Geleen51,9
S�dwest-Frysl�n35,0
Leidschendam-Voorburg42,7
Nissewaard51,8
Meierijstad35,7
Hoeksche Waard42,9
Dijk en Waard42,1
Land van Cuijk38,1
Voorne aan Zee46,7


In tabellenbijlage III is weergegeven in welke 70-duizend-plus-gemeenten de buurtoverlast in 2023 hoger of lager is dan het gemiddelde van deze 70-duizend-plus-gemeenten, en hoger of lager is dan in 2021.

2) Het percentage respondenten dat geen antwoord heeft gegeven op de vragen over voorzieningen voor jongeren en speelplekken voor kinderen is veel hoger dan het geen-antwoord-percentage op de vragen over de overige voorzieningen. Mogelijk wordt het tevredenheidspercentage voor jongerenvoorzieningen en speelplekken voor kinderen hierdoor gedrukt.

3) Sinds 2005 is het aantal stellingen over sociale cohesie in de vragenlijst uitgebreid van 4 naar 8. De trendcijfers van sociale cohesie zijn gebaseerd op schaalscores die samengesteld zijn uit de 4 stellingen die in alle jaren bevraagd zijn. Het gaat om de volgende stellingen: ‘De mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om’, ‘Ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen’, ‘Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen’ en ‘Ik heb veel contact met andere buurtbewoners’.

4) De G40 is het netwerk van 41 (middel)grote steden in ons land, die elkaar vinden in de stedelijke vraagstukken waar de leden van het netwerk voor staan.

5) Bij de berekening van het percentage personen dat (veel) overlast ervaart is telkens gepercenteerd op de totale populatie, en dus niet alleen op degenen die zeggen dat de betreffende overlastvorm weleens voorkomt in hun buurt.

3. Veiligheidsbeleving

In dit hoofdstuk staat centraal hoe de burger de veiligheid beleeft. Het gaat om gevoelens van onveiligheid in het algemeen en in de eigen woonbuurt. Daarna komt aan de orde hoe de mensen de criminaliteit in hun buurt beoordelen en hoe ze de kans inschatten om zelf slachtoffer van criminaliteit te worden. Meer achtergrondcijfers over verschillen in veiligheidsbeleving naar regio en naar persoonskenmerken zijn te vinden op StatLine.

3.1 Onveiligheidsgevoelens in buurt en in algemeen

Ruim een op de zeven (15 procent) voelt zich weleens onveilig in de eigen buurt. Dat is meer dan in 2021 (14 procent). 2 procent voelt zich er vaak onveilig, iets meer dan twee jaar eerder.

Ruim een op de drie mensen (35 procent) voelt zich in algemene zin weleens onveilig. Dit aandeel is meer dan het dubbele van de onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt. Het percentage dat zich weleens onveilig voelt is hoger dan in 2021 (33 procent). 2 procent voelt zich in algemene zin vaak onveilig. Dit is vergelijkbaar met 2021.