Sterfte en oversterfte in 2020 en 2021

3. Beschrijving (over)sterfte en doodsoorzaken in 2020 en 2021

3.1 Inleiding

Sinds de start van de COVID-19-epidemie heeft Nederland een aantal perioden gekend waarin sprake was van oversterfte: het aantal overledenen lag in die perioden significant hoger dan wat verwacht mocht worden op basis van sterftecijfers in de jaren vóór de pandemie.

Het CBS publiceert sinds het begin van de COVID-19-epidemie wekelijks sterftecijfers en maandelijks informatie over doodsoorzaken. Ook zijn er verschillende verdiepende onderzoeken gepubliceerd over dit thema (Stoeldraijer en Harmsen, 2020; Kunst, Visser, Stoeldraijer en Harmsen, 2020; Husby, Stoeldraijer, Visser, 2020; Stoeldraijer, 2020a; CBS, 2020a; Visser, Kunst, Stoeldraijer en Harmsen, 2021; Stoeldraijer, Traag en Harmsen, 2021; Traag en Hoogenboezem, 2021; Stoeldraijer, Kunst, Chilunga en Harmsen, 2022).

Om een eerste beeld te krijgen van de meest recente periode van oversterfte in het najaar van 2021 werd in februari 2022 door het CBS een artikel “Ontwikkelingen in sterfte in 2020 en 2021” (Schürmann, Van der Toorn en Stoeldraijer, 2022) gepubliceerd waarin gebruik gemaakt werd van schattingen, toegepast op onvolledige doodsoorzakengegevens uit oktober (92 procent dekking) en november 2021 (87 procent dekking). Inmiddels zijn de voorlopige cijfers van de doodsoorzaken tot en met december 2021 bekend.

In dit hoofdstuk worden de oversterfte en de sterfte aan COVID-19 evenals andere doodsoorzaken beschreven over 2020 en 2021. Vragen die centraal staan zijn 1) wat is de mate van oversterfte tijdens de COVID-19-epidemie en hoe verschilt dat met andere schattingen, 2) hoeveel COVID-19-overledenen waren er in de perioden van oversterfte, wat is de leeftijdsverdeling onder de sterfgevallen en wat is de oversterfte en COVID-19-sterfte onder gebruikers van langdurige zorg, en 3) of er meer of juist minder mensen overleden aan andere onderliggende doodsoorzaken dan COVID-19 vergeleken met de jaren voorafgaand aan de COVID-19-epidemie. Dit hoofdstuk is een vervolg op het in februari 2022 gepubliceerde artikel en wordt tegelijkertijd in Statistische Trends gepubliceerd.

De resultaten in dit hoofdstuk zijn beschrijvend van aard. Vervolgonderzoeken kunnen bijdragen om nadere oorzaken van oversterfte in kaart te brengen.

Leeswijzer van dit hoofdstuk

In paragraaf 3.2 en in Bijlage 2 is toegelicht welke data er gebruikt zijn, wat de betekenis van gebruikte termen is, hoe de cijfers zijn berekend en welke methoden zijn toegepast. In paragraaf 3.3 wordt het verloop van de totale sterfte en de oversterfte in de periode 2020–2021 besproken. Daarnaast wordt uitgelegd wat oversterfte is en wordt deze in internationaal perspectief geplaatst. Paragraaf 3.4.1 laat vervolgens de verhouding zien tussen COVID-19-sterfte en de totale sterfte, paragraaf 3.4.2 beschrijft de ontwikkeling van de sterfte onder mensen die gebruik maken van zorg in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz-zorggebruik) en paragraaf 3.4.3 bevat een uitsplitsing van de totale sterfte en COVID-19-sterfte naar een vijftal leeftijdsgroepen. Paragraaf 3.5 beschrijft de overledenen naar doodsoorzaak voor 2015 tot en met 2021, de ontwikkelingen van de onderliggende doodsoorzaken in de periode 2020–2021 en geeft een samenvatting van de trendmatige veranderingen in de doodsoorzaken tot en met 2021. Paragraaf 3.6 bevat de discussie. Een samenvatting van de ontwikkelingen in de sterfte zijn opgenomen in paragraaf 3.7. Hier wordt ook beschreven wat de beperkingen zijn van dit onderzoek.

3.2 Methode

Voor de huidige beschrijvende studie is data verkregen via overlijdensberichten en doodsoorzaakverklaringen die het CBS ontvangt.

Sterfte en oversterfte

De cijfers over het aantal overledenen zijn gebaseerd op de berichten over het aantal overledenen (zonder informatie over de doodsoorzaak) die het CBS dagelijks van gemeenten ontvangt (CBS, 2022b).

De oversterfte is het verschil tussen het waargenomen aantal overledenen en een verwacht aantal overledenen in dezelfde periode.

Het verwachte aantal overledenen wanneer er geen COVID-19-epidemie was geweest, is geschat op basis van de waargenomen sterfte in 2015–2019. Eerst wordt voor elk jaar de sterfte per week bepaald. Vervolgens wordt per week de gemiddelde sterfte in die week en de zes omliggende weken bepaald. Deze gemiddelde sterfte per week levert een benadering van de verwachte wekelijkse sterfte. Er is dan nog geen rekening gehouden met de trendmatige vergrijzing van de bevolking. Daarom is de sterfte per week nog herschaald naar de verwachte totale sterfte voor het jaar. Voor 2020 is de verwachte sterfte 153 402 en voor 2021 is deze 154 887. Het aantal voor 2020 is ontleend aan de Kernprognose 2019–2060 en het aantal voor 2021 aan de Bevolkingsprognose 2020-2070 (exclusief de aanname van extra sterfgevallen door de corona-epidemie). De marges rond de verwachte sterfte zijn geschat op basis van de waargenomen spreiding in de sterfte per week in de periode 2015–2019. Dit 95%-interval geeft de bandbreedte weer van de gewoonlijk fluctuaties in de sterfte. 95 procent van de sterfte die in eerdere jaren is waargenomen, valt in dit interval. Er wordt van oversterfte gesproken wanneer de sterfte boven de bovengrens van dit interval ligt.

Het artikel Sterfte en levensverwachting in de 21ste eeuw: waarom veranderde de trend rond 2012? belicht de ontwikkeling van de sterfte in de periode 1950–2020 (Stoeldraijer, 2020b).

Golven van de COVID-19-epidemie in Nederland

Op basis van de totale sterfte en de oversterfte, zijn er drie golven van oversterfte tijdens de COVID-19-epidemie te herkennen:

  • eerste oversterftegolf: week 13 tot en met 18 van 2020 (eind maart–eind april 2020);
  • tweede oversterftegolf: week 39 van 2020 tot en met week 3 van 2021 (eind september 2020–januari 2021);
  • derde oversterftegolf: week 33 tot en met week 52 van 2021 (half augustus 2021–eind december 2021).

De hittegolf in 2020 betreft week 33 en week 34 (half augustus 2020).

Doodsoorzaken

De overlijdensberichten die het CBS van de gemeenten ontvangt, bevatten geen informatie over de doodsoorzaak. Die informatie ontvangt het CBS later via een doodsoorzaakverklaring. Dit formulier wordt ingevuld door een arts die de overledene schouwt. De arts stuurt het formulier via de gemeente naar het CBS. Op basis van de doodsoorzakenverklaringen maakt het CBS de doodsoorzakenstatistiek (CBS, 2022c).

Op de doodsoorzaakverklaring staat onder andere de onderliggende doodsoorzaak van de overledene ingevuld. Met de onderliggende doodsoorzaak wordt gedoeld op de ziekte of aandoening waarmee de reeks van gebeurtenissen die uiteindelijk het overlijden van de persoon veroorzaakte, begon. Deze reeks opeenvolgende gebeurtenissen wordt door de arts op de doodsoorzaakverklaring aangegeven. Uit het formulier wordt de onderliggende doodsoorzaak overgenomen en gecodeerd volgens internationaal afgesproken ICD-10 codes van de WHO (WHO, 2022).

Vanaf 2020 is voor COVID-19 een tweetal codes toegevoegd aan de lijst met ICD-10 codes.
Nieuwe ICD-10-codes voor COVID-19:

  • U07.1 COVID-19, virus geïdentificeerd
  • U07.2 COVID-19, virus niet geïdentificeerd
    –  Klinisch-epidemiologisch gediagnosticeerde COVID-19
    –  Waarschijnlijk COVID-19
    –  Vermoedelijke COVID-19

Hoewel beide categorieën, U07.1 (COVID-19, virus geïdentificeerd) en U07.2 (COVID-19, virus niet geïdentificeerd), geschikt zijn voor doodsoorzaakcodering, wordt erkend dat in veel landen de laboratoriumbevestiging van COVID-19 níét wordt vermeld op het doodsoorzaakformulier. Bij gebrek aan dit detail wordt aanbevolen, alleen voor gebruik in de doodsoorzaakregistratie, om COVID-19 voorlopig te coderen als U07.1, tenzij dit wordt vermeld als "waarschijnlijk" of "vermoedelijk". In dat geval wordt de doodsoorzaak gecodeerd als U07.2.

De codering van de doodsoorzaken is terug te brengen tot zes hoofdgroepen en een zevende groep voor COVID-19:

  • nieuwvormingen;
  • hart- en vaatziekten;
  • ziekten van de ademhalingsorganen;
  • psychische aandoeningen en ziekten van het zenuwstelsel en zintuigen;
  • niet-natuurlijke doodsoorzaken;
  • overige doodsoorzaken;
  • COVID-19.

Onder de groep van overige doodsoorzaken valt een breed scala aan ziekten en aandoeningen. Het gaat om symptomen, afwijkende klinische bevindingen en laboratoriumuitslagen die niet elders geclassificeerd kunnen worden. Daarnaast behoren tot de overige natuurlijke doodsoorzaken:

  • ziekten van het spijsverteringstelsel, zoals lever- en darmaandoeningen;
  • endocriene, voedings- en stofwisselingsziekten, bijvoorbeeld diabetes;
  • ziekten van het urogenitale stelsel, met name chronische nierziekten en nierfalen;
  • infectieziekten en parasitaire aandoeningen, waaronder onder meer sepsis, wondroos en gastro-enteritis;
  • overige ziekten, waaronder ziekten van bloed en bloedvormende organen en bepaalde aandoeningen van het immuunsysteem, ziekten van het botspierstelsel en bindweefsel, bepaalde aandoeningen die in hun oorsprong hebben in perinatale periode, en congenitale afwijkingen, misvormingen en chromosoomafwijkingen.

Het artikel Doodsoorzaken 2000–2020 belicht de ontwikkeling van de sterfte aan verschillende groepen doodsoorzaken in de jaren 2000–2020 (Traag en Hoogenboezem, 2021).

Berekening van de verwachte sterfte naar onderliggende doodsoorzaak

Om een beeld te krijgen van de mate waarin tijdens de COVID-19-epidemie de sterfte voor de verschillende hoofdgroepen doodsoorzaken is veranderd, is gebruik gemaakt van de methode die ook wordt gebruikt voor het totale aantal overledenen en de oversterfte. Hierbij is niet gecorrigeerd voor trendmatige ontwikkelingen in de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende doodsoorzaken zoals beschreven in paragraaf ‘3.6 Trendmatige veranderingen in doodsoorzaken (2015–2020)’.

Vergelijking data RIVM

De cijfers over doodsoorzaken zijn gebaseerd op de doodsoorzaakverklaringen van artsen, die het CBS verwerkt en na vier maanden kan publiceren. De reden dat doodsoorzaken minder snel beschikbaar zijn dan de sterftecijfers, is dat het proces van registratie van de doodsoorzaken door de arts tot aan de verwerking van de gegevens door het CBS op onderdelen lange doorlooptijden kent (zo kost het vaststellen door een arts van de doodsoorzaak soms meer tijd als bijvoorbeeld op een autopsie gewacht moet worden, gemeenten verzamelen gegevens en sturen deze periodiek naar het CBS en bij het CBS is het verwerken en coderen van de gegevens een bewerkelijk proces dat zeer zorgvuldig dient te gebeuren en deels arbeidsintensief is).

Het RIVM en de Rijksoverheid melden het aantal overleden COVID-19-patiënten per week (Coronadashboard, 2022b). Dat aantal is lager dan wat het CBS later publiceert op basis van doodsoorzaken. Dat komt doordat melding van COVID-19-sterfte aan het RIVM niet verplicht is. Ook kan een arts op de doodsoorzaakverklaring COVID-19 als doodsoorzaak vaststellen op basis van het klinisch beeld zonder dat dit met een laboratoriumtest bevestigd is. Over het totaal aantal overledenen bericht het CBS wekelijks (CBS, 2022d), voordat informatie over de doodsoorzaken bekend is.

Zorggebruik in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz)

De langdurige zorg op basis van de Wlz is voor mensen die blijvend 24-uurs zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig hebben. Deze zorg wordt ruwweg op twee manieren geleverd:

  1. Zorg met verblijf in een instelling
    – verpleeg- of verzorgingshuis;
    – gehandicaptenzorginstelling;
    – instelling voor geestelijke gezondheidszorg.
  2. Zorg thuis (als persoonsgebonden budget, modulair of volledig pakket thuis).

De gegevens over mensen die Wlz-zorg ontvangen zijn afkomstig van Het CAK. Deze gegevens worden geregistreerd voor het bepalen van de wettelijke eigen bijdrage voor Wlz-zorg voor personen van 18 jaar of ouder.

Data

De data gebruikt in dit artikel is beschikbaar via deze pagina: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2022/25/ontwikkelingen-sterfte-2020-2021-update

3.3 Resultaten - Ontwikkelingen in de totale sterfte en oversterfte

3.3.1 Oversterfte

In Nederland bestaat er geen meldplicht voor overlijden aan COVID-19. Daarnaast duurt de verwerking van de doodsoorzaakverklaringen, waarop voor iedere overledene de doodsoorzaak (waaronder COVID-19) staat vermeld, enkele maanden. Er ontbreekt daardoor een tijdig beeld van de gezondheidslast of het aantal levens dat verloren gaat als gevolg van de COVID-19-epidemie.

Naast de sterfgevallen die direct toe te schrijven zijn aan COVID-19, is het mogelijk dat mensen overlijden als indirect gevolg van COVID-19, vanwege aandoeningen die bestonden vóór de COVID-19-epidemie. Bijvoorbeeld door overbezetting van de gezondheidszorg of zorgmijding. Ook kunnen de beperkende coronamaatregelen sterfgevallen door andere oorzaken dan COVID-19 juist hebben voorkomen, bijvoorbeeld door verminderde besmettingen door andere infectieziekten. Indirecte sterfgevallen als gevolg van COVID-19 worden niet meegenomen in de COVID-19-sterftecijfers.

Gezien de uitdagingen die het gebruik van COVID-19-gegevens met zich meebrengt, wordt oversterfte beschouwd als een meer objectieve en vergelijkbare maatstaf die een tijdig beeld geeft van zowel de directe als de indirecte gevolgen van de COVID-19-epidemie.

Wat is oversterfte?

Oversterfte is een tijdelijke, bijzondere stijging van het aantal overledenen die samenvalt met een bijzondere gebeurtenis, zoals een griepepidemie, hittegolf of COVID-19-epidemie. Maar wanneer is er sprake van een bijzondere stijging? Het aantal sterfgevallen schommelt namelijk altijd wel wat van week tot week. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert oversterfte als "The mortality above what would be expected based on the non-crisis mortality rate in the population of interest" (WHO, 2021). Ook het CBS spreekt van oversterfte wanneer het waargenomen aantal overledenen hoger is dan het verwachte aantal overledenen in dezelfde periode. Daarbij wordt uitgegaan van de sterfteontwikkelingen alsof er geen COVID-19-epidemie is geweest in Nederland.

Bepaling verwachte sterfte

Het verwachte aantal overledenen wanneer er geen COVID-19-epidemie was geweest, wordt bepaald in twee stappen. Eerst wordt het verwachte aantal overledenen in het hele jaar bepaald, daarna het verwachte aantal overledenen per week.

Het verwachte aantal overledenen in het hele jaar wordt bepaald op basis van de prognoses die het CBS jaarlijks maakt (CBS, 2022a). Deze prognoses geven namelijk de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkelingen van de bevolking en de sterfte. De prognoses houden rekening met het feit dat de bevolking continu verandert: er komen immigranten bij (die relatief jong zijn), we vergrijzen en we worden steeds ouder. Het gaat uit van de kennis die er op dat moment is. Jaarlijks worden de uitkomsten van de laatste prognose getoetst aan de nieuwe ontwikkelingen. Voor elke nieuwe prognose worden de veronderstellingen geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De veronderstellingen worden besproken in een klankbordgroep van (en onder voorzitterschap van) onafhankelijke externe deskundigen (het Demografieplatform).

Het CBS gebruikt voor de prognose van de leeftijds- en geslachtsspecifieke sterftekansen een extrapolatiemodel (Stoeldraijer, Van Duin en Janssen, 2013): er wordt van uitgegaan dat de toekomstige trends een voortzetting zijn van de trends uit het verleden. In het model wordt niet alleen uitgegaan van de trends in Nederland, maar ook van de meer stabiele trends in andere West-Europese landen. Tijdelijke versnellingen en vertragingen die voorkomen in de Nederlandse trends hebben zo een minder groot effect op de toekomstverwachtingen. Het model houdt ook rekening met het effect van rookgedrag op de sterfte, wat voor Nederland met name belangrijk is om de verschillen tussen mannen en vrouwen in sterftetrends goed te beschrijven. Er wordt gekeken naar trends over een lange periode, namelijk vanaf 1970.

Op basis van de geprognosticeerde leeftijds- en geslachtsspecifieke sterftekansen en de verwachte bevolkingsopbouw in dat jaar, wordt het verwachte aantal overledenen naar leeftijd en geslacht berekend voor een bepaald jaar. Voor 2020 is de verwachte sterfte 153 402 en voor 2021 is deze 154 887. Het aantal voor 2020 is ontleend aan de Kernprognose 2019-2060 (Stoeldraijer, Van Duin en Huisman, 2019) en het aantal voor 2021 aan de Bevolkingsprognose 2020-2070 (exclusief de aanname van extra sterfgevallen door de COVID-19-epidemie; Stoeldraijer, De Regt, Van Duin, Huisman en Te Riele, 2020).

Het verwachte aantal overledenen per week is geschat op basis van de waargenomen sterfte in 2015 tot en met 2019. Eerst wordt voor elk jaar de sterfte per week bepaald. Vervolgens wordt per week een gemiddelde van de sterfte in die week en de zes omliggende weken bepaald. Toevallige fluctuaties krijgen op deze manier minder gewicht. Het seizoenspatroon wordt in zijn geheel gekalibreerd zodat de som van de weken optelt tot het jaartotaal uit de eerste stap.

95%-interval

Om er achter te komen of de hogere sterfte geen toeval is, wordt gekeken naar hoe de sterfte gewoonlijk schommelt, en wordt daarmee een boven- en een ondergrens van het verwachte sterftecijfer per week berekend. Deze grenzen geven aan waarbinnen de wekelijkse sterfte normaal gesproken schommelt. Alleen als de sterfte hoger is dan die bovengrens of lager dan de ondergrens van de verwachte sterfte spreken we van een bijzondere ontwikkeling.

Het 95%-interval rond de verwachte sterfte is geschat op basis van de waargenomen spreiding in de sterfte per week in de periode 2015 tot en met 2019.

Onzekerheid

De verwachte sterfte, en daarmee ook de oversterfte, is gebaseerd op een hypothetisch scenario waarbij er geen COVID-19 is. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de trends uit het verleden zich voortzetten in de jaren van de COVID-19-epidemie. Het is echter niet zeker dat dit het geval is. De sterfte fluctueert van jaar op jaar, en hoe verder in de toekomst, hoe minder zeker de verwachte sterfte is. Gemiddeld genomen zou de prognose echter een goede inschatting moeten geven van het jaarlijkse aantal mensen dat overlijdt, gegeven dat er geen COVID-19-epidemie, inclusief maatregelen en andere gevolgen, was geweest.

3.3.2 Oversterfte in Nederland

In de sterftecijfers zijn gedurende de COVID-19-epidemie drie golven met oversterfte te onderscheiden: de eerste golf in het voorjaar van 2020, de tweede golf die startte in het najaar van 2020 en die duurde tot het begin van 2021 en de derde golf die startte rond het einde van de zomer van 2021 en rond de jaarwisseling van 2021/2022 eindigde (zie voor verdere specificatie de paragraaf ‘3.2 Data en methoden’). In deze perioden lag het aantal overledenen hoger dan de verwachte sterfte en buiten het interval van verwachte fluctuaties in de sterfte (Figuur 3.3.2.1). Tussen deze perioden met oversterfte was er in de onderliggende cijfers variatie te zien. Zo was er in april en mei 2021 slechts in twee weken net sprake van oversterfte (CBS, 2021), maar overleden er wel duidelijk meer mensen jonger dan 80 jaar dan verwacht mocht worden (zie paragraaf 3.4.3).

In het midden van augustus 2020 was ook een korte periode van oversterfte te zien, maar die viel samen met een hittegolf (CBS, 2020b) en wordt dus niet meegenomen in de verdere beschrijvingen.

3.3.2.1 Overledenen per week*
   OverledenenOverledenen, verwachtOverledenen, verwacht (95%-interval)
20201310332772908 – 3645
20202336433112930 – 3692
20203315733442945 – 3742
20204304633923008 – 3776
20205316434073027 – 3788
20206319634012979 – 3823
20207319834082916 – 3901
20208295933872851 – 3922
20209309833522805 – 3898
202010310733152785 – 3845
202011321832532756 – 3751
202012361431742711 – 3637
202013445831042703 – 3505
202014508530242712 – 3337
202015498129572719 – 3195
202016430829152711 – 3120
202017391128692677 – 3060
202018338228412650 – 3032
202019299028212633 – 3009
202020277727942626 – 2962
202021276927702620 – 2920
202022273327532608 – 2898
202023268127352591 – 2880
202024269027372600 – 2875
202025269527252594 – 2855
202026266027172577 – 2857
202027263727232544 – 2902
202028261927192515 – 2923
202029252927202507 – 2934
202030267227072515 – 2900
202031266626872492 – 2882
202032264126822483 – 2881
202033321126692481 – 2857
202034285426632510 – 2815
202035273626672526 – 2807
202036269326762549 – 2804
202037274126982564 – 2832
202038272227292585 – 2873
202039289127522618 – 2886
202040300027862628 – 2943
202041302428072655 – 2960
202042322028392677 – 3001
202043344928622661 – 3063
202044368728892683 – 3095
202045358929022692 – 3111
202046358129322710 – 3155
202047333529722742 – 3202
202048340430122762 – 3263
202049352930372742 – 3332
202050361531002800 – 3399
202051391131662830 – 3501
202052386732222871 – 3573
202053410332662906 – 3625
20211414333092940 – 3677
20212385333432962 – 3724
20213386233762978 – 3775
20214371634253040 – 3809
20215365434403060 – 3821
20216355034343012 – 3856
20217352934412949 – 3934
20218320734202884 – 3955
20219310533842838 – 3931
202110324533472817 – 3877
202111304432852787 – 3782
202112304632052742 – 3668
202113317831342733 – 3535
202114316430542741 – 3366
202115314229862748 – 3224
202116314529442739 – 3148
202117312628972705 – 3088
202118300628692677 – 3060
202119301928492660 – 3037
202120299028212653 – 2989
202121280727972646 – 2947
202122301127802635 – 2925
202123288727622617 – 2906
202124287127642627 – 2901
202125267527512620 – 2882
202126279327432603 – 2883
202127283927502571 – 2929
202128287227452541 – 2949
202129277627472534 – 2960
202130291727342541 – 2926
202131295927132518 – 2908
202132284227082509 – 2907
202133290226952507 – 2883
202134292926882535 – 2841
202135286626932552 – 2833
202136309327022575 – 2829
202137292027242590 – 2858
202138288927552612 – 2899
202139307427782644 – 2912
202140307228132655 – 2970
202141306628352682 – 2987
202142327828662705 – 3028
202143339028892688 – 3090
202144352129172711 – 3123
202145378829302720 – 3139
202146399829602738 – 3183
202147419730012771 – 3231
202148439930422791 – 3292
202149438030662771 – 3361
202150405231302830 – 3429
202151376831962861 – 3531
202152368332532902 – 3605
* Voorlopige cijfers.

3.3.3 Internationale vergelijking oversterfte

Er bestaat geen standaardmethode om de verwachte sterfte te schatten. De methode kan afwijken vanwege het doel, de data die ervoor beschikbaar zijn, of keuzes die gemaakt worden. Verschillende methoden kunnen tot andere bevindingen leiden voor wat betreft de oversterfte. Vergelijkbare uitkomsten met verschillende methodes versterken de bevindingen echter.

Het CBS heeft aan het begin van de COVID-19-epidemie een methode gebruikt waarbij gecorrigeerd werd voor seizoensgebonden factoren (Kunst, Visser, Stoeldraijer en Harmsen, 2020). Omdat die methode gebaseerd was op een zeer korte waarneemperiode (tien weken voorafgaand aan de COVID-19-epidemie), is het CBS in de loop van 2020 overgestapt op een meer robuuste methode voor de langere termijn. In juli 2021 heeft het CBS in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een artikel gepubliceerd waarin een aantal verschillende methoden vergeleken zijn (Husby, Stoeldraijer en Visser, 2020). De uitkomsten voor de eerste oversterftegolf van de COVID-19-epidemie waren voor deze methoden vergelijkbaar. Op basis van de huidige methode van het CBS om de oversterfte te berekenen, is de oversterfte 30 duizend in 2020 en 2021.

Naast het CBS hebben andere instanties schattingen van de oversterfte gepubliceerd. Hieronder volgt een overzicht.

RIVM

Sinds de griepepidemie van 2009 houdt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) wekelijks het aantal overledenen in de gaten met gegevens van het CBS (RIVMa, 2022). Het doel hiervan is de impact van een epidemie of incident in beeld te brengen. De sterftegegevens worden daarom gecorrigeerd voor griepepidemieën en andere incidenten in het verleden. De oversterfte volgens deze methode ligt hoger, omdat er vergeleken wordt met een jaar waarin geen incidenten voorkomen. Tijdens een griepepidemie is de oversterfte gemiddeld 6 duizend (RIVMa, 2022).

EuroMOMO

EuroMOMO is een Europese sterftemonitor gericht op het opsporen en meten van oversterfte als gevolg van seizoensgriep, pandemieën en andere bedreigingen voor de volksgezondheid (EuroMOMO, 2022). Sinds het begin van de pandemie zijn de beschikbare gegevens uitgebreid. Net als het RIVM corrigeert EuroMOMO de sterfte voor incidenten in het verleden. In de verwachte sterfte wordt daarom geen rekening gehouden met een griepepidemie, hittegolf of andere incidenten die gewoonlijk in een jaar voorkomen. De oversterfte komt daardoor hoger uit. Voor 2020 en 2021 komt EuroMOMO op een oversterfte van 42 duizend voor Nederland.

Eurostat

In de loop van de pandemie zijn meer gedetailleerde sterftegegevens verzameld door Eurostat, het bureau voor de statistiek van de Europese Unie (Eurostat, 2022). Op basis hiervan zijn verschillende rapporten over de oversterfte in de Europese Unie gepubliceerd. De sterfte in de periode 2016-2019 wordt hier als de verwachte sterfte gebruikt. Er wordt geen rekening gehouden met vergrijzing of andere demografische ontwikkelingen die de sterfte gewoonlijk beïnvloeden. De oversterfte in Nederland in 2020 en 2021 komt met de methode van Eurostat uit op 39 duizend.

Our World in Data

Our World in Data, een project van de non-profit organisatie Global Change Data Lab, schat de verwachte sterfte op basis van een regressiemodel over de jaren 2015-2019 (Giattino, Ritchie, Roser, Ortiz-Ospina en Hasell, 2022). Door het gebruik van het regressiemodel wordt er rekening gehouden met de jaar-op-jaar veranderingen die in de sterfte voorkomen, bijvoorbeeld als gevolg van de vergrijzing. De oversterfte in Nederland in 2020 en 2021 komt met de methode van Our World in Data uit op 28 duizend.

Publicatie in internationale tijdschriften

Islam et al. (2021) gebruiken een Poisson regressiemodel. Ze schatten een oversterfte van 15,3 duizend voor Nederland in 2020, vergelijkbaar met de schatting op basis van de CBS-methode.

Nepomuceno, Klimkin, Jdanov, Alustiza Galarza en Shkolnikov (2021) hebben verschillende methoden naast elkaar gezet om de oversterfte te schatten voor een 26-tal landen. Ze concluderen dat schattingen van de oversterfte aanzienlijk kunnen variëren bij andere keuzes voor de methode, referentieperiode of tijdseenheid. De variatie in de uitkomsten voor Nederland zijn, in vergelijking met de uitkomsten van andere landen, relatief beperkt.

The Economist (2022) gebruikt gegevens van de Human Mortality Database (HMD, 2022) de World Mortality Dataset (Karlinsky en Kobak, 2021) en schat de verwachte sterfte ook op basis van de jaren 2015-2019 en komt voor Nederland op een cumulatieve oversterfte vanaf maart 2020 van ruim 33 duizend (tot en met januari 2022), min of meer vergelijkbaar met de CBS-berekeningen.

Karlinsky en Kobak (2022) beheren de World Mortality Dataset en schatten de verwachte sterfte op basis van een regressiemodel met als baseline de jaren 2015-2019, met wel verschillende baselines voor 2020, 2021 en 2022, en komen voor Nederland op een cumulatieve oversterfte vanaf maart 2020 van bijna 30 duizend (tot en met half februari 2022).

In The Lancet is een artikel verschenen met een schatting van de oversterfte in 2020 en 2021 voor de hele wereld (COVID-19 Excess Mortality Collaborators, 2022). Er wordt gebruik gemaakt van een ensemble-model, waarin rekening wordt gehouden met seizoenspatronen en algemene trends in de sterfte. Voor Nederland komt de oversterfte met deze methode uit op 45,5 duizend. Dit is hoger dan alle eerder genoemde methoden. Ook voor verscheidene andere landen met betrouwbare en volledige sterftedata komen de schattingen in het artikel hoger uit dan wat andere instanties publiceren.

Samenvattend

Over het algemeen komen de schattingen van de oversterfte van andere instanties en publicaties overeen met de oversterfte die het CBS publiceert of is uit te leggen waar de verschillen door komen. De verschillende methodes vullen elkaar ook aan. Immers is onbekend hoe de sterfte zich daadwerkelijk had ontwikkeld als COVID-19 er niet was geweest.

3.4 Resultaten - COVID-19-sterfte en oversterfte

3.4.1 Totale COVID-19-sterfte en oversterfte

In 2020 en 2021 overleden in totaal 30 duizend meer mensen dan verwacht als er geen COVID-19-epidemie was geweest. De totale sterfte aan COVID-19 op basis van de Doodsoorzakenstatistiek in deze jaren betrof 40 duizend. De drie golven van oversterfte die zichtbaar waren in 2020 en 2021, vallen samen met de perioden waarin veel mensen aan COVID-19 overleden (Figuur 3.4.1.1). Met name de stijging, de pieken en daarna de daling in de oversterfte en de COVID-19-sterfte vinden bij iedere golf op ongeveer hetzelfde moment plaats.

Gedurende de eerste oversterftegolf van de COVID-19-epidemie kwam de oversterfte (8,4 duizend) volledig overeen met het aantal overledenen aan COVID-19 (8,4 duizend). In deze periode overleden in totaal 26 duizend mensen. Na de eerste oversterftegolf overleden er nog steeds mensen aan COVID-19, maar veel minder dan tijdens de eerste golf (Figuur 3.4.1.1). Omdat de sterfte aan andere doodsoorzaken dan COVID-19 lager was in de weken na de eerste golf, was er in die periode geen oversterfte meer.

In de tweede oversterftegolf van de COVID-19-epidemie overleden in totaal 64 duizend mensen (Figuur 3.4.1.1). Dat waren er zo’n 9,5 duizend meer dan verwacht. Het aantal mensen dat aan COVID-19 overleed, was 13,3 duizend. De oversterfte in deze periode was dus lager dan de sterfte aan COVID-19. Dit betekent dat in de tweede oversterftegolf niet alle sterfte aan COVID-19 ook oversterfte betrof. Mogelijk dat een deel van de overledenen aan COVID-19 al kwetsbaar was en nog een beperkte levensverwachting had door andere aanwezige aandoeningen. Na de tweede golf overleden er, net als na de eerste golf, nog steeds mensen aan COVID-19 en was de sterfte aan andere doodsoorzaken lager. Hierdoor was er in die periode geen sprake meer van oversterfte.

In de tweede helft van 2021 startte een nieuwe periode van oversterfte (Figuur 3.4.1.1). In de latere weken, waarin de oversterfte sterk toenam, nam ook het aantal overledenen aan COVID-19 sterk toe. In totaal overleden tijdens de derde oversterftegolf 11,3 duizend mensen meer dan verwacht. Het aantal mensen dat aan COVID-19 overleed, was gelijk aan 7,9 duizend. In deze derde golf overleden dus minder mensen aan COVID-19 dan er oversterfte was. De verhouding tussen de COVID-19-sterfte en de oversterfte was 70 procent (zie ook Tabel 3.4.4.1). Mogelijk dragen andere doodsoorzaken bij aan de oversterfte tijdens die periode.

3.4.1.1 Overledenen per week minus COVID-19*
   OverledenenOverledenen, verwachtOverledenen, verwacht (95%-interval)Overledenen minus COVID-19**
20201310332772908 – 36453103
20202336433112930 – 36923364
20203315733442945 – 37423157
20204304633923008 – 37763046
20205316434073027 – 37883164
20206319634012979 – 38233196
20207319834082916 – 39013198
20208295933872851 – 39222959
20209309833522805 – 38983098
202010310733152785 – 38453102
202011321832532756 – 37513183
202012361431742711 – 36373202
202013445831042703 – 35053208
202014508530242712 – 33373164
202015498129572719 – 31953004
202016430829152711 – 31202839
202017391128692677 – 30602816
202018338228412650 – 30322715
202019299028212633 – 30092555
202020277727942626 – 29622494
202021276927702620 – 29202552
202022273327532608 – 28982584
202023268127352591 – 28802574
202024269027372600 – 28752624
202025269527252594 – 28552646
202026266027172577 – 28572626
202027263727232544 – 29022605
202028261927192515 – 29232594
202029252927202507 – 29342521
202030267227072515 – 29002654
202031266626872492 – 28822644
202032264126822483 – 28812613
202033321126692481 – 28573159
202034285426632510 – 28152806
202035273626672526 – 28072705
202036269326762549 – 28042666
202037274126982564 – 28322709
202038272227292585 – 28732655
202039289127522618 – 28862752
202040300027862628 – 29432805
202041302428072655 – 29602755
202042322028392677 – 30012786
202043344928622661 – 30632806
202044368728892683 – 30952831
202045358929022692 – 31112695
202046358129322710 – 31552799
202047333529722742 – 32022667
202048340430122762 – 32632752
202049352930372742 – 33322915
202050361531002800 – 33992918
202051391131662830 – 35012969
202052386732222871 – 35732743
202053410332662906 – 36252912
20211414333092940 – 36772998
20212385333432962 – 37242827
20213386233762978 – 37752879
20214371634253040 – 38092894
20215365434403060 – 38212920
20216355034343012 – 38562859
20217352934412949 – 39342877
20218320734202884 – 39552705
20219310533842838 – 39312682
202110324533472817 – 38772860
202111304432852787 – 37822692
202112304632052742 – 36682711
202113317831342733 – 35352813
202114316430542741 – 33662834
202115314229862748 – 32242798
202116314529442739 – 31482843
202117312628972705 – 30882808
202118300628692677 – 30602724
202119301928492660 – 30372776
202120299028212653 – 29892800
202121280727972646 – 29472692
202122301127802635 – 29252895
202123288727622617 – 29062823
202124287127642627 – 29012820
202125267527512620 – 28822648
202126279327432603 – 28832770
202127283927502571 – 29292818
202128287227452541 – 29492853
202129277627472534 – 29602708
202130291727342541 – 29262845
202131295927132518 – 29082850
202132284227082509 – 29072740
202133290226952507 – 28832809
202134292926882535 – 28412823
202135286626932552 – 28332779
202136309327022575 – 28293000
202137292027242590 – 28582827
202138288927552612 – 28992828
202139307427782644 – 29123014
202140307228132655 – 29702996
202141306628352682 – 29872963
202142327828662705 – 30283109
202143339028892688 – 30903097
202144352129172711 – 31233114
202145378829302720 – 31393230
202146399829602738 – 31833181
202147419730012771 – 32313179
202148439930422791 – 32923329
202149438030662771 – 33613339
202150405231302830 – 34293284
202151376831962861 – 35313182
202152368332532902 – 36053303
* Voorlopige cijfers. ** Aantal volgens ontvangen doodsoorzaakverklaringen.

3.4.2 COVID-19-sterfte en oversterfte naar Wlz-zorggebruik

De sterfte onder mensen die zorg ontvingen in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz, zie paragraaf 3.2 of Bijlage 2 voor een toelichting), zoals bewoners van verpleeghuizen en gehandicaptenzorginstellingen, was tijdens de eerste oversterftegolf van de COVID-19-epidemie relatief hoger dan onder de overige bevolking. Dit is gebruikelijk in perioden van oversterfte vanwege hun grotere kwetsbaarheid (en deels hogere leeftijd). In de eerste oversterftegolf van de pandemie was de oversterfte onder Wlz-zorggebruikers 4,9 duizend (Figuur 3.4.2.1). Het aantal mensen in deze groep dat aan COVID-19 overleed was 4,9 duizend.

Tijdens de met de hittegolf samenhangende oversterfte in de zomer van 2020 stierven er relatief veel Wlz-zorggebruikers (450 meer dan verwacht).

Tijdens de tweede oversterftegolf van de COVID-19-epidemie overleden 4,9 duizend Wlz-zorggebruikers meer dan verwacht (Figuur 3.4.2.1). In deze periode overleden 7,5 duizend Wlz-zorggebruikers aan COVID-19. Aan het einde van deze tweede golf liep de sterfte onder Wlz-zorggebruikers sneller terug dan onder de overige bevolking. Ook bleef het aantal COVID-19-overlijdens tot de zomer van 2021 lager dan in de overige bevolking.

De COVID-19-sterfte onder Wlz-zorggebruikers loopt op met de derde oversterftegolf (Figuur 3.4.2.1). Net als bij de totale sterfte ligt het aantal overledenen minus COVID-19 onder Wlz-zorggebruikers voor een groot gedeelte van de derde golf boven de verwachte sterfte. In totaal bedroeg de oversterfte onder Wlz-zorggebruikers tijdens de derde golf 4,8 duizend en overleden 3,8 duizend van hen aan COVID-19. De verhouding tussen de COVID-19-sterfte en de oversterfte was tijdens de derde golf 80 procent (zie ook Tabel 3.4.4.1).  Dit is iets meer dan bij de oversterfte onder Wlz-zorggebruikers en de overige bevolking samen. Mogelijk dragen andere doodsoorzaken bij aan de oversterfte tijdens die periode.

3.4.2.1 Overledenen met Wlz-zorggebruik per week*
   OverledenenOverledenen, verwachtOverledenen, verwacht (95%-interval)Overledenen minus COVID-19**
20201121012521052 – 14511210
20202126512721076 – 14681265
20203113512821086 – 14781135
20204112513011113 – 14891125
20205109813101118 – 15031098
20206114413091099 – 15191144
20207115513091069 – 15491155
20208112912961044 – 15491129
20209119512761005 – 15461195
20201011641260989 – 15311162
20201112001229950 – 15071187
20201213361191928 – 14541185
20201316561156912 – 14001191
20201422121120915 – 13261216
20201524091091910 – 12731148
20201620661075912 – 12381043
20201717161055898 – 1211995
20201814291048900 – 1195969
20201911861038897 – 1179879
20202010311029902 – 1155851
20202110691015892 – 1138916
20202210041007887 – 1127904
202023909995886 – 1104840
202024958997888 – 1106918
202025913989879 – 1099888
202026940985864 – 1107919
202027931992850 – 1134910
202028912998849 – 1147891
2020299001003855 – 1152895
2020309571004854 – 1154946
202031947997851 – 1143936
202032904993846 – 1140888
2020331311987840 – 11341272
2020341113980849 – 11111082
202035995974860 – 1087977
202036942973860 – 1087925
202037942977865 – 1089921
202038980989876 – 1102933
20203910541001892 – 1110968
20204010761015897 – 1133967
20204110901028908 – 1147939
20204212181042910 – 1175976
20204313181054912 – 1195983
20204415201068920 – 12151025
20204513911074925 – 1224892
20204614241086936 – 1235993
20204712871102953 – 1252937
20204812871121964 – 1278935
20204912861135970 – 1300962
20205014521163996 – 13291044
202051160711931019 – 13681037
202052172712231035 – 14101037
202053173212441050 – 14371055
20211165712641065 – 14631021
20212158812841089 – 1480988
20213153912941098 – 1491948
20214146513131125 – 1501985
20215143713231131 – 15151028
20216135113221112 – 1532959
20217136613221082 – 15621018
20218115913091056 – 1561937
20219110512881018 – 1559938
202110114712721001 – 15431016
2021119971241962 – 1519899
20211210451203939 – 1466957
20211310301167923 – 1412970
2021149921131925 – 1337937
2021159781102920 – 1283919
2021169731085922 – 1248935
20211710431065908 – 1221991
20211810091058910 – 1205963
20211910051048907 – 1189962
2021209921039912 – 1165960
2021219871025902 – 1147974
20212210701017897 – 11371047
2021239961005896 – 1114986
20212410611007897 – 11161045
202125960999889 – 1109953
202126986995874 – 1116978
20212710371002859 – 11441033
20212810381008858 – 11571032
20212910241013865 – 1161995
20213010451013863 – 11641008
20213110981007861 – 11531037
20213210521002855 – 11491006
2021331075997850 – 11441033
2021341049989858 – 11201008
2021351031983870 – 10971005
2021361113983869 – 10971077
2021371043987874 – 1099997
2021381037999886 – 11121016
20213910451010901 – 11191028
20214011321025907 – 11431103
20214111121037918 – 11571066
20214212521052920 – 11851150
20214313201064922 – 12051175
20214413341078930 – 12261147
20214514661085935 – 12341188
20214616051096947 – 12451188
20214716861113964 – 12621172
20214817061132975 – 12881185
20214917661146981 – 13111209
202150162511741008 – 13411223
202151142912051031 – 13791181
202152135212351047 – 14221190
* Voorlopige cijfers. ** Aantal volgens ontvangen doodsoorzaakverklaringen.

3.4.3 COVID-19-sterfte en oversterfte naar leeftijd

In totaal overleden 169 duizend mensen in 2020 en 171 duizend in 2021. Ongeveer 56 procent daarvan was 80 jaar of ouder. Onder ouderen zijn gewoonlijk relatief meer sterfgevallen in de winter.

De sterfte onder mensen van 90 jaar of ouder, zowel voor het totaal als exclusief de COVID-19-sterfte, liet een vergelijkbaar patroon zien als voor de sterfte van alle leeftijden (Figuur 3.4.3.1). De grootste afwijkingen op dit patroon zijn te zien tijdens de tweede oversterftegolf waarin er in verhouding minder oversterfte onder 90-plussers was dan bij de sterfte van alle leeftijden. Ook nam de sterfte onder 90-plussers na de tweede oversterftegolf meer af in vergelijking met andere leeftijdscategorieën. Deze periode waarin de sterfte lager was dan verwacht duurde tot eind mei 2021.

Voor 90-plussers komt de mate van oversterfte in de derde oversterftegolf voor 77 procent overeen met de sterfte door COVID-19 (zie ook Tabel 3.4.4.1). Dit is iets meer dan bij de oversterfte van alle leeftijden.

3.4.3.1 Overledenen per week, leeftijd 90 jaar of ouder*
   OverledenenOverledenen, verwachtOverledenen, verwacht (95%-interval)Overledenen minus COVID-19**
20201769770623 – 917769
20202747799638 – 959747
20203762821649 – 994762
20204764854683 – 1025764
20205754860693 – 1028754
20206753852675 – 1030753
20207780850655 – 1045780
20208727836623 – 1048727
20209717820611 – 1028717
202010739805604 – 1005738
202011697777590 – 964690
202012787749576 – 922732
202013936721572 – 869733
2020141179693576 – 810737
2020151162671588 – 754670
2020161048660590 – 729627
202017935643575 – 710646
202018718636561 – 710526
202019653624550 – 698523
202020610617544 – 690524
202021655607539 – 675584
202022594596525 – 666548
202023550586514 – 658520
202024569583522 – 643547
202025549575524 – 626536
202026558571520 – 621547
202027532570504 – 637520
202028562565487 – 642555
202029529566481 – 651526
202030543559478 – 641541
202031539556473 – 638535
202032499549463 – 635488
202033702545458 – 632684
202034594541474 – 608586
202035571539482 – 596560
202036555540493 – 587548
202037513542497 – 588504
202038568547501 – 592552
202039591556518 – 593558
202040547564520 – 607500
202041610570525 – 614551
202042655580527 – 633559
202043708584523 – 646552
202044797591520 – 662588
202045733593515 – 672535
202046749600509 – 690563
202047670607517 – 698513
202048690617518 – 715548
202049668622513 – 731540
202050753655533 – 777577
202051831697568 – 826583
202052891734592 – 876581
202053906754608 – 896620
202111003773623 – 917687
20212965802638 – 959664
20213971825649 – 994644
20214880858683 – 1025649
20215865864693 – 1028662
20216788856675 – 1030615
20217850854655 – 1045676
20218695840623 – 1048576
20219688823611 – 1028590
202110716808604 – 1005636
202111643780590 – 964587
202112636753576 – 922577
202113641724572 – 869597
202114634696576 – 810590
202115600674588 – 754567
202116629663590 – 729599
202117622646575 – 710580
202118594639561 – 710571
202119610627550 – 698589
202120568620544 – 690548
202121599610539 – 675588
202122636599525 – 666624
202123589589514 – 658589
202124601586522 – 643593
202125550578524 – 626545
202126571573520 – 621569
202127593573504 – 637588
202128583567487 – 642578
202129580568481 – 651564
202130622562478 – 641601
202131571558473 – 638550
202132614551463 – 635589
202133572548458 – 632551
202134596544474 – 608574
202135562541482 – 596545
202136631542493 – 587620
202137555545497 – 588540
202138549549501 – 592541
202139628558518 – 593623
202140615566520 – 607589
202141600572525 – 614583
202142695583527 – 633652
202143710587523 – 646645
202144728594520 – 662643
202145801596515 – 672662
202146827602509 – 690618
202147883610517 – 698651
202148996620518 – 715716
202149939625513 – 731663
202150854658533 – 777670
202151737700568 – 826622
202152808738592 – 876717
* Voorlopige cijfers. ** Aantal volgens ontvangen doodsoorzaakverklaringen.

Het beeld van de sterfte in de periode 2020–2021 onder mensen van 80 tot 90 jaar lijkt sterk op dat van 90-plussers (Figuur 3.4.3.2). Ook voor deze groep laten de cijfers zien dat de COVID-19-sterfte gelijk oploopt en daarna weer afneemt met de oversterfte in de derde oversterftegolf. De mate van oversterfte in de derde golf komt onder 80- tot 90-jarigen voor 81 procent overeen met de COVID-19-sterfte in deze periode (zie ook Tabel 3.4.4.1). Dit is meer dan bij de oversterfte van alle leeftijden.

3.4.3.2 Overledenen per week, leeftijd 80-90 jaar*
   OverledenenOverledenen, verwachtOverledenen, verwacht (95%-interval)Overledenen minus COVID-19**
20201105311491001 – 12971053
20202121811591003 – 13161218
20203106411681001 – 13351064
2020499211781010 – 1345992
20205103611801019 – 13411036
20206106011811010 – 13521060
2020710721183990 – 13771072
2020810221174973 – 13761022
2020910661166960 – 13711066
20201010851154948 – 13591082
20201111631133941 – 13251144
20201212991100914 – 12871099
20201316191072901 – 12421043
20201419041043899 – 11861083
20201519001018894 – 11421034
20201616001001893 – 1109986
2020171365987893 – 1081888
2020181218978888 – 1068927
2020191031973886 – 1060851
202020958965889 – 1040847
202021942954890 – 1017863
202022910951891 – 1011849
202023911943884 – 1002861
202024881942878 – 1006858
202025916939874 – 1003892
202026893936863 – 1008881
202027894937852 – 1021881
202028856936849 – 1023848
202029851933845 – 1022848
202030900931849 – 1013889
202031909922849 – 995901
202032902917845 – 990891
2020331118913849 – 9771095
202034982908852 – 964958
202035946910852 – 969938
202036893915860 – 970881
202037935923861 – 984920
202038913932866 – 998882
2020391026942876 – 1008959
2020401103954880 – 10271020
2020411043966893 – 1040929
2020421148979900 – 1058953
2020431235991896 – 1085963
20204413151004910 – 1097938
20204513111013910 – 1117882
20204613371024922 – 1127986
20204711651039935 – 1143870
20204811951055951 – 1160912
20204913031069956 – 11821036
20205012941094979 – 1208994
20205114191112985 – 12401032
20205213981131997 – 1264916
20205314551144999 – 1281943
20211153211571001 – 12971025
20212136711671003 – 1316928
20213137811761001 – 1335989
20214132711861010 – 13451002
20215130811881019 – 13411010
20216125511891010 – 1352960
2021711611192990 – 1377879
2021811241183973 – 1376896
2021910321174960 – 1371854
20211011231162948 – 1359967
20211110001141941 – 1325886
20211210131108914 – 1287896
20211310821079901 – 1242960
20211410341050899 – 1186941
20211510221025894 – 1142915
20211610431008893 – 1109965
2021171020994893 – 1081954
202118975985888 – 1068898
202119976980886 – 1060918
202120979971889 – 1040930
202121943960890 – 1017913
202122989957891 – 1011960
202123963950884 – 1002946
202124962949878 – 1006949
202125875945874 – 1003868
202126931942863 – 1008925
202127935943852 – 1021930
202128981943849 – 1023977
202129909940845 – 1022887
202130951937849 – 1013924
2021311050928849 – 995996
202132926924845 – 990895
2021331000919849 – 977963
202134941914852 – 964900
202135988917852 – 969961
2021361001922860 – 970963
2021371003929861 – 984964
202138975938866 – 998955
2021391019948876 – 1008993
2021401017961880 – 1027997
2021411049973893 – 1040994
2021421126986900 – 10581046
2021431189997896 – 10851041
20214411961011910 – 10971023
20214513241021910 – 11171087
20214615121032922 – 11271157
20214715431047935 – 11431090
20214815691062951 – 11601113</