Natuurlijk kapitaal

Natuurlijk kapitaal gaat over de natuurlijke hulpbronnen die door mens, maatschappij en economie worden gebruikt. Dit omvat bodem, water en lucht, evenals de bijbehorende ecosystemen zoals bossen, heide en akkers, en de daarin voorkomende planten en dieren. De natuur draagt bij aan allerlei aspecten van brede welvaart, zoals welzijn en gezondheid, voedselproductie en vrijetijdsbesteding.

  • De biodiversiteit op het land neemt af maar in zoetwater en moeras neemt de biodiversiteit juist toe.
  • Het stikstofoverschot is zeer hoog en neemt niet af.
  • De kwaliteit van het oppervlaktewater is laag.

Brede welvaart 'later'

Natuurlijk kapitaal

2 079,2
megawatt elektrisch vermogen uit water, wind en zon per miljoen inwoners in 2025
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
6e
van 26
in EU
in 2024
Opgesteld vermogen hernieuwbare elektriciteit
21,2%
van het totale landoppervlak op 31 december in 2024
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
Beheerde landnatuur in Natuurnetwerk Nederland
953,7
m2 groen- en zoetwatergebied per inwoner in 2024
De langjarige trend is dalend (daling brede welvaart)
Groen-blauwe ruimte, exclusief reguliere landbouw
4
kilogram fosfor per hectare cultuurgrond in 2024
4e
van 18
in EU
in 2023
Fosforoverschot
164
kilogram stikstof per hectare cultuurgrond in 2024
18e
van 18
in EU
in 2023
Stikstofoverschot
69
index (trend 1990=100) in 2024
De langjarige trend is dalend (daling brede welvaart)
Fauna van het land
159
index (trend 1990=100) in 2024
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
Fauna van zoetwater en moeras
0,5%
van het areaal beschermd oppervlaktewater in 2025
Oppervlaktewater van voldoende chemische kwaliteit
50
m3 per inwoner in 2024
De langjarige trend is dalend (stijging brede welvaart)
5e
van 16
in EU
in 2023
Onttrekking grondwater
8,2
microgram PM2,5 per m3 in 2024
De langjarige trend is dalend (stijging brede welvaart)
10e
van 27
in EU
in 2024
Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5)
7,6
ton CO2 per inwoner sinds 1860 in 2025
13e
van 16
in EU
in 2023
Cumulatieve CO2-emissies A)
Brede welvaart 'later'
Thema Indicator Waarde Trend Positie in EU Positie op EU-ranglijst
Natuurlijk kapitaal Opgesteld vermogen hernieuwbare elektriciteit 2 079,2 megawatt elektrisch vermogen uit water, wind en zon per miljoen inwoners in 2025 stijgend (stijging brede welvaart) 6e van 26 in 2024 bovenste kwart van de ranglijst
Natuurlijk kapitaal Beheerde landnatuur in Natuurnetwerk Nederland 21,2% van het totale landoppervlak op 31 december in 2024 stijgend (stijging brede welvaart)
Natuurlijk kapitaal Groen-blauwe ruimte, exclusief reguliere landbouw 953,7 m2 groen- en zoetwatergebied per inwoner in 2024 dalend (daling brede welvaart)
Natuurlijk kapitaal Fosforoverschot 4 kilogram fosfor per hectare cultuurgrond in 2024 4e van 18 in 2023 bovenste kwart van de ranglijst
Natuurlijk kapitaal Stikstofoverschot 164 kilogram stikstof per hectare cultuurgrond in 2024 18e van 18 in 2023 onderste kwart van de ranglijst
Natuurlijk kapitaal Fauna van het land 69 index (trend 1990=100) in 2024 dalend (daling brede welvaart)
Natuurlijk kapitaal Fauna van zoetwater en moeras 159 index (trend 1990=100) in 2024 stijgend (stijging brede welvaart)
Natuurlijk kapitaal Oppervlaktewater van voldoende chemische kwaliteit 0,5% van het areaal beschermd oppervlaktewater in 2025
Natuurlijk kapitaal Onttrekking grondwater 50 m3 per inwoner in 2024 dalend (stijging brede welvaart) 5e van 16 in 2023 midden van de ranglijst
Natuurlijk kapitaal Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5) 8,2 microgram PM2,5 per m3 in 2024 dalend (stijging brede welvaart) 10e van 27 in 2024 midden van de ranglijst
Natuurlijk kapitaal Cumulatieve CO2-emissies A) 7,6 ton CO2 per inwoner sinds 1860 in 2025 13e van 16 in 2023 onderste kwart van de ranglijst

Uitleg dashboard, kleuren en noten

Brede welvaart ‘later’ meet de duurzaamheid van onze kwaliteit van leven. Hier worden de hulpbronnen gemeten die de mensen die nu in Nederland leven (de huidige generatie) gebruiken om hun brede welvaart vorm te geven en die de generaties na ons nodig gaan hebben voor hun brede welvaart. Mensen zetten ‘hier en nu’ hulpbronnen in om hun leven vorm te geven. Natuur in de leefomgeving biedt mensen de mogelijkheid om te recreëren en te genieten van frisse lucht, rust en de schoonheid van een landschap. Wanneer natuurlijk kapitaal wordt uitgeput, helemaal wanneer dat wereldwijd gebeurt, komt de basis van het menselijk leven in gevaar.

De hoeveelheid groen-blauwe ruimte per inwoner neemt geleidelijk af. Het totale areaal neemt toe, maar de bevolking groeit sneller. In 2024 was er voor iedere inwoner gemiddeld 953,7 vierkante meter groen-blauwe ruimte beschikbaar. De omvang van het areaal beheerde natuurgebieden groeit wel. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) omvat het Nederlandse areaal van bestaande en nieuw ingerichte natuurgebieden op het land. In 2024 besloeg het beheerde NNN-areaal 21,2 procent van het landoppervlak.

De biodiversiteit op het land neemt af. De populaties of de verspreiding (afhankelijk van de soort) van Nederlandse landfauna nemen af. Sinds 1990 is de index voor landfauna met 31 procent afgenomen. Vogelpopulaties nemen ook trendmatig af. De populatie boerenlandvogels daalt (SDG 15 Leven op het land). Sinds 1995 is de populatie met 45 procent afgenomen. Dit duidt op sterk verslechterde leefomstandigheden voor vogels. Vogelpopulaties in de stad nemen ook af (SDG 11.2 Leefomgeving). Het aandeel diersoorten dat niet bedreigd wordt neemt heel geleidelijk toe. (SDG 15 Leven op het land). De biodiversiteit in zoetwater en moeras neemt juist toe. Sinds 1990 is de biodiversiteit in zoetwater en moeras met 59 procent toegenomen. De oorzaken van deze stijging zijn divers en per soortgroep verschillend (SDG 6 Schoon water en sanitair).

Het stikstofoverschot is sinds 2008 min of meer stabiel en schommelt rond de 160 kilogram per hectare cultuurgrond. Een overschot aan fosfor en stikstof heeft negatieve gevolgen voor de kwaliteit van oppervlaktewater en ecosystemen zoals heide, bos en duinen. Een teveel aan stikstof in de bodem leidt tot achteruitgang van de diversiteit van planten- en diersoorten, en vergroot de kans dat kwetsbare soorten verdwijnen. Het overschot was in 2023 in Nederland meer dan tweemaal zo hoog als het overschot in Italië dat op de een-na-laatste plaats in de ranglijst met 19 beschikbare EU-landen staat. De stikstofdepositie in de landnatuur daalt geleidelijk. In 2023 had nog altijd bijna 70 procent van de landnatuur last van te veel stikstof (SDG 15 Leven op het land).

De kwaliteit van het oppervlaktewater is laag. In 2025 voldeed slechts 0,5 procent van het areaal van zoete oppervlaktewateren aan de chemische kwaliteitsnorm en is 3,0 procent van goede biologische kwaliteit (SDG 6 Schoon water en sanitair). Ook de kwaliteit van het zeewater is laag vergeleken met andere landen in de Europese Unie (SDG 14 Leven in het water). De onttrekking van grondwater en van zoet oppervlaktewater neemt af. In 2024 ging het per inwoner om 50 m3 grondwater en 346 m3 zoet oppervlaktewater, in beide gevallen het laagste niveau van deze eeuw. De totale hoeveelheid onttrokken grondwater hangt sterk samen met het weer. In 2024 bedroeg de totale onttrekking van zoetwater 15,3 procent van de totaal beschikbare zoetwaterbronnen (SDG 6 Schoon water en sanitair).

De luchtkwaliteit verbetert. De stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5 ofwel deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer) neemt af. De hoeveelheid verzurende stoffen (zwaveloxide, stikstofoxide en ammonia) daalt trendmatig maar is sinds 2020 stabiel (SDG 11.2 Leefomgeving).

De cumulatieve CO2-emissies zijn groot vergeleken met andere EU-landen (13e van 16 landen in 2023). Sinds 1860 is per inwoner gemiddeld 7,6 ton CO2 per jaar uitgestoten. De cumulatieve emissies geven een indicatie van het Nederlandse aandeel in de wereldwijde historische CO2-uitstoot. De jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen neemt trendmatig af, maar in 2025 zijn ze toegenomen ten opzichte van 2024. De broeikasgasintensiteit van de economie neemt af en is relatief laag (7e van de EU27 in 2024). In de afgelopen jaren daalde de broeikasgasemissies en steeg de economische groei. In 2025 nam de uitstoot weer toe, maar omdat de economie harder groeide harder bleef de broeikasgasintensiteit van de economie dalen (SDG 13 Klimaatactie).

Wat betreft het opgestelde vermogen voor hernieuwbare energie is Nederland gestegen op de EU-ranglijst van de 22e plaats in 2017 naar de 6e plaats in 2024. Dit vermogen uit wind, water en zon is de afgelopen jaren sterk gegroeid. De uitbreiding van het vermogen ging in 2024-2025 veel langzamer dan in voorgaande jaren. Het totale energieverbruik per inwoner is hoger dan in de meeste EU-landen (23e van de 27 in 2024), al neemt het trendmatig af. Een groeiend percentage van dit verbruik bestaat uit hernieuwbare energie. In 2024 ging het om 20,2 procent (SDG 7 Betaalbare en duurzame energie).